Daniël 2

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

2. Geschiedenisles vanuit de hemel.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

14 september 2003
      Lezing

Lezen: Daniël 2

Daniël is in Irak. Daniël is aan het hof van Nebukadnezar gekomen, waarschijnlijk de machtigste koning die ooit op aarde heeft geleefd. Ik heb wel eens geroepen vroeger, toen Saddam Hoessein nog aan het bewind was, dat deze Saddam Hoessein zich bij voorkeur vergeleek met koning Nebukadnezar. Verdi heeft een hele opera gewijd aan Nebukadnezar. Het slavenkoor kent u waarschijnlijk een beetje, daar aan de Eufraat. Dat komt uit deze geschiedenis. Nebukadnezar heeft drie keer in Jeruzalem huisgehouden. De eerste keer heeft hij Daniël en de vrienden meegenomen. De tweede keer Ezechiël en de ballingen die hij in een vluchtelingenkamp bij de rivier Kebar bracht. En de derde keer is hij daar geweest, misschien niet persoonlijk, maar dan door een generaal, de derde keer is daar een verwoesting geweest van Jeruzalem en van de tempel. Zo is het gegaan. En deze machtige koning heeft mensen om zich heen gezet uit allerlei gewesten, uit allerlei kringen. Waarschijnlijk om zich ook in politieke zin wat in te dekken. Hoe dan ook, Daniël en de vrienden zijn aan het hof gekomen. De selectieprocedure was de vorige keer aan de orde.

En nu kijken we naar een stukje geschiedenisles vanuit de hemel, maar dat is gedoceerd in Irak. In het Midden-Oosten, daar waar het centrum van vijandschap te vinden was, daar heeft God dingen geopenbaard. En dat is heel merkwaardig. Jeruzalem is niet meer, Jeruzalem is verwoest, Jeruzalem stuk geslagen, de tempel is kapot. En je zou zeggen: “En nu is het gewoon helemaal over met alle plannen die God ooit gehad heeft met Zijn volk Israël.” Het is over, het kan niet meer, het is stukgeslagen. Nu, het is ook ongelofelijk triest en troosteloos als je zo naar Jeruzalem kijkt en de tempel kapot ziet. De offeranden zijn gestaakt, de priesters zitten te treuren. En zingen, dat doen ze ook niet meer, ze hebben hun lieren aan de wilgen gehangen. Daar komt die uitdrukking vandaan. U vindt het terug in het woord van God. Het is over. Hoe zouden ze nog over Jeruzalem kunnen zingen met zo’n achtergrond, kan haast niet.

En in die tijd is de machtigste van de koningen onrustig. Hij droomt over wat er na dezen geschieden zal. Blijft dit zo. Da is op zich best een behoorlijke impuls voor allerlei mensen die het allemaal al weten. Deze man is knap onrustig. En die onrust is gewerkt, en bewerkt door de Heilige Geest. Ik geloof dat stellig. Ik wil je vooraf al, dat komt nog een paar keer voor, een tekst voorlezen uit Job, Job 33:14. Daar staat: “Want God spreekt op één wijze, of op twee, maar men let daar niet op. In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt. In sluimering op de legerstede.” U hoort Nebukadnezar snurken. Nou ja, ik wil het alleen maar niet populair maken, maar ik wil je even echt focussen op de slaap van Nebukadnezar. Hij was onrustig. En waar komt dat dan van. “Dan opent”, vs 16, “Hij”, de Here, “Dan opent Hij het oor van de mensen en drukt het zegel op de vermaningen tot hen gericht, om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren,” Nou, Dan. 4, is dit niet het Babel dat ik gebouwd heb, we komen er nog een keer op terug natuurlijk. Maar ik bedoel: Je vindt het hier terug , “om zijn ziel van de groeve te redden, zijn leven dat het niet omkome door de spies.” “Twee keer, drie keer,” zegt de Here, “ga Ik met iedereen aan de slag.” Wie je ook bent, wie je ook tegenkomt, daar zijn twee of drie mogelijkheden, de Here is met je bezig, gaat iets met je doen. Dat kan door een droom Dat kan door een stuk onrust in je leven te brengen. Dat kan door ja, iets op te roepen waarvan je zegt: “Ja, dit is niet normaal, hier moet ik mee aan de slag. Hier moet ik iets mee gaan doen.” Nu, Nebukadnezar is onrustig. Hij droomt. En hij heeft zoveel macht dat hij tegen zijn bezweerders en Chaldeeën en waarzeggers zegt: “Kom op, dat hele spul in één keer op het appèl, ‘s morgens vroeg, vertel het even.” En die lui zeggen: “Zegt u het maar, zegt u het maar.” Nou, dat doet hij niet. Twee mogelijkheden, hij weet het niet meer, hij is alleen maar onrustig geworden en hij weet het gewoon niet meer. Tweede mogelijkheid, en dat suggereert hij zelf, hij wist het nog wel, maar hij denkt: Ja, als ik hen die droom vertel, dan hebben ze mij een mooi verhaal te vertellen, dan zeggen ze: “Over vijftien jaar dan gaat dit en dat gebeuren.” Nou, dan kun je voorspellen wat je wilt. En als het dan niet uit komt, ja, dan ben je toch weer vijftien jaar verder. Dat is misschien de meest simpele optie. Maar misschien zijn ze allebei wel waar. Hij zegt: “Nee, nee nee nee, jullie moeten mij eerst de droom vertellen en de betekenis er van er bij geven.” Nou, ze zeggen, die man die vergist zich, denken ze, dus “Ja u zegt het maar. Als u ons de droom vertelt, dan zullen wij de uitlegging geven.” “Nee”, zegt de koning, “dat doe ik niet.” Enfin, dat gaat nog een poosje zo door. Hij zegt: “Moet je eens luisteren, als je het niet weet, dan ongeschikt. Niet alleen ontslag, maar ook afvoeren.” En dat betekent ombrengen, waardeloos. Zo ging dat toen. Niks parlementaire enquête. Zo was het in die tijd. En deze koning is vast van plan om al die geleerden, om al die waarzeggers, om al die Chaldeeën in één keer om te brengen. Daniël hoort er van, zegt tegen de vrienden: “We moeten gaan bidden.” Nou, daar ergens in Babel, ergens in Irak, is een bidstond gehouden. Met z’n viertjes op de knieën, mijn vertaling. Misschien zegt u: “Ze zaten nog op stoeltjes.” Nou, ok, laat maar. Maar wel bidden. En daar is een gebed geweest van: Here alstublieft, opent U ons hart en laat U zien wat U bedoelt. Daniël droomt dezelfde droom die Nebukadnezar heeft gehad. Gaat daarna niet op een holletje naar Nebukadnezar en zegt: “Ik weet het, ik weet het, ik weet het.” Maar hij zegt: “Here, ik prijs U, ik prijs U, ik….” De jubelliederen van Dan. 2 zijn schitterend. Echt, daar kan best een nieuw lied voor ontstaan, zo mooi. En dan gaat hij het aan de vrienden zeggen, en zo gaan ze naar de koning.

Die droom die kent u waarschijnlijk, en dat z.g. statenbeeld van Dan. 2 kent u ook. Daar is al ik weet niet hoe vaak over gepreekt misschien. Gouden hoofd, een zilveren stuk, een koperen stuk en een ijzeren stuk. Dus eigenlijk wordt een beeld geschetst met een gouden stuk, een zilveren stuk, een koperen stuk, een ijzeren stuk, en daaronder ijzer vermengd met kleiachtig leem, en dat zijn dus de tenen die voeten met die tien elementjes. Dat is het beeld. En Nebukadnezar weet zeker dat dat te maken heeft met dingen na zijn tijd. Hij wil het weten. Daniël droomt de droom en gaat nu op een gepaste manier naar de koning om de koning te zeggen wat hij gedroomd heeft. Nou, die koning is aan het eind helemaal kaduuk en zegt: “Nog een gouden horloge, nog een Rolex en….” Enfin, “nog een Rolls Royce er bij en….” Zo ongeveer heeft hij, nou ja, ik noem maar wat, maar ik bedoel: Hij heeft hem op een geweldige manier willen belonen. Hij heeft zelfs een reukoffer willen brengen. En hij heeft van alles aangedragen om Daniël eer te geven. Daniël zegt: “Wat ik zeg, dat is niet iets van mensen.” Die geleerden hadden al gezegd: “Wat u vraagt koning, is gewoon te hoog, is gewoon te veel, dat kunnen mensen niet. En nooit is een koning zo mal geweest om zoiets te vragen, want dit kan niet. Dat kan alleen maar middels de goden en die wonen niet bij de mensen.” En het merkwaardige is dat Daniël zegt: “Inderdaad, mensen kunnen dit niet, maar daar is wel een God die verborgenheden openbaart.” En als ik dat Nieuwtestamentisch mag zeggen: Er is wel Eén.En hij heeft onder ons gewoond. En je komt in deze profetie gegarandeerd uit bij de Here Jezus. Nu is alle profetie in het OT gericht op de Here Jezus. Daar moet je even aan wennen. Het is niet overgegeven aan ons om een stuk historie te kennen. Om, laat ik maar zeggen, een lesje geschiedenis te krijgen, van hoe ging het toen, en wat gebeurde er toen. Jaartalletjes er bij. Nee, het is duidelijk bedoeld voor gelovigen om zicht te krijgen op de Here Jezus. En ik weet niet of jijzelf ooit nagedacht hebt over wat er na vandaag gaat komen. Het is natuurlijk hartstikke stom om als een struisvogel je kop in het zand te steken en te zeggen: “Nou ja, het zal mijn tijd wel uitdienen.” Dat kan niet. Je zult in je eigen leven momenten moeten kennen om na te denken over wat er na nu gaat gebeuren. Wat komt er dan. Wat is er dan, morgen, en overmorgen. En wat komt er dan na de dood. Is er dan nog leven, is er dan nog iets. Deze koning heeft in elk geval geleerd dat hij daarover moet nadenken. En voor zover ik mijn bijbel ken, heeft het hem behoorlijk aangesproken. Er zijn drie uitspraken van koning Nebukadnezar bekend: “Er is een God die verborgenheden openbaart.” “Er is geen God die verlossen kan zoals deze God.” en “Die God die ga ik roemen en die ga ik verhogen, die ga ik eren.” Of hij een gelovige geworden is, ik laat het in het midden. Maar in elk geval heeft hij, die machtige man daar in Irak, een knieval gemaakt, uiteindelijk, voor de God des hemels. En ik zou zo graag willen dat jij je eigen leven overziend, een knieval gaat maken voor de God van de hemel. Voor de Schepper van alles. En dat is niemand minder dan onze Here Jezus Christus. Hij de allerhoogste Here.

Waarom moet ik dit nu weten. Waarom moeten we deze informatie hier lezen en wat moet ik daar dan mee.Is het dan niet belangrijk, is het alleen voor Israël belangrijk. Nu, ik zal proberen je te schetsen waarom we dit wel moeten weten. En de informatie die hier achter zit is niet te krijgen bij de geleerden, bij de Chaldeeën en bij de waarzeggers. Een drietal keren haken de geleerden en alle knappe koppen radicaal af in dit bijbelboek Daniël. Drie keer, dit is de eerste keer. Dit is iets wat niet van hen komt. Zij snappen het niet en zij kunnen het niet hanteren. En als u wilt weten wat er morgen gaat komen en wat er in de toekomst gaat gebeuren, u hoeft niet uw oor te luisteren te leggen bij de wetenschap, want zij weten het niet. Met alle technieken die ze hebben om een soort lijn door te trekken, om een soort correlatie, laat ik maar zeggen, door te gaan, om alle alle ontwikkelingen te volgen, ze weten het niet. Deze dingen zijn rechtstreeks van God afkomstig. En alleen profeten van de Here, die mond van de Here zijn, die kunnen dit doorgeven. En ik wil je gewoon enthousiasmeren, hoe moet je dat zeggen, opjutten, nou ja, ik weet niet, nou, zoiets, om de bijbel te lezen. Om verder te gaan, om er achter te zien te komen welke geweldige boodschappen er staan in het woord van God. Ook met Dan. 2. Het is best een spannend verhaal. Als Daniël en de vrienden dreigen om te komen, en ze gaan bidden en ze krijgen inzicht en ze krijgen die droom wel, ze vertellen die droom, en ze ontspringen de dans. Nou, mooi spannend verhaal. Maar het is niet een verhaal, het is profetie. Ik probeer het.

Iedereen die het boek Daniël heeft bestudeerd zal zeggen: “Het boek Daniël is onmisbaar in het verstaan van het woord van God.” U kunt dat niet missen,.je moet het meenemen. In het boek Daniël laat God zien hoe Hij alles ziet. En dat begint bij dat grote rijk van Babel. Jeruzalem ligt in puin, nog een keer. Het volk van God is verstrooid. Diaspora heet dat. De tien stammen zijn naar het Assyrie, naar het noorden weggevoerd en de twee stammen zitten dus nu in Babel. Er is niets meer over. En in die tijd, zou je zeggen, ja, dan is alles duister en donker. En juist in die tijd laat de Here zien hoe Hij alles ziet. En welke plannen Hij heeft, ook met Zijn volk Israël, maar ook met alle volkeren.

Daniël mag zeggen: “U o koning, u, u regelt het allemaal voor de dieren, u regelt het voor alle mensen. U bent gewoon de weldoener van…” Ja, taal van vroeger met strooppot of zo. Maar het was de man toen. U bent dat gouden hoofd. Nou, die man die heeft zich gekieteld gevoeld tot en met en die heeft gedacht: Nou, nog maar een schepje suiker extra in mijn koffie, want dit heb ik nu wel verdiend. Zoiets. U bent dat gouden hoofd. Dat rijk van u, koning Nebukadnezar, dat rijk, waar we nu samen naar kijken en u bent inde troon, dat rijk dat wordt vergeleken met dat gouden bovenstuk. Maar na u komt er een rijk, en dat is wat minder in waarde, de intrinsieke waarde is wat lager, en dat is dat zilveren stuk. ik ga het u zeggen, dat zilveren stuk is Iran. Dat is het rijk van de Mediërs en de Perzen. Ik zei vroeger wel eens in een dolle bui van de medici en van de Perzen, maar dat was niet helemaal hetzelfde hè. De Mediërs. Perzen en Mediërs, Iran van vandaag. Dus Irak wordt opgevolgd door Iran. Dat zegt de bijbel. Is ook gebeurd, en gaat nog een keer gebeuren. Let maar eens op de geschiedenis. Het komt heel dicht bij. En als dat rijk van Iran weg is, zegt Dan. 2, dan komt er een koperen stuk. Nou, uit de rest van het boek Daniël, hoofdst. 7, hoofdst. 8 blijkt dat dat koperen stuk het Grieks-Macedonische rijk is. Het rijk dus uit Macedonië.Griekenland-Macedonië, Balkan zo u wilt, met alle tumult van vandaag, en alle oorlogsdreiging die onderhuids en bovenhuids te vinden is. Ongelofelijk boeiend om het vandaag te volgen. En dat rijk, dat koperen rijk, dat gaat ook weer weg. Nu, de bijbel maakt duidelijk dat Alexander de Grote, de eerste koning is geweest, de bijbel maakt het duidelijk hoor, van dat Macedonische, van dat Grieks-Macedonische rijk, en hij was heel jong toen hij stierf, 33 jaar. Hij had geen kinderen, geen nazaten, en dus werd zijn rijk door zijn vier generaals verdeeld. Zij kregen elk een stuk. En op dat moment is er sprake van de koning van het noorden, die pakt het noordelijke stuk, de koning van het zuiden, die pakt het zuidelijke stuk. De koning van het oosten en van het westen die worden eigenlijk niet zo genoemd, maar goed, dan ineens valt dat in vier blokjes uiteen. Maar dat rijk, dat rijk van koper, u hebt het nog een beetje, ja plaat voor je kop, koperen plaat, nou dat bedoel ik niet. Gouden hoofd, het rijk van Irak, Babelse rijk. Zilveren stuk, het Iran-rijk, het rijk van de Mediërs en de Perzen. Koperen stuk, het Grieks-Macedonische rijk, van Alexander de Grote en een aantal na hem. Maar ook zij hebben vreselijke dingen gedaan, komen we later wel op terug. Een aantal grote dingen worden ook genoemd in Daniël. Ook zij zullen worden opgevolgd door een vierde rijk, en dat is het rijk van ijzer. Goud, zilver, koper, ijzer. De waarde, intrinsieke waarde wordt steeds wat lager. Maar de wreedheid neemt toe. De hardheid neemt toe. En dat vierde rijk, dat is het rijk van de Romeinen geweest. Ik kan het zo bewijzen hoor, ik zal het ook wel bewijzen in de loop van de avonden, dus u komt maar kijken, u gaat maar controleren. en als u vragen hebt, vraagt het maar aan Bas v.d. Bos, die is er dan ook niet meer. Jan Diepenveen. Nee ik hoop dat u het doet. Ik hoop dat u echt met vragen komt. Vraag het Jelle, vraag het ons, vraag het echt aan ons. Blijf niet met vragen zitten, schrijf ze maar op, neem ze maar mee. Er is alle gelegenheid om de volgende keer met vragen eigenlijk te beginnen, om antwoorden te geven. want je hebt het nodig. Goud, zilver, koper, ijzer. Babel, mag ik het voor vandaag zeggen: Irak, Iran, Balkan, Europa. Dat is hartstikke dichtbij, dat is heel dichtbij. Want dat Romeinse rijk, dat kwam. Ja, de Joden hebben hier de Romeinen binnengehaald. Die hebben gezegd: “Kom ons alstublieft helpen.” En die zeiden: “Dat doen we graag. En we blijven ook gelijk eten.” Langdurig, ze zijn niet meer weg gegaan. Die Romeinen waren er nog in de dagen van de Here Jezus. Dat zijn die vier wereldrijken die zich achtereenvolgens hebben aangediend: Irak, Iran, Balkan, Rome. Dat Romeinse rijk was er nog, zoals ik zei, in de dagen van de Here Jezus. En dat is ook heel eenvoudig na te trekken in de gewone geschiedenis. Dus als u van geschiedenis houdt en u zou naar de bibliotheek gaan, dan zou u daarover gewoon lectuur kunnen vinden. En het staat er ook nog in zo. Dat is dus niet iets nieuws. Maar, dan ineens gebeurt er iets. Dan krijg je dat dat ijzeren stuk een soort verlenging krijgt. ijzer vermengd met kleiachtig leem en dan worden daar ineens tien elementjes gezien. Dus twee voeten met tien uitsteeksels. En dat is ijzer met kleiachtig leem. “En in de dagen van die koning, ja, dan gebeurt er iets bijzonders”, zegt Daniël. Want dan komt er een steen, zomaar, zonder handen losgemaakt. Er komt iets van boven, uit de hemel. En die steen die van boven komt raakt dat beeld, goud, zilver, koper, ijzer, ijzer met leem. Die steen raakt dat beeld helemaal onderaan, bij ijzer en leem, we lazen het hoor, lees het nog maar een keer na, maar het staat er echt. En daar onderaan, wordt dat beeld geraakt. Dat beeld valt om, en die steen is zo sterk, zo verpulverend, dat eigenlijk alles vermalen wordt. Zoals in molenstenen alles vermalen wordt, zo vermaalt de steen die, zonder handen losgemaakt, uit de hemel kwam, alle materiaal. Niet alleen leem, ook het ijzer, ook het ijzer met leem, ook het ijzer zelf, ook het koper, ook het zilver, ook het goud. Alles wordt verpulverd, het wordt gewoon tot stof. En die steen, ja die steen die wordt maar groter. Het is alsof het een soort sneeuwbal is, weet je, je begint met een heel klein balletje en als je door blijft rollen dan wordt het uiteindelijk steeds maar groter. Nou, zo wordt het voorgesteld. Alsof die steen alleen maar groter wordt. En die grote steen is van God zelf. En dat blijkt Zijn koninkrijk te zijn, zijn Koning te zijn.

Waarom moet ik dit nu weten. Nu, vandaag is de hele wereld in onrust. Soms zijn er momenten dat het tamelijk rustig is, maar er zijn ook hele momenten dat het helemaal niet goed gaat. We hebben ons hart vast gehouden toen meneer Bush naar Irak ging en we houden ons hart nog vast. We weten niet hoe het gaat. En de kritiek neemt toe, en hoe dit verder afloopt weten we niet daar. Dat Iran kernwapens heeft is al duidelijk, en dat men panisch is voor wat men zal doen, want als de sji’iten in Irak bedreigd worden dan gaat Iran door met aanvallen. Dat kan ik u verzekeren. Want onder de moslimmensen is een grote verdeeldheid tussen die z.g. soennieten en de sji’iten. Die sji’iten die zijn nu weer een beetje terug in de macht. Die sji’itische leider is laatst immers vermoord, een paar weken terug, of een dag of tien terug. Maar de soennieten, dat was de club van Saddam Hoessein, die zijn een beetje naar de achtergrond nu. Maar ja, als die sji’iten worden aangevallen door de soennieten, sorry voor die ieten. Je hebt ook een nieuwe groep tegenwoordig, dat is iets’iten, weet je wel die hebben iets. Die zijn er heel veel hè. Ja, wij hebben ook iets. Ja, er zal wel iets zijn. Dat zijn de iets’iten. Nou, dat zijn de buren misschien van jou. Dus als je nou vraagt van: “Bent u, Hollanders of…” “Nee, ja maar ik geloof wel dat er iets is.” “O ja, ja ja, die club ken ik. Dat zijn de iets’iten.” De spanning neemt toe daar. De Balkan staat op exploderen. En Europa is één geworden. En het hele spul beweegt zich. En alles concentreert zich. Het is alsof dit hele verhaal vandaag speelt. Irak, Iran, Balkan en Europa. Toen zijn ze achtereenvolgens geweest, A-B-C-D op rij na de vorige. Maar het is alsof alles nu terug komt. Als die steen komt dan blijken al die rijken er dus kennelijk te zijn. Het goud is eer dan ook, het zilver is er dan ook, wordt ook verpulverd, het koper is er dan ook, het ijzer is er dan ook. Al die rijken, ze komen vandaag naar boven. en uit het hele boek Daniël blijkt, en dat kan ik nu nog niet zo helder krijgen voor jullie, dat doe ik ook niet, dat waag ik ook niet, dat wil ik nog even opschorten tot we aan hoofdst. 7, 8, maar ook aan hoofdst. 9 en 11 toe zijn, om duidelijk te maken dat er een soort hiaat tussen zit, een hele tijd ruimte tussen zit, voor dit verhaal door gaat. Ik zal het nu anders zeggen. Ik heb het wel eens vaker gezegd. Toen de Here Jezus hier op aarde was, toen hebben de Romeinen Hem naar het kruis verwezen. Ja, de Joden wilden dat, maar de Romeinen hebben uiteindelijk het vonnis geveld. En als je vraagt: Wie hebben Hem dan doorstoken. Dat is de Romeinse overheid. En die hebben gezegd: “Ok, kruisig Hem.” En die hebben het ook letterlijk gedaan. En daarna heeft het Romeinse rijk nog tweehonderd, driehonderd jaar bestaan, en daarna is het stukje bij stukje afgebrokkeld. En toen is dat hele Romeinse rijk gewoon, ja, tot niets geworden. Velen hebben gepoogd om daar toch weer nieuw leven in te blazen. Karel de Vijfde, anderen, vul maar in. Napoleon, Hitler, die hebben iedere keer geprobeerd om daar toch weer ponem, gezicht aan te geven. Het is nooit gelukt. En ze hebben het allemaal geprobeerd met wapentuig. Het is nooit gelukt. En dan ineens na de Tweede Wereldoorlog: Hè hè, nu zijn we van het probleem af. Toen had de satan het zo geredigeerd dat het nieuwe probleem al in de kinderschoenen aanwezig was. De kolen- en staal-gemeenschap kwam, EEG. En toen kwam dit en toen kwam dat, en nu hebben we vandaag de Euro in onze portemonnee. Ik hoop tenminste dat…o, u hebt het allemaal in de collecte gedaan. nee, ok, morgenochtend dan…. Maar ik bedoel: we zitten in het verenigde Europa. We zitten er midden in en we hebben een Europees beleid. En meneer de Hoop Scheffer die zal misschien binnenkort promotie maken en die haast zich om te zeggen dat de belangrijke landen toch wel meer te zeggen hebben dan de kleintjes. En we moeten het ook Europees doen. En we moeten als Europa onze stem verheffen tegen Israël, dat moeten we doen, Europees, natuurlijk. En we moeten onze stem laten horen…. Het is al alsof het alleen maar daar is. Europa wil ook meeblazen. En ze hebben een paar muziekinstrumenten uitgezocht om dat te doen. Het Romeinse rijk van toen is ter ziele gegaan. Maar het boek Daniël maakt duidelijk dat het rijkje er inderdaad was, ijzer, maar dat gaat weg. En dan komt er iets van ijzer met leem. Een soort vervolg. En toen we het boek Openbaring bespraken, heb ik gezegd dat dat rijk er was, er niet is, en er toch zal zijn. Dat rijk, dat Europese rijk dat was er. In de dagen van Paulus was het hooggerechtshof in Rome. Als je in hoger beroep ging, nou, dan moest je naar Rome. Deed Paulus ook. Daarna is Rome verdwenen, een hele tijd niets. En dan ineens komt het weer. De bijbel zegt: “Dat rijk had een dodelijke wond, maar die dodelijke wond genas, en daar is weer een nieuw leven in geblazen.” Broeders en zusters, de geschiedenissen in Dan. 2 die zijn voor jou en voor mij bedoeld, heel concreet. En wij moeten weten, dat in onze tijd van verwarring, in onze tijd van onrust, van oorlog en dreiging van oorlog, in onze tijd van grote nood, dat God alles in Zijn hand heeft. Dat God het zelfs voorzegt heeft. Dat geeft rust. En wij moeten oppassen met: En als ik nu maar goed democratisch ben, en flink wat democratische stemmen in die partij stop dan…. Nou, we hebben onze partijen in Nederland behoorlijk gerangschikt misschien, en je kunt ze allemaal op een rijtje zetten, maar ze hebben uiteindelijk geen fluit te vertellen. Met alle respect voor uw keuze. Want nu al is heet heel helder dat het besluit in Brussel valt en niet in Den Haag. En niet omdat de Belgen sterker zijn, maar omdat in België toevallig het hoofdkantoor van de Europese eenheid gevestigd is. En de dreiging dat er een Europese president komt is heel sterk. De munteenheid is er, monetaire eenheid, defensie-eenheid is er, economische eenheid is er, politieke eenheid komt er. Dat is nu allemaal precies wat keizer Augustus wilde in de dagen van de geboorte van de Here Jezus. Dat wilde hij, heel precies. En u weet wat op een belastingmuntje stond in Israël, wiens beeltenis, van de keizer. Zie je wel, de Euro is van ons allemaal. Het was toen al zo, en het gaat weer dezelfde kant op. We zitten daar midden in en we zijn veel verder dan wij misschien vermoeden. Maar dit verhaal uit Dan. 2 is gewoon waar. Goud, Irak, zilver, koper, ijzer, is allemaal geweest. Maar ijzer vermengd met leem. Maar kennelijk is het goud er ook nog, en het zilver, want het gaat nog een keer verpulverd worden. Het is nog niet verpulverd, dat wordt nog verpulverd. Al die rijken die hier beschreven worden, en door Daniël uitgelegd worden aan Nebukadnezar, die komen, en die zijn er. We zitten er midden in. We zitten eigenlijk midden in Dan. 2. En we zien het gebeuren. De tien koningen, ja, ik heb dat toen uitgelegd toen we het over Openb. 17 hadden. Die tien die in de Psalmen aangeduid worden als tien Islamitische vorsten die samenspannen met Europa. Ja, die horen niet bij elkaar hoor, dat is Islamitisch en dit is dan in hoofdzaak nog een beetje Godgericht hè. Het woord God mag niet in het handvest van Europa. Je hoort het allemaal, je ziet het in de krant, je leest het. Maar dat hoort niet bij elkaar. Dat is ook geen harmonie, zoals leem en klei, klei of leem niet bij ijzer hoort, zo is ook niet wat Europa en de Islamitische staten betreft. Dat, ja dat kleeft even, maar dan is het ook gebeurt. “Maar in die dagen, als dat gaat komen”, zegt Daniël, “maar dan komt er iets.” Nou, wie is die steen zonder handen losgemaakt. Wie is degene die gaat heersen. Nou, het boek Daniël maakt u dat heel scherp duidelijk. Dat is de Mensenzoon. En Wie is de Mensenzoon. Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien. “Oh”, zegt de hogepriester, “alsjeblieft zeg, alsje, heb je het gehoord. Hij lastert.” Kleren stuk, slaan, spotten, blinddoeken, geselen, overleveren. Wie is die Mensenzoon, de Here Jezus, mijn Heiland, jouw Verlosser. De Koning der koningen, de Here der heren. Hij komt en Hij maakt een eind aan al dat politiek gedoe. Daniël leeft in een tijd dat koning Nebukadnezar de machtigste koning was van de hele aarde. En hij zegt eigenlijk, ja, u kunt het eigenlijk een beetje bedekt noemen, maar hij zegt eigenlijk: “Koning Nebukadnezar, je hebt geen poot om op te staan en je hebt eigenlijk nul komma nul in te brengen. Er is Eén die is veel machtiger dan jij. Want als Hij komt is het goud verpulverd. Ja, die dreiging die je hebt van je buren, van Iran, ja, natuurlijk, sterk, hebben een paar atoombommen in hun keldertjes liggen. Maar als Hij komt, er blijft niets van over. En Balkan en Macedonië, er blijft niets van over. En Rome, Europese eenheid, alles verpulverd. En die eenwording met die tien Islamitische staten rondom Jeruzalem, het is weg.” Dat is de profetie, dat is Dan. 2. Het is niet een verhaal, een stukje geschiedenis. Het heeft te maken met onze tijd, met onze dagen, ik zal het nog preciseren, het heeft te maken met Hem die onze Here is, de Here Jezus Christus. Het heeft te maken met de Koning der koningen en met de Here der heren. Hij komt. En als Hij komt gaat Zijn rijk zichtbaar worden. En als Zijn rijk zichtbaar is, dan is er van al die andere rijken niets meer over. Dan kunnen ze duizend conferenties beleggen over WTO’s, of over andere dingen, of over Milieu, of over defensie of over ik weet niet wat allemaal. er blijft niets over. De Here Jezus, zit u Hem een beetje komen, uit de hemel. Ja, het is eerst misschien niet zo sterk hè. Nou, het was ook niet zo sterk. Toen Hij kwam hier op aarde was Hij niet zo sterk zou je zeggen op het eerste gezicht. Maar als Hij gaat werken, als Hij gaat rollen, wordt gaandeweg groter. weet je wat het resultaat is, dat je in je eigen leven denkt: Ja, de koningen bedenken van alles, maar het is ijdelheid. De koningen de machthebbers, het is allemaal nul komma nul. Al het gedoe, al het overlegorgaan, al het gepraat over vrede heeft helemaal geen zin. Kost alleen maar ongelofelijk veel geld en tijd. Het enige dat telt is de Here Jezus. En nu wil ik je eerlijk vragen: Wie is de Here Jezus voor je eigen leven. En als de Here Jezus nu straks zo machtig zo groot naar beneden komt in glorie en in heerlijkheid en Hij alle macht heeft in hemel en op aarde. En alle koningen knielen. Elke tong belijdt dat hij de Here is en elke mond zegt: “Hij is groot.” Elke knie buigt zich dan. Dat gaat komen. Maar wat betekent dat dan voor vandaag. Wat ga je dan nu tegen de Here Jezus zeggen, nu je op de stoel zit. “Here Jezus, wat een glorie krijgt u dan. Wat een eer.” Als meneer Bush in Nederland komt, man man man, schei uit. We waren in Israël een keer en toen kwam meneer Clinton op bezoek, nou we moesten gelijk drie uur wachten. We mochten helemaal niet weg. Want ja, eerst moest dat vliegtuig landen. Lopertje uit, rode lopers en zo. Ik denk: Wat een gedoe. Laat die man in Washington blijven, dacht ik toen, want ik wil graag naar huis. Maar ja, dat kan niet. En als meneer Bush vandaag in Nederland komt, nou, moet je maar kijken wat er gebeurt. Maar de Here Jezus. Weet je dat Hij die hier genoemd wordt de steen is zonder handen losgemaakt. Dat heeft niks met mensen te maken. Dat heeft niks met wat wij doen te maken. Maar als Hij komt. Maar Hij is in jouw leven gekomen, toch. er is toch een moment geweest dat de Here Jezus binnen kwam. Je hebt Hem ooit welkom geheten, ooit gezegd: “Here Jezus kom in mijn hart. Kom in mijn hart Here Jezus.” En als Hij binnen gekomen is, dan zetelt Hij hier. Zegt u dan: “Here Jezus, nou, straks krijgt U een troon, in Jeruzalem, en die troon is gewoon geldend voor de hele omgeving. Voor het hele Midden-Oosten en voor de hele wereld. Maar hier in mijn hart, Here Jezus, daar zit U nu al. De Koning komt, de Koning komt er aan, toch. De Koning komt. Here Jezus, U zit in mijn troon. In de troon van mijn hart, in de troon van mijn leven, in de troon van mijn kunnen, in de troon van mijn werk, in de troon van mijn gezin, in de troon…. U bent het centrum, Here Jezus, U bent het en U bent de enige. En ik wil U die plaats geven, ik wil U bejubelen en ik wil U eren. En als Hij komt, zouden de Serafs er dan toch niet bij zijn. Ja, altijd als Hij troont dan zijn de serafs er ook. Zijn de engelen er ook. De engelen zeggen: “Dit is het.” De kerk, de Gemeente, heeft de Here Jezus Zijn troon in de Gemeente. Ja, kerk A wel, zegt u dan, kerk B niet. Nou ja, u gaat het zelf uitmaken, ik kan het niet. Ik stop maar. Maar ik wil zo graag duidelijk maken dat de Here Jezus hier alles is. En als Hij straks alles is, als Hij werkelijk alles verpulvert wat aan tegenwerking en aan tegenmacht er is, Wie is dan nu de Here Jezus voor jou. Want als dat niet een vraag wordt voor ons de komende dagen, dan denk ik dat het zinloos is te bestuderen wat er gaat komen in de toekomst. De Here Jezus zal alles zijn. Hij is de Here. En Hij mag dat en Hij wil dat ook vandaag voor jou in jouw hart en in jouw leven zijn. De Here Jezus. Here Jezus, ik wil U zo graag zien, ik wil zo graag die glorie van Uzelf ontdekken. Nou, dan moet je toch eens gaan kijken naar glorie van Salomo, van Mozes, of Jozua, of David. Nou ja, wat voorbeelden. Pak maar voorbeelden. En kijk maar eens wat er in Jeruzalem gebeurt als Salomo regeert. Hoe daar van heinde en ver mensen komen om hem te huldigen. Nou, zo gaat het dan. De Here Jezus komt. Hij is de Koning, Hij gaat heersen. Van waaruit, vanuit Jeruzalem. Ja, ja maar daar was helemaal niks. Jazeker, daarom is die profetie gegeven aan Daniël. En die Daniël, die met nul komma nul in zijn handen zit, hij had helemaal niks meer, er was geen Jeruzalem meer, er was geen troon meer er was geen tempel meer, er was helemaal niks meer, en die Daniël hoort: En toch zal Hij komen. En hetzelfde boek Daniël maakt duidelijk dat die troon ook nog zal staan in Jeruzalem. Ja, daar gaat het gebeuren. En of Irak dat nu leuk vindt of Iran dat nu aardig, of de Balkan dit apprecieert, of Europa dit accepteert, dat laat ik allemaal los, maar het gaat wel gebeuren. En als je nu ziet dat de Here Jezus daar waar Hij verworpen werd, daar waar Hij gekruisigd werd, waar men zei: “Weg met Hem”, waar Europa gezegd heeft “Eruit, weg, we willen U niet”, ja, samen met de Joden kunt u zeggen, ja, maar ze hebben het wel gedaan, daar, daar gaat de Here Zijn troon vestigen. Want de mens heeft niet het laatste woord, God heeft het laatste woord. En de profetie is echt heel helder gericht op openbaring van onze Here Jezus Christus. Het getuigenis van Jezus, dat is de Geest van de profetie. Ik roep dat ik weet niet hoe vaak, maar het is echt zo. Het gaat om Hem, het gaat om de troon van de Here Jezus. En Hij gaat tronen, Hij gaat heersen. En Daniël vertelt aan deze Nebukadnezar: Nebukadnezar, jij legt het loodje. Of hij het gesnapt heeft, ik vermoed van niet, want hij zegt: “Oh, wat een man is dat die Daniël zeg, tjonge jonge. Dat is me er eentje.” Nou, het lijkt Toon Hermans wel. Dit riep dat ook al. Maar heeft hij het begrepen Heeft hij begrepen dat Daniël zei: “Daar blijft van jou niets over. het wordt alleen maar stof.” Goudstof misschien, maar ja dat is ook stof.

Daniël is hier en hij vertelt aan Nebukadnezar, aan de politiek van die tijd wat er met de politiek in de toekomst gaat gebeuren. Eigenlijk wordt hier geschiedenisles gegeven vanuit de hemel. En de les vindt plaats in Irak. Zo heb ik dat ook genoemd in de titel voor deze avond. En jij en ik zitten er eigenlijk bij als leerlingen. En we horen eigenlijk de hemel zeggen: “Die in de hemel zetelt lacht.” Lacht niet uit, maar Hij lacht. Alles is in Zijn hand. Niets loopt uit de hand. Ook niet als Jeruzalem helemaal stuk ligt en de tempel verwoest is. Dan nog blijven de plannen van God staan. Niets loopt uit Zijn hand. En je ziet a.h.w. de Here Jezus, ja, het is nog allemaal in beeldvorm en taal waar je misschien even aan moet wennen. Een steen zonder handen los gemaakt en die gaat rollen. Maar het is een soort uitbeelding, een taal waarvan je kunt zeggen: “Here Jezus, maar dan wordt U de allerhoogste en de allergrootste”. Mijn hart zegt: “Here Jezus, dat gun ik U.” En als je nu toestemt dat de Here Jezus die plek zal krijgen en alle politieke systemen in één keer verpulvert zijn, hoe gaat het dan met jouw hart en met mijn hart. Wat is dan de plek die de Here Jezus in jouw leven heeft. Want daar kun je niet onderuit en je kunt niet zeggen: “Nou, aardig zeg, dat gaat in de toekomst gebeuren, waarvan acte. We maken een aantekening en we gaan zelfs een klein stukje voor een krantje schrijven of zo, we doen er iets mee hè, weet je, zo ongeveer. Maar het is niet helemaal eerlijk, dat is alleen maar als een journalist doorgeven wat je dan pakt. Maar de Here wil altijd aan jou, maar ook aan mij vragen: “Wat doe je met Mijn woord. Wie ben Ik dan nu voor je. Wie is de Here Jezus voor je.” Ik zou je zo graag willen zeggen dat de Here Jezus wacht op het moment dat je zegt: “Here Jezus, de troon is voor U. U regelt het maar. U doet het, U beslist. Hier ben ik Here Jezus, U behoort alles. Heel mijn leven, heel mijn hart, alles wat ik heb, alles wat ik ben, het is allemaal voor U.” Dat is overgave. Dat is niet alleen tot bekering komen, dat is het moment waarop je, nadat je tot bekering gekomen bent zegt: “Here Jezus, U bent de Here van mijn leven.” Dus je bent eerst gekomen van: Ik heb u nodig Here want ik gaten onder, ik red het niet, ik ga verloren. Je hebt Hem leren kennen als de Heiland, als de Verlosser, als de Redder. Het is waar, Hij heeft je gered, hij heeft je verlost. Maar dat betekent niet dat je nu nog steeds verder gaat. er komt ook een moment dat je zegt: “Here Jezus, nu bent u ook de Baas, de Here van mijn leven.” Dat is een tweede bekering. En een hele moeilijke, want soms duurt het heel lang. Ik wil wel verhalen vertellen over wat zeven dagen duurt in de bijbel. Nou, één van die verhalen is de slag om Jericho. Daar zit je nog steeds midden in hoor. Dat heb je nog steeds niet helemaal gehad. De zevende dag is er pas gejuich, end at komt als je in de hemel bent. Hoh, dan vallen ineens de muren. Dan, dan pas. Goed, tot dat moment: Here Jezus, neemt U Uw plaats, neem Uw troon. Neem Uw troon in mijn hart, in mijn leven. En zeg tegen de buurman, nou ja, voorzichtig: “De regering in Den Haag, ja, die gaan op de derde dinsdag van september, prinsjesdag, ja, een troonrede laten voorlezen, door de koningin. Die heeft ook niks te vertellen, is al helemaal voorgeschreven. Dus die mag het netjes voorlezen. En ze oefent een paar keer om niet al te veel fouten te maken.” Sorry hoor, ik plaats een beetje rare woorden, maar ik wil gewoon de holheid van het verhaal eigenlijk aangeven: niks. En dan gaan ze straks die regeringsverklaring, gaan ze dus bespreken in het parlement. Nou, je weet precies wat er gebeurt. PvdA zegt: “Waardeloos”. Dat is oppositie, en de anderen. En de ander zegt: “Schitterend.” We hebben toch de macht, hèh, we zijn in de meerderheid. Nou, zo gaat het, en zo loopt het verder. En jij denkt bij jezelf: En wat komt er dan van terecht, en wat is het allemaal met deze woorden. Waarschijnlijk merk je het in de portemonnee en dus ook in de collecte van hier. Maar wat schiet je er mee op, wat dan. En wat dan als ze in Europa beslissen dat er dan toch maar een Europese president moet komen. Wisten we al lang. Wisten we echt al lang uit bijbel, die komt. Dat kan ik u verzekeren. Alles ligt vast. Nu, in Dan. 2 krijgt je van God informatie over de Koning der koningen die als Here der heren gaat zitten op Zijn troon en alles gaat veranderen, maar ook zegen gaat brengen. En jij en ik, die geloven in de Here Jezus, zeggen: Here Jezus, U nu.” En de zegen is nu, concreet aanwezig. Jij bent gezegend met alle geestelijke zegening. Is dat materie, is dat een goeie AOW, is dat een goeie pensioenregeling. Nee, dat is geestelijke zegen. U bent gezegend met alle geestelijke zegeningen der hemelse gewesten. U bent echt geweldig rijk in de Here Jezus. Geef Hem die plaats. geef Hem maar applaus, diep in je hart. We waren vorige week zondag ergens in een dienst waar gezegd werd: “Laten we nu God maar eens welkom gaan heten en laten we dat maar eens met een oorverdovend applaus gaan doen.” Nou, het gebeurde. Hè, het was voor mij even slikken, ik denk: Nou, moet het zo. Ja, dat denk je dan hè. Nou ja, ik denk: Als de hele wereld applaudisseert voor Jan huppelepup die een paar liedjes zingt, en niet ophoudt voordat hij nog een liedje gaat zingen. Nou, kun je dan niet de Here een applaus geven. Ik meen het echt zo hoor. Het hoeft niet met een applaus, maar het mag wel. Je hart mag naar Hem uit gaan en je mag gewoon blij zijn en zeggen: “Here Jezus, al dat gedoe, al dat gefrunnik, al dat gepruts….” Toen ik Openb. 4 met jullie behandelde, en Openb. 5. Maar Openb. 4, dat is ineens in de hemel: Johannes in tranen. Daar is een boekrol in de hand van Hem Die op de troon zit en er is niemand waardig om de boekrol te nemen en zijn zegels te verbreken, niemand. En Johannes zegt: “Ik weende zeer.” En dan zegt één van de engelen: “Ween niet, nee nee, daar is wel Eén, dat is het Lam dat geslacht is. Hij is waardig. Hij is de Koning der koningen, Hij doet het.” En die boekrol is dat wat God aan zegen wil brengen. Dat is dat wat God aan zegen in petto heeft. En niemand kan het bereiken. De VN niet, ik vind Kofi Anan een aardige man, een zeer waardevolle kerel, een heldere vent, dat is mijn indruk van hem, maar hij kan het ook niet. Niemand kan het, niemand. Wie, Degene die voor mij aan het kruis Zijn leven gaf, Die, Die gaat het doen. Die gaat orde op zaken stellen. En Die is mijn Here en die woont in mijn hart en Die is het centrum van mijn leven.

Dan. 2. Wat Nebukadnezar zegt tegen Daniël dat laat ik maar voor wat het is. De kleinzoon van Nebukadnezar zegt, dat is Dan. 5, ook als hij iets geweldigs uitgelegd heeft: “Nou, die man die krijgt een medaille. En die man die wordt de tweede heerser in mijn rijk.” Nou, diezelfde nacht stierf die kerel. Wat heb je dan aan een medaille. Zijn opvolger zegt: “Die, nee, dat is niet van club. Ha, nee hoor, heb ik niks mee te maken.” Zie je wel hoe betrekkelijk eer en glorie van mensen is. Er blijft niets over. De Here zegene u, amen.