Daniël 10

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

11. De verschijning van God.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,
8 februari 2004
      Lezing

Lezen: Daniël 10
Tot zover het lezen van de bijbel. We zijn bezig met bestuderen, het kijken naar het boek Daniël. En we willen dat zo graag, omdat in het Daniël heel veel over de toekomst van onze Here Jezus wordt meegedeeld. Profetie gaat altijd over de Here Jezus. Ik probeer het elke avond te zeggen hier: De Geest van de profetie is het getuigenis van de Here Jezus. het gaat echt om Hem. En dit is bedoeld voor mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. Dus mensen die weet hebben van hun schuldvergeving. Van: Ik ben een kind van God en door het geloof in Hem mag ik echt vrede met God hebben. Daarover nog meer straks. Maar dat zijn geweldige dingen al, superdingen, dat je echt weet gelovig te zijn en te weten eeuwig leven te hebben.
Daniël bevindt zich nog steeds in Irak. Hij is in dit hoofdstuk drie weken lang aan de Tigris. En natuurlijk doet zich de vraag voor: Waarom zou hij daar drie weken lang aan het vasten zijn. Vasten is hier niet: helemaal niet eten of zo. Wel iets, maar geen smakelijke spijze en geen after shave, zouden wij zeggen, voor mannenbroeders. Geen gezalf, geen verzorging, geen extra verzorging van het lichaam. Daar is hij. Daar aan Tigris krijgt hij een bijzondere openbaring. En die openbaring is heel uniek. Voor dit boek zelfs nog uniek.
We hebben al heel veel gezien. In hoofdst. 9 zagen we hoe de Here God aan Daniël, door Zijn engel Gabriël, laat weten dat er zeventig van die z.g. jaarweken, zeventig zevens zijn besloten over dat volk Israël. En we hebben getracht uiteen te zetten hoe dat nog gaat ingevuld worden. Voor een deel is het al ingevuld, en voor een deel wordt het nog ingevuld.
En nu een soort tussenzin. Die tussenzin is eigenlijk de openbaring aan Daniël, van de glorierijke Here. En dan gaat het in hoofdst. 11 weer verder met de details van hoofdst. 9. ZO ongeveer moet u dit hoofdstuk zien. Als een soort intro op hoofdst. 11. Hoofdst. 11 gaan we nu niet overdenken, want dat wordt te veel denk ik, voor één avond. Veel en veel en veel te veel. Maar toch genoeg om bij stil te staan. Om een aantal dingen duidelijk te maken. Daniël had zich in het begin van hoofdst. 9 verootmoedigd. Hij had tegen de Here God gezegd: “Het is onze schuld dat Jeruzalem nu braak ligt. Het is ons falen dat er van alles mis ging. Niet die en die, maar wij, ook wij, ook om mijn familie, ook ik, wij horen daarbij. Wij hebben schuld aan het enorme van de verwoesting van Jeruzalem.” En dat is hem zo hoog in het hart gegeven, dat hij om die reden, voor zover ik het zie, drie weken lang aan het vasten is.
Er zijn allerlei gissingen. Dit is het derde jaar van koning Kores. Toen koning Kores, misschien even voor alle helderheid: Eerst waren de mensen van Babel, van Irak aan het bewind. Daarna waren de mensen van de Mediërs en de Perzen, vandaag heet dat Iran, aan het bewind. En Kores was de eerste koning die dus nu, uit de stammen van Iran, toestemming gaf, voor Israël, om terug te keren naar Jeruzalem. En voor zover ik mijn bijbel ken, broeders en zusters, is het helemaal niet zo gladjes gegaan dat terug keren. Je zou zeggen: Nu mogen de eerste elite weer terug. Ze krijgen nota bene toestemming en een beetje begeleiding, en dat aantal valt zwaar en zwaar tegen. In drie groepjes gaan er mensen terug naar Jeruzalem. En één van die groepjes moet er in de dagen van hoofdst. 10 al geweest zijn. Die waren al terug in Jeruzalem. En die waren daar begonnen met: Ja, de Here wil dat we hier een altaar, een huis voor de Here gaan bouwen. U vindt dit allemaal in het boek Ezra terug. Maar, toen ze daar begonnen, toen ging het helemaal niet goed. De publieke opinie was tegen. We zouden vandaag zeggen: “Ze zijn allerlei petities gaan aanbieden.” Ze zijn rechtszaken begonnen en ze hebben getracht op alle mogelijke manier om het werk daar te verstoren. Dat is deze tijd. Daniël wist al dat het niet zo glad ging in Jeruzalem met de herbouw. En hij heeft het aangezicht van God daarom gezocht. En dat is ook, denk ik, heel erg nodig geweest. Natuurlijk dringt de vraag aan ons op: Waarom is Daniël niet mee gegaan. Nou, die vraag kan ik niet beantwoorden. Die vraag is natuurlijk al voor vandaag gesteld. Want dat had gekund. Hij, een groot man, een staatsman, daar aan het hof, een belangrijke functie, had toch mee kunnen gaan. Heeft hij niet gedaan. Waarom zal wel altijd een raadsel blijven. Nou, altijd, we zullen het in de hemel, ik ga, zulke dingen ga ik vragen. Ja, als ik Daniël ontmoet zal ik vragen: Waarom bleef je daar. En ik krijg een antwoord. Ik krijg echt een antwoord. Want de Here zal echt toestaan dat we daarover helderheid krijgen. Dingen die je graag wilt weten zul je daar ontdekken. Dat geloof ik stellig. Maar goed, Daniël dus nog in het land Babel, aan de Tigris. In Jeruzalem al een klein plukje die daar begonnen zijn, maar op enorme tegenstand stuiten. Profetie: Zoveel weken zijn er, zijn er bepaald en dan en dan gaat het gebeuren. Het is allemaal een hele complexe aangelegenheid als je dit allemaal in elkaar steekt. Dan wordt het misschien wel heel moeilijk. Maar je kunt je ook voorstellen dat Daniël, die zo leed, met de Here leed, omdat er in Jeruzalem geen heiligdom meer was. Omdat er in Jeruzalem geen altaar meer stond. Omdat er in Jeruzalem geen offers meer werden gebracht. Omdat er geen feesten des Heren, voor de Here, in Jeruzalem gevierd werden. Het was allemaal voorbij. En het leek eventjes op te vlammen a.h.w., eventjes zichtbaar te worden en dan, ja, dan zakt het weer in.
Nu, Daniël zoekt het aangezicht van God. En hij doet dat, naar Babelse tijdrekening in de eerste maand, maar voor zover ik mijn bijbel ken is dat de zevende maand in Israël. En wat zou normaal geweest zijn in de zevende maand. De eerste dag van de zevende maand: Het feest van het geklank. Op de tiende dag van de zevende maand: Het Loofhuttenfeest. Op de vijftiende dag van de zevende maand, I´m sorry, op de tiende dag van de zevende maand: Grote Verzoendag. Ik vergiste mij hè, ik vergiste me. Is het helder: Eerste dag, het feest van het geklank, eerste dag van die zevende maand. Tiende dag van de zevende maand, de Grote Verzoendag. Vijftiende dag van diezelfde zevende maand zou het loofhuttenfeest beginnen. Dat duurde zeven dagen. En als die zeven dagen voorbij waren dan kwam er nog een merkwaardige achtste dag achteraan. Als u dan telt, dan zit u bij drieëntwintig. En op de vierentwintigste dag van die maand gebeurt er iets. De periode die normaliter de Israëlische man in Jeruzalem zou hebben gebracht, daar zou hij normaal gesproken zijn geweest, daar zou hij de Here hebben geprezen. En ik heb één keer het Loofhuttenfeest daar meegemaakt. Het is nog een gigantisch feest, nu nog. Ook al is het niet in een tempel, nog steeds. Maar toen was het een uitbundig gebeuren. En als er in de dagen van Nehemia en Ezra verdrietige dingen zijn, niet verdrietig zijn: Zendt elkaar geschenken, geeft elkaar lekkernijen, doe iets. Feest, blijdschap, schittering, dat was die maand. En nu, in diezelfde zevende maand is in Jeruzalem de herbouw gestaakt door de druk van rondom, en Daniël zoekt het aangezicht van de Here God. Dat is de reden waarom hij drie weken lang, precies die periode aan het vasten is, aan het zoeken is: Here God wat bedoelt U, wat wilt U. Nu hadden we een kleine uitweg, en het lukt kennelijk niet. En weer krijgt Uw Naam niet de glorie die het zou moeten hebben. Dat is de achtergrond. En die achtergrond is heel erg boeiend, vind ikzelf. Maar daar mag u anders over denken, maar dat moet je eigenlijk meenemen om te begrijpen waarom Daniël op zijn hoge dag, zijn hoge leeftijd, daar nog aan de Tigris is, en daar zo het aangezicht van God zoekt.
Daniël krijgt dan bezoek, op die vierentwintigste dag van diezelfde maand, dus het is precies afgelopen. En let maar op, op het boek Nehemia. Daar kom je diezelfde dagen daar weer tegen. De vierentwintigste dag van die maand, weet je wel. Het gaat daar om dezelfde dingen. Niet om hetzelfde jaar hoor, maar wel om een bepaalde periode. En op de vierentwintigste dag, dan gebeurt er iets. Dat is hier ook zo. De Here openbaart Zich aan Daniël. Daniël in verootmoediging voor de Here, in zak en as, in vasten en in gebed. En dan komt de Here bij Daniël. En dat wat dan gebeurt is bijna onbeschrijfelijk, voor het OT. Zo schitterend, Daniël krijgt bezoek van JHWH Zelf, de Here Zelf. De Man in linnen klederen gekleed. Ik wil u gewoon blij maken. Als wij vandaag een trouwerij zien. Misschien zag u wel iets van Love Letters, of hebt u zelf allerlei dingen meegemaakt. Nou, u kunt beter uw eigen invulling hebben dan Love Letters, voor zover ik het kan beoordelen. Maar hoe dan ook, u hebt het wel gezien, en dan is het ineens strikt geheim. De bruid mag niet weten hoe de bruidegom eruit ziet en de bruidegom mag niet weten hoe de bruid eruit ziet. Dat wordt allemaal verstopt en verborgen. Ze weten het toch wel hoor, langs allerlei slinkse wegen, maar goed, dat is wat anders. Maar het wordt allemaal verstopt. Ik zal u nu wat zeggen. Ik weet hoe de bruid eruit ziet. En dat staat in Openb. 19. Haar is het gegeven bekleed te zijn met fijn linnen. Smetteloos fijn linnen. Dit zijn de rechtvaardige daden van de heiligen, zegt het NT erbij. Je zou nog naar de betekenis gaan raden. Nou, hoeft niet, het is gegeven. En ik weet ook hoe de Bruidegom eruit ziet. In linnen gekleed. Aha, zelfde kleur man. Ja, precies. Sorry dat ik het wat raar zeg, maar dat staat hier. Het is alsof gezegd wordt: Kijk eens, als straks de bruid, in het linnen gestoken, getooid is met de gerechtigheden, de rechtvaardige daden van de heiligen, dan is hier de Bruidegom zichtbaar. De Koning wordt zichtbaar, in linnen gekleed, met een gouden gordel om. Dat is het verschil, natuurlijk. Goud spreekt altijd van goddelijke gerechtigheid, van goddelijke heerlijkheid. En Zijn ogen en enfin, Zijn hele uitstraling, is de Here Zelf, JHWH Zelf. En Die komt bij Daniël op bezoek. Nou, ik kan me voorstellen dat Daniël de schrik van z´n leven krijgt. Iets wat Johannes is overkomen toen hij op Pathmos was, u weet het wel, u vindt dat in Openb. 1: Ik was op het eiland Pathmos, genaamd Pathmos, om het woord van God te noemen, het getuigenis van Jezus. En dan ineens komt er Iemand naar hem toe. Nou, hij krijgt ook de schik van z´n leven. Valt als dood aan Zijn voeten. Weet niet meer wat hij zeggen moet. En als dan blijkt dat dat Diezelfde is Die hier op aarde rondwandelde, dan zou je zeggen: “Nou, daar hoefde Johannes toch niet zo bijzonder van onder de indruk te zijn.” Die Here had hij drie jaren lang meegemaakt, bijna dag en nacht. En hij had met Hem gegeten, gedronken. En ze hadden ja, samen aan tafel gelegen, hij heel dicht, Johannes heel dicht bij de Here Jezus. Maar dan ziet hij ineens de Here Jezus in Zijn koninklijke waardigheid en hij ligt als dood aan Zijn voeten. Datzelfde overkwam Daniël. Ook al heb je, wat we wel eens noemen, ervaringen. Ook al heb je ontmoetingen, ook al heb je iets meegemaakt van de glorie van God, het schitterende van JHWH zelf, dan nog komt dit zeer overrompelend naar je toe. En dit is eigenlijk iets unieks. Ik gun je dat. Iets zien van de glorie van de Here Jezus. Iets zien van Hem. En de Here wil dat geven. Ik geef je hier een voorbeeld. Maar Hij wil ook in je eigen leven komen. Ik kom nog een keer terug tot de aanleiding tot dit bezoek van de Here aan Daniël. Maar hier is het zover. Daniël ziet ineens die schitterende verschijning. En hij ligt echt voorover op z´n aangezicht. Met z´n aangezicht ter aarde. Misschien een beetje katterig. Dit is nooit afstotend dat je achterover kletst, boem. Ik hoop niet dat u dit verkeerd opvat. Maar ik wil zo graag duidelijk maken dat we voorover vallen. Hoe dan ook, Hij stoot nooit af, Hij trekt altijd aan. Ook al kun je het niet meer zien, ook al kun je met je eigen ogen niet meer waarnemen, het is wel in Zijn richting vallen. Nooit andere kant op vallen. Dit is ook precies wat verderop gebeurt in het boek Openbaring. De Here openbaart Zich aan Daniël, en Daniël weet niet wat hij ziet. Lichaam als turkoois. Je zou de juwelier wel eens op het podium willen roepen van: Vertel eens even wat dat precies is en hoe kostbaar. En als je dan een heel kleintje hebt, poeh. De kluis wordt gelijk ingehuurd, van een bak of zo. Maar als je een heel lichaam van turkoois hebt. Het spoort met de kristalheldere diamant, Openb. 4 en Openb. 5. het is zo nadrukkelijk hier dat de glorie van JHWH, de glorie van de Here Zelf, zal ik het Nieuw Testamentisch invullen, want de Here Jezus is de invulling van JHWH, Hij is de JHWH, je ziet de schittering van de Here Jezus. En je ziet hier hoe Daniël onder de indruk komt van dit wat daar gebeurt. Hij bleef echt helemaal alleen over. De mensen om hem heen die hebben het niet kunnen verdragen. Nu, dat is nu nog zo. Als de Here Zich openbaart zoals Hij echt is, zullen de omstanders als ze Hem niet kennen, zullen ze weggaan. Ze verstoppen zich. Ze kunnen daar echt niet tegen. Ze kunnen daar helemaal niets mee, en hebben daar ook niets mee. Dit kan ook niet anders, want de Here wil Zichzelf aan jou openbaren. Hij wil Zich aan jou laten zien Wie Hij is. En als je goed kijkt naar Hem, verandert je leven. Dat verandert echt alles. Hier is Daniël op een prachtige manier in aanraking met de Here Zelf. Hij valt op z’n aangezicht en alle kleur is van zijn gelaat geweken en hij had geen kracht meer over. En toen hoorde ik het geluid van Zijn woorden. En toen ik het geluid van Zijn woorden hoorde viel ik bezwijmd op mijn aangezicht. En als Hij nog gaat spreken ook, als Hij nog wat gaat zeggen ook, nou, dan ben je helemaal weg. Zo ongeveer.
Nu kun je dit heel moeilijk gaan behandelen en zeggen: “Nou, zo’n Here, dat is toch wel een beetje moeilijk hoor. Als je dan helemaal niks meer kunt, geen kracht meer hebt. En je kunt niet meer vooruit of achteruit. Je bent eigenlijk, eigenlijk helemaal lam geslagen.” Nou, dat is wel een beetje zo. En nu in deze situatie gaat de Here door een hand Daniël aanraken, en deed hem op knieën en handen sidderend oprijzen. Dus hij komt overeind. Een hand raakte hem aan. Dat is ook wat in Openb. 1 te vinden is: Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei, precies hetzelfde. De hand van de Here Jezus die voor u doorboord is, die voor u aan het kruis is geweest, die in jouw plaats daar heeft willen hangen. De hand van de Here Jezus die er altijd was. Om Petrus, toen hij zonk uit het water omhoog te tillen, wet je wel, toen Petrus zei: “O Here, red mij.” De hand die zegende bij kinderen. De hand die zegende bij de discipelen. De hand van de Here Jezus die vandaag over je is. Die zegenende handen zijn over de gelovigen. Die hand raakt je dan aan. Nou, dan krabbel je heel voorzichtig wat overeind als een ja, klein baby’tje of een kleine jongen om misschien op handen en voeten te kruipen. Daar zit je dan. je durft niet eens verder te komen. En dan gebeurt er iets bijzonders. Daniël krijgt informatie. En die informatie van Daniël is heel erg belangrijk, ook voor vandaag. Die informatie is de volgende: Daniël, moet je eens luisteren. Toen je begon te bidden, toen is je gebed gelijk gehoord. Zal ik het anders vertalen. Als jij vandaag een gebed gebeden hebt, dan is dat nu al lang bekend. Wij zijn gewend aan e-mail vandaag de dag, een paar seconden en dan is het toch over aan de andere kant van de verbinding, hoe dan ook. Gaat heel vlug. De Here zegt hier: “Daniël, toen jij bad, toen is jouw gebed onmiddellijk gehoord geweest.” We hebben soms het idee dat ons gebed, ja, terugketst of zo. Een hemel van koper, of het komt niet over, of het duurt zo lang Here. Je gebed is gelijk over gekomen, dat is duidelijk, uit Dan. 10. Dat is op zich al prachtig. Maar dan zegt deze spreker, en dat is de Here Zelf: “Weet je wel waarom het soms langer duurt dan jij denkt. Dat is omdat er buiten jouw gezichtsveld van alles aan de hand is.” En misschien heb je er nu nog overheen gelezen. Vanavond, toen we dat samen lazen, heb je misschien nog niet door gehad dat het hier zelfs gaat over dingen die helemaal nog niet kunnen. Je moet je dus voorstellen: Daar was een koning Nebukadnezar, daar was een rijk van Babel. Toen kwamen, dat waren dus de mensen van Irak, toen kwamen de mensen van Iran, dat waren de Mediërs en de Perzen. En tijdens de regering van één van die Iran-mensen, gebeurt dit. Maar in dit stukje tekst, als je het goed gelezen hebt, is de visie allang verder. Ik zal het je nog een keer lezen. Daar staat, in vers, even zoeken, het gaat over die vorst van Griekenland, 20, dank je wel. Nou kan ik makkelijk zeggen dat ik even aan het testen was, maar dat was flauw hoor, want ik wist het niet. Ik wist het niet meer. Maar in vs 20 staat: terstond moet ik terugkeren om met de vorst van de Perzen te strijden. En zodra ik uitgegaan ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen. Nou, die vorst van Griekenland die was, laat ik maar zeggen, in de historie, nog in geen velden of wegen te bekennen. Want die Griekse vorsten kwamen pas nadat de Iran-mensen verslagen waren. Dat was het Grieks-Macedonische rijk, zoals we dat wel eens noemen. Dat moest nog komen, dat was er nog helemaal niet. Hier staat dat de Here vertelt: “Moet je eens luisteren. Buiten jouw gezichtsveld Daniël, is er een strijd gaande waarbij iemand het voor jou en voor jouw volk opneemt, dat is Michael. Maar er zijn ook anderen. er is ook één die het opneemt voor de Mediërs en de Perzen. En er is ook één die het opneemt voor Griekenland.” M.a.w., buiten ons gezichtsveld is er strijd tussen machten, krachten, in de hemelse gewesten zegt het NT in Efeziërs hoofdst. 6. Daar is van alles aan de hand, dat wat we niet eens kunnen waarnemen, wat we echt niet kunnen zien, dat gebeurt er toch. En buiten ons gezichtsveld is veel meer aan de hand dan wij vermoeden. En nu zegt de Here: “Daniël, Ik heb je gebed wel gehoord, maar ja, daar komt wat tussen. Ik wil je nu even informeren wat er tussen kwam. En Ik zal je dat nog uitleggen in detail ook”, hoofdst. 11, “maar voorlopig moet je het even doen met: Er komt wat tussen.” Het is dus niet zo dat een antwoord à la minute aangeboden wordt. Dat was een schok voor Daniël. Hij moet hebben gedacht: Oei, oei, oei, dus behalve de strijd hier op aarde, met van alles en nog wat, is er ook een strijd, en die noem ik nu maar Nieuw Testamentisch, in de hemelse gewesten. Want zo zegt de bijbel dat in het NT. Een strijd met demonische machten. Een vorst, een engelenvorst die, laat ik maar zeggen, het beheer, de grip heeft, het beheer heeft over Iran. En grip heeft, het beheer heeft over Griekenland. Maar gelukkig is er ook een vorst die grip heeft, het beheer heeft over Israël. Hier worden ineens vorsten genoemd, niet de aardse koningen, die hier op aarde een troontje hebben, maar vorsten, machtsblokken in de hemelse gewesten, die strijd voeren met elkaar. Dingen die we niet zien die zijn er wel. En nu begrijpt u, dat Paulus ook kan zeggen in Efeziërs hoofdst. 6: Onze strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen boosheden, tegen machten in de hemelse gewesten. M.a.w., als er morgen iemand naar u toekomt en zegt: “Je bent een volstrekt ongeloofwaardig iemand. En dat geloof van jou dat kan niet, dat mag niet, dat moet weg, of dat moet je afzweren.” Ja, dan zeg je: “Nou, dat is die en die nota bene. Die zegt dat tegen mij.” Soms is dat een collega, soms is dat een broer of een zus. En soms is dat een ander iemand die je toevallig kent of die je toevallig tegenkomt. En dan denk je: Wat een naar mens. En op dat moment zou je moeten zeggen: “Ja, maar hij is in feite maar spreekbuis van een macht in de hemelse gewesten. En die macht in de hemelse gewesten, die wil dat wij niet meer genieten. Die wil dat wij niet meer gaan groeien in ons geloof. Die wil dat we nooit gaan getuigen van de Here Jezus. Die wil alleen maar de mens omhoog krikken en alles wat herinnert aan de Here Jezus onderdrukken. Dat leren wij hier. En in onze dagen is het heel bar. Wat zou er achter van alles en nog wat zitten. Wat zit er achter Irak op dit moment. Waarom lukt het niet. Waarom zouden er zoveel brandhaarden zijn waar alles op scherp gaat. Waarom is er, ook in Nederland, zoveel kapot gemaakt. Waarom is er zoveel onvrede. Waarom is de dag dat je echt blij bent en ontspannen bent soms zeldzaam. Waarom is de stress zo geweldig toegenomen. Waarom is de strijd en het gevecht in huis, in je eigen familie, in je eigen gezin, soms in je eigen familie, in je eigen straat in je eigen werkploeg, waarom is die strijd zo hevig. Omdat er machten en krachten bezig zijn te strijden. Onze strijd is nooit tegen vlees en bloed. Niet tegen die buurvrouw die zo akelig doet. Of tegen een familielid die zo anti is. Eigenlijk moet je zeggen: “Ja, jij wordt ook maar gebruikt. Jij wordt gestuurd. er is iemand die je probeert in te palmen. En die probeert voor die duivelse die demonische kar te krijgen. En dat lukt heel aardig.” Wij beginnen te vechten met de ondergeschikten. Maar er is een strijd gaande ver boven ons gezichtsveld. En Dan. 10 vertelt dat die strijd er is. Nou, je zou er bijna bang van worden en je denkt: Nou, alsjeblieft. Als dat de bemoedigende boodschap is van 8 februari, kan dat ook wat beter. ja, het kan beter, want diezelfde boodschap zegt je: “En ik ben er voor jou Daniël. Jij bent voor mij de zeer beminde man.” De Here zelf zegt: “Ik hou van je. Ik vind je super. En Ik vind het geweldig dat je je hart er op gezet hebt om je te verootmoedigen en om inzicht te verkrijgen. Ik vind het super dat je zo voor Mij wilt gaan.” Dat is de stem van de Here Jezus. Zal ik het anders zeggen: De Here Jezus zegt vanavond tegen jou en tegen mij: “Ik hou van je. Ik hou echt van je. Ik heb Mijn leven voor jou gegeven. Ik ben voor jou aan het kruis gaan hangen. En Ik heb daar voor jou alles in orde willen maken.” En de Here Jezus is nu daar waar de troon van God is. En Hij zegt, in dit gezicht, tegen jou en tegen mij: “Ik hou van je. Als jij Mij zoekt. Als jij Mijn Naam, Mijn eer, Mijn glorie zoekt, als jij verlangen hebt om Mij te dienen en om inzicht te krijgen in de toekomst, als jij een Maranatha-gelovige wilt zijn”, sorry hoor, voor dit clubje, dat bedoel ik niet eens, ook hier natuurlijk, “maar als jij dat verlangen hebt, als je inzicht wilt in de toekomstige dingen, dan zal Ik Mij aan jou openbaren. Dan zal Ik laten zien Wie Ik ben en Ik kom bij je, en Ik ben met je alle dagen, tot aan de voleinding van de eeuw.” En Wie staat ons terzijde: De Here Jezus zelf. Wie is onze Here: Hij. En Hij openbaart Zich hier. Nou, toen Daniël dit allemaal hoorde, toen was hij helemaal ontdaan. Hij was helemaal nergens meer. Hij was gewoon, ja, helemaal vervuld van deze dingen. Hoe kan dat nou. En toen raakte Hij hem nog een keer aan. Hij lag al op handen en voeten, weet je wel, een beetje als de kruipende jongeling, zo ongeveer moet je hem dus zien. En dan hoort hij van alles. En dan zegt Diezelfde: “Ik zal je lippen aanraken, en nu kun je wat zeggen.” En wat zegt Daniël: “U bent de Here.” Eigenlijk zou je dat een keer tegen de Here Jezus moeten zeggen: “Here Jezus, U bent mijn Here. En hoe kan ik de knecht van U, met U gaan spreken. Vanwege al deze dingen hebben weeën mij overvallen en is het gewoon helemaal gedaan met mij. Ik was helemaal kapot. Maar nu, nu kan ik staan. U bent mijn Here. En ik wil belijden dat U mijn Here bent. En ik wil belijden dat U de Here bent en dat ik maar knecht ben, dat ik de ondergeschikte ben, dat ik in feite niets in de melk te brokkelen heb.” Daniël. Eén van de grootsten daar in het gebied van Irak, Iran, belijdt zonder omwegen: Here Jezus, U bent Here. We zingen dat zo makkelijk hè. U, ja, Hij is Heer, Hij is Heer. Hij is opgestaan, want Hij is Heer. En dat is een mooi lied. Lied 6 uit de bundel opwekking. Ik vind het prachtig. Ik zing het heel graag. Maar soms betrap je je erop dat je niet meer weet wat je zegt. Gewoon termen: Ja, u bent mijn Heer. Ja, U bent het Lam, U bent de Koning. En soms vlamt er weer iets op en soms wordt dit weer gedoofd. Want ja, er zijn toch zoveel belangrijkere dingen ook, of ook belangrijke dingen. En we hebben het dan over werk en over familierelatie en over onderlinge relatie en over theologie. En we kunnen het over dogmatiek hebben. We kunnen van alles, van alles van de plank halen om maar weer over de discussie te spreken. En daar zijn we goed in. Hollanders zeker. Daar zijn we goed in. Maar zou je nu, op dit moment, tegen de Here Jezus willen zeggen, Die eerst tegen jou zegt: “Ik hou echt van je”, zou je dan durven zeggen: “U bent mijn Here.” “Wat heeft mijn Here tot mijn knecht te zeggen”, zei Samuel vroeger al. En nu zegt Daniël: “Hoe kan ik iets zeggen. U de Here.” Hoe kan het knechtje dan tegen de Here zijn stem verheffen. Dat kan toch eigenlijk niet. Hij was helemaal ontdaan. Hij is helemaal geraakt door die geweldige verschijning van de Here in zijn leven. Wanneer? Toen hij zocht de eer van de God van Israël. Op het moment dat er niks was en hij daar voor bad, is hem gezegd: Weet je, daar is nog een strijd die jij niet kende, maar die is er wel. Ik zal je even wat vertellen over een strijd die aan het ontbranden is. Een strijd die veel heviger is dan je ooit gezien hebt. Een soort inside information. Even wordt het sluiertje weggetrokken. Even is ons een blik achter de schermen gegund. En we zien in de glorie van wat achter de schermen plaats heeft, onze Here staan. En Die komt bij je, en Die zegt: “En toch hou ik van je.” Sommigen zijn niet gewend om te spreken in termen van: Ik hou van je. Dat is zelfs voor vaders, moeders, soms al moeilijk om dat tegen kinderen te zeggen. Tegen elkaar soms. En we vinden onszelf dan, ja, bij een bepaalde cultuur horen waar dit misschien niet meer gebruikelijk is. Nou, ik kom uit het Greunigner land, mijn vader en moeder hebben nooit iets van lieve woordjes gezegd. Ik wist niet wat dat was. Ik heb dat vaker gezegd. Mijn vader en moeder hebben altijd met de mond gevochten in elk geval. Ik zal het maar voorzichtig zeggen. En toen wij getrouwd waren dacht ik dat het zo hoorde. En Hennie komt uit een nest waar liefde heerste. Waar de liefde van God ook heerste. Nou, je kunt je voorstellen wat er dan gaat gebeuren. Plak die twee eens bij elkaar, nou, dan heb je aardige eerste huwelijksjaren. Nee dus, snap je. Maar, laat je de Here Jezus nu toe in je hart en laat je Hem aan jouw adres zeggen: “Ik hou van je. Ik hou echt van je. Voor Mij ben je zeer bemind.” Dat gaat jouw relatie met Hem veranderen. Niet omdat je nog niet gelovig bent of omdat je nog niet weet dat je schuld weg is, maar ineens zeg je: “Maar Here, Wie bent U dan toch. U bent de Here.” Dat zegt hij ook. Hier in dit hoofdstuk openbaart de Here Jezus Zich. In het OT, in deze verschijning, op een sublieme manier. Daniël weet zich echt geen raad met deze dingen. Valt op de knieën, is nergens meer. En het eind is: U bent de Here. En hij hoort uit Zijn mond: Dat klopt, en Ik hou van jou. En dat zijn dingen die je stabiel maken voor de rest van het onderwijs. Je zou eigenlijk eerst een stukje zekerheid moeten hebben in je gedachten, in je hart van: De Here wil met mij verder, de Here Zelf wil mij onderwijzen. Hijzelf wil een aantal dingen aan mij kwijt. Hij wil me meedelen wat er gaat gebeuren. Maar eerst is daar een soort voorronde. Nou, dat is hoofdst. 10. Een soort tussenzin, heb ik gezegd, een voorronde.
Wat mij betreft hoef je niet te vasten zoals dat vroeger was. Ik denk dat ik Jes. 58 aan mijn kant heb als ik zeg dat vasten niet alleen is het minder eten, misschien wel, maar het is je hart openen voor de Here. En alles wat daarin in de weg kan staan, dat moet ook inderdaad weg. En dat is veel meer dan alleen annex met eten en drinken. Misschien wel de invulling van je agenda. Misschien wel het aantal uren die je aan jezelf besteedt. Misschien wel van al het andere. Maar het gaat er om dat je hart onverdeeld gaat kloppen voor de Here. Zoeken we dit, dan gaat de Here Zich ook vandaag aan ons openbaren. Dan laat Hij zien wat er nu en morgen en overmorgen gaat gebeuren. Want dat is nu precies wat er gebeurt. Hoe zou u niet weten wat er gaat gebeuren. Hoe is het dan mogelijk dat zoveel mensen volslagen in het donker tasten als het gaat om de toekomst. Daar hebben ze geen flauw benul over, niets. Hoe kan dat nu. Nou, ik denk dat het geheim hier ligt. Je kunt het zoeken in de theologische ligging. Nou, ik betwijfel dat inmiddels. Ik zoek het echt in de ligging van het hart.Het verlangen om Hem te zien en om te weten Wie Hij is. En om er echt van overtuigd te zijn dat het niet gaat om ons welbevinden, primair, dat is de tijd van vandaag, de geest van deze dagen. Mijn welbevinden, ik wil een kick, ik wil, ik wil, ik wil, ik wil. Nee, dat het gaat om Hem, en om Zijn eer en om Zijn glorie. En dat er Hem eer en glorie en hulde wordt gebracht. Dat het accent niet bij mij ligt, maar bij Hem ligt. En dat is een enorm gevaar van vandaag. Binnen het gewoel van vandaag hebben wij Dan. 10, nu voor ons. En ik hoop dat de Here Zijn woord aan mijn en aan jouw hart gaat zegenen. Ik hoop dat je zegt: “Here Jezus, ik wil U ook zo graag zien. Kunt U geen kleurenfoto sturen. Kunt U Uzelf niet een klein beetje openbaren. Kan het ook per e-mail.” Ik noem maar een paar kreten van vandaag. Zou de Here Zichzelf willen laten zien. Ja, voor 100% ja. En Hij laat weten dat Hij van jou houdt, dat Hij je nooit alleen laat en dat Hij met je gaat en dat Hij bij je is. En dat Hij jou wil informeren. De Here zegene jullie, amen.