Daniël 8

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

8. Als beesten reageren gaat het nooit goed.

Daniël Bijbellezing door Dato Steenhuis,

14 december 2003
      Lezing

Lezen: Daniël 8

In het boek Openbaring, dat is een andere bijbelboek, staat dat er een moment zal zijn, waarin duidelijk wordt dat Hij Die op de troon zit een boekrol heeft. Beschreven van binnen en van buiten. Wel verzegeld met zeven zegels. En dan komt in de hemel de vraag: Wie is nu waardig de boekrol te nemen en zijn zegels te verbreken. Niemand meldt zich. Meneer Bush is nu misschien in een euforische stemming, omdat Saddam toch gearresteerd is vandaag, of gisteravond. Maar hij meldt zich niet. De top in Brussel, net mislukt, zal er niet als eerste bij zijn om te zeggen: “Dat doen wij wel.” De VN in New York hebben ook al geen interesse om ineens naar voren te schuiven en te zeggen: “Dat regelen wij.” Niemand. Als Johannes, de schrijver van dat laatste bijbelboek, dit ziet, dan huilt hij. Dan zegt hij wenend: “Hoe is het nu mogelijk.” De boekrol, dat is de rol van Gods zegeningen, dat wat God aan zegen brengen wil, verzegeld met zeven zegels, is dus kennelijk onbereikbaar voor wie dan ook. Dat is best een schok. Je kunt nu wel heel stoutmoedig een persconferentie houden: En dit hebben we gedaan en zus deden we het. Je kunt misschien wel zeggen: “Dat kunnen we.” En een Europese grondwet kunnen we samenstellen, maar niemand zet zijn poot er onder, voorlopig. Je kunt van alles bedenken. Maar niemand is in staat de zegen die God brengen wil, ook echt, echt te brengen. En één van de oudsten die daar in de hemel zit, zegt: “Niet huilen Johannes, ween niet. De Leeuw van Juda, Hij die overwon.” Een soort krachtpatser uit het Joodse volk. De Leeuw van Juda.” En als Johannes goed kijkt, dan ziet hij geen leeuw, hij ziet ook geen leeuwin, hij ziet ook geen kleine leeuwtjes, hij ziet een Lammetje. Letterlijk het verkleinwoord in de grondtekst. Nu is een lam al, ja, een éénjarig lam, dat is al niet zo´n krachtpatserig plaatje. Maar een lammetje, geslacht. Ik weet niet of je dat ooit gezien hebt, nou er blijft bijna niks over. Dat is de oplossing van God. Dat is de weg waardoor God Zijn zegen brengt: Het Lammetje. En het leidt geen enkele twijfel dat het in het laatste bijbelboek gaat over de Here Jezus. Het leidt geen enkele twijfel dat het over dezelfde gaat Die in Bethlehem geboren is. Die klein werd, heel broos en erg breekbaar. En dat dat dezelfde is Die als een jongetje in Nazareth is opgegroeid, getimmerd heeft, aan de werkbank van Zijn vader Jozef, zijn pleegvader Jozef stond. Dat is de Here Jezus. Ik wil gewoon heel duidelijk zeggen: “De enige mogelijkheid van God om zegen te brengen is dat Lammetje.” Een andere route is er niet. Niet de vakbond, niet de afgesproken CAO’s. Niet onze voornemens, niet ons positief denken van: Als je je daar nu maar genoeg op richt, als je maar genoeg positief gefocust bent op een bepaald punt dan kom je er wel. Niets, helemaal niets, alleen de Here Jezus. En Die, Die in een kribbetje lag, dat is mijn Heiland, is mijn Verlosser. Dat is Degene Die voor mij aan het kruis Zijn leven wilde geven, die het Lam van God wilde zijn, en het Lam van God ook wilde worden, de Here Jezus. Alle profetie gaat over Hem. Alle profetie gaat over de tijd waar de Here Jezus die zegen van God echt gaat brengen. En nu is er één die dat, niet ten alle delen, mar toch wel in veel opzichten door heeft, en dat is een tegenstander. Die noemen we makkelijk tegenstander. U mag hem ook satan, u mag hem ook duivel, u mag hem ook de oude slang noemen. U mag ook andere benamingen kiezen. In elk geval is er iemand die er tegen is. Een tegenstander, tegenstander die zich altijd verheft. Die altijd zijn kop opsteekt en iedere keer probeert om die zegen van God af te zwakken, weg te nemen. In elk geval het accent volledig te verleggen en iedere keer de mens als middel tot zegen naar voren schuift. Dat is de duivel. Daar is hij behoorlijk in getraind. Hij heeft heel wat jaren ervaring en hij is behoorlijk, behoorlijk scherp, die tegenstander die zich verheft. En die tegenstander gebruikt van alles om zijn doel te bereiken. Maar houdt u dit plaatje even vast. Het Lammetje, daardoor kan de zegen van God komen. Dat is de enige mogelijkheid. Het is het Lam dat zegels kan verbreken, waardoor die zegelrol ook echt ontrold wordt. En het is alleen de Here Jezus. Maar er is ook een tegenstander.
Dan. 8, dit verhaal heeft er echt mee te maken, maar dat komt nog wel denk ik. In Dan. 8 gaat de enorme profetie van Daniël verder. Daniël mag ook nu dingen zien die te maken hebben met een verre toekomst, de tijd van het einde. Betekent dus dat het niet direct in vervulling zal gaan, dat het niet direct Daniëls tijd zou zijn. Maar dat het iets heel ver weg zou liggen en dat in die er tijd bijzondere dingen zullen gaan gebeuren. En nu worden in Dan. 8 twee rijken, we hadden al vier, Dan. 2, we hadden ook al vier in Dan. 7, maar nu worden twee van die rijken er uit gehaald. De twee laatsten, niet eens, de twee middelsten, heel merkwaardig. En die twee rijken die worden er uit getild om ons nog iets duidelijk te maken. Die vier rijken, vier wereldrijken, zijn er geweest. Waarvan het eerste het rijk was van Babel, van Saddam Hoessein, nu, maar goed, die is ook gevallen. Toen van Nebukadnezar en van zijn zoon en van zijn kleinzoon. Daarna het rijk van de Mediërs en van de Perzen, Iran van vandaag. Dus Irak van toen werd opgevolgd door Iran van toen. En daarna krijg je een derde rijk, en dat zijn de mensen die uit, ja al uit het westen komen, het Macedonische rijk, Griekenland-Macedonië. Dat komt al wat dichter bij. En die komen behoorlijk opzetten. En als vierde rijk, het was in Dan. 2 goud, zilver, koper, ijzer, dat was de volgorde, dat vierde rijk is Europa, maar vanuit Rome aangestuurd. Die vier rijken worden in Dan. 7 als vier dieren voorgesteld. Daar zie je meer hun karakter, hun beestachtig gedrag. En in Dan. 2 hun materiële waarde. Goud, zilver, koper, het wordt eigenlijk steeds minder waard. Maar goed, dat is dan toch de voorstelling. Die vier dieren, die vertrappen elkaar. Een leeuw, een beer, een panter en een vreselijk dier. Daar moet u het mee doen, Dan. 7. En nu krijg je twee rijken, die worden daaruit getild, uitgelicht, en dat is het tweede en het derde rijk uit die vier. Ingewikkeld hè. Maar u hoeft niet verder te tellen dan vier. Dat valt toch mee. Eén, [???] nu krijgen we twee en drie, die pakken we nu nog een keer, maar dan vanuit een ander gezicht, en dan nog een keer het vierde rijk. Daar gaat het nu niet over. Maar, daar zit een bedoeling bij. Dat eerste rijk valt dus weg, dat is het rijk van de Babyloniërs, van Saddam Hoessein, dus van zijn illustere voorganger Nebukadnezar. Dat is weg. Toen zijn de Mediërs en de Perzen gekomen. Soms, ik heb een keer gelezen: Toen kwamen de Medici en de Perzen, maar dat is niet helemaal correct vertaald geloof ik. Nee, het zijn niet de geneesheren. Maar, de Mediërs en de Perzen, zeg maar gewoon de mensen uit Iran. Die zijn toen gekomen en ja, die hebben een behoorlijk stukje rijk gehad. De Mediërs en de Perzen, daarom wordt het voorgesteld als twee machten, twee poten a.h.w., van dat stelsel, waarvan de ene wat groter was. Nou, de Perzen zijn inderdaad gaan overrulen hè, die zijn machtiger geworden dan Mediërs. Mediërs was dus een stam binnen dat Perzische rijk. Toen kwam een derde rijk. Dat eerste rijk van vandaag, dus het tweede rijk in het serietje van vier, dat wordt hier gezien als een ram. En toen kwam een harige geitenbok. Dus twee mannelijke dieren, één uit de schapenkudde en één uit de geitenkudde, en dat werd een gevecht. Die geitenbok die uit het westen kwam, uit Macedonië, uit Griekenland, die heeft zoveel kracht gehad, dat hij dat rijk van die bok, van die ram ging overwinnen. Het rijk van de Mediërs en de Perzen, Iran van toen, stond daar. En daar kwam die bok uit het westen. En die bok heeft het rijk van de Iran-mensen overwonnen. Hij heeft ze totaal overclassed. En als u de ongewijde geschiedenis zou willen nakijken, één bezoek aan de bibliotheek en u bent er achter, dan zult u ontdekken dat daar inderdaad gewoon heldere getallen bij zijn, jaartallen bij zijn. En dat Alexander de Grote, de eerste koning is van dat Grieks-Macedonische rijk, dus uit Griekenland, uit Macedonië, en dat hij met een enorme vaart en een enorme kracht het rijk van de Mediërs, van de Iran-mensen heeft opgerold, en dat hij zelf veel macht kreeg in no time. Hij was nog maar drieëndertig jaar, toen was hij wereldheerser. En daarna is hij plotseling overleden. Die hoorn van die geitenbok die je hier tegenkomt die brak plotseling af. Het was ineens gebeurd. ZO is het ook echt gegaan. Wat gebeurt er als een groot leider valt. Nou, plat gezegd, gevecht om de eerste plaats. Ellebogen en weet ik veel wat er allemaal binnengegooid wordt. En maar wroeten om maar bovenaan te komen. Zelfs in de kerk. Sorry dat ik het voorzichtig zeg, maar misschien is dit al zo onvoorzichtig dat je het snapt. Maar dit is echt wat er gebeurt. Altijd is daar een machtsstrijd. Toen Alexander de Grote stierf hebben zijn vier veldmaarschalken of generaals een soort gevecht geleverd over wie nu wel de machtigste zou zijn. Nou, ze hebben uiteindelijk een compromis gesloten, het lijkt wel het poldermodel van Nederland, en ze hebben elk een stuk gepakt. Noord, oost, zuid, gewoon dat rijk in vier stukken gedeeld. Elk een stuk. Daarmee was het gevecht niet over. Nu blijkt uit de geschiedenis, en we komen dat nog een keer tegen in Dan. 11, dat die koningen onderling ook enorm veel strijd geleverd hebben. Want je voelt wel, ze hebben allemaal een stuk, maar natuurlijk is het olierijke huppeldepup belangrijker dan het armetierige van een woestijn of zo, weet je wel. Dus er wordt dan toch weer iets van een keuze gemaakt. Ze gaan ook onderling elkaar te lijf. Deze geschiedenis staat hier. Namelijk, dat de vier generaals een stuk hebben overgenomen van dat rijk uit Europa, bijna Europa afkomstig, Griekenland-Macedonië. Dat die vier generaals ook onderling gevochten hebben en dat er uiteindelijk één opvallende hoorn uit die vier naar boven kwam. En die ging behoorlijk te keer tegen het oosten, tegen het zuiden en tegen het sieraadland, westen, Israël. Conclusie: Dat is die koning, kennelijk uit het noorden. Als hij vanuit het noorden te keer gaat daar. De koning van het noorden. Nu, die koning van het noorden zult u nog vaker in het bijbelboek Daniël tegen komen. Dat noorden is het noordelijke stuk van dat rijk van Griekenland en Macedonië. Het is te gemakkelijk om daar Syrië in te vullen. Dat ligt wel noordelijk van Jeruzalem, maar dat is te beperkt. U moet het wijder zien. En die koning van het noorden heeft zich behoorlijk ontpopt en heeft de koning van het zuiden een les willen leren. Zuiden, ja dat was Egypte, dat lag er helemaal onder. Dus die koning van het noorden, die gaat van het noorden naar het zuiden. En de koning van het zuiden ging weer van het zuiden naar het noorden. Nou, u kunt ze heen en weer zien gaan, in Dan. 11, maar ook in de ongewijde geschiedenis. En ze hebben steeds bij Jeruzalem een soort pauze gemaakt, weet je wel, een pitsstop, gewoon ruziestop, gevechtsstop. Ze hebben steeds Jeruzalem in de tang gehad. Constant heen en weer trekkende legers. Zo is het gegaan toen. En die heen en weer trekkende legers hebben er uiteindelijk toe geleid dat de koning van het noorden in Jeruzalem is gaan heersen, gruwelijk. En de meest gruwelijke daarvan is die hele bekende Antiochus Epifanes, maar vergeet die naam om mij, want dat doet er niet zo veel toe. Of hij nou Jan heet of Piet. Maar die heeft in Jeruzalem nou, behoorlijk huis gehouden. U moet zich voorstellen, ik hoop dat je dat kunt, dat na de tijd van Daniëls boek er Mediërs en Perzen aan het bewind kwamen hè. Die Iran-mensen kwamen immers aan het bewind. Dat Babelse rijk werd afgebroken. En Kores de Pers, ook wel Cyrus genoemd, gaf toestemming om terug te keren naar Jeruzalem. M.a.w., we heffen de gevangenschap op. En dus gingen een deel vanuit Babel, vanuit de vluchtelingenkampen, vanuit Babel zelf, naar Jeruzalem. Waarom Daniël niet meeging, ik weet het niet. Niemand weet dat. Maar hoe dan ook, ze gingen wel. En ze hebben in de tijd van Kores, en later van Darius, in Jeruzalem weer een tempel gebouwd. Dus vlak na het leven, of misschien wel tijdens het leven van Daniël, is dit nog gebeurd. Daniël heeft in elk geval iets daarvan meegemaakt. Dus er is weer een tempel in Jeruzalem. De Joden mogen daar weer wonen, mogen daar weer vrij zijn. En ze hebben de Here God gedankt. Leest u het alstublieft in Ezra en Nehemia, want daar vindt u deze geschiedenissen. Dat ze in de tijd van Kores, en later in de tijd van Darius, daar werkten en daar uiteindelijk ook de tempel in gebruik namen. De stad was er weer. En Nehemia heeft er voor gezorgd dat er een muur om de stad kwam. Dat is eigenlijk het thema van het hele boek Nehemia. En Ezra heeft er voor gezorgd dat er weer een tempel kwam. Dat is eigenlijk het thema van het boek Ezra. Dus die tijd. Nu komt die koning uit Griekenland, die verovert alles. Heeft niks te maken met Kores en met de toezeggingen van Kores. Snap je wel, zo gaat het dan hè. Beloften van andere koningen worden toch niet nagekomen. En die koning uit het noorden wordt nu de baas in Jeruzalem. En daar is weer een tempel. En daar was weer een heiligdom. En daar waren weer offers. Daar werd de Here gedankt. En wat doet die koning uit het noorden van dat Grieks-Macedonische rijk. Beetje ingewikkeld, maar probeer het maar. Die zegt: “Dat regel ik zelf wel. Dat doe ik zelf.” En hij gaat in de tempel een afgodsbeeld neer zetten, zegt de bijbel, en zegt de Here Jezus: De gruwel der verwoesting. Een gruwel is altijd een afgodsbeeld in, of een afgodisch iets in de bijbel. Een gruwel die verwoesting brengt, Daar heft de Here Jezus het over. En dat komt nog, maar dat is toen ook gebeurd. Die heeft in de tempel een beeld, waarschijnlijk een beeld van zijn God neergezet, zijn afgod neergezet. En hij heeft ook allerlei afgodische diensten ingevoerd in de tempel te Jeruzalem. Hij heeft de tempel ook verontreinigd door van allerlei dingen te doen, afgodische dingen te doen. Ook door Joden varkensvlees te laten eten en weet ik veel wat ze allemaal nog meer beschreven hebben. Dat is een vreselijke tijd geweest, hele moeilijke tijd. Die koning heet Antiochus Epifanes. Die koning heeft dus van alles in Jeruzalem gedaan. En daarover gaat dit moeilijke hoofdstuk. Ik heb dat hele verhaal even nodig om je te vertellen dat we ons nu gaan richten op Jeruzalem, want daar gaat het hier over, waar een tempel is, waar de Here gediend werd, opnieuw gediend werd. En waar een andere vreemde vent zijn eigen, eigen inbreng zo sterk laat gelden, dat daar geknield wordt voor een afgodsbeeld. Stel nu eens dat u nog een keer Dan. 8 [verbetert Dato verderop zelf] pakt, nu eventjes nog een keer. Nog een paar teksten terug leest. Vs 10: Hij gaat dus tekeer tegen het zuiden (zegt het eind van vs 9) tegen het oosten en tegen het sieraad (het sieraad is dus het land Israël). En hij doet er van het heir des hemels, dus echt van sterren, ter aarde vallen. Dus er zijn ook leiders, sterren, sterren die van de Here waren, die voor de Here stonden, die zijn gevallen. Heel voorzichtig, in het boek Nehemia vindt u al dat een schoonzoon van de hogepriester omver ging. Sterren zijn altijd leiders. In het boek Openbaring, ook hier in dit boek. Maar zelfs mensen die voor God stonden en de dienst voor de Here deden, die grote dingen voor God aan het doen waren, die vielen. Die zijn dus ingepakt, omgekocht zegt Dan. 11. Want hij beloonde ze met geld en met goederen en met grondstukken en weet ik veel. Gewoon commercie. Maar goed: Hij deed er van het heir (vs 10), namelijk van de sterren ter aarde vallen, en vertrapte ze. Uiteindelijk wordt je dan toch nog aan de kant geschoven. Zelfs tegen de vorst van het heir maakte hij zich groot. En Hem (met een hoofdletter, leest u het hier), werd het dagelijks offer ontnomen. en Zijn heilige woning werd neergeworpen. Dat betekent niet dat de muren omver gingen. Dat betekent wel dat het niet meer het huis van God was, maar dat er dus andere dingen in dat huis van God gebeurden. en een eredienst werd in overtreding ingesteld tegenover het dagelijks offer. En hij wierp de waarheid ter aarde en wat hij ook deed gelukte hem. Daar is dus een koning geweest uit Griekenland-Macedonië, die niet alleen boos was op Egypte, en die landvergroting wilde, dat deed hij ook. Maar die ook in godsdienstige zin huishield in Jeruzalem en geweldig tekeer ging. Nou, als u er nog meer van wilt, gewoon technische kleine details, leest u de boeken van de Makkabeën, die apocriefe boeken, want daar staat van alles in aan informatie. Die tijd, de tijd van de Makkabeën, is deze tijd. Alleen, dat verhaal van de Makkabeën laat ik nu even los. Ik wil gewoon dit nu hier vanavond met jullie delen. Waarom. Omdat het ons iets zegt. Want de bijbel zegt dat dit wat hier staat te maken heeft met de verre toekomst. Dat het te maken heeft met de tijd van het einde. Dus wat hier omschreven is, wat in Daniëls tijd nog gebeuren moest, dat was toen ook niet zo, dat moest nog komen, dat was nog toekomstig. Maar Daniël moet zeggen: Het is niet, laat ik maar zeggen, binnen nu vijftig jaar, dat niet, maar het heeft te maken met veel verder weg. En dat veel verder weg vindt u in het NT terug. Nu zal ik het zeggen uit het NT, 2 Tess. 2. Een hoofdstuk, vaak geciteerd, met de vraag van: is er nog wel bekering mogelijk nadat de Gemeente is opgenomen. Dan komt altijd 2 Tess. 2 uit de hoek. Maar nu, 2 Tess 2:3: Laat niemand u misleiden op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs. (Houdt u die termen even vast: de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs.) De tegenstander die zich verheft tegen wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb. En gij weet thans wel wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis van de wetteloosheid is reeds in werking. Maar, het wacht slechts, totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijdert is. Dan zal de wetteloze zich openbaren. Hem zal de Here Jezus doden door de adem van Zijn mond. Wat lazen we van deze koning uit het noorden? Dat hij omkomt, Dan. 8:25: Doch zonder mensenhanden zal hij vernietigd worden. We hebben in Dan. 8 broeders en zusters, hoe moeilijk het even is met de inleiding, een illustratie, een voorzegging van de mens der wetteloosheid. Van iemand die op een bepaald moment zich gaat aandienen als God zelf. Nou sommigen noemen hem de antichrist. Ik laat hem voorlopig nog even met de naam mens der wetteloosheid. Want het is zelfs nog mogelijk dat er twee verschillenden zijn. Deze koning van het noorden komt om die reden, ook in Dan. 11, helemaal aan het eind van de geschiedenis terug. We hadden gezegd: Nou, dat is dan geweest. We hebben dan het Romeinse rijk gekregen. En dan is dat rijk van de Mediërs en de Perzen natuurlijk voorbij. Maar het rijk van de Macedoniërs en de Grieken dat is ook voorbij. Dat hebben we gehad. En nu hebben we het Romeinse rijk, het Europa van toen en het Europa van straks.
Ik probeer het. Lieve mensen, er komt een tijd dat al die rijken, het Babelse rijk, het Iran-rijk, het Macedonische rijk en het Romeinse rijk er weer zullen zijn. En die tijd is vandaag. er komt een tijd dat al die rijken opgestapeld zullen zijn, als goud, zilver, koper, ijzer. En er komt een tijd dat er een steen zonder handen losgemaakt, onder aan dat beeld, onder aan die stapel raakt, en dat hele beeld van goud, zilver, koper, ijzer wordt opgerold, verpulverd. Ook het goud, dan pas. Ook het zilver, dan pas. Ook het koper, dan pas. Al die rijken zullen er zijn in de eindtijd. En al die rijken verheffen zich op de een of andere manier. Misschien verslikt meneer Bush zich volledig in zijn gedoe in Irak. Zou kunnen. Ik ben helemaal niet zo zeker dat dit de weg van God is. De weg die hij nu gaat. Ik zeg natuurlijk niet dat Saddam Hoessein de weg van God wel ging. Alsjeblieft, nee, leek nergens op. Maar, heet rijk van Iran, machtig. Het rijk van Irak, machtig. Het rijk vanuit Macedonië-Griekenland, Macedonië broeit, nu, vandaag, gigantisch. Niet in de hand te houden. “Wie Macedonië in de hand houdt is de sterkste man van de wereld”, heeft iemand ooit een keer gezegd. Is één compleet broeinest. En het Europese rijk, ja zeker. De grondwet is nog eventjes weg, komt in 2005 heb ik me laten vertellen. Maar militair gaan ze door. En hun veroordeling van Israël is al een feit. 73% van Nederland zegt dat Israël toch wel de bodem van alle kwaad is. En 60% in Europa zegt dat. Dat gaat zich ontwikkelen. Ze geven steeds meer. Uw euro’s gaan via de belastingdienst naar meneer Arafat. Misschien wel naar zijn privé-bankrekening, maar daar laat ik me maar niet over uit. Dat weet ik ook niet precies. Dat is de werkelijkheid van vandaag. De rijken die in het boek Daniël neergezet worden die komen allemaal terug. En één ervan heeft een heel bijzonder gezicht. En dat is dat rijk van Griekenland-Macedonië. En één ervan is die koning van het noorden. En één ervan heeft de ongelofelijke brutaliteit om in Jeruzalem tegen de Here te zeggen: “U moet aan de kant, ik ben nu numero één.” Alsof er een soort directie wisseling plaats vindt. En nu zeg je bij jezelf: “Maar dat eigenwijze, eigengereide, ongelofelijk hoogmoedige gedrag, dat zal toch niemand pikken.” U vergist zich. Dit wat hier staat gaat gebeuren. Een eredienst in overtreding ingesteld, het dagelijks offer onthouden, en aan zichzelf vertellen dat hij god is en dat hij de belangrijkste van het hele spul is. Hij komt dan ook, als de Here Jezus komt, aan zijn einde. Zonder handen van mensen. M.a.w., historisch zou je zeggen: Die koning van het noorden die is dan allang weg. Dan is er een koning uit het Europa. Dat die dan aan hun einde komen ok, dat snap ik. Maar nee, nee, dat hele beeld wordt in één keer weggevaagd.
En waarom nu de nadruk hierop. Omdat het geheimenis van de wetteloosheid nu al in werking is. Dat betekent, dat wat je hier hebt in een illustratieve vorm, in een hele bijzondere geschiedenis, misschien hou je niet van geschiedenis, maar het staat er dan toch, wat je hier hebt vind je in je eigen hart terug. O ja? Ja. Dat er iemand op uit is om het dagelijks offer te ontnemen. Wat is het dagelijks offer. Ik zeg het heel voorzichtig. Elke morgen, elke avond was er een dagelijks offer in Israël. Elke morgen werd de Here God gedankt, geprezen voor het werk, door een offer, door een brandoffer, door een offer. En die koning zegt: “Niet meer nodig, weg er mee. Eh, eh, je met die kant op kijken.” Zal ik het anders zeggen: “Als u niet meer elke dag dankt voor de Here Jezus, als u niet meer elke dag Hem voor Wie Hij is, voor wat Hij heeft gedaan op het kruis. Voor Zijn geboorte, voor Zijn komen, voor de ganse volheid de godheid in één klein wieggetje, in één klein kribbetje. Als u niet meer dankt voor dat wat God heeft geopenbaard, wat God liet zien in de Here Jezus, dan dankt u waarschijnlijk ergens anders voor.” Dan is het dagelijks offer al gestopt in jouw leven. Ja, maar we hebben zoveel te bidden. Ja, ok, ik snap het. Er is inderdaad ongelofelijk veel te bidden. Doe dat. Bid voor elkaar, bid voor elkaar. En dat door gebed en door smeking elke zaak bekend worden bij God. laat alsjeblieft het gebed toenemen. Maar dat is niet hetzelfde als het dagelijks offer. Het dagelijks offer is Hem prijzen voor Wie Hij is. God groot maken voor wat Hij heeft gedaan. Voor de Here Jezus Die hier op aarde kwam. En die Zijn leven gaf, het Lammetje. Voor Hem die de bron is van alle zegen, waardoor Hij zegenen kan. Waardoor er überhaupt zegen kan komen. Hij is die bron van zegen. Dank God daarvoor, elke morgen. En de duivel zegt: “Nee, ja, de kracht van het positieve denken. Als jij je focust op een nieuwe auto, en je denkt: het moet een Ferrari worden, dan krijg je een Ferrari.” Zeggen zelfs godsdienstige mensen. Vincent Peal, en in zijn kielzog een hele horde. Dat is geen onzin, dat is waar. Ik hoop dat je me goed begrijpt. Als jij je volledig richt op jouw gezondheid, op jouw welzijn. Op dat wat van jou is. Jij, jij mag genieten, jij mag er zijn, jij bent uniek. Je bent ook uniek, maar is dat het. Is dat het dagelijks offer. Here God, dank U dat ik uniek mag zijn. Is dat het dagelijks offer. Antwoord: nee. De mens der wetteloosheid die zich verheft, en die van zichzelf zegt dat hij een god is en die op een verdraaid handige manier de waarheid ter aarde werpt, die de leugen laat geloven, die de leugen introduceert, onwaarheid spreekt. 2 Tess. 2, expliciet. Wij haasten ons, als maranatha-mensen, om te zeggen: “Ja, maar dat zal pas zijn beslag krijgen als de Gemeente weg is.” Amen. Weet je, het duurt niet meer zo lang of wij gaan weg. Wij zijn het gewoon zat hier in omgeving Veenendaal en we gaan gewoon stoppen. We gaan met z’n allen gaan we er van door. We bestellen een hemelwagen en we laten ons zo naar de Here Jezus brengen. Nou, ging het maar zo, dan had ik hem allang besteld denk ik. Maar ik ben u niet zat hoor, kan ik niet zeggen. Maar, je kunt zo moe zijn van allerlei dingen om je heen, dat je denkt van: Here Jezus, kom alstublieft. Er is nu een weerhouder. De geschiedenis van Daniël zegt dat er een koning komt, een genieperd, een gluiperd, die op alle mogelijke manieren in Jeruzalem, in het huis van God, in de tempel, aan zichzelf eer wil geven en die de waarheid ter aarde werpt. Die ook nog leiders meekrijgt, grote mannen meekrijgt, ja ook nog aan zijn kant krijgt. Ja, hij schopt ze later weer weg, want wat heeft hij eraan, want hij wil het alleen maar zelf. Dus hij wil helemaal niet dat die mensen ook nog een beetje eer krijgen, helemaal niks. Maar goed, dat gebeurt. En dan is er een eredienst in overtreding ingesteld. En wat hij ook bedenkt, het lukt kennelijk allemaal. Dat is de taal van Dan. 8. En die man die in Dan. 8 omschreven wordt is de mens der wetteloosheid. En de enige die die mens der wetteloosheid kan verdoen, dat is de Here Jezus, met de adem van Zijn mond. Zonder mensenhanden. Dus hij komt er met zijn vingertjes niet aan. Hij huh, hij is weg, denk ik. Zo gaat het. Maar die mens der wetteloosheid heeft wel de waarheid ter aarde geworpen. En hij heeft de leugen binnengeschoven. En hij heeft mensen omgeturnd. Hij heeft leiders meegekregen. Niet alleen Kuitert. Ja, die zegt dat er niks meer is. Niet alleen den Heyer, die zegt: “Nee, ja, is nog wel wat, maar het offer van Jezus, dat bloed, nee.” Er zijn nog meer. En ik ben heel erg bang dat de waarheid langzaam maar zeker uitgehold raakt en dat we niet meer mogen praten over de Here Jezus. Dat het niet meer over Hem gaat, maar dat het over de mens gaat. Ik schrik me soms lam. En u misschien ook. Dat is de werkelijkheid. Maar komt dat dan toch tot z’n volle ontplooiing in onze tijd. Nee, gelukkig niet. Want er is nog een Heilige Geest ook. En daar ben ik heel gelukkig mee. En als je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser, dan is de Heilige Geest in jou gaan wonen. En dan is er in jou een weerhouder, een soort dam, een soort muur, een soort scherm waardoor dit niet ten volle tot je door kan dringen. Maar toch kan het aan je ziel peuteren, kan het dichterbij komen. Het geheimenis van de wetteloosheid werkt al, maar wordt nog weerhouden, wordt nog tegen gehouden. Het feit dat wij hier nog zijn is een buffer voor de hele streek. Ja, de hele streek zou je dus vanaf nu een bosje bloemen moeten sturen. Want jij bent dan toch tot zegen voor de hele streek. Ze zien het niet, maar ok. Ze zien het inderdaad niet, maar je bent het wel. Je bent een zegen. Je vraagt je soms af: Wat zal ik voor kroontje krijgen. Ik ben nooit voor iemand tot zegen geweest. He he, dat laat je raden. Waarschijnlijk ben je veel meer tot zegen geweest dan jij vermoedt. En zelfs uit de dingen die je niet gedaan hebt zou wel eens zegen kunnen komen. Dat je niet meer meedeed. Of niet meeging. Of niet meer sprak zoals zij spraken. De Here beloont, de Here beloont jou. Maar er komt een moment dat de weerhouder weg is. Welk moment wordt hier bedoeld. Ja, opname van de Gemeente. Het weggaan van de Gemeente, het naar de Here Jezus gaan van de Gemeente, de Maranatha-gedachte. Daar sta ik voor 1200% achter, als dat zou kunnen, maar voor 100% probeer ik het. De gedachte dat de Here Jezus wegneemt. Maar als de Gemeente weg is, dan is de waarheid weg. Dan is die buffer weg, dan is dat stukje scherm, dat stukje drempel weg. Dan kan de duivel zijn volle gang gaan. Nou, dat is wat in Dan. 8 omschreven wordt. Wat een tijd als eer geen tegenkanting, geen scherm, geen afdichting meer is. Wat een vreselijke tijd moet dat zijn voor deze wereld. In Dan. 8 staat een koning uit het noorden zichzelf god te noemen. En hij gaat de waarheid ter aarde werpen. Hij gaat een eredienst in overtreding instellen. Hij gaat zich zetten in de tempel en hij gaat het heiligdom te gronde richten. Dat betekent gewoon compleet verontreinigen, helemaal kapot. En mensen die voor liepen, mannen Gods, die worden meegenomen, die worden ook ingepakt. En tegen de Vorst van het heir, tegen hun Here, maakt hij zich groot. Eigenwijs, God dit en God dat. Als God zus of als God dan, dan had Hij dit of dat moeten doen. Hele arrogante taal.
We vinden hier in Dan. 8 een omschrijving van de mens der wetteloosheid. het wordt toch tijd dat je dit leest en snapt. Want het geheimenis werkt al. Daar komt een moment dat de leugen echt, niet alleen gevonden wordt, maar dat dat gemeen goed is. En er zijn zelfs mensen die daarin volledig meegaan. We leven in een hele gevaarlijke tijd. Ik vind dat Dan. 8 een stukje profetie is, de tijd van het einde, de laatste dagen. En dat het te maken heeft met die drieëntwintig, getal van tweeduizend driehonderd avonden en morgens, 2300 dagen Vrijwel zeven jaar, op een paar maanden na. U ziet, die tijd na de opname van de Gemeente. Het is de tijd dat als de Gemeente weg is, de tijd van grote verdrukking, zit een stuk druk in, zit een stuk overgang in. Het is niet helemaal zeven jaar maar vrijwel zeven jaar hier. Die tijd gaat komen. En de gelovigen die dit nu gaan zien zeggen: “Here Jezus, kom alstublieft” en “Here Jezus, laat me alstublieft mijn buurvrouw nu nog redden. Laat me alstublieft een getuige mogen zijn voor mijn kinderen, voor mijn omgeving. Laat me alstublieft mogen vertellen van de Here Jezus. Geef me morgen een kans Here.” En als je morgen een kans krijgt moet je niet Jona zijn, weglopen, vrachtprijs betalen. Dat kost altijd geld hoor. Want je moet nog een keer, dus je moet terug, kilometers extra. Ja, gegarandeerd, kost je altijd een prijs. Maar laat je alsjeblieft gebruiken. Zouden we nu niet tegen elkaar durven zeggen: “Wij dan wetende de schrik des Heren”, we weten eigenlijk wat er komt, “we willen de mensen overreden: Laat u met God verzoenen.” We willen de mensen vertellen: Geloof in de Here Jezus. Nu kan het nog. Maar ook: We willen de mensen vertellen dat de duivel werkt. We willen vertellen dat de mens der wetteloosheid komt. En dat dat nu al, nu al werkt. Dat dat nu al bezig is zich te ontwikkelen. Hoeft niet invloed te hebben in je denken, want de Heilige Geest is er. En stel je voor dat de Heilige Geest in jouw leven uitgeblust kan zijn. Kan hè, bijbels. Je kunt Hem bedroeven, je kunt Hem uitblussen. Je kunt ook vervuld raken. Maar stel dat het een beetje uitgeblust is, consequentie….. Zou kunnen toch. En als de Heilige Geest in de gemeente uitgeblust is. Gaat het dan nog om de Here Jezus, of gaat het dan om de mens. En als het om de mens gaat, is dat dan niet een stukje eredienst in overtreding tegenover her dagelijks offer. Ik heb met heel veel pijn de afgelopen dagen meegemaakt. Ik had gehoopt dat de stemming afgelopen vrijdag anders zou uitvallen, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik had gehoopt dat er van de hervormden wat meer zouden zijn die zeiden: “We doen het niet.” Ze hebben het wel gedaan. We hebben een nieuwe kerk in Nederland, 2,6 miljoen leden. Op één na de grootste, maar groter dan de moslims staat in de krant. Wat een eer. Sorry hoor, maar zo staat het in de krant. Ik citeerde. En over de Here Jezus hoorde ik niks. Ik kom uit die hoek. Het doet je pijn. natuurlijk is het misschien goed dat je elkaar niet meer bevecht. Dat had nooit gemogen, had nooit gemogen, vroeger ook niet. Maar zoiets. Ik wil geen schuld oproepen, maar ik zie de mens deer wetteloosheid terrein winnen. En zelfs groten gaan mee. En dat gaat maar door. Dan. 8 is heel erg actueel. Veel actueler dan wij vermoeden. Daniël was verbijsterd toen hij het zag. Hij hoorde een stem van iemand. Waarschijnlijk de stem van de Here Jezus. Maar laat ik nu even los, want dat komt in Dan. 10 terug. Maar hij hoorde een stem, en Gabriël is de man die in Nazareth het mag zeggen: ‘Hij komt”, en die in Jeruzalem mag zeggen aan Zacharias, “Denk erom, hij is de wegbereider. Diezelfde Gabriël zegt hier: “Komt in orde”. Maar dat duurt nog even. Ik ben zo blij dat Gabriël in het NT terug komt en zegt: “En nu is het zover. En nu is het zover. Nu komt Hij die uiteindelijk de mens der wetteloosheid zonder handen”, dus niet met eigen kracht of zo, “door de adem van Zijn mond zal weg doen, de Here Jezus.” We moeten terug naar de Here Jezus, we moeten terug naar Hem. en we moeten de mensen vertellen van de Here Jezus. We moeten elkaar vertellen van de Here Jezus. En we moeten elkaar eigenlijk bevragen van: Wat was het dagelijks offer bij jou vandaag. Ik heb het niet over de collecte, die is al geweest. Ik heb het over je hart. Wat heb je aan de Here Jezus gegeven vandaag. Wat hebben wij Hem gegeven. Of was het lijstje van onszelf zo lang dat we niet aan Hem toekwamen. ik bedoel, ons gebed voor. Nou, neem maar een aparte tijd, maar bedank de Here Jezus. Dank Hem, en laten we elkaar vertellen van de Here Jezus. Laten we elkaar bemoedigen. laten we elkaar opwekken om Hem te prijzen, om Hem te bejubelen, om Hem glorie en eer te geven.
De Here zegene jullie, amen.