Daniël 12 : 1 – 4

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

14. Verstandigen stralen.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

18 april 2004
      Lezing

Lezen: Daniël 12:1-4

Dan. 11 gaf ons scherp en duidelijk een schets van de grote nood in die eindtijd. De nood die zich heeft opgestapeld als de mens der wetteloosheid zich openbaart. Als er een vreemde god is die nooit geweest is, maar die dan niet alleen ruimte krijgt, maar ook invloed heeft. Dan. 11 is een opsomming van grote nood in de eindtijd. En het 12e hoofdst. uit datzelfde boek Daniël, is een soort afronding, een soort afsluiting, maar met heel veel informatie. En de informatie van vanavond gaat heel ver. Niet omdat ik het zeg, maar omdat het in de tekst opgesloten zit. En die informatie betreft gelovigen die de profetie, die de woorden van de profeet Daniël ter harte willen nemen. Gelovigen, kinderen van God die leven uit God hebben, en die inderdaad de Here Jezus kennen als hun Heiland en als hun Verlosser, en die durven zeggen: “Ik heb leven uit God. Door het geloof in de Here Jezus. zie ik niet op tegen de dag voor morgen, of zoals een lied dat zegt: Ben ik niet bang voor morgen.” De Here Jezus, de Heiland, de Verlosser. Als het grote nood gaat geven hier op aarde, de bijbel noemt dat hier, ook in ons stukje van deze avond, de tijd van grote benauwdheid, grote verdrukking, grote nood en enorme, enorme moeite, dan zou je geneigd zijn te zeggen: “Daar blijft niets over.” We hebben al ontdekt dat er volkeren van heinde en ver komen, naar Jeruzalem gaan en Jeruzalem willen innemen. Het sieraadland wordt binnengevallen. Dat is de taal uit dit boek. En ze zullen proberen om Jeruzalem tot de orde te roepen. Misschien hebben we eeuwen gedacht: Nou ja, dat kan niet, want Jeruzalem, ja, het is er wel, maar, wat zegt dat dan. Vandaag is dat allemaal anders. In onze dagen maken we dat bij wijze van spreken elke dag mee. En zeker na gisteren en de, laat ik maar zeggen, de enorme nood van vandaag, kun je het gevoel krijgen: O alsjeblieft, Here, spaar. Want het zou wel eens kunnen zijn dat Europa zich daar mee gaat bemoeien. Dat de moslimlanden gaan optrekken. En ik heb proberen duidelijk te maken dat dat wel eens samen zou kunnen gaan. Het beest uit het boek Openbaring heeft tien van die kronen, tien van die hoornen, en dat zijn tien koningen die één uur met dat beest zullen gaan regeren. Ik citeer Openb. 17. En die tien koningen vindt u in de Psalmen alle tien omschreven: Moslimlanden rondom Israël. Nou, als dat zaakje samen gaat ballen, als Europa deze landen om zich heen gaat zetten, dan blijft er maar één ding over en dat is een gigantische haat naar het volk Israël. Een groot verlangen om dat volk eindelijk en definitief in de Middellandse Zee te dumpen, en om Jeruzalem voor zich te claimen. Om, en daar zit de duivel achter, om te voorkomen dat de Here Jezus daar ooit een keer Koning zal zijn, ooit een keer Here der heren zal zijn. Dat daar ooit een keer een stad zal zijn van die grote Koning. Dat er ooit een keer het Sion van de Heilige Israëls zal zijn. Al die dingen vallen heel precies samen. Nu, dat we nu vanuit Europa, maar ook vanuit de hele wereld beïnvloeding zien in de richting van Jeruzalem, is helder. Hoe dat zich gaat ontwikkelen, en met welk een tempo, weet ik niet. Ik weet alleen dat de bijbel spreekt van een enorme druktijd voor het Midden-Oosten, waar de hele wereld last van heeft, maar waar speciaal Israël onder te lijden heeft. Een grote nood, een tijd van grote benauwdheid. En dat is niet alleen de politiek, dus de Arabische politiek samen met de Europese politiek. Maar het is ook een geestelijke strijd. Want de mens der wetteloosheid doet tekenen en wonderen, bedrieglijke tekenen en wonderen, in die tijd. En men zal zich verbazen. En er wordt een soort aanbiddingscultus neergezet in Jeruzalem. En iedereen moet meedoen, iedereen moet een knieval maken voor het beeld van het beest. En als je dat niet doet kun je economie ook vergeten. Dan kun je het kopen en verkopen vergeten. Het getal 666 geeft toegang. En als je dat getal weigert dan heb je echt een probleem. Dat is die grote nood, die grote benauwdheid, die verschrikkelijke tijd die gaat komen. Daarover heeft Daniël het. “Maar”, zegt Dan. 12, “te dien tijde, zal Michael opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat. En er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen, al wie in het boek beschreven wordt bevonden. In Gods boekhouding is precies vastgelegd wie in die tijd het volk van God zullen vormen. Ik kom later wel terug op wat goed is voor de Here en wat niet goed is voor de Here. Maar eerst dit: In de tijd dat die benauwdheid zo gigantisch is en alles op instorten staat, en Jeruzalem bijna te pletter is gelopen door die vijandige volkeren en legers, in die tijd zal Michael, die hier de grote vorst genoemd wordt, opstaan. Die hadden we al eerder. Ook al in Dan. 10, in het begin van Dan. 11. De volkeren hebben een engelenvorst ergens in de hemelse gewesten. Beetje moeilijk hè. Het is niet grijpbaar, je kunt het niet precies duiden. Waar zijn die hemelse gewesten. En hoe moet je je dat voorstellen. Maar Daniël maakte al duidelijk in hoofdst. 11, het begin, dat er een koning zou zijn op de Balkan, Griekenland-Macedonië. En dat er een engelenvorst is, met wie Michael al te strijden had. M.a.w., buiten ons gezichtsveld is er een strijd gaande die we niet eens kunnen waarnemen. Maar die is er wel, zegt de bijbel. Nu hebben we natuurlijk Efeziërs hoofdst. 6 in onze bijbel, NT: Onze strijd is niet tegen vlees en bloed. Niet tegen concrete dingen. Niet mensen die je kunt duiden, die je kunt beetpakken. Mar onze strijd is tegen machten, krachten, overheden, machthebbers in de hemelse gewesten. Occulte demonische machten in de hemelse gewesten, zijn bezig te strijden. Buiten ons gezichtsveld gebeurt veel meer dan wij vermoeden. En het is echt, ja, niet onzin, als mensen het hebben over demonen die nu op het dak van dit gebouw zitten. Ze zitten er. En ze zitten niet eens rustig stil af te wachten, eens te kijken wat die lui daar doen. Ze hebben maar één doel, en dat is elk stukje getuigenis van de Here Jezus, elk stukje openbaring van de Here Jezus weg te nemen. En of ze dat nu doen door onrust in jouw leven te brengen, of ze dat nu doen door oorlog in het Midden-Oosten, of ze dat nu doen door broeders hier in dit huis tegen elkaar op zetten, het is gelukkig niet gebeurd bij mijn weten, maar ik wil maar gewoon zeggen: Of ze dat nou langs die route, of langs een andere route proberen, ze proberen gelovigen naar elkaar toe, in de ja, in de conflictsfeer te krijgen. En maar praten en maar botsen en maar argumenteren. Maar ze zijn bezig om dat grote doel, openbaring van onze Here Jezus te verstoren. Die zijn er. Die zie je niet, maar die zijn er. Demonische machten zie je niet, maar die zijn er. En als iemand nare dingen tegen jou gezegd heeft, gisteren, dan is het niet die buurman die dat zie. Ja, hij zei het wel, maar hij werd gemanipuleerd. Hij werd gebruikt. Onze strijd is niet tegen die buurman, maar tegen dat hele machtige achter die buurman. Wat heeft die buurman aangezet om zulke dingen te zeggen. Dat is het conflict buiten ons gezichtsveld. Die demonisch machten die zijn er. En die gaan te keer. En die weten ook heel goed dat ze korte tijd hebben. Die beseffen heel wel dat het niet lang meer gaan duren. Maar één ding moet dan ook duidelijk zijn, dat Israël ook een vorst heeft die ze misschien niet zien. Israël heeft een grote vorst. Wie is dat? Michael. De aartsengel Michael. Die aartsengel Michael neemt het op voor Israël. Dat staat hier. Dat hadden we al, maar dat staat hier ook, heel precies. Dus in die tijd van grote nood, dus als je misschien geneigd ben om te zeggen: “En nu is het voorbij, nu is het over.” Dan ineens komt Michael, uit de startblokken, voor het eerst. Nee, nee, het is al langer, al veel langer aan de gang. Maar dan ineens openbaart Michael zijn grote kracht, en hij overwint. God heeft ook een engelenvorst op Israël gezet. En die engelenvorst, die zal het voor Israël opnemen. Het is toch wel een bijzonder volk, vindt u niet, een heel bijzonder volk. En dat is ook zo. U hebt er ook Eén. Als de Here Jezus komt, met de stem van een aartsengel. Hoort u het, de stem van een aartsengel. En Hij zegt: “Kom”, dan ineens, dan zijn we weg, we zijn vertrokken. En die Engel die wij hebben, onze Vorst, is de Engel des Heren. Dat is geen aartsengel. Nou ja, Hij heeft wel de stem van een aartsengel. Maar Hij is de Engel des Heren, de Here Zelf, JHWH Zelf. En Hij Die onze Vorst is, onze Koning is, onze Here der heren is, Koning der koningen, is de Here Jezus. Misschien was je een beetje jaloers op Israël. Dat ze dan toch maar zo ergens, ergens in die hemelse gewesten iemand hadden die het voor hen opnam. Nou, je hebt er ook Eén. En ik hoop dat je nu stil in je hart zegt: “Here Jezus, dank U, dat U daar bent voor mij, bij de troon van God. Dat U daar tussenbeide treedt. En dat U daar bent als de voorspraak bij de Vader. En dat U daar bent zoals in het boek Zacharia, hoofdstuk 3 staat: De engel des Heren die zei: “Blijf er met je vingers af satan, dat is een product van Mij. Dat heb Ik gekocht. Van Mij, daar blijf jij af.” Een brandhout uit het vuur gerukt.” Weet je wie dat is, die Engel des Heren. Dat is dezelfde die in Openb. 10 staat, met de ene voet op de zee. Een sterke Engel, zo wordt Hij daar genoemd. Bekleed met de regenboog. De diamant is bij Hem. Zijn gelaat schittert zoals de zon. Zijn benen zijn als gloeiend in een oven. En daar staat Hij, met de ene voet op de aarde en de andere voet op de zee. Ik ben JHWH Zelf. De demonen gaan nog steeds te keer. Zitten hier op het dak van het gebouw. Maar er is Eén die het voor mij opneemt. Er is Eén die mij niet laat vallen. Er is Eén die er voor zal zorgen dat ik daar kom waar Hijzelf plaats heeft bereidt. “Kom”, en dan gaan we. De stem van een aartsengel. En wij, we worden veranderd, in een ondeelbaar ogenblik. Ineens is het oude weg. De doden in Christus zullen eerst opstaan. Wij zullen veranderd worden, samen met de doden in Christus opgenomen worden de Here tegemoet in de lucht. En zo zullen we altijd met de Here zijn. De strijd kan voor jou en voor mij misschien ook hevig zijn. Er zijn momenten dat je het niet helemaal meer ziet. Misschien wel grote nood kent, grote moeite kent. Maar de Here is er. Ik wou het maar naast elkaar zetten. Voor je jaloers wordt op Michael en op zijn relatie met dat volk Israël, wil ik je toch wijzen op onze grote Herder. Onze Here Jezus, de Engel des Heren. En dat is nooit Michael of Gabriel, dat is Hijzelf, de Here Zelf, onze Here Jezus. En Hij, Hij zorgt voor jou. het is maar dat je het weet. En ik hoop dat je stiekem zegt: “Dankjewel Here Jezus, dank U.” U mompelt: “Dank u wel Here Jezus.”
In die eindtijd, als de druk, de nood, de verzwaring gigantisch is, die grote verdrukking a.h.w. een climax krijgt, grijpt Michael in en Israël zal ontkomen. Dat staat hier: Uw volk zal ontkomen. Dat betekent dat er op dat moment een ontkoming is. In het dal Mijner bergen zal ontkoming zijn. Ook het boek Zacharia, als de Here Jezus terug komt op de Olijfberg en die olijfberg splijt middendoor, en er ontstaat een gigantisch dal, dan is dat ook een dal ter ontkoming. Nou, dat spoort natuurlijk voor 100%, niet voor 99 punt zoveel, maar voor 100% met wat hier staat: Het dal ter ontkoming. In die tijd zal er een ontkoming zijn voor allen die voor die tijd in het boek van God staan. Dat is een Oudtestamentische uitdrukking. Mozes had dat al en die zei: “Delg mij maar uit Uw boek”, als dat al gekund had, maar zo zei hij het wel. En David zei, Ps 51: “Delg mij niet uit Uw boek.” M.a.w., er was toen ook al sprake van een soort register, een soort boekhouding. En die boekhouding van God, die, ja, die behelsde nogal wat. Nu, in die tijd zijn er mensen die hier op aarde het getuigenis van God zullen gaan vormen. Door God bedoeld om het getuigenis, om de vlag omhoog te houden. Om de fakkel a.h.w. te tonen aan de wereld, in die tijd. In het boek zijn ze geschreven.
En nu komt de moeilijke tekst, tekst 2, vs 2 uit Dan. 12: Velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken. Dezen tot eeuwig leven, genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren voor eeuwig en altoos.
Velen van hen die slapen in het stof der aarde. Nou, je kunt je voorstellen dat heel veel uitleggers hun gedachten daarover hebben laten gaan en hun computer gebruikt hebben. Dat is dan wel de modernere uitlegger, om dit ook op te schrijven. Maar vroeger schreven ze dat met de pen of met een ouwe schrijfmachine. Wie zijn dat. Daar zijn eigenlijk twee opties. Die velen die slapen in het stof der aarde zouden de Israëlieten kunnen zijn die nu leven, maar die ergens verstrooid zijn. Misschien wel de tien stammen, die ergens slapen in het stof der aarde, en die dan zullen ontwaken. Waarvan een deel gaat genieten en een ander deel eeuwig afgrijzen krijgt. Want dat is dan het doortrekken van deze mening. Velen. Natuurlijk heb ik al die dingen al gelezen en probeer je daarover te denken en te bidden, maar ik denk toch dat het hier te maken heeft met de velen die ontsliepen. Een heel simpel voorbeeldje, hele moeilijke tekst overigens. In Mattheus staat, als de Here Jezus sterft, als de Here Jezus het woord “het is volbracht” heeft gesproken, dan komt er een aardbeving. En wat krijg je dan. De graven, en ontslapen heiligen, dus niet onheiligen of zo, maar ontslapen heiligen, die zijn op dat moment wakker geworden. Die zijn opgestaan. En die zijn verschenen nadat de Here Jezus is verschenen. Aan velen in Jeruzalem. Ik denk dat de rabbi’s toen op hun hoofd gekrabd hebben, denk ik, zo doe ik dat altijd als ik het niet weet. Maar goed, die hebben toen gedacht van: Hé, is dit Dan. 12. En ze hebben natuurlijk gelijk het boek weer dicht gegooid, want ze denken: Daar moeten we niet in meegaan, want dat zou dus betekenen dat we met iets bijzonders te maken hebben daar, even buiten Jeruzalem op Golgotha. Dus ze hebben dat op hetzelfde moment ook weer weggeworpen. Ze hebben gedacht: Daar willen we niet aan. Maar, ik denk zelf dat het hier te maken heeft met een opstanding van velen, niet van allen. velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken. Dezen, dat zijn dus niet die velen, dat zijn de anderen, die niet opstaan. Velen zullen opstaan. Dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading. Dat betekent: Die dezen, dat heeft te maken met die velen die opstaan. En die genen, dat heeft te maken met hen die niet opstaan. Je zou, misschien, op het eerste gezicht denken: Die genen, die anderen, ja, die zullen ook wel opstaan, maar die hebben het dan niet zo best. Tot eeuwig afgrijzen. ik wil het proberen.
De Here Jezus heeft gezegd dat Hij terug komt en dat Hij ons dan gaat brengen daar waar Hijzelf is.Maar wij hebben in het verleden wel eens gepoogd duidelijk te maken dat bij die z.g. opname van de Gemeente, nog een aantal meegaan. Ik heb zelfs wel eens gezegd dat ik helemaal niet zo gelukkig ben met die term “Opname van de Gemeente”. De Gemeente wordt opgenomen, waarvan akte. Alsjeblieft, ga nu niet denken dat ik dat niet geloof of zo. Dat is iets van waarde voor mijn hart. En ook van mijn prediking. Maar, als die opname van de Gemeente er is. Als de doden in Christus eerst zullen opstaan, betekent dat dat Abraham niet opstaat, of Daniël zelf, of Ezechiël, of Jeremia, of Jesaja. Zouden die daar blijven. Mensen die deel hebben aan de eerste opstanding worden zalig gesproken. Welzalig hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Ik ben er echt zeker van broeders en zusters, dat de eerste opstanding alle gelovigen behelst uit het Oude en het Nieuwe testament. O, dus u zegt dat Abraham ook bij de Gemeente hoort. Dan heb je even wat uit te leggen. Want de Gemeente bestaat toch uit mensen die de Heilige Geest hebben ontvangen en die door de Heilige Geest tot één lichaam zijn gedoopt. Amen, amen, u hebt volkomen gelijk, u bent zeer bijbelvast. En toch zeg ik, dat ook als u en ik naar de Here Jezus gaan, gaan ook de oudtestamentische gelovigen mee naar de Here Jezus. Nog preciezer: Als de bruiloft van het Lam, dat is nog voor de grote verdrukking helemaal ten einde is, voor de Here Jezus terugkomt op aarde, voor Hij gaat heersen, als de bruiloft van het Lam plaatsvindt, dan zijn er ook mensen die zich verheugen. Er zijn ook bruiloftsgasten, ze worden zelfs genoemd daar. Wie zijn dat dan. Nou, Johannes de doper bijvoorbeeld, precies. En als je Johannes de doper daar plaatst, dan moet u Abraham daar ook plaatsen, kan niet anders. Johannes de doper zegt: “Die de bruid heeft, dat is de Bruidegom.” Dus als je wilt weten wie de Bruidegom is, moet je op de bruid letten. Dat zegt Johannes de doper. Maar Johannes de doper zegt: “Ik ben de vriend van de bruidegom. Ik sta er bij en ik verheug mij. Ik ben blij met die dag. Ik kijk er naar uit.” De oudtestamentische heiligen zullen ook opstaan. Op hetzelfde moment opstaan. Alle doden in Christus zullen opstaan. En ze gaan samen, samen de Here tegemoet. Dat er in de hemel toch een soort tweedeling plaatsvindt van: Een deel is de bruid van het Lam en een deel is bruiloftsgast en zal de Koning vergezellen, en zal met de Koning gaan heersen, dat is waar. Maar u mag uit het feit dat daar een tweedeling plaats heeft in de hemel, niet concluderen dat ze dus in het graf blijven. Velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen opstaan. Dezen, zoals hier staat, tot eeuwig leven. En genen, dat zijn de anderen. Dat is die rijke man. U weet het wel, de Here Jezus vertelt geen gelijkenis hè, in Luk. 16. Helemaal niet. Hij noemt Lazarus. Lazarus in de schoot van Abraham. Nou, daar gaan ze met z’n tweeën. Abraham zegt tegen Lazarus: “Nu is het genoeg. Nu gaan we samen naar Hem.” En die rijke man die in de plaats van pijn is, die het echt door heeft dat hij helemaal fout zit, dat hij een verkeerde keuze gemaakt heeft, dat hij niet geloofd heeft, die zit daar nu nog, nu nog, nog steeds. De overige doden worden niet weer levend. En die komen uiteindelijk voor de grote witte troon. En wat hebben ze dan. Alleen maar boeken en alleen maar de tweede dood. Eeuwig afgrijzen, een verschrikkelijke toekomst. Dat is de toekomst voor die anderen, voor die andere groep, die genen hier.uit dit stuk.
Dezen, de gelovigen uit Israël, ik heb al een paar genoemd, een paar namen laten vallen, maar u mag er nog een paar bedenken. Ze gaan mee en ze worden opgewekt. Hier staat dat Michael het op zal nemen in de tijd die komt, in die grote nood tijd, en dat Michael orde op zaken stelt. Dat hij in gaat grijpen namens de Here. Dat er een geweldig iets gaat gebeuren. Dat er een ontkoming zal zijn voor dat volk, dan op aarde. Maar dat is niet alles. Dan. 12 gaat zover, en daarom was het echt bedoeld voor de eindtijd, daarom was het echt bedoeld van: Hou het nog maar even verborgen, want misschien gaan velen onderzoek doen. Maar bovendien is er nog iets van die velen die uit het stof der aarde zullen opstaan en die naar de Here zullen gaan, samen met jou en met mij. Nou, u denkt misschien: Dan, nou, dan heb ik dan toch kans om een keer met Abraham te praten. Eh, nou, dat lijkt me een goed idee. Als u geweest bent dan wil ik ook graag een nummertje trekken, dan ga ik ook aan de beurt komen. Ik zou wel graag met Job willen praten. Maar het liefst zou ik met Mozes willen praten. Want ik ken niemand die zo dichtbij geweest is als Mozes. Dus als u Abraham aanschiet, dan schiet ik gauw Mozes aan. Mozes, hoe had je het, in het heilige der heiligen, toen, toen je zo heel dicht bij de Here was. En toen je die stem hoorde van tussen die beide cherubijnen. Duidelijk sprak Hij tot je. Niet in raadselen, maar je aanschouwde de gestalte des Heren. Ik citeer hoor, ik citeer, Num. 12. Ik zou graag weten wat Mozes daar heeft gekend. Nou, zijn gelaat straalde. Als hij daar vandaan kwam, dan kon iedereen dat hij daar geweest was. Hij deed een doek voor zijn gezicht. Niet vanwege de zon en vanwege het stof. Maar dat was zo gigantisch, dat het zo schitterde, dat mensen niet eens hun aandacht, hun blikken konden richten op Mozes. Nou, met Mozes praten op die dag, geen slecht idee. Mozes, die als geen ander, de wet, de heiligheid van God, de genade van God, de heerlijkheid van God heeft gezien en daarover sprak. “Mozes heeft van mij gesproken” zegt de Here Jezus. Ik wil er zo graag iets mee duidelijk maken, en dat is dat de oudtestamentische heiligen zullen opstaan, en dat ze meegaan naar de hemel. En daarom zijn die 24 tronen die daar zijn, makkelijk te verdelen in 2×12. dat 2×12 komt nu terug, in het nieuwe Jeruzalem: Zonen van Jakob, apostelen van het Lam. Alles vraagt om die verdeling: 2×12, de tronen, die 24 tronen rondom de troon, daar zitten ze. Ik zeg niet dat de oudtestamentische gelovigen dus ook in het vaderhuis zijn Dat ze daar dus thuis horen. Dat ze dezelfde situatie, dezelfde positie hebben in Christus. En ik vind het ook misschien niet zo moeilijk om te geloven dat er zelfs in de hemel verschil is. Daar komen we nog achter. Daar kom ik nu ook nog achter. Er is verschil in de hemel, duidelijk. En geve de Here, in Zijn genade, door Zijn Heilige Geest dat we dat verschil een beetje gaan ontdekken. Er is geen jaloezie in de hemel. Er is niet iets van: Nou, wat jammer nou toch. “Nou had ik toch gedacht dat ik beter zou zijn dan Dato”, zegt er dan iemand en nou zit Dato daar en ik sta hier. Tjonge, tjonge, dat valt me even zwaar tegen. Ja, jammer. Maar dat is er niet meer. Dat zijn we gelukkig kwijt. We hebben eindelijk zicht op het er doorheen kijken, en niet naar de uiterlijke positie van iemand.
Velen, ze gaan mee. Genen, blijven nog. En die genen, ik hoop niet dat u het nu moeilijk vindt, gaan via de grote witte troon van Openb. 20, naar eeuwig afgrijzen, de tweede dood, de poel des vuurs, de hel. Dezen en genen. En nou moet je eigenlijk nog een keer zeggen: “Bij welke club hoor jij.” Ja, je kunt zeggen: “Dat gaat over Israël.” Nee, o.k. Maar als jij ook mee gaat. En er zijn anderen gestorven, niet in Christus. En het NT zegt daarvan: Die zijn in hun zonden gestorven. Je kunt in Christus sterven, één. Twee, je kunt in je zonden sterven. Bij welke groep hoor jij. Er niet omheen. Afgezien van het feit dat ik niet hoop dat je morgen een ongeval krijgt of zo, dat er iets ergs gebeurt. Ik hoop dat je gewoon verder kunt, met je programma, met je voetballen, met je school, met je werk, wat dan ook, maakt niet uit. Maar je moet wel kiezen. Kiest dan heden. Kies dan vandaag. Stel dat alsjeblieft niet uit. Ofwel eeuwig leven, ofwel eeuwig afgrijzen. Zo staat het dan toch maar in één tekst. En dat is best heftig, pittig. En niemand mag er onderuit. Ik wil dat ook niet. Ik wil er niet zo onderuit. Ik wil zo graag helder maken dat dit hier staat en dat het wel tamelijk indringend is. Er komt een moment dat dezen eeuwig leven hebben, dat genen versmading en afgrijzen krijgen.
En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. En die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren voor eeuwig en altoos. Ik wil beginnen met iets te zeggen over onszelf. Jij en ik zijn door het geloof in de Here Jezus, daar ga ik nu van uit, kinderen van God. We hebben leven uit God. We hebben eeuwig leven. De Heilige Geest is in ons gaan wonen voor altijd. Gaat ook niet meer weg, blijft bij ons en zal tot in eeuwigheid bij ons zijn. Brengt ons in het huis van de Vader, laat ons genieten. Onze positie is subliem, is schitterend, in Christus, in de hemelse gewesten. Alles, alles is in Hem, in Hem, in Hem, fantastisch. Maar de gelovigen worden ook opgeroepen om vandaag de dag voor Hem te leven. Dat is een heel ander verhaal, dat is onze verantwoordelijkheid. Dat eerste is door het geloof in de Here Jezus je zomaar geschonken. Dat zijn de klederen des heils, dat is de mantel van gerechtigheid. Die is gegeven geworden, dat krijg je gewoon, aangeboden. Maar daar is ook een lijn in de schrift van: Doen hè, werken hè, uitwerken, beleven, getuigen. Dat is discipelschap, dat is die tweede lijn. Die eerste lijn is door het geloof in de Here Jezus. U komt niet in de hemel omdat u het zo goed doet. U doet het nooit goed genoeg. U zal nooit een voldoende krijgen, nooit. U komt alleen maar in de hemel omdat u gelooft in de Here Jezus. Alleen door het geloof in de Here Jezus. Maar, er is ook wel terdege een lijn van: Je moet iets doen. En als je iets doet gaat de Here je daarvoor belonen. Wat is de beloning voor iemand die vandaag getrouw voor de Here Jezus spreekt, uit komt, leeft. En daarbij gaat het niet om praten, alleen maar om getuigen, maar gaat het om je hele leven. En dat wat je kunt en dat wat je hebt, wat je aan capaciteiten gekregen hebt, dat mag je gebruiken. De Here heeft je mogelijkheden gegeven om. En voor de ene is dat waarschijnlijk computeren en voor de ander is dat misschien schilderen en voor een vierde is dat misschien musiceren en voor een vijfde is dat besturen en voor een zesde is dat hand- en spandiensten verrichten en voor een zevende is dat misschien wel eens een keer je mond houden. Want dat kan soms ook een zegen zijn. Nou, ik bedoel het heel serieus hoor, dat meen ik wel wat ik zei. Maar je hebt capaciteiten gekregen. En, dat mag je gebruiken. En voor die capaciteiten wordt jij beloond. Het loon in de bijbel staat altijd voor mensen die als een discipel, als een volgeling voor de Here Jezus verder gaan. Wat is het loon. Nou, dat is in elk geval een kroon. En die kroon die ga je op een bepaald moment toch weer aan de Here Jezus geven. maar het is ook: Heb gezag over tien steden, of heb gezag over vijf steden. Daar wou ik even naar toe. Dat betekent, dat je een tijd gaat krijgen, dat je met Christus gaat regeren. Je had altijd al graag de politiek in gewild. Geen plaatselijke wethouder, nee, dat is het net niet. Den Haag, o.k., minister. Het liefst nog minister-president. En je denkt van jezelf dat je het gauw zo goed doet als Jan-P en nog wat. Nou, dat valt toch zwaar tegen. Maar, ik maak een grapje. Je zou willen heersen, toch? Geen aspiraties. Nou, ze zijn ook van die mannen die alleen maar thuis willen heersen: Ik ben de baas, zoiets. Ik heb het voor het zeggen, mijn haan zal hier koning kraaien. Nou, zijn we weer allemaal wakker, weer bij de les. Ik wil zo graag helder maken dat dat heersen eigenlijk in ons bloed zit en dat we allemaal dit streven hebben. Nu, er komt een moment dat u met Christus zult heersen, met Hem zult regeren. met Hem zult regeren die duizend jaren. Dat betekent, de beloning, die tien steden, vijf steden. Jij vult in: Eén straat, één, één klein laantje, twee huizen. En de aller-, allereenvoudigste zegt: “Nee, het is een klein hutje ergens, daar hebben wel eens schapen in gezeten, daar mag ik de baas over spelen.” O.k., maar toch, met Hem heersen, die duizend jaren. Dat heersen met Hem is dus gekoppeld aan jouw verantwoordelijkheid, aan dat wat jij hebt gedaan. Daar krijg je beloning voor. Dus dat wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, dat houdt z’n waarde, en dat zal blijven bestaan. De Here zal je daarvoor echt belonen.
Nu terug naar Daniël. Hier staat: De verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. M.a.w., zij die onder die velen die uit het stof des doods ontwaken, en die een schitterende toekomst eeuwig leven tegemoet gaan, onder hen zijn er die verstandigen genoemd worden. Dus behalve een tweedeling van Gemeente en bruiloftsgasten, is er dan nog weer een tweedeling? Ja, en die gaat over allen heen. Zowel de Gemeente wordt in stukjes gedeeld. Namelijk mensen die verstandig zijn geweest en die velen tot het inzicht gebracht hebben en mensen die voor de Here gingen als geen ander. En die regeringsverantwoordelijkheid krijgen. Zo ook onder Israël, mensen die verstandig geweest zijn en mensen die leiding hebben gegeven. Die worden hier onderscheiden.
Daniël krijgt te horen, door de Here: Daniël, de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. Nou, Daniël hoorde daar bij. Dat geloof ik stellig. Dat heeft hij begrepen. Hij heeft niet begrepen dat hij als zeventienjarige jongen uit Jeruzalem moest gaan. Dat hij waarschijnlijk ontmand is, maar dat is mijn invulling, weet ik niet helemaal zeker, maar dat vermoeden bestaat vrij algemeen. Want dit soort lieden werden gewoon tot een eunuch gemaakt, tot een gesnedene gemaakt. Die aan het hof van de koning geen gedoe hadden meer met vrouwen of zo. Die moesten alleen maar hun werk doen, hun taak doen en niks anders. Daniël met zijn vrienden, ver van Jeruzalem. Open vensters in de richting van Jeruzalem. Drie keer daags bidden: O Here ontferm, o Here ontferm, o Here ontferm. Daniël, je bent wel in het verre land, en je hebt wel een bijzondere positie gekregen daar, in dat verre land, maar er komt een moment dat je als een verstandige zult stralen als de glans van het uitspansel. Ik maak je tot een ster, Ik maak je tot een ster. Ik maak je tot een komeet, Ik maak je tot iets bijzonders in dat heelal van Mij. In dat uitspansel van Mij, daar geef Ik jou een plaats.
Verstandigen. Ik wou dat ik het verder kon uitleggen. ik zie die Mozes schitteren, schitterend. Ik zie Daniël schitteren. Ik zie Jeremia, die getracht heeft mensen te bereiken. En ze hebben hem in de put gegooid, ze hebben hem verwenst en ze hebben hem geslagen. En ze wilden niet dat hij sprak. Ze hebben hem op, weet ik veel, naar het eind van de wereld gewenst. Ze hebben van alles met hem gedaan. En hij heeft geprobeerd om mensen te vertellen. Hij wilde als een verstandige uitleg geven. Ik lees de psalmen, u ook. De maschiliem-psalmen, de leerdichten. Begint bij Ps. 32, een leerdicht. Dat is de eerste maschiliem-psalm, een onderwijzing. Precies hetzelfde woord: De maschiliem zullen stralen als de glans van het uitspansel. Degenen die van Godswege geleerd zijn, die onderwijs van God gekregen hebben. Die genoten hebben en die gehoord hebben en die geluisterd hebben, die zullen stralen. Dat is de beloning, dat is dat diploma van die school. Niet een certificate, een soort diploma van een instituut van aardse omvang, maar een diploma God: De verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. Dan, in de regering van God.
En die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren. Sterren staan altijd voor leiding geven. Als er een ster uit de hemel valt, dan is er een groot leider die uit de hemel valt. Dat is het boek Openbaring, daar staat het echt vol van sterren. Nu, mensen die hier voor de Here gingen en hun taak voor de Here wilden volbrengen, en voor Hem wilden scoren, die zullen stralen en die zullen ook als sterren heersen. Die zullen regeren, die zullen leiding geven, die zullen duidelijk een plaats hebben van regering en van glorie, samen met de Here Jezus. Die zullen met Hem heersen, die duizend jaren. Dat duizendjarig vrederijk begint namelijk na dit moment. Direct zelfs na dit moment. Als de Here Jezus terug komt, dan begint het duizendjarig vrederijk. Dan gaat het heersen met Christus beginnen. Hier hebt u het.
Daniël houdt dit nog maar even verborgen en verzegelt het boek tot de eindtijd. Dit is echt voor de eindtijd. Dit is niet voor dit moment, voor het herstel, straks, direct na jouw tijd, of nog in jouw tijd. Dit is voor de eindtijd bedoeld. Onze tijd dus en verder. En velen zullen onderzoek doen en kennis zal vermeerderen. Dat betekent: Anderen zullen zich daarin vastbijten. Die zullen daar echt in gaan spitten en gaan graven, om er achter te komen wat God bedoeld.
Ik ben blij dat ik er een beetje door ben. Het is een heel stukje. Het zijn maar vier teksten, maar de inhoud is gigantisch. Mag ik je nu eens vragen of je de Here Jezus kent, er niet omheen. Zou je ook voor de Here willen leven. Dan gaat de Here je belonen. En je gaat met Hem stralen en heersen. Als Hij op die dag, 2 Tess 1, als Hij op die dag uit de hemel komt en bewonderd wordt, in jou. Onze aanwezigheid bij Hem, is bewondering voor Hem. Oh, jonge jonge, kijk eens, daar zijn ze. Dat zijn die lui die in de sterke arm zaten, in die zaal. Dat zijn die mensen die de maranatha-kring vormden. Dat zijn ze. Kijk eens, daar heb je ze, bij de Here Jezus. O, Here Jezus, wat bent u schitterend. Wat een omgeving, wat een entourage om U heen. Stralen, en met Hem heersen, met Hem regeren. Is dat voor iedereen. Nee, er zijn ook mensen die misschien niet voor hem geleefd hebben. En dat heeft ook consequenties. Je kunt niet zeggen dat dat er niet toe doet. Je kunt niet zeggen van: “Wat maakt dat uit.” Het maakt wel wat uit. Niet je eeuwig heil is er aan gekoppeld, maar wel de glorie voor Hem, die dan blijkt, is er aan gekoppeld. En ik ben weer terug bij de Here Jezus en bij Zijn geweldige toekomst. Hier, in Dan. 12, mag Daniël een tipje van de sluier wegtrekken. En hij doet dat op een prachtige manier, heel diep. Maar ook veelzeggend voor jou en voor mij. De Here zegene ons en geve ons het verlangen om nu voor Hem te leven zoals Daniël dat toen deed en zoals de oudtestamentische heiligen dat hebben gedaan. Zo mogen ook wij, vandaag, voor Hem gaan. Amen.