Daniël 7

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

7. Openbaring 1 in Daniël 7

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

30 november 2003
      Lezing

Lezen: Daniël 7

Het is een heel stuk, zo’n hoofdstuk voorlezen. U had het allemaal ook thuis kunnen doen, maar het lijkt me toch goed om het woord van God in de eerste plaats te laten spreken. Ik hoop ook echt dat u het woord van God opslaat, dat u het nog een keer naleest thuis. En dat u het woord van God als woord van God gaat beluisteren. Dus niet zozeer als een onderdeel van de dienst van vandaag, maar als een stuk van Gods glorie. En Hij wil jou en mij laten zien Wie Hij is.
Het woord van God gaat over de Here Jezus. De schriften zijn het die van Hem getuigen. En alle profeten, Daniël dus ook, hebben van Hem getuigd. Getuigenis van Jezus is de geest, is de adem van de profetie, zegt de bijbel, Openb. 19:10. Het gaat bij de profeten altijd om het openbaar maken van de Here Jezus. Moet u even aan wennen. Want we denken: Wat zegt dit mij. Nou ja, veel over de Here Jezus. Ja, maar hoe kom ik morgen, morgen om 10 uur met dit woord uit de voeten. Weer: Ik snap het wel, want ik geloof ook vast en zeker dat de Here een woord voor je heeft hoe je morgen een stukje gedrag mag etaleren. Dat geloof ik stellig. Maar toch, de profetie gaat in de eerste plaats over de Here Jezus. En ik denk dat je altijd de vraag moet stellen: Wat staat er in Dan. 7 over de Here Jezus. En in Dan. 8 en 9 en 10. Of het nou Jer. 31 is, of Ez. 12, of wat het dan ook is, het is altijd het getuigenis van Jezus. De profeten hebben van de Here Jezus gesproken en Daniël heeft dat ook nadrukkelijk gedaan. Alleen, hij plaatst dat in de context van het wereldgebeuren. Dat maakt het boek wel heel erg interessant. Nog preciezer, je ziet nota bene in hoofdst. 7 van dit prachtige boek Daniël een stukje van Europa. Komt wel heel dicht bij. Misschien al een klein beetje dichter bij de werkplek van morgenochtend. Want daar gaat het wel over.
Ik hoorde net om zes uur in het nieuws in de auto dat er weer pamfletten zijn uitgedeeld in Maastricht. Daar is een conferentie, minister de Hoop-Scheffer is daar voorzitter, OVSE. En ze zeiden daar dat er weer pamfletten werden uitgereikt aan iedereen die het maar krijgen wilde. Die zijn overigens veel fanatieker dan de gelovigen met hun pamfletten: Dat Israël de schuld is van alle ellende in de wereld. Ondertekend, Gretta Duisenberg, onder andere. Nu, vandaag gebeurd, vanmiddag. Dat trof me, omdat ik het vanavond met jullie moest hebben over Dan. 7. Daar staat het al.
De bijbel is bedoeld voor gelovigen. Voor mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen. Broeder Bas heeft al gevraagd: Alsjeblieft, laat het niet zo zijn dat je hier weg gaat als een geïnteresseerde. Maar laat het hier echt zo zijn dat je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser. Niet omheen draaien, niet weggaan van: Ik zal eens even daar over nadenken. Ja, ja, ja, het is toch wel stof tot nadenken, EO-programma van vroeger. Daar kom je geen millimeter verder mee. Je moet een beslissing nemen. Niet zegen: “Ik zal er eens over denken.” Dat zeiden de niet geïnteresseerde klanten van mij vroeger ook altijd, en ze kochten niet. Snap je. Al die kreten van: Ik zal er eens over nadenken, daar kom je geen millimeter verder mee. Je moet, vroeger, je moet kopen. Of, je mocht verkopen. Maar nu, als het gaat om het evangelie, je moet een beslissing nemen. Je moet werkelijk zeggen: “Here Jezus, dank U wel dat U voor mij en voor mijn schuld aan het kruis gestorven bent.” Geen compromissen, geen vage toestanden, echt geloven in de Here Jezus.
Dan. 7 is bedoeld voor gelovigen. En de Heilige Geest wil je helpen om dingen op een rij te krijgen. We hebben al veel dingen gezien. Ik ga niet alles herhalen, u koopt bij de fam. Verschoor toch alle bandjes of CD´s en u weet het van de vorige keer.
Hier gaat het over een nieuw element. In Dan. 2 hadden we al die vier koninkrijken: Goud, zilver, koper, ijzer. En nu komen die vier koninkrijken, die we toen al benoemd hebben: Babelse rijk, Irak, het Medisch-Perzische rijk, Iran, het Grieks-Macedonische rijk, dus Macedonië, komt al dichter bij, Europa. En daarna, het ijzeren rijk, het Romeinse rijk. Die vier wereldrijken zijn er achtereenvolgens geweest. In de dagen van de Here Jezus was het vierde rijk hier op aarde te zien. Pilatus regeerde en de Here Jezus stond er voor. Grotere illustratie, betere illustratie van dat vierde rijk is nauwelijks denkbaar. Vier wereldrijken zijn er achtereenvolgens geweest. En ook de ongewijde geschiedenis, de bibliotheek en de boeken daar, gaan je vertellen dat die vier wereldrijken er achtereenvolgens zijn geweest. Dus niet een soort verhaal uit de bijbel alleen, dat is ook gewoon in de geschiedenisboeken terug te vinden. En dan kun je zeggen: “Ja, ik hou helemaal niet van geschiedenis.” Nou, ja, daar kan ik me iets bij voorstellen, maar een volk, vergetend zijn geschiedenis, krijgt ook revolutie. Als u niet meer weet wat er gebeurd is, dan gaat het niet goed. De geschiedenis hier heeft een bepaalde functie. Die geschiedenis laat zien dat de loop van de gebeurtenissen echt niet buiten de hemel omgaan. En de Here heeft het voorzegd. In de dagen van Daniël was dat Babelse rijk er nog. Nebukadnezar, zijn zoon Belsazar, zo begint ons hoofdstuk. Dus dat eerste rijk, dat rijk van Irak van vandaag, dat was er toen. En Daniël had er onder te lijden. Want hij was als een balling naar Babel, naar Irak gebracht. Daar moest hij een omscholing ondergaan. Ze hebben ze getracht een soort omturningsproces te geven. En hij is daar aan het hof gekomen. Ook anderen, ook Ezechiël, is in die tijd in Babel, bij de ballingen, aan de rivier de Chebar. Dat tweede rijk heeft Daniël ook nog meegemaakt. Op een bepaald moment, we hadden dat toen we Dan. 5 bestudeerden, is die Belsazar in diezelfde nacht overleden. Terwijl de Iran-mensen aan de poort van Babel stonden heeft Belsazar een gigantisch feest gevierd. Zo is de hele wereld bijna hè. Op het randje van de afgrond feest vieren. Het derde rijk heeft Daniël niet meer meegemaakt. Maar het is wel gekomen. het Grieks-Macedonische rijk, uit Griekenland. En het vierde rijk heeft Daniël so wie so niet gezien. Dat was het ijzeren rijk met Rome als hoofdstad. Maar het merkwaardige is, dat die vier wereldrijken hier omschreven worden in hun dierlijk karakter. Leeuw, beer, panter en een vreselijk dier. Een leeuw, nou ja, daar hebben we iets mee. Een beer daar kunnen we ons ook best iets bij voorstellen. een panter al wat moeilijker, maar goed, toch. En die dieren die vertegenwoordigen een rijk. En die komen uit de aarde of uit de zee naar boven. Opnieuw blijkt ook uit Dan. 7, dat als er van een zee sprake is, de Here ook spreekt van een volkerenmassa, van volkeren, van mensen. En dan komt dat vreselijke dier, dat vierde rijk. Na de drie koningen van Babel, zijn er koningen geweest uit de Medisch-Perzische hoek, Iran. En ze hebben geheerst en ze hebben zelfs toestemming gegeven aan de Joden om terug te keren naar Jeruzalem om daar een tempel te bouwen. Daarna is Alexander de Grote gekomen, een snelle veroveraar, een panter met vogelvleugels, alsof die in no time alles, alles overvleugelde. En hij heeft veel veroverd. 33 jaar was hij toen hij stierf. Zijn vier generaals hebben daarna een soort kruis getekend en ze hebben elk een stuk gepakt. Zo gaat dat meestal. Kijk maar naar de Sovjet Unie, elk een stuk. En die vier generaals hebben het ook niet gered, daarna is het Romeinse rijk gekomen. En, zoals ik zei, dat rijk was er nog toen de Here Jezus geboren werd en toen de Here Jezus stierf. Dat rijk is er nog een paar honderd jaar gebleven. En daarna is dat rijk ook gewoon helemaal weggegaan, stukje bij stukje afgebroken. Nu zegt de bijbel in het NT, we hadden dat toen we over het boek Openbaring spraken, dat er een rijk is geweest dat was, niet is en zijn zal. Beetje moeilijke taal, er is een rijk geweest dat bestond, dat bestond een hele tijd niet en dat zal weer gaan bestaan. Nu heb ik het over dat rijk, hier aangeduid als een vreselijk dier. Hard, hardvochtig, met een enorme inpact. Alles vertreden, alles kapot maken, alles overheersen, alles overrulen. Maar ook met de intentie om alles aan zich te trekken. Tijden en wetten veranderen. Maar ook om strijd te voeren tegen God, tegen de heiligen van God, tegen het huis van God, dat is de intentie. Dat vierde rijk wordt hier als een enorm vreselijk dier aangeduid. En dat vierde rijk wordt in het NT ook als een dier aangeduid, als een beest uit de zee. Hier ook hè, uit de zee vier dieren. Openb. 13: Een beest uit de zee. Openb. 17: Een beest uit de zee. De zee, dat zijn de volkeren. Dus van tussen de volkeren uit wordt een beest zichtbaar. En op de rug van het beest zit een vrouw. En de antichrist geeft aan het beest alle glorie en alle hulde. Dat zegt het NT.
We hebben het hier over een voorzegging van wat er aan machten en aan krachten zou gaan komen, en over onze tijd heen zelfs, wat er nog komt. Profetie heeft altijd een soort voorvervulling, een praktische toepassing voor ons leven en een eindvervulling. Dat is hier ook zo. Daniël ziet in nachtgezichten die hele politieke ontwikkeling van de hele wereld. En wij die nu leven in het jaar 2003/2004, kijken voor een deel terug en zeggen: “Ja, ja, we hebben in de geschiedenis gevonden dat de Babelse mensen, dus de Irak-mensen geweest zijn. Dat de Iran-mensen geweest zijn. Dat de Grieken geweest zijn. En dat de Romeinen geweest zijn. Die hebben we allemaal gehad. En de Romeinen hebben het zelfs bestaan om de Here Jezus naar het kruis te verwijzen. Die hebben het zelfs bestaan om Jeruzalem plat te gooien. Die hebben het zelfs bestaan om de tempel te vernielen, jaar 70, het is echt gebeurd. En die zijn daarna met hun macht verder gegaan. En de keizers die lieten zich vereren alsof ze goden waren. En dat is allemaal gebeurd. Nu, en wat wil je dan vandaag met Dan. 7, wat wil je dan vandaag met dit verhaal. Dit is toch allemaal gepasseerd, is toch voorbij.” Antwoord: Nee, is niet voorbij. Daniël heeft het heel goed begrepen. Hij heeft al die vier dieren gezien. Hij heeft op dat moment iets gezien van een vierschaar, van de Oude van dagen, van een Mensenzoon. Maar daar zit iedere keer tussen, toch weer een stuk van dat vierde dier. Zelfs in het openbaren van de Oude van dagen en de Mensenzoon, daar tussen zit iets van het vierde dier. En dan zegt Daniël: “Maar toch wil ik precies weten wat er met dat vierde dier gaat gebeuren, want ja, dat moet wel iets bijzonders zijn.” Dat is interessant, nou niet alleen interessant voor een vorser, voor een wetenschapper, maar dat is interessant omdat het verder gaat dan gepasseerde stations.
Dat vierde dier is Europa. Dat vierde dier is het Romeinse rijk. Dat vierde dier krijgt een vervolg. Dat vierde dier krijgt een staart. Dat vierde dier was er, is er een hele tijd niet geweest en zal er toch zijn. En dat vierde dier is op dit moment aan het vergaderen in Maastricht. Dat vierde dier is op korte tijd te vergaderen in Italië. Of dat ook Napels is dat weet ik niet eens precies, maar daar ergens. Want Italië is nog voorzitter op dit moment. Dat vierde dier wordt vandaag al Eurabië genoemd. Heb ik niet bedacht, las ik in de krant gisteren. Dat vierde dier krijgt een soort koningschap van 10 koningen. En dat vierde dier zal proberen om tijden en wet te veranderen, om God de Allerhoogste te tarten en om de heiligen te gronde te richten. Dat vierde dier richt zich als een echte Jodenhater op Israël. En die heiligen van God de Allerhoogste, dat zijn de Israëlieten, dat zijn de Joden. En dat vierde dier probeert om de Joden om zeep te brengen. Dat vierde dier gaat te keer en wil alles aan zich trekken. Alles wat van God is dat gaat weg. En alles, alle macht en alle glorie moet aan die leider van dat vierde dier gegeven worden. Dat zegt de bijbel. Dat is best moeilijk. Want hier staat dus iemand die over Dan. 7 spreekt. En die begint nu ineens over de toekomst. En die begint nota bene over Europa. Die begint over een top straks in Napels. Die begint over een ontwikkeling binnen Europa waarvan je ja, eigenlijk nu al de zenuwen krijgt en het gevoel krijgt van: Ja, maar wat gaat er gebeuren. Israël staat volledig alleen en de Jodenhaat neemt alleen maar toe. Bij elke dag neemt dat toe. Het antisemitisme schijnt enorme vormen aan te nemen. Het wordt de scholen eigenlijk binnengestuwd. En ja, die Joden dat is het probleem. Want dat was toen al een probleem, en langzaam krijgt Hitler een soort medaille van ons, want hij heeft het nog niet zo gek gedaan in zijn dagen. Zo ongeveer gaat het. Natuurlijk distantieer ik me daar voor 100% van, even voor alle duidelijkheid. Maar die trant is nu al merkbaar. Het is afschuwelijk wat er gebeurt. En nu kun je zeggen: “Ja, dat is die mevrouw Duisenberg, die heeft toch geen fluit te vertellen.” Nou, was het maar alleen die mevrouw Duisenberg. Dan had ik misschien nog kunnen zeggen: “Nou, misschien helpt het als we haar een keer een paar kurken sturen. Kan ze die in haar mond doen.” Nee, ik bedoel het niet agressief of zo, maar gewoon als symbool van hou je mond. Maar het is niet één mevrouw. Jullie weten allang dat de sympathie voor Israël aan het afnemen is. En ze doen ook niet alles juist. Alsjeblieft, de politiek van Israël is niet helemaal transparant. En daarvan moet je soms ook zeggen: “Ik weet het niet. Dit kan misschien helemaal niet.” We moeten de politiek van meneer Sharon niet gaan verdedigen. Dat moeten we nooit proberen. Maar we moeten wel in de gaten houden dat het een plan van God heeft, en dat Gods plan met Israël wel terdege doorgaat, hoe het ook gaat komen. En midden in dit hele proces is een Oude van dagen te zien. Midden in het gewoel van de volkeren, in het gebrul van de natiën, in het gewoel van koningen en in de ontwikkelingen die we meemaken, die we zien is Iemand te zien. Die wordt hier geduid als de Oude van dagen. Hij heeft grijs haar, heel lang haar. Nu is bij ons iemand van 66 bijna afgeschreven. Sorry voor de anderen maar ik ben zelf 66, dus ik ben er. Laat ik het zo zeggen. Maar die hebben hun tijd gehad. Nog één winter en dan is het over. Ik wil alleen maar zeggen: “Ja, die moet je dan weer gaan vervangen”. Ik zeg het een beetje bewust zo, want als je b.v. kijkt in de kerkenraden, dan is een man van 66 natuurlijk een oude knar. Die kun je niet meer gebruiken. Die snapt de jeugd niet meer. Die snapt niet meer hoe het allemaal moet. Dus er moet een jonge komen, natuurlijk. Zo gaat dat. Maar in de bijbel is grijsheid een sierlijke kroon die op de weg van de gerechtigheid verkregen wordt. Toch maar niet naar de kapper hè, zusters, broeders. Laat maar gewoon, laat maar zien. Het is toch een prachtige term. Sierlijke kroon die op de weg van de gerechtigheid verkregen wordt. en grijsheid staat bovendien voor wijsheid, voor rijpheid. Voor mensen die inzicht hebben. Roept de ouden bijeen, weet je wel, zo’n term hè. roep ze dan eens, vraag ze eens. Vraag eens hoe het hun ging en waarom ze dit of dat deden. Hier zit de Oude van dagen. Laaiend vuur, Zijn kleed wit als sneeuw. Troon bestond uit vuurvlammen. raderen daarvan uit laaiend vuur, stroom van vuur. Eén en al vuur. De Here God wordt ineens zichtbaar. Ineens ziet Daniël midden in het beestachtige geweld, weet je wel, al die beesten, al die sterke machten. En midden in die beestkrachten ziet hij ineens die Oude van dagen. Zal ik het anders zeggen. Johannes zat op Pathmos. Hij was veroordeeld. Hij is daar naartoe gegaan als een balling. Hij woonde in Efeze en de Romeinse bezetter heeft hem gearresteerd, heeft hem verbannen en daar zit hij dan midden in Pathmos. Toen nog een onbewoond eiland vrijwel. Daar zit hij. En hij zit op de dag des Heren te mijmeren en hij denkt: Hoe kom ik, hoe kom ik, hoe kom ik ooit weer terug. En nu kan ik zo van de Here Jezus vertellen bij de broeders en zusters en zit ik hier moederziel alleen. en op de dag des Heren, de zondag, er staat nadrukkelijk: Hij wilde aan de Here denken, zegt de Here: “Ik zal je eens laten zien Wie Ik ben.” En iets later, verderop in dat prachtige bijbelboek wordt Johannes omhoog gevoerd en mag hij in de hemel kijken. Een kijkje achter de schermen. En wat ziet hij, wat ziet hij als eerste? Een troon in de hemel. Wat ziet Daniël? Een troon in de hemel. Ineens kom je er achter dat tussen het gewoel, tussen de hectiek van politiek en van antisemitisme en van haat en van overruling door ongoddelijke, antichristelijke krachten, dat temidden daarvan, er een troon is in de hemel. Misschien heb jij wel gedacht: Zou de Here God wel bestaan? Misschien denk je dat alle gebeurtenissen de Here God uit de hand lopen, dat het helemaal niet goed gaat met je, en dat de Here God wel eens wat anders had kunnen doen. Soms heb je het gevoel dat de gebeden niet verder komen dan het plafond. Men zegt dan: Hemel is van koper, ketst terug. Als je één keer in de hemel kijkt zie je een troon in de hemel. En op die troon zit Iemand, de Oude van dagen. Die was, die was de Oude, Die is en Die zijn zal. Ineens zie je dat er toch Iemand in de troon is, dat er toch Iemand is met alle touwen in de handen. Dat er toch Iemand is die heerst en die alle gezag heeft. Die Iemand wordt omgeven door duizenden en duizenden. Toen Johannes op Pathmos ineens de troon zag, toen zag hij ook nog vier levende wezens, engelen, vierentwintig oudsten, representanten van, dat heb ik toen een keer uitgelegd. Maar die vier levende wezens, die vier dieren zijn ook representanten van. Van, nou, ik zal je een suggestie doen. Van de serafijnen, van de cherubijnen en, ik heb het u gezegd over Ez. 1, de chasmaliem, degenen die hier dat blinkend metaal uitmaken, die dat rookloos vuur in z’n puurste vorm laten zien. Dat zijn chasmaliem, zijn ook hemelwezens. Dat wordt in Ez. 1 omschreven als blinkend metaal. Wij denken dan aan metaal, metaallak en aan aluminium of zo. Onze autootjes van een behoorlijke kwaliteit toch. Blinkend metaal, maar niks tastbaar. Dat is bij ons wel zo, maar in de taal van de bijbel zijn dat hemelwezens, chasmaliem. Maar er wordt nog meer gezegd. Behalve de cherubiem, bij dat voertuig in Ez. 1 omschreven, zijn ook raderen, en daarbinnen weer een rad, weer een heel typische Hebreeuwse uitdrukking, ofaniem. Altijd als het woord ie m, iem klinkt, dan is het een meervoudsvorm. Cherubiem, serafiem, chasmaliem, ofaniem, hemelwezens. En als er in de bijbel van vier levende wezens sprake is, dan hebt u er nu al vier. Maar die vertegenwoordigen duizend maal duizendtallen, duizend maal duizenden. Die vertegenwoordigen heel die hemelschare. En de Oude van dagen zit in de troon en heel die hemelschare is rondom hem, is daar aanwezig. Laaiend vuur, vuur in z’n puurste vorm. Nog preciezer, rookloos vuur in z’n puurste vorm. Dat is het, dat is chasmaliem. Ze zijn daar, hemelwezens. En nu worden ze hier in Dan. 7 rondom die troon gezien. De Oude van dagen zit in die troon. Die Oude van dagen heeft alle gezag, alle macht. Als je dat dan ineens ziet, dan denk je: Nou, wat zou die koning van Rome in zijn eindtroontje, ik verklein het nu eventjes, kunnen betekenen. Niks toch, niemendalletje. Eén blaas en dat hele troontje ligt ondersteboven. Eén, één van die hemelwezens daarheen, 185.000 man in één nacht kunnen verslaan, dat is toch wel even een mannetjesputter hè. Stel je voor dat er twee komen. Wat zou er gebeuren als er twaalf legioenen zouden komen, waar de Here Jezus kennelijk beschikking over had. Duizenden maal duizenden, tienduizend maal tienduizenden, ze zijn daar rondom de troon. En daar zit de Oude van dagen in de troon, alles glorie. En met de wolken des hemels komt Iemand naar Hem toe. Wie is dat? De Mensenzoon. Nou, u hoeft geen drie keer te raden, geen twee keer te raden, u wist het allang. Daar komt ineens de Here Jezus. Het is alsof hier in een prachtig gezicht de hemelvaart van de Here Jezus zichtbaar wordt. Wij weten dat niet uit Handelingen. De Here Jezus ging weg en een wolk ontrok Hem aan hun oog. Maar Hij ging met die hemelwagen. Ik heb dat wel eens getracht uit te leggen. Die hemeltaxi van Ez. 1 is geland op de Olijfberg, de Here Jezus is ingestapt, heeft vuur gegeven, gas gegeven, en dat ging dan loeiend, loeiend weg, en dat ging….. Wie waren dat. Nou de cherubiem die zaten met hun vleugeltjes daaronder te wapperen. Nou, als die gaan wapperen, dan ga je hard hoor, nou ja, ik ga maar niet door met dit soort taalgebruik, maar je snapt het toch. Als die cherubiem echt gaan werken, als die “gsst” gaan zeggen, nou dan blijf je nergens, dat schiet omhoog. Dat gaat met een loeisnelheid. En Wie zit in die wagen. Met de wolken des hemels, met de Sjechina, met de wolk van God, de wolk van Gods glorie die er altijd is als de Here Jezus openbaar wordt. Dat was al zo bij de tabernakel, bij de tempel, later in de toekomst, de wolk van de Here. Daar komt met de wolken des hemels de Mensenzoon. Oh ja. De Here Jezus zei: “Ik ben de Mensenzoon.” De hogepriester had gevraagd, een paar dagen eerder, “Bent U dan de Christus.” “U zult de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels.” “Hoh, dat is godslaster.” Kleren stuk, daar gaat Hij. En ze hebben Hem veroordeeld. En nu komt Hij met de hemeltaxi, met de wolken des hemels, komt Hij bij de Oude van dagen. Nou, ik vul in hoor, ik weet het wel. Ze hebben daar geapplaudisseerd. Ik was laatst in een samenkomst, en het deed me heel goed, waar de voorganger zei, ‘s morgens om tien uur begon het: “Het is nu tien uur, de Here heeft beloofd, als twee of drie in Mijn Naam samen zijn dan ben Ik er, applaus voor de Here Jezus.” Nou de hele zaal bulderde van applaus. Nee, eerbiedig. Ik denk: Waarom niet. Als meneer Bauer, Frans, in de Ahoy-hallen een gigantisch applaus krijgt. En als die voetballers van ons, die miljonairs die staan te balletjes trappen, als die zeg goaltjes maken, nou, man, man, man, applaus op een gigantische manier. Waarom applaudisseren we niet voor de Here Jezus. En daar komt Hij. Nou, maar die hemelwezens die hebben dat geweten. Daar komt, daar komt, daar komt, daar komt Hij, daar komt Hij. Ze hebben Hem gevolgd. Ze mochten niet ingrijpen toen het heel moeilijk was. Ze hadden graag gewild, ze hadden graag die lui mores willen leren, maar dat mocht niet. De Here Jezus riep niet dat ze moesten komen, dus ze deden het niet. Ze waren gehoorzaam. Nu komt Hij er aan, met de wolken des hemels, de Zoon des mensen. En God zegt: “Dat is Hem, dat is de Geliefde. Dat is Mijn Uitverkorene. Dat is Degene in Wie Ik welbehagen heb. Dat is Hem.” En Hij komt daar bij die Oude van dagen en Hij krijgt uit de hand van de Oude van dagen alle macht, alle gezag. Dat is ook precies wat de Here Jezus zei: “De Zoon des mensen, de Zoon des mensen heeft alle gezag, heeft alle macht, heeft alle glorie, krijgt alles aan Zijn voeten.” Alle knie zal buigen, elke tong zal belijden dat Hij de Here is, de Zoon des mensen. En Die komt bij die Oude van dagen. U vindt het in Dan. 7. En Hij gaat met gezag, met alle hemelkracht, met alle autoriteit die denkbaar is, zoals de politieman vandaag kan zeggen: “Want het hele wettelijke apparaat staat achter mij”, even als het goed is. Waarschijnlijk niet helemaal, want politiek wil wel eens een beetje sjoemelen. Maar normaal is dat zo. Als oom agent je een bekeuring maakt, of je het nou leuk vindt of niet, het hele wettelijke apparaat staat achter hem. Dat is dus de rechter, en dat is de hele gevangenis…, nou alles, alles, alles wat maar rechterlijke macht is, dat zit daar achter, achter die ene man die in het veld opereert. En nu komt de Here Jezus. En Hij komt met alle macht van de hemel, met alle autoriteit van de hemel. Alles wat er aan macht, aan autoriteit is, is aan Hem verleend. En die Here Jezus, dat is mijn Heiland. Snapt u het een beetje. Dat Hij die alle macht heeft in de hemel en op aarde, aan het kruis van Golgotha, voor jou en voor jouw schuld wilde sterven. Kunt u zich voorstellen wat dat is dat Hij Zich overgaf in de handen van mensen die Hem onheus bejegenden en die Hem sloegen, die Hem bespuwden, die Hem bespot hebben, die Hem gewoon liegend allerlei dingen in de schoenen hebben gewreven die Hij helemaal niet had gedaan. Kunt u zich voorstellen dat de Here Jezus dat over Zich heen liet komen. Hier ziet u het. Nou, ik krijg dan het gevoel van: Here Jezus, ik mag U wel eens een keer extra gaan bedanken. Ik mag wel eens een keer extra dank U wel gaan zeggen. Nou, doe hete maar. Zeg maar stilletjes: Thank you Lord. Nou, zeg het in het Nederlands: Dank U wel Here Jezus, dank U Here Jezus. We zijn het misschien niet gewend. In sommige samenkomsten hoor je altijd: Jezus, Jezus, dank U Jezus. U vindt het gewoon, u vindt het overdone, u vindt het…. Is misschien ook wel zo. Misschien slaan ze een beetje door, kan. Maar zegt u het nog wel eens: Dank U Here Jezus, dank U Here Jezus.
Je ziet Hem hier in Dan. 7. In het enorme tumult van wereldrijk en van politieke ontwikkelingen, van toestanden, ziet u ineens Hem. Nog een keer Johannes: Temidden van, ik zit vast, ik zit klem, ik zit in de gevangenis, kan geen kant op, kan geen woord kwijt, kan niets meer delen, en temidden daarvan ineens een hemel open. De troon in de hemel, en daar is Hij. Nou, dat is een gigantische bemoediging voor Johannes geweest toen. En zal dit ook voor jou en voor mij niet bedoeld zijn. Zal de Here daarom Dan. 7 niet aan jou willen zeggen, en willen zeggen: Moet je eens luisteren beste vriend. Je kunt nu wel kijken naar de krant van morgen, staat weer vol, en de politieke ontwikkelingen. En je kunt je hart vasthouden, en dat is onvoorstelbaar hoe vlug hoe hard dat gaat.” En het anti-Joodse denken, het agressieve tegen de Joden neemt gigantische vormen aan. Ik ben hier niet om de politiek van Israël te verdedigen, maar nu voor de tweede keer. Maar ik ben wel hier om te zeggen dat God een plan heeft met dat oude volk en dat Hij dat plan ook echt waar gaat maken. Temidden van het tumult laat de Here zien Wie uiteindelijk gaat regeren.
Maar we moeten toch goed in de gaten houden dat er op een bepaald moment tien koningen zullen zijn. Ik heb ze, toen we over Openb. 17 spraken ook genoemd. Ik wil met jullie lezen Ps. 83. Misschien wil je dat even met me opslaan.
Ps. 83:3: Want zie, Uw vijanden tieren, Uw haters steken het hoofd op. Ze smeden een listige aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen. Ze zeggen: Kom, laten we hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht. Want ze hebben eensgezind beraadslaagd. tegen U een verbond gesloten. (Nu, ga nu maar even tellen hè.) De tenten van Edom, dus de Edomieten. De Ismaëlieten, Palestijnen van vandaag. Moab, Jordanië. De Hagarieten, dat weet ik niet precies waar ze wonen, maar ze wonen ook in de buurt. Gebal, Ammon, Amelek, Filistea. Inwoners van Tyrus, dus Syrië en zo. Zelfs Assur, Noord-Irak, heeft zich bij hen gevoegd.
Als u ze optelt dan hebt u er tien. Dat zijn die tien mensen, die tien koningen die unaniem van plan zijn om Israël de zee in te duwen. En die verbinden zich met Europa. Daarom heet Europa misschien, nog een keer die term uit de krant van gisteren, Eurabië. Dit komt op een gigantische manier naar ons toe, dit overspoelt en dit gaat enorm ver. En de haat die er is in de moslimwereld naar Joden toe is enorm. Maar ook naar christenen. Ze zeggen openlijk dat ze mensen die in Israël wonen te lijf gaan en mensen die kruistochten ondernemen ook te lijf gaan. Dat betekent, dat als er nog positieve elementen zijn in Nederland, in België, in Frankrijk, dan moet het daar ook aangevallen worden. Het gaat maar door. En we laten ons in slaap sussen door allerlei verzachtende elementen van niet zo fanatiek opererende moslim-mensen die zeggen van: “Ja, maar dat bedoelen wij niet.” Maar de politiek heeft gekozen en kiest. En dat is nu precies wat Dan. 7 zegt van dat vreselijke dier, dat vierde dier. Dat vierde dier, gaat tijden en wet veranderen. Gaat alles op z’n kop zetten en probeert daar alles stuk te krijgen. En ik ben er zeker van dat dat toen gebeurde in de dagen van de Here Jezus, toen hebben ze de Here Jezus ook vermoord. Toen hebben ze Hem omgebracht. Onterecht, want juridisch was er geen bewijs, maar ze hebben het wel gedaan. Dat dat nu precies gaat komen. Alleen, dan is het niet Iemand die zegt: “Hier ben Ik, neem Mij maar en laat deze heengaan.” Dan zal blijken dat de Here Jezus de Here der heren is, de Mensenzoon is, die met de wolken des hemels komt. Die met alle autoriteit van de hemel, met alle gezag van de hemel, met alle machten en krachten van de hemel terug komt om te heersen, om te regeren. Dat is het verschil. En voor de rest is er geen verschil. Toen hebben ze geheerst. Toen hebben ze gedood. Toen hebben ze overruled in elk opzicht. En dan gaat de Here Jezus terug komen.
Die tien koningen die zijn er. Die drie koningen die er voor uitgerukt worden zijn, voor zover ik het zie, maar daarover later, merkwaardig genoeg, drie die in het boek Daniël, hoofdst. 11, nog een keer weer genoemd worden. Daar worden immers drie koningen uitgerukt, daar komt een opvallende hoorn voor in de plaats. Maar Dan. 11:41 zegt dat aan Zijn macht zullen ontkomen Edom, Moab en de keur van de Ammonieten. Dat betekent dat Edom, Ammon en Moab, de drie familievolkeren, de Edomieten, afstammelingen van Ezau, de Moabieten en de Ammonieten, dat zijn de zonen van Lot met zijn dochters, die beide jongens, die zullen ontkomen. Die zullen daar voor uitgerukt worden. Dat betekent dat er een beweging ontstaat waardoor die volkeren ergens buitenspel gekomen zijn en daar alleen maar krachten en machten van een andere krachtbron gaat werken.
Lieve mensen, de tijd gaat enorm vlug. En ik wil je graag vertellen dat Dan. 7 ons vertelt dat er wereldmachten en wereldbranden zijn. En dat daar beestachtigen, daarom wordt het als beesten voorgesteld, dat er beestachtige taferelen zijn. Maar dat binnen, binnen dit hele geweld, er een antwoord is van God. Op een leeuw, op een beer op een panter en op een vreselijk dier heeft God één antwoord: Het Lammetje. In het boek Openbaring staat: Het Lammetje dat geslacht is. Nou, een lammetje zonder slacht is al niks. Maar een lammetje dat geslacht is, is helemaal niks meer. daar is uiterlijkheid ook al af. Daar blijft helemaal niets van over. Een lammetje is so wie so al breekbaar en teer. Maar dan blijft er helemaal niets over. En ik zing van het Lam, en wij zingen van het Lam dat geslacht is. Wij houden ons aan de Here Jezus. Die Mensenzoon is het Lammetje. De Mensenzoon in de troon is het Lam van God. Als Openb. 4 doorgaat naar 5, dan wordt er ingezoomd hè. Eerst zie je, vaag, de troon, en Iemand in de troon.Later is die Iemand de diamant de sardius gelijk. Dan is er een regenboog, dan is er nog meer. En op een bepaald moment gaat steeds, steeds iets, ja iets meer komen. Er komen steeds meer details. En uiteindelijk is centrum van troon en van macht, het Lam dat geslacht is, de Here Jezus.
Ik wil je bemoedigen. Misschien wordt je morgen weer geconfronteerd met de politieke werkelijkheid tegen Israël. Misschien wel tegen-christelijk, want dan is het anti-christelijk. De Vader en de Zoon loochenen. Misschien krijg je morgen voor je kiezen dat wat je doet en wat je zegt ouderwets is. Het antwoord is: Ik heb de Here Jezus leren kennen. Zeg dan rustig tegen iedereen: “De Here Jezus, Hij is Here.” Ze lachen je uit. Hebben ze Hem ook gedaan. het Lam dat geslacht is, dat is het. Of ze het begrijpen? Waarschijnlijk niet. Maar je zegt, ik hoop helder en duidelijk: “Ik weet Wie er gaat regeren. Ik weet Wie uiteindelijk de macht heeft. Dat is de Mensenzoon die alle macht krijgt uit de handen van de Oude van dagen, de Here Jezus. Degene die voor mij en voor mijn schuld stierf, degene die voor mij alles bij God in orde maakte, gaat heersen.” Ik wil het over de Mensenzoon hebben. Ik wil over Hem spreken. Ik wil het over Hem hebben. Hij is het, tussen alle hectiek van de hele politieke wereld, is er maar één ding belangrijk: De Mensenzoon. Wie is die Mensenzoon? Het Lam dat geslacht is. Nog preciezer, De Here Jezus, mijn Heiland, mijn Verlosser. Ik ben zo blij met de Here Jezus. Ik ben blij met Hem. Dat maakt je blij, dat maakt je gelukkig. Als je naar de krant kijkt, naar het journaal kijkt, ben je misschien morgen weer onderuit gehaald. En als je naar de Here Jezus kijkt kom je er weer bovenop. Als je naar Israël kijkt, dan denk je: Hoe redden ze het. Nou, ze redden het niet, Hij doet het, Hij redt het. De Here Jezus doet het. Hij is de Mensenzoon. Hij zal niet toelaten dat Zijn volk uiteindelijk de dupe wordt van de haat van de tegenstander.
De Here Jezus, midden in Dan. 7, midden in het tumult van de koninkrijken der aarde, de Mensenzoon. De Oude van dagen, Degene die dat hele lange witte haar heeft.
En ik ga tot slot met je lezen Openb. 1, klein stukje maar. Vs 12: Ik keerde mij om ten einde de stem te zien die met mij sprak (dat is Johannes op Pathmos hè). En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden kandelaren (en nu komt de omschrijving die ik bedoel). En temidden van de kandelaren Iemand als eens mensenzoon. bekleed met een tot de voeten reikend gewaad (dat staat in Dan. 7 voor de Oude van dagen). Aan de borsten omgord met een gouden gordel (dat staat van Hem, van de Here Jezus). En Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol (dat staat er van de Oude van dagen in Dan. 7) als sneeuw. Zijn ogen als een vuurvlam en zijn voeten waren gelijk koperbrons als in een oven gloeiend gemaakt (vuur, vuur, laaiend vuur welde voor Hem op en ging voor Hem uit). En Zijn stem was als een stem van vele wateren en Hij had zeven sterren (de Here Jezus).
Wat zou je kunnen deren. Ik heb van het geloofsleven van mijn vader niet zoveel onthouden. Ja, ik heb alles onthouden wat hij ooit gezegd heeft denk ik. Mijn geheugen is heel goed. Maar het was niet zo diep. Pas aan het eind van zijn leven heeft hij de Here Jezus bewust beleden. En hij is als een kind van God gestorven. Maar hij componeerde, hij was musicus. En wat hij componeerde, dat was een parafrase over, voor brassband, over: Vaste Rots van mijn behoud. We zongen het vanavond en dat schoot me even in de emotie. En ik heb het zelf meegespeeld. Ik speelde zelf ook heel fanatiek, en hijzelf. We hebben het ook samen gespeeld, we hebben het uitgeprobeerd. En ik heb gezien aan hem, toen, dat hij dit beleefde. Dat dit waar was voor hem. Weet je, hij kende toen de Here Jezus. Klein stukje over mijn familie, mijn vader. En als je nu hier zit, en vanavond dit aanhoort denk je: Ja, het was moeilijk, of niet. Maar die machten die komen. Wat is nu het antwoord voor de gelovigen. Het is de Here Jezus zelf. Het is kijken naar de Here Jezus. Tjonge jonge, temidden van het tumult van de politiek, komt daar Iemand, een Mensenzoon. En dat is Niemand anders dan Hij die het werk aan het kruis van Golgotha volbracht. Nou, dan jubel je maar en dan zeg je: “Here Jezus, ik wil U prijzen, ik wil U grootmaken, ik wil U eren, ik wil….. Dit geeft kracht. In Den Haag snappen ze dit niet. Daar moeten ze er over kletsen. En ze blijven praten hoor, tot ze een ons wegen. En dat duurt heel lang, want afvallen duurt lang. Maar, nee maar, ik bedoel het heel serieus, ook. Ze blijven praten. Maar we worden niet geacht om te praten. Wij worden geacht om te getuigen. Getuigen van de Here Jezus, amen.