Discipelschap avond 3

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

3 Discipelschap – Training Bijbellezing over Mattheüs 5 vers 17 – 48
door Dato Steenhuis,

11 oktober 1999
      Lezing

We willen vanavond lezen Matteüs 5:17 en verder.

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
19 Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.
20 Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.
21 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht.
22 Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.
23 Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft,
24 laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.
25 Wees vriendelijk jegens uw tegenpartij, tijdig, terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat uw tegenpartij u niet aan de rechter overlevere en de rechter aan zijn dienaar en gij in de gevangenis wordt geworpen.
26 Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat gij de laatste penning hebt betaald.

27 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken.
28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
29 Indien dan uw rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde. 30 En indien uw rechterhand u tot zonde zou verleiden, houw haar af en werp haar van u; want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam ter helle vare.
31 Er is ook gezegd: Al wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een scheidbrief geven.
32 Maar Ik zeg u: Een ieder, die zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan ontucht, maakt, dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt; en al wie een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk.
33Wederom hebt gij gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw eden gestand doen.
34 Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat hij de troon van God is; 35 bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van de grote Koning is;
36 ook bij uw hoofd zult gij niet zweren, omdat gij niet één haar wit kunt maken of zwart.
37 Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.
38 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand.
39 Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe;
40 en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel;
41 en zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem.
42 Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil.
43 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten.
44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,
45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
47 En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde?
48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
Tot zover het lezen van de bijbel.

Discipelschap. De eerste keer dat we hierover spraken hier met elkaar is uiteengezet, dat het bij discipelschap gaat over een heel speciaal onderwerp. De gemeente gezien als een koninkrijk. De gemeente, dat is toen gezegd, wordt op 5 manieren in het Nieuwe Testament neergezet. Als een lichaam, als een huis, als een kudde, als een bruid en als een koninkrijk. Bij lichaam van Christus gaat het om leven. Een levensrelatie en die zul je toch moeten hebben. Door het geloof in de Here Jezus mag je God je Vader noemen, heb je leven uit God, eeuwig leven. Mag je weten dat je zonden vergeven zijn, dat je schuld weg is en dat je verbonden bent, eeuwig verbonden bent met Hem, die het Hoofd is. Een onderbreking kan niet. Een in de Here Jezus, een met Hem. Leven uit God, eeuwig leven. Een fantastisch uitgangspunt. Ik hoop dat je dat hebt. Eigenlijk ga ik er een beetje van uit, maar dat is geen garantie dat je hier bent en dus eeuwig leven hebt; dat is geen garantie voor mij, omdat ik mijn eigen leven ken en al met de bijbel een beetje bezig was, voordat ik de Here Jezus kende als mijn persoonlijke Heiland en mijn persoonlijke Verlosser. Ik hoop dus echt dat je die levensrelatie hebt. Maar goed, de gemeente wordt dus gezien als een lichaam en mensen die in het lichaam van Christus zijn, zijn daar gekomen door de Heilige Geest. Door de Geest worden we tot een lichaam gedoopt. Als je gaat geloven, als je weet dat je zonden vergeven zijn, dan gaat de Heilige Geest in je wonen en op hetzelfde moment wordt je door diezelfde Heilige Geest bij het lichaam gevoegd. Een stukje herhaling voor wie er waren. Maar de gemeente wordt ook gezien als een huis en daar wordt de dienst uitgeoefend en orde en tucht en zo, een moeilijk woord, orde, laat ik dat maar zeggen, hoort bij het huis van God. Ambten horen ook bij het huis van God. Gaven horen bij het lichaam van Christus. Verwar dit niet, dan krijg je zicht denk ik op de gedachten van God. De gemeente wordt ook gezien als een kudde. Daar gaat het om voedsel en om zorg. Zorg voor elkaar – pastoraat. Onderwijs – kudde, de kudde moet eten, de kudde mag ook niet al te zeer worden opgejaagd, de kudde moet van liefde worden voorzien. De gemeente wordt ook gezien als een bruid. Daarbij gaat het om verwachting, om hoop, om toekomst. Hij de Bruidegom heeft gezegd: Ik kom spoedig. Kijk uit naar Hem, zie uit naar Hem. Hij wil zo graag, dat jij bij Hem bent. En de gemeente wordt gezien als een koninkrijk en daar gaat het om werken voor Hem, strijden voor Hem. Discipelschap. Loon is in de bijbel altijd annex met dit laatst. Loon en discipelschap horen bij elkaar. En ik zeg dit bewust, omdat we nu vanavond over de wet gaan spreken. En dat is best een beetje moeilijk. Iedereen heeft zijn eigen route achter zich. Ik weet niet hoe jij opgegroeid bent, met welke gedachten jij vertrouwd bent en hoe dat precies ging, maar ik ga het wel schetsen. Dat doe ik deels uit mijn eigen leven, maar ook deels van wat ik gehoord heb van anderen. Ik kom uit een geselschap waar de wet elke zondag gelezen werd en het gevoel gewekt werd, doe dat en gij zult leven. Zo hier heb je het weer: dat is de route, ga je gang en iedereen boog het hoofd, ootmoedig. Niet omdat de woorden van God zo heilig waren, dat ook hoor, want dat stukje eerbied was er wel, dat voelde ik ook wel. Maar het gevoel van: tja, ik red het niet. En als je de mensen vraagt, dan zeggen ze: ik hoop dat ik in de hemel kom, ik hoop het. En de advertenties bij het overlijden laten ook heel vaak zien: in de hope des eeuwigen levens. En waarom. Nu als de wet de norm is om bij God te komen, om bevrijdt te worden, dan zal niemand van ons enige hoop hebben, denk ik. Dan zou je inderdaad heel voorzichtig zijn en dan zou je ook iedere keer gaan zeggen: ja ik hoop het, maar ik ben er niet zeker van. Want de bijbel zegt heel expliciet, als je als je op één punt de wet overtreed, dan ben je schuldig aan de hele wet. Als je in Nederland op één punt strafbaar bent, doordat je te hard gereden hebt, bij voorbeeld, dan is het hele wettelijke apparaat tegen je: justitie en het openbaar ministerie en enfin, alles is dan tegen je. Je hebt maar een overtreding of je bent op een punt maar schuldig, maar het hele apparaat is tegen je. Als je op een punt struikelt, is de hele wet tegen je. Ik kwam tot bekering en ik kwam in een geselschap terecht waar ze zeiden: Christus is het einde van de wet voor wie gelooft. Nou dat klonk me als muziek in de oren, dat was fantastisch, zo van: daar hebben we niets meer mee te maken. Nee hoor, de wet is niet veranderd, maar jij bent veranderd, jij bent nu gestorven, met Christus begraven. De wet is nog wel hetzelfde, maar nee, Christus is het einde van de wet voor wie gelooft. De wet werd daar nooit voorgelezen, daar werd nooit over de wet gesproken. Ik zeg niet dat ze wetteloos handelden hoor, dat was niet zo, dat waren hele serieuze Christenen, die echt poogden om de Here te dienen. Maar de wet werd heel ver weggeschoven. De wet was van vroeger, de wet was niet meer van nu en mensen die nog onder de wet waren, ja daar bad je voor, dat ze ook een keer een doorbraak zouden krijgen. Ik heb nu twee uitersten geschetst en die twee uitersten zijn er vandaag nog. Dat is precies hetzelfde. Aan de ene kant een soort route om in de hemel te komen en aan de andere kant, nee hoor dat is voorbij. De twee meningen vertragen elkaar eigenlijk niet. Natuurlijk ben je heel ‘polite’ naar elkaar toe, heel vriendelijk en heel toegefelijk en je wilt best met elkaar spreken en je herkent elkaar ook wel, maar daar zit een enorm verschil. Matteüs 5 staat daar een beetje tussen. Want de Here Jezus zegt: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.” Oho, ja zeggen we, natuurlijk, dat heeft Hij gedaan, Hij heeft de wet vervuld, want Hij heeft precies gedaan wat God zei en Hij is naar het kruis gegaan. Nou dat is gewoon tegen de wet. Diezelfde wet zou slechts één hebben vrijgesproken en die Ene is de Here Jezus. “Wie van u overtuigt Mij van zonde?” zei Hij. En Judas is erachter gekomen, Pilatus kwam er tot 5 keer toe achter, Pilatus zijn vrouw wordt ongerust, zij zegt a.u.b. zorg dat je daar je handen niet aan brandt. Maar Hij ging in de dood, de enige die vrijuit had kunnen gaan, die door diezelfde wet vrijgesproken zou worden, dat is dezelfde die ook voor jou en voor mij … oh ja, maar voor ons heeft Hij de wet vervuld. Nu de Here Jezus heeft hier niet gezegd dat Hij de wet vervuld heeft in de zin van, dat doe ik aan het kruis en dan is de wet daarna gewoon voorbij, dat is een gepasseerd station, daar hoef je niet meer over te piekeren, dat is gewoon over en uit. Nee, de Here Jezus zegt, als je discipel van mij wilt zijn, dan kan je niet om de wet heen, dat zegt Hij hier. En daarom hebben de Evangelische Christenen, de mensen dus die de wet als gepasseerd station beschouwden, Matteüs 5 bijna uit hun bijbel geschrapt. Ik sla een beetje door, maar je moet soms een beetje te ver doorgaan om iets duidelijk te maken. Er zijn altijd nuances. Matteüs 5 was: ja dat is dan voor Israël, dat is dan voor het koninkrijk, niet voor het lichaam van Christus. Natuurlijk niet, we hebben toch leven uit God. Dat is niet voor de gemeente, ja die gaat naar het Huis van de Vader, die hebben er niets mee te maken. De Here Jezus heeft de wet vervuld. En Matteüs 5 is uitgehold. Dat zijn dezelfde mensen die ook zeggen, dat het Onze Vader niet voor ons is. Andere, hele grote groepen, bidden, misschien wel elke zondag, het Onze Vader samen met elkaar of ze horen dat Onze Vader bidden. Maar de Evangelicalen zeggen dat kan toch niet: vergeeft ons onze zonden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Onze schulden zijn toch vergeven? Dat hebben we toch in de Here Jezus. Daar hoef je toch niet meer om te bidden. Dat is niet de discussie van vanavond hoor, dat krijgen we de volgende keer. Het is best een moeilijke. Maar het is hetzelfde geselschap. En wat ik nu vanavond heel graag zou willen is, dat u uw hart opent voor wat hier staat. Ik heb het ook moeten doen hoor. En ik denk dat ik op een goede plek ben terecht gekomen. Maar daar zitten zoveel vooroordelen door je opvoeding, door wat je elke zondag hoort, dat je moeilijk echt open kunt zijn voor wat Gods Geest wil kan doen. Daarom was ik blij met het laatste lied. Laat de Heilige Geest echt hier binnen komen en laat de Heilige Geest zijn werk kunnen doen in onze levens en in ons hart. We moeten nu nog proberen te beginnen eigenlijk. Maar dat is wel nodig. De Here Jezus en de wet en de discipelen. Ik wil nog een keer zegge, het gaat hier niet over het lichaam van Christus. Door het geloof in de Here Jezus kom je in de hemel, niet omdat je een goed stukje gereedschap bent van de Here Jezus of omdat je een goede discipel bent, je komt alleen in de hemel omdat je gelooft. Dus hou vol, hou dat vast, onderstreep dat en zeg misschien wel duizend keer tegen jezelf: ja ik geloof dat Jezus voor mij stierf. Dat bekende Paaslied. Ik geloof. Door het geloof kom je in de hemel. Door het geloof in de Here Jezus heb je eeuwig leven. Wie de Zoon heeft, heeft het leven en wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Daar staat niet bij en als je daarnaar ook nog goed je best doet of een goed discipel bent of de wet houdt of een voldoende scoort, neen, alleen geloof. Lichaam van Christus. Maar aan de andere kant van die boog, wij hadden immers die 5 elementen: lichaam, huis, kudde, bruid, koninkrijk. Aan de andere kant van die lijn, daar ben je discipel. En we hebben al gezegd, je zou eigenlijk als discipel moeten leven of je die hemel wel zou moeten verdienen. Niet dat je de hemel moet verdienen of dat je je best moet doen om bij God een beetje in het goede plaatje te komen, je bent in Christus aangenaam voor Hem. Hij ziet je graag, Hij heeft je graag, Hij houdt van je en Hij is blij als je bij Hem komt. Omdat Hij je in Hem, in Christus ziet en dat is door het geloof. Dat gaat ook niet meer weg. En toch wil de Here dat wij de tijd die we hier op aarde doorbrengen voor Hem gaan leven. Niet om de hemel te verdienen, maar om voor Hem trouwe strijders te zijn, om discipelen te zijn, volgelingen te zijn, die hier op aarde laten zien wie de Here Jezus is. Het is de discipel genoeg om te worden als zijn heer. Matteüs 10:25 hadden we als uitgangspunt, als totale tekst boven alles geschreven.En nu die wet. In de eerste plaats is dit misschien een schok, het was voor mij een schok, om te ontdekken, dat de wet nooit gegeven is om ergens te komen. Als de wetgeving er is bij de berg Sinaï, Exodus 20, herhaald in het boek Deuteronomium, maar Exodus 20 daar hebt u het, dan zegt de Here: “Ik ben de Here uw God. Ik ben Jahweh uw God.” Het woord Jahweh hebben we vertaald met Here en dat is eigenlijk jammer. Want Hij noemt Zijn Naam. Jahweh, ik ben. Ik zal zijn die ik ben. Ik laat zien wie ik ben. Ik maak waar wie Ik ben. Ik doe wat Ik heb gezegd. Ik ben zo. De Ik Ben, Die aan Abraham verschenen was, Die aan Abraham zei Ik: breng dit volk in dit land, Abraham, je hebt nog wel geen nazaat, maar jou nazaten zullen talrijk zijn als de sterren, talrijk zijn als het zand en Ik breng ze hier, Ik doe het. Dan verloopt 500 jaar ongeveer en Abraham is al lang overleden en Israël zit klem in Egypte. En de Here God heeft ze uit het dienshuis geleidt. Zijn zij uit het dienshuis gekomen omdat ze de wet hielden? Neen, dat wet was er toen nog niet. En als ze op grond daarvan uit het dienshuis zouden zijn gekomen, dan denk ik dat het volk bestond uit niemand. De Here God zegt bij de Sinaï, nadat ze geschuild hadden achter heb bloed van het geslachte lam, Exodus 12, paaslam, os, paaslam, nadat ze het feest van de ongezuurde broden hadden gevierd, nadat ze bij de Schelfzee hadden gehoord, jullie zullen stil zijn, Ik zal voor jullie strijden, nadat ze door de Schelfzee zijn getrokken en aan de andere kant van de Schelfzee het eerste lied ooit in de Bijbel vermeld, hebben gezongen met elkaar (het lied van Mozes: de Here is hoogverheven, het paard en zijn ruiters stortte Hij in de zee) enfin, reidans, dat betekend als je ooit een soort avond in Israël hebt meegemaakt van een beetje volksmuziek, van hoe ze zich uiten, dan weet u ongeveer hoe een reidans in elkaar zit. Nou dat hebben ze niet een keer gezegd, dat hebben ze misschien wel duizend keer herhaald. Iedere keer maar weer opnieuw, bijna een beetje polonaiseachtig. Na ja, dat is misschien iets wat u in Veenendaal nooit meemaakt, maar wat we in het Oosten van het land wel kennen. Maar zoiets en maar doordrammen, zelfde thema. Met andere woorden, ik wil dus zeggen, ze hebben bevrijdingsliederen gezongen. Ze waren uit het diensthuis, ze kwamen uit het slavenhuis, ze waren, God heeft het zelf zo gezegd: Ik heb u op adelaarsvleugelen gedragen en u tot Mij gebracht. Dat was daar. En dan zegt de Here God, hier is Mijn wet. Om hen te bevrijden? Om hen uit het slavenhuis te halen, uit de gevangenis te trekken? Nee, ze waren als bevrijdt. De wet is nooit gegeven om ergens te komen. God heeft dat volk op weg gebracht naar het beloofde land en niet gezegd en als jullie de wet nu houden, dan kom je er en als jullie de wet niet houden, dan kom je er niet. Nou dan waren ze er nooit gekomen, want ze hebben er ongelofelijk geblunderd in de woestijn. Ze zijn er toch gekomen. Omdat ze de wet hielden? Neen, omdat God dat al had toegezegd daarvoor. De wet is nooit gegeven om ergens te komen. Als wij dat er dan toch van gemaakt hebben, hebben wij het fout gedaan. God heeft toen gezegd: Ik ben Jahweh, Ik ben de Here uw God, die u uit het dienshuis uitgeleidt heeft en Ik wil nu een aantal, nu zeg ik het met mijn woorden hoor, spelregels geven, dat woord is een beetje te zwak, Ik wil een aantal termen in jullie midden leggen, waardoor jullie optimaal van je zegen kunt genieten. Dat is heel wat anders. Een van de geboden geeft dit ook aan: Eer uw vader en uw moeder, en wat staat er dan bij, opdat uw dagen verlengd worden in het land. Je bent in het land, maar dat je heel lang mag genieten van dat wat daar in dat land te genieten is. Dat staat er. De andere geboden zijn precies zo. De Here wil, dat wij leren, hoe je optimaal van dat wat God te genieten geeft, inderdaad kunt gaan genieten. Nu, toen ik dat zag, toen dacht ik, nu snap ik Psalm 119 pas. Hoe lief heb ik uw wet. Schitterend. Begrijp je het een beetje? Want als ik denk dat ik door die wet te houden in de hemel moet komen, dan te zeggen hoe lief heb ik uw wet, dat is toch constant een veroordeling, hoe lief heb ik uw veroordeling, dat zegt geen gelovige. Nu, niet omdat dat pragmatisch benaderd is, omdat een gelovige het niet kan zeggen is het dus niet zo, dat is ook geen uitleg, dat is de andere kant pakken. Maar de wet is nooit gegeven om ergens te komen. Overgebracht naar onze tijd, de wet is niet gegeven om in de hemel te komen. Nou je kwam er toch niet en dus kun je zeggen, nou pff laat maar. Ja, ze praten wel in de kerk, ze zeggen dat wel, maar dat laat je gewoon over je heen gaan, daar doe je gewoon niets mee, dat schuif je gewoon weer aan de kant en als er verder niets komt, ja dan heb je pech gehad. Nou je hoopt dat er een woordje van genade ook is. Ik ga het niet bagatelliseren. Ik weet dat er in heel veel gevallen heel oprecht gestreefd wordt, om naar de Here te kijken en om de stem van de Here te horen, zoals de stem destijds klonk zo willen ze de stem ook vandaag horen. De wet. Ik ga het nu toespitsen op ons onderwerp. Dat staat in Matteüs 5. Het staat in relatie tot discipelschap. En nu voel je wat ik wil. De Here zegt, als je echt een discipel van Mij wilt zijn, niet om de hemel te verdienen – de hemel krijg je omdat je gelooft – maar als je voor Mij wilt leven en als je Mij op aarde wilt openbaren, als je tonen wilt welke God is, Die Zich in Christus heeft geopenbaard, dan is die wet niet voorbij. Als Paulus schrijft aan de Galatiërs over besnijdenis en over andere dingen en ook het woord wet, soms in de zin van wetmatigheid, soms in de zin van de 5 boeken van Mozes, de wet, zullen we vanavond ook nog even zien. Een aantal elementen van oog om oog en tand om tand, dat staat helemaal niet in de 10 Geboden. Dat is wat in de 5 boeken van Mozes staat, wat dus de wet genoemd wordt, dus die grote paraplu waar alles ondervalt. Maar de Here heeft gezegd, dat wij discipelen niet om de wet heen kunnen. En dat betekent, dat jij je af moet vragen hoe moet het dan. Nu, heel simpel klinkt, als de Heilige Geest de Auteur is van het Oude Testament, en dat geloof ik, als het Oude Testament geïnspireerd is door de Heilige Geest, en dat geloof ik, dan is het zo dat de Heilige Geest in jou, dat geloof ik ook, als je geloof in de Here Jezus, dat de Heilige Geest in jou niet met zichzelf in tegenspraak is. Het is gewoon ondenkbaar om te veronderstellen, dat de Heilige Geest, die uiteindelijk heilige mannen Gods destijds heeft aangedreven om te spreken, zo staat het in het Nieuwe Testament, sprekend over het Oude, dat die Heilige Geest, die nu in mij woont, tegendraads zou handelen aan dat wat Hij toen heeft gezegd. De Heilige Geest is God en God is Dezelfde, er is bij Hem geen schaduw van ommekeer. En dat betekent, dat de Heilige Geest in mij, mij altijd zal aanzetten tot: ja de liefde is de vervulling van de wet, nou dat kunt u prachtig zeggen, dat is ook zo. Daar heb ik ook geen moeite mee. Nou als u echt lief hebt, zoals God het bedoeld, dan handelt u precies in overeenstemming met wat de wet ooit heeft gezegd. Maar de Here wil ons hier, in ons onderwijs over discipelschap, helder maken, dat we wel terdege moeten kijken naar dit principe. Maar het wordt nog iets aangescherpt en ik hoop dat ik dat over kan brengen. Toen de wetgeving kwam, stond het volk op eerbiedige afstand. Ze hebben de stem van de Here gehoord, ze hebben de rokende berg gezien, ze hebben het geluid van de bazuin gehoord en ze waren behoorlijk, behoorlijk bang. Exodus 20 zegt, dat het volk bang was en op afstand stond. Ik kan me dat indenken. Als jij kennis maakt met God, dan zeg je met Jesaja mee, ik ben een man onrein van lippen en ik woon te midden van een volk dat onrein van lippen is. Een andere reactie van een hele andere tijd, maar wel begrijpelijk. Als jij echt zou ontdekken wie de Here is, dan denk je nou ik doe maar een stapje terug. Afstand en een stuk angst. Vreze des Heren is nooit bang zijn voor God, maar dat is een stuk eerbied hebben voor. Maar het merkwaardige is, en dat moet je dan voor jezelf maar doorlezen, dat in Exodus 20 direct na de wetgeving, direct dat, dat volk op afstand staat en bang is, dat de Here God daar tegen Mozes zegt, maar toch heb Ik een plaats waar ik kan staan en zegenen. Voor mij is dat de grootste ontdekking geweest. Ik zong natuurlijk vroeger, ja dat Columbus Amerika ontdekte en dat de Zuiderzeetoestand, hoe heet het, die afsluitdijk gemaakt is en dat de gloeilamp ontdekt is, dat is een liedje voor onze kinderen, maar ik deed de grootste ontdekking toen ik Jezus als mijn Heiland vond. Nou, Die heb ik ook gevonden en ben er geweldig blij mee. Ik reed gisteren over de afsluitdijk en Hennie, mijn vrouw zong dat liedje, dus ik ben er helemaal weer van op de hoogte. Maar toen ik ontdekte, dat na de wetgeving God zei, Ik heb toch een plek waar Ik kan staan en zegenen, toen wist ik niet meer in wat ik het zoeken moest. Ik was zo kapot, in de positieve zin van het woord, zo ontdaan. Misschien wil je het wel lezen met mij, het is wel goed om het in je op te nemen. Ik zei dat moet je dan in je stille tijd doen, maar … is het goed? Exodus 20:18 “En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan.” Dat is wat ik zo pas zei, angst en afstand. En dan vers 24 “Een altaar van aarde zult gij voor Mij maken en daarop offeren uw brandoffers en uw vredeoffers, uw kleinvee en uw runderen. Op elke plaats waar Ik mijn naam doe gedenken, zal Ik tot u komen en u zegenen. 25 Indien gij echter een altaar van stenen voor Mij maakt, dan moogt gij het niet bouwen van gehouwen steen; wanneer gij dat met uw houweel bewerkt, ontwijdt gij het. 26 Ook moogt gij niet langs een trap naar mijn altaar opklimmen, opdat daarop uw schaamte niet zichtbaar worde.” Ik zou heel graag een heel verhaal over die laatste beide dingen zeggen. Maar de Here zegt, direct na de wetgeving en toch heb Ik een plaats waar Ik kan staan en zegenen. Ik kan tot u komen en u zegenen. En dat is het altaar. Het is niet moeilijk voor je, om de lijn van het altaar op te pakken en te bedenken, dat God, die vroeger heeft gezegd: God zal zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon. Abraham, weet je wel, samen met Isaak op de berg, dat die lijn uiteindelijk eindigt bij het kruis van de Here Jezus. Johannes de Doper had al gezegd, daar heb je het Lam van God, dat God zich zal gaan voorzien, daar heb je het Lam van God. Het is niet moeilijk voor je om bij het altaar te komen, bij het kruis van de Here Jezus. En het is zo fantastisch, dat God, die aan de ene kant zegt, doe dit, zo moet het, dat zijn Mijn woorden, aan de andere kant zegt, en Ik ga je zegenen, Ik sta daar bij het altaar en Ik ga jou zegenen. Het is alsof in Exodus al staat, het is niet een route om er te komen, het is niet een route om in de zegen van Mij te geraken, nee, Ik wil je optimaal van Mijn zegen laten genieten, want Ik sta bij het altaar om jullie te zegenen en daarom zegt de Heer, Ik heb jullie uit Egypte gehaald, om bij jullie te wonen. En dan heeft Hij het weer over een altaar, Exodus 29, altijd heeft het altaar in Israëls geschiedenis een enorme rol gespeeld. Bij Abraham vindt je het, bij Jacob vindt je het, bij Isaak vindt je het. Natuurlijk werd de tabernakel in de hele route door de woestijn, in het land …. En als het altaar niet meer altaar was of aan de kant geschoven werd, koning Achaz in de oude tijd, dan was de zegen ook weg. En dat voelen we. Het is alsof de Here tegen jou zegt: moet je luisteren, om optimaal te genieten heb je 2 dingen nodig. Dat zijn Mijn woorden en dat is Mijn altaar. En het is merkwaardig dat de Here Jezus in Matteüs deze beide dingen aan elkaar koppelt. Je hebt er misschien overheen gelezen, vers 23 van Matteüs 5: “Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.” Die tekst kun je uit het verband halen, dat gebeurd heel vaak, meestal, en dan kun je zeggen, nou dat betekent gewoon, als je iets voor de Here wilt doen, maar het klopt niet met jou en met je broeder, nou doe het dan maar niet, ga dan maar niet evangeliseren of ga maar niet zingen voor de Here Jezus, ga maar niet preken, doe het maar niet, doe maar geen pastoraal werk, want, nou ja, je moet eerst maar heen gaan om je te verzoenen met je broeder. Weet je waarom de duivel vandaag zoveel onrust zaait onder gelovigen? Dat doet hij om ons monddood te maken, de meesten zijn monddood. Die hebben allemaal een stukje, o ja nou, laat ik me maar stil houden, want ik moet eerst naar mijn broeder, naar mijn buurman, ik moet eerst naar mijn medegelovige, ik moet eerst … nou de duivel weet het precies. Maar dat bedoelt de Schrift niet. Natuurlijk is dat op zich zo, je kunt niet in onmin leven met en dan doorgaan alsof er niets aan de hand is, dat bestaat niet, dat kan niet, dat kan nooit. Maar hier staat, dat jij bij het genieten van de zegen bij het altaar moet zijn. En als je daar komt om de Here te bedanken voor Zijn zegen, dan moet je ook realiseren dat andere stuk van Exodus 20. Niet alleen het altaardeel van Exodus 20 pakken, want de Here staat toch om te zegenen, nou we komen daar en we stellen ons onder Zijn zegen en we gaan weer blij weg, nee zegt de Here: er is ook nog iets als de wet. Het merkwaardige van Matteüs 5 is, dat de Here Jezus die beide dingen aan elkaar koppelt, zoals ook Exodus 20 doet. Het is dus niet een tegenstelling, heb ik ook wel eens gedacht. Ja nou, de wet en God zegt op hetzelfde moment Ik neem de wet wel terug, Ik ga wel ergens staan en Ik ga jullie zegenen. Zo dacht ik vroeger. Maar het is geen tegenstelling, het hoort bij elkaar. En nu zegt de Here Jezus en nou zijn jullie aan de beurt. Niet om de zegen van God te krijgen, die heb je door het geloof in de Here Jezus. En waar bedank je Hem? Nou ja, in je gedachten ga je naar het kruis van Golgota en God bid je dat elke dag toe, dat je elke dag een ogenblikje hebt om te zeggen, Here Jezus ik wil u bedanken voor dat wat U daar op dat kruis hebt gedaan. Here God ik wil u heerlijke naam voor dat wat daar is gebeurd. Want U hebt een plek waar U staat en zegent. En die plek heb ik God zij dank gevonden. Daarom zegt Paulus, ik heb niets onder u willen weten, dan Jezus Christus en die gekruisigd. Dat is geen standpunt van een evangelische route, daarna heb je het gewoon niet meer nodig weet je wel, een keertje daar en dan is het over. Het is een permanent gedenken bij het kruis. Het wordt nog scherper als u doordenkt in het Nieuwe Testament en daar uitkomt bij de term de Tafel van de Here. Wij pakken dat bij het avondmaal en sommigen zeggen eens in het kwartaal en anderen zeggen eens in het jaar, anderen zeggen eens in de maand, anderen zeggen een keer per week, het is even allemaal los van wat ook. Maar ik denk dat je het elke dag moet hebben. Misschien wel 2 keer per dag, een morgenoffer en een avondoffer. Want de Tafel van de Here, genoemd in Maleachi en in Ezechiël, is het altaar. Maar waarom zijn we er niet? Ja, de Rooms-katholieke kerk had dat, die hadden een dagelijkse mis, die gingen elke morgen naar de kerk, maar dat hebben we niet meer en ook in Rooms-katholieke kring is dat veelal verdwenen. Maar ja, dat kan toch niet, je hebt toch je werk, na ja. Staat het dat het in de kerk moet? En waarom ga je niet elke morgen even naar het altaar? Maar dan moeten we een samenkomst beleggen. Is dat zo? Dat hebben wij er weer van gemaakt. Wij maken er gelijk een hele liturgie omheen en zeggen op zijn minst, na ja, niet alle liederen en een paar korte a.u.b. of zoals de pianist net zei, lange liederen mag ook, maar die spelen we gewoon wat sneller. Nee, het is geen liturgie. Daar is geen verhaal omheen. Ben je vanmorgen een poosje bij de Here Jezus geweest? Heb je je gerealiseerd wie Hij is en wat Hij heeft gedaan voor je? Maar je voelt het al aan. Dan moet je geen altaar hebben van gehouwen stenen, dan moet je niet modeleren. Dat moet je niet met jouw gereedschap, met jouw houweel gaan bewerken. Daar moet je voorzichtig mee zijn. Anders vertaalt, daar moet je met je vingers vanaf blijven. En daar moet je ook niet een trapje bij gebruiken, hulpmiddeltjes, om hoger op te komen, ellebogenwerk, dan wordt je schaamte zichtbaar. Nou dat betekent, dat je jezelf laat zien. Sorry, dat ik het simpel zeg, maar dat staat er wel. Nee, dat altaar moet je laten staan zoals God het heeft bedoeld en eigenlijk is dat altaar uitgangspunt voor je discipelschap. Ik zeg het nu anders: Petrus, in zijn eerste brief zegt, dat jij behoort bij een heilig priesterschap, om geestelijk offerande te brengen, die aangenaam zijn door Jezus Christus onze Heer. Jij mag naar binnen gaan en de Here prijzen en Hem groot maken. Dat hoort bij het huis van God. Maar diezelfde Petrus zegt, jij bent ook bij een ander geselschap, namelijk bij een koninklijk priesterschap, dat is niet hetzelfde, en nu ga jij van daaruit naar buiten, je gaat van daaruit de wereld in, om de grote daden of de geweldige deugden verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft in Zijn wonderbaar licht. Dat is niet naar God toe, dat is naar de mensen toe. Dat is dat discipelelement. Er is ook die koppeling in Matteüs. Ik hoop dat dat over komt, ik hoop dat je daarover wilt nadenken. Dat uitgangspunt van discipelschap is, ja de dingen die we hadden, de dingen die we nog krijgen, maar dat de Heer zegt en nu ga je naar buiten. Je vertrekt vanuit het altaar en als je je daar herinnert, dat er iets niet klopt, in jou leven, dan kan ik je niet gebruiken, dan ben je geen discipel van Mij. En zo vult de Here Jezus de wet in. Hij schuift ze niet aan de kant, wel nee. Hij zegt, moet je luisteren, Ik ga ze zelf een beetje uit diepen. Gij zult niet doodslaan, nou de Here Jezus heeft het uit gediept. Ik weet niet hoe vaak jij je broer hebt uitgemaakt voor dwaas, ik wel een paar keer. Nou heb ik natuurlijk wel een vreselijk moeilijke broer, maar ik denk dat die broer hetzelfde denkt van mij. Goed. Het hele bekende voorbeeld staat hier, van echtbreuk. Een vrouw aanzien om haar te begeren. Nou ruk je ogen dan uit. Nou als we het gedaan hadden dan waren hier allemaal stekeblind, sorry, ook de zusters. Want ik ken genoeg pastorale gesprekken inmiddels, waarin de zusters precies dezelfde problemen hebben als de broeders. Met andere woorden, doe daar wat aan. Ik was eigenlijk blij, dat Kees iets citeerde uit Johannes 15. Er komt altijd een vraag bij de studies over Johannes 15, de rank, verdort. Kun je als gelovige dan verloren gaan? Weer dezelfde vraag, weet je wel. Nee, de Here kan wel een keer zover komen, dat Hij jou niet meer kan gebruiken. En daarom is het woord discipel nota bene in Johannes 15 ingevlochten. Hij las het voor. Laatste vers van dat stukje, laatste regel bijna van dat stukje. Ook daar gaat het om discipelschap. Alleen wordt het vanuit een andere optiek gezien. In Hem, in de wijnstok, jij de rank, vruchtdragen, als je geen vrucht draagt kan de Heer je niet gebruiken. Niet om verloren te gaan, niet om afval der heiligen te prediken, om een stok achter de deur te zetten van denk er om dat je bij de les blijft, want als je dat niet doet, ja dan ben je geen gelovige meer, dan kom je niet in de hemel. Je komt in de hemel omdat je gelooft, alleen omdat je gelooft. Maar de Here wil zo graag dat jij bruikbaar bent en dat jij geniet. Dat jij echt in de zegen van God staat. Want als jij in optimale conditie bent, in de zegen van God, nou dan straal je het uit, dan is jouw charisma, Hij is geweldig. Als jij in de tegenwoordigheid van God komt, ’s morgens, laat ik maar heel voorzichtig zijn, dan zullen de collega’s misschien zeggen, oh zeker een goede dag gehad gisteren, die straalt nog. Toen Mozes in de nabijheid van God kwam, ja toen heeft hij iets geproefd. Als hij daar weer vandaan kwam, dan straalde zijn gezicht, hij deed er later een doek voor, omdat de kinderen Israëls het eigenlijk niet konden verdragen, maar hij straalde helemaal. Als jij vanuit het kruis, vanuit het altaar, vanuit de nabijheid van God vertrekt morgenochtend, nou ja, daar past geen suffigheid bij en geen, nauwelijks goede morgen zeggen, nou vul nu maar in. Vul maar in. Dit kan niet en daar kan ook niets blijven zitten, om iets onder de mat te vegen van wat er al jaren zit en iedere keer toch weer omhoog komt. Doe dat nu niet. Kap daarmee. Maar wees nu eens rigoureus in je eigen leven. Als er een bepaalde zonde de kop opsteekt, hier worden een paar voorbeelden genoemd, doe daar dan wat aan. Ja, zeggen we, daar heeft iedereen last van. Nou ja, dank je de koekoek, dat is natuurlijk waar, maar is dat een excuus? Omdat iedereen daar last van heeft? Waarom gaan we daar niet serieus me aan de slag? Waarom gaan we er niet echt over praten? Ja, we benoemen het in algemene termen zoals vanavond, dat gaat heel goed hoor, en iedereen knikt en iedereen is het daarmee eens. Maar wie zegt dat nu tegen hen? Een broeder, als broeder broeder…. misschien moet dat dan toch. Een beetje kinderachtig, maar misschien wel van een mannenbeweging, van een mentor hebben, hebben vrouwen weer moeite mee, snap ik ook wel. Ik hoor mijn vrouw al zeggen, nou ja, jij moet praten met je mentor of jij moet mentor zijn voor die ander en geen tijd voor mij, of zo, weet je wel. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Het gaat me ook niet om, dat mannen dat per se met mannen zouden moeten bespreken, misschien is het veel eerlijker om het met je vrouw te bespreken. Maar hoe ook, doet er nou wat aan. Want de Heer kan je niet gebruiken. En als je nu de vraag durft te stellen voor jezelf: ben ik bruikbaar voor God? Kan Hij mij eigenlijk wel gebruiken? Dank denk je oh, dat is misschien wel de reden waarom ik nooit, nooit iets aan zegen ervaar. Dat is misschien wel de reden waarom het zo dor is in onze kerk of in onze gemeente, waarom er eigenlijk niets gebeurd. Wat daarbij komt: ja, dat komt uit een andere hoek en daar is het misschien meer dor, maar bij ons is het ook dor, dus we gaan gewoon verplaatsen, we gaan gewoon ‘relietoerisme’ plegen, dat is tegenwoordig in. Beetje godsdiensttoerisme op zondag, weet je wel. Maar dat is geen groei. Wij functioneren niet meer als discipelen. Zij zien aan ons niet meer, dat wij de Here Jezus kennen en lief hebben en er voor Hem gaan. We vertrekken niet meer vanuit het altaar. Wij moeten daar heel, heel eerlijk in durven zijn. En we raken geblokkeerd. Als je zo dat stukje leest, denk je, o ja, dat is het dus. En je moet het niet alleen leren Dato, staat hier voor mij, maar je moet het ook doen. Ezra was zo een man, zo’n priester, Schriftgeleerde, die niet alleen leerde maar die er ook zijn hart erop gezet had om het ook te doen. De Farizeeërs in de dagen van de Here Jezus leerden het wel en de Here Jezus zei je moet er best naar luisteren, want wat ze zeggen is wel waar, maar je moet niet kijken naar hun praktijken, dat klopt niet. De theorie is vaak optimaal, we zijn ontzettend dogmatisch, we zijn theologisch behoorlijk geschoold en we hebben onze structuren, we hebben het nog behoorlijk recht, ja wij zijn rechtzinnig in de leer, we zijn recht in de leer en krom in de praktijk, maar dat kan niet. Dat kan niet. Dus u moet ophouden met vroom gedoe op zondag en slechte praktijk op maandag. We moeten terug, we moeten echt terug. Want dat bedoelt de Here Jezus, je kunt op zondag wel halleluja roepen en op maandag je mond houden, omdat je broer nog steeds in de problemen ziet met je over iets. Het gaat niet om je lijfelijke broer hoor, ook wel, maar de Here zegt, dan moet je je gave maar, daar moet je dan maar mee stoppen. Maar ja, dat kan toch niet Here Jezus, U hebt toch gezegd dat we elke keer bij U mogen komen en u mogen prijzen en dat doen we ook, maar de Heer zegt dat kan niet zonder, dat is eigenlijk de taal van 1 Johannes, als jij zegt dat je Mij lief hebt, zegt de Here, en je haat je broer geloof ik er geen steek van. Mijn vertaling, maar het staat er wel zo. Dat betekent concreet voor ons vanavond, dat we de moed moeten hebben om te inventariseren in onze eigen levens. En nu kan ik debatteren met jullie over en hoe dan met de sabbatdag, want daar kom je dan uit, dat is een heerlijk discussiepunt. Nou daar zijn we nog niet uit vanavond hoor. Daar ga ik misschien strakst iets toe zeggen, na de pauze, maar het is zo prachtig om dan in het debat te gaan en daar een welles nietes sfeer in te krijgen en de andere 9 geboden laten we dan gewoon lopen, dat doen ze niet, maar dat snappen we nog een beetje, maar die ene: gedenk de sabbatdag, daar is nu al 20 eeuwen discussie over en dat moeten wij vanavond even oplossen. En het is prachtig om jezelf achter zo een gebod te verschuilen, omdat dat niet helder is, nog niet helder is, laat je de rest gewoon los. Dat blijft maar waaien, dat is foute boel, dat is de tactiek van de duivel. Ik zeg niet dat we daar nu al uit zijn, maar je moet de moed hebben om te zeggen, dat snap ik nog niet. Zou de Here ons dat ook willen openbaren misschien? Zou daar licht op zijn? Daar is wel enig licht. Misschien niet voldoende voor jou, maar daar is wel enig licht. Maar die andere geboden, die staan daar. En als je gewoon met elkaar omgaat, vriendelijk, graag, goed maken, niet overdreven taalgebruik van: ik zweer het je. Uw ja zij ja, uw nee nee, al het andere is overdone. Gewoon rechttoe rechtaan. Dat snap je allemaal, dat snap je precies, dat is helemaal niet moeilijk. En ik zou zo graag willen, dat je dat echt, echt toepast en dat uit de Mozaïsche wet, dus de 5 boeken van Mozes, van oog om oog en tand om tand, dat kun je wel vergeten zegt de Here Jezus, schrap dat maar dooron et andere is overdone.kataar. ik nog nietneen komen stoppen de zegen ervaar. het eerste lied en uw vijanden haten, dat kun je ook wel doorschappen. Heeft de Here daarmee de 10 geboden veranderd? Neen, neen. Hij heeft dat volk behoorlijk onder handen genomen. En als je alleen je broer lief hebt, iemand die van jou houdt, dan heb je geen bijzondere daad gedaan. Dat doet iedereen. Maar als jij je broeder lief hebt, een broeder lief hebt, die niet zo sympathiek is, jullie kennen allemaal voorbeelden zat, denk ik. Een van de allerbekendste is misschien van Corrie ten Boom, die na de oorlog, toen haar zuster daar overleden was, daar omgekomen was in een van die kampen, de overtuigen kreeg dat ze daarheen moest gaan om daar te vertellen van de Here Jezus en ze kon het niet, ze kon het niet ophoesten, ze had het idee van nou laat ze maar stikken, heel lief woord, ze heeft een ander woord gebuikt, dat woord wat ik nu gebruik is veel te lief. Ze heeft gebeden en ze heeft liefde gekregen voor die kampbeulen en ze is wel gegaan. Hoe kan dat nou? Een bevriende predikant zij mij, mijn broer is doodgeschoten in Suriname door een stelletje boeven. Ik was zo woedend, ik had hem ook wel willen schieten. Ik heb toch geroepen en dan zeggen sorry Heer en dan naar de gevangenis gaan en tegen hem zeggen ik heb het je vergeven in de Naam van de Here Jezus, maar met dit pistool had ik je wel willen schieten, maar ik mag het niet en ik doe het ook niet, ik wil je proberen lief te hebben. En zo een man breekt in de gevangenis. Jullie hebben ook verhalen, jullie hebben ook voorbeelden. Een vrouw zei mij, die ernstig misbruikt was vroeger, pas toen ik mijn belagers en dat waren er een aantal, kon vergeven en heb vergeven, ben ik bruikbaar gebleven voor diezelfde mensen en hebben ze de Here Jezus leren kennen. Ik zeg niet dat het dus moet, maar in onze maatschappij is het oog om oog en tand om tand. En je kunt pas iemand die incestueuze dingen heeft gedaan vergeven, als die veroordeeld is. Hij moet eerst een pak slag, de lat moet weer te voorschijn komen. Sorry, dat ik het wat raar zeg, maar u hoort het, u proeft het, u leest het. Neen, zegt de Here Jezus, nee dus. Als God zo handelt, daar komen we nog op terug, vergeeft elkaar de misdaden, u voelt het al, dat past het Onze Vader ook in het discipelschapsprogramma. Zou je nu echt willen zeggen: Here Jezus ik luister naar U, ik wil deze dingen gewoon overnemen, ik wil ook leven en doen, ik wil niet zijn als de Farizeeërs, ik wil gewoon volmaakt zijn, zoals mijn hemelse Vader volmaakt is. Kom ik daaraan? Nee, dat red ik nooit. Krijg ik dan een 10? Nee ook niet. Ben ik dan een goed soldaat voor de Here Jezus? Als ik een cijfer mag geven, zal ik het voorzichtig zeggen, een 5,5 op de schaal van 1 tot 10. Net geen onvoldoende, net geen voldoende, maar de Heer zegt je gaat wel over. Was misschien net een stukje mentaliteit van mijzelf vroeger hoor, 5,5 is voor mij genoeg. Maar u begrijpt het nu. Maar zou u nu stil willen worden en willen zeggen Here ik krijg dan een 5,5. Mensen met een 5,5 komen nooit in de hemel, alleen mensen met een 10. Maar die 10 krijg je nooit door die wet te houden, door discipel te zijn. Die 10 die krijg je, omdat de 10 van de Here Jezus op jouw lijst komt. Dat is het ticket, de toegang tot God. Maar de Here wil zo graag dat jij discipel bent, dat je volmaakt wordt, zodat je straalt, zodat je charisma hebt. Niet omdat je karakter zo is of omdat je genadegave zo is, maar omdat je bij de Here Jezus geweest bent. Want als de norm het altaar wordt, dan kan ik niet in onmin leven met mijn broer en dan moeten we de problemen durven aanpakken. En die problemen zitten soms al jaren. Er is weggestopt, er is van alles overheen gegaan, zand erover zeggen ze, maar het is niet opgeruimd. En elke storm brengt weer een nieuwe laag, doet weer stof opwaaien en het is er weer onder de mat, het lost niets op. En de kerk stikt van de interne ‘troubles’, ze barsten er bijna van, maar de individuele gelovige ook. Als je niet op past wordt je helemaal monddood door deze dingen. Ik hoop dat je dit stuk wilt begrijpen. Voor mij is het behoorlijk emotioneel en ik vond het ook een beetje moeilijk, omdat ik vroeger dacht: de wet, ja da kom ik in de hemel, en later hoorde: de wet, dat hoeft niet meer. En nu denk ik God heeft die wet gegeven als een stukje spelregel, dat woord is misschien te ligt, niet helemaal correct, maar om iets duidelijk te maken. Een soort norm, een soort normering om optimaal te genieten en om bruikbaar te blijven. En die beide dingen komen hier naar voren. En ik hoop dat je de Here wilt bedanken voor wat Hij aan het kruis heeft gedaan voor jou, ik hoop ook dat je Hem wilt bedanken voor het feit dat Hij klaar staat om te zegenen, ook voor het feit dat je elke dag bij Hem mag komen, dat je van Hem uit weg mag gaan en dan voel je op je schoentjes en klompjes aan, dat dat niet past om dan tegendraads, tegen aan de wet verder te gaan, dat kan niet. En dus is die wet niet aan de kant geschoven, die is heel reëel. Die is er nog, die wet is goed en die wet is heilig, schuif haar niet weg, maar zie haar ook niet als, dit is de weg om naar de hemel te komen. Ik hoop dat dat helder is en dat je toch het verlangen hebt om een discipel te zijn van de Here Jezus, om vanuit het altaar gewoon de schitterende dingen van de Here Jezus te vertellen. Nou in de eerste plaats kun je vertellen wat er met jezelf is gebeurd en dat is meestal het allerbeste, dat kun je in elk geval vertellen, je eigen getuigenis geven. Geve de Heer ons genade. We gaan eerst een poosje stil woorden en ik hoop dat je dit wilt overwegen en dan wil ik graag afsluiten met een gebed.
Here Jezus iemand heeft me vroeger geleerd het liedje: ik wens te zijn als Jezus, zo nederig en zo goed. Zijn worden waren vriendelijk, Zijn stem was altijd zoet. En het refrein was: helaas ik ben niet als Jezus, dat ziet een elk aan mij. Here Jezus ik wil het nu niet zo zingen of zeggen. Ik zou U zo graag willen bidden, Here Jezus, wilt U met Uw Heilige Geest zo werken, dat mensen iets ontdekken van U in mij. En dat is nooit tegendraads aan de wet. En we moeten ook de moed hebben, om de wet in zijn volle kracht op onze levens te leggen, om Psalm 119 toch ….., het is te lang vinden we, in de berijmde versie te veel coupletten, in de onberijmde versie 22 stukken. Here Jezus we weten er eigenlijk geen raad mee en we slaan het over. Een paar leuke teksten pakken we d’r uit, Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. We willen U bidden Here Jezus of discipelen van U, en wij willen dat graag zijn, zullen laten zien wie U bent. En wilt U ons nu helpen om die dingen die al jaren in ons denken aanwezig zijn, die ons misschien wel beheersen, verlangen naar verkeerde dingen, ogen die verkeerde dingen zien, handen die verkeerde dingen doen, voeten die verkeerde wegen gaan, om ze af te hakken. We weten niet eens hoe het moet en we durven het niet. We durven ons niet eens kwetsbaar op te stellen. We durven U nauwelijks te zeggen wat er diep in ons hart is, laat staan elkaar. Here Jezus wilt U door Uw Heilige Geest zo krachtig werken, nu vanavond hier, dat we bruikbaar zijn, dat we volmaakt zijn, zoals onze hemelse Vader volmaakt is. Zegen zo Uw woord voor een ieder die hier is in de Naam van onze Heiland, de Here Jezus. Amen.