Daniël 12 : 5 – 12

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

15. Bestemming bereikt.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

2 mei 2004
      Lezing

Lezen: Daniël 12:5-12

Daniël is bijna aan het eind van zijn profetie. Hij mag wonderbare dingen doorgeven. Hij mag vertellen. Hij mag geweldige dingen uit de doeken doen. En wij mogen meekijken. Wij mogen a.h.w. inzicht krijgen door deze profeet, door deze man Gods, die in het OT zulke geweldige dingen heeft laten schrijven. En, vooruitlopend al op de volgende keer, de Here Jezus noemt Daniël “de profeet”. En als de Here Jezus hem “de profeet” noemt, dan is het heel goed om te kijken. En juist de dingen die in dit stukje staan worden in Matt. 24 genoemd. Dit is nota bene de aanleiding, dat gezegd wordt dat Daniël een profeet is, namelijk dat er een gruwel zal komen die verwoesting brengt. Juist die dingen, juist die woorden, worden door de Here Jezus overgenomen.
We moeten ons dus voorstellen dat er een moment komt van grote nood en van verschrikking. En Iemand die boven het water van een rivier is, en dat vonden we in hoofdst. 10, als u dat nog even terug wilt bladeren vindt u hem daar terug. 10:4: Op de vierentwintigste dag nu van de eerste maand, terwijl ik mij aan de oever van de grote rivier, de Tigris bevond, sloeg ik mijn ogen op. En zie, daar zag ik een Man, in linnen klederen gekleed, en de lendenen omgord met goud van Ufaz. Zijn lichaam turkoois, Zijn gelaat schitterde gelijk de bliksem, Zijn ogen waren als vurige fakkels, Zijn armen en voeten de glans van gepolijst koper. Dat gezicht, één en al glorie, dat gezicht wordt hier opnieuw gezien. Het is dus één doorgaand tafereel, vanaf hoofdst. 10. En Daniël ziet dat. Mensen die bij hem zijn schrikken wel, verbergen zich, maar zien niet de grote glorie van Hem die daar boven het water is. En ik heb toen, toen we over hoofdst. 10 spraken gezegd, dat dat een beeld, een schilderij is van de Here Jezus. De Here Jezus. Het is Daniël vergund om daar, bij de Tigris, dus in Irak, een beeld te zien, een tafereel te zien waar de Here Jezus het middelpunt van is. De glorie, de schittering, de pracht van de Here Jezus wordt hier duidelijk uit de doeken gedaan. Daniël is daarvan zo onder de indruk, dat hij bezwijmd op de aarde valt en eigenlijk geen kracht meer heeft. Rechterhand op hem. Het is bijna Openb. 1. Het is zo bijzonder dat Daniël iets van de glorie van de Here Jezus ziet, en daar ook naar reageert. Zoals Johannes op Pathmos, als hij de Here Jezus ziet in glorie, ook als dood aan Zijn voeten ligt, zo ook hier in het boek Daniël.
Nu, Daniël mag dus allerlei dingen zeggen over zijn volk, over de eindtijd. En daar is hij nu mee bezig. En het is iedere keer opnieuw nodig om te schetsen hoe die eindtijd er ongeveer uitziet. Is dit vandaag, is dit morgen. In beide gevallen is het niet vandaag en ook niet morgen. Maar het zou wel eens heel vlug kunnen gaan komen. Ik wil het opnieuw proberen. Gelovigen, die mensen dus die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, hebben van God de Heilige Geest gekregen en zijn aaneen gesmeed, horen bij het lichaam van Christus. Ik hoop dat je daarbij bent. Dat je dit ook volmondig beaamt en dat je ook gewoon zegt: “Ik ken de Here Jezus als mijn Heiland en als mijn Verlosser. Ik weet: Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven, ik ben een kind van God, ik heb eeuwig leven.” Ik probeer elke keer te zeggen: Zonder dat niks. Ja, misschien een vroom gevoel en een beetje interesse in. Maar feitelijk heb je niets. Alleen mensen die de Here Jezus kennen als hun Heiland en als hun Verlosser hebben leven. Alleen mensen die leven uit God krijgen de Heilige Geest. En alleen mensen die de Heilige Geest hebben horen bij de Gemeente, bij het lichaam van Christus. Je kunt duizend keer in kerkelijke registers staan ingeschreven. Je kunt je ook laten inschrijven in weet ik veel wat voor andere boeken. Maar de enige mogelijkheid om bij het huis van God in die zin te horen is: De Here Jezus leren kennen. Nou, dat willen we elke avond ook kwijt. Dat is absoluut een must. Zonder dat heb je niks, nul. En met dat heb je alles. De Here Jezus als je Heiland, de Here Jezus als leven, de Here Jezus als je toekomst. De Here Jezus op de troon van je hart. De Here Jezus alleen, alleen de Here Jezus. De Gemeente waartoe jij behoort, dus niet je burgerlijke gemeente hier op aarde van A of B of C of D, al of niet samen gegaan of weer uit elkaar gespetterd, ik bedoel, dat heeft er allemaal niks mee te maken, maar de Gemeente, het lichaam van Christus, nu op aarde, gaat hier weg. En dat zou wel eens heel vlug kunnen gebeuren. Dat zou wel vandaag kunnen. Gisteren kan niet meer, maar vandaag kan nog wel. Dat betekent dat er dan een moment gaat komen dat de Here Jezus een soort bevel geeft van: Kom. En de doden in Christus zullen eerst opstaan, wij zullen veranderd worden. Ik heb dat de vorige keer ook gezegd. De Here Jezus tegemoet. Wij, door Hem, in het huis van de Vader gebracht. We zijn dan weg, hier vandaan. En vanaf dat moment, staan er allerlei kerkgebouwen, en als het goed is, komt er de volgende zondag helemaal geen mens in die kerk. Of dat zo is weet ik niet, maar als het goed is komt er niemand. Als er wel mensen komen, dan is het dus niet goed, dan is er iets niet goed. Namelijk, dat zijn dus mensen die de Here Jezus niet hebben leren kennen. Maar de tijd die daarna komt, als de Gemeente weg is, is de tijd die wij in Dan. 9 ontdekten als een laatste periode van 7 jaren. Die gaat dan aanbreken. Als de Gemeente weg is, is er een soort interim-periode afgesloten, een soort geheimenis, een soort verborgenheid, een mysterie. Allerlei termen worden gebruikt. Dat is dan over, dat is dan voorbij en dan, ja dan gaat de laatste week uit Dan. 9 komen. Dat is een week van 7 jaren, die gaat dan aanbreken. In die week van 7 jaren die nog komt, zal het misschien aanvankelijk tamelijk jubelachtig zijn. Maar al heel vlug slaat de stemming radicaal om en komt er paniek. Grote verdrukking, grote nood. En hoe dat precies gaat zegt de bijbel eigenlijk, ja, vrij nauwkeurig. Dat is de tijd die wij noemen: De grote verdrukking, of, zoals de bijbel het precies zegt: De verdrukking, de grote. Verdrukkingen zijn er altijd geweest, maar de verdrukking, de grote, is maar één keer. En zoiets is er ook nooit eerder geweest en dat komt ook daarna nooit weer. En als dat niet zou worden ingedamd wat de tijd betreft, dan zal er helemaal niemand overblijven. M.a.w., het is gigantisch zwaar, het is heel moeilijk, en het is rot om er over te praten misschien, maar het is wel nodig. Die tijd breekt aan als jij en ik er niet meer zijn. Gelovigen zijn dan weg. Israël bestaat. Misschien wordt er nog gevochten om de Gazastrook. Misschien wordt er nog gedubd over de Westbank. Misschien zijn er allerlei dingen nog aan de orde. Europa wordt zeer machtig. We hebben gisteren ik weet niet wat voor lofuitingen allemaal gehoord over de nieuwe lidstaten. We hebben er weer 10 bij, 25. Het aantal kilometers is gigantisch uitgebreid, aantal inwoners ook. en, o, het is zo super hè. Het duurt niet meer zo lang of: Wir allen sind Brüder, en we zijn het allemaal eens en we zijn allemaal één en we jubelen en we gaan weet ik veel wat voor dingen allemaal beleven. Europa krijgt een steeds grotere mond, is nota bene in de bijbel voorzegd. Europa gaat zich bemoeien met het Midden-Oosten, zal eindelijk dat appeltje wel eens gaan schillen. Nou, dat doen ze dan. Ze trekken op. Ze gaan met de hele goegemeente daar heen. Alle landen doen mee. We zijn immers allemaal één. en ze gaan daar huishouden in het Midden-Oosten. Ze krijgen de Islamitische landen rondom Israël mee. Ik heb dat ook geschetst. Ik heb ze zelfs genoemd, die 10 koningen die daar vandaan komen, uit de Psalmen. en ze gaan massaal Jeruzalem mores leren. Dat wordt een enorme vreselijke druktijd. Dat is de grote verdrukking die voor Israël hele, hele barre tijden zal gaan opleveren. Ja, daar heeft de Here Jezus het over in Matt. 24, of Luk. 21, het is maar wat u pakt. Daar heeft Daniël het over, hier in hoofdst. 11. Daar heeft Ezechiël het over, daar heeft Jesaja het over, daar heeft Jeremia het over. Daar hebben de profeten het over. En Zacharia is heel precies daarin. Jeruzalem omringd door legers, stad ingenomen. Nou, marteltoestanden, vrouwen geschonden, van alles. Alles wat maar denkbaar is gebeurt dan. En Daniël heeft het daar ook over. Maar, er was voorzegd dat er een herstel zal zijn voor Israël. Maar een herstel, dwars door loutering, dwars door oordelen heen. En dat herstel voor Israël zal pas inhoud krijgen als die tijd van grote nood, als die tijd van grote verdrukking voorbij is.
Nu zegt de bijbel, in Openb. 11, daar gaat het over twee getuigen die daar in Jeruzalem profeten, die twee olijfbomen die daar zijn, nou, die ene olijfboom, dat is het koninklijk element, en de andere olijfboom is het priesterlijk element. Dat mag ik zeggen omdat die beide olijfbomen ook in het boek Zacharia genoemd worden. De koning en de priester. De koning is degene die van God uit, en de priester is die van ons uit naar…., Dus, de priester is degene die van ons uit naar God gaat, en de koning die is van God naar ons. Dit zijn de beide elementen die dan zichtbaar zijn. Dus, dienst naar de Here God toe, lofprijzing, aanbidding, grootmaking, dus van hier uit naar Hem en van Hem uit naar hier. Die twee olijfbomen, volgens het boek Zacharia, die staan dan ineens in Jeruzalem. Dat zijn die twee getuigen. Sommigen zeggen dat dat Mozes en Elia zijn. Ik denk niet dat het om Mozes en Elia zelf gaat. Maar wel dat de karaktertrekken van dit getuigen wat Mozaïsch zijn, zoals Mozes sprak, met aankondiging van plagen, met duiding van het gaat niet goed, water in bloed veranderen bijvoorbeeld, dat wordt ook in Openb. 11 genoemd. En het heeft ook iets van Elia die ja, vuur uit de hemel liet komen. En ja, dat zal in die tijd ook gebeuren. Alle agressie richt zich op die twee getuigen. Het beest uit de afgrond, demonie, duivel, satan, dat beest uit de afgrond laat alle tanden zien, alle agressie zien om die twee getuigen om te brengen, want dat lukt aanvankelijk niet. Totdat de tijd van hun getuigen voleindigd is. En dan worden ze gedood. Nou, dan hebben ze er een feest. We kunnen ons daarbij iets voorstellen. Als Saddam toch in de handen valt van de coalitietroepen, ha, dan hebben wij een feest. Nou, zoiets hè. Dan worden er foto’s rondgestuurd. De beelden van de televisiestations worden wereldwijd verspreid. En iedereen jubelt van: Nu is eindelijk de macht aan de mens. Die twee lastige getuigen die zijn voorbij. Die twee die maken deel uit van een heel koor, een hele groep getuigen, namelijk die 144.000, en die gaan die tijd, die tijd van grote nood profeteren. En dat helpt nog ook. Ook al is de agressie van de tegenstander gigantisch, en gaan ze verschrikkelijke dingen doen, er komt een grote schare die niemand tellen kan uit die tijd. Een grote schare die niemand tellen kan. Wij zijn al blij als ere iemand tot bekering komt, grote schare die niemand tellen kan. Ze komen uit elk geslacht en taal en volk en natie. Een geweldige evangelisatiedrang door die 144.000 getuigen. Door die getuigen, die twee die daar in Jeruzalem echt overeind blijven en, ja, de camera’s zijn op hen gericht, dus ze zeggen het dan toch. het wordt verspreid, het wordt uitgedijd. Alles werkt mee, dat is die tijd, een enorme verschrikkelijke druktijd breekt aan. En als die twee getuigen omgebracht zijn, ja, dan hebben ze een soort trofee. Dat mag ook niet begraven worden, dat moet blijven liggen, dat moet getoond worden. Daar moet je wat mee doen. Dat moet de wereld in, dat moet iedereen zien. En ze staan op na 3½ dag volgens het boek Openbaring, hoofdst. 11. Ineens staan ze op hun voeten en sst: Kom hierheen op. Nou, daar gaan ze. Zoals wij gaan als de Here Jezus een bevelend roepen gaat laten horen: Daar gaan we. Zo gaan zij dan, met z’n tweeën, in een wolk, ja, ook in een wolk, wij worden ook in een ogenwenk in wolken weggevoerd, de Here tegemoet in de lucht, maar in de wolk, sjechina, de wolk van glorie, de wolk van heerlijkheid, zo gaan wij ineens, zo gaan ook zij dan naar de Here. Ja, en dan ontstaat er toch een lichte paniek, want daarna komt de Here Jezus. Niet om ons te halen, dat was al zo, maar om hier op aarde te heersen, om hier Koning te zijn, om hier macht te vestigen. Mensen uit het Joodse denken, die vinden dat een Messias eigenlijk iemand moet zijn die de vijand eruit jaagt en die orde op zaken stelt en die het allemaal even recht zet, die alles weer recht breidt wat wij allemaal krom gebreid hebben. Nou, dat is een Messias. Nou, dat komt. Joden kunnen heel moeilijk geloven dat de Messias, onze Here Jezus, via lijden, via een weg van kruis en zo en verwerping, dat dat via die route moet. Dat is heel moeilijk voor ze. Die moeten echt Jesaja 53 leren lezen. En juist daardoor leren ze ook de Here Jezus kennen. Ik hoop het, want bij velen gebeurt dat ook, langs deze route.
Maar de Here Jezus, Hij komt dan uiteindelijk terug. En nu, in dit boek Daniël, hoofdst. 12, hij ziet opnieuw de Here Jezus. En aan weerszijden van een rivier zijn dus twee wachters, of twee herauten, of twee strijders, of misschien twee aartsengelen, of in elk geval, mannen. Twee staan daar, en de één vraagt: “Wanneer is het einde van deze wonderbaarlijke dingen. Wanneer gaat dat allemaal in vervulling?” En er wordt opnieuw een tijd genoemd: Tijd, tijden en een halve tijd. We hebben, toen we Dan. 7 hadden, al gezegd, daar komt die uitdrukking ook al voor, tijd, tijden en een halve tijd, al gezegd dat het woord tijd, hier in het boek Daniël één jaar is, tijden twee jaren dus. Tijd en tijden, drie jaar totaal. En een halve tijd, een half jaar. En het merkwaardige is dat dat helemaal spoort met het boek Openbaring, waar precies geduid werd hoe lang die tijd gaat duren, namelijk 42 maanden. Het is voor u niet moeilijk om uit te rekenen, dat 42, 3½ jaar is. 42 maanden is 3½ jaar. En daar wordt een andere tijd nog genoemd, 1260 dagen. Als u bedenkt dat een maand 30 dagen heeft in het hele bijbelse denken, dan weet u ook dat u weer op 42 maanden uitkomt, dat u weer op 3½ jaar uitkomt. Hier tijd, tijden en een halve tijd. M.a.w., het gaat steeds om dezelfde periode. De helft van die jaarweek van Daniël, jaarweek dat was een periode van 7 jaar, op de helft daarvan wordt het dagelijks offer gestaakt. En er wordt een overtredingsdienst, een soort demonische dienst ingesteld, en iedereen moet meedoen. U kunt zich nu voorstellen dat als mensen het merkteken van het beest niet hebben, dus niet mee willen doen, niet de code willen instoppen, niet hun kaart met een magneetstripje er in willen duwen, rechterhand, voorhoofd, hoe je het ook zeggen wilt, als je niet mee wilt doen, heb je echt een probleem. Dan val je op, zoals in het boek Daniël drie mannen zeiden: “We doen niet mee”, in Dan. 3, weet je dat nog, die vurige oven die was heet gestookt. Een er was een beeld en iedereen knielt als er muziek is en als er een bevel komt, dan moet je en dan ga je. Nou, wee je gebeente als je daar dan overeind was. Als alles knielt dan val je echt op hoor, als je nog staat. Normaal ook al een beetje misschien. Maar ja, als iedereen staat, en jij staat ook, dan valt dat niet zo op. Maar als iedereen plat ligt, dan valt het wel echt op. De drie vrienden vielen op. Is het met opzet dat jullie niet knielen. Ja, het is met opzet koning, wij knielen niet voor uw beeld. We gaan niet knielen. Nou, vonnis is geveld, daar ga je dan. Lig je met broeken en mutsen gebonden, ik weet niet meer hoe dat er precies staat, in het vuur geworpen. Dat is die tijd. Dat is geschetst hè. Dat Dan. 3 is een soort voorbeeld van hoe dat dan gaat. Als je in die eindtijd niet meedoet. Als je niet meegaat met de eredienst in overtreding ingesteld. Als je niet meedoet met de hele goegemeente om weet ik veel wie te prijzen, maar God niet meer te prijzen. Als het dagelijks offer, dat betekent het bidden, niet meer gebeurt, en ook dat vind je in voorbeeld terug in het boek Daniël. Daniël bad drie keer per dag, een dagelijks offer, maar, mocht niet meer. Op een bepaald moment wordt er een stok voor gestoken. En ze betrappen hem. Ook in de leeuwenkuil, weg. Dat is die tijd. Je mag niet meer bidden. Je mag niet meer een persoonlijke relatie met de Here God hebben. je mag niet meer lofzeggen. Je mag niet meer zeggen dat Hij de ene, de enige, de enige en de allesomvattende is. Dat mag niet meer. Dat is over. Dat is die tijd. Maar in diezelfde tijd is er een alternatief. Er moet altijd een alternatief zijn. Nou, dat alternatief, dat zal te maken hebben met de glorie van de mens, of met wat mensen kunnen, of wat mensen bedenken, of wat mensen allemaal nog zouden willen uitvoeren. Maar er komt iets als een afgodsbeeld. Dat is een gruwel. Zo wordt het hier genoemd, een gruwel die verwoesting brengt. Een gruwel is altijd een afgodisch iets. Iets wat met een afgod te maken heeft. Daniël voorzegt dus, dat in die verschrikkelijke eindtijd, als het dagelijks offer gestaakt is, als de Here God niet meer gediend wordt, en er een alternatief is om God te dienen, en je wordt gedwongen om mee te doen met dat alternatief hè, dat in die tijd verschrikkelijke dingen gebeuren. Want je valt dan door de mand. Je gaat echt opvallen als je niet meedoet. En dat heeft ook consequenties. Je kunt niet kopen, je kunt niet verkopen, je bent gewoon uitgerangeerd, je bent gewoon uitgepraat in het hele economische circuit. Nou, het duurt niet meer zo lang, dan hebben we dit gewoon concreet. Steeds minder mensen gaan cash betalen, het is allemaal elektronisch. Nou, je houdt je hart vast. Alles is bijna elektronisch, de macht van de mens wordt steeds groter. En, ja, vroeger hadden ze van die termen: Big brother is watching you, zo’n soort alziend oog boven je. Nou, dat is zo. Ik bedoel, ik heb zo’n navigatiesysteem in de auto. ik heb het misschien al een keer gezegd. En je rijdt hier naar toe en je rijdt hier voorbij dan zegt hij: “omkeren”. Ik bedoel, dan ben je ook nog geen 10m te ver. En dan zeggen we: “Ja, dat is toch wel makkelijk hè, dan kom je heel makkelijk op het goeie adres.” Dat is waar. Maar je houdt je hart toch vast. Het is toch zo, je wordt door 5 satellieten in de gaten gehouden. Ik heb verbinding met, volgens het schermpje, verbinding met 5 satellieten. Andre Kuipers is al terug, dus die doet het niet meer. Iemand anders doet het dus kennelijk. Maar zo is het met alles. Alles, alles is zich aan het concentreren. het is gigantisch spannend hè, het is gewoon heel moeilijk aan het worden voor mensen. Als je daarover door denkt, dan denk je: Ja, alsjeblieft. In IJsselmuiden is een gemeente, een aan de Hervormde Kerk verbonden gemeente, ja nu niet meer waarschijnlijk, want die zullen wel apart zijn gegaan nu. Maar die willen nog geen Euro. Die hebben nog gewoon het Nederlands geld. Ja, Nederlands geld, dus nog tientje en zo, 25 en 50 en 100. Nou, dat kan nog een poos, tot 2032 of zo, nou ik weet niet meer precies, daar is een datum voor in elk geval. Maar ze doen net nog, zij willen die Euro niet. Nou, en dan gaan ze ruilen en dan gaan ze dus elkaar helpen. Nou, de boer die levert zijn spullen en nou ja, zo gaat het een beetje. En u denkt: wat een stel apartelingen is dat daar in IJsselmuiden. Nou, dat klopt wel, maar ik begrijp het wel. Ik ga niet met ze mee helemaal, maar ik begrijp het wel. Het komt zo ver dat je je alleen voelt en dat je helemaal alleen staat, omdat je niet meedoet. Omdat je niet mee gaat. Ik bedoel dus niet te zeggen dat je je Euro’s nu moet inleveren en dat je weer guldens moet gaan gebruiken. Maar ik bedoel wel te zeggen: “Het hele systeem om ons heen, ook al maken we in de volstrekte zin die tijd niet mee, want we zijn eerder opgenomen, we zijn eerder weg, we zijn bij de Here, maar dat hele systeem is gereed. Als dat er doorgedrukt wordt, dan is er dat, allemaal klaar, is het helemaal in gereedheid gebracht. De hele boekhouding is dan perfect in orde.”
Maar goed, die tijd beschrijft Daniël. De tijd van grote nood, de tijd die 3½ jaar duurt, 1260 dagen, 42 maanden, tijd, tijden en een halve tijd, een verschrikkelijke tijd. Voor wie is het met name heel erg moeilijk, voor Israël. Ze hebben het nu al moeilijk. En hoe dat gaat, politiek, met Sharon, ik weet het niet. Hoe dat afloopt vandaag: Weet ik niet. Ik weet alleen dat er een aanslag was vanmorgen, heb ik gehoord via de radio, vandaar. Ik weet ook dat er een tegenactie is gedaan nu, dat er weer raketaanvallen zijn geweest. Of dat de stemming gaat beïnvloeden over die nederzettingen daar in de Gazastrook weet ik ook niet. Ik laat dat ook los, want ik hoef de politiek van meneer Sharon niet te verdedigen, echt niet. Maar wat ik we zeg is, dat de spanning toeneemt. Dat het bijna om te snijden is, dat het alleen maar erger wordt. Dat het vreselijke consequenties kan hebben. Maar, dat is nog niets vergeleken bij, als daar een godsdienstig stelsel is waar iedereen in mee moet gaan en Jeruzalem dus eigenlijk van de kaart geveegd moet worden. Want dat gebeurt, uiteindelijk. Nu, wil men in feite nog wel, de Joden een beetje ruimte laten. Algemeen gezien is ere nog wel wat ruimte voor de Joden. Niet te veel alstublieft, maar wel wat. Maar dan is er überhaupt geen ruimte meer. helemaal niets. M.a.w., die druk voor Israël wordt alleen maar groter. En het anti-Joodse denken, nu al merkbaar in Nederland, in percentages heel erg hoog, en in Frankrijk, dat wordt alleen maar erger. De Joden die moeten de Middellandse Zee ingeduwd worden, of ze moeten helemaal weg, maar niet daar, want daar stoken ze alleen maar onrust. Dat is de politiek. Die politiek hoor je nu al, achter de geluiden, achter de woorden van de politici. Maar dan is het echt zo geworden. En als het heel erg banaal is, dan gaat de Here Jezus terug komen. Dan komt Hij. Hij komt in Jeruzalem. Hij komt op de Olijfberg. Hij gaat verschijnen in glorie en in heerlijkheid. En dan zien ze. Daniël zag Hem nog boven het water van de Tigris, want hij was in de Tigris. En Israël was toen in ballingschap in Irak. Zaten daar, want Jeruzalem was in die tijd verwoest. Er was helemaal geen tempel in Jeruzalem. Maar in die tijd, in de tijd van de toekomst, in de tijd van de grote nood en die grote druk, verschijnt de Here Jezus, en Hij, in glorie, zoals hier in Dan. 10 omschreven, zo wordt de Here Jezus dan zichtbaar. Nou, iedereen is verbaasd als ze Hem zullen zien. Die tijd zal de zegen voor Israël opnieuw te vinden zijn. Maar ze zullen erkennen dat ze fout geweest zijn. Ze zullen zeggen: “Wij waren fout. We hebben gezondigd, we hebben het niet goed gedaan.” Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. Ze zullen zien de handen van die Messias die geleden heeft. Ze zullen vragen: “Wat zijn dat voor wonden.” En ze zullen zich bekeren, ze zullen tot God keren. En God doet dat ook, bewerkt dat ook. God zendt een Geest van genade en van gebed. Dat doet de Here God om ze terug te brengen. Het is onvoorstelbaar wat er gebeurt in die tijd. En er zijn talloze profetieën die daar prachtige dingen over zeggen. Ik moest me gisteren bezig houden met het boek Nahum, gisteravond. Ik heb het gedaan, dat was voor de komende dagen. Maar in elk geval, Nahum, ik had er nog nooit over gepreekt. Wel een paar keer gelezen, maar ik denk: Ja, wat moet ik daarmee. Maar, heerlijk. Oordeel over Ninevé, maar ineens een enorme beam van herstel voor Juda en herstel voor de 10 stammen, schitterend herstel. En de Here zegt: “Ik doe het, omdat Ik de Here ben, want zo ben Ik.” Het is zo prachtig als je ziet hoe de plannen van God, dwars door het lijden heen, dwars door het vuur heen, zegen voor Israël gaan brengen. Zegen voor het oude beloofde volk. Het is zo prachtig om dat te ontdekken. Daniël is daar een spreekbuis van. En, dat komt omdat er iemand is die zweert, Die Zijn hand, Zijn linker- en Zijn rechterhand naar de hemel opheft, en zweert bij Hem. het is waar, het is waar, Hijzelf zal het doen. Ik ga dit allemaal waar maken.
Daniël hoorde het wel, maar begreep het niet. Ik kan me voorstellen dat Daniël duizend vragen had. Dat hij het wel aanhoorde, maar het niet kon begrijpen. Deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd. En dan worden een paar categorieën genoemd. Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren. Maar de goddelozen zullen goddeloos handelen. Dat betekent dat er in die eindtijd velen zullen zijn die zich zullen laten reinigen en zuiveren en louteren. Louteren betekent dus dwars door het vuur heen. Reinigen dat betekent dus opruimen van wat niet goed is. En heiligen, het is een ja, een heel bijzonder iets, dat er in die tijd mensen zullen zijn die gaan zoeken naar de Here. Die zijn er nu ook. En je weet niet hoe. Ik kom net uit een samenkomst rennen en iemand zegt: “Ik had van de week een aanrijding. het was mijn schuld weliswaar niet, maar het was toch een aanrijding. Een jongetje werd geschampt door een auto, door zijn auto.” Hij naar die mensen toe. Joodse mensen. Gesprek, nog meer gesprek, nog meer gesprek, nog meer gesprek. Samenkomst vanmiddag, Joodse mensen waren er. Ja, je denkt: Moet ik daarom nu een jongetje scheppen? Het is gelukkig heel goed afgelopen. Alleen maar wat schaafwondjes. Dus het ging lichamelijk heel goed, maar toch. Ineens zitten ze daar boordevol met vragen. Is een nieuw gesprek gepland. Joodse mensen. Hoe zou de Here dit allemaal gaan bewerken. Ik weet het niet. Hoe kan, er is een kaartje, ik heb het de vorige keer misschien gezegd, dat weet ik niet helemaal zeker. Johan Schep schreef een briefje, een kaartje: 26 mensen gedoopt in Eilat. Hoe kan dat nou. We horen ook wel eens van 300 in één keer in India, maar 26 in Israël, ik vind het een knap aantal. Toch, hoe komt het dat er wereldwijd interesse is bij Joodse mensen naar het evangelie, dat ze daarnaar vragen. Hoe komt het, hoe kan het. Omdat de Here God een Geest van genade en van gebed gaat werken en bewerken. En dat gaat in die eindtijd ook gebeuren. Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren. M.a.w., velen zullen zich laten zuiveren en reinigen en louteren. Die zeggen: “Here, wij willen voor U gaan leven.” Zoals op de pinksterdag toen de Heilige Geest werd uitgestort ineens 3000 Joodse mensen en een paar dagen later 5000 Joodse mensen tot bekering waren gekomen en ineens voor de Here gingen, zo zullen ze dan voor de Here gaan. Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd, ze zullen vragen: “Wat zijn dat voor wonden”, ze zullen zich bekeren, ze zullen de Here Jezus…..velen. Wat een geweldige, geweldige zegen dat de Here Israël opnieuw in Zijn plannen betrekt en opnieuw die enorme druktijd daar a.h.w. aangrijpt om tot loutering te komen, om tot verandering te komen, om mensen bij Hemzelf te brengen, en mensen de Here Jezus te vertonen. Zoals Daniël hem zag, zo zullen daar massa’s mensen Hem zien. Hier was het nog individueel. De mensen om Daniël heen die zijn weggekropen, maar dan, dan zullen ze zien Wie Hij is. Dan zullen ze die geweldige glorie van de Here Jezus ontdekken. Hij komt uit de hemel en alles buigt en alles schittert. Ik denk ook dat de claxons van die hemelwagen heel erg goed zijn, de bazuinen, en de toeters en de bellen zullen werkelijk rinkelen. Alles rinkelt, want de Here Jezus komt. Hij komt uit de hemel, en op een geweldige manier zal de Here Jezus Zijn aankomst, Zijn komen laten weten. De herauten van de Koning zullen daarop staan te wachten. Velen zullen zich laten reinigen. Nou, ik hoop ook eigenlijk dat dat vandaag ook gebeurt. Als je nu al denkt aan de komst van de Here Jezus, en het gaat hier over Israël, nadrukkelijk hoor, over die tijd, over Israël, velen, dan hoop je dat je vandaag ook al mensen tegenkomt die hetzelfde doen. Paulus heeft ook hetzelfde gezegd. Wij dan wetende de schrik des Heren, overreden de mensen: Laat u met God verzoenen. De druk wordt gebruikt om…. En onze kerkvaders zeiden: “Het bloed van de martelaren, dat is het zaad van de Kerk.” M.a.w., de druk, de loutering, de moeite, dat was winst, dat was gewoon pure winst. Maar we kennen de druk niet meer en we willen de druk ook eigenlijk niet meer. We hebben het een beetje afgekocht. Wij willen eigenlijk niks meer. Een easy going system. Een heel simpel gewoon kabbelend leventje zonder enig probleem. Ik ook hoor, ik ga niet boven je staan. Ik wil niet de vervolging. Niemand wil vervolging. Als je leest van hoe dat ging vroeger in Oost-Europa, of als je leest hoe dat nu nog gaat in delen van Soedan, of in China, of andere oorden ergens in wereld, dan denk je: Alsjeblieft, nee dat niet. Ik weet het. En je hoeft ook nu niet te zeggen van: “Here God, hoe zou ik ook ooit zo’n druktijd door komen.” Dat zullen die mensen ook niet gevraagd hebben. Alleen op het moment dat ze er in zijn zal de Here je daar doorheen helpen. En hoe helpt Hij je daar doorheen? Omdat je mag zien op Hem. Omdat je iedere keer naar Hem kijkt. Kijk maar, kijk maar naar Hem, die zulke tegenspraak van de zondaars tegen Zich verdragen heeft, opdat gij niet moe wordt en in uw ziele bezwijkt. Iedere keer ga je echt prachtige dingen ontdekken van de Here Jezus. Iedere keer is Hij het Zelf die je hart gaat vullen en die je leven gaat veranderen.
Velen. En van die velen zijn er ook verstandigen. Onder die velen zijn ook verstandigen. En dat zijn de mensen, en die heb ik de vorige keer al geduid, de maskilim, degenen die van God uit geleerd zijn. Die aan de voeten van de Here hebben gezeten en die ja, a.h.w. les gekregen hebben van de Here Zelf. En die velen die zullen ook in verstandigen uitmonden. Maar goddelozen zullen het niet verstaan. En daar ligt nu ook vandaag het verschil. Ik kreeg een vraag over: Hoe gaat het nu met die samenwerking in de kerken. Ik weet het wel, daar kun je ook weer boom en discussie over opzetten. En ik moet dat niet doen. Daar heb ik ook eigenlijk geen boodschap aan. Ik doe dat ook niet. Ik heb alleen dit gezegd: “Als Johannes, uit het boek Openbaring, de tempel moet meten, en het altaar moet meten, en die daarin, in die tempel, aanbidden, moet meten, dus eigenlijk een soort meetlat moet leggen bij die lui, en bij de dienst daar, en bij het gebouw, dan moet hij eerst het boekje eten uit de hand van Hem die daar boven het water stond. En als je het boekje niet eet, dan heb je ook geen norm.” De hele wereld staat bol van de term normen en waarden. Maar wat die waarden dan zijn zegt geen mens. Ja, lief doen voor de buren en elkaar verklikken, als het kan, op sociale fraude en dat zijn ongeveer de, sorry hoor, de normen en de waarden. ik heb het natuurlijk veel te kort door de bocht gezegd, maar daar komt het wel ongeveer op neer. Maar, als nu, laat ik maar zeggen, misschien kunt u zich dat herinneren, in Openb. 10 staat iemand met de voet op het water en met een voet op de aarde, en die heeft in Zijn hand een boekje. En Johannes krijgt te horen: Je moet het boekje gaan eten. Dat boekje dat wordt in je mond zoet, maar dat wordt in je buik bitter. Dat zoete is van: Ja, maar Hij komt. Ja, maar als je dit gaat eten. Ja, het is Uw toekomst. Ja, maar op hetzelfde moment, dan, als het in de spijsverteringsorganen komt, als dat wat zakt, als het wat uitwerkt in je denken, dan krijg je het gevoel: Ja, ja, ja, maar dan mag ik wel eens naar de buurman gaan. Of, hoe gaat het dan met die en hoe gaat het met dat en hoe loopt het af. Dan begint de spanning al toe te nemen, het is alsof je de bitterheid proeft, alsof je dat gaat voelen. Dat is ook zo. Maar Johannes krijgt dat boekje en eet dat op en het is in zijn mond zoet, het wordt bitter in zijn diepere, verdere verwerking. En dan krijgt hij een meetlatje. je kunt alleen maar meten, je kunt alleen maar wegen, als je het boekje gegeten hebt, als je dat neemt wat God als norm aanreikt. Niet jouw gevoel. Want mijn gevoel zegt, bij Paulus bijvoorbeeld: “Ik moet de gemeente van God maar vervolgen.” Dat zei zijn gevoel. En hij deed het ook. Hij had er een goed gevoel bij. Maar het was wel fout. Het goede gevoel van vandaag zegt dus helemaal geen lor. Als mensen vandaag zeggen: “Daar heb ik een goed gevoel bij.”, zeg ik: “Ja ja, hé hé, daar kun je een heel eind mee komen. Maar de vraag is wat het woord van God zegt.” En ik hoef niet mensen te veroordelen omdat ze voor of tegen de kinderdoop zijn. Dat is mijn punt niet. Maar mijn punt is wel: Ze kunnen niet goddeloos zijn. Wie is de Here Jezus voor je. Dat is het meetlatje. En, bij het altaar, gaat het daar om het ik van ons, om ons gevoel, of gaat het daar om, God de eer geven. En het huis van God, is dat het huis waar de Here troont, waar Hij alle eer krijgt, waar Hij alle glorie krijgt, waar het om Hem gaat, of is het een huis waar de mens alles is. Gisteravond een naar telefoontje: Mevrouw zegt: “Het gaat niet goed in onze gemeente. Want die en die, nou ja, die ken ik dan een beetje.” Ik zeg: “Mevrouw, ik zou geen details gaan zeggen, ik heb geen zin.” Maar in het huis des Heren is die en die bezig om dat en dat te doen. En het hele kippenhok is aan het kakelen. Iedereen kakelt en niemand legt nog een ei. Dat is een term van mezelf, maar ja, nou, van vroeger. Maar er niemand meer die nog enig stukje zegen doorgeeft, iets voor de Here Jezus, helemaal niks. Iedereen is bezig met de moeilijkheden en met de situatie van vandaag. Nou, als dat drie weken zo doorgaat is de zaak mors- en morsdood. Sorry hoor. Dat gaat heel vlug. Want als jij drie weken lang niks te eten krijgt, ik weet niet of er dan nog. Nou ja, je zegt: “Dan heb ik nog de cafetaria, en ik heb nog de chinees om de hoek en ik weet het wel.” Maar even geestelijk gezien. Stel nou eens dat je en zondag, en zondag en zondag niks krijgt. Wat ga je dan doen. Dan ga je toch geestelijk, daar ga je toch stuk aan. Daar ga je toch echt in verkommeren. Dat kan toch niet anders. Als je niks van de Here Jezus krijgt, dan gaat het toch niet goed. Dat gaat niet goed met je. Dus je moet wat van de Here Jezus horen. En als het goed is een flinke portie. Maar goed, als je wilt meten, als je anderen wilt beoordelen, kun je dat alleen maar doen met het boekje te eten. Dat is Openb. 10.
Hier: verstandigen. Verstandigen zijn mensen die door God geleerd zijn. En die staan tegenover goddelozen die niet willen. Dat kun je wel. Je kunt aan weet ik veel wie vragen: “Wat denkt u van de Here Jezus.” En ik weet, het is ook een beetje in om vaag te zijn. We zijn niet meer zo duidelijk. Vroeger wisten we alles precies en nu zijn we misschien de antwoorden een beetje kwijt. Maar als Catherine Keyl, ik noem maar één, één term die heel erg bekend is geworden door de EO-programma’s, zegt: “Ja, met God heb ik wel iets, maar met Jezus, ik weet niet wat ik daar mee moet”, dan zeg ik: “Alsjeblieft. Voor mij is dan, als ik het maatlatje van de bijbel neem, sorry, te licht bevonden.” Ik citeer Nahum, ligt nog een beetje vers van gisteravond. Nahum zegt: “Ninevé, te licht.” Daniël zegt: “Te licht”, Dan. 5. Is dit katterig, is dit nu veroordelend. Nee, dit is niet veroordelend. Het gaat niet om of u nu daar zit of daar zit of daar zit. Het gaat om of je Hem kent ja of nee. En als je denkt dat je daar moet zitten of daar, nou, dat is jouw zaak. Voorlopig is dat zeker niet mijn zaak. Maar de vraag is wel: Is de Here Jezus alles voor je. Gaat het in jouw leven om Hem of gaat het om ons of wat dan ook. Verstandigen, dat zijn mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen en die het woord van God eten. Die aan de voeten van Hem zitten en die ook in staat zijn Gods norm, Gods meetlat te hanteren. Dat is niet mijn gevoel, want dat bedriegt, maar dat is Gods norm.
Verstandigen. Goddelozen die wijzen alles af en verstandigen die zullen het verstaan. En dan gaat het verder met wat ik eigenlijk al geciteerd heb, dat het ja, tot 1290 en tot 1335 dagen gaat. Nou, dat is een hele grote moeilijkheid, dat snap ik, als je tijd, tijden en een halve tijd op 3½ jaar zet. Als je 1260 dagen, Openb. 11, 42 maanden, Openb. 11, op 3½ jaar zet, 1260, 3½ jaar. En dan kom je ineens hier bij Daniël met twee getallen erbij, 1290 en 1335. Ik weet dat het dan heel moeilijk wordt. En ik ga u ook niet opzadelen met alle meningen die er zijn, maar die zijn er talrijk inmiddels. Maar ik denk dus dat het dit is: Die 3½ jaar, dat is de tijd van de grote nood. Dat is de kern van de grote verdrukking. Valt in een periode van totaal 7 jaar, maar het laatste stuk daarvan is een hele moeilijke tijd. In die tijd openbaart de antichrist zich ten volle. Openbaart het beest uit de zee zich ten volle, en het beest uit de afgrond. Alles werkt dan samen. Alles bundelt, alles, alles is samen en gaan te keer om Israël gewoon helemaal uit te roeien, radicaal. Dat lukt niet, want de Here komt. En jij en ik zeggen: “Wij moeten nu de Here Jezus gaan vertellen.” Maar die periode van druk wordt afgesloten. Zalig is hij die 1290 bereikt. Dat betekent dus, er zal nog een soort overgang zijn en daar zit naast de overgang nog een periode en daar, daar begint dan eigenlijk het 1000-jarig vrederijk pas ten volle. Of dat de tijd is van het oprapen en het begraven van alle lijken. Enfin, al die termen die vindt u ook nog terug in de bijbel. Dat is heel moeilijk hoor, in het boek Ezechiël, maar daar gaat een gigantische druktijd komen. Maar daarna komt er een periode van overlap en van herstel, van opruimen en van opnieuw beginnen. Nu kun je zeggen: “De Here kan dat toch pats boem, draai om de knop, één keer met de handen knippen, of één woord spreken en het is allemaal geregeld.” Dat zou kunnen. Maar ik denk dat we hier te maken hebben met pure menselijke berekeningen, van er zit een stukje tijd na die druktijd, voordat de gevolgen van het regeren van de Here Jezus merkbaar zijn, voordat het echt overal zichtbaar is. Conclusie: De Here Jezus komt om te heersen. De Here Jezus komt om te regeren. Vraag: Zou de Here Jezus nu in jouw hart die plaats al hebben. De Here Jezus kennen als je Heiland, als je Verlosser is één. De Here Jezus kennen als de Heer van je leven is twee. Verlossing heeft te maken met jouw probleem. Jij moet verlost. Maar Hem kennen als de Heer is een andere kwestie. is niet jouw probleem, is jouw keuze. Zou je nu tegen de Here Jezus kunnen zeggen: “Here Jezus, ik wil U leren kennen. Ik wil tot die verstandigen gaan behoren.” het woord maskilim. Ik heb de vorige keer gezegd: “Dat heeft te maken met die maskilim-psalmen, met die onderwijzingen, die leerdichten, Ps 32, 42, 43, die hele rits Psalmen gaan daar over.” maar zou je nu tegen de Here Jezus willen zeggen: “Here Jezus ik wil U graag leren kennen. En ik wil U ook de ruimte geven.” Vroeger was er geen plaats voor de Here Jezus in de herberg. En Hij had ook verder niks. Het enige wat Hij had was een soort bovenzaal. Mijn herberg noemt Hij dat. Daar was Hij Heer, daar heeft Hij verteld. Daar heeft Hij geweldige dingen uit de doeken gedaan. Zou je de Here Jezus nu die plaats willen genen. Zou je tegen Hem willen zeggen: “Here Jezus, kom in mijn hart.” Niet om Hem te leren kennen als je Heiland. Ik hoop dat dat gebeurd is. Maar kom in mijn hart, woon in mijn hart, woon in mijn leven. Heers, zit in de troon. U hebt het voor het zeggen. Het is zo makkelijk te zeggen, maar je moet zelf van de troon. Dat is vaak heel moeilijk. En er zijn momenten dat je dat goed lukt. Dat je zegt: “Here Jezus, U zit er en U mag er zitten.” Maar er zijn ook momenten dat je er zelf weer naast gekropen bent en misschien wel denkt: Here, nu wil ik het zelf wel even wat regelen. Ik wil gewoon naast je gaan zitten. Zouden we nu, na vanavond, durven zeggen: “Here Jezus, dat gaat in de toekomst gebeuren. Ja, maar dan komt U en dan buigt alles en dan ja, alles is voor U. En Israël gezegend, een zegenkanaal op z’n best. Beter kan niet. En nu, nu zijn wij hier op aarde en we willen U Here Jezus in de troon zetten. En we willen U tot het centrum maken van ons denken. We willen U gebruiken en die zegenstraal die komt vanuit ons hart, die zal ook door de buurman ervaren worden.” Dat kan niet anders, maar Hij moet wel in de troon. Nou, dat betekent gewoon een keuze.
Er zijn dus mensen die loutering en reiniging willen en er zijn ook mensen die verstandig zijn. Het is alsof er in Dan. 12 verschil is tussen mensen die gelouterd zijn, gereinigd zijn en mensen die verstandig zijn, die geleerd zijn, die door God onderwezen zijn. Zou je dat willen? Ik hoop dat je ja zegt en dat je met mij durft te zeggen: “Here Jezus, wij willen U die plaats geven.” Wat een fijn iets is het om de Here Jezus die plaats te geven en Hem alle eer te geven. Schitterend is het om zo verder te gaan. Even zo vele blokjes van zegen, centra van zegen waaruit de zegen van de Here vloeit en spettert en straalt en schittert. Alles is om Hem. Straks gaat het zo, mondiaal. Nu nog niet, nu is het heel, heel, klein, maar wel in je eigen leven in je eigen hart, hier. Vierkante meters om je heen. Meer niet. Maar toch, de Here Jezus. U kunt van Hem genieten, u mag Hem die plaats geven. En ik hoop ook dat je echt verlangt naar meer van Hem. Geniet maar, en probeer maar er achter te komen Wie de Here Jezus is. En de Heilige Geest helpt je, Hij laat je zien Wie Hij is. begin maar ergens, neem maar een bijbelboek. We gaan het volgende seizoen hebben over Johannes. Johannes is natuurlijk een prachtig evangelie. U kent het Johannes-evangelie uit uw hoofd. Dat snap ik. U hebt het zo vaak gelezen, u weet het allemaal. En u denkt misschien: Wat moet ik daarmee. Nou, u zult ontdekken dat er ongelofelijk veel diepgang in dat Johannes-evangelie zit. Profetisch, naar de toekomst toe. Alles is gericht op de toekomst in het Johannes-evangelie. Een prachtig profetisch boek. Schitterend. Je kunt het nu alvast gaan lezen. Je kunt het al een beetje gaan opduiken. je kunt zeggen: “Wat is dan de profetie in hoofdst. 1 en hoofdst 2 en hoofdst. 3 en hoofdst. 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10. Wat is dan de profetie in Johannes.” Nou, het is prachtig, het is echt prachtig. Ik maak u alleen maar nieuwsgierig. Niet om u te claimen voor na de zomertijd of zo maar, gewoon, ja ook een beetje, mijn commercie. Maar om verlangen te wekken, om nu te zeggen: “Nou, laat ik dan, laat ik dan eens wat gaan lezen.” Probeert u het? Probeer het maar eens. Waarom op de derde dag een bruiloft in Kana is. Sommige mensen weten dat. Nou, omdat het dinsdag was natuurlijk. Ja, klopt ook. Alle bruiloften zijn op dinsdag in Israël. Dus dat is op zich niet nieuw. Dat was de derde dag. Dat was toen het droge te voorschijn kwam. Er kwam nieuw groen. Nou, dat is een symbool van huwelijk. Nieuw staat, nieuw groen, jong groen, vruchtjes. Daarom zijn alle bruiloften in Israël op dinsdag. Nog, nog steeds. maar is er meer. ja, er is meer aan de hand. Op de derde dag. Twee dagen zal Israël blijven zitten zonder, en op de derde dag. Heeft het daar, heeft het daar ook mee te maken. Ja, met Hosea, ja, precies. dus hebt alvast al iets. Daar bijt u zich maar lekker in vast en denkt u: Verdraaid, die derde dag. Ja zeker, de wijn was op, de vreugde was verdwenen. ‘Het was allemaal over. Het feest was eigenlijk helemaal geluwd, helemaal gedimd. En dan komt Hij. En als Hij komt, straks, wat is dat eerste teken. Wat was zijn eerste teken hier op aarde. Dat was daar in Kana. Dat was die, ja, dat was…. Wat gaat straks gebeuren. Hoh, de blijdschap is terug en die blijdschap mooier dan ooit, ooit eerder. Boem, daar heb je ineens die sleutel. Dan blijkt ineens dat Joh. 2 niet een simpel verhaal is van: ja, daar was toen een bruiloft. En Jezus was ook naar de bruiloft gekomen. En we gebruiken die tekst voor huwelijks-inzegening. Het is waar. Mag, fijn, goed, prachtig. Maar het is veel meer. Is veel meer. Begin maar een met Johannes. Begin maar te genieten. Maar, geniet van de Here Jezus. Geniet van Hem. Probeer er achter te komen Wie Hij is. Dat geeft groei, dat is body, dat geeft houvast. En de Here wil zo graag Zichzelf aan jou openbaren. De Here zegene jullie, amen.