Daniël 12 : 13

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

16. Wat zegt de Here Jezus over Daniël ?

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

16 mei 2004
      Lezing

Lezen: Daniël 12:13; Matt 24:15-28

De Here Jezus heeft Daniël “de profeet” genoemd. Critici hebben gezegd dat het boek Daniël voor een deel door Daniël geschreven is. O.k., maar het laatste stuk is niet door Daniël geschreven. Dat kan niet. Want het is, wat de historie betreft, zo precies, dat het onmogelijk door iemand vooraf zou gezegd zijn. “Het moet dus achteraf als geschiedenis geschreven zijn”, zegt men. Dit heb ik ook geciteerd toen we met het boek Daniël begonnen. En toen heb ik gezegd: “Als de Here Jezus Daniël “de profeet” noemt, iemand die voorzegt, die de woorden van God aanreikt, dan doen wij er goed aan om gewoon in die taal van de Here Jezus te blijven, en te zeggen: Als Hij hem “de profeet” noemt, dan kunnen wij dat ook rustig overnemen.” Dat betekent dat het niet een stukje geschiedschrijverij achteraf is geweest, maar dat het een voorzegging is geweest, een profetie is geweest, door de Heilige Geest Zelf ingegeven. En de Here Jezus kan het weten. Laat ik dat nu maar eens voorzichtig zeggen. Want de Here Jezus is in dit boek een aantal keren bij ons binnen gekomen. Ja, dit boek. De laatste keer zagen we Hem in hoofdst. 10, daar boven het water, de glorie van de Here Jezus, de schittering van de Here Jezus. En Daniël was helemaal ontdaan, viel op zijn aangezicht, had geen kracht meer om te staan en zei eigenlijk: “Wat heeft mijn Heer tot Zijn knecht te zeggen.” Maar in ditzelfde boek zagen we ook de Zoon des mensen, Die uit de hand van de Oude van dagen, dat vonden wij al in hoofdst. 7, de Zoon des mensen Die uit de hand van de Oude van dagen Die in de troon is, alle macht kreeg, alle gezag kreeg. En met dat gezag bekleed, hier op aarde kwam en alles overwon. En in Dan. 2, zagen we ook al iets van deze zelfde dingen. Daar was het een steen zonder handen los gemaakt, van de hemel komen dus, niet van mensen, maar van God. En die steen verpulverde alles wat er aan politieke macht op aarde aanwezig was. Dus we zagen de Here Jezus diverse keren. En als je de vraag stelt: Wat zegt de Here Jezus over Daniël. Nou, heel veel. Want de Here Jezus gaat precies invullen, in die rede over de laatste dingen, zoals dat stukje heet in Matt 24, dat hebben mensen er boven geplakt, een goeie term ook, maar in die rede over de laatste dingen zegt de Here Jezus eigenlijk precies wat Daniël gezegd heeft. We hadden dat in hoofdst. 11. Het was niet zo makkelijk, maar we hadden het wel. En dat betekent dat er een absolute harmonie is tussen het boek Daniël en het NT. En de lijn doorgetrokken naar het allerlaatste bijbelboek, het boek Openbaring, dan blijkt dat daar precies dezelfde dingen naar voren worden gebracht. Soms zijn de details iets verschillend, maar de lijn is precies dezelfde: Het is Gods openbaring. En waarom. Nu, omdat de Here wil dat er uiteindelijk Iemand is die gaat regeren. En die Iemand die naar Gods plan gaat regeren, is de Here Jezus zelf. De Koning der koningen, de Here der heren, Degene die uiteindelijk gaat schitteren is de Here Jezus. Het leek er niet op toen Hij hier op aarde was. Verworpen was Hij. Ze wilden niet dat Hij Koning zou zijn. Zij hebben Hem weggestuurd. En ze hebben geroepen: “Kruisig Hem. kruisig Hem.” De Knecht van God, in armoede, vernedering. In bespotting, in verguizing, in miskenning. Het ging allemaal één, één kant op. En Hij kreeg nog een soort bordje mee, een soort titel boven het kruis: De koning der Joden. Zelfs daarover hadden ze nog kritiek. Want dat kan niet. Dat was te veel eer nog. Maar Pilatus zei: “Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.” Hij was verder niet zo vast in de leer vond ik zelf, want hij was best beïnvloedbaar, maar hier op dit punt heeft hij gezegd: “Wat ik geschreven heb dat heb ik geschreven. Dat laat ik staan.”
De Here Jezus. Ik probeerde in de loop van de voorbije avonden over dit boek Daniël te vertellen dat wij dit allemaal van de Here krijgen om één belangrijk punt helder te hebben. En dat is de verhoging van de Gezalfde, de Messias. En die Gezalfde, de Messias, is Niemand minder dan mijn Heiland en mijn Verlosser. Dat is dezelfde die aan het kruis van Golgotha zijn leven gaf voor mensen. Dat is Hij van Wie nu gezegd kan worden: Als je leven wilt, als je verlossing wilt, als je bevrijding wilt, moet je bij Hem zijn. Mensen hebben elkaar niks te geven. We kunnen met elkaar praten, we kunnen met elkaar delen, maar we hebben in feite niets te geven. De Enige Die iets te geven heeft is de Here Jezus. De genade van de Here Jezus, de liefde van God, het is allemaal terug te vinden bij het kruis van Golgotha. En daarom hebben vele dichters gezegd: Klem daarom vast aan dat ruw houten kruis. Hou dat vast, ga er naar toe. Besef dat het alleen daar is, nergens anders. Je kunt praten over van alles. Je kunt over programma´s gaan praten en schrijven, over dingen die nog moeten gebeuren, maar de enige echte optie voor zegen is de Here Jezus. Echt, er is geen andere weg tot zegen: De Here Jezus. En ik hoop dat je die weg al gevonden hebt, dat je die weg ook gegaan bent, en dat je ook geloofd hebt in dat wat de Here Jezus aan het kruis van Golgotha deed. En dat je dat naar je toe gehaald hebt. Dat je daarvoor dank je wel gezegd hebt. En dat dat in je hart gekomen is. En dat je daarin staat. En dat je daarover roemt en jubelt en blij bent en misschien wel zegt: “Dankt dankt nu allen God met blijde feestgezangen.” Niet omdat het mooi weer was vandaag, of omdat het morgen iets anders is, of nog beter is. Ik weet niet eens hoe. Maar niet om die dingen. Maar omdat we de Here Jezus Christus hebben leren kennen als onze Heiland, als onze Verlosser. Een andere mogelijkheid is er niet. Dus echt, ik hoop dat je de Here Jezus kent.
Nu, het gaat in de hele heilsgeschiedenis over Hem. En we hebben al die oudtestamentische bijbelboeken en al die verhalen en al die geschiedenissen niet in de eerste zin om de geschiedenis van Israël te kennen. Om te weten hoe het ging met dat volk. Of, waarin zij faalden of waarin zij schitterden. Daarom hebben wij het OT zeker niet. Wij hebben het OT gekregen om te weten wat het plan van God is met Hem, de Gezalfde. Alles wijst heen naar één centraal punt, en dat is de glorie van de Here Jezus. God had zich voorgenomen, voor de wereld was, voor de eerste stofdeeltjes om de Here Jezus, om Zijn Zoon alle eer te geven. Alles zal buigen voor Hem. Alles zal om Hem heen gezet worden. Alles zal gegroepeerd zijn om Hem heen. Hij zou het centrum zijn van alles wat God heeft, wat God bedacht, wat God tot uitvoering brengt. Alles zou om de Here Jezus gegroepeerd zijn. Daarom kan Paulus in het NT zeggen: “Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen”. Alles, maar dan ook alles heeft te maken met de glorie van de Here Jezus. Daarom hebt u het boek Daniël. Opdat u gaat zien wat er met Hem gaat gebeuren. Dwars door de nood, dwars door de verdrukking heen. Ook dwars door het falen van mensen, door het falen van een getuigenis heen, heeft God dat ene plan, dat ene doel voor Zich: De verhoging van de Gezalfde. En echt, dat is hét centrale thema in de bijbel. Niet jouw en mijn verlossing. Gelukkig is dat er in opgesloten, dit zit er in, dit zit er in verwerkt. En daar ben ik geweldig blij mee, dat ik een kind van God mag zijn. Dat ik mag weten dat mijn schuld weg is, dat mijn zonden verzoend zijn. En dat ik een leven voor mij heb, eeuwig leven. Dat is ook nog Zijn leven, want Hij is mijn leven. Die Christus is mijn leven. Maar dat is mooi voor ons, maar dat is niet het eerste van God. En het eerste van God is ook niet dat Hij dat oude volk weer gaat herstellen, dat Hij dat oude volk van God daar weer laat wonen. Dat Hij ze Jeruzalem weer geeft als een eeuwig erfdeel en dat Hij dat land gaat geven en dat Hij daar geweldige zegen gaat uitgieten. Schitterende dingen, ik hou van deze dingen, heel erg. Ik ben Israël minded, niet voor de politiek, maar wel voor wat Gods beloften ten aanzien van dat volk betreft. Maar ook dat is niet het primaire van God. Het primaire van God, het allerbelangrijkste, het allereerste van God is de verhoging van de Gezalfde, de verhoging van de Christus. En daarom heb je dit bijbelboek Daniël in je handen gekregen. En de Here heeft het, ja, Daniël willen gebruiken als een heel bijzonder instrument. De Here Jezus, Hij benoemt hem. Dit is de profetie over de eindtijd. Dit is dé profetie over de eindtijd. En als je dit ziet, wat door de profeet Daniël gezegd is, nou weet dan dat de tijd er echt is aangekomen, dat het echt zover is. Dus de Here Jezus zegt: “Dit wat Daniël gezegd heeft, heeft te maken met nog voorliggende tijden, met de allerlaatste tijden. En hier, hier moet je op letten.” Nou, dat is al een enorme legitimatie om je bezig te houden met het boek Daniël. Want als de Here Jezus dit als een soort signaal, als een teken benoemt, een teken van de eindtijd, nou dan kun je toch niet meer blijven zitten van nou ja, so what Daniël. Ja, ja, zal wel een moeilijk boek zijn, maar, sla maar over, want ik hou me wel bezig met het NT. Natuurlijk, de waarheid omtrent jouw en mijn redding is de Here Jezus, en die is openbaar geworden in het NT. De waarheid omtrent de komst van de Heilige Geest die nu in ons woont en van onze lichamen Zijn tempel heeft gemaakt, in het NT. De waarheid omtrent de Gemeente, het NT. Het is altijd verborgen gebleven. Maar dat doet niets af aan dat enorme plan, aan die enorme lijn die God heeft uitgestippeld om de Gezalfde alle eer te geven. Ik hoop dat u zoveel liefde krijgt voor het OT, dat u het nooit meer los laat. Ik hoop dat je een virus op doet en er nooit meer af komt. Ik bedoel dit als virus: Ik hoop, sorry hoor, dit is even in het algemeen, ik hoop niet dat u andere virussen krijgt. Dat, hoop ik, dat u daarvoor bewaard blijft, natuurlijk. Maar ik zou zo graag willen dat u gaat zien dat de Heilige Geest dit allemaal heeft laten noteren, zal ik het voorzichtig zeggen, ik probeer het wel eens. Daar in de hemel, nee. Daar in het huis van de Vader, ik heb dat vaker gezegd, waar nog niets was, daar was ook geen engel nog, eb daar was ook geen hemel, moest nog komen. In den beginne schiep God ook de hemel, de hemel hoort bij de schepping. Maar daar, daar was de Here Jezus en daar was God de Vader, God de Zoon en God de Geest. En daar heeft de Vader gezegd: “Ik vind het belangrijk dat er om die Zoon een enorme erehaag komt. In het huis van de Vader, in de hemel, en ook op aarde.” Dat zijn de drie terreinen die er te duiden zijn. Nou, in de hemel zullen de engelen dat moeten doen, in het huis van de Vader zullen de gelovigen dat moeten doen, daar kom ik straks even op terug, en op aarde zal, in elk geval, Israël dat moeten doen. En toen zei de Heilige Geest, dat is mijn vertaling: “Halleluja, daar ben ik het mee eens.” U kunt zeggen: “Dat kun je niet vinden in de bijbel.” Nou, ik kan wel wat anders vinden. Ik kan vinden dat de Heilige Geest vanaf dat moment gezegd heeft: “En zodra die mensen beginnen met werken, met ploeteren en met verkeerd doen en met volk zijn, vanaf dat moment, ga Ik ze informeren, Ik ga ze dingen te binnen brengen, Ik ga ze briefen, Ik ga ze informatie geven. En Ik zal er voor zorgen dat mensen iets gaan opschrijven.” Daarom hebben heilige mannen Gods, door de Heilige Geest gedreven, u dit boek gegeven. Dat is het OT, heilige mannen Gods, door de Heilige Geest gedreven. Waarom dreef de Heilige Geest hen. Nou, omdat Hij het eens was met dat enorme plan daar in de hemel, ooit in het huis van de Vader gesmeed, uitgedacht. Daarom heeft de Heilige Geest elke keer gezegd: “Mozes, en nu moet je dat opschrijven, en dat is belangrijk. En Jeremia, zo moet je het zeggen. En Jesaja, zo moet je doen. Zacharia, zo moet je doen. Daniël, zo moet je doen.” Dat heeft allemaal dat ene grote doel, omdat de Heilige Geest het helemaal eens was, met dat plan daar in het huis van de Vader gesmeed, om de Here Jezus, de Gezalfde, het centrum te laten zijn van alles wat God heeft en bedenkt. Nou, dat gaat misschien te ver voor de één. Misschien is dat een beetje inlegkunde. Hij is de Christus der schriften, de Here Jezus. Hij is het van Wie de profeten gesproken hebben. Hij is Degene over Wie de vaderen het hadden. Hij is het, de Here Jezus zei het Zelf, waarover Abraham nadacht. Abraham heeft Zijn dag gezien. Nou ja, vul maar in hoe dat dan ging. AL die dingen vallen op hun plek als u echt gaat zien, dat in het boek Daniël, de Christus der schriften een plaats krijgt van glorie, van eer, van grootheid, van majesteit. En Daniël is degene die heel scherp ziet dat er een tegenstander is, dat er strijd is, dat er behoorlijke agressie is, dat er gevochten wordt, gestreden wordt, maar het is diezelfde Daniël die dan de overwinning toeschrijft, bijvoorbaat toeschrijft, aan Hem Die hij zag als een steen, Die hij zag als een Mensenzoon, Die hij zag in glorie en in heerlijkheid, Die hij zag als de onderhouder van alle dingen. Een steen, daarvan kun je nog zeggen; “Ja, een steen kan verpletteren, maar ja, daar heb ik niet zoveel mee.” Een Mensenzoon die met het gezag van de hemel, met, laat ik maar zeggen, de autoriteit van de hemel hier op aarde komt om te heersen, nou ja, dat is ver weg. Maar de glorie, de schittering, waarvan de Here Jezus later spreekt: Als u dan die Zoon des mensen ziet komen in glorie en in heerlijkheid, en als het teken van de Zoon des mensen zichtbaar wordt. Nu, Daniël had het daarover. Daar had Daniël het over. Daarover sprak hij. En wij mogen er naar kijken. Daniël heeft dat aan ons mogen zeggen. En de Here Jezus onderstreept dat volledig. Bovendien is Daniël toch wel een hele, hoe moet ik het zeggen, uitzonderlijke gelovige geweest. Je hebt er een paar van in het OT en hij hoort daar zeker bij. Het is heel merkwaardig, dat een tijdgenoot van Daniël, en die heet Ezechiël, al praat over Daniël. Dus het boek Ezechiël, vindt je in je bijbel voor het boek Daniël. Ik heb nog even nagekeken want, nou, ik wist het wel, maar, flauw, het is daarvoor. En in Ez. 14, daar zegt Ezechiël, tot twee keer toe, als er geweldig veel verkeerd gaat, als het niet goed gaat, en er zouden drie rechtvaardigen zijn, en die zouden in de bres springen en, dan worden ze genoemd: Noach, Job en Daniël. Het is dus heel merkwaardig, dat een tijdgenoot van Daniël, dus Ezechiël, hem, Daniël, al aanduidt als een rechtvaardige. Als iemand die in de bres springt. Als iemand die voorbede doet. Iemand die op z’n knieën komt. Iemand die de God van Israël aanspreekt. En dat hadden we, dat vonden we in dit boek. Drie weken rouw bedrijven, smakelijke spijze at ik niet, ik ging vasten in bidden, in zak en in as. Je ziet hem, je zag hem een aantal keren in verootmoediging voor de Here. En als je Dan. 9 leest en nog een keer terug haalt wat daar staat. Hoe hij zijn schuld belijdt en de schuld van de vaderen belijdt, en de schuld van die belijdt, eigenlijk in de bres springt, voorbede doet. En Ezechiël wist dat kennelijk. Die was ook in Irak op dat moment. Ik weet niet of ze contact gehad hebben, maar ze kenden elkaar kennelijk. Daniël wordt een rechtvaardige genoemd. Op één lijn gezet met Noach. Nou ja, maar die heeft er ook van geweten in die tijd: Mensen kom toch in die ark, kom toch. Laat je toch redden. En hij heeft daar een publiek getuigenis neergezet door zo’n enorme kist te timmeren, want het is gewoon een kist geweest. Rechthoekig, niks met een spitse punt of met een zeiltje aan de bovenkant. Niks, helemaal niks. Geen bootje met snelheid en zo. Bak, ark, kist, dat is de letterlijke vertaling. En hij heeft de deur open gezet. Aan de binnenkant en aan de buitenkant met pek bestreken. Het woord pek is hetzelfde als het woord verzoening. Ja, moet je even aan wennen hè. Met verzoening kun je de naden dicht krijgen. Nou, precies. Zo’n kist is zo lek als een mandje. Alle water gaat er door. We hebben tegenwoordig lastechnieken. We hebben van alles om schepen een beetje waterdicht te houden. Hadden ze toen niet, pek hadden ze wel. Bedekking betekent dat, verzoening. Alsof je het ziet. Nou, dan zing ik graag met Johannes de Heer. Scheepke onder Jezus hoede, met Zijn kruisvlag hoog in top. Neemt als arke der verlossing (daar heb je het weer, zelfde woord), allen die in nood zijn op. Kom maar, ga maar naar binnen. Noach stond daar prediker van de gerechtigheid, zo wordt hij genoemd. Job, nou ja, Job. Ja, dat is een beetje te hoog voor ons, want zo vroom. Ja, we zijn ongelofelijk vroom natuurlijk, maar zo vroom zijn we niet. Dat redden we niet, dat halen we niet. Noach en Job en Daniël op één lijn. Voorbede deden ze. Noach voor die mensen, Job voor zijn vrienden, Daniël voor het hele volk.
Daniël, man Gods. Daniël, gij, ga het einde tegen. Het is alsof de Here aan het eind van dit boek tegen hem zegt: “Je hoeft niet bang te zijn. Ga maar door, ga maar verder. Ga het einde tegen.” Stel dat we elkaar eerlijk zouden bevragen vanavond en zouden zeggen: “Ben je bang voor de toekomst. Ben je bang voor wat er nog komt. Ben je ook bang om God te ontmoeten.” Angst voor de dood. Dat hadden we in elk geval wel, zegt Hebr. 2: Die door angst voor de dood hun hele leven door aan de slavernij onderworpen waren. Angst voor de dood, doodsangst. Dat is niet alleen de pijn, niet alleen de, laat ik maar zeggen, de aftakeling, de ontluistering van je body, van je lichaam, maar de angst van wat komt dan. Natuurlijk wordt dat overschreeuwd en, door muziek, door ja, van alles. En mensen roepen op een bepaald moment in koor: “God is dood.” Dat hebben ze geroepen hoor, twintig jaar terug of zo. Tegenwoordig zeggen ze dat niet meer. Nu beginnen ze over reïncarnatie, dat is veel veiliger, daar kun je alle kanten mee op. Nee, maar dat is heel typisch. Twintig jaar terug, nou ja, zeg maar dertig om mij, toen was iedereen mesjoche die aan reïncarnatie (deed). Ja, dat kwam wel ergens voor, in India, maar ja, dat hadden de westerlingen toch niet. Die waren veel beter, die waren ontwikkeld. Die hadden dat helemaal niet. Die zeiden: “God is dood.” Wat die hadden is natuurlijk heidens gedoe. En tegenwoordig als je echt gaat rondvragen, toe maar. In de allerhoogste milieus, reïncarnatie dat is dan de beste oplossing. Want dat God dood is, daar zijn ze ook achter, dat is niet waar. Dus dat is heel typisch. En nu krijg je dus dit. Ja, dan moet er dus, nou ja, ik zal dus punten scoren. We hebben straks een puntenrijbewijs, maar dit is ook zoiets. Punten scoren voor de volgende sessie hè. Dan ja, als je zo hoog mogelijk in de boom komt, dan kun je dus nog wat verder, dan kun je je nog wat verbeteren of zo. Nou, misschien wordt je van kip wel een superkip of zo. We kakelen toch al als kippen zonder kop hè, dus wie weet, hebben we dan wel een kop of zo. Nou ja, ik maak er even een grapje van om het een beetje te ontspannen. Maar dat is wat men heeft. De duivel heeft een listig plannetje: Nou, als je het nu niet red, nou, ja, ja, je krijgt een soort herretje straks hè. Nog, nog een keer. Probeer het nog een keer in een volgend leven, en nog een keer. Totdat je genoeg promotie gemaakt hebt dat je het red of zo. Gij Daniël, ga het einde tegen. Zouden we elkaar durven vragen: Hoe denk jij over de toekomst. Wat is er dan aan toekomst. Wat ligt voor ons. Wat hebben we straks. Ieder die gelooft in de Here Jezus, ik zeg het je dan maar vanaf dit plekje, mag weten dat je niet meer bang hoeft te zijn voor de dag van morgen. Zal ik het zeggen met een heel bekend liedje van vandaag: Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen. Je kunt duizend keer zeggen: “Ja, dat is een liedje, dat heeft een tekstschrijver geschreven.” Dat klopt natuurlijk, dat is juist. Maar het is wel waar. Jezus zei: “Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.” En als je gelooft in de Here Jezus, dan is het oordeel weg. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld. Is uit de dood overgegaan in het leven. Heb je dat? Er niet onderuit wurmen. We hadden gisteren een hele dag conferentie en probeerde dingen duidelijk te maken. En, we zijn dat niet zo gewend, van kom nu eens naar voren, doe iets. Stel een daad. Zeg het eens. Zeg het eens eerlijk, zeg het eens. Ja, ik zit niet te drammen vanavond dat je je handen op moet steken. En ik zeg ook niet dat je iets moet zeggen of zo. Of dat de ene club aan die kant moet gaan staan, de andere club aan die kant. Maar ik zou wel graag willen dat je nu in je hart zou zeggen: “Here Jezus, ik dank U dat ik in U mocht gaan geloven. Ook al is dat geloof zwakjes. Ik geloof Here, kom mijn ongeloof te hulp.” Het kan wel zwak zijn. Ook al zit er een element twijfel zo nu en dan. Hoeft niet, want dat zou kunnen nog. Durf te zeggen: “Here Jezus, omdat ik in U geloof, leef ik.” En allen die de Here Jezus niet kennen, die zijn nog steeds, volgens de bijbel, dood in misdaden en overtredingen. Nog steeds. Het is heel klemmend. Als hier staat Daniël, jij kunt het einde tegen gaan. Je kunt echt het einde tegemoet zien. Niet met angst en met beven. Het is alsof deze knecht van God, die het heel moeilijk heeft gehad, die voor enorme beslissingen stond in zijn dagen, die ook aan den lijve ondervond wat ongerechtigheid en onheus gedrag tot gevolg had, hij krijgt dit als een bemoediging te horen: Ga het einde tegen en gij zult rusten. M.a.w., je mag het einde tegen gaan. Hij moet al een oude man zijn geweest, dit kan haast niet anders, als de profetie van Jeremia in zijn bezit, het heeft over 70 jaren. Nou, hij heeft het gehad. Dus Jeremia heeft dat gezegd toen het nog in Jeruzalem was, toen ook Daniël er nog was. Dus hij is waarschijnlijk 17 geweest toen hij naar Babel ging, 70 jaren zijn verstreken, dus hij is 87. Een aantal jaren verder, dat kan haast niet anders dan ingevuld. Dus hij moet, laat ik maar zeggen, 90 jaar zijn geweest. En ja, dan valt weer een Eurootje van: Was Johannes ook niet 90 toen hij op Pathmos…., ja, precies. Nou, dat laat ik nu even los, maar feit is dat hij dus echt niet meer zo piep was, zo jong was. Een oude man, die hier hoort: Je zult gaan sterven en je zult gaan rusten. Hier zitten best een aantal die een geliefde hebben moeten missen. Waar zijn ze nu. Dat is die steeds terugkerende vraag. Waar zijn ze. Waar zijn onze geliefden die heen gingen. Ze rusten. Is dat een soort zieleslaap. Is dat een soort winterslaap wat in het dierenrijk voorkomt van: Het leeft wel, maar het is eigenlijk niet bewust leven. Nee, het is rust, rust. De arme Lazarus werd door de engelen gedragen in de schoot van Abraham. Daar werd hij vertroost, rusten. Is het rusten alleen maar in ruststand zijn. Nee, het rusten is, dat je niet meer hoeft te strijden. Dat er geen moeite meer is, dat er geen strijd meer is, dat er geen zorg meer is. Maar het is aan de andere kant hartstikke positief, want je hoort daar onuitsprekelijke woorden. Ik wilde zo graag de bijbelles van de Here Jezus volgen. Je kunt leraren hebben naar wie je graag luistert. Je kunt leraren hebben van wie je graag leest. En dat kan, als ze boeken geschreven hebben, dan kun je die dingen pakken. Maar je ook verlangen hebben naar het onderwijs van de bovenste plank. De Here Jezus Zelf wordt namelijk de Leraar der gerechtigheid genoemd. Zo noemt de bijbel Hem: De Leraar der gerechtigheid. Dat is Nicodemus, hij zegt: “U bent het.” Dat is de eer die Nicodemus aan de Here Jezus gaf: U bent de leraar van God gekomen. Maar stel je nu eens voor dat je daar in de schoolbanken van de Here Jezus zit. Je hoeft geen examen meer te doen. Geen hectiek, geen stress meer. Geen telefoon, geen e-mails, geen klachtenlijn, niets meer. U kunt zich misschien niet zo goed indenken, ik verlang er naar. En dan zijn de vakken ongeveer het volgende: Genesis en Deuteronomium, weet je wel, die vijf boeken van Mozes, dat is één vak. Nou ja, en dan alle andere stukken uit de bijbel, dat zijn de vakken. En daar houden we ons mee bezig. En de Leraar der gerechtigheid geeft les. We zijn hier op een bijzondere plek, Evangelische Bijbelschool. Nou, dat is een Evangelische Bijbelschool. En die wordt niet verkocht. De school niet en het onderwijs zeker niet. Daar zitten we. Aan de voeten van Gamaliël, nee, nee, nee, nee, nee, nee. Ja, die zit ook, jazeker, die zit naast mij. Ja, ja, je zult maar mazzel hebben dat je Gamaliël hebt in je leven aan wie je van alles kunt vragen. Dat is toch prachtig, dat is super. Maar die zit er ook. Paulus is zijn leraar nooit afgevallen in die zin. Hij heeft aan de voeten van Gamaliël mogen zitten. Ik wil gewoon zeggen: “Daar is het rust.” Maar rust betekent niet, dat betekent het natuurlijk helemaal nooit, dat je helemaal niets doet, dat je gewoon apathisch bent en dat er gewoon niks gebeurt, dat je niet bewust leeft. Rust is hoh, super. Zoals je misschien ergens in de natuur kunt zitten op een bankje of misschien wel zo in het bos, en denkt: Hè hè, helemaal geen herrie meer. Alleen nog vogels, alleen nog, heerlijk. Is dat onbewust leven. Dat is heel bewust, maar niet ingevuld door de stress van elke dag. Zo zit je daar: De Here Jezus geeft les. En is het alleen lesgeven. Nee, nee, het is ook genieten, het is ook troosten. Ontbonden en met Christus zijn, verreweg het beste. In de schoot van Abraham betekent dat je samen geniet, dat je samen deelt, want dat is die uitdrukking de schoot van. Het is echt, het is meer dan alleen maar zitten en luisteren. het is ook delen. Samen, samen delen. En de Here Jezus noemt dat het paradijs. Poeh. Toen de Here de mensen schiep, heeft Hij ze in die zes dagen plus die laatste dag gecreëerd, en daarna in een soort setting geplaatst, in het paradijs gezet van, ja, het meest optimale. Zegenstromen waren daar, de stromen waren daar, er was het goud van Havila, de diamanten waren er, de sardius was er. M.a.w., jubel, de glorie, de schittering, wat maar aan mooiigheid opgesomd kan worden, was allemaal daar in het paradijs. Nou ja, in het paradijs zijn. Is dat de eindbestemming. Nog even, even, gewoon rusten. Dit is een soort tussenfase nog. Het wordt nog anders. Maar Daniël, je hoeft niet bang te zijn. Je hebt voor Mij gepraat, je voor Mij gesproken, je hebt in Mij geloofd. Ga het einde tegen en je zult rusten. De laatste rustplaats. En we noemen dat een dodenakker. Nou dat is het niet hoor. Ik bedoel, het lichaam wordt begraven, want het is een zaaien in oneer. Zo noemt de bijbel dat. Dat is niet het einde. Dat is het begin van, het nieuwe van een lichaam, het opstandingsleven. Dat is een korrel. Zo zegt de bijbel dat in 1 Kor. hoofdst. 15: Een korrel wordt gezaaid. Maar, dit is niet, ik ben een beetje raar misschien in mijn termen, maar we zeggen: De laatste eer aan iemand bewijzen. Nou dat is helemaal niet waar hoor. Het is de eerste eer bewijzen aan het opstandingsleven. Dat doe je als je iemand begraaft. Eerste eer bewijzen aan het opstandingsleven. Je gaat zaaien. Dat is het eerste wat de boer toch doet. Zaaien, met het oog op de oogst, met het oog op groei, met het oog op bloei en vrucht en zegen. Dat gebeurt daar. Dat is nu net wat hier aan de hand is. De Here zegt: “Ga het einde tegen en gij zult rusten.” Maar het blijft niet bij rusten. Dit is ook niet het eindpunt. Daniël, rusten en daarna opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen. Dat betekent dat er een opstanding is vanuit dit, wat ik net schetste, aan het einde van de dagen.
Bestemming. Wat is de bestemming van Daniël. Nu, in elk geval wordt Daniël uit deze situatie gehaald, staat hij op. En ik ben er van overtuigd dat de term in het NT, in de brief aan de Tessalonicensen: De doden in Christus zullen eerst opstaan, hiermee te maken heeft. Dus allen die daar nu zijn, in de meest mooie setting, in de paradijselijke omgeving, de derde hemel, onderwijs van de Here Jezus Zelf, vertroosting krijgend, met Christus zijn, ontbonden met Christus verreweg het beste, zeer veel hoger dan wat wij nu kennen, dat dat niet een soort eindfase is. Dat is een tussenstation. Dat is dat rusten waarover hier gesproken wordt. Maar gij zult opstaan tot uw bestemming. De bijbel is kennelijk heel precies. Want de bestemming van jou, zou wel eens iets anders kunnen zijn dan de bestemming van Daniël. Ik probeer het, op het gevaar af dat het misschien te moeilijk is. Maar het is al vaker geventileerd, dat is dus helemaal niet nieuw. En het hoort bij wat wij dan noemen de maranatha-boodschap, de boodschap van de komst van de Here Jezus. Wat gaat er nu gebeuren als de Here Jezus vanavond komt. Nou, we hebben wel vaker een tijdstip genoemd, het is nu bijna half acht, straks hè. Maar stel dat dat acht uur is. Nog net tijd voor een kopje koffie. Maar stel dat het, even ontspannen, maar stel dat het acht uur is, wat gaat er dat gebeuren. De Here Jezus zegt: “Kom.”. Nou, dat is een bevelend roepen. Dat is de stem van een aartsengel, bazuin Gods. Dat is, nou, dat is best merkbaar hoor. Dat is beter dan de claxons die wij in onze autootjes hebben. Dat gaat behoorlijk. Wan als in het OT al het geluid van de bazuin gaandeweg sterker werd, hoh, iedereen hoorde dat. Een miljoenenpubliek hoorde de claxon van de Here God. Nou, dat gaan we dan horen. Maart goed, dat komen, dat bevelend roepen, dat gaat gevolgen krijgen. En welk gevolg is dat. Dat jij en ik in datzelfde ogenblik veranderd worden. Ineens ligt pak één hier op straat. En onze auto’s staan daar en de sleutels liggen hier ergens. Dus de buren graaien en grabbelen en die denken van: Ik neem die Volvo van Jan, want dat is mooiste die erbij staat op dit moment. Of Seat van Dato, you know, of weet ik veel wat. Maar je doet iets. Maar ik wil alleen maar aangeven dat wij veranderen, Wij in een ondeelbaar ogenblik veranderen. Wij ineens anders. Alles is anders. Alles wat van ons en wat van de aarde is, dat blijft hier achter. En er gebeurt dus nog iets. De doden in Christus zullen eerst opstaan. Dus eigenlijk is de volgorde niet helemaal correct, maar ik wil maar even bij onszelf beginnen. Die mensen die in het paradijs zijn, de oudtestamentischen, Daniël, en ook anderen, en ook Noach en Job, weet je wel, die drie rechtvaardigen die genoemd worden. Maar ook die nieuwtestamentischen, dus mensen die nu, in onze dagen de Here zijn tegemoet gegaan, diegenen die gestorven zijn, we hebben ze helaas moeten missen in die zin, we hebben een lege plek in onze omgeving, in onze huizen, ze zullen eerst opstaan. Ja, die hoeven dat aardse pak niet meer af te leggen. Dat is al gebeurd. Maar ineens worden zij, die uit het paradijs komen, en wij die van hier komen, vanuit, stel dat wij de enige zouden zijn, uit deze setting, zouden we samen met hen ineens de Here tegemoet gaan in de lucht. Opstaan, opstaan, wakker worden. Opstaan, de Here tegemoet. En Hij zal ons bij Zich roepen. We gaan naar de hemel. Nou, nu ga ik niet alles zeggen, want het wordt echt te veel. Maar er vindt direkt een soort beloning plaats daarboven in de hemel. Zodra je binnenkomt krijg je je loon. Dus dan staat de Here met een hele bak met loonzakjes. Ik was op een conferentie onder de naam S ook ingeschreven, dat hoort zo, ze konden het niet vinden. Vergeten bij het vakje S te zetten, stond bij bestuur. Nou ja, mag ook wel. Maar jouw naam is er. Wat krijg je dan, loon. Waarvoor, Here. Nou, voor wat je voor Mij gedaan hebt. Ja, maar wat deed ik dan. Bekertje koud water misschien. Denk nu niet dat de mensen die preken meer loon krijgen dan de mensen die niet gepreekt hebben. Dat is niet waar. Misschien wel het omgekeerde. Want die hebben al loon gehad misschien in een stukje applaus of zo. Loon, wat heb je gedaan voor de Here Jezus. En de Here zegt: “Ik vind het zo fijn dat je altijd lachte als je aan mij dacht. En dat mensen zeiden: “Wat ben jij altijd blij.” Ja, ik geloof in de Here Jezus..” Is dat alles. Ja, dat is alles. Misschien is dat veel meer dan die 30 preken van Dato. Een invalide meisje zei een keer tegen mij, zit in de rolstoel, nou een gedrochtje, maar heel helder van boven: “Wat kan ik dan doen voor de Here Jezus Dato.” Ik had een brok in m’n keel. Ik zeg: “Jij kunt stralen voor Hem.” Die ogen die vergeet je nooit weer. Als je die één keer gezien hebt. Hoe is het nu mogelijk dat zo iemand in zo’n stoel, in zo’n omgeving, in zo’n hulpbehoevende omgeving straalt. Nou, het spettert er uit. Nou, ze heeft misschien nooit wat gezegd, maar ze heeft wel gestraald voor de Here Jezus. Wat gaat er gebeuren. Nou, zij krijgt te horen: Wat heb jij voor Mij veel gedaan. Hier is je kroon. Nou ja, die rolstoel die is ook achter gebleven, en het gebrek is ook achter gebleven. En ze huppelt daar en ze springt, nou ja. Ik zie het, ze heet Birgit, ze komt vanuit Duitsland, maar het is zo, ik hoop dat ik haar tegen kom. Echt, topsuper. En daar loopt mijn geestelijke moeder die alles, alles weggegeven had wat ze heeft. Ze had niet zoveel, maar wat ze had heeft ze echt weggegeven. Haar hart in elk geval. Maar ook alle financiën. En alle stukjes van een kip en stukjes van een schaap. Dat kleine beetje van een varken wat ze hadden. Van een varkentje in de schuur, weet je wel, ‘s winters. Alles weg. Ze lopen daar allemaal met die kroon op. En jij ook. Maar Daniël ook. ja, maar die krijgt me daar even een kroon die Daniël. En Job en Noach, en ja, maar die, die staan wel apart moet je rekenen. Die hebben een hele aparte afdeling daar. Nou, het lijken wel gereformeerden die zeiden dat ze alleen in de hemel kwamen, of dat zijn de Darbisten die dachten ook dat ze alleen…. Ja maar nee, allemaal hetzelfde, overal hetzelfde. Dus vergeet het alsjeblieft. Nee, ze staan niet in die zin apart, maar ze zijn inderdaad daar ook bij. Allen zijn daarbij. Allen zijn daarbij. En daar in de hemel komt toch een stukje tweedeling. Daar gaan de oudtestamentische gelovigen, ik noem het maar, aan de ene kant staan, en de nieuwtestamentischen, die staan aan de andere kant. En degenen die aan de nieuwtestamentische kant staan, die horen in het huis van de Vader, zegt de Here Jezus. Ook nog, ja, behalve wat ze al hebben, ook nog. En de oudtestamentischen die zullen uiteindelijk in de hemel een bruiloft meemaken als bruiloftsgast, zullen zich verheugen, zullen blij zijn en die gaan met de Here Jezus naar beneden, zullen hier op aarde heersen. Wij zijn bedoeld, de nieuwtestamentische gelovigen heb ik het over, om in het huis van de Vader de Here Jezus te omringen. De engelen zijn bedoeld om de Here Jezus te omringen in de hemel. En Israël en de oudtestamentische heiligen zijn bedoeld om de Here Jezus te omringen hier op aarde. Om Wie gaat het. Om die verschillen, nee, om Hem steeds. Daar is verschil. Verschil in bestemming. Gij zult opstaan tot uw bestemming. Die bestemming is verschillend. Maar het centrum is hetzelfde. En omdat er geen jaloezie meer is, dat hoort bij ons prutje van vandaag nog, ja, dat is er dan niet meer. Dus wij, ja, wij gaan niet zeggen: “Nou, ik had toch wel eigenlijk liever in Jeruzalem willen zijn uiteindelijk. Ja, lijkt me mooie stad om daar te wonen tot in eeuwigheid.” Nou ja, de Here zegt: “Ik heb nog een nieuw Jeruzalem voor jou.” Ja, nou, maar die ouwe is eigenlijk veel leuker. Of, zij zouden kunnen zeggen: “Ik zou het huis van de Vader wel willen. Want ja, maar dat valt me eigenlijk een beetje tegen. Noach nota bene, Job en Daniël, die drie rechtvaardigen uit het OT, niet de eerste de besten, nou, die zitten daar nota bene ja, te kijken van: En ik dan.” Het lijkt wel of Petrus aan het woord is weet je wel. Zo ongeveer. Nou, niks, helemaal niks, jaloezie is er niet meer. Daar in de hemel zeggen de engelen: “U Here Jezus.” En die oudtestamentische heiligen zeggen: “U Here Jezus.” En wij, wij zeggen ook: “U Here Jezus.” We roepen allemaal hetzelfde. De stemming is wel verschillend, maar we roepen allemaal hetzelfde: Het gaat om U Here Jezus.
Daniël, gij gaat het einde tegen en zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde van de dagen. Zo eindigt dit boek, met een enorme bemoediging voor jou en voor mij. Dit heeft met de toekomst te maken, met de eindtijd te maken. En dat wat hier staat over plagen, over oordelen, heeft met de eindtijd te maken. Wat hier staat over een afgodsbeeld, een gruwel der verwoesting, heeft met de eindtijd te maken. Alles heeft met de eindtijd te maken. Maar de kern van vanavond is: Jij en ik gaan ook naar onze bestemming. En ik vind dat jij helder moet hebben waar je naar toe gaat. Columbus ging waarschijnlijk vanuit Spanje, wou wat ontdekken. En toen hij ergens kwam en negers zag, toen heeft hij niet geweten waar hij was. Hij had geen flauw benul. En hij heeft kennelijk Amerika ontdekt, zegt men. En toen hij in Spanje terug was, toen wist hij niet meer waar hij geweest was. Ik heb dat wel eens vergeleken met een preek. Je kunt weg gaan zonder een bepaald doel. En als je ergens bent dan weet je niet waar je bent. En als je terug bent dan weet je niet meer waar je geweest bent. Ik hoop dat je me begrijpt. Weet jij wel waar je naar toe gaat. Mijn bestemming is het huis van de Vader. Waarom, omdat de Here Jezus zei: “Dato, Ik ga daar naar toe en Ik ga voor jou daar een plekje reserveren.” Heeft Hij gezegd: “Ik ga heen, Ik ga daar plaats bereiden.” Ik heb geboekt en Hij heeft geblokt. Zo heet dat vandaag in reistermen. Een stoel, daar, daar hoor ik. Ben ik dan hoogmoedig omdat die anderen daar niet komen, nee. Die anderen roepen halleluja voor de Here Jezus, en ik roep het ook. We roepen allebei hetzelfde, of alledrie hetzelfde.
Ik hoop dat je het snapt en dat je voor jezelf nu durf te zeggen: “Here Jezus, dank U wel dat ik door het geloof in U mijn bestemming mag bereiken. En mijn bestemming is, voor de nieuwtestamentische gelovigen, het huis van de Vader met de vele woningen. Daar, daar zullen we zijn. Daar zal ik Hem ontmoeten, in het Vaderhuis. Daar zie ik het Lam, daar zal ik Hem aanbidden. Daar zal ik Hem bejubelen, daar zal ik Hem glorie gaan geven, daar zal ik Hem omringen. En in de troon van God, daar zien we het Lam. En hier op aarde, ze zullen het Lam zien. Grote verzoendag, het is altijd hetzelfde. Het is niet allemaal één pot nat, het is niet waar, het is echt onderscheiden, maar het is wat het doel betreft hetzelfde. Er is maar één doel: Christus, Zijn verhoging. En als dat het effect is van het boek Daniël in jouw leven en in mijn leven, dan denk ik dat de Heilige Geest gewerkt heeft. En als je nu op je stoel zit en verlangt naar de Here Jezus: Dat wil ik ook graag, dan is dat door de Heilige Geest. Als je nog nooit ervaren hebt dat de Heilige Geest werkt, dan weet je het nu. Dat doet de Heilige Geest. Die andere geest doet dat niet. Die doet precies het omgekeerde. Sommigen twijfelen of de Heilige Geest er wel is. Als de Heilige Geest nu een verlangen in je hart geeft om Hem te eren, òf door een lied, òf door een dankzegging, dan is dat door Gods geest. Amen.