Daniël 9 : 24 – 27

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

10. De sleutel van de profetie.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

25 januari 2004
      Lezing

Dan. 9, het laatste stukje vanaf vs 24. Ik lees maar vier verzen voor. Zijn wel hele lange verzen. En ik wil proberen om daar enige duidelijkheid in te verschaffen. En ik hoop ook echt dat de Here me daar in zou willen helpen. Ik heb er ook om gebeden en we hebben dat ook samen gedaan.

Lezen: Dan 9:24-27
Het is onnodig om te zeggen dat we nu met een heel moeilijk stukje zitten. Iedereen die het leest zal zeggen: “Dit is moeilijk.” Dit is inderdaad niet zo gemakkelijk. Nu zijn, in het algemeen, Gods gedachten niet zo gemakkelijk. Gods gedachten zijn hoger dan onze gedachten. Zijn weg is ook hoger dan onze weg, zegt de bijbel. En het hoeft ons dus niet te verbazen als er dingen zijn die wij moeilijk vinden. Maar wij zijn een beetje gemakzuchtig geworden. Wij leven in een tijd van een balloon, uitspraakje van iemand, daar staat in drie woordjes eigenlijk een heel verhaal. Dat zijn natuurlijk hele simpele verhalen, maar goed, men probeert op deze wijze dan toch iets te zeggen. En eigenlijk willen we dat ook wel met de bijbel. Iemand zegt iets, we tekenen Johannes uit en die heeft een heel klein uitspraakje. We tekenen daar een soort ballon omheen en dan moet hij eigenlijk in vijf woorden zeggen waar hij vroeger een heel boek voor nodig had. Nou, zo is het niet. Gods woord is niet een soort stripverhaal met helden die zomaar wat zeggen. Bovendien zijn die verhalen vaak heel simpel. En Gods woord is niet simpel. Is, omdat het hogere gedachten zijn dan die van ons, gewoon moeilijk. Nou, dat schrikt best af. En als je dan voor het eerst komt, en je komt in zo’n gezelschap, en iemand heeft je meegenomen en zegt: “Nou, het is daar best fijn.” En je krijgt vanaf het prilste moment op je bordje te liggen dat het heel moeilijk is. Nou, is het dat dan, is het daarom dat die schoolbankjes zijn blijven staan. Nou, de gevorderden zitten achterin. Dat is altijd zo hè. En degenen die het nog moeten leren die zitten vooraan. Ik moest ook altijd vooraan zitten vroeger. Omdat ik niet goed oplette of zo. Dus u weet waarom ze hier vooraan zitten. Maar u weet het al, daar achter. Moeilijk. Ik moet dit even kwijt, om aan de ene kant een stukje ontspanning te krijgen. Want ik wil zo graag dat u uw hart opent voor wat de Here zou willen zeggen. En dat is niet zo weinig vanavond. Dat is best veel, ook al zijn het maar vier versjes, het is heel compact.
Bedoeld voor mensen die de Here Jezus Christus kennen. Ouwe recept, maar ik wil het opnieuw zeggen. Als je de Here Jezus kent als je Heiland, als je Verlosser, gebeurt er iets met je. Je hebt vrede met God, je hebt een schitterende toekomst voor je, je hebt blijdschap in je hart. Maar de Heilige Geest is gekomen. En de Heilige Geest gaat werken in jou. En die Heilige Geest in jou, dat is het meest moeilijke van alles. Want hoe kun je dat peilen, hoe kun je dat weten. Hoe werkt dat dan, hoe gaat dat dan. Allemaal vragen. Maar de Heilige Geest in ons gaat iets doen. Want de bijbel zegt zelf dat de Heilige Geest in ons gaat wonen om ons de dingen van de Here Jezus duidelijk te maken. Ik zal het nog anders zeggen: Je hebt de Heilige Geest nodig om de bijbel te snappen. Dat is vanavond ook zo. Maar dat is ook gisteren al zo geweest, altijd. De Heilige Geest gaat werken in jou of aan jou of in mij of aan mij.
Nu, ik hoop dat je de Here Jezus kent als je Heiland, als je Verlosser. Dat is niet automatisch hetzelfde als gewoon lid zijn van een club, van een kerk, van een gezelschap. kan wel, maar het is niet hetzelfde per saldo. Ik hoop echt dat je heel bewust gekozen hebt voor de Here Jezus, en dat je echt kunt zeggen: “De Here Jezus, dat is mijn Heiland, dat is mijn Verlosser. Dat is Degene die voor mij aan het kruis van Golgotha betaalde. Hij heeft het voor mij opgelost. Het probleem is weg. Ik ben een kind van God.”
Gelovigen. Gelovigen krijgen van God die bijbel. En die bijbel is bedoeld om nog meer van de Here Jezus te zien. En om de plannen van God te ontdekken. En het plan van God heeft als centrum, de verhoging van de Here Jezus. Dat is het centrum van alle plannen van God. En als er, welke profeet ook in de bijbel te vinden is, dan gaat het bij die profeet, maar ook bij alle anderen, om de verhoging van de Here Jezus. Dat is misschien op het eerste gezicht moeilijk. Want hoe vind je dat dan en hoe ontdek je dat dan. Maar het is duidelijk dat alle profetie te maken heeft met de verhoging van de Here Jezus. Dat is vanavond ook zo, hoe moeilijk het ook is. Daar wijken we niet van af. De moeilijkheid zit hem in een stukje techniek. Een techniek die we hier tegen komen die misschien op het eerste gezicht vrijwel onbegrijpelijk is.
De andere kant van de medaille is, dat dit laatste stukje van hoofdst. 9 van het boek Daniël de sleutel is, dé sleutel is, tot het verstaan van alle profetieën. Nou, als je dan toch een sleutel aanreikt, geef dan een makkelijke. Een soort loper die overal op past. Maar dat is niet zo. De laatste keer, twee weken terug toen we over Daniël spraken, hebben we gezien dat Daniël in gebed ging en ging claimen dat dat wat Jeremia ooit geschreven had, dat dat in vervulling mocht gaan. Hij legde zijn hand op die brief die Jeremia had geschreven. Dat heb ik de vorige keer gezegd. Daar kun je nog bij de familie Verschoor een band van bestellen of een CD-tje. En dan komt, als Daniël bidt en belijdt en erkent, dan komt, ten tijde van het avondoffer Gabriël, die engel, aartsengel. En dan gaat Gabriël Daniël iets vertellen. En het stukje van vanavond is dus onderdeel van wat Gabriël aan Daniël vertelt. Gabriël, door God gestuurd, op het moment van het avondoffer, zegt hij: “Daniël, ik wil je iets vertellen. En dat gaat over uw volk Daniël.”
Zo begint hoofdst 9:24: Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad. Het is absoluut helder voor iedereen die leest, dat het nu niet gaat over Amsterdam of over Nederland of over weet ik veel wat, maar dat het dus gaat over het volk Israël. Uw volk en uw heilige stad. Daarover heeft Daniël namelijk gesproken in zijn gebed. Hij heeft het niet over Amsterdam gehad, of over Veenendaal, Hij heeft het over Jeruzalem gehad, en over het volk Israël. Dus het is heel duidelijk, dat hij, Daniël, het had over Jeruzalem en over het volk daar. En als Gabriël daar op door gaat, dan is het ook: Uw volk, uw heilige stad. Helder, Jeruzalem, het volk van de Joden, Israël, daar gaat het over. En nu kun je zeggen: “Ja, maar wij wonen in Nederland, wij moeten eigenlijk weten wat er in 1600 is gebeurd.” Dat is een jaartal, kon ik heel goed onthouden vroeger. Slag bij Nieuwpoort, 1600 hè, makkelijk getal. En wij moeten dan weten wat er nog verder is gebeurd. Wij moeten weten wat er toen en toen en daar en daar gebeurde. M.a.w., wij gaan onze geschiedenis eigenlijk veel belangrijker vinden dan de geschiedenis van het volk van God. Nu, u hoeft ook niet de geschiedenis van Israël te kennen omdat u Israël-fan bent of zo, of omdat u Israël-kunde studeert, alsof het een vak was. Maar in het plan van God en in de geschiedenis van Israël, zit onlosmakelijk verweven, het plan van God met de Here Jezus. Daar zit het hem. En het hoeft je niet te verbazen, dat de duivel, de tegenstander, die nooit wil dat de Here Jezus zichtbaar wordt, die nooit wil dat de Here Jezus glorie krijgt, dat hij dus probeert om Israël de nek om te draaien. Jeruzalem te dumpen in de Middellandse Zee, of een stad te maken zoals Aman en zoals Damascus en zoals nou ja, welke andere stad dan ook. Dat hoeft je niet te verbazen. Want achter alle haat richting Israël, zit een veel dieper motief, laat ik het maar zo zeggen, en dat is dat de satan niet wil dat daar ooit in die stad, of in het midden van dat volk Iemand koning zal zijn. Toen daar één keer een klein beetje sprake van was: “Waar is geboren de Koning der Joden”, vroegen de wijzen uit het oosten in Jeruzalem, reactie: Kindermoord in Bethlehem. Altijd gaat het de tegenstander om te verhinderen dat de Here Jezus Heer, Koning zal zijn. Altijd is zijn plan er op gericht om de glorie van de Here Jezus in te dammen. Nog liever, uit te bannen. Profetie is daarom zo belangrijk, omdat dit al voorzegd is. En we leven vandaag in een tijd van gemakzucht, van tolerantie, moet kunnen, alles moet kunnen. Zo praten we ook, alles kan. Maar ondertussen gaat het mooie van de profetie weg. Is het zicht op Israël helemaal verdwenen en hebben we nauwelijks nog houvast. En dat komt omdat we de schrift niet kennen. Omdat we Dan. 9 het tweede stukje niet hebben bestudeerd. Ik wil het gewoon een beetje onderstrepen. Beklemtonen, en zeggen dat dit niet zomaar een verhaal is, maar dat dat een verhaal is voor gelovigen. Nog een keer, ik hoop dat je er bij hoort. en voor gelovigen is echt de verhoging van de Here Jezus ongelofelijk belangrijk.
Nu zijn er daar, Gabriël spreekt, over dat volk zeventig weken bepaald. Dat staat in onze vertaling. Nu is dat niet zo’n gelukkige vertaling. Liever had ik dat daar stond zeventig zevens. En zo staat het er ook letterlijk: Zeventig zevens. Dat is al anders dan zeventig weken. Bij ons is een week zondag t/m zaterdag, ongeveer. Maar zeventig zevens, zou ook iets meer kunnen betekenen. En uit het verband van Dan. 9, maar ook uit de rest van dit boek Daniël, blijkt zonneklaar, dat als het gaat om de helft van de week, bijvoorbeeld aan het eind, vs 27, dat dat later ingevuld wordt met tijd, tijden en een halve tijd. Of op een andere plek 42 maanden. Of op een andere plek 1260 dagen. Dus we weten uit de bijbel dat een week, hier bedoeld, niet een week is van maandag t/m., nou ja, van zondag t/m zaterdag. Maar dat het een week is die te maken heeft met een flink aantal dagen. Oftewel, als de helft van de week 42 maanden is, dan geloof ik dat het niet zo moeilijk is om te zeggen dat een hele week dan zal zijn oftewel zeven jaren. En dat is ook weer niet zo vreemd. In Leviticus, daarom heb ik boven op dat bord gezet: Zeventig zevens, en dat zijn volgens Lev. 25, zeventig jaarsabbatten. Dus de term weken of zevens is in de bijbel in Lev. 25:8, ik heb het er niet bij gezet, maar dat sluit u nu op, je moet toch ook wat vertellen nog in de preek zelf hè, alles stond alles wel op het bord. Zeventig zevens, op zich dus niet zo vreemd, komt vaker voor. En in Lev. 25 gaat het om het Jubeljaar. Om de 50 jaar was er een Jubeljaar. En dan zouden er zeven zevens voorbij gaan. Ook daar, Jubeljaar gekoppeld aan een aantal zevens. Ik denk dat dat richting aangeeft, behoorlijk. Jubeljaar, glorie, terug in je bezit. Nou, daar komt een Jubeljaar, ook voor Israël. Terug in het bezit, terug in dat wat ze ooit hadden. Een Jubeljaar, het 50e jaar. U kunt zich voorstellen dat als in 1948 de staat Israël weer bestaansrecht kreeg, dat ze in 1998 ineens: Jubeljaar. U weet, is veel over gepraat. Gebeurde niks, maar ik weet ook niet of het beginpunt wel zo is, maar dat laat ik nu even helemaal los. Feit is dat het nu gaat over Dan. 9. En Gabriël, van God gestuurd, informatie uit de hoogste regionen, het allerhoogste, van de bovenste plank, Gabriël zegt: “Zeventig zevens zijn bepaald over uw volk.” Zeventig zevens, oftewel zeventig jaarsabbatten, dat is 490 jaar. Nou, dat is één. Dus we stellen dat het hier gaat over een periode van 490 jaar. het wordt nog veel moeilijker, dus neem maar een slok koffie intussen, tussentijds. U wou wel. Nou, als u dorst hebt, hier staat een glaasje water. Zeventig zevens, 490 jaar. En het is alsof Gabriël zegt: “Kijk eens, die hele periode van 490 jaar, dat is een complete afronding.” Dat spreekt ons ook wel aan. Het getal zeven heeft iets met volheid te maken, met compleetheid te maken. En zeventig maal zeven, ja, helemaal natuurlijk. Dus het heeft best iets te maken met afgerond, met geheel, met vol. Maar, daar wordt dan gezegd: Om overtreding te voleindigen. Overtreding te voleindigen. Ja, dat is best een hele mond vol. Om zonde af te sluiten. Dat is ook niet niks. Ongerechtigheid te verzoenen. Daar kunnen we iets meer mee denk ik. En om eeuwige gerechtigheid te brengen. Eeuwige gerechtigheid te brengen. Gezichten en profeten te bezegelen. Dus waar die profeten ook over gesproken hebben, dat komt dan tot een einde, tot een voltooiing, tot een compleetheid. Dat wordt echt een soort eindpunt. En om iets allerheiligst te zalven. Weet dan en versta, dat vanaf het ogenblik dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen, tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken. En nu moet u maar naar het bord kijken. Ik heb daar bij gezet 445 before Christ, bC, 445 voor Christus. Hoe kom ik aan dat getal. Nou, dat is niet zo moeilijk, dat is het moment waarop, zoals vs 25 dat zegt, het ogenblik dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. Daar was een koning Kores, misschien zelfs de koning Darius, die in het boek Nehemia voorkomt. Allerwege, voor of tegen allerlei uitleg, allerwege wordt aangenomen dat dat het getal 445 voor Christus is geweest. Toen is het bevel gekomen om Jeruzalem te herbouwen. Je moet je dus voorstellen, ze zijn in Babel, Jeruzalem ligt in puin, de tempel is helemaal verwoest. Daar is niks meer, ze zijn in ballingschap, ze zijn gewoon helemaal verstrooid en zo. En dan komt het moment dat ze weer terug mogen en dat ze weer mogen beginnen met de herbouw van Jeruzalem en met de herbouw van de stad. Dat is ook gebeurd, want u vindt de herbouw daarvan en zo allemaal in het boek Ezra en Nehemia. Ezra over het tempelgebeuren, Nehemia over het stadsgebeuren. Herbouw 445 voor Christus. Nou, daar kan een jaar aan mankeren kunt u zeggen. Nou, ik laat het los, maar, over het algemeen vindt u dit getal terug. Dat kunt u zeker zelf vinden. Als u naar de bibliotheek stapt dan kunt u dit getal terug vinden. Dus niet uit mijn duim, maar historisch vastgelegd. 445 voor Christus. Dat is een soort pijldatum, daar begint het. En dan zijn er 490 jaar besloten, zeventig zevens, vanaf het moment dat dit bevel uit ging, tot ja, afronding van alles. Kijk maar eens. Zeven zevens, dat is het eerste wat u tegenkomt in vs 25, beetje middenin. Om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen, tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven zevens. En 62 weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven met plein en gracht. Maar in de druk van de tijd. Of tijden. Op het bord staat dat er zeven zevens, oftewel 49 jaar zijn verlopen, en dan zal er een vorst zijn. 49 jaar na 445 voor Christus betekent 396 voor Christus. Staat niet op het bord, maar toch hè, 45 min 49, toch, u komt er hè. Het is te pakken. Rekenles, maar u zit ook in school, evangelische bijbelschool, u zit hier, u krijgt rekenles. 396 voor Christus, toen is ook een vorst geweest. Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, landvoogd, is vorst geworden, daar in Jeruzalem, heel precies, u kunt het natrekken als u dat zou willen. 62 weken lang zou Jeruzalem herbouwd blijven met plein en gracht, maar in de druk van de tijden. 62 weken, oftewel 434 jaar, zou Jeruzalem ook in takt blijven, met plein en gracht, de tempel. Maar steeds onder druk van. In de druk van de tijden. Nooit is er meer een koning geweest, nooit en David, nooit een Salomo, nooit een ander. Altijd is de koning van buitenaf gekomen, zijn volkeren de baas geweest in Jeruzalem. Eerst waren dat de mensen uit Babel toen waren dat de mensen, dus Irak, toen waren dat de mensen uit Iran. Daarna kwamen er mensen uit de Balkan, zal ik maar zeggen, van het Griekenland, Macedonië en zo. Die waren toen de baas. En toen, dat heeft heel lang geduurd, en toen kwamen de Romeinen. Die waren er toen de Here Jezus geboren werd. Inschrijving, Herodes, een vazal van de Romeinse bezetter. Pilatus, ik ben de baas. Wat denkt u wel. Ik kan U toch vrij laten. 434 jaar dus 62 x 7, 434 jaar in takt. In totaal zijn we nu niet op het jaar 0 uitgekomen, maar op het jaar +38. Dus niet 38 before Christ, maar 38 na Christus, zoals wij dat vandaag zouden zeggen. Het jaar 38 na Christus. Is een beetje een rare rekensom, 445, daar moet je 49 vanaf trekken en dan nog een keer 434, kom je op 38+ uit als je steeds min doet. Maar dat is 38 na Christus. Het jaar 38 na Christus zou dan het moment zijn waarop, hier staat het, na de 62 weken zal een Gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen Hem is. Dat is precies gebeurd hè. Wie is die Gezalfde. Jeshua zegt hier iemand. Je mag ook Jezus zeggen. De Here Jezus. En die uitdrukking: Alhoewel er niets tegen Hem is, snappen we, want er was aan Hem geen kwaad. Er was aan Hem niets wat fout was. Maar die vertaling is misschien wel laakbaar. Misschien moet je letterlijk vertalen: En Hij zal niets hebben. We hebben dus vertaald: Er was bij Hem niks verkeerds. Maar je kunt ook lezen: En Hij zal niets hebben. Dus er zal dus Iemand worden uitgeroeid, een Gezalfde, maar Hij heeft niets. Dat betekent: Er zal geen koninkrijk voor Hem zijn. Ze wilden niet dat Hij Koning over hen zou zijn. Ze hebben Hem weggestuurd, weggehoond. Ze hebben Hem uit de tempel gegooid, uit Jeruzalem gegooid, uiteindelijk in alle opzichten verworpen. hij heeft niets. De Zoon des mensen heeft geen plaats waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen. “Vossen hebben nog een hol, vogels hebben nog een nest, maar Ik heb niks”, zei de Here Jezus. Hij heeft niks. Dus ik wil ook nog aannemen dat de vertaling kan van: Er was niets tegen Hem. Pilatus zegt tot zeven keer toe: ‘Ik vind geen schuld in Hem”, of zijn vrouw zegt het, of hij zegt het op een andere manier. In elk geval, hij maakt zeven keer achter elkaar duidelijk dat er aan Hem niets mankeert, dat er eigenlijk geen grond is voor enige veroordeling. En Hij heeft ook niets.
We zijn aangekomen bij het jaar 38 na Christus. Nu hebben we gehad: zeven weken, 62 weken. In totaal 69 weken. en we hadden, alles bij elkaar, zeventig. Ah, nog 1 week. Waar gaat het over. De moeilijkheid komt nu pas. Is die laatste periode van zeven jaar toen verder gegaan. en daar zit de bottle neck. Dat is ook het moeilijke van de uitleg. Dit is nog te snappen, denk ik tenminste. Ik hoop het. Maar de rest is veel moeilijker. Bedoelt de Here nu te zeggen, dat die week daarna, dus die periode van zeven jaar daarna, dat dat de periode is dat de tempel werd verwoest. Nou, dat kan ook al niet, want dat is in het jaar 70 pas gebeurd. Dus in die zin, in de letterlijke zin, is dat ook niet zeven jaar na het moment van: Hij is gekruisigd, Hij is overgegeven, zij wilden Hem niet. Dus in de letterlijke zin was dat ook niet zo. Maar er is nog wat anders. Toen, en ik geloof dat ik daar heel duidelijk grond voor heb, toen is de Here Jezus teruggekeerd naar Zijn hemel. Vandaar die wat roodachtige pijl, ik had geen andere kleur, maar het valt ook wel op. De Here Jezus, Hij heeft niks. En toen Hij in de hemel kwam, toen zei Zijn Vader tegen Hem: “Hier heb je alles.” gekroond is Hij nu, met eer en heerlijkheid. Hij zit in de troon en alles buigt. En niemand op aarde ziet dat. het is volstrekt uit ons blikveld gehaald. We kunnen dat niet zien, we kunnen dat niet waarnemen. En het is toch waar, want de bijbel zegt dat Hij opgevaren is. Met eer en heerlijkheid is Hij gekroond. Hij is daar nu in glorie in de troon, de Here Jezus.
En daarna is die periode van zeven jaar gekomen. halverwege, zouden we dan moeten zeggen hè, halverwege die laatste week, die laatste periode van zeven jaar, zal slachtoffer en spijsoffer ophouden, en zou er van alles gebeuren. Dat is niet gebeurd. En daar zitten we dus. Nu kun je zeggen: Nu is je start niet goed Dato. Je had anders moeten beginnen, dan was het misschien wel goed uitgekomen. Of je had een andere formule moeten kiezen. Nu, die dingen, die vragen zijn allemaal al gesteld geweest. Ik ben ook niet de enige die dit ziet of die dit zo uitlegt. Ik wil het wel op een eenvoudige manier aan jullie vertellen als ik het kan. Maar in elk geval, de Here Jezus is nu terug en het is alsof God zegt: “En nu stokt het. Mijn klok zet ik nu even helemaal stil.” Ik geloof ook dat ik dat zeggen kan op grond van ook andere profetieën. Vanaf dat moment is Israël terzijde geschoven. Ze hebben zelf gezegd: “Wij willen niet dat Hij Koning over ons is. Weg met Hem, weg met Hem.” Hij die het centrum zou zijn van Jeruzalem en Die het centrum zou zijn van de tempel en de tempeldienst is niet geaccepteerd, is weggeschoven, is weggehoond, en de Here heeft de klok stilgezet. Sommigen hebben daaruit de conclusie getrokken, en dat kunt u weten uit uw eigen geestelijke ontwikkeling misschien. Ja, maar toen is de Gemeente gekomen en is dus die zaak gewoon doorgerold. Wat vroeger Israël was is nu Gemeente. Gewoon Israël in plaats van. Antwoord: Ho, ho. Uit dit boek Daniël blijkt namelijk zonneklaar dat dat niet zo is. Hier blijkt dat de Here zeventig weken heeft bepaald over Jeruzalem en over het volk Israël, heel precies. We hebben 69 weken gehad. Is die 70e week, die laatste week wel of niet gekomen. Mijn antwoord is: Die is niet gekomen. Want de Here Jezus is weggegaan, ze wilden Hem niet. En nu had God natuurlijk kunnen zeggen: “Nou, nu moet je het zelf weten. Zoek het maar uit. Dan stop Ik ook.” Nou, reactie van mij misschien, maar niet van de Here God. De Here God zei: “Nee, Ik heb zeventig weken besloten, zeventig zevens over mijn volk, en dat ga Ik ook afmaken.” Vanaf het moment dat de Here Jezus wegging is alles anders. Toen is er niet meer in de tempel een soort manifestatie geweest. Ja, de discipelen zijn wel in de tempel geweest, ook Paulus nog later. Maar in de tempel daar was het niet meer. Daar had God een voorhang gescheurd. Dat is veel belangrijker dan u vermoedt. Ik heb vroeger geleerd dat de voorhang die gescheurd is, dat is ongeveer hetzelfde als: De hemel is nu open. We probeerden dat uit te leggen met tabernakelstudies en met tempelstudies. Weet je wat, de Here Jezus zei: “Het is volbracht”, en vanaf dat moment scheurde het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden. En dat betekent voor veel dichters, en ook voor veel gelovigen, dat op dat moment de hemel open is, dat de toegang vrij is, dat we zo naar de Here God kunnen gaan. Nou, ik geloof er niets van dat het dat betekent. I´m sorry, maar ik geloof er niets van. Ik probeer het. Want het is me even als voorbeeld heel erg dierbaar. Toen de Here Jezus stierf, toen heeft God gezegd: “De dienst in dat huis, daar in Jeruzalem, is inhoudsloos geworden.” Daar was al niks achter het gordijn. Daar is nooit een ark van het verbond terug gekomen. De TROS wil nu beweren dat in Ethiopië een ark des verbonds gevonden zou zijn. Laat maar. Andere suggesties zijn er ook. Ik laat het ook even los. Maar de Here Jezus heeft “het is volbracht” gezegd, en op dat moment scheurt het voorhangsel van boven naar beneden. Daar was niets achter dat gordijn. Op het moment dat de Here Jezus dit zei, was het het uur van het avondoffer hè. Dat zit er nog van twee weken terug. Het avondoffer, toen zei de Here Jezus het is volbracht. Het voorhangsel scheurt, de priester was net bezig met het reukwerk bij het gouden reukofferaltaar, vlak voor dat gordijn. Nou, die kreeg me daar een schrik. Ja je zult er maar staan met reukwerk. Ineens pats boem, dat ding van boven naar beneden. ja, en toen, ja, toen was de achterzaal vrij. Je kon zo doorlopen. En als wij nu zeggen: “Ja, maar dat gaf aan dat de hemel nu open is.” Nu, die priesters hadden net geroepen: “Weg met Hem, weg met Hem.” En aan hen zou de Here duidelijk maken dat de hemel nu open is? Ik geloof er niets van. Nog sterker, ik heb hele duidelijke bewijzen dat dat helemaal niet kan. Ik wil zo graag duidelijk maken dat op dat moment de Here zei: “Jullie tempeldienst: over. het is leeg, het is inhoudsloos. Jullie stoppen bij dit gordijn? Ik ben er niet meer. Ik ben er wel geweest. En waag het niet om in het heilige der heiligen te komen, maar Ik ben er helemaal niet meer.” Hij is weggegaan, Hij is weggegaan. En nu is de brief aan de Hebreeën zo opmerkelijk. Daar gaat het over die tempel. Daar gaat het over die dienst in die tempel. Wat zegt de schrijver van die brief: Jullie moeten niet in die tempel zijn. Jullie moeten niet bij het gescheurde voorhangsel zijn. Zal wel keurig met naald en draad paraat dichtgenaaid zijn denk ik. Daar moet je helemaal niet zijn. Jullie moeten buiten de legerplaats zijn. Jullie daar zijn waar de Here Jezus zit. dat is de taal van de brief aan de Joden, gelovigen uit de Joden. Jullie moeten niet in de tempel zijn. Daar is niks meer. Daar is alles leeg, daar is alles weg. buiten Jeruzalem, daar is het gebeurd. het kruis, buiten de legerplaats, daar moet je zijn. Dat is de taal van die brief aan de Hebreeën. Aan de Hebreeën, die hoorden dus: Nee, het is over. Daar valt niks meer, daar is geen tempel, geen huis meer. Daarom zei de Here Jezus vooraf al: “Uw huis worde u woest gelaten. Jeruzalem, Jeruzalem, Ik heb geweend. Ik heb jullie bij elkaar willen brengen, zoals een hen haar kuikens bij elkaar brengt. Maar jullie hebben niet gewild.” Buiten Jeruzalem moet je zijn. Het kruis van de Here Jezus. De tempel en de tempeldienst was inhoudsloos geworden. Daar was niks meer. En gelovigen uit de Joodse families krijgen ook te horen: Ga daar maar niet naar toe, daar moet je niet meer komen, doe dat maar niet. Dat is echt, als u de brief aan de Hebreeën, gelovigen uit de Joden, als u de brief aan de Hebreeën leest, dan kunt u maar één conclusie trekken: Ja, die houdt ons bij die tempel vandaan. Die zegt: Je moet daar helemaal niet zijn. Die tempel is voorbij. het huis van de Vader is het huis van de Joden geworden. En het heilige der heiligen, dat is er niet meer. Als ze Hem niet willen, dan is er helemaal niets meer. Daar heeft God de streep gezet.
En nu komt de klemmende vraag: En wanneer zou die zeventigste week dan weer gaan komen. Is daar enige indicatie van. Antwoord: Ja, ik weet het heel precies. Vanaf het moment dat de Here Jezus weg is gegaan, is er een nieuw getuigenis ontstaan. Een getuigenis die wij de Gemeente noemen. Door de Heilige Geest bij elkaar gebracht. Dus niet lijfelijke banden, weet je wel, als je uit een Joodse familie geboren bent. Nou, je wordt besneden, hoor je er bij. Nee, niet lijfelijke banden, niet uit vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren. Een nieuw, nieuw begin, volkomen nieuw En toen heeft de Here God, door de Heilige Geest te geven aan ieder die gelooft, die mensen die allemaal de Heilige Geest hebben, aaneen gesmeed, tot een lichaam gemaakt. Dat lichaam van Christus, de Gemeente. Jij en ik maken daar deel van uit. Maar Paulus zegt: “Dat was nooit bekend, niemand heeft dat ooit gezien.” Niemand heeft ooit geweten dat er iets als de Gemeente zou ontstaan. Over de Gemeente is ook geen enkele profetie. Er is helemaal niks over de Gemeente. Dat was een verborgenheid, dat was een mysterie, dat was een geheimenis. Taal uit het NT. Daar is nooit, maar dan ook nooit iets over bekend gemaakt. ja, engelen hebben daar misschien aan geroken en die waren benieuwd op welke of hoedanige tijd dit zo allemaal zou gaan slaan. En profeten hebben er ook aan geroken, en wisten het ook niet. Ze hebben er wel misschien iets over gezegd. Maar we weten uit de bijbel: Er is niets bekend geweest van de Gemeente, totaal niets. Het was een verborgenheid, een geheimenis, een mysterie. Toen Israël zei: “nee”, en toen het tempelgordijn scheurde, toen heeft God gezegd: “Nu is het over”, toen is de Gemeente gekomen. een mysterie van God. En wij maar denken dat wij de belangrijkste zijn van allemaal. Nee, we zijn er, ineens is dat zichtbaar geweest. Niet dat God toen ineens iets nieuws bedacht. Want Hij had zich al voorgenomen, voor de grondlegging van de wereld, dit een keer te doen. Maar niemand wist het. Niemand wist het. En toen Israël nee zei, heeft God gezegd: “Nu laat ik even een soort gedachte van Mijzelf zien, waar ik al de eeuwen door al naar verlangd heb, namelijk een groep die wel de Here Jezus zouden aannemen. Een groep die wel zou buigen voor Hem.” Een bijzondere ontwikkeling. Over die Gemeente is niets bekend. Geen enkele profeet heeft iets gezegd over jou en over mij.
Blijft die Gemeente hier altijd. ja, dan komt de volgende vraag: Als we de Gemeente verwarren met Israël, dan kom je nergens. Laat Israël nu eens staan. Op het punt: God heeft gezegd: “Nu zet ik een streep, nu laat Ik het even voor wat het is. En nu ga Ik met de Gemeente, ooit, ooit voorzegd maar nooit zichtbaar geweest, nu ga ik met die Gemeente verder.” En er komt een moment dat de Gemeente wordt weggenomen. Even slikken hè. Ja, ik weet dat het veel is. Maar u bent hier vaker geweest, de meesten van u. En ik geloof dat dat moment van wegname van de gemeente wel heel spoedig zou kunnen zijn. Een van de grootste argumenten om te zeggen dat de Gemeente eerst wordt opgenomen, ligt nota bene hier. ja, wel versluierd, wel een beetje op afstand, maar het ligt wel hier. want als de Gemeente voltallig is, dan zegt de Here Jezus: “Komen jullie?” Pam, ineens zijn we weg. Daarom wordt tegen u gezegd: “Je hoort hier helemaal niet. Jij hoort hier niet. Jij hoort in de hemel. je burgerschap is in de hemel. Je hoort in het huis van de Vader. Daar wil Ik je hebben. Hier op aarde, niks te zoeken. Hier op aarde is niks voor jou.” terwijl Jeruzalem, op aarde, een zegenplaats en een zegenstad zal zijn. Maar jij hoort hier niet. Zouden we dit nu maar eens gaan beseffen, zouden we dit nu maar eens gaan bedenken, dan zouden we misschien verlangen naar het moment waarop de Here Jezus zegt: “Kom.” Nu, daar gaan we met z’n allen pts. En dan, als die Gemeente weg is zet God die klok die stil stond, voor Israël, weer in beweging. Tik, tik, dan gaat die weer verder. Dat is het geheimenis, dat is die verborgenheid van een Gemeente zijn, van het mysterie van de Gemeente. En als, als de Here Jezus u en mij bij zich roept: Maranatha, Jezus komt. Als we naar Hem gaan en bij Hem zijn, dan gaat de klok hier op aarde doortikken. Dan begint die laatste periode van zeven jaar.
In die periode van zeven jaar zal een vorst van alles uitspoken. Hij zal zijn uiterste best doen om alles stuk te krijgen. En hij zal halverwege die week spijsoffer en slachtoffer stoppen. En dat krijgen we in Dan. 11, in detail, in detail, dit is hoofdlijn, Dan. 9. Maar in de details uitgewerkt krijgt u dit nog. En in detail zegt de Here dat er dan een vreselijke periode van grote nood, namelijk dat hij zichzelf als god presenteert. Dat hij op de troon gaat zitten. Dat hij zegt dat hij god is. Dat alle mensen hem moeten aanbidden. Dat er een afgodisch stelsel komt. Dat er van alles gaat gebeuren op aarde. Maar Israël is weer het centrum. het verbond voor velen. Israël zal zich vanwege de nood, dat is mijn uitleg, verbinden met Europa. Wie zal zeggen, weet je, Amerika, nu nog een beetje vriendje, maar als dat zo komt….. We moeten proberen om een soort routemap voor vrede te ontwikkelen. Nou, die zie je nu al een beetje komen, maar dat gaat verder. Israël verbindt zich, een verbond. Maar halverwege zal het verbond voor velen ongelofelijk zwaar worden. Dat betekent: Ze zullen er achter komen dat ze op het verkeerde spoor gezet zijn. Dat ze de verkeerde keuzes hebben gemaakt. Dat ze op een verkeerd punt zijn gaan leunen. En het blijkt hen te doorboren, zoals je op een stok leunt waar een spitse punt aan zit. Op een gegeven moment, ja dan prikt dat zal ik maar zeggen. Zo ongeveer. Maar halverwege die week wordt het een verschrikking, wordt het een vreselijke toestand. Dan is de grote verdrukking kompleet. Daarom zeggen we wel eens: “De grote verdrukking duurt zeven jaar.” Nee, als de tijd niet verkort zou worden, zou er niemand overblijven, zal dus drie en een half jaar zijn. Een helft van die week, drie en een half jaar. Daarom wordt in het boek Openbaring 1260 dagen genoemd. Tijd, tijden en een halve tijd, drie en een half jaar, oftewel 42 maanden. Drie en een half jaar, wordt heel precies geduid, de tijd van grote nood is drie en een half jaar. Staat hier allemaal. En dat wordt afgerond met het zalven van iets allerheiligst, zonde en ongerechtigheid af te sluiten, een eeuwige, eeuwige verzoening, een eeuwige gerechtigheid te vestigen. Dan komt de gezalfde. Dan komt Jeshua, de Messias, de Here Jezus. Hij komt aan het eind van deze zeven jaar, die laatste zeven jaar, komt de Here Jezus, en de vrede is alom. De vergeving is daar. En het is allemaal gegrond op datzelfde avondoffer. Het is onvoorstelbaar.
Dat is de lijn van deze studie. Ik snap dat u het moeilijk vindt, maar u gaat naar de fam. Verschoor, u neemt een bandje, en u luistert twaalf keer, en ik ben er overtuigd van, of als u het dertien keer luistert, dan weet u het precies. Niet mijn woorden, lieve mensen, nee. Maar ik zou u nu eens nog wat anders willen vragen. Als de afronding van dit de verhoging is van de Messias, als de afronding van dit, het zalven is van het allerheiligst, van Iemand die dan gaat schitteren, hoe gaat het dan vandaag bij jou en bij mij. Even los van de tijd. Wij staan nu hier op aarde. Als dat gaat gebeuren, bij het volk der Joden. Als ze Hem gaan zien als de Messias, en ze Hem gaan prijzen. Als ze echt gaan roepen Hosanna, hosanna, gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Dat gaan ze dan roepen, massaal. Wie is Hij nu voor jou dan. Als je nu morgenvroeg in gebed gaat. Ga je dan zeggen: “Here God, het verkeer is zo, misschien komt er sneeuw, misschien is het glad, misschien doet mijn auto het niet. Ik ontmoet weer die collega die altijd zo, nou ja, zo narrig is. En ik ontmoet die mensen die alleen maar over voetbal willen praten. Ik ontmoet de buurvrouw, die begint weer over: Bij Aldi is het toch goedkoper dan bij Albert Heijn.” Nee, ik, een paar dingen, gewoon. Is dat ongeveer het verhaal van: Here God ik wil het toch even met U delen want ik zit daar mee, dus ik… Hoe vul ik het nu in, morgen. Of gaat u zeggen: “Here Jezus, straks bent U de koning. Straks gaat U schitteren. Straks heerst U, straks buigt iedereen voor U. Straks gaat alle knie voor U buigen, gaat elke tong belijden dat U Here bent. Maar voor mij Here Jezus, bent u het nú. Ik wil U prijzen Here. Ik wil U groot maken Here. Ik wil U verhogen Here. Ik wil U het hosanna toezingen Here. Ik wil U eren Here”, toch. Waarom zou u het niet doen. Welke reden hebt u om het niet te doen. U hebt geen reden. Want als u nu zegt: “Ja, maar dit is Israël, mooi hè, ja, ja. Ja, wel ingewikkeld, maar wel mooi voor Israël.” Ja, het is ook mooi. God gaat de draad met Israël weer oppakken, ondanks hun afwijzen en hun afdwaal. En op hetzelfde moment mag je zeggen: “En wij dan.” Als dit nu waar is voor Israël. Als ze dan iets allerheiligst in hun midden hebben. En jij hebt de Here Jezus in je hart, wat doe je daar dan mee. Ga je dan zeggen: “Nou, ja, dat was wel te moeilijk vanavond. Vrouw, is er nog koffie.” Mijn schoonvader zei: “Kop vol wichten.” Nou het kon ook een kop vol wichten zijn, maar hij bedoelde, hij wou nog wel een koffie hebben. Zo van….. Ja, hoe gaat u om met de Here Jezus. Als Hij dat allerheiligste is, dan gaat schitteren. Dan vind ik dat we ook vandaag moeten zeggen: “Voor mij is dit nu al zo.” Niet dat het hetzelfde moment in de tijd is. Maar wij horen hier eigenlijk niet, maar wij beseffen wel dat Hij alle eer gaat krijgen van mensen die dan op aarde leven. Dan geeft alles Hem eer. Dan buigt alles. Heel Jeruzalem staat op z´n kop voor Hem, ja buigt voor Hem, schittert voor Hem, trilt voor Hem. De dorpelposten beven voor Hem. Alles voor Hem, dan, op aarde. En dan maar slapjanussen hier, als Gemeente van: Nou, het zal mijn tijd wel uitduren. Ja, ik ben toe aan mijn broodnodige rust. Sorry hoor, advertentiekreet. Maar, toe maar. Dat is toch zo. Dan kun je toch niet zeggen: “Laat maar.” Dit kan toch niet. Dan moet je toch zeggen: “Here Jezus, in vuur en in vlam voor U, we gaan voor U. We gaan voor U uit ons dak.” Nou ja, ik weet niet hoe dat gaat, maar goed. Amen, toch iets doen, iets doen hè, in elk geval. Gewoon de Here prijzen, gewoon groot maken. Ik hoop dat u Dan. 9 niet alleen als een technisch stukje ziet. Dat is het wel hoor, dit laatste stukje. Maar dat u ook de les leert van: als dat dan de verhoging van de Messias wordt, en dat wordt het hier, nou, dan hebben we vandaag ook een taak, vind ik.
Ik hoop dat u er bij bent. Ik hoop dat je de Here Jezus kent. En als dat niet zo is, blijf dan achter. Ga met Jelle praten, met Bas van den Bosch, met Jan Diepenveen, met mij, maar met vele anderen hier. Hier zitten zoveel oprechte kinderen van God die je graag zouden willen helpen en je graag bij de Here Jezus zouden willen brengen om ook te zien wat hier gaat gebeuren. De Here zegene jullie, amen.