Daniël 1

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 

1. Hersenspoeling op grote schaal.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

31 augustus 2003
Lezen: Daniël 1


Een nieuw bijbelboek, altijd een beetje spannend, nieuw onderwerp, nieuw thema. We hopen echt dat het opnieuw zal gaan om de Here Jezus, om wie Hij is, om Zijn glorie, om Zijn grootheid, om Zijn, ja, heerlijkheid. Ik hoop ook dat dat uit de verf komt.
Het OT is natuurlijk iets bedekter dan het NT. We hadden altijd het laatste bijbelboek, het boek Openbaring, en we konden daarin eigenlijk blijven genieten van de glorie van de Here Jezus. En ik hoop ook dat dat uit dit oudtestamentische bijbelboek gaat komen.
Bedoeld voor de gelovigen, dat zeg ik maar voor alle helderheid, voor kinderen van God, voor gelovigen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. Dat is eigenlijk een voorwaarde. Je moet de Here Jezus hebben leren kennen, als je Heiland en als je Verlosser. En dat leren kennen van de Here Jezus kan alleen maar als je gelooft dat de Here Jezus aan het kruis van Golgotha voor jouw schuld, voor jouw zonden dat werk wilde gaan doen. Een heerlijker toekomst is er niet. Een betere zegen is er ook niet. Het is fantastisch als je kunt zeggen: “Ik ben een kind van God, ik weet, mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven.” Geloven in de Here Jezus betekent ook dat de Heilige Geest dan in je gaan wonen, waardoor je zicht krijgt op de dingen van God. De auteur van de bijbel, de Heilige Geest, woont in je. M.a.w., je hebt de auteur in jezelf zitten. M.a.w., Hij kan het eigenlijk Zelf beter zeggen dan Dato en dan wie dan ook. De Heilige Geest in jou gaat vertellen wie de Here Jezus is.

Daniël heeft een hele moeilijke tijd gekend. Waarschijnlijk nog een jaar of 17, de schattingen lopen uiteen, maar laten we maar 17 zeggen. Jeruzalem in verval, het ging helemaal niet goed in Jeruzalem. Schitterend begonnen, David, Salomo, tempel van Salomo, offerdienst waar je je vingers bij aflikte, het was fantastisch. Er zijn momenten geweest dat het niet goed ging. Er zijn ook momenten geweest dat het weer goed werd. Er zijn dus opwekkingen geweest. En nu aan het eind van een hele serie koningen is het eigenlijk heel erg slecht. Het gaat niet goed. Als je dat wilt weten dan moet je het boek Kronieken gaan bestuderen. Nou, bestuderen, als je het alleen al las, dan kom je er achter dat het inderdaad heel, heel zwaar is geweest in die tijd. Moeilijke tijd. Ik verbaas me er over dat Daniël, zo jong, in die tijd opgegroeid, zo standvastig bleef. Je zou haast zeggen: “Als je kinderen in zo’n kerkelijke situatie opgroeien, dan hoeft er niet zoveel tegenwind te komen of ze zijn nergens meer.” Nou, dat was wel zo. Hij bleef overeind, en behoorlijk ook.

De Here God had profeten gestuurd, en die profeten hadden gezegd dat Babel zou komen. Als u die profeten zou willen lezen, zou u in elk geval Jeremia eens kunnen raadplegen, want die schrijft daarover. Tijdgenoot van Daniël, Jeremia. En die zegt: “Het gaat niet goed.” Andere profeten zeggen : “Ah, nee hoor.” Hananja bijvoorbeeld, ook in het boek Jeremia te vinden, die zegt: “Ach dat valt allemaal best mee. AL dat doemdenken van Jeremia, dat nare gedoe. Niks hoor. Nou ja, er kan wel een dipje zijn, maar na een dipje is het gelijk weer helemaal opgeklaard.” Het was helemaal niet makkelijk. Ook voor de profeet in die tijd was het niet gemakkelijk.


De Here God had laten zeggen dat de agressor zou komen. Dat de aanvaller zou komen, en dat die aanval uit Babel zou komen. Zelfs dat is voorzegd geweest. En nu komt Nebukadnezar naar Jeruzalem en hij doet, laat ik het maar heel plat zeggen, een graai in de kas.Hij gaat naar de schatkamer en haalt daar het meest waardevolle waarschijnlijk uit, neem ik aan. Maar in elk geval heeft hij flink wat uit de kas gehaald. En hij heeft en passant ook een aantal mensen meegenomen waarvan hij denkt: Die kan ik wel gebruiken. Nou dan neem je ook niet de slechtsten mee, toch. Dan laat je eerst een Cito-toets invullen voor VWO-ers of zo. Nou ja, die dan het hoogste cijfertje krijgen die zijn dan de klos, die gaan mee. Ik zeg het wat platjes, maar dat is wel zo gebeurd. Er is gewoon een selectie geweest van mensen die hij zou kunnen gebruiken, daar in Babel. En die heeft hij allemaal meegenomen.

Nu is Nebukadnezar drie keer in Jeruzalem geweest, in elk geval. De ene keer heeft hij flink wat goud en kostbaarheid meegenomen plus Daniël en de vrienden, dus de veelbelovende jongelui, laat ik het zo maar zeggen. En de tweede keer heeft hij een hele horde meegenomen, waaronder ook Ezechiël zich bevond, een priester. En die zaten uiteindelijk in een vluchtelingenkamp, in een ballingenkamp bij de rivier de Kebar, dus ook een tijdgenoot van Daniël. En de derde keer heeft hij alles kapot gegooid, is de zaak kompleet verwoest en is de rest ook verstrooid. In drie etappes is Jeruzalem uiteindelijk met de grond gelijk gemaakt. Er is niets overgebleven. Tempel kapot, alle huizen kapot, muren kapot, de deuren kapot, poorten zijn afgebroken, enfin, alles stuk. Daniël hoort bij de eerste wegvoering, bij die eerste groep. En Daniël komt met zijn vrienden aan het hof in Babel.

Nu is Babel voor ons een beetje ver weg misschien, een beetje vaag, maar we hebben toen het zo spannend was in Irak, vele keren gezegd dat Babel en Irak precies hetzelfde is.In Babel daar lag vroeger het Paradijs, Adam en Eva. En daar is de torenbouw van, precies, van Babel, natuurlijk, spraakverwarring. Daar is Abraham vandaan gehaald, meegenomen, door de Here uitgeleid uit zijn volk, land, maagschap. En nu zijn ze weer terug. Je zou zeggen: “Dit is het omgekeerde van wat er met Abraham gebeurde.” Abraham werd uit Babel uit Irak in Jeruzalem geplaatst. En nu worden jongelui uit Jeruzalem in Babel geplaatst. Babel was dus aanvankelijk machtig en dat was het volk van wat wij noemen Irak. In het boek Daniël blijkt dat ook Iran machtig is geworden. En Iran heeft op haar beurt Irak weer overvleugeld. en in het laatste stuk van het boek Daniël blijkt dat de Mediërs en de Perzen, dat is Iran, de baas zijn geworden, ook in Irak. Zal ik het anders zeggen. De Sjiieten hebben de Soennieten helemaal verslagen. En nu zeg ik het ongelofelijk actueel misschien.
Er zitten nogal wat aspecten aan het boek Daniël. Ook aspecten die te maken hebben met de huidige situatie van Mosliminvloed. Ik wil me nooit tegen mensen keren, nooit, maar ik ga wel dingen zeggen die misschien met de leer van die mensen te maken hebben. Ik vind dat een groot verschil. Ik wil mensen als mensen zien. Onze strijd is namelijk niet tegen vlees en bloed, dus niet tegen mensen. Want die mensen kunnen evengoed helemaal verleid zijn en er zelf slachtoffer van zijn. Maar hun leer is alles behalve acceptabel. En vooraf, misschien een beetje te scherp naar uw gevoel, maar ik wil het toch zeggen, is dat wat we antichristelijk noemen, in het NT de antichrist, het kenmerkende van de antichrist is namelijk helemaal terug te vinden. De antichrist, dé antichrist, is iemand die de Vader en de Zoon loochent zegt 1 Joh.. En wie de Zoon loochent heeft ook de Vader niet en wie de Vader loochent heeft ook de Zoon niet. De Vader en de Zoon loochenen. Stel u zich eens voor dat u ergens komt en u ziet een Islamitisch heiligdom en er zou op staan: Wij willen de Zoon niet. Wat zou u dan denken. Ja, u zegt het niet hard op, want u weet al precies waar ik naar toe wil. Want op heel veel moskeeën staat: God heeft geen Zoon. En dan zitten we gelijk midden in de actuele problematiek. Er midden in. En dat betekent dat we moeten zeggen dat dit per saldo antichristelijk is. Nou, dat is een fikse beschuldiging. Niet de mensen hè, niet de mensen, maar de leer. En als je dit nu eens als een soort kapstok boven zo’n boek plakt, ja, dan wordt het wel heel erg actueel. Dan komt het heel erg dichtbij. Dan is het niet zomaar een verhaal. O ja, ja, geschiedenis, een geschiedenisboek. We bladeren, jaartallen erbij en zeggen: “O ja, Daniël, vriendje, had nog Ezechiël, een tijdgenoot was Jeremia, en bovendien waren er nog een paar, Hananja en Misael en Azarja. En die hebben toen geleefd. Ja, hadden het moeilijk, maar kwamen er uit hoor, ze kwamen er uit. En we gaan weer verder, weet je wel. Alsof je geschiedenis doceert. Nou, dat is geen geschiedenis. Dit gaat veel verder dan geschiedenis. Dit is profetie. En profetie is altijd gericht op de openbaarmaking van de Here Jezus.Dit boek, Daniël, is gericht op de openbaarmaking van de Here Jezus. Dat zullen we zien. Want hier in dit boek, ik zal je een voorschot geven, is een steen zonder handen los gemaakt, ineens, Koning en heersend. En hier in dit boek is een Mensenzoon die op de wolken des hemels komt, niemand minder dan de Here Jezus, in dit boek. In dit boek gaat het ook over de Here Jezus. In dit boek gaat het over heerschappij van de Koning der koningen en van de Here der heren. En daarom is het boek meer dan de moeite waard. Het is niet de bestudering van de geschiedenis alleen. Natuurlijk komen er geschiedkundige feiten voor, maar het is niet de geschiedenis die voorop staat. De Here Jezus, die staat voorop.

Het ging niet goed in Jeruzalem. Armoe troef zouden wij zeggen.Ik heb het niet over economie. Waarschijnlijk was dat ook niet al te best in die tijd, maar goed dat laat ik nu maar los. Geestelijk gezien was het helemaal niet goed. Het ging met de tempel en met de tempeldienst niet goed. Er was verval. Gewoon geestelijk verval. En geestelijk verval leidt altijd tot iets naars. Hoe kan het zijn dat bepaalde geloofselementen van satanische, van negatieve aard oprukken. Hoe kan dat. Hoe kunnen ze in je eigen leven binnen komen. Hoe kunnen ze de kerk binnen komen. Hoe kan dit verwoestende binnen treden. Nou, dat kan alleen mar als er leemte is, als er leegte is, als er lacunes zijn, als er geen inhoud meer is. En als je hart niet vol is van de Here Jezus, als je niet meer enthousiast bent over Hem, als je niet meer in vuur en in vlam staat voor Hem, nou, dan komt de tegenstander met zijn plannen en hij vult je hart. Hij probeert binnen te komen, hij probeert voet aan wal te krijgen en hij probeert je te beheersen en je als een soort marionet voor hem te laten functioneren. Hij trekt aan het touwtje en jij zwabbert nog een beetje met je handjes of met je voetjes. Dat is wat hier staat.

Daniël en zijn vrienden zijn in een hele moeilijke tijd geboren. Zij hebben Jeruzalem, en het verval in Jeruzalem, in de Gemeente, zouden wij zeggen, in het getuigenis van God, daar meegemaakt. En ze zijn nu in Babel aangekomen. En zij krijgen hier in Babel een soort heropvoeding. Een hersenspoeling, zo noem ik het. Nebukadnezar heeft ook veel mooie dingen uit de tempel meegenomen. Ik zei zopas: “Hij heeft een graai in de kas gedaan.” En hij heeft natuurlijk het één en ander meegesleurd en dat in de schatkamers van zijn god gebracht. Het klinkt te scherp waarschijnlijk. Ik heb echt overwogen, al biddend, zittend daar, van zal ik het zeggen, zal ik het niet zeggen. Er is binnen het Islamitische denken heel veel wat uit de tempel van God komt. Een flinke graai, en het is nu daar gelegd. Abraham, ja die kom je tegen in de Koran. Jesaja, kom je ook tegen. Snap je, snap je wat ik bedoel.Ik weet dat het te scherp is misschien. En of het te scherp is weet ik niet, dat het scherp is. Maar nog een keer, ik wil geen mensen veroordelen, ik wil alleen de leer, de theologie aanpakken. Maar ik ben zo bang dat wij, in onze tijd levend, het idee hebben dat het ongeveer, nou ja, dat is die en dat is die, dat gewoon, ja, dat zijn twee gelijken. Waar je een soort isgelijkteken tussen zou kunnen plaatsen. Je kunt ook best met elkaar in dialoog zijn, toch. Ja, nou ja, de accenten liggen een beetje links of een beetje rechts, maar voor de rest, moet toch kunnen. Het christelijk denken van vandaag, ik zal me niet uitlaten over jouw kerk, daar weet ik helemaal niks van, maar het christelijk denken in algemene termen vandaag, heeft niets meer met de Here Jezus te maken. Er is allang een enorme graai in de schatkamer van God geweest. En het mooie van de Here Jezus is er uit geroofd. En het God gelijk zijn van de Here Jezus. En de toekomst en van alles en alle blijdschap en alle vreugde. En alle schittering van straks is allemaal allang weg. Is allemaal meegenomen, is in een grote pot gegooid, is goed in geroerd, en die wordt nu aangeprezen. En het wordt nu tijd dat u dat gaat lezen. En christelijk Nederland is bijna alles kwijt. Het is heel ver. Het is heel ver. Kunt u zich voorstellen dat zo’n boek dan toch actueel is, op een heel, heel cruciaal moment. Ik ben er van overtuigd, ik ben er van overtuigd dat jij en ik vandaag dit boek Daniël nodig hebben. En dat de Here God in Zijn wijsheid dit boek aan ons heeft gegeven om overeind te blijven. Om eens te ontdekken hoe ver het weg is allemaal en welke weg God dan gaat. Hoe God het dan tot een oplossing wil brengen. Want het is niet alleen constateren van fouten, fouten, fouten, fouten, alleen maar rode potlood, vinkje, rooie streep en zo. Alsof dat dan het enige is wat gelovigen hebben, alleen maar wat niet goed is. Maar het is ook duidelijk, heel duidelijk, bedoeld voor bemoediging. Die bemoediging komt.

Daniël en de vrienden worden in Babel aan een soort heropvoeding onderworpen. En ze moeten de taal en de geschriften van de Chaldeeën leren. Daarvan hebben Daniël en de vrienden niet gezegd: “Dat doen we niet.” Nu, als ik aan onze jongelui denk, van vandaag, hun schoolprogramma’s, hun literatuurlijst, dan kan ik me ook indenken dat ze zeggen: “Nou, fff.” Maar misschien hebben we het niet eens meer door. Denkt u dat de duivel stopt bij het schoolgebouw, aan de buitenkant al. Want daar staat christelijk op. Is dat zo, stopt de duivel dan. Stopt de duivel bij welke instelling, bij welk instituut dan ook. Nee helemaal niet. Hij gaat door en hij probeert de boekenlijst te be?nvloeden. Hij probeert de lessen te be?nvloeden. Vroeger dachten we dat dat alleen maar te maken zou hebben met, nou ja, met biologie weet je wel. Evolutietheorie, dat was ongeveer het grootste gevaar wat je je maar kon indenken. Nou, als je dus de biologieles nu maar eens klein beetje christelijk hield, klein beetje naar Gen. 1, dan had er voor de rest geen gevaar meer in gezeten. Is dat zo, is het alleen via biologie binnen gekomen. Nou nee, er zijn ook hele andere invalshoeken. Want geologie is ook een invalshoek, natuurkunde. Maar alle overlevering, wereldkennis, kennis van allerlei dingen om ons heen. Ik zal het anders zeggen. ik geloof dat onze jongelui vandaag in en soort school zitten waar ze een hersenspoeling krijgen. Nou ja, jij zegt natuurlijk: “Ja, maar we hebben ook nog die school, en die school, en die school, en die zijn goed hoor.” Wie kan dat nog overzien? Nou, Dato niet in elk geval. Het is niet meer te overzien. Vroeger dachten we, dat we, als we één of twee items nog vast hielden, dat we dan goed zaten. Nou, we zitten helemaal niet meer goed. Het is veel verder dan wij vermoeden.
En als je vandaag zegt dat de Here Jezus God is, als je vandaag zegt en vol durft te houden dat het verhaal van Gen. 1 gewoon Gods geschiedenis is, dan wordt je vierkant in je gezicht uitgelachen. En ik weet niet welke plaats u bezocht hebt in de vakantie, in welke grot u geweest bent waar een bandje begon met: Vierhonderdduizend jaar geleden….., zoiets. Nou ja, dat is één, maar er zijn hele rijen van dit soort mededelingen. En we slikken dit als zoete koek en we denken natuurlijk: Och, het is niet waar. Maar we nemen niet eens meer de moeite om tegen iemand te zeggen: “Dat is niet waar.
Een heropvoeding, de geschriften en de taal van de Chaldeeën. Dat was toen èn de heersende wereld, de baas, de politieke leiding, dat was toen zo, èn vervolgens had het te maken met de goden van Babel. Want die worden expliciet steeds genoemd. Dus niet alleen politiek, maar ook religieus. Dat zijn de twee dingen die hier naar voren komen. Daniël en zijn vrienden zitten daar midden in. Kunnen daar niet eens uit. Je kunt niet eens tegen je kinderen zeggen: “Eh dat en dat niet.” Want eh, ja, hoe moet het dan. Sommige dingen moeten ze voor hun examen. Je kunt niet eens zeggen dat het niet mag, het moet soms. Nog een keer, voor alle helderheid. De namen worden veranderd. En op het gevaar af dat ik pietluttig ben, wil ik je toch zeggen dat ik daar heel veel in zie. Hun ouders hadden destijds namen gegeven. En in Israël is namen geven meer dan, nou laten we hem maar Sumbadja noemen of zo, want dat vinden we gewoon een leuke naam vandaag. Ik weet niet of dat bestaat hoor, maar ik, bij wijze van hè. Daniëls vader die had hem destijds Daniël genoemd. En dat betekent, kijk maar eens in een bijbels woordenboekje, God is mijn Rechter. In de tijd dat Daniël geboren werd was hete heel, helemaal niet goed. En je zou zeggen: “In die tijd kinderen op de wereld zetten, nou dat is best gevaarlijk. God is mijn Rechter. Hij beoordeelt, Hij is het , Daniël, ik noem hem Daniël. Maar in Babel zeiden ze: “Nee nee nee nee nee, nee nee, Daniël, nee nee, nee nee, Beltzasar, vorst van Bel. En Bel is een afgod in Babel. Is dat toevallig? Helemaal niet toevallig. Als in de bijbel een naam gegeven wordt, had het te maken met het wezen. Gij zult Hem de naam Jezus geven, want de Here gaat redden. De redding van JHWH, redding van de Here. Dat betekent die naam Jezus. Bij Abraham, Abram enz. Bij Salomo, shaloom, vrede van God. Het wezen moet omgeturnd. Van God is mijn Rechter, moet het ineens een vorst van Bel worden. Dus niet alleen politiek, ook godsdienstig, ook religieus. Hananja betekent begenadigde van JHWH, prachtige naam. Klein kind, klein jongetje, zijn vader zegt: “Een begenadigde van JHWH. Gods oog is op je.” Een begenadigde van JHWH, Hananja. “Nee”, zeggen ze in Babel, “dat moet anders, dat moet Sadrach worden.” Verlicht door Rach. En Rach is de zonnegod. Weer anders. Misael: “Wie is aan God gelijk”, heeft vader van Misael toen geroepen. “Wie is aan God gelijk. Ik noem hem Misael.” Nou, dat was een lopend getuigenis. Wie is aan God gelijk. Veranderd in Mesach, wie is aan Sach gelijk. En Sach is weer één van die goden van Babel. Azarja, [verspreking direct in tekst verwerkt, dv] hulp van JHWH, knecht, hij wordt een knechtje van de Here. Azarja, hij wordt knecht van JHWH. Nee, nee nee nee, veranderd in Abed-nego. Knecht van, knecht van Nego, hulp van Nego. Weer een God van Babel. Het is alsof er een soort omturnings-proces plaats heeft. Alsof het wezen van iemand veranderd moet. Ja, en daar sta.je dan. Wat moet je dan doen. Dat is moeilijk. ik vind dat dat best moeilijk is. En dit bijbelboek laat je zien hoe daar een viertal jonge mannen, in Babel, in die verwarring, in die spraakverwarring, ik noem het maar zo omdat dat weer met Babel te maken heeft, terug zijn gekomen. Weer terecht zijn gekomen waar ze ooit uit gingen, maar nu weer terug. Abraham ging weg immers, en zij zijn nu weer terug. En hier krijg je een soort spraakverwarring die alle, alle waarden op z’n kop zet.
Daar heeft Nebukadnezar vastgesteld wat ze dagelijks moesten eten. Hij was ook diëtist volgens Dan. 1. Hij zal het wel niet zelf gedaan hebben, maar bij wijze van. En hij zei: “Ze moeten dit, ze moeten zus, ze moeten zo.” En toen hebben Daniël en de vrienden gezegd: “Als we kunnen gaan we daar niet in mee.” En ik zou zo graag willen dat ik dat precies kon overbrengen. Ze hebben aan een soort kamerdienaar gevraagd om ander voedsel. Nou, die denkt: Nooit, maar dan ook nooit doe ik dat. Om de simpele reden: Als het met die vier jongelui niet goed zou gaan dan was die kamerdienaar de klos geweest. Zo ging dat gewoon. Dus die is behoorlijk angstig. En toch is er iemand geweest die zegt: “Ik, ja, ik sta een beetje open.” En dan komt het verzoek: We willen graag tien dagen lang een proef, en u geeft ons tien dagen lang i.p.v. de wijn en i.p.v. het koninklijke voedsel geeft u ons groenten en water, en u mag het na tien dagen gaan bekijken. En dat is gebeurd. Die man gaat daarmee akkoord. Dus die proef wordt ingezet. Nu zou ik wel heel lang door willen drammen over groenten en water. Ik zal proberen te zeggen, eenvoudig en compact, wat ik denk. Dat wat God op de derde dag, de derde scheppingsdag uit het nieuwe, droge tevoorschijn liet komen en als voedsel gaf, groenten, zaaddragend gewas, en water, en dat heeft te maken met de bron die God zelf is, i.p.v. dat wat in Babel, in de keuken van Babel, klaar gekookt of klaar gemaakt werd. Anders, dat wat voedsel is voor de politieke lijn en voor de religieuze zijn van deze wereld, dat laten we voor wat het is, en we willen ons gaan richten op dat wat God gegeven heeft. Is dat belachelijk, waarschijnlijk wel. Iedereen lacht [je] natuurlijk uit. je bent nu al een beetje apart als je alleen maar groente en water zou eten. Daniël en de vrienden hebben dat toch zo gezien. en ik wil het nu anders zeggen. Als jij en ik, als wij nu vanaf dit moment tien dagen lang ons zouden gaan voeden met dat wat God geeft, en ons niet zouden laten be?nvloeden en laten voeden door wat de wereld politiek en religieus te bieden heeft, dan is jouw uiterlijk welvarender dan dat van alle anderen. Wat bedoelen we daarmee. Nou de blijdschap van de Here straalt van je gezicht. Ik heb wel eens gezegd: Stel nu eens dat je tien dagen lang geen televisie zou zien.” Geen, ja, ik kijk nooit naar de televisie, maar je kijkt altijd naar het journaal. In één keer journaal is alle ellende van de wereld over je heen gestort, toch. Moet je dan als een struisvogel je kop in het zand steken en zeggen dat je er niet bent. Nou, nee, dat ook niet. Ik bedoel dat ook niet zo. Maar stel nu eens dat je tien dagen lang je niet zou beïnvloeden door wat de wereld te bieden heeft, en wat de wereld aan fun heeft, aan blijdschap heeft, aan vreugde heeft, aan lol heeft. Ik kan ook best lachen om bepaalde dingen van Toon Hermans of bepaalde dingen van André van Duin, die gekke vent. Maar is dat mijn vreugde. Je kunt best genieten van bepaalde programma’s waarvan je denkt: Dat is mooi. Of je leest iets, tijdschriften, zijn best aardige dingen bij. Maar is dat je vreugde, is dat je voedsel. Weet u wat de duivel gedaan heeft. Hij heeft de bijbel tot te moeilijk verklaard, en daarvoor in de plaats hebben we Suske en Wiske. O nee, leest u niet. Nou, Donald Duck dan. O, ook niet. Nou Privé en Party en Weekend dan. Wat eten we. Groenteman, weet je wel, radio. Ja ouwe man hè, toen was dat nog in. Wat eten we vandaag. had je nog zo’n programmaatje, weet je wel. En dan had hij weer een spitskooltje in de aanbieding. Hij moest er ook af. Sorry hoor. Nee, maar ik wil gewoon gewoon zijn. Wat eet u. Wat eten we vandaag. Ik ken gelovigen die zeggen, zal ik het, nee, concreet. Ik had afgelopen week een bijbelstudie op camping de Betteld. En dat ging over het onderwerp Christus in Jesaja. De hele preek over Jesaja gepraat. Blijft bij. Goed, na de tweede of derde sessie blijft een jong stel van een bepaalde gemeente in Nederland achter, helemaal verbouwereerd. Ik zeg: “Wat heb je. Wat is er.” Ze zegt: “We zitten midden in een gemeente en we denken dat het goed gaat in de gemeente. En we komen vanmorgen tot de conclusie dat we in geen weken wat gegeten hebben. Maar vanmorgen krijgen we daar een portie, nou ja, lekkerheid.” Ik zeg, enfin gesprekje. Gesprek ging verder. Ik zeg: “Ik zal je een voorbeeld geven: De meeste gemeenten vandaag gaan als volgt: We hebben nu een tafel. En die tafel moet natuurlijk worden voorzien van het ene en het ander. En er komt mooi linnen op tafel liggen. Tjonge, nee, dat moet wel van die kwaliteit zijn, of van die kleur, of met dat motief. En ja, dan komt er bestek op, weet je wel. Nou, Wedgwood, ik heb er geen lor verstand van, maar schijnt duur te zijn. dat moet er dan op. En ja, in een bepaalde kleur. En dan komt er bestek, dat moet natuurlijk ook van een bepaalde signatuur zijn. En daar moet kringetje A en kringetje B op zitten. Daar kan geen woordje KLM op staan natuurlijk, want dan heb je het geklauwd in het vliegtuig, dat kun je ook niet maken. Dus daar moet wat anders op. En er komt kristal bij natuurlijk, weet je wel. Ja, het moet, en als je ping doet weet je, of met je vingertje, of, nou enfin. je kent het allemaal hè. Het programma van de gemeente is er op gericht om te praten over het tafellaken, over het bordje, over het bestek en over kristal, en over hoe het allemaal staan moet. En dat moet links en dat moet rechts. En als je vis eet moet je dat ding hebben en als je vlees eet moet je dat ding hebben. Het is prachtig. Het hele programma is terug te vinden op tafel. Maar als je nu drie weken lang over bestek en over bordjes en zo gaat zeuren, wat zeg je dan, “Nou geef mij maar een stamppot op een plastic bakje”, toch. Nou jullie niet. Nou, toch. Dan vraag je toch om wat anders. Het gaat toch niet om al die programma’s om al die uiterlijkheden. Het moet toch een keer gaan om de inhoud.” Die mensen op de Betteld: “We hebben het steeds over het servies”, zeiden ze toen ik het vertelde, “Of over het bestek, of zo hoort het.” Programmaatje A en B en C en D,weet je wel. Hele programma’s, moet helemaal doorgepraat worden. Maar van de Here Jezus horen we niks. Wat hebt u gegeten. Wat heb je gehad van de Here Jezus. Ik moest vanmorgen ergens spreken, ik heb het ook gedaan, en ik had twee onderwerpen. Eén onderwerp, die vond ik het mooiste, maar die andere heb ik genomen. Dat is natuurlijk, dan kun je zeggen: “Dat is hartstikke stom van je, je had beter die mooie kunnen nemen.” Nou, die bewaar ik nog even. Misschien doe ik hem wel een keer hier. Ik had zo graag over het brandoffer willen vertellen. En over een offeraar die daar ineens komt en dan de huid aftrekt van het offer. Maar ja, dat is een beetje moeilijk hè. Dat moet je overbrengen. Tjonge, jonge, het lijkt wel een slagersvakschool of zo, weet je wel. Hoe doe je dat dan een koe slachten. Hoe gaat dat dan. En ja, en al die bloedige details. Ik zou het echt graag willen. Hebt u ooit van het offer de huid afgetrokken. Hè, wat bedoel je nou. Bent u ooit iets dieper gegaan dan de buitenkant. hebt u ooit een beetje aan de binnenkant gekeken, van hét Offer. En hebt u dat ooit in delen gedeeld. Mag je zelf doen. Je mag je handen leggen op een kop van zo’n offerdier. Je mag dat dier gaan slachten. Moet je eigenhandig doen. En je moet het de huid aftrekken. Nou ja, ik ben toch blij dat we niet zulke offers hebben. En dan in delen delen. En de priester gaat dan die delen aannemen en dan op het altaar leggen. Die brengt het dan wel weer verder. Zal ik het anders zeggen. Het Offer, de Here Jezus. Ben je ooit verder gekomen dan de buitenkant. Wat bedoel je. Heb je ooit nagedacht over Wie daar aan het kruis hing. Wie Hij was. Heb je ooit, ooit gezegd: “Dat is de sterke God, dat is de eeuwige Vader, dat is de Vredevorst, Hijzelf, sterke God.” Ineens kom je dichter bij. Dat hebt je nodig. je hebt voedsel nodig. En het voedsel dat de wereld aanbiedt, het programma van Nebukadnezar, is een programma van nul. Natuurlijk is daar vreugde. Natuurlijk is daar ook iets. Ze eten ook, en ze drinken ook. Maar de vreugde, de blijdschap en de groei en de bloei, is niet daar te vinden, is bij de Here Jezus te vinden. Je hebt Hem nodig, heel concreet. Je hebt Hem nodig, meer dan ooit. Zou je nu durven zeggen: “Neem nu gedurende tien dagen met ons de proef. Laten we nu eens tien dagen lang niks anders nemen dan de Here Jezus.” Nou, je straalt, echt. Je straalt gegarandeerd. Dat, nou ja, het spettert er af, misschien geen goeie term, maar je snapt wel wat ik bedoel hè. Dat komt naar buiten. En de wijsheid neemt toe. Uiteindelijk zijn deze mannen zo knap, zo wijs, dat ze meer weten dan de hele wereld. Weet je wie de wijsheid hebben. Hier, weet je dat dit het is, dat jij met de bijbel echt kunt vertellen wat er gaat gebeuren. Weet ik dan voor morgenochtend half tien wat er zou gaan…. Nee, ik weet het niet. Het is geen almanak. “Was dat maar zo”, zeggen sommigen. Maar dat is niet zo. Het is dus niet een soort almanak. Maar het is wel waar dat je met de bijbel kunt zeggen: “Dat en dat zijn Gods plannen. Zo gaat het komen in Europa, in de wereld, in Israël.” En de bijbel zegt: “Daniël en zijn vrienden zijn door God geleerd.” En ze hebben de moed gehad als jonge kerels, om te zeggen: “Wij kiezen voor de Here Jezus.” Nou ja, de Here Jezus kenden ze in die zin als naam niet, maar ze kenden God, en ze wilden voor God gaan. Zou je nu met Dan. 1 in je hand willen denken over: Hoe is het er dan bij gesteld, in de situatie waarin we nu zijn. Is die wereld anders dan de toenmalige. Antwoord: Nee. Is er niet enorm veel geroofd uit Jeruzalem. Is er niet enorm veel wat van God en van de Here Jezus spreekt verdwenen. Is er niet heel veel in de schatkamers van anderen goden terecht gekomen. En moet je niet zeggen dat in de wereld waarin wij leven een soort omturningsproces plaats heeft. We moeten allemaal anders denken. Je moet allemaal anders zijn. je moet meer mondiaal denken. En je moet inderdaad globaal worden. Globalisering van het geloof. Het gaat eindeloos ver, en het rent maar door. Totdat er mannen zijn die durven zeggen: “Neem toch gedurende tien dagen een proef.” Zouden wij dat zijn. Zouden wij, fff. Moet het dan toch anders. Bijbelkennis was vroeger hoog in het vaandel van een bepaalde geloofsgemeenschap. Ik denk dat het niet meer zo is. Bijbelkennis in algemene zin, “Het wordt hoog tijd dat we een nieuwe vertaling krijgen roepen sommigen.” Nou, misschien, maar hebt u ooit moeite gedaan om deze te leren kennen. Doen we nog een beetje moeite. Wat eten we vandaag. Eet u nog iets van de Here Jezus. Ik wil zo graag voedsel Here, ik snak er naar. Ik heb zo vaak aan anderen gevraagd: Vertel me iets over de Here Jezus. Waar is nog wat te vinden. Het mooie van de Here Jezus, het werkelijke van Zijn offer, de pracht van Zijn toekomst, de schittering van Zijn hemel. Zijn glorie, Zijn heerlijkheid, Zijn grootheid, je kunt eindeloos genieten. Probeer het eens. Ik was dinsdagmorgen in Zelhem, zei ik net, en we hadden: “Want een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. De heerschappij rust op Zijn schouder. Men noemt Hem wonderbare Raadsman, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst”, u weet het wel hè, u kent ze wel, Jesaja, prachtig, schitterend. Händel een hele “Messiah” er aan gewijd, mooie muziek, kun je gaan van genieten. Maar u houdt niet van klassiek. Nou, u houdt dan van de Here Jezus. Maar luister dan eens. Een Kind is ons geboren. Ja, Hij is geboren, in Bethlehem. Een Zoon is ons gegeven. Hij is niet geboren, was Hij al. Mooi hè. Heerschappij: Hij is de Koning. Wonderbare raadsman: De beste psychiater die je kunt bedenken. Betere raasgever, betere therapeut is er niet, Hijzelf. Moet ik dan de therapie van vandaag helemaal afschrijven, nee. Nee, nee nee nee, wees voorzichtig, echt niet. Maar je moet ook bij Hem zijn. Maar Hij is ook de sterke God, Hij is ook de eeuwige Vader. Hij is het. je hebt Hem nodig. Je moet van Hem genieten. En dat is nu precies de kern van het boek Daniël. En je zult ontdekken dat deze mannen in staat zijn om te zien waar het uiteindelijk, waar het uiteindelijk toe leidt.Namelijk de steen die zonder handen losgemaakt, gaat heersen. In hoofdst. 2 vind je het al. Het is zo prachtig het boek Daniël naar je toe te brengen, in je hart leggen en te zeggen: “Here Jezus.” Dat hebben wij nodig voor vandaag, want het is exact dezelfde situatie. En ook al zijn de naampjes een beetje anders. En ook al denkt u van: Ja, dat Irak en Iran, daar kan ik niet zo veel mee. U weet wel wat er in politieke zin bezig is zich te ontwikkelen, wat er in religieuze zin bezig is zich te ontwikkelen, dat ziet u om u heen. U ziet hoe het gaat. U ziet hoe Jeruzalem in nood ligt en in puin is, bij wijze van. Hoe de nood enorm toeneemt. Maar ook hoe het christelijk getuigenis op aarde afneemt, en de dwaalleer toeneemt, en hoe de beïnvloeding toeneemt. Je ziet het allemaal. De enige oplossing is: Hem leren kennen, van Hem leren, met Hem je voeden. Dat geeft wijsheid, dat geeft straling, dat geeft blijdschap, dat geeft een geweldig stuk getuigenis.
De Here zij met u, amen.