Discipelschap avond 6

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

6 Discipelschap – Training Bijbellezing over Matteüs 7 vers 7 – 28

door Dato Steenhuis,

22 november 1999
      Lezing

We gaan beginnen met een klein stukje te lezen uit Matteüs 7:7-28.
7 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. 9 Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? 10 Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? 11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.
12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.
13 Gaat in door de enge poort, want wijd is [de poort] en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.
15 Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. 16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. 19 Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 20 Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen.
21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.
24 Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. 25 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. 26 En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. 27 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot.
28 En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen versteld stonden over zijn leer, 29 want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden.
De 6. avond over dit laatste stuk van de zogenaamde “Bergrede”. We hebben net samen het slot gelezen, dat de Here Jezus deze woorden zo beëindigde en dat de scharen verstelt stonden over Zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden. Schriftgeleerden in die tijd, waren kennelijk nogal theoretisch, misschien ook dogmatisch, maar dit onderwijs was van een andere orde. Dit onderwijs van de Here Jezus heeft kennelijk diepe indruk gemaakt op de mensen in Zijn nabijheid. Een hele groep mensen moet daar hebben gezeten. Iedereen, die ooit daar geweest is, weet ongeveer waar die locatie is. Daar bij die berg van de zaligsprekingen staat vandaag een heel mooi kapelletje, maar wat verder naar onderen zou je in het gras kunnen zitten en vandaag nog dezelfde dingen kunnen meemaken, die er toen geweest zijn. Dat is op zich al een ervaring. Maar daar gaat het nu niet om, het gaat om het stuk onderwijs van vanavond. Ik moet afronden, ik moet ook afsluiten.
Elke avond heb ik gezegd, dat Matt. 10 vers 25 een stuk sleuteltekst is: “Het is de discipel genoeg om te worden als zijn meester.” We zullen op Hem moeten gaan gelijken of mogen gaan gelijken. Ik hoop ook echt dat dit gebeurd, dat wij zoveel van de Here Jezus uitstralen, dat anderen niet ons, maar Hem zullen gaan zien. Ook probeerde ik elke avond duidelijk te maken, dat het bij discipelschap niet gaat om in de hemel te komen, maar om de vraag of je bruikbaar bent voor de Here. Of Hij jou inzetten kan en dat zal vanavond ook weer nodig zijn. Ik bedoel deze stelling, dat het niet gaat om in de hemel te komen, maar om bruikbaar te blijven. Dat is misschien elke avond wel doorgekomen, maar ik hoop toch, dat u dat heel, heel scherp vast houdt. U komt niet in de hemel, omdat u het goed doet als een discipel. U komt alleen in de hemel, omdat u gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus. De enige mogelijkheid, om in de hemel te komen, is geloven in Hem. That’s it! Een ieder die gelooft, dat de Here Jezus gestorven is voor zijn of haar zonden, mag weten eeuwig leven te hebben en is vanaf dat moment een nieuwe schepping. En vanaf dat moment is het oude voorbij, is het nieuwe gekomen. Niet de vraag, ben ik daarna wel een goed volgeling van de Here Jezus geweest, maar de vraag, geloof je dat de Here Jezus voor jou schuld en voor jou zonden aan het kruis gestorven is en ben jij met jou schuld tot God gegaan en heb je eerlijk gezegd: Here God hier ben ik met mijn prut en mijn schuld en mijn zonden? Een ieder, die gelooft heeft eeuwig leven. Ik bedoel: gelooft in Hem, in de Here Jezus, heeft eeuwig leven. Ik ga ervan uit, dat iedereen dat ooit gedaan heeft. Die heilszekerheid ziet ‘m niet in je discipelschap. Die heilszekerheid ziet ‘m in het geloof in de Here Jezus. Maar wij zijn hier achter gelaten, niet om, laat ik zeggen, alleen maar wat te vissen en te spelen en wat autotjes te besturen, maar wij zijn hier achter gebleven, om voor de Here Jezus een getuigenis te zijn. We hadden gelijk na onze bekering naar de hemel kunnen gaan, dat is niet gebeurd, wij hebben hier kennelijk iets te doen. Nou daarover ging het. Nu wil de Here Jezus ons leren, hoe we dat discipel zijn van Hem inhoud kunnen geven. We hebben al vele dingen mogen zien.
Nu, we komen aan een afronding toe, aan een slot toe en de Here Jezus begint met te zegt: bid en u zal gegeven worden. Over het bidden had Hij gesproken, we hebben hierover gepraat met elkaar. Zoekt en gij zult vinden. Wij hadden over zoeken al gesproken met elkaar, namelijk, bijvoorbeeld Matt. 6 vers 33: zoekt eerst het koninkrijk en Zijn gerechtigheid, zoekt en gij zult vinden. Dus de Here had over bidden gesproken, had over zoeken gesproken en Hij heeft ook gezegd: klopt en u zal worden open gedaan. Je kunt inderdaad ervan op aan, dat Ik er voor je ben, zegt de Here Jezus. Wij hebben in een van de avonden al gerefereerd, dat was naar aanleiding van het vasten, aan Jesaja 58, daarover hadden wij ook gesproken, en het merkwaardige is, dat in het Oude Testament dat vasten inhoud krijgt, heel anders dan nu vaak gezegd wordt, namelijk, dat jij je niet onttrekt aan je eigen vlees en bloed, en dat jij het wijzen met de vinger na laat en dat jij voor de armen je brood gaat breken, kortom een discipelschap leven gaat lijden, en het merkwaardige is, dat er dan staat, als je dan roept, zeg Ik hier ben Ik. Het is net alsof iemand dan…. Je klopt aan ergens of je belt aan en iemand roept: ik doe open, hoor. Nou zo ongeveer. De Here God zegt: dacht je, dat Ik er dan niet zou zijn voor je? Ik ben er voor je. Temidden van de strijd waarin jij en ik gezet zijn, de strijd die hier nu, hier nu op aarde nu gevoerd moet worden, strijd tegen boze machten, een strijd in deze boze wereld, een strijd, die te maken heeft met de Here Jezus zelf. En de satan heeft slechts een doel, en dat zal ik morgen avond nog een keer zeggen in een hele andere zetting in Veenendaal, maar hij heeft maar een doel en dat is het verslinden van Hem. Daar is hij op uit. Vanaf het moment, dat jij getuigt van de Here Jezus, zullen zijn aanvallen jou ook gaan treffen. En dat is niet zo leuk. Easy going is iets wat ons beter ligt. Een beetje gemak, een beetje rust en een beetje godsdienst, maar ook een beetje lol, een beetje vreugde, een soort mix van alles. Het merkwaardige is, dat in dit hoofdstuk heel precies staat, dat dit niet kan, dat dit niet gaat. Waarom niet? Als je echt een discipel bent voor de Here Jezus, laat je zien wie de Here Jezus is en op dat moment zal de vijand zich verbijten en hij doet zijn uiterste best om dat mannelijk wezen, ik citeer Openbaring 12 nu even, om dat te verslinden. Zodra zich dat gaat openbaren, staat hij erbij met al zijn power, om dat weg te nemen. Dat God dat verhindert is een andere zaak. Dat is ook de taal van Openbaring 12, de Here verhindert dat, de Here laat dat niet toe. En dat kind wordt weggerukt naar Zijn troon. De duivel is echts van zins om de kleinste openbaring, in de vorm van een kind, om dat weg te rukken. Vanaf het moment, dat jij en ik iets laten zien van de Here Jezus, zal de duivel zijn uiterste best doen, om te verslinden. “Zoekende, wie hij zou kunnen verslinden”. Bidt, zoek, klop, dat betekent het ongeveer. In die tijd, als jij bidt, Ik ben er voor je. Als jij zoekt, jij zult het vinden. En als jij aan de deur klopt, Ik doe open. Ik ben er voor je. Een vader zal zijn zoon beslist geen steen geven, als hij een brood vraagt. Dat is ook de list van de satan geweest, toen hij de Here Jezus verzocht. Hij zei: zeg dan tot deze stenen, dat ze broden worden. Het is natuurlijk het omgekeerde van wat hier staat, maar de satan suggereert eigenlijk, God had wel eens voor brood mogen zorgen hier. En er zijn allemaal stenen hier, midden in de woestijn. Die God had het wel ander kunnen redigeren, maar de Here Jezus heeft dat door. God geeft je geen steen, als je om een brood vraagt. Hij zegt daar: sorry, er zijn belangrijkere dingen dan brood. Daarmee heeft Hij de aanval gepareerd. Maar ik wil gewoon duidelijk maken, dat God nooit een steen geeft voor brood, nooit. En die stenen, waarvan satan zei, zeg dan tot deze stenen, dat ze broden worden, dat suggereerde eigenlijk, nog een keer, dat God zo is. Maar zo is de Here niet. Degene, die door ons als Heer wordt aangebeden en aangemerkt, is niet iemand, als wij kloppen niet open doet of als wij zoeken zich niet laat vinden, zich dan gaat verstoppen of als wij bidden, er gewoon niet is. Hij is er en Hij geeft, als wij erom bidden. Met andere woorden: discipelschap betekent in de strijd gaan, echt naar het front gestuurd worden, want daar ging het immers om, het was een stukje training om uiteindelijk bij het front terecht te komen. Ik weet best dat je nou met trillende broekspijpen staat en denkt van, wat overkomt me nu, hoe gaat dit verder, maar toch is dat de intentie van discipelschap, om als een strijder voor de Here, als een getuige, als een fakkeldrager voor de Here, hier te staan en risico te lopen. Want aan het front loop je risico. In de veilige kazerne, daar heb je heel weinig te duchten. Natuurlijk kan er een bom vallen op die kazerne, maar aan het front heb je meer risico. Als je in de kerk blijft zitten, gewoon zondags, weet je wel, heerlijk veilig met elkaar, lekker warm, heb je heel weinig risico. Voel je ook, de strijd is daar niet hevig. Soms onderling, maar dat is wat anders. Wel kerkbouw, geen kerkbouw, maar…er zijn ook andere items. Ik wil daarmee zeggen, in de kerk is het tamelijk veilig, is het gewoon beschermt. Maar zodra je buiten komt, dan loop je risico. Zodra je aan het front komt, loop je risico. De Here Jezus is er voor je. En bovendien, een algemene stelling, je moet toch maar ervan uit gaan, dat wat je zelf graag wil, dat een ander dat ook graag wil. Daar mach je ook nog vanuit gaan. Maar dan gaat de Here verder met die zaak toe te spitsen. Hij heeft dus al gezegd, moet je ’s luisteren, je wordt als een soldaat naar het front gestuurd, nou dat is best eng en nu zegt Hij, ga in door die enge poort. En breed is de weg en wij hebben allemaal denk ik nu wel een plaatje voor ons, tenminste ik veronderstel van wel. Van de brede en van de smalle weg. Ik heb dat vroeger ook bestudeerd, ik begreep het echt niet toen. Ik woonde in een dorp en daar had je niet eens een bus, laat staan een zondagstrein, die bestond er helemaal niet in mijn verbeelding. Ik heb dus nu al gezegd, wat op dat oude prentgeval staat. Namelijk: smalle weg en een brede weg. Op de brede weg zie je dus een danslokaal, dat is een ander woord voor een disco, maar dat woord bestond toen niet, daar staat iets van een cafetaria of een cafe-achtig gebeuren op, en daar is natuurlijk een zondagstrein. Dat zijn de elementen, die daarop te vinden zijn. Daarnaast is natuurlijk de weg die dan ten leven leidt. Nu gaat het, en ik hoop dat u mij dat niet kwalijk neemt, daarover niet. Zo is het wel neergezet, zo van: en als ik dan toch in die zondagstrein stap, dan zit ik verkeerd. Als ik toch op een van der manier de dansvloer betreed, dan zit ik dus niet goed. Dat is de brede weg en die leidt naar het verderf. Ik begrijp de waarschuwende boodschap wel en daar heb ik ook geen moeite mee. Maar om nu te zeggen, dat dit de route is naar de Here toe, dan zeg ik neen, de route naar de Here Jezus is, zoals zo pas gezegd: het geloof in het volbrachte werk van Hem, die op het kruis van Golgotha stief. Hij zei: Ik ben de Weg. Niet Ik ben de brede weg of de smalle weg, Ik ben de Weg. Er is geen andere. En Ik ben het Leven en Ik ben de Waarheid. Hier staat dat stukje over die brede in die smalle weg, voor discipelen. Moet je eens luisteren: in jou leven als discipel, als volgeling voor de Here Jezus, -en dat de Here je daarvoor gaat belonen, dat is een tweede, dat komt, Hij gaat je daarvoor belonen. Beloning en discipelschap horen bij elkaar. Dat heb ik omstandig uiteen gezet de eerste keer. – Maar het gaat er nu om, dat jij en ik, nu durven zeggen: Here Jezus, wij willen dit behoorlijk serieus oppakken. En wij willen niet de hele brede route van de hele wereld, want die is zo breed als ik weet niet wat, daar kun je alle kante op, maar we hebben maar een route, dat is Uw route en die is in de ogen van iedereen ontzettend smal. Eng. Niet eng in de zin van vreselijk, van schrikbeelden en van spoken, dat woord eng, zo niet. Maar eng in de zin van, dat is niet een soort weg, waar alle toleranties mogelijk zijn. Een enge weg. En die enge weg leidt tot leven. Welk leven is hier dan bedoeld? Nou, leven als discipel, bruikbaar blijven als discipel. Net zo goed als die boom, waar ik het straks over ga hebben, ook niet betekent dat je eeuwig verloren gaat, maar dat je gewoon bruikbaar bent en vruchten draagt. Daar gaat het om. Het gaat erom in dit stuk, dat wij bruikbaar zijn voor de Here Jezus, inzetbaar zijn, daar gaat het hierover. Ik begrijp, nog een keer gezegd, heel goed, dat men het verhaal van die smalle en die brede weg neerzet, om te zeggen, ja, je zult moeten kiezen, maar dan, stel dat je je dan vergaloppeerd? Iedereen is per saldo op die brede weg. En dan, en wat is dan de inkleuring voor nu? Vroeger was een danslokaal iets vreselijks en nu is er dansles in de kerk. Sorry, dat ik het even plat zeg, ik maak dat niet meer mee. Ik ben zo stijf als een hark, ik hoef dat ook niet misschien, maar bij wijze van spreken. Het is toch gigantisch verandert in de loop van een paar jaar. Hier gaat het erom, dat er een brede en een smalle weg is. Broeder en zuster, als jij de Here Jezus wilt volgen, dan komt het heel precies, dat bedoelt de Heer Jezus. Het is heel precies. Je kunt je niet mee laten voeren met de hele “main stream”, ja met alles wat maar zwemt en alles wat maar gaat. Nou kijk dan maar rond. Soms zie je iets, soms lees je iets, klein stukje interview met een predikant, die zegt dat ie predikant is, maar wie is God dan? ja zegt ie, dat zou ik niet weten. Hebt u dan niets aan God? Nee, ik zou het niet weten. Nou ja, dominee huppel die pup ergens. Misschien wel huppelend, maar niks, inhoudelijk nul. Maar wel breed en woede over, en verbittering daar. Ja maar je moet ook woede hebben, dat moet, dat hoort zo, dat zit in de mens gebakken, maar niets van het nieuwe leven. Triest. Als jij en ik ons laten meesleuren door die grote stroom, dan vergeet het maar. Als je discipel wilt zijn, dan komt het heel precies. Dat precieze is al aangeduid. Maar het spitst zich noch verder toe. De Here Jezus zegt, moet je eens luisteren: daar zijn nog valse profeten ook en je moet ook zelf oppassen, dat je niet zo iemand wordt. En die valse profeet, die wordt hier vergeleken met iemand: een roofgierige wolf, die in schapenvacht tot je komt. Maar het is alsof dit beeld onmiddellijk omgedraaid wordt naar een boom toe. En een boom, die geen vruchten voort brengt, geen goede vruchten voortbrengt, is dus een slechte boom en die vruchten, die zijn eigenlijk normatief. Maar een boom, die geen goede vruchten voort brengt, die is niet meer bruikbaar. Dat is dezelfde taal als in Joh. 15, waar het gaat om de wijnstok: Ik ben de ware wijnstok, gij zijt de ranken. Elke rank aan mij, die vrucht draagt, die zal ik snoeien, opdat er nog meer vrucht zal komen, maar, als er geen vrucht is, afkappen en verbranden. Oh, daar was ik een beetje gelovig, daar was ik een beetje een kind van God, wordt ik afgekapt, wordt ik buiten de wijngaard gegooid, de fik erin, weg alle hoop. Dat is ook niet de taal van Joh. 15. Daar zegt de Here Jezus precies wat hier staat: Ik kan je niet meer gebruiken. Ik zeg niet, dat je geen gelovige bent, maar je bent niet meer bruikbaar. Ik hoop, dat dat overkomt, dat dat echt overkomt, want daar gaat het echt om. Want als u dit gaat koppelen aan eeuwig heil, aan eeuwige zaligheid, ja dan kom je nergens, dan kom je echt nergens. Dan blijf je heen en weer slingeren, dan heb je nooit eens houvast, dan heb je absoluut geen zekerheid, bestaat niet. En daarom is het zovaak vaag, daarom is er zo weinig helderheid en zoweinig echt houvast van: ik ben een kind van God, ik mag als kind van God leven. Sommigen zullen zeggen, ja maar dat is een makkelijk Evangelie, daar zit helemaal geen stok meer achter de deur. Nee, die stok is er al geweest, die stond op Golgotha, weet u wel, die stok die daar stond. Dat is niet makkelijk. Als je echt beseft, wie je zelf bent in Gods ogen, dat je reddeloos verloren was en dat je door het geloof in Hem eeuwig leven kon krijgen, dan ga je daar niet meer makkelijk over praten, dan kun je niet zeggen: ja, dat is een makkelijk Evangelie, dat is een gemakkelijk geloof, zeg, het maak allemaal niets meer uit, het maak gewoon niets meer uit, je gelooft en je komt in de hemel. Mensen, die het zo zeggen, weten van het kruis nul komma nul. Sorry, hoor, mijn kwalificatie. Misschien is dat te fanatiek. Maar feit is, dat het hier niet mag gaan om, als ik dit nu doe, ja dan kom ik er en als ik dit niet doe, dan kom ik er dus niet. DAAR GAAT HET HIER NIET OM. En dat moet helder zijn. Discipelschap heeft te maken met jou inzetbaarheid in deze boze wereld, als een strijder aan het front, maar het kan zijn, dat je in de hemel komt, nu citeer ik 1 Kor. 3, het kan zijn, dat je in de hemel komt, zo kaal als een … ja, luis zeggen ze tegenwoordig, maar ik weet niet hoe kaal een luis precies is, ik been ook geen bioloog, maar je hebt helemaal niets. Je komt in de hemel, je hebt misschien hout, hooi en stro bij je, je denkt nog dat dat wat soelaas biedt, nu dat blijkt ook te verbranden, alleen als er goud, zilver en kostbare stenen zijn, dan red je het. Maar zo iemand komt, als door vuur heen in de hemel, is wel behouden, maar heeft niets. Dat bedoelt de bijbel nu precies met discipelschap. Als jij zo in de hemel komt, dan lijdt je schade aan je ziel, dat staat daarbij. We hebben misschien al een keer eerder gezegd, is dat een achteraf plaatsje in de hemel, een soort voetenbankje. Iedereen een luie stoel en jij dan een klein voetenbankje of zo, of een klapstoeltje, weet ik veel hoe je dat moet benoemen, maar je kunt je daarbij iets voorstellen. Is dat het wat voorstaat? Nee. Waar het om gaat is, denk ik ten diepste, dat als je de Here Jezus ziet, dat je gewoon niets hebt. Ik heb het zo vaak heel plastisch voorgesteld. Als Hennie en ik samen naar de Here gaan en zij heeft voor de Here Jezus geleefd en ik niet en zij komt eraan en ik kom eraan, ik tamelijk kaal en zij houdt nog iets over, maar dat wat ze overhoudt, dat is een geschenk voor de Here Jezus, dat geeft zij aan de Here Jezus. Here Jezus, dit is voor U. Ik zeg: ik heb niets voor U Heer. Ik moet U wel dankbaar zijn, maar ik heb niets voor U. Dat is eigenlijk, wat hier bedoelt is. Dan lijdt je schade aan je ziel, omdat je op dat moment heel helder weet, dit is gewoon stom, fout, niet goed, zonde geweest. Niet om niet in de hemel te komen, maar daar is niets voor Zijn kroon, daar is niets voor Zijn glorie, daar is niets, wat Hem versieren kan, door mijn werk. Dat bedoelt de Here Jezus. Moeten we dan toch iets fabrieken? Nee, we mogen ook anderen laten zien, wie de Here Jezus is.
Maar valse profeten, die komen misschien in prachtige gewaden naar je toe, maar van binnen zijn het wolven. Ze worden hier vergeleken met slechte bomen, daar is geen vrucht. Vrucht is, uiteindelijk wat stand houdt, wat waarde heeft. Nu, wat houdt dan waarde en wat blijft bestaan? Goud, zilver en kostbare stenen. Ik citeerde niet 1 Kor 3, maar dat is wel, wat er bedoeld is. Met andere woorden, als zulke mensen vandaag naar je toekomen, als die mensen proberen om jou een beetje te beïnvloeden, alsjeblieft, maak je daarvan los, want die mensen blijven niet. Die mensen zijn wel bomen, maar ze worden ontwortelt, ze worden verbrand, want de Here kan ze niet gebruiken, ze zijn waardeloos voor Hem. Maar jij moet ook de les durven trekken, van: ben ik dan zo een goede boom? Ben ik dan iemand als een gezondene van de Here, heb ik dan door mijn gedrag, door mijn woorden wel iets opgeleverd? Je kunt met woorden heel makkelijk je gedachten verbergen, zei een politicus. Maar ik denk, dat ook gelovigen wel eens aan het trainen zijn, om zo weinig mogelijk te zeggen, soms met een hele rij woorden, maar ze zeggen eigenlijk niets. Wij worden naar het front gestuurd, wij worden echt op pad gestuurd, om voor de Here Jezus te spreken en om Zijn worden door te geven. Nou, dat is niet leuk, dat gaat binnenskamers heel goed, soms, ook wel eens niet, als je verschil van ligging hebt en zo, maar in het algemeen is dat binnenskamers goed te doen, maar is dat buiten veel en veel moeilijker. Het gaat bij discipelschap niet om naar binnen toe, maar om naar buiten toe. En de Here wil, dat jij een profeet bent, een gezondene. Een valse profeet, ja je kunt een heel mooi verhaal vertellen en je kunt je echt heel mooi aankleden, je kunt het helemaal versieren, als het niet om de Here Jezus gaat, stop er dan maar mee. En ook mensen, die de mond vol hebben met van: Here, Here, die worden hier ook ontmaskert. Dat zegt ook niets, zegt de Here Jezus. Lippentaal zegt helemaal niets. Want mensen, die roepen Here, Here, gaan die dan naar binnen? Zijn zij dan bruikbaar? Nou nee, als ze niet de wil doen van Hem, die gezonden heeft, van de Vader die in de hemelen is, ook al heb je in Zijn naam geprofeteerd en in die naam boze geesten uitgedreven, nou dat gaat ons als heel erg ver, en in Uw naam vele krachten gedaan, Ik zal openlijk zeggen, Ik heb u nooit gekend, gaat weg van mij je werkers van de wetteloosheid. Ik kan je niet gebruiken. Ik kan je in het koninkrijk van God geen plek geven. Ik ben echt er niet voor jou. Ik wil je niet als ampeljé, als dienaar, als knecht, Ik wil je zo niet. Taal zegt dus niets en zelfs wonderen zeggen niets, zegt de Heer Jezus en dat is al een tweede keer, dat Hij dat zegt. In Lucas staat het verhaal van de arme Lazarus, die in de schoot van Abraham terecht komt en de rijke man zit in de plaats van pijn en zegt, stuur dan Lazarus naar mijn broers. Ja, zegt Abraham, maar ze hebben toch Mozes en de profeten. Ja maar, als er nu iemand uit de doden opstond…. Als ze Mozes en de profeten niet geloven, dan zullen ze ook niet geloven als er iemand uit de doden opstond. Met andere worden, als er tekenen en wonderen komen, gigantische wonderen, dat zegt niets. En hier nog een keer. Wij zijn misschien een beetje gefocust op: was er nu maar een keer een groot wonder in onze gemeente of in onze kerk, gebeurde er maar eens wat (ik hoop ook dat er wat gebeurd, ik hoop ook dat de zaak in die zin in laaiend enthousiasme terecht komt), maar het hebben van een wonder of het claimen van een wonder is op zich ook niet alles. De Here Jezus zegt, dat is het niet. Als het niet gepaard gaat met het verlangen, om die enge weg te gaan, om die hele speciale route te lopen, die Ik voor heb, dan lukt het niet, dan is het niets. En laten we nu a.u.b. helder zijn: lippentaal is dus niets, het feit dat je je voor een profeet uitgeeft zegt dus niet, het moet om de vrucht gaan en de vrucht wordt door God zelf gewerkt, door de Heilige Geest. Daarom zegt Paulus zo nadrukkelijk, dat de vrucht van de Geest is. Nou die is er niet om in de hemel te komen, die is pas gekomen, omdat je in de hemel komt. Maar die vrucht, die moet je wel laten groeien en als jij je daarvoor afsluit, dat kan, je kunt de Heilige Geest bedroeven, je kunt de Heilige Geest uitblussen, dan komt er geen vrucht. Discipelschap wil zeggen: aan het front staan, echt voorop met vruchten voor God. En hoe dan? Dat is nu eigenlijk wat de Here Jezus als een soort slot gaat zeggen. Hoe is dat dan? Hoe gaat dat dan? Wat is dat? Ik wil toch proberen je mijn hart en mijn gedachten te tonen. “Een ieder nu, die deze Mijn woorden hoort en ze doet, die zal gelijken op een verstandig man.” We leren dat onze kinderen, althans in onze gemeente wel. Dus bouw je huis op Jezus, de rots. Dat staat wel niet in de Bijbel, maar het derde couplet en we zeggen met onze kinderen, ja dat dat eigenlijk moet en daarmee bedoelen we eigenlijk leven uit God. Nu de Here Jezus zegt het weer in relatie tot discipelschap en daar wil ik als uitlegger in elk geval de nadruk op leggen. Wat je daar verder zelf mee doet, dat is mij goed, maar dit moet in elk geval helder zijn. Als dit niet helder wordt, dan wordt de rest nooit helder. Hier staat dat de Here Jezus jou en mij vergelijkt met iemand, die op deze wijze bouwend een heel stabiel gebeuren zal krijgen. Dat er stormen komen, wis en waarachtig. Dat er winden gaan waaien, ik kan het u verzekeren. Maar als je het zo doet, blijft je getuigenis overeind, dat bedoeld de Here Jezus. Het kan ook anders. Je kunt ook een andere bodem nemen, een andere basis. Dan blijft er niets over, dat stort in. Diep in je hart weet je dat, dat als het van de Here is blijft het staan. Dat heeft Gemaliël vroeger als een keer gezegd in de Joodse raad, toen men eigenlijk geen raad wist met de discipelen en toen heeft Gemaliël: moet je eens luisteren, we hebben die gehad en die gehad en die gehad, weet je wel en dan komt er een hele opsomming van: die zei dat ‘ie wat kon en die zei dat ‘ie wat was, maar als het van de Here is, ja dan houdt het stand en als het niet van de Here is, dat wordt het van zelf afgebroken. Nou, die man wist heel goed, wat hij zei en zo is het precies. Jou huis, ik bedoel jou discipelschap, jou uitstraling, jou functioneren voor de Here Jezus, kan dus op twee manieren gezien worden. Of wel op de rots, of wel op het zand. It’s up to you. In goed Nederlands: aan ons de keuz en dat is zo. De vraag is natuurlijk wat wil je? We gaan binnenkort weer nadenken over de geboorte van de Here Jezus. Het is bijna weer zover. Heel wat predikanten/voorgangers, krabben zich nu al achter hun oren: wat zal ik nu ’s een keer gaan zeggen? Het is niet zo makkelijk. Ik sta hier al 6 jaar in de gemeente of 12 jaar of weet ik veel en ja, Lucas 2 is toch wel uitgesleten voor me. Wat moet je iedere keer weer. eerste, tweede en dan al die andere dagen. Er zijn predikanten, die hebben het over een soort 10-daagse veldtocht, zo van: het is hoogseizoen. Even onzin, even relatieveren. Maar waar het me nu om gaat is het volgende: we hebben 4 Evangeliën, weet u, in de Bijbel en ze zijn alle 4 verschillend en ze hebben ook alle 4 een verschillende kleur. Ze schrijven wel over dezelfde Here Jezus, daar hebben ze het allemaal over, maar de inhoud is heel verschillend. Er zijn natuurlijk overlappingen, maar over het algemeen zijn er grote verschillen. Er zijn natuurlijk gigantisch veel critici, die zeggen, ja, dat klopt niet, dat klopt niet, dat klopt niet, want zie je wel, daar staat dit en daar staat dat. Klopt allemaal, u hebt gelijk, maar alles wat u aan verschillen opduikt zou wel eens een hele mooie les kunnen zijn en dat is het. Daar zijn eigenlijk 4 schilders bezig geweest, om een portret te schilderen van de Here Jezus. Een kan dat niet, dat bestaat niet. Hij is zo mooi, dat is niet door een schilder te vangen. God doet dat. Juist met de kerstdagen zingen wel heel vaak uit Jesaja 9: “een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman,” en u denkt dat misschien met Messiah, met Händelmuziek Ik wel, ik hou van dat soort muziek, ik vind het schitteren en hoe vaker je luistert, maar misschien is dat een soort afwijking, een soort tik, hoe vaker je luister, hoe mooier het eigenlijk wordt. Maar het gaat mij erom, dat het Oude Testament als zegt: “een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder en met noemt Hem Wonderbare Raadsman”, dan gaan er nog een paar dingen volgen, maar het gaat me om de eerste vier. “Een Kind is ons geboren”. Hij is echt geboren, Hij is echt in de moederschoot van Maria geweest. “Een Zoon is ons gegeven”. Hij was als Zoon, er is geen Zoon ons geboren, dat was Hij al, God de Zoon. Ja, een Zoon is ons gegeven. “De heerschappij rust op Zijn schouders”. En “men noemt Hem Wonderbare Raadsman”. Ik ga nog iets zeggen. In het Oude Testament staat 4 keer iets over een Spruit, met een hoofdletter. eerste keer in Jesaja 4, daar heet de Spruit met een hoofdletter: de Here met een hoofdletter. tweede keer in Jeremia 33, daar heet de Spruit: de Koning. De derde keer is in Zacharia 3, daar heet de Spruit: de Knecht. De vierde keer in Zacharia 6, daar heet de Spruit: de Man. Klinkt heel ingewikkeld. Een Kind is ons geboren, de Spruit, die Man is. Een Zoon is ons gegeven, de Spruit, die de Here is. De heerschappij rust op Zijn schouders, de Spruit, die Koning is. Men noemt Hem Wonderbare Raadsman, de Spruit, die Knecht is. De 4 Evangeliën laten u de Mens Christus Jezus zien, de Zoon van God zien, de Koning der koningen zien en de Knecht des Heren zien. Ingewikkeld? Snap het een beetje. Ik kan nog veel verder gaan. De 4 kleuren, die steeds in de tabernakel terug komen, zijn dezelfde 4 kleuren. Sommigen zeggen, dat de 4 dieren uit het boek Openbaring, daarmee te maken hebben. Dat laatste laat ik nu even los. Die anderen dingen wil ik echt overeind houden. Ik wil er dit mee zeggen. Als je nu denkt, aan de geboorte van de Here Jezus, dan is daar aan de ene kant de Mens Jezus Christus geboren, een Kind is ons geboren, een Spruit, die Man is of Mens is. Echt Mens, Hij is echt 12 jaar geweest, Hij is echt in de moederschoot geweest, Hij heeft echt alles ervaren, wat jij en ik ervaren. Mens op aarde. Maar die zelfde uitdrukking Spruit staat ook voor de Here, de Spruit, die de Here is. Dat is het Johannes Evangelie. “Het Woord was bij God, het Woord was God en het Woord is vlees geworden.” Geen spoortje, geen woord over Betlehem, geen woord over geboorte, geen woord over 12 jaar, geen woord over Nazaret, nul. Hij was er gewoon. De Here Jezus in al Zijn volheid. Spruit, die de Here is. Een Zoon is ons gegeven. Het Mattëus Evangelie schetste de Here Jezus als de Koning. Spruit, die de Koning is. De heerschappij rust op Zijn schouder. U voelt de parallellen. Die zijn niet alleen mooi, interessant. Die zijn gewoon heel diep, die raken je tot op de bodem van je ziel. De Spruit, die de Koning is, de heerschappij rust op Zijn schouder. En de Spruit, die Knecht is. De Mens Christus Jezus, de Koning der gerechtigheid, de Koning der koningen, de Here God zelf, de Here zelf en de Knecht van God. En bij dat laatste gaat het om rol, waarnaar wij kijken: Knecht van God. Ik wil zo graag stoppen, met jullie iets te vertellen over de Knecht van de Here, want wij willen graag op Hem gaan gelijken. Over de Knecht van God staat een aantal dingen in de Bijbel. Natuurlijk kan je de Here Jezus in de Evangeliën volgen van het begin tot het eind, maar dan moet je heel wat lezen, je moet heel wat bestuderen wil je erachter komen, wat Hij allemaal zei en waarom. Als je van de Here Jezus houdt en de Here Jezus zegt tegen mij en tegen jou: Ik wil zo graag, dat jij doet wat Ik gedaan heb, wat Ik liet zien, dat mag jij laten zien. Nu, ik kan het God gelijk zijn niet laten zien, ik ben niet aan God gelijk. Het koning zijn, ik zal met Hem regeren, dat komt wel, maar daar ben ik nu niet, het is niet de tijd om te regeren, het is nu de tijd om te dienen en om je leven te geven. Maar wat ik wel kan laten zien is, dat ik een knecht van God ben en daar ging het om. Jij en ik, wij worden nu door de Here uitgenodigd om naar het front te gaan en om knechten te zijn. Een knecht verwikkeld zich niet in de zorg voor zijn eigen onderhoud, waar het dat al, een knecht heeft ook gebed, een knecht gaat misschien wel vasten, een knecht gaat bidden, een knecht gaat zoeken, een knecht gaat kloppen, een knecht gaat de profeet zijn en gaat een boom zijn, gaat een route, dat is geen hele brede, dat is een hele smalle, maar de Here wil het zo graag. In het Oude Testament staan 4 profetieën over de Knecht van de Here en dat is in 42 van Jesaja en in 49 van Jesaja en in 50 van Jesaja en in 53 van Jesaja. Nog een keer: 42, 49, 50 en 53.
42, dat is de kern van het knecht zijn van God. Tussen hakjes: daar gaat het echt over de Here Jezus, dat zult u ontdekken. En als u op Hem wilt lijken, dan mag u dit niet wegschuiven. Ik ben een beetje streng, ik wil geen schoolmeester zijn, maar ik wil zo graag helder maken, wat ik bedoel. 42: de walm met de vlaspit niet uitblussen en het geknakte riet niet verbreken. Een zin, is heel helder, maar dat komt heel vaak voor. Er is zelf een hele beweging, die heet “Het gekrookte riet” en een andere beweging heet weer anders, maar dat heeft er een beetje mee te maken. Man vindt zich dan echt, ja, eigenlijk waardeloos, eigenlijk nutteloos, ja, dat de Here zich noch zou willen, mogelijk zou willen ontfermen over dit gekrookte en genakte riet. Ja, dat zou dan genade zijn. Daar ben ik het helemaal me eens, maar het mooie is, dat God het doet. Jesaja 42. Maar nu gaat het mij hierom. Zou jij een walmende vlaspit uitblussen? Of zou jij er wat aan doen? Ik heb in bijbelstudies heel vaak het verhaal verteld, wat mij zelf is overkomen. Het is een 15 jaar terug denk ik, 14, 13, maar daar ben ik zo van geschrokken. Ik heb die zondag gesproken in de gemeente over Jesaja 42. Het geknakte riet, dat niet verbroken mocht worden en de walmende valspit, die je niet mocht uitblussen. Velen hadden gezegd, dat ik het mooi verteld had en dat vond ik zelf ook. Ik zeg het maar heel eerlijk, maar zo voel je je dan. Ik kom thuis en Jaap, schoonzoon paste op de kleintjes en die zei, daar is al een paar keer voor u gebeld en hij belt zo weer, zei Jaap. Ik zei: komt mee net zo goed uit. Jullie zijn op bezoek en we krijgen nog meer bezoek en we gingen geloof ik die zelfde dag met vakantie, ik weet niet meer, maar zoiets was het of de dag daarop, maar enfin. Ik moest nog dit en dit en dit doen, van alles. Het duurde niet al te lang, of de telefoon ging en die meneer belde. Ik kende hem niet en hij zei, dat hij mij ook niet kende, hij zei: ik wil graag een gesprek met u. Nou dacht ik, hij is niet van onze club, niet van onze gemeente. Ik zei: wij moeten nog eten, wij hebben bezoek, onze kinderen zijn er en daar komt nog meer bezoek en wij hebben nog, enfin ik heb mijn agenda opgelepeld. Hij zei: ik wil zo graag een gesprek met u. Nou, een goed verkoper herhaald de argumenten. Hij heeft 3 keer gezegd, dat hij graag wilde praten en ik heb 3 keer hetzelfde verhaal afgedreund en ik werd een beetje kribbelig. Hij zei: ik wil heel graag een gesprek met u. Ik zei: waarom eigenlijk? Ja, zei hij, dat zal ik je wel uitleggen. Nou, ik zeg, doe dat maar. Dus, ik was zo vroom, om dat dan toch te zeggen. Ik voelde mezelf, ik voelde me wel een beetje besopen voor de rest, dus ik zei we moeten wel vlug eten, want ik krijg zo bezoek. Hij kwam ook. 10 minuten later. Hij heeft in mijn studeerkamer gezeten en hij zei tegen mij, dat hij zo ver heen was, dat hij uit het leven wilde stappen en daar liep ‘ie al een poosje mee rond en dat zou dan die dag gebeuren. En op een van der merkwaardige wijze, heeft hij van God gehoord, hij moet die man bellen. Ik kende hem niet, ik heb hem nooit gezien. Hij heeft mijn naam kennelijk ergens gelezen, misschien op een evangelieblaadje, die we in die tijd driftig hebben verspreid, hoe ook, die man bellen. Ik zal het hele verhaal kort maken, hij bekeerde zich. Hij leeft noch. En ik kom jubelend in de keuken, Here Jezus geweldig, bekeerd, doorbraak en fantastisch. En Hennie zegt: je kunt wel praten in de dienst over een walmende vlaspit niet uitblussen, maar als er een is, dan zeg je dat je geen tijd hebt. Die dreun vergeet je nooit meer. Het gaat niet om de dreun van Hennie, maar van de Here zelf. Ben jij bereid om je eigen leven opzij te zetten, om die walmende vlaspit, waarvan jij denkt, nou dat is geen zalf aan te strijken, dat werk niet meer, dat kan niet meer, dat hoeft niet meer, dat is gewoon voorbij, het is gewoon tijd verspillen. Ben je nou bereid, om het gekrookte, het geknakte riet, waarvan je normaal gesproken zou zeggen: nou, gooi maar weg, verbrand het maar, want dat kun je niet meer gebruiken. Ben je bereid om daarvoor te gaan? Je wilt een discipel zijn, je wilt de Here Jezus laten zien. Ik sprak erover en men zei dat het mooi was en ik zei zo pas, dat vond ik zelf ook, maar dat was nou precies het grote probleem waarschijnlijk. En als er iemand is, dan zeg je: nou, ik heb het zo druk. Het oude verhaal van de Here Jezus verteld van die barmhartige Samaritaan, van die Levieten, die priester, die daar met een gigantische boog omheen lopen…. precies hetzelfde verhaal natuurlijk. Het is exact hetzelfde. Toch? Ja, de een is met zijn preek bezig, de ander zegt, ja, maar ik heb net een afspraak, de parochie roept, ik noem maar iets. Maar je doet het niet. We hoorden de eerste avond als, dat er mensen hier waren, die zeiden, maar ja, bij ons in de bosjes lag al iemand, heel dicht bij. En ik ben echt ervan overtuigd, dat je ze tegen komt. Als jij naar het front gaat, dan kom je ze tegen. Als je in de kerk blijft zitten, dan waarschijnlijk niet. Minder gauw in elk geval. Of wel, daar zijn ook echt mensen, die hulp nodig hebben en daar mag je je ook niet voor verbergen of zo, dat bedoel ik dus niet, maar naar het front gaan betekend gewoon, dat je deze mensen tegen komt. Zou jij een knecht van de Here willen zijn? De eerste profetie over de Knecht van de Here is, dat ‘ie dit doet. Dat is al een forse.
De tweede, Jesaja 49 is, dat het, misschien helder om een keer te zeggen, dat de Knecht van de Here niet alleen voor Israël Knecht was, maar ook voor allen, voor alle volkeren. Dat is een wat minder duidelijke misschien, maar ik bedoel er dit mee: de Here Jezus, Hij is die Knecht van God en Zijn heil strekt zich uit tot allen, niet alleen tot Zijn volk Israël. Hij zegt in Johannes 10, ik weet wel, dat Hij de Sirofenitische vrouw op de proef wilde stellen, maar Hij zegt in Johannes 10: Ik heb ook andere schapen, die niet van deze stal zijn, ook die moet Ik toebrengen opdat ze een kudde worden en een herder. Discipelschap betekend, dat jij naar het front gaat en dat daar niet meer de vraag aan de orde is, zijn die wel van onze kerk of horen die wel bij onze groep of zijn die van dezelfde kleur, de vraag is of jij een knecht wilt zijn? En dat is ook precies wat de Here Jezus, nog een keer teruggekoppeld naar de barmhartige Samaritaan, waar de Here Jezus verwijt, jullie willen weten wie je naaste is. De vraag van die Farizeër was: wie is dan mijn naaste? Die vraag heeft de Here Jezus nooit beantwoord. Hij heeft alleen maar gezegd, jij moet een naaste zijn. Niet wie dat is, dat maakt niet uit, jij moet er een zijn. Discipelschap betekend dus dat je naar het front en dat je geknakt riet tegenkomt, walmende vlaspitten tegenkomt en dat het duidelijk moet worden, dat je er niet naar toe gaat om je eigen parochie te dienen, maar om te dienen.
De derde profetie over de Knecht van de Heer, Jesaja 50: sorry, er zijn maar 4, maar die 4 zijn voor discipelschap onontbeerlijk. De derde is Jesaja 50. Ik zal niet alles citeren: elke morgen wekt U mij het oor. Ik heb gehoord zoals leerlingen dat doen. U hebt mij mijn oor doorboord. Ik heb mijn rug gegeven aan wie mij sloegen. Ik heb mijn wang niet verborgen voor smadelijk speeksel. Heer, hier ben ik. Zie je Hem zitten, ’s morgens. Elke morgen wekt U mij het oor. Luisteren, leren, onderwijs krijgen, misschien wel een pak slaag, misschien wel een stuk hoon, maar hier ben ik. Het oor doorboren betekend in de taal van de schrift, ik hoop dat u dat oppakt, uit Exodus 21, want daar staat het: dat je als slaaf met een priem aan zo’n deurpost geprikt werd, nou, niet om daar te blijven staan natuurlijk, dat is helder, maar het symbool was, je hoort nu eeuwig bij dit huis. Je bent eraan geklonken. Je kunt nooit meer over je eigen bedoeling praten, je bent nu eeuwig slaaf aan dit huis. Nu, dé Hebreeuwse slaaf, de Knecht van God is niemand minder, dan de Here Jezus, die zei: Ik zal ze eeuwig dienen. Eeuwig zal Hij dienen. Maar jij bent nu aan de beurt en ik ook. Zou jij elke morgen willen zeggen: Here, hier ben ik. Ik heb gehoord zoals leerlingen doen. Zou jij elke morgen je leven aan de Here willen geven, niet om een gelovige te worden, maar omdat je gelovig bent en omdat je van de Here Jezus houdt. En omdat je zo graag wild, dat mensen om je heen ook van de Here Jezus gaan houden, opdat er echt een opwekking, een opleving komt. Maar je moet het wel willen. Discipelschap is een keuze. Het is echt een moment van: Here, hier ben ik. U mach mij het oor doorboren, ik wil u altijd dienen. Ik weet het wel, dat u moeite hebt met Petrus, die dat ook riep uit de losse pols en daarna toch struikelde en u denkt, ja ik kijk wel uit, hier heb je het verhaal van Petrus. Sommige mensen, die kennen het Oude Testament en daar hebben ze gezegd in Exodus 19: Here, wat u ook zegt, wij zullen het doen, nou, dat ging dus ook niet goed. En u denkt, nou ja, wij hebben dat voorbeeld uit het Oude Testament, we hebben het voorbeeld uit het Nieuwe Testament, dus ik doe dat maar niet. Wij blijven gewoon zitten. Die retorische vragen, die laten waar maar over ons heenkomen, die denderen wel over ons heen, daar geven we gewoon geen antwoord op. Dat doen we in Nederland trouwens toch niet, je kunt bijna nooit zien hoe men denkt en wat men voelt of zo. In andere culturen is dat wel eens anders. Maar je kunt nu zeggen, nou nee. Maar de Here bedoeld eigenlijk, dat jij morgen ochtend en ik morgen ochtend ga zeggen: Here, hier ben ik. En stel nou, dat je morgen een pak slaag krijgt. Ik heb het niet over echt een pak slaag, maar misschien wel geestelijk. Ik heb een paar nare dingen voor de kiezen en een ding zou wel eens niet zo makkelijk kunnen zijn. Zou u het wel willen of ga je dan net als ik soms denken, zal ik afbellen, ik ben ziek of zo, ja je kunt ook geestelijk ziek zijn, dus je kunt alle kanten op tegenwoordig. Ik wil zo graag duidelijk maken, das Jesaja 50 ook een onderdeel is van de Knecht van God.
Maar de climax is natuurlijk en dat voel je allemaal aan, Jesaja 53, de vierde profetie. Maar ik hoef verder niets meer te zeggen, je kent hem waarschijnlijk uit je hoofd. Als een lam naar de schlachtbank gaan. Naar zijn moeitevol lijden, zal Hij zaad zien en Gods werk, zal door Zijn hand gelukkig lukken, voorgang hebben. Zou jij een discipel willen zijn, mijn broeder/zuster? Ik vraag het niet om die flinke lui, die zijn hier allemaal geweest en die hebben dat allemaal even aangehoord en die gaan hier even met een soort diploma de deur uit en die zeggen: nou, wij zullen hier in Veenendaal eens iets laten ruiken van discipelschap. Nu zullen ze weten, dat dit soort avonden hier geweest zijn. Ik wil u eigenlijk naar huis sturen met het gevoel van, Heer ik kan het niet en ik durf het eigenlijk ook niet. Eigenlijk durf ik het niet. Nu kom ik terug bij het begin: bid en u zal gegeven worden, klopt, God doet open, zoek maar en Hij laat zich vinden. Dat is de intentie. Zou ooit een vader, mensen die om brood vragen een steen gaan geven? Dat doet ‘ie niet, dat doet ‘ie niet. Met andere worden: in Uw kracht Here durven wij, in Uw kracht gaan wij, onder Uw banier strijden wij en met U zijn wij meer dan overwinnars. Geen krachtpatserij, a.u.b. niet. Als dat de intentie wordt, dan mislukken wij, denk ik. Maar Gods kracht wordt altijd in zwakheid volbracht, gaat altijd door lijden heen. Waarom werd de Here Jezus beproefd? Nou, ik kan daar een heel verhaal van vertellen, maar het is altijd door lijden heen. Het is nog nooit anders geweest. Indien de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, dan blijft ze alleen, maar indien ze sterft, brengt ze veel vrucht voort. Dat proces, dat moet heel helder voor ons staan en vanaf dat moment, kan de Here je gebruiken. Nu, ik koppelde dit een beetje aan de adventtijd, want dan wordt Jesaja 9 weer van stal gehaald: een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en weet je wel, die golf gaat dan…fijn toch. Maar er zit een element in, waarvan je eigenlijk zou moeten zeggen: oh Heer, maar U bedoeld dus, dat ik nu ga invullen, wat U als Knecht ook liet zien. Dat element is discipelschap, dat is nu precies discipelschap. Gezonden, nog een keer, niet om de hemel te verdienen, maar om voor de Here Jezus wat eer bij elkaar te sprokkelen. Klein beetje eer voor Hem. Wat is dan die eer? Nou misschien een gelovige, misschien iemand, die door jou de Here Jezus leert kennen of door jou weer op een bepaald spoor gezet is of door jou bemoedig is of door jou aangesproken is. De Heer houdt het precies bij, hoor. Paulus zegt al, ik heb misschien geplant, Apollos heeft nat gemaakt, maar God heeft wasdom gegeven. Dus laten we dat groeiproces maar aan de Here over. Feit is, dat we hier toch zo mogen zijn met elkaar. Discipelen, knechten van de Here, naar het front gestuurd onder de grote vlag, onder de grote banier van Hem die zegt: Ik ben Jahweh Nissi, Ik ben de Here, de banier. Onder Mijn banier ga je aan de slag en voor Mijn naam zul je gaan leven. Niet als een stelletje helden, die het allemaal al gemaakt hebben, maar als hele zwakke, eenvoudige poppetjes, die durven zeggen: Here, als U zelve niet meegaat, doe ons dan maar van hier niet optrekken. Gaat U zelf a.u.b. mee. En met U durf ik het, waag ik het. Als je zo discipel bent, dan wordt er iets van de Here Jezus zichtbaar. Dat probeerde ik uit te leggen. Ik kom naast je te staan in deze strijd, die er is. Amen.
We gaan samen met je bidden. Here Jezus, U bent hier op aarde geweest en U bent de volmaakte Knecht van God geweest, maar U bent ook God zelf. U bent ook de Koning, U bent ook de Mens, de Mens Christus Jezus. Maar U bent ook de Knecht van God. Here Jezus, het is allemaal zo mooi en als er één de enge weg is gegaan, de smalle weg is gegaan, dan bent U het. Als er één is geweest, die geen compromissen sloot, dan bent U het. Here Jezus, U liet volmaakt zien, wie Uw Vader was, dat koste U Uw leven. U werd inderdaad naar de schlachtbank geleid en inderdaad hebben ze U Uw haren uitgetrokken, Uw baard uitgetrokken, uw hebt Uw wang niet verborgen voor smadelijk speeksel, hebben ze Uw rug geslagen en ze hebben van alles met U gedaan. En toch was U er. Oh, Here Jezus, wij bewonderen U. En nu zijn wij aan de beurt, dat voelen we. We hebben alles, maar ook alles aan U te danken. Nu zijn wij het, om als profeten uitgestuurd te worden, als mensen uitgestuurd te worden, die iets zeggen over U, die iets doen voor U en nu willen wij zo vragen, dat wij ons discipelschap echt hebben gebouwd op de rots. Als dat niet Uw eigen fundament is, Uw eigen leven is, Uw eigen getuigenis is, Uw eigen instructie is, dan stort het hele huis in en dat zien we om ons heen. Vader laat ons huis, niet voor ons zelf, maar voor de naam van de Here Jezus overeind blijven, zodat er houvast is in een compleet verdorven wereld, waar alles op instorten staat. Oh, Vader, wilt U zo Uw woord heiligen aan een ieder van ons. Ik wil zo bidden, dat ieder die hier is of misschien meeluistert door een cd of een bandje, dat iedereen het verlangen heeft om naar het front gestuurd te worden. Here, sent mij maar, zei Jesaja en wij schrikken misschien, wij houden meer van de veiligheid, van onze eigen bolwerken, dan van het gevaar van een front. Wij willen U bidden, Vader, wilt U zo Uw woord heiligen, wilt U iedereen hier die hier is aanraken. Wilt U het zo maken, dat zij zien wie de Knecht van God is en hoe Hij deed, hoe Hij handelde, hoe Hij sprak. De bewogenheid van Hem en ook de moed en kracht van Hem. Niet omdat Hij buiten de moeilijkheden kwam, Hij is er dwars doorheen gegaan, dwars door het vuur. Wij willen U danken Vader, dat de Here Jezus zo schitterend uitkomt en wij willen U bidden, of wij zullen begrijpen, waarom de Here Jezus ons de bergrede heeft gegeven. Zodat wij voor Hem zouden leven, discipelen zouden zijn, die Hem vertonen. Wij willen U dat bidden in de naam van Uw eigen Zoon, uit genade. Amen.