Daniël 11 : 36 – 45

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

13. Strijd in de toekomst op aarde.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

28 maart 2004
      Lezing

Lezen: Daniël 11:36-45

Daniël is bedoeld voor die mensen die de Here Jezus Christus kennen als Heiland, als Verlosser. Dat zeg ik bijna elke keer geloof ik. Gelovigen dus. Mensen die de Here Jezus kennen hebben de Heilige Geest gekregen en kunnen de gedachten van de Here God ook begrijpen. Ze hebben dus het vermogen om dat door te krijgen. Want in de bijbel gaat het over de Here Jezus. Echt alleen over Hem. En dat wat er voor mij staat heeft te maken met mijn leven voor Hem. En wat er voor jou staat, dat heeft te maken met jouw openbaring van Hem. Alles gaat om Hem. En als het over Israël gaat, dan gaat het over Israël als openbaring voor Hem. Als er over de Gemeente gesproken wordt: Gemeente voor Hem. Alles, alles, maar dan ook alles heeft op hem betrekking. En dat is aan de ene kant ongelofelijk simpel en aan de andere kant ongelofelijk moeilijk. Want wij komen niet zo gauw los van onszelf. We trekken alles graag eerst naar ons. Wat heb ik er aan. Krijg ik een zegen. En als ik geen zegen krijg dan, nou dan kap ik, of dan ga ik naar de buren. Maar de bijbel spreekt altijd over de Here Jezus. Profeten hebben het altijd over de Here Jezus. Welke profeet dan ook. En Daniël is een profeet. De Here Jezus noemt hem de profeet. En Daniël schrijft toekomstige dingen. Dingen die in de eindtijd gaan gebeuren. En het is altijd moeilijk om weer de draad op te pakken. Bij wat we al hadden is natuurlijk ergens iets blijven staan. Maar dat is wel drie weken terug. Als je het al nog op een rij hebt. En dan gaan we verder met dat wat, ja, al gezegd is. Ik probeer het.
De Gemeente, waar wij bij behoren, ik heb het niet over onze naam of zo, of onze club, of onze registratiemogelijkheden, maar de Gemeente van de levende God. Het lichaam van Christus, waarvan de Here Jezus het hoofd is en wij de leden zijn, alleen als je gelooft in de Here Jezus en de Heilige Geest in je is. Dat is de enige voorwaarde. Die Gemeente hoort hier niet. En over die Gemeente wordt ook niet geprofeteerd in de bijbel. Die Gemeente is alleen maar te zien in het huis van de Vader. Die Gemeente wordt hier weggehaald, wordt opgenomen. Hoe raar dit ook klinkt, dat is werkelijk een bijzondere genade. De bijbel zegt dat jij en ik uitverkoren zijn van voor de grondlegging van de wereld om bij Hem te zijn. Weer bij Hem te zijn. Om in het huis van de Vader te zijn met de vele woningen. Daar heeft de Here Jezus voor jou en voor mij plaats bereid en daar brengt Hij je. Gods profeten hebben nooit over de Gemeente gesproken. Was onbekend, was een mysterie, was een geheimenis, was een verborgenheid. Zo praat de bijbel daar ook over. Dus niet wij zeggen dat, de bijbel zegt dat. En die verborgenheid is inderdaad in de dagen van de apostel Paulus aan het licht gekomen. Natuurlijk ook door de andere apostelen. En die hebben dat geweldige nieuws van: En nu is er een gezelschap van hemelse lieden, wederom geborenen. Mensen die hun bestemming hebben in de hemel maar die ook als het ware met hun hart al in de hemel zijn en met hun hele leven in de hemel zijn. Die lui zijn nu nog op aarde, maar die gaan hier weer weg. Vreemdelingen zijn we daarom, bijwoners zijn we daarom. Wij verwachten de Here Jezus uit de hemel, wij kijken uit. Wij zijn eigenlijk van die mensen die alleen maar naar de lucht staren van: Komt Hij vandaag of komt Hij morgenochtend. Maar dat Hij heel spoedig komt is voor die mensen heel duidelijk. Natuurlijk vind je dat vreemd en zweverig. En mensen zeggen: “Je bent toch ook gewoon en je moet toch je werk doen. En je moet toch ook naar de winkel.” Ja, klopt, u hebt allemaal gelijk. Maar gelovigen zijn mensen die uit kijken naar de komst van de Here Jezus. En het zou wel eens kunnen zijn dat dat komen van de Here Jezus om ons hier vandaan te trekken vanavond gebeurt. Dat zou wel eens heel spoedig kunnen gaan komen. Alles wijst in die richting. Natuurlijk heb ik geen dag of uur. Nou ja, dag of uur is niet bekend, maar maand en jaar zou nog bekend kunnen zijn zou je dan heel scherpzinnig kunnen concluderen. Als dag en uur niet bekend is, dan zou een jaar mogelijk wel bekend kunnen zijn. Maar ik weet het niet. En dat laat ik ook verder los. Want ik geloof dat de Here nooit bedoelt van: Als je nu weet dat het in 2004 is aan het eind van jaar, laten we maar zeggen december. Nou dan heb ik nog mooi 5, 6, 7, 8 maanden om te luilakken. En daarna ga ik het een beetje regelen. Stel dat je wist dat het december zou zijn van dit jaar. Is dat de bedoeling van de Here, om dan te zeggen: “Nou, laat maar waaien en kijk maar uit.” De Here zegt: “Ik kom, zalig die slaven die op hun heer wachten.” Tweede nachtwake, derde nachtwake, als Hij komt: Welkom.
Nu, gelovigen die bij de Gemeente horen, blijven hier niet. Die gaan hier vandaan. En dat noemen we de opname van de Gemeente. Nou, daar zijn discussies over, daar zijn boeken over en daar zijn verschillende gedachten over. Nog een keer: Uw heil hangt niet aan het kennen hiervan af. Uw heil hangt af van geloven in de Here Jezus. De gedachte aan het weggaan van de Gemeente, de opname van de Gemeente, kan wel je blijdschap uitmaken, maar niet je heil. Je heil is gekoppeld aan je geloof in de Here Jezus. Ook al zou je daar heel anders over denken dan ik, dan kun je nog behouden zijn. Dus daarover moeten we duidelijke taal geven. Maar je vreugde en je enthousiaste uitstraling, ook naar buiten toe, houdt wel verband met de komst van de Here Jezus. En ik hoop van harte dat je zo’n maranatha-christen bent, zo’n enthousiaste chiliast bent. Ja vroeger was dat een scheldnaam, maar, nou ja, het zij zo. Hier staat er een en ik ben er trots op. Gewoon iemand die zegt: “Ja, maar dat weggaan van de Gemeente, dat is het laatste niet. Dan komt er nog een heel stuk.” En als de Gemeente hier weg is, dan kan de mens der wetteloosheid zich pas gaan openbaren. Zal ik je dat voorlezen. Ik doe het wel, 2 Tess. 2. 2 Tess. 2:3: laat niemand u misleiden, op welke wijze ook. Want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren en zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel van God zet om aan zich te laten zien dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb, en gij weet thans wel wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart, op zijn tijd. Ik kom daar straks op terug. Er is nu iets wat de openbaring van de mens der wetteloosheid weerhoudt. Er is nu iets wat tegenwerkt zodat die mens der wetteloosheid, die ook andere namen kent in 2 Tess. 2, er is dus nu iets wat tegenhoudt, dat die mens der wetteloosheid zich kan laten zien. En de hamvraag is natuurlijk: Wie is dat dan of wat is dat dan. Wat weerhoudt hem dan. Wat houdt hem tegen. Antwoord: Jij en ik samen. O, had je niet gedacht. Sorry, ik neem best teveel eer voor mij, dat ik die mens der wetteloosheid zou kunnen tegenhouden. En het is toch waar. Ik weet van gelovigen die in een samenkomst zijn geweest waar spiritisten bezig waren de geesten van ontslapen mensen op te roepen. En dat mislukte die avond. En wat zeggen ze: “Er zit iemand in de zaal die weerhoudt.” En die iemand is een simpele gelovige. Eén gelovige blokkeert zo’n seance, zoals zij dat noemen. Zo’n, ja, zo’n soort oefening om geesten van doden op te roepen. Eén gelovige kan iets blokkeren. De weerhouder, dat is de Gemeente die nu op aarde is, Gods instrument. Maar als Gods katalysator, sorry voor dat woord, maar pak het maar, als dat weg is, als de weerhouder weg is, als degene die die schadelijke werking tegenhoudt weg is, ja, dan zou je inderdaad zeggen: “Dan zijn alle remmen los.” Dan gaat alles pas in volle snelheid komen. En dat is ook precies waarover het hier gaat. Onze omgeving, ons land en volk, heeft geen idee wat het betekent dat hier gelovigen zijn. Ze zullen nooit dat idee krijgen. En alsjeblieft, ga ook maar niet hoogmoedig pronken met: Je mag wel dankbaar zijn buurman dat ik er nog ben. Want dat bedoel ik niet. En aan de andere kant is het een geweldige zegen voor Nederland dat er nog gelovigen zijn, hier in Nederland. Maar als die gelovigen weg zijn, berg je dan maar. Dat staat er. En dat betekent dat ons verblijf hier, werkelijk het zout der aarde is, en het licht der wereld. Want als dat licht weg gaat en als het zout ophoudt zout te zijn, als dat bederfwerende niet meer werkt, ja, dan is inderdaad alle, alle narigheid gekomen. Daarom is het zo. De Gemeente wordt weggenomen en de Gemeente gaat naar haar bestemming. Onze bestemming, broeder en zuster, is niet het aardse. Is ook niet Jeruzalem hier op aarde, hoe mooi het daar ook kan zijn. Alhoewel, in de tijd van druk is het daar niet mooi. Dan is het daar heel spannend. Maar onze bestemming is daar waar de Here Jezus plaats heeft bereid en waar u en ik welkom zijn. Meer dan welkom zijn. En daar brengt Hij, de Here Jezus, ons. Maar als Hij ons daar brengt, barst het hier pas goed los. En we geloven, dat de tijd die daarna gaat komen, een tijd zal zijn van grote nood. Een tijd van magerheid, van grote verdrukking. De bijbel zegt: Die grote verdrukkingstijd duurt 7 jaar, totaal. Als die tijd inderdaad in volle omvang gevoeld zal worden, dan blijft er niemand over, dus die wordt ingekort. Die tijd wordt ingekort tot 42 maanden. Tot tijd tijden en een halve tijd. Is ingekort tot 1260 dagen. Allemaal termen uit de bijbel hoor, ik heb ze niet bedacht, ze staan echt in de bijbel, heel precies. Dus dat is 3½ jaar, 42 maanden, 3½ jaar. De helft van die tijd is inderdaad zo gigantisch zwaar, dat dat, ja, niet verlengd kan worden. Maar de tijd waarin dit zich voordoet is 7 jaar, periode van 7 jaar. In het bijzonder van Jozefs geschiedenis is daar al een periode van 7 jaren van voorspoed aan vooraf gegaan en dan volgen 7 jaren van hongersnood. Grote nood, zo een nood dat de broers tegen elkaar zeggen: “We moeten toch maar gaan want we redden het niet.” Ze gaan zoeken. Goed, dat is Genesis.
Die grote nood, die grote druktijd wordt hier in Dan. 11 omschreven. Daar gaat het om, om die tijd. Jij denkt:hè hè, gelukkig, ik ben er niet meer bij. Dat klopt, en ik vind ook dat je dat mag zeggen. Omdat jij Hem verwacht, zal Hij jou bewaren voor de ure der verzoeking die over het hele aardrijk komen gaat. Jij en ik gaan de Here tegemoet. Nou, het kan zijn omdat er al geliefden ontslapen zijn. Die zijn nu in het paradijs. Die worden eerst opgewekt. En wij, die dan nog leven, wij worden veranderd, in een ondeelbaar ogenblik, in een verheerlijkt lichaam gestopt, als ik het zo zeggen mag. Samen met de ontslapenen gaan we de Here tegemoet in de lucht. En zo zullen we bij de Here zijn. Met die gedachte mogen we elkaar vertroosten. Niet omdat we levensmoe zijn, nu voor de derde keer, maar omdat de Here Jezus zeg: “Nu is het tijd dat je mij verheerlijkt. Nu is het tijd dat je mij groot maakt, dat je mij echt samen met alle heiligen gaat bejubelen.” En op aarde blijven achter, mensen die de Here Jezus niet kennen, die Hem niet hebben aangenomen. En die hebben echt een probleem. Nu kan het zijn dat mensen niet bewust nee hebben gezegd tegen de Here Jezus. Dat kan. Zeker als dat mensen zijn in allerlei godsdienstige stromingen die denken dat ze het bij het goede eind hebben en het helemaal fout hadden. Ik bedoel, kunnen mensen gewoon helemaal op het verkeerde been gezet zijn, heel concreet. Nou, voor die mensen is er straks een mogelijkheid. Maar ik zeg niet zomaar dat er voor iedereen die het dan ineens ontdekt, dat er dan ineens nog weer een tweede kans zal zijn. We hadden net bidstond met z´n drieën. Een klein moment van gebed daar in een lokaal. En Bas v.d. Bosch liep weg en Jan en ik deden de ogen open en Bas was weg. Ik zeg: “De opname heeft plaats gevonden. Bas is verdwenen en wij zitten hier nog.” Nee, maar ik wil alleen maar dit zeggen: “Mensen die achter blijven als die opname van de Gemeente er is, die hebben echt een probleem. Die komen in een enorme moeilijke tijd terecht.” De Here heeft 144.000 verzegelden, Openb. 7. Ik was in Israël en toen zei de Jood die mij instrueerde, een Messiasbelijdende, “Ze hebben een soort kruis op hun voorhoofd, de letter tav, t-a-w, de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Dat is hetzelfde woord als het woord voor teken. Moet je nagaan. Dat is ook al in Ezechiël zo. Verzegelden in Jeruzalem hebben een kruis op hun voorhoofd. Dat is niet hetzelfde als na 3 dagen carnaval dan een askruisje ophalen. Sorry hoor. Na drie dagen de beest uithangen en dan denken: Nou moet het maar weer vergeven worden. ik heb het te cru gezegd misschien, maar dat bedoel ik dus niet. Ik bedoel mensen die echt het kruis op hun voorhoofd [hebben]. in die tijd zijn er namelijk mensen die 666 op hun voorhoofd hebben. En er zijn ook mensen die een kruis op hun voorhoofd hebben. En eigenlijk is dit subliem. In die tijd gaat de Here, middels die 144.000 uit Israël, verzegelden, apart gezetten, die stam, die stam, die stam, die stam, die stam, ze worden allemaal genoemd. Behalve één stam. En dat is de stam van Dan. Die komt in dat lijstje niet voor. En nu gaat het in Dan. 11 over de koning van het noorden. het is dus de stam van dan in het noorden. U weet het wel hè, de bronnen van de Jordaan ontspringen. noordelijk in Israël bij Banjas en Dan. Ja, daar hadden ze hun verblijf. Die zijn als eersten weggevoerd. En de koning van het noorden en Dan worden heel vaak in elkaar geschoven. En de antichrist zou op grond daarvan wel eens uit da stam van Dan kunnen komen. Nu, over die koning van het noorden, over die vreselijke koning gaat het in Dan. 11. En die koning die gaat te keer en die gaat zijn rijk en zijn gezag vestigen. En als u in 2 Tess. 2 leest, ik heb dat met u net gelezen, dat is de mens der wetteloosheid. Nou, daar heb je hem. Maar ik heb andere termen. Hij noemt zichzelf een koning. Dat is hij ook, want hij is natuurlijk heerser. Hij noemt zichzelf de afvallige. En dat is hij ook. Hij is van God afgevallen. Hij noemt zichzelf god. Hij is zo arrogant dat hij zichzelf god noemt. Hij wordt de mens der wetteloosheid genoemd, de zoon des verderfs, de tegenstander, de hoogmoedige die zelfs zegt dat hij god is. En hij werkt naar de werken van de satan. En hij werkt met bedrieglijke wonderen en verlokkende ongerechtigheid. Als u dat op een rij zet hebt u 10 elementen, 10 punten uit zijn arsenaal. Nou, met die elementen, wetteloosheid, afvalligheid, verderf, tegenstander, hoogmoed, zeggen dat hij god is, satans werken doet, bedrieglijke wonderen doet, verlokkende ongerechtigheid doet en heersen wil, dat zijn 10 kanten van die koning van het noorden. Die mens der wetteloosheid die in die tijd kans ziet om zich te verheffen en alles wat met God te maken heeft afzweert. Met de God der vaderen geen rekening houdt, Dan. 11. Met de God van de lieveling der vrouwen, dus dat er ooit een keer een Messias uit iemand zal komen, dat was immers de belofte, een maagd zal zwanger worden, met de lieveling der vrouwen geen rekening houdt. Alles wegschudt, alles afgooit, alles, alles. En alleen maar zegt: “Dit is kracht, dit is de god die we dienen, dit is de god van de vestingen, hier is de kracht, hier is het. En als je mij volgt, krijg je een klein stukje grond voor je bungalowtje.” Grond toedelen. Nee, die krijgen gebied. Het gedoe in het Midden-Oosten over vrede in ruil voor grond, is daar gewoon een voorspel van. Het gaat er om dat die mens der wetteloosheid aan groepen mensen grond toedeelt. Niet om een klein huisje te bouwen. Dat is de insteek niet. Het gaat er om dat er macht uitgeoefend wordt, zo’n macht dat mensen er niet onderuit kunnen. je moet je voorstellen dat je in die tijd leeft. Werken van de satan, leugenachtigheid, ikkerig, zeggen dat hij god is. En hij laat zich aan iemand zien dat hij god is. En hij gaat zichzelf laten vereren. Hij maakt voor zichzelf een beeld. Hij laat dat beeld in de tempel of op een heilige plaats in Jeruzalem staan. In elk geval op de heilige plaats, wat dat dan ook is. En hij zal iedereen dwingen om een knieval te maken voor. 666 weet je wel, als je het niet doet kun je niet meer kopen, kun je niet meer verkopen. Je kunt meegaan of je kunt niet meegaan. Als je niet meegaat heb je een probleem. Dus al die mensen die, nadat de Gemeente weg is, hier op aarde zijn, krijgen steeds meer problemen. Aanvankelijk gaat het nog redelijk zou je kunnen zeggen. Je hebt nog wat voorraad, je hebt hand- of mondvoorraad. Maar daarna, dan loopt het helemaal uit de hand. Dat is de tijd die in Dan. 11 geschetst wordt. Dat is de tijd waar we nu naar kijken. En hij zal doen wat hem goeddunkt. Hij regelt het allemaal zelf. En hij houdt met niemand rekening. De mens der wetteloosheid, bedrieglijke wonderen, tekenen, werken van de satan. Dit is moeilijk, wat is waar. Wat is echt. Waar ligt de grens. Dat wat hier staat in Dan. 11:36 en verder, gaat over die tijd.
Maar, hij komt ook aan zijn einde. In de eerste plaats zullen een paar landen niet meegesleurd worden daarin. Dat is heel merkwaardig, de Ammonieten, de Moabieten en de Edomieten, hè, we lazen dat in vs 41. Nu worden volgens Jer. 49 de Moabieten en de Ammonieten inderdaad geoordeeld, maar aan het eind is er voor de Moabieten en de Ammonieten herstel. God zegt het. Het zijn broedervolkeren uit Lot en zijn dochters geboren. En Moab en Ammon, dat is het Jordanië van vandaag. Dat is heel dichtbij. Moab ligt zo’n beetje ter hoogte van Amman, de hoofdstad van Jordanië. En de Ammonieten zitten wat noordelijker. Maar goed, langs de andere kant van de Jordaan. Trans-Jordanië heette dat ook voor een aantal jaren terug. De Edomieten, die wonen helemaal zuidelijk, een beetje in de buurt van Eilat. Sommigen van jullie hebben wel eens in Eilat gelogeerd, en hebben misschien het hotel Edomiet gehad als uitgangsplaats. Ik wel, ik heb er een paar keer gelogeerd. Maar de naam alleen al, daar, Edomiet, Edom, Ezau. Maar Ezau, wordt volgens het boek Obadja niet gespaard, krijgt een aparte behandeling, en dat is niet een gunstige.
Die koning van het noorden, die antichrist, die mens der wetteloosheid, die alles op alles zet om God van Zijn troon te duwen, om de Here Jezus te doen vergeten, die alles op alles zet om wonderen te doen zoals de Here Jezus deed, bedrieglijke wonderen, werken van de satan, door Beëlzebul, ze verweten de Here Jezus al dat Hij het door Beëlzebul deed, maar hij doet het door Beëlzebul, hij doet het echt, hij komt uit het noorden. De koning van het zuiden komt in opstand, van Egypte. Maar goed hij slaat terug. Alles kapot, de schatten van Egypte. Nou, daar zit heel, heel veel in Egypte aan goud. Denkt u alleen maar aan het Cairo-museum, het Egypte-museum, het is onvoorstelbaar, onvoorstelbaar. Al die schatten van Toetanchamon zijn daar, en alles wat er nog bij komt. Al die schatten worden meegenomen. Ethiopiërs, alles, volkeren worden meegesleurd. Iedereen wordt er in meegetrokken. En dan komt hij. Omdat de druk groter wordt, gaat hij zijn statietent opslaan, tussen de berg en de zee, in het heilig sieraad. Nou, u kunt heel simpel invullen: De vlakte van Megiddo. Had u dat al eerder een keer gehoord. Ja, Openb. 16. Daar bij Megiddo, bij Har-Mageddon, de berg Megiddo, daar gaat het gebeuren. En iedereen is het er over eens dat die vlakte nu al uitermate geschikt is om, als je dan toch ergens moet logeren, om het dan daar dan maar te doen. Ik bedoel niet hotels, maar ruimte voor tenten, ruimte voor materieel, ruimte om met vliegtuigen binnen te vliegen, ruimte om met schepen aan te reiken, enfin, alles. Alles is klaar. Daarom zal daar het centrum komen van de tegenstand. En vandaar gaan ze uiteindelijk, maar daarover nu nog niet, naar Jeruzalem, om daar Jeruzalem te nemen, te schenden. Dat staat hier. Pff, nou daar wordt je niet vrolijk van. Ik niet. Ik heb me echt afgevraagd: Here moet ik daarover praten, en moet ik dat als boodschap doorgeven aan die mensen in Veenendaal vanavond. Ik wist het niet. Ik wist het vanmorgen nog niet zo goed. Ik bedoel, ik weet wel wat hier staat, hoop ik. Ik wil niet eigenwijs over komen. Maar is dat wat je zeggen moet. Mijn antwoord is nee. Maar dan komt hij aan zijn einde. Hoe komt die man aan zijn einde. ik zal het u vertellen. Want ik heb het u al een keer verteld. Dus ik kom even terug op wat ik al een keer zie over Dan. 2. Dan komt er een steen zonder handen losgemaakt, en dat treft hem. Nou, dat wordt een knal, die steen. En die steen, die brokkelt niet af, die wordt alleen maar groter. En die steen wordt zo groot, zo wordt het voorgesteld, dat die steen alles omvat en allesvullend is. Het is daar even tasten misschien, maar die steen is niemand anders dan het koninkrijk van de Here Jezus en Zijn glorie, Dan. 2. Dan. 7, hadden we ook al. Dan. 7 zegt, dat er op een bepaald moment Iemand komt, met de wolken des hemels, de Mensenzoon. En Hij zal overwinnen. Hij zal overwinnen, Hij zal macht gaan uitoefenen, de Mensenzoon. En daar in Dan. 7 is het niet meer een steen, een beetje vaag van: Ik weet niet wat ik er mee moet. Maar dan wordt Hij al heel precies geduid, dat Hij namelijk één is met de Oude van dagen, met God die in de troon is, en dat Hij de Mensenzoon, God Zelf is. En dat Hij komt en dat Hij hier gaat heersen. Hij, de Mensenzoon grijpt in. Dat was Dan. 2 en dat was Dan. 7. Nu zegt het NT, en Niemand minder dan de Here Jezus Zelf is aan het woord, in Matt. 24. Matt. 24: Dan zal de Zoon des mensen komen, met Zijn engelen en met bazuingeschal. En dan zullen ze het teken van de Zoon des mensen zien. Dat is het moment van: Gods glorie komt. En misschien weet u het nog, ik heb het gezegd, dan komt die gloriewagen van God, die troonwagen van de Here. Dat is een prachtig voertuig, echt. Daar verbleekt jouw autootje echt bij, er blijft helemaal niets over. ga maar gauw voor een nieuwe, nee, dat bedoel ik niet. Er is zo’n geweldig voertuig van God uit de hemel aan het komen, dat alles verbleekt. Dat voertuig ziet er schitterend uit. Blinkend metaal. Ik heb toen uitgelegd dat was chasmaliem in het Hebreeuws. Dat zijn engelenwezens. En die vormen iets dat er uit ziet als blinkend metaal. En daar waren wielen, raderen, en weer een rad. Een soort zwenkwiel dus. Allemaal vol ogen. En daar is het Hebreeuwse woord ofaniem. Dat is ook, hemelwezens. Dat zijn de hemelwezens. En daar onder zitten de cherubiem, met hun vleugels. Nou, als die gaan klapperen, dan, berg je maar. Dan kun je inderdaad de krachten en de explosies niet meer tellen. Dan is het niet meer te meten. Wat dan gebeurt is onvoorstelbaar, zo’n kracht, zo’n glorie. Daar verbleken onze shuttles bij. Dat zijn de cherubiem. En daar zijn ook nog de serafiem. Ja, ja, en die zeggen “Heilig, heilig, heilig is de Here.” Ze roepen, ze schreeuwen, ze manifesteren de glorie en de heerlijkheid van God. En daar zijn de bazuinblazers bij. En die zullen bij het geklank van de bazuin Hem aankondigen. Nou, als een claxon hè. Natuurlijk zit op zo’n auto een claxon. Nou, berg je maar. Als die claxon gaat, dan weet je precies wat er gaat gebeuren. Dan is het ineens een enorm geluid van trompetten, van bazuinen. Eens als de bazuinen schallen, dan komt de Here Jezus in Zijn voertuig, in Zijn hemelwagen hier op aarde. Dat is het teken van de Zoon des mensen. Dat zijn die vier, jammer genoeg vertaald met dieren, die vier levende wezens uit Openb. 4, uit Openb. 5, u weet het wel hè. Troon, daar om de troon 12 tronen, 24 tronen en dan 4 dieren. Ik vind het jammer dat het vertaald is met dieren. Klopt niet, het zijn geen dieren. Het zijn levende wezens. Dat is in elk geval nog iets. Maar ik geloof dat het daar gaat om de 4 categorieën engelen die met de troon van God annex zijn. Dat zijn de cherubiem, dat zijn de serafiem, dat zijn die ofaniem, dat zijn die chasmaliem. Dat zijn de engelengroepen, de engelwezens die ik net duidde. Ze zijn aan de troon, als het ware, gekoppeld, en ze zullen met die troon komen. De glorie van de Here Jezus landt op aarde. En Hij komt aan zijn einde zonder dat iemand hem helpt. Dat is wat. Helemaal geen uitputtingsslag van Amerikaanse troepen die het uiteindelijk gelukt om Saddam Hoessein te arresteren, maar eigenlijk nooit, nooit de zaak schoonvegen kunnen. Kan niet eens, of in Afghanistan, of waar dan ook. Hij komt aan zijn einde zonder dat iemand hem helpt. En er is zelfs geen protestactie van Palestijnen die erg boos zijn omdat hun sjeik overleden is. Zelfs dat niet. Er is niemand die helpt. Op dat moment heeft iedereen door: Het is gebeurd, het is over, het is echt over. En dan komt de Here Jezus op de Olijfberg. Daar landt Zijn auto, Zijn voertuig, Zijn hemelwagen, Zijn hemeltaxi, hoe je het ook noemen wilt. En dan gaat Hij Jeruzalem binnen. En ik heb geprobeerd me dat zo vaak in te denken. Of Hij dezelfde route loopt dan Hij destijds liep, dat weet ik niet. Goede Vrijdag gaan we het over die route hebben. Maar in elk geval, de stad zal, vanaf dat moment, anders heten. Het zijn een paar namen die er uit springen: Het Sion van de Heilige Israëls, dat is ook al een hele mooie. De stad van de grote Koning, dat is ook een hele mooie. En de derde is JHWH Sjama, eind van het boek Ezechiël, de Here is aldaar. Dat is ook een hele mooie. Hijzelf is er. Dus die mens der wetteloosheid met zijn bedrieglijke wonderen, met zijn tekenen, met zijn gewauwel. Met zijn hoogmoed van: ik ben god en jullie moeten mij aanbidden en voor mij knielen en mij eren. In één keer voorbij. En alle onvrede, alle tumult, alle opstand en rebellie, in één keer voorbij. En daar is de Here Jezus. Die komt. Dat is die Mensenzoon uit Dan. 7. Dat is die steen zonder handen los gemaakt uit Dan. 2. Dat is de Here Jezus die uit de hemel komt in glorie en in grote kracht. Was het maar zover, denk ik. Het is niet zo ver. Alleen voor jou en voor mij, als we geloven in de Here Jezus, is dit denken een enorme troost. Stel dat je morgen in conflict komt omdat je getuigt van de Here Jezus. je weet niet hoe het met Idols is afgelopen, of je weet niet hoe het met voetballen ging, of met wielrennen. En je komt op je werk of je komt op school en je staat even weer voor paal, want je bent net niet op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Stel dat je zou zeggen: “Ik was ergens en toen zag ik de Here Jezus uit hemel komen. Die man die probeerde dat te vertellen. Dat lukte niet zo goed, maar goed, ik heb toch iets gezien van die hemelwagen.” Nou ja, dan sta je mooi voor paal op school of op de werkplek. Want niemand snapt het en niemand wil het snappen. Hooguit iemand die in de pauze bij je komt: Wat was nu zo bijzonder aan dat…. Dat was waarschijnlijk ook iemand die niet kleur durfde te bekennen, maar dan later even terug komt. Maar goed, als je alleen staat morgen, en je beseft, wie ook wat uitdenkt in negatieve zin: Mijn Here Jezus komt. Hij is het, Hij is de enige. Die duivel die zal niets anders doen dan bedenken wat negatief is over de Here Jezus. Wat in opstand is tegen God. Want dat is hij zelf ook gaan doen. En daar wil hij anderen in meenemen. En hij zegt: “Ik ben zelf god.” En daarom wilde hij zelfs dat de Here Jezus voor hem zou knielen. En als de Here Jezus dat zou hebben gedaan, bij die temptation, weet je wel, bij die verzoeking daar in de woestijn, en Hij had geknield, dan had de duivel Hem alle macht en alle glorie gegeven van de hele aarde. En de Here Jezus zegt: “Nee.” De enige die het niet deed was de Here Jezus. En dat is ook de Overwinnaar. Want die Overwinnaar, is mijn Heiland, is mijn Verlosser. En die Overwinnaar komt terug. Maar die Overwinnaar zal er ook voor zorgen dat ik bij Hem kom, dat ik daar zal zijn waar Hij is. Dat is de Overwinnaar over Wie we praten.
Dan. 11 geeft aan hoe dat in de eindtijd razend moeilijk zal zijn. Hoe alles op z’n kop staat en alleen maar leugen is. En alleen als je meedoet, ja, dan krijg je geschenken, dan heb je wat overlevings-mogelijkheid. Maar als je niet meedoet, dan lig je er uit, lig je er helemaal uit. Ten dele voelen we dat al. Alleen, we hebben nog een zondagse dienst en je kunt elkaar hier nog bemoedigen en zeggen: “Nou, maar hier val je niet zo”, laat ik maar zeggen, “uit de toon, hier ben je geaccepteerd, fijn dat je zo denkt.” Je krijgt bemoediging. Fijn dat je nog voor de Here Jezus wilt gaan. Maar in de wereld heb je dat niet meer. Maar straks is dat er überhaupt niet meer. Dan is dat in de superste vorm van negativisme aanwezig. En de duivel heerst. Is dat het einde Nee, dan komt hij aan zijn einde, zonder dat iemand hem helpt. Er is geen hulp. En zij die bij ons zijn, zijn toch meer dan die bij hen zijn.
Ik hoop dat je zo blij bent met de Here Jezus, en dat je durft te zeggen: “Here Jezus, als U dan komt, nou, dan kijk ik uit de hemel mee, en ik vraag of ik met u mee mag.” Zoals ik vroeger mee mocht rijden met een auto. Dat was een hele eer, want in een auto zaten we nooit. Maar als je mee mocht, dan hoopte je dat al je vriendjes van school je zouden zien dat je in de auto zat. Nou, maar we gaan mee, we gaan mee met Hem. We komen met Hem uit de glorie en we zullen met Hem heersen. We zullen er bij zijn dat de overwinning echt gevierd wordt. Want de overwinning is behaald op Golgotha, hoe raar het ook klinkt. Maar het wordt duidelijk, het wordt zichtbaar als de Here Jezus terugkomt en de duivel totaal is overwonnen.
Ik hoop dat je Dan. 11 nog een keer leest en dat je die moeilijke dingen eens in dit kader, in dit perspectief van Matt. 24, daar heb ik uit geciteerd, Matt. 24, waar de Here Jezus Zelf aan het woord is, en het heeft over Daniël de profeet, weet je wel, dat stukje, en 2 Tess. 2. 2 Tess. 2, waar die omschrijvingen allemaal staan die ik citeerde: De mens der wetteloosheid en zo, bedrieglijke wonderen, tekenen, waar dat allemaal opgesomd staat. Dus 2 teksten helpen je om dit stukje een plaats te geven. Maar als je dat hebt, dan kun je alleen maar zeggen: “Here Jezus, we danken U en prijzen u.”
Ik hoop dat u geniet van de Here Jezus. Niet van de ondergang van mensen. ik hoop dat u bewogen bent met mensen en dat u vandaag diezelfde mensen die niet willen, toch liefhebt. En dat u ze misschien toch vertelt van de Here Jezus. Dat u toch een weg zoekt om ze te bereiken. Als ze “nee”, gezegd hebben dan kunt u niet misschien nog een keer aan de deur bellen. Want die, ja, die hebben toen al nee gezegd. Hebben de deur misschien wel dicht geknald. Maar misschien hebben ze nog een achterdeur. Ik bedoel dat niet drammerig. Ik bedoel, vraag om inventiviteit, om: Here, hoe mag ik ze nu benaderen. Met welke liefde kan ik nu nog bij mijn buurman binnen komen. De voordeur is dicht, maar misschien is de achterdeur wel open. Misschien is de achterdeur zijn lekke band of zo, en kun je die even repareren. Of is de achterdeur misschien wel een kind die samen met één van jou op school zit. Of de achterdeur is misschien wel een familielid, en is plotseling overleden. Misschien kun je zeggen: “Wat erg voor ze, gecondoleerd, ik leef met je mee.” Dat zijn achterdeuren, helpen. Misschien kunnen we eindelijk die mensen bereiken die nog nee zeggen tegen de Here Jezus. Misschien kun je vragen oproepen. Ik was heel erg geroerd door wat we zagen in Israël, van Messiasbelijdende Joden. Je mag niet evangeliseren onder Joden, dat mag niet. Maar wat ze deden was een soort tuin, een soort expositieruimte klaarmaken. Hebben ze gedaan, we zijn er geweest een weekje. En in die tuin nodigen ze mensen uit. Joodse mensen, klassen, jongeren, ouderen, gewoon los ook, individueel, maar ook groepsgewijs. En ze komen daar en ze worden daar rondgeleid. Je mag niet evangeliseren, maar je mag wel vragen oproepen. En daar zijn Joden meesters in, echt waar. Daar hebben ze echt feeling voor. Dat kun je ze niet ontnemen. En die vragen die zijn: En hoe zit dat dan? Daar zijn velen tot bekering gekomen. Die hebben de achterdeur gebruikt, als je begrijpt wat ik bedoel. De liefde van de Here Jezus, de liefde van God. Misschien als wij meer doordrongen zouden zijn met welke tijd hen boven het hoofd hangt, dat we met Paulus zeggen: “Wij dan wetende de schrik des Heren, overreden de mensen: Laat u met God verzoenen.” Zo van, als je nu weet wat er gaat gebeuren, zeg er dan iets van. Nou, misschien zijn ze daarvoor al doof, heb je al te vaak iets geroepen, dat kan. Nou, probeer het eens. Here, geeft U alstublieft, Here ik ben ook zo’n Jona, maar geeft U alstublieft een tweede kans. Zou de Here dat doen. Hij doet het, want Hij houdt ook van die mensen. En misschien wil de Here jou door dit, vandaag, met dat moeilijke stuk van die druktijd die komt, die vreselijke oordelen die losbarsten, misschien wil de Here jou en mij juist motiveren om extra te bidden voor. Te danken ook, jazeker. Maar het is niet alleen maar hoh, nou zij, zij gaan in hun sop straks gaarkoken, sorry voor die term, maar zo hoort dat dan in het Nederlands, en wij zitten heerlijk te dikkedassen in de hemel aan de tafel van de Here en wij zitten, nou, we zitten helemaal goed hoor. En de Here komt naderbij om ons te dienen, en zij….. Ik weet, er is ook geen, laat ik maar zeggen, rancune meer in je denken. Maar toch mag de bewogenheid met mensen ons nooit ontglippen. Vertel ze maar van de Here Jezus. Als je niet weet hoe: Here, hoe mag ik het doen. Here, ik bid voor die, voor mijn schoolvriendje, voor mijn werkvriendje, voor mijn maat in de bus waar ik mee rijd, of voor ja, met wie je misschien fiets of zo. Ik bid er voor. En de Here geeft echt bewogenheid, warmte, liefde. En die bewogenheid en die liefde, leidt er toe dat je die mensen vertelt van de Here Jezus.
De Here zegene ons, amen.