Daniël 5

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

5. Spotten met God is fataal.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

19 oktober 2003
      Lezing

Dan. 5. Het boek Daniël bestaat, zoals ik al eerder zei, uit twee stukken. Daar is een eerste deel, en dat zijn de verhalen, de geschiedenissen, de gebeurtenissen. En vanaf hoofdst. 7 gaat het om een soort profetisch gebeuren. Minder geschiedenis, minder gebeurtenis, maar inhoudelijk horen deze twee stukken echt bij elkaar. Je hebt het eerste stuk, het verhaal stuk, de geschiedenissen, de gebeurtenissen nodig om het tweede stuk te kunnen snappen. En de Here God wil door het boek Daniël vandaag duidelijk maken hoe Hij werkt en wat Hij gaat doen. Sleutel tot de profetie is altijd het bestuderen van het boek Daniël. Daar kun je niet omheen. Iedereen die interesse heeft in profetische vergezichten kan niet om het boek Daniël heen, ondenkbaar. En we houden ons om die reden met dit bijzondere bijbelboek bezig. Het is dus duidelijk voor ons gelovigen bedoeld. Maar je moet wel een gelovige zijn. En, inderdaad, Ps. 32 mag waar zijn in je leven als je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser. Ik hoop ook echt dat dat is gebeurd in je leven, dat je weet: Mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven, ik ben een kind van God. En door het geloof in Hem heb ik echt eeuwig leven.
Daniël. Belsazar, hier wordt hij de zoon van Nebukadnezar genoemd. Maar de geschiedenis leert dat het de kleinzoon moet zijn geweest. Maar goed, dat komt vaker voor in de taal van de bijbel, dat een kleinzoon ook een zoon van genoemd wordt, even vreemd. Er zijn drie koningen geweest, van dat z.g. Irak, het Babelse rijk. Nebukadnezar dus nummero 1, zijn zoon nummero 2, waarvan we in de bijbel niks vinden, en dan Belsazar, nummero 3, achter elkaar. En Belsazar heeft het heel bont gemaakt. Het is wel vaker gezegd, ook in het Nederlands: Een vader verwerft, een zoon erft en een kleinzoon bederft. De derde generatie. En dat is in kerkelijke kring ook zo. Degenen die echt gestreden hebben voor, laat ik maar zeggen, vrijheid van godsdienst of vrijheid om een school te stichten, of wat dan ook, dat is zoiets kostbaars. Die hebben daar bij wijze van, hun bloed voor gegeven hè. Ze stonden daarvoor, ze gingen daarvoor. En dan komt er een generatie die krijgt het gewoon in de schoot geworpen. Dank u, dank u, weet je wel, knikken en….. En dan komt er een generatie die: Ach waar hebben zij zich toch zo druk om gemaakt. Nou ja, zo ongeveer. Dat is ook zo als het gaat om de komst van de Here Jezus. Daar is een generatie geweest die zei: “We stonden op de bressen, en we spraken over de komst van de Here Jezus en we hadden het daarover. We waren daar helemaal vol van en we getuigden daarvan.” En dan komt er een club die denkt: Ja, nou, dat is wel aardig wat ze gevonden hebben. En de derde generatie die zegt: “Zou het wel zo zijn. Wat moeten we daar eigenlijk mee anno 2003.” Nou, zo ongeveer. Ik heb nu genoeg gezegd.
Belsazar is aan het bewind. En de ongewijde geschiedenis vertelt dat Belsazar een feest heeft georganiseerd. Niet een feestje van, laat ik maar zeggen, één avond, dat kan natuurlijk ook niet. Ze hadden wel snelle kamelen, maar zo snel als jouw auto deden ze het toch niet. Dat waren feesten, misschien kun je het boek Ester eens een keer lezen, heel mooi boek. Zo’n feest duurde een half jaar, volgens het Ester-boek. Nou laat dit een ander feest [zijn], maar drie maand. Nou ja, is ook zat. In elk geval, niet een dag of zo. Niet een avondje, maar een enorme gebeurtenis. En daarbij werd natuurlijk ook overleg gepleegd. Er werd door de regering een beetje uitgestippeld, de lijnen werden vastgelegd. Van alles gebeurde tijdens zo’n gebeurtenis, maar ook enorme brasserijen. En dat ging de spuigaten uitlopen. En nu waren ze zover dat al het glaswerk op was. het was allemaal vuil en de vaatwassers van Miele en zo die deden het niet en dus zeiden ze: “We moeten het vaatwerk maar uit de tempel van God te Jeruzalem eens gebruiken.” Nou, daar ging het dus niet om, flauw. Er waren afwasmachines genoeg. ik bedoel slaven en slavinnen. geen enkel punt. Tijdens zo’n feest is de stemming zodanig gezakt, niveau ook, dat ze zeiden: “We willen drinken, maar niet meer uit onze gewond glazen of drinkbekers. We willen nu de drinkbekers, de kannen uit de tempel van God die te Jeruzalem is.” Misschien hadden ze andere tempels ook al gehad. Dat zou heel goed kunnen, maar nu is dan de tempel van God te Jeruzalem aan de beurt. Nebukadnezar, staat in dit stuk, heeft de tempel leeggeroofd. Heeft het spul meegenomen naar Babel, heeft het in zijn eigen schatkamers gezet. En nu willen ze feestvieren aan de hand of samen of met in de hand de bekers, de kannen die van de Here God waren, die gewijd waren aan de dienst van de Here God, die te Jeruzalem woont. Dat is de achtergrond. Nog een element: Op het moment van feesten zijn de Mediërs en de Perzen zeg maar in hedendaagse taal, de [ verspreking eruit gelaten] Iran-mensen die waren al aan het oprukken, en die lagen al om Babel, hebben in diezelfde nacht Babel ook ingenomen en hebben Nebukadnezar z’n kleinzoon Belsazar gedood. Dus hij is niet, laat ik maar zeggen, door een ziekte overleden. Hij is gewoon overwonnen. Diezelfde nacht nog hebben de Iran-mensen, de Iranezen, hebben een inval gedaan, hebben Babel veroverd, en Belsazar de koning werd gedood. Op het randje van de ondergang feestend ten onder. Ik vind het heel klemmend eigenlijk. Het lijkt een beetje op deze wereld. Ik weet niet hoe je dat jezelf voorstelt. Het staat op het punt van instorten, het staat op het punt van: Het gaat voorbij, het gaat kapot, het kan niet meer, het moet een keer tot een enorme explosie leiden, en dan toch bijna feestend ten onder. Lol, spottend, zo gingen ze verder. Nog iets. Wat betekent het dat ze de vaten van het huis des Heren gingen gebruiken als onderdeel van hun feestgebeuren. Ik ga het nu anders zeggen. Hoe zouden wij vandaag de vaten des Heren duiden. Nou, je hoeft met het NT in de hand niet te raden, want: Wij hebben deze schat, de lichtglans van het evangelie, de Here Jezus zelf, we hebben deze schat in aarden vaten. En, in een groot huis, volgens 2 Tim. 2, zijn vaten tot eer, vaten tot oneer, dat zijn dus dingen die voor het toilet en zo gebruikt worden, maar vaten tot eer gewijd. Ik zal het anders zeggen. Als je vandaag lol bedrijft met de vaten de Heren, dan loop je grote risico dat God gaat ingrijpen. Wie bedoel ik met vaten de Heren. De Werktuigen die door de Here God worden gebruikt. Ik weet niet hoe jij staat in de hele wereld, en wat je allemaal vind van cabaretiers en van lui die films maken of toneelstukken schrijven. Ik weet niet of je alles oppakt wat daar zoal gebeurt. Maar ik zal je één voorbeeld noemen. Set Gaaikema maakte een persiflage van Billy Graham in één van zijn vele talk- of lolavonden. Dat gaat dan ongeveer als volgt: I have a message for you. En dan gaat de vertaler natuurlijk zeggen: Ik heb een boodschap voor u. Dus hij gaat èn de spreker imiteren èn hij gaat de vertaler imiteren. U hoort het hem bijna zeggen, volgende. I have a big message for you. Wat zegt dan de vertaler. Ik heb een grote boodschap voor u. De hele zaal ligt plat. Want met een grote boodschap bedoelen we iets anders waarschijnlijk. Hij bedoelt dus de zaak gewoon plat te krijgen, lollig te doen. Maar op dat moment vergrijpt hij zich aan een vat des Heren. En dat gaat heel ver. De lol die men altijd had in de politiek is een beetje over, ook wel. Maar ja Balkenende is misschien niet zo humoristisch, dus daar kun je wel iets mee. Maar goed, de cabaretiers hadden dan toch nog de regering en de ontwikkelingen in de politiek als onderdeel voor hun, laat ik maar zeggen, oudejaarsconference of van de avonden die ze hadden. En dan ja, dan kregen ze allemaal een beetje een sneer, een veeg uit de pan. Maar dat werkt niet meer zo, en nu moet je het maar hebben over engelen en over geloof en over de paus en over alles wat met hemel en zo te maken heeft. Is echt waar hoor. Ik geloof dat men zich vandaag vergrijpt aan de heilige vaten. Aan de maagdelijke geboorte van de Here Jezus, vergrijpen ze zich aan. Hoe is Maria, huh, daar kun je en heel verhaal van vertellen, hoe is Maria in verwachting gekomen. Deze dingen, broeder en zuster, die je hier vindt, lol bedrijven met de vaten des Heren, uiteindelijk niet meer weten wat je doet is een hoogstkwalijke ontwikkeling die je ook vandaag ziet. Dan. 5 hoort in die eindtijdboodschap, is een waarschuwing voor vandaag. Laat zien hoe de mens, hoe de politiek, maar hoe leiding van deze wereld zich vergrijpt aan het meest heilige. En daar lol in heeft en lol mee bedrijft en ze uiteindelijk, uiteindelijk naar de grond brengt. We hadden in een gemeente waar we ooit geweest zijn, een broeder die kon ongelofelijk goed imiteren. Echt, dat was frappant, heel frappant. En je hebt altijd wel een broeder met een neusklank in de gemeente of met een wat hogere stem of een hele diepe stem, mar er is altijd wel iets. Of iemand die een beetje stottert, of een beetje vreemd taalgebruik heeft. Die zijn er genoeg. En hij kon ze allemaal na doen. En als hij de jeugd had, dan lagen ze dubbel. Totdat je het ineens ziet van: Wees nou voorzichtig. Wat breng je nu aan onze jonge mensen. Is een vat des Heren nu onderdeel van vermaak, van lol, van een persiflage? Ik weet het wel. We hadden vroeger een ouderling, als die de preekleesdienst had ja, dan zaten wij ook een beetje te gniffelen, want, nou ja.De h voor een plek waar het niet hoorde en de h weglaten voor een plek waar die wel hoorde Greunings, maar goed, het is een soort spraakgebrek, ik kom er zelf vandaan. Maar hoe ga je daar nu mee om. Zal ik het gewoon zeggen: Dan. 5 laat je haarscherp zien, haarscherp zien, hoe de eindtijd zich vergrijpt aan de meest heilige dingen van God. En God pikt het niet. Dat is wat hier staat. Op het moment bijna van ondergang, van: Ze storten in, dat blijft niet, dit gaat niet zo, er komt een moment dat God gaat ingrijpen, komen daar ineens een paar vingers, een rug van een hand. En daar op die prachtige paleiswand, gekalkt en zo, gestuukt, daar komen een paar woorden: Mene, mene tekel ufarsim. Koning Belsazar krijgt ineen een therapeutische behandeling van zijn heupgewrichten, worden los. Ik zeg het maar zo. En zijn knieën stieten tegen elkaar, ze beginnen ineens te sidderen en te trillen. Hij is helemaal van slag. En hij begint gelijk te…..: Geleerden, kom. Nou, die komen wel, natuurlijk komen ze. Stel je voor. Maar ze weten het niet. Alle waarzeggers, al de Chaldeeën, al de dromenuitleggers, al de geleerden, de wetenschappers, ze haken volledig af. Ze hebben geen idee wat er staat. Komt een mevrouw binnen die zegt: “Bij uw vader, opa, is een man geweest, Daniël, die weet het.” Die wordt van stal gehaald en Daniël gaat dan uitleg doen. Hij roept: “De derde heerser wordt je in mijn land.” Ja, dat kun je wel roepen als je er morgen niet meer bent hoor, toch. Als u nu zeker bent dat u morgen er niet meer bent en u zegt: “Nou, van mij krijg je de helft van mijn vermogen.” Nou, zoiets. Maar hij is er morgen helemaal niet meer, dus is geen dubbeltje waard. Die hele toezegging is geen cent waard. Maar zo is de wereld, inhoudsloos, hol. Daarom een eindtijdverhaal, duidelijk een eindtijdverhaal. En deze eindtijdgeschiedenis laat zien dat de Here het niet meer pikt. Er komt een moment dat de Here gaat zeggen: “En nu is het genoeg.” En die hand, een rug van een hand, schrijven een paar woordjes. En de koning en zijn hele machthebberij staat te trillen op de benen en weten het niet meer te zoeken. Ik heb me ook wel eens afgevraagd: Stel dat de Here een hele hand, dus niet alleen een rug van een hand, maar een hele hand gestuurd zou hebben. en wat zou er gebeurd zijn als er een arm van de Here zou zijn gekomen. En wat zou er gebeurd zijn als er twee armen van de Here zouden zijn gekomen. Wat zou er gebeurd zijn, wat zou er gebeurd zijn als je alles zag van de Here, die aan het kruis Zijn leven gaf. Zijn handen uitbreidde en Zijn voeten liet zien, doorgraven, Zijn handen doorboord. Zijn zij doorstoken. Ik vind ook dat je deze dingen zijn plekje moet geven in je overweging, en je vandaag de dag moet vragen van: Hoe gaan we dan om met alles om ons heen. We worden dood gegooid, plat gegooid met lol, met vreugde in de wereld, en als je het echt op de keper beschouwt, dan is het inhoudsloos. Er is heel weinig echte goeie humor. Het is of banaal, platvloers, of het is spottend. En als in 2 Pet. 3 gezegd wordt: De spotters zeggen: “Waar blijft de belofte van Zijn komst.” Nou, dat zijn ze. Ze spotten hier met het meest heilige van God. Ze nemen er een loopje mee. Ik denk dat het verhaal nu helder is en dat je nu ook kunt begrijpen waarom de Here nu zo ingrijpt.
Nou, Daniël legt uit: Moet je eens luisteren. Je wist heel goed hoe dat ging met Nebukadnezar. je hebt het echt wel gehoord hoe hij zich verhief. Hoe hij hoogmoedig was en wat er daarna met hem gebeurde. Dat hij bij de beesten van het veld terecht kwam. We hadden dat de vorige keer. En je wist het wel, maar nu ga je zelf ook de fout in. Daniël zegt: “Het is allemaal geteld, gewogen en te licht bevonden. En de Mediërs en de Perzen komen en die zullen dit rijk van jou overnemen.” En in diezelfde nacht gebeurt dat ook.
Boodschap. Lieve broeder en zuster, de lol van deze wereld gaat steeds verder naar beneden. Het aantal programma’s niet hoor, dat neemt toe. En de inhoud van de programma’s wordt steeds, ja, vager en spottender. Meer spot, meer het geloof op de korrel. Ze hebben laatst uitgezocht hoeveel vloeken er voorkwamen in allerlei programma’s. Nou, je schrok je lam. Nederland, “Ja, onze calvinistische cultuur”, zeggen ze dan. Nou dan komt er weer een verhaal. Ze weten helemaal niet wat calvinisme is, dat weten ze niet meer. Ze weten niet meer dat die voorvaderen gestreden hebben voor de Here en voor Zijn woord. Ze weten niet wat ze allemaal door wilden maken. Dat ze daarvoor op de brandstapel gingen staan desnoods. En niet alleen desnoods, dat gebeurde ook echt. Nee, dat zijn we kwijt. En we moeten ook dan van de calvinistische cultuur af. We moeten anders gaan denken. We moeten meer in de trend van Dan. 5 gaan denken. Lol maken. Je hebt dat nodig. Je moet een keer uit je dak gaan. En hoe dat dan ook gaat, en met welke middelen, dat maakt niet uit. Maar ja, er is zo weinig meer te beleven, dus pak je maar dingen die nog niet besproken zijn, of nog niet uitgesproken zijn. Nou, daar ga je. Je ziet het hier gebeuren. Je ziet dat Dan. 5 een eindtijdverhaal is. En je ziet eigenlijk om je heen dat dit gewoon waar is. Maar je weet ook dat de Here dit niet pikt. Dat de Here daar is, en dat Hij de Heilige is. En dat Hij een rug van een hand stuurt om te zeggen: “Ik ben er ook nog.” En de wetenschap heeft hier geen antwoord. je kunt het vragen aan therapeuten, je kunt het vragen aan de, nou ja wie dan ook maar als hulpverlener gaat optreden. Ze hebben het niet. Ze weten het niet. Ze weten er helemaal niets van. Zoals hier de waarzeggers afhaken en niet weten wat ze zeggen moeten, zo is het ook vandaag. Je kunt het antwoord hierop niet vinden. Is er geen antwoord. Ja, er is wel een antwoord. De Here weegt, de Here telt, en de Here beoordeelt.
Ik heb mij, toen ik mij voorbereidde op deze dienst afgevraagd: Is dit nu het enige wat je te zeggen hebt. Ik bedoel in relatie tot Dan. 5. Mijn antwoord was aanvankelijk: Here wat moet ik dan zeggen. En de Here heeft mij duidelijk gegeven: Pak Ezra er maar bij. U kunt het raar vinden dat ik dat zo zeg, maar zo is het wel gegaan. En wat lazen we in Ezra. Een paar jaar na dit moment, paar jaar na dit moment, gebeurt er iets in Babel. De mensen die koning Belsazar hebben overwonnen, diezelfde nacht stierf die Belsazar hè, die werd net gedood, die aanval werd ingezet, die waren er al, die lagen al om Babel heen. Dus die hebben toegeslagen. Belsazar is niet meer en de Mediërs en de Perzen, de Iran-mensen kwamen aan het bewind. Dat gebeurde toen. En één van die koningen van Iran. Kores de Pers, Perzië, Iran. Kores de Pers heeft een decreet uitgevaardigd, heeft iets gezegd. De Joden mogen terug naar Jeruzalem. De Joden mogen terug en mogen de stad herbouwen. De Joden mogen terug en mogen de tempel daar opnieuw gaan neerzetten. En hij gaf ze deze gouden en zilveren voorwerpen. En ze kregen alles, hij deed er nog een flinke schuit bij. Dat staat in de bijbel. Zijn oversten, zijn gebieders en zijn machthebbers deden ook, gaven ook geschenken. Bovendien gaven de Israëlieten zelf ook geschenken. En op een bepaalde dag is Ezra vertrokken uit Irak. En hij is in de richting van Jeruzalem gegaan En hij komt bij de rivier die naar Ahava stroomt, u leest het maar eens, Ezra 5, 6, 7, 8, mooie geschiedenis om morgen te lezen, hebt u iets goeds. En ze hebben daar een soort vasten uitgeroepen, een soort gebedsdienst gehad, daar bij de rivier die naar Ahava stroomt. En daar hebben ze de Here gebeden om bewaring, om bescherming. ook vanwege de schatten die ze bij zich hadden. En toen heeft Ezra gezegd: “Levieten kom nou eens hier. ik geef je dus nu, dit zijn de zilveren voorwerpen. heb je ze gezien, heb je ze geteld.” Ze werden allemaal geteld. “En dit zijn de gouden voorwerpen.” Hij heeft niet gezegd: “Hier heeft Belsazar uit gedronken, en daar heeft….” Maar dit zijn ze wel. “Houd ze onder je hoede en breng ze in de tempel van de Here God die te Jeruzalem is. En als je daar komt, dan komt het moment daar, dat je dat mag afwegen, in het bijzijn van de priesters daar, en dan wordt het allemaal neergezet in het huis van God.” Zal ik het nu anders zeggen: Het zilver, mijn broeder en zuster, spreekt de hele bijbel door van het lijden van de Here Jezus. Van de prijs die de Here Jezus heeft betaald. Zoengeld en zilver hoort een beetje bij elkaar in de schrift. Als de Israëlieten in de woestijn zijn, moeten ze per hoofd per jaar, een halve zilveren sikkel geven als zoengeld. Een soort belasting dus. De rijken niet meer, de armen niet minder, iedereen moest hetzelfde geven. En van dat zilveren zoengeld werden de zilveren voorwerpen gemaakt in de tabernakel. Zoengeld, dat is het hoofdgeld in het NT. Als Petrus in Kapernaum, bij de haven is, en: Betaald uw Meester belastingen. “Ja zeker doet Hij dat”, zegt Petrus. En de Here was hem voor: Petrus, hoe zit dat, maar enfin. Ga maar, gooi maar een haak in het water. Visje op, mondje open, stater eruit. Een hele zilveren sikkel. Betaal maar voor jou en voor mij. Een halve zilveren sikkel p.p. Dat is niet toevallig. Zilver. Zilver staat voor de verzoening, voor de prijs die voor de verzoening is betaald. Goud staat altijd voor het prachtige van de Here Zelf, voor Wie Hij is. Goddelijke gerechtigheid, goddelijke heerlijkheid. Stel je nu eens voor, dat jij vandaag ziet dat de wereld zich vergrijpt aan de heilige voorwerpen van God. Ik trachtte dat te schetsen. Ik probeerde dat aan te reiken, en eigenlijk te zeggen: Dat komt vandaag, om je heen, gewoon voor. Dat zie je, dat hoor je, dat merk je. Eén en al spot. De lol bedrijven met het meest heilige van God. Maar stel je nu eens voor, je ziet dit, en je weet dat de Here God gaat ingrijpen. Je weet dat de Here God dit van z’n levensdagen niet gaat nemen. Dit gaat een keer verkeerd. En op hetzelfde moment zegt de Here God tegen jou: “Hier heb je het. Bewaar dit, houd het onder je. Draag het door de woestijn. Breng het in Jeruzalem. En lever het af in het huis van onze Here.” Voel je het verschil. Aan de ene kant is daar lol bedrijven met de meest heilige voorwerpen, de voorwerpen uit het huis van God. En aan de andere kant is daar een gezelschap met heilige voorwerpen onder de arm. Koesterend, bij zich houdend, dragend, verzorgend, geteld en wel, gewogen en wel, en meenemend naar Jeruzalem om ze uiteindelijk af te leveren. Here hier zijn ze. Nou, dat is het verschil. Dat is precies het verschil. Een tussenweg is er niet. Ofwel je kiest dat wat de wereld er mee doet, ofwel je kiest dat wat de Here er mee wil. En wat de Here er mee wil is dat jij het mooie van de Here Jezus bij je houdt. nou, en dat is zilver, dat is de verzoening, de prijs die voor de verzoening is betaald. Dat is de theologie zou je zo kunnen zeggen, de theorie. Zilver, ja, dat staat voor wat de Here Jezus deed op het kruis van Golgotha. En we zijn superorthodox, dat we vast dat houden we erin, dat laten we ons niet ontfutselen. Wat mensen ook zeggen vandaag over verzoening en over dat het allemaal niet kan, en dat het ook niet zo hoeft. Maar nee, dat zilver dat houden we erin. Nee, we houden die theorie en die theologie vast, zilver. Maar het zijn niet alleen zilveren, het is niet alleen zilver, het zijn ook zilveren voorwerpen. Dat is je broeder en je zuster die verzoend zijn, die betaald gekregen hebben. Die weten dat ze een kind van God zijn, die schuilen achter het bloed van de Here Jezus. Het is geen theologische kwestie, het is ook heel praktisch. Goud, goud, ja, dat staat voor goddelijke gerechtigheid, dat staat voor het geweldige van God zelf. Wie Hij is en wat Hij doet, en hoe Hij dat doet. Dat wordt helemaal vastgelegd. Maar het zijn ook gouden voorwerpen. En dat betekent dat er ook mensen zijn, vaten zijn, voorwerpen zijn, waarvan je moet zeggen: Die hebben te maken gekregen met goddelijke gerechtigheid. En als je een gelovige bent, als je werkelijk gelooft in de Here Jezus, dan is èn het zilver een geweldig iets voor je. Want je schuilt achter het bloed van het Lam, het werk van de Here Jezus wordt jou toegerekend. Maar je bent bovendien in het nieuw gestoken, de klederen van het heil, de mantel van de gerechtigheid. Goddelijke gerechtigheid is je deel. Helemaal nieuw man, helemaal nieuw, volslagen nieuw, een nieuwe schepping, het oude is weg. En nu gaan we op weg. Belsazar ging er mee aan de haal voor zichzelf, voor zijn eigen lol. En jij en ik gaan aan de haal, tussen aanhalingstekens, we nemen ze mee en we brengen ze, toch. Ik verheug me erop dat ik in Jeruzalem, ik zeg het maar even zo hè, even heek plastisch, dat ik aankom bij het huis van de Here. Dat zal voor mij zijn de hemel. En ik zeg: “Here, dat heb ik gezien van het werk van de Here Jezus aan het kruis. En dat heb ik gezien van Uw waarde in broeders en zusters om me heen, die ook door hetzelfde werk van de Here Jezus gered en betaald zijn. Here, ik heb het geloof behouden, ik heb het nog. Hier zijn ze.” En goud, zelfde, koper, maar ook wat koperen voorwerpen, kostbaar als goud, bronzen voorwerpen. Dat staat altijd in de bijbel voor onaantastbaar voor het vuur. En niet in het oordeel omkomen. Geen enkele, geen enkele waardevermindering. Zou je je nu eens durven afvragen wat een enorme schat je bij je hebt, door de Here God aan jou gegeven. Je mag het dragen, je mag het tillen, je mag het uiteindelijk brengen in het huis van de Here. En als je daar aankomt dan wordt het daar een gewogen en dan komt je naam erbij te staan. Hoh, het is bijna Zach. 3 hè, weet je wel. Er wordt een collecte gehouden van een kroon voor Jozua de hogepriester, en dan komt de naam erbij te staan: Dit hebben die en die en dat gegeven. Voor de eerste keer kwam ik in een kapel, op een campus, zo’n studententerrein, van een universiteit in North Carolina, in Amerika. En ik moest daar ook spreken en was één van die mensen. Maar goed, je kijkt daar rond en dan kom je in zo’n gebouw en dan staat daar, nou ja: Dat is een geschenk van familie zo en zo. Die hadden flink in de buidel moeten tasten waarschijnlijk, om een schitterend stukje ameublement te geven. Maar alle kerkbanken hadden een naam. Dus dit was de Mary Anderson pew en dat was van die en dat was huppelepup. Dat doen ze om, ja, ja, uiteraard…. Want als je nou zegt: “Kijk eens als jij duidend dollar geeft, dan maken wij daar een mooi meubelstukje van hè, dan komt jouw naam erop te staan.” Heb ik gedaan, zo ongeveer. Ik snap dat, is goed voor de collecte. Maar wat ik er mee zeggen wil is dit: In de hemel heb jij geen hoogmoed meer. In de hemel gaat het je niet meer om jouw eer. Maar de Here Jezus zegt: “Bedankt Dato, Ik heb jou naam erbij gezet. Ik zal uw naam, jouw naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn heilige engelen. Dit heb jij voor mij gedaan. En jou naam staat erbij op een bordje.
Afgewogen. Gewogen en afgewogen. Gewogen en te licht bevonden, dat is de wereld. De lol van deze wereld. En afgewogen, dat is de boekhouding van de Here God. En het gaat om dezelfde prachtige voorwerpen van zilver en van goud. En nu is, simpele vraag: Wat doen wij. Hoe gaan wij daar mee om. Gaan we mee met de tendens, de lijn, de trend van vervlakking en van lolbedrijverij. Of zeggen we: “Here Jezus, dank U. Uw werk, maar ook degenen die door datzelfde werk van U gered en betaald zijn, die heb ik hoog. Die wil ik dienen, die wil ik in mijn hart sluiten. Zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen, bronzen voorwerpen, zilver op zich, goud op zich, ik wil het allemaal meenemen en als een schat bewaren en het meenemen totdat ik dat bij U kan neerleggen Here.” En zij gingen gebed doen daar bij die rivier, een gebed daar: O Here bewaar ons voor struikrovers. Bewaar ons voor overvallen. Bewaar ons voor iedereen die belaagt. En de Here liet Zich door hen verbidden. Zou je vandaag ook mogen bidden: Here, wij hebben zoveel kostbaarheid gekregen. Bijzondere dingen, waardedingen gekregen, Uw werk. En er zijn struikrovers, die willen dat werk klauwen, die willen dit wegnemen. Die willen dit minimaliseren, die willen daar van alles mee doen. Maar niet de eer van de Here. En wij hebben het. Zullen wij dan ook maar een Ahava-plaats opzoeken, een gebedsplaats. Dat was toen een riviertje daar. Om te bidden: O Here, o Here, wij hebben zoveel schatten, zoveel kostbaarheden toevertrouwd gekregen. Wij willen het vasthouden, wij willen het voor U beheren en willen het meenemen en wij willen het bij U afleveren. En jij bent één van die kostbare vaten. Weet je dat, jij. Als je gelooft in de Here Jezus, ben jij zo’n kostbaar stuk. Een stuk van waarde voor de Here. En als iemand dan negatieve dingen zegt over een broeder, dan ben je geneigd om te zeggen: “Eventjes.” En als iemand aan de haal gaat met een afwijkinkje van je, een neusklank, of een uiterlijke vorm of een rariteit, weet je wel. Dat kan hè. Dan zeg je: “Ho, gekocht en betaald, wees voorzichtig, wees voorzichtig.”
Je voelt hoe de spanning van de eindtijd hier naar boven komt. Hoe dat daar uit springt. Hoe het eigenlijk naar je toe komt en eigenlijk tegen je zegt: “Het is maar goed dat Ezra ook in onze bijbel staat.” De Here zegene jullie, amen.