Discipelschap avond 5

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

5 Discipelschap – Training Bijbellezing over Mattheüs 6 vers 19 tot 7 vers 6

door Dato Steenhuis,

8 november 1999
      Lezing

Ik Ik wil met jullie graag Matt. 6:19 en verder lezen.
Matt. 6:19 en we lezen tot en met 7:6.
19 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22 De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; 23 maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis! 24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon. 25 Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten [of drinken], of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? 26 Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? 27 Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? 28 En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: 29 zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze. 30 Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? 31 Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? 32 Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. 33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. 34 Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
7:1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? 4 Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? 5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. 6 Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.
Zover het lezen.
Discipelschap, het volgen van de Here Jezus, worden als de Here Jezus, dat zijn termen, die we steeds voor ons hadden, elke avond opnieuw. Het gaat daarbij niet om de vraag hoe we in de hemel moeten komen, het gaat om de vraag hoe we hier op aarde voor de Here Jezus kunnen functioneren. En dat is bedoeld voor mensen, die weten dat ze in de hemel komen. Het is dus duidelijk zo, dat er een stuk basis, vertrouwen, mag zijn, moet zijn van: ik ben een kind van God, ik weet dat mijn zonden vergeven zijn, ik weet dat mijn schuld uitgedelgd is, ik weet dat ik leven uit God heb, ik weet dat ik dat allemaal te danken heb aan de Here Jezus. En ik weet ook dat de Heilige Geest in mij woont. Dat zijn allemaal schitterende dingen, die meer dan de moeite van het overwegen waard zijn. Maar eigenlijk wordt dat als aanwezig verondersteld, om een discipel te kunnen zijn. Een stuk onderwijs, zoals de Here Jezus dat zei in Matt. 28: gaat heen, onderwijst, verkondigt en onderwijst, verteld, legt uit en dan komen er hopelijk discipelen, mensen die echt voor de Here Jezus willen gaan, die hun leven niet meer naar het aardse hebben gericht, maar die duidelijk bezig zijn met de hemelse dingen, maar dan hier op aarde. Als een stel strijders, als een stel soldaten voor de Here Jezus, dus mensen die hier voor Hem, voor onze Here Jezus, wegbereiders zijn, predikers zijn, boden zijn, strijders zijn, kortom je mag termen daarbij invullen, maar het gaat om de Here Jezus. Het gaat om het laten zijn wie Hij is.
We hebben het over bidden gehad, de vorige keer, over vasten gehad, afhankelijkheid uitdrukken, beseffen dat je het alleen niet kunt. Maar nu gaan we misschien wel iets verder. Ik hoop het in elk geval.
In de allereerste plaats wordt onze aandacht getrokken naar de term: “waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn.” We zijn allemaal bezig met onze eigen nestjes aan het bouwen. En ik weet nog heel goed dat het voor het eerste een gezamenlijk nestje werd voor Hennie en voor mij. Je bent ermee bezig, je ben aan het ploeteren, je bent aan het creëren van met toen ƒ 10,00 nog iets te doen wat eigenlijk voor ƒ 50,00 had gemoeten. Dat waren de termen van toen, maar je bent bezig. En je bent zo druk met de aardse dingen, als iemand je toen gezegd had, je moet denken aan de hemelse dingen, dan had je misschien gezegd, nou krijg het heen en weer of zo, maar daar ben ik nu even niet aan toe. Dit soort momenten hebben we eigenlijk altijd. (als het baby komt, of als je gaat trouwen, of als je een jubileum hebt of als er een verbouwing is, na ja, je vult maar een end in). Iedere keer komen die momenten van, nou dat hemelse even niet. We hebben onze aandacht dan op de aardse dingen gericht en dit hoofdstuk wil je daar vandaan halen. Kees zei geloof ik in zijn gebed, dat de hemel zo laag mocht hangen, dat wij het eigenlijk ervoeren. Ik dacht op het zelfde moment, dat wij zover omhoog gaan, het is bijna het zelfde, je ervaart het als het zelfde, maar dat wij loskomen van de aardse dingen en dat we omhoog getrokken worden en dat we de hemelse dingen ervaren. Goed, hij bedoelt het zelfde als wat ik zeg. Maar wat ik graag kwijt wil is, dat wij ons de vraag moeten stellen: waar gaat het eigenlijk om? Uit het boek Hooglied kun je heel veel mooie dingen halen, dat weet iedereen denk ik. Maar een van de dingen, die daar gevraagd wordt is, “wat heeft uw geliefde dan voor boven een ander, dat gij ons aldus bezweert ook dochter van Jeruzalem?” Iedereen in haar omgeving zegt er dan, die verloofde van jou dat moet wel een heel bijzonder iemand zijn, wat is er nu extra mooi aan hem boven alle anderen? Waarom praat je eigenlijk zo? Waar heb je het over? Er zijn toch duizend mannen? En dan begint ze een opsomming. Mijn geliefde is: en dan begint ze bij zijn voorhoofd, zijn ogen, zijn kin, zijn schouders, ze kan hem helemaal uittekenen. Echt een kleurenfoto van hem. In die tijd bestond dat natuurlijk nog niet, maar ze kan hem helemaal neerzetten. Zo is mijn geliefde, zo is mijn vriend. En hun reactie is, nou als dat zo iets bijzonders is, dan gaan we met je me. Dat willen we zien, dat willen we meemaken. Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn. Weet je, misschien komt het een beetje drammerig over van mij, want ik zeg dat heel vaak. Als je niet geniet van de Here Jezus, dan kun je nooit een discipel zijn. Maar je wilde ons toch naar buiten sturen, je wilde ons op pad sturen, we moesten toch wat doen voor de Here Jezus, we moeten toch…. weet ik veel, ergens in deze omgeving iets laten zien van Hem. Ja, maar als je motivatie niet juist is, houdt je het geen halfuur vol. En daarop struikelen we. We willen wel, we worden ook een beetje, door elkaar waarschijnlijk, opgejut om te gaan en dan gaan we er ook tegen aan, maar het is in no time weer over, want de motivatie is zoek. Wat is nu de motivatie voor discipelschap? Dat is de Here Jezus zelf. En als jij niet geniet van de Here Jezus, dan kun je het schudden, echt waar. Dat is precies het zelfde, als je echt lichamelijk zware arbeid moet doen, ik kom uit een boerenstreek, nou die mensen aten ’s middags hun broodtrommel leeg, dat was echt onvoorstelbaar, dat is niet te geloven, maar ze moesten ook aan hun schop staan, de hele dag en dat hielden ze nog vol ook. Maar als die mensen nu laten we zeggen, 3 dagen niet te eten zouden krijgen, dan had je net zo goed de ambulance kunnen bellen. Dat werkte niet meer. En zo is het in geestelijke dingen ook, alleen wij hebben dat niet door. We hebben niet door, dat de duivel al eeuwen probeert, om dat wat van de Here Jezus spreekt, onderuit te schoffelen. En zo gaat dat steeds… iedere keer komt er een nieuw verhaal, een nieuw fenomeen, of dat nu de Dalai Lama is (dat heeft nu weer even gespeeld, weet je wel, dat was ineens weer helemaal in, die man is bejubeld door meneer Kok en door meneer van Artsen, iedereen is daar geweest bijna. Je kunt bij Blokker, je kunt bij Marskramer boeddha beeldjes kopen, ze zijn in de aanbieding vandaag). Ik wil maar zeggen, het is in no time een cultuurtje daar omheen en weer is de aandacht ergens naar toe gebogen. Nou dan komt iemand met kritiek over de bijbel, dat staat in het AD vorige week zaterdag, nu afgelopen zaterdag, het verhaal van David is niet waar, het verhaal van Salomo is niet waar en dat gedoe met Jeruzalem is ook zwaar overtrokken en de archeologen bewijzen nu ineens dat het allemaal onzin is, dat ze zelf nooit in Egypte geweest zijn, de Israëlieten. Nou weer een discussie. Maar jij en ik, wij lopen enorme risico’s dat we binnen onze geselschappen, kerken, groepen, vandaag bezig zijn met moeilijkheden in die gezelschappen, met zorgen, met wel of niet een kerk bouwen, met wel of niet aanstellen van, zingen van liederen, organisatie, structuur. We zijn met van alles en nog wat bezig en iedereen is bezig met interne problematiek en niemand komt meer naar buiten. Wat is nu eigenlijk de tactiek van de duivel? Nou niet zozeer, dat er allemaal organisatorische of praktische dingen zijn, die zijn er altijd geweest en zullen ook altijd blijven, de tactiek van de duivel is, dat jij je niet meer voedt met de Here Jezus. Dat je niet meer toekomt aan Hem en dat je niet zegt ik zou zo graag wat van Hem willen zien. We kennen allen die oude verhalen en die briefjes die op een preekstoel lagen met: Heer wij wensen Jezus te zien en de predikant vraagt zich af: is mijn zeer goed doortimmerde preek dan toch niet overgekomen? Nou ja, de theologie was wel goed, maar de Here Jezus zagen we niet. Heb jij dan, het gaat niet om je kerk, heb jij dan gisteren de Here Jezus gezien? Heb je gedacht, jonge dat is gaaf? Want daar wordt je blij van. Dat bepaald in feite je hele houding als discipel. Als soldaten niet meer gemotiveerd zijn aan het front, b.v. in Rusland, in tijden die we gehad hebben, dan wordt het niets. En als jij en ik niet meer heel concreet gericht zijn op de Here Jezus, dan kun je het schudden, nu voor de tweede keer. Daarom staat hier: waar uw schat is, daar zal uw hart zijn. Je kunt het wel fabrieken hier, je kunt bezig zijn met, je kunt schitterende zendingsorganisaties bouwen hier op aarde en je kunt alles tot in de perfectie regelen. De administratie is in orde, de mail-ingen zijn mooi, zijn kleurrijk en die gaan op tijd de deur uit, fondsenwerving is perfect, enfin, naar buitentreden een beetje in de zin van reclame maken voor, is allemaal in orde. Als je schat niet de Here Jezus zelf is, dan gaat het niet goed. En daar lopen wij iedere keer stuk. Ik wil niet jou of jullie beschuldigen, daar lopen wij stuk. Omdat de duivel ons zo in beslag neemt met, komen we niet meer toe aan de Here Jezus. Dat wil het eigenlijk zeggen. Die bruid uit het Hooglied, die vrouw kon hem precies omschrijven, ze was laaiend enthousiast over haar geliefde. Wij denken, nou dat hoort een beetje bij de wittebroodsweken. Dat gaat wel weer over als je een paar jaar getrouwd bent of zo, weet je wel, zo leuteren we maar een eind weg. Maar in feite zeggen we, bij mij is het niet zo, dus is het ook nooit zo geweest, we maken een excuus, we gaan een klein schermpje neer laten, dat is wat eigenlijk gebeurd. Ben je nog een beetje enthousiast voor de Here Jezus? Zou je nu gewoon op je stoel zittend durven zeggen: Here Jezus ik ga vertellen van U, ik vind u gaaf, ik vind u gewoon schitterend, ik vind u puntgaaf, ik wil zo graag van U leren, ik wil graag zien wie U bent. Petrus zegt in zijn tweede brief, dat je moet opwassen in de genade en kennis omtrent de Here Jezus. Weet je dat er vandaag een enorm kennistekort is, als het gaat om de Here Jezus. Nou, dan weet je ook, waarom er geen discipelen zijn. Want de eigenlijke, de feitelijke motivatie ontbreekt. Ik wil niet al te drammerig doen, maar ik wil het gewoon helder hebben. Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn. Dus nou niet hier allerlei dingen fabrieken, die gaan toch kapot. Die organisatie wordt onderste boven gegooid of daar komen andere wetten in dit land en dan werkt het ook niet meer. Van alles gebeurt er…mot en roest, na ja, alles heeft zijn invloed. Maar als Hij je schat is, dan zit je goed.
Een tweede element komt erbij en dat is: als je oog zuiver is, dan is je hele lichaam verlicht. Met andere woorden: het doel is in feite de Here Jezus, je schat is de Here Jezus, maar daarbij moet je wel een heel zuiver oog hebben. Dat is een stuk visie, visie ontwikkelen. Visie is misschien ook wel een speciale gave, zover ik zie, is dat zo. Om Rom. 12 is sprake van gaven, Ef. 4 ook en in 1 Kor 12 ook. In Rom. 12 en in 1 Kor 12 kom je beide iets van besturen tegen. In Rom. 12 heeft dat te maken met visie hebben en in 1 Kor 12 heeft dat te maken met praktisch inhoud geven en dat is verschillend. Je zou in elke gemeente, in elke groep, eigenlijk mensen moeten hebben, die visie hebben. Visieoneer ingesteld, dat is vandaag ook een term, maar, die heel helder hebben waar het om gaat. Dat is dan een speciale gave, zul je zeggen, maar hier wordt gezegd, jou ook moet zuiver zijn. En mijn ook is heel vaak vertroebeld. Waarom? Omdat ik bepaalde brillen meestal opzet. In het OT wordt gezegd van het Woord van God, de ouderen moesten dat aan de kinderen zeggen, je vindt dat in Deut. 6 en ook wel nog andere plekken, dit moet je eigenlijk tot een voorhoofdsband tussen je ogen binden. Nou, je bent allemaal wel eens in Israël geweest of je hebt er foto’s of video van gezien, dan lopen ze daar met die gebedsriemen om, om hun arm maar ook op hun voorhoofd, zo een blokje, zo’n kubusje, mestal van leer. Op hun voorhoofd. Daar zit een klein stukje Thora in, een klein stukje wet. En dat hebben ze ook aan hun deurposten, de mezuzah, ze hebben het om de armen gewikkeld, gebedsriemen heet dat dan. Maar dat komt daar allemaal vandaan: je zult het binden op, je zult het als een voorhoofdsband tussen je ogen hebben, de Here bedoeld eigenlijk: alles wat je ziet moet eigenlijk gefilterd worden door Mijn Woord. Dus alles wat je waarneemt, moet eigenlijk door Het Woord heen naar je toe komen. Dat bedoelen ze ook. Ja, ik weet wel, dat het een uiterlijk vertoon is en dat ze daar ook niets mee doen, er zijn ook al van die kleine blokjes, daar zit helemaal niets meer in, weet je wel. Maar na ja, dat blokje, niemand ziet er iets van. Ik weet het wel, het verwaterd allemaal. Maar God heeft bedoeld: kijk eens, jou oog moet zuiver zijn. En de Here bedoeld daar niet iets van een soort veredelde Hans Anders of zo, sorry voor al die andere opticiens hier, maar de Here bedoeld, dat het zo helder is, dat je door Het Woord van God heen de zaak bekijkt. Dan is je oog zuiver. Maar dat mag niet meer, want de normen van vandaag zijn economisch of maatschappelijk verantwoord of maatschappelijk geaccepteerd, weet je wel, dat soort termen kom je nu tegen en dat is een heel ander verhaal. Dan wijken we af, maar het oog is niet meer zuiver. Jou oog en mijn oog moet zuiver zijn.
En vervolgens een derde element, die drie dingen horen bij elkaar, hoor, niemand kan twee heren dienen. Ik moet niet naar twee bevelhebbers luisteren. In de strijd, stel dat de een zegt schieten en de ander niet schieten, dan heb je een probleem. De een zegt links om en de ander zegt rechts om. Nee, niemand kan twee heren dienen. Je moet dit heel, heel helder hebben voor jezelf: wie is de heer van mijn leven? Dat wisten we al, we hadden allemaal al gezegd we kennen de Heer Jezus, we willen leren Hem te volgen, we willen Hem ook volgen, Heer Jezus u bent de Baas in ons leven, maar we komen op zoveel kruispunten, waarop we toch weer een ander soort bevel ontvangen. Niemand kan twee heren dienen. Maar degene die je dient, daaraan hecht je je en die heb je ook lief. Dat wordt hier gezegd: liefhebben en hechten. Dat liefhebben van de Here Jezus hebben we als uitgedrukt, door waar uw schat is daar zal uw hart zijn. Mijn kijk erop moet niet vertroebeld worden door, maar ik moet me ook heel, heel helder realiseren, dat er nog iemand is, die probeert zijn bevelen binnen te laten komen. En dat is de tegenstander. Want discipelschap en strijd horen bij elkaar, discipelschap en koningrijk horen bij elkaar, dat zeiden we elke avond, maar dat betekent ook, dat er een vijand is. We zijn niet aan het droog trainen. In de werkelijkheid, morgen ochtend, dan is het niet meer een theoretisch iets, ja dan is de werkelijkheid daar. En dat betekend, dat er een vijand is. En wie bepaalt het commando? Misschien klinkt het heel emotioneel, ik vind het heel emotioneel voor mezelf, ik denk dat ik het verteld heb, maar ik weet het niet meer zeker. Ik schrijf het niet op, dus dan een doublure. Een mevrouw ging als evangeliste langs de deuren en dacht dat ze dat voor de Here moest doen en de Here zegende haar geweldig. En die zegt op een bepaalde avond, we moeten er naar toe, we moeten die mevrouw wat boodschappen brengen. Nou dat geloof ik nooit altijd direct, dus, maar Hij zegt het moet wel. Enfin, kilo suiker, Gelderse wordt, pak koffie, je weet wel, een kerstpakket of zo. En ik er na toe. Dit is voor jou Martha, zo heet ze. Zei zegt: ik ben een koningskind. Ik zeg waarom? Dat is het eerste wat ze zei. Waarom? Nou ik heb de Here om een pond suiker gevraagd, ik krijg een kilo. Ik stond wel even perplex. Ze had het precieze moment getimed, dat zal de Here wel gedaan hebben en achteraf is dat zeker zo. Maar waar het nu om gaat is dit: Martha, hoe kom je nu aan je gebrek aan suiker? Ik werkte toen volop, zat in huis, weet je wel, gewoon een zeer goed salaris, dat is dus al een paar jaar terug, enfin, dat kwam er niet helemaal uit. Maar naar verloop van, ik denk 20 minuten of ½ uurtje, toen wisten we het heel precies. Ze was voor de Heer begonnen. En daar na had de organisatie, ik zal maar geen naam noemen, haar gevraagd: je kunt beter met ons samen werken. Enfin, ze kwam in dienst van de stichting. En die zeiden waar ze naar toe moest en die zeiden waar ze niet naar toe moest. Zij colporteerde en bezocht mensen in bepaalde streken van Nederland, ik weet ook niet precies welke, maar dat mocht niet meer, want daar kwamen nu anderen. Het uiteindelijke resultaat was, dat Martha helemaal verpieterde en zelf in letterlijke zin verarmde. Ik zei: Martha, je hebt de verkeerde baas. Je had de Heer en je hebt Hem ingeruild voor wat anders. Die zeggen nu wat je wel en wat je niet moet doen. En niemand kan twee heren dienen. Dat gaat niet goed. Dit ligt dus niet heel ver weg, heel grof of zo, dit is heel dichtbij. Om wie gaat het? En als jij denkt dat je een discipel bent van de Here Jezus en je kerk zegt, maar dan mag je niet naar Veenendaal, dan is voor jou op dat moment de tekst aanwezig, welke heer geeft het bevel? Wie heeft het commando? En het is veel pijnlijker dan je vermoed, hoor. Want vanaf het moment, dat jij actief wordt, echt actief wordt en denkt voor de Here Jezus te moeten gaan, omdat Hij jou schat is, omdat Hij jou alles is en dat elk oogcontact met Hem is, daar is niets aan vertroebeling tussen jou en Hem, vanaf dat moment zul je ervaren, dat er tegencommando’s zijn. Want, dat kun je niet maken, ja en dat is wel goed, maar…..dan moet er eerst een pianospeler bijkomen, want anders kunnen we geen lied zingen. Nou ik ben blij met elke muzikant. Ik wil er alleen maar dit mee zeggen: we hebben vroeger in de commercie heel wat lezingen gehouden over franchising en andere onderwerpen, daar heb ik me nogal in vastgebeten vroeger, maar al dat geleuter over brengt niets. En ik weet wel, dat je niet zonder organisatie kunt, maar wie is de baas in je eigen leven? Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren, dat ik mijn baan opzei en tegen iedereen zei: en ik wil niet in dienst van…. En dat was heel riskant, dat betekende voor mij, dat ik geen enkele zekerheid had. Ik wil per se vrij zijn. En als ik iets bevochten heb in de loop van de jaren, is het deze dingen. En als ik ervaren heb, dat juist daar de aanvallen zijn, dit is gigantisch. En daarom is het woord bezorgdheid, wat erop volgt ook inderdaad een element bij discipelschap. Wie volg je? Wie gehoorzaam je? Je gaat je of aan de een hechten en de ander min hechten. Je gaat of die ene lief hebben en de ander verachten. Dat is gewoon zo, dat kan niet anders. De Heer zegt, je moet Mij liefhebben en je moet je aan Mij hechten en je moet alle andere stemmen laten zwijgen. Dat zingen we wel eens in een lied uit de bundel Opwekking, laat alle stemmen in mij zwijgen, Heer. Zo van, laat er nu niets komen, wat me van U afhoudt, wat vertroebeld, laat mijn oog zuiver zijn. Want daarom is dat niemand kan twee heren dienen, daar onmiddellijk bij ingestopt. Dat staat er niet los van, dat is er direct aan gekoppeld. Maar de vraag daarop is natuurlijk van ja, ja, dat kun je nu wel zeggen, maar ja, daar moet ook brood op de plank zijn. Zie je, hoe je onmiddellijk van het ene in het andere komt? En er hier in Matt. 6 samenhang is?
Over die bezorgdheid is natuurlijk al vaak iets gezegd. Ik kan mij gebedsdiensten herinneren, waar vrijwel elke week, als we zo’n gebedsdienst hadden, een klein stukje uit Matt. 6 werd voorgelezen. Als je denkt aan leliën, als je denkt aan vogels en de Here God zegt, jullie gaan ze zo mijlenver te boven, zo van waar maak je je druk om en de Heer zal voor u zorgen. En iedereen klapt in de handen en roept halleluja, we hebben een God, een geweldige God. Maar waag je het ook met Hem? Ik weet wel, dat je dan aan verzekeringen kunt denken en aan allerlei constructies. Ik heb heel lang met Staphorsters te maken gehad en daar hadden ze geen verzekeringen. Dat mocht niet. Maar die kent u ook uit uw eigen omgeving waarschijnlijk. En je kunt met Ezra aankomen, die zich liet verzekeren door de Here zelf en die zei, ik wil geen verzekering, geen leger, geen ruiters, neen. We bidden, we vasten en de Here God zal het ons doen gelukken en het gebeurde en ze kwamen in Jeruzalem. En Nehemia gaat de zelfde route van de zelfde plaats Babel de zelfde route ook naar de zelfde plaats Jeruzalem en de koning zegt, je moet maar een paar soldaten en een beetje leger en ruiters meenemen en Nehemia zegt dank u wel voor uw bezorgdheid, het is fijn dat u dit doet. Waar Ezra zich voor schaamde, daar maakte Nehemia dankbaar gebruik van. Wel verzekeren, niet verzekeren. We kennen dat. Maar in Staphorst zeiden ze: niet verzekeren. Maar ze wisten, als hun boerderijen in vlammen opgingen, dat ’s avonds de aannemer op de stoep stond, die zegt zal ik morgen beginnen met bouwen? En daar lag ook een ton in een pet. Dat hoorde bij de cultuur. Dat was ook zo. Dat is fantastisch. Maar dat is natuurlijk net zo goed een vorm van verzekeren. Waar ik nu naar toe wil is: zou je het met de Here durven wagen, zonder dat je toezeggingen hebt? Dat is vandaag bijna ondenkbaar. Nu gaat het mij niet om: mag ik dan geen baan hebben of zo? Mag ik dan geen regelmatig inkomen? Natuurlijk mag dat. Mag ik dan geen nieuwe jurk kopen? Natuurlijk mag dat. Maar de vraag is, hoe ben je ingesteld. Ben je echt bezig met het aardse, met de vrieskist, met de kledingkast, met de dingen die we ook gewoon nodig hebben. De Heer zegt niet, dat je dat niet nodig hebt. Hij zegt: Ik zal er voor zorgen, je krijgt echt te eten en Ik zal er ook voor zorgen dat je een jurk krijgt. Dat zegt de Heer. Maar de hamvraag is, durven wij het te wagen met de Heer? En dat is tegendraads aan alles vandaag. Wij moeten alles regelen, alles vastleggen, overal zijn contracten voor en wij komen daar ook niet onderuit. Dus, ik zeg niet tegen jou, dat je je vastigheid moet loslaten, dat je nu tegen je baas moet zeggen: ik wil niet meer een vast contract, waar je al op gehopt hebt, geef nu maar eens een 3 maanden contract, of zo. Neen. Doe maar niet, laat dat maar zo. Maar ik wil wel, dat je denken anders wordt, dat je durft te zeggen: Here, ook al loop ik misschien in een soort valkuil, misschien loop ik mijn promotie wel mis, mijn carrière wel mis, wat doet het ertoe, wat maakt het uit. Hier staat in feite, al de carrièrechoppers, die hebben het mis, want hun schat is kennelijk hun carrière geworden. En al die mensen, die zeggen, als je je daar helemaal op focust, de kracht van het positieve denken, die hebben het mis, want daar gaat het niet om. Het gaat erom, dat je durft te zeggen: Here ik houd van U en ik wil van U genieten, ik wil me aan U hechten, ik wil voor U gaan, maar ik vertrouw er ook op, dat U voor een lunchpakketje zorgt dan. Een beetje stom gezegd, maar dat is het ongeveer. Niemand die in de strijd gewikkeld is, moet zich eigenlijk zorgen maken om soldij of zo, dat zou eigenlijk heel gewoon moeten zijn. Wij worden in discipelschap teruggehouden door onze zorgen voor het leven; en ik durf niet te zeggen, dat je ze allemaal weg kunt schuiven, dat bestaat gewoon niet meer, dat bestaat niet meer! Je kunt wel zeggen dat het allemaal anders moet, dat zeg ik ook, dat roep ik ook heel luid, maar niet iedereen kan hetzelfde doen, wat ik wel heb gedaan en dat hoeft ook niet, want dat moet echt door de Here op je hart gelegd zijn en niet zomaar geprobeerd worden, dat werkt namelijk niet. Maar wat we wel zouden moeten vragen, aan elkaar, is: Gaan we voor de Heer Jezus en laten we de rest daar onder, of gaan we voor ons zelf? Is Hij werkelijk nummer 1 in onze levens? En dan kom je erachter, dat dit heel dubbel is. Er zijn momenten in je leven, dat je echt voor Hem gaat en er zijn ook momenten, dat je echt voor jezelf gaat. Dat zal ook wel zo blijven, het zal wel een voortdurende strijd worden. Ik wil er eigenlijk wel een heel bijbels voorbeeld aan vastknopen, maar dat is niet makkelijk. Het is een lange tussenzin, die niet makkelijk is. Ik geloof toch, dat ik het probeer.
Dat is het verhaal van de strijd van de Israëlieten om het beloofde land binnen te komen. We hebben er allemaal van gehoord, veronderstel ik: 40 jaar in de woestijn, Mozes sterft, Jozua wordt de leider en dan komt het moment, dat ze op het punt staan, om het beloofde land in te gaan. Nou, hoofdstuk 1 van Jozua is een soort inleiding, soort introductie op het hele boek, en dan komt hoofdstuk 2. Het verhaal van Rachab, de hoer. Het geloof van Rachab heb je nodig. Beetje raar geformuleerd, maar het is echt zo. Zij zei tegen de verspieders, ik weet dat jullie dit allemaal krijgen. Waar wist ze dat van? Nou van de televisie niet, van de krant niet en van de tijdschrift ook niet, maar ze had het gehoord en ze geloofde dat. De Here gaat het doen. Dat soort geloof moet jij ook hebben, de Here gaat het doen. Ik geloof dat de Here het gaat doen. 2: dan gaan ze door de Jordaan – met Christus gestorven, met Christus begraven, einde aan jezelf, bijna – stenen uit de Jordaan, worden neergelegd daar waar ze samen sliepen, waar ze de nacht doorbrachten, kennelijke bewijzen, dat ze met Christus gestorven waren, zo’n monument in hun nachtkwartier. Dat is je nachtkwartier, daar waar je slaapt, liggen daar kennelijke bewijzen, dat je met Christus gestorven bent? Kunnen de kinderen aan mij vragen, waarom laat je over je heen lopen, pa? Waarom bijt je niet terug? Waarom sla je niet erop? Kunnen ze dat vragen? Zien ze dat? Verbaast het nog dat ik zo reageer, me opstel op een bepaalde manier? Dat is eigenlijk wat daar bedoeld wordt. Gilgal, besnijdenis, mes erin – de route die de mensen bedenken is niet juist, mes erin, verzwakking, ogenschijnlijk de stomste zaak denkbaar, waarom? Als je het verhaal uit Genesis kent van Dinar en Sichem, valt het kwartje een beetje? Dat Levi en Simion, twee broers van Dinar, dat is dus een zusje van de 12 aartsvaders, zal ik maar zeggen, dat die beide broers denken, ja we zullen die Sichamieten wel eens mores leren. Dus zij zeggen, nou jullie mogen wel met Dinar verkering hebben en verloofd zijn en gaan trouwen, maar dan moeten jullie je allemaal laten besnijden. Nou die kerels zeiden ook noch dat ze dat zouden doen, hebben ze gedaan, stomme eenden, maar goed. Ze deden het en de derde dag waren die mannen zo ontzettend ziek, dat Simion en Levi met z’n tweeën de hele stad konden plat morden. Hebben ze gedaan. Ja, dat waren lieverdjes, aartsvaders. Hoe ook. Daar vlak voor Jericho, Jericho heeft de deur dicht gedaan, tot de tanden toe bewapent, zegt de Here God en nu het mes erin. Dat meent U toch niet Here? Dat is toch een verzwakking. Als ze dan een uitval doen, dan zijn wij de klos. “Gods kracht wordt in zwakheid geopenbaard.” Moet je leren. Is ook geleerd, ze hebben zich daar ook nog gevoed met wat het land opleverde, en nog een keer het Pascha gegeten en nog een keer het manna gegeten, is allemaal gebeurd. Nu gaat het me om het volgende, nu komt Jericho. En Jericho is een enorme hobbel. Ze wisten allemaal, als we Jericho niet pakken, komen we het land niet in. Nou dat heeft met jouw geestelijke ontwikkeling te maken. Dat kan ik je nu op je mouw spelden, maar dat kan ik ook wel bewijzen. En als jij Jericho niet neemt, kom je geen millimeter verder. Dat heeft ook met ons onderwerp te maken. In Jericho zat van alles wat deugde, zat ook van alles wat niet deugde. Maar al het ijzer, zei de Here, dat is best gaaf, al het koper, al het zilver, al het goud, dat moet je eruit halen. Vroeger dacht ik dat Achan, weet u wel, die gezondigd had, dat hij de enige was, die met een beetje zilver en een beetje goud vanuit Jericho sloop, zo heel stiekem en dat ergens onder zijn jas had, of zo. Maar nu blijkt, dat elke Israëliet, met zilver en goud en koper en ijzer uit Jericho gegaan is. De zonde van Achan was niet, dat hij met zilver en met goud liep. De zonde van Achan was, dat hij dat op de verkeerde plek bracht. Hij stopte dat namelijk in zijn eigen tent in plaats van dit bij de tent van God, letterlijk hoor, staat het daar, bij de ten van God te brengen. Dat is het probleem. En nu kom ik ook bij de betekenis. Daar zit zoveel goeds en ik wil het zo kompact mogelijk houden, vraag daar maar eens over door. Jericho stelt voor, de menselijke en geestelijke zaken. In jou zitten heel veel kwaliteiten. Je ogen, je oren, ik bedoel dus niet als donorelementen of zo, maar gewoon, je kunt er iets mee. Je kunt iets met je handen, je kunt iets met je mond, je kunt iets met je voeten, je kunt iets met bekwaamheden, met wat God gegeven heeft. Je kunt wel zeggen: alles is mis, daar is niets goeds in mij of aan mij, dat is allemaal waar, dat staat in de bijbel, maar de Here zegt ook: Ik heb er ook wat ingestopt, wat Ik best kan gebruiken, maar dat moet er wel uit, dat moet loskomen van de vroegere situatie, maar Ik wil het wel gebruiken. Nu, de strijd daar omheen is de strijd om Jericho en die duurt 7 dagen. En alles wat 7 dagen duurt, dat heeft te maken met je hele leven. Ik geloof dat ik dit mag zeggen: dat pas op de zevende dag ik eindelijk in de hemel zal zeggen, Here en nu vallen de muren van Jericho pas definitief. Nu is dat wat van mij is en wat naar mij gericht is en wat om mij is en wat voor mij bedoeld is pas echt weg. En die overwinning over Jericho, die haal je niet in eigen kracht, dat kun je allen maar doen, als je in de Ark van het verbond blijft en als je uiteindelijk zegt: Here, U doet het. Een soort klaroenstoot, dan vallen de muren van Jericho. Misschien is dit een heel gek verhaal, maar ik wil het hier in plaatsen. Als wij niet leren, dat God aan de slag wil met dat wat van ons is, dan komen we niet verder, want we zijn nog steeds voor ons zelf bezig. Ik begrijp het, die ogen heb je gekregen ook voor jezelf, om er mee te kijken, om er mee te lezen, om vakliteratuur te lezen, laten we zeggen om goede dingen te lezen. Maar de Here zegt, Ik wil dat die ogen voor mij bedoeld worden. Lees ik dan geen vakblad meer? Jawel, maar het accent ligt niet bij mij, het ligt bij Hem, mijn ogen zijn voor Hem bedoeld: Here wat mag ik voor U bekijken? Anderen hebben oren of handen of voeten of andere technische dingen, schitterende dingen, die de Here zo graag hebben wil. Maar wij gaan onmiddellijk, zodra we onze handen en onze voeten aan de Here geven, zeggen: ja, maar hoe zit dat dan met mijn pensioen, hoe zit dat dan met mijn oude dag, hoe zit dat met mijn vuttoestand, mag ik er dan wel uit als ik 58 ben of moet ik dan toch door tot 64? Ik noem maar een paar kreten. Bezorgdheid – en de Here zegt: laat dat nu maar eens aan Mij over. Laat dat maar aan Mij over. Als jij Mij zoekt en Mijn Koninkrijk, dan geef Ik je al die dingen erbij. Dat leren we onze kinderen, dat moeten ze in canon zingen: zoekt eerst het Koninkrijk van God en alle dingen schenk Ik u bovendien. En ze kunnen het allemaal jubelen, ten minste in onze diensten gebeurt het regelmatig. Wij zeggen, ja, ja, het is wel een bijbels versje. Maar doe je het ook? Dan moet je er niet omheen, dan moet je ook niet durven zeggen: maar ja, ik zal er eens zwaar over piekeren. Maar de Here zegt, moet je ’s luisteren, dat bedoel Ik nou precies. Ik wil dat je gaat zien waar je schat is, Ik wil dat je oog zuiver is, Ik wil dat je echt een commandotoren kent in je leven en Ik wil ook, dat je beseft, dat Ik voor je zorg. En dat is razend moeilijk. Ik wil nog een keer duidelijk zeggen, dat ik niet bedoel, dat je jou baan moet opzeggen en dat je dat moet los laten. Alstublieft, voorkom dat. Ga excessen uit de weg. Ik wil wel kwijt, dat de Here hier bedoelt, als de muren van Jericho in jou leven niet vallen, dan komen we niet verder. En dat is zo. Met andere woorden, als jij niet durft te zeggen, Here, dat wat waardevol in mij, wat U er zelf in gestopt hebt overigens, het is niet eens van mezelf, maar wat waardevol is in mij, dat wil ik U geven. Hier zijn mijn handen, hier zijn mijn voeten, hier zijn mijn ogen, mijn oren, mijn mond, hier zijn mijn voelsprieten, hier is mijn aanvoelingsvermogen, mijn commercieel gevoel, mijn marketinggevoel, hier is het. Here, U hebt het hier. Bezorgdheid betekent gewoon, dat je denkt, ja dat zal wel, maar…… Zoekt eerst het Koninkrijk van God. Discipelschap en koninkrijk, dat hoort bij elkaar, dat zeiden we steeds, elke avond, en God zegt, Ik geef je alles erbij. En dan denken wij, nou leuk, maar toch blij dat ik een vaste baan heb. En ik ben ook blij voor u, als u een vaste baan hebt, dat u zo’n baan hebt. Ik bedoel dat niet naar. Maar zou je het durven wagen met de Here Jezus? Het is niet zo makkelijk, maar het is wel mooi. Zou je durven zeggen: Here hier ben ik, wat het mij ook kost. Ik geef het aan u Heer Jezus. Als U tegen mij zeg, volg mij, dan waag ik het met U Heer. En je voelt allemaal, dat het heel aardig is en ook heel mooi is, als iemand uit onze groep dit vanavond nog zou zeggen of de volgende keer zou zeggen. Nou ik heb dat gedaan, dat is zo fantastisch. Nou we zijn blij met zo’n broeder of zo’n zuster, ja dat is toch wel mooi. In onze groep, daar was er een hoor. En eigenlijk denk je bij jezelf, ben blij dat ik het niet was, maar je durft het niet. Ik snap het. De Here vraagt ook niet vanavond om nu alles terug te geven. Hij vraagt wel of jij de vraag wilt stellen: zou ik het wel durven? Zou ik echt aan de Here Jezus alles durven geven en durven zeggen: Here hier ben ik. Bezorgdheid zit ons in het bloed. Het is ons helemaal met de paplepel ingegoten en de hele maatschappij staat er bol van. We noemen dat tegenwoordig een zorgmaatschappij. En als de thuiszorg niet op tijd komt, dan een proces. Zulke dingen maken wij allemaal mee.
We hebben nog een blokje te gaan en dat is vanaf hoofdstuk 7:1 “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt, want met het oordeel waarmee gij oordeelt zult gij geoordeeld worden.” Dat is een iets ander thema, ook een nieuw hoofdstuk. Dat hebben ze later er allemaal erin gestopt, maar de mensen van toen hebben goed begrepen, dat er toch een wat ander thema komt. Ik wil daarbij een klein stukje lezen met jullie uit Openbaring 10 Daar gaat het om een schitterend portret van de Here Jezus, hoofdstuk 10:1. Nu lees ik vanaf vers 5.
5 En de engel, die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn rechterhand op naar de hemel, 6 en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn, 7 maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.
8 En de stem, die ik gehoord had uit de hemel, (hoorde ik) wederom met mij spreken en zij zeide: Ga heen, neem het boek, dat geopend ligt in de hand van de engel, die op de zee en op de aarde staat. 9 En ik ging heen tot de engel en zeide tot hem, dat hij mij het boekje zou geven. En hij zeide tot mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. 10 En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het gegeten had, werd mijn buik bitter. 11 En er werd tot mij gezegd: Gij moet wederom profeteren over vele natiën en volken en talen en koningen. En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Tot zover. Wij hebben nu in Matt. 7: Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt, want met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden en met de maat waarmee gij meet, zal u gemeten worden. – Meten Hier wordt gezegd: niet oordelen. En de maat, die jij hanteert, zal ook de maat zijn, die over jou gelegd wordt. We hebben in de Bijbel een verhaal, in het boek Daniël, dat er iets gewogen wordt, iets gemeten wordt. Dat is dat verhaal in Daniël 5, weet je wel, schrift aan de wand en zo: Mene, mene, tekel ufarsin – Gewogen en te licht bevonden. We hebben ook een voorbeeld uit Openbaring 10, ik las dat met jullie, van iemand, die daar staat in volle glorie en iedereen is het erover eens, dat dit niemand anders kan zijn dan de Here Jezus, en die heeft zijn linker hand een boekje, een geopend boekje. Nu wordt gezegd tegen Johannes, dit boekje moet je eten. Dat doet hij ook, hij neemt dat boekje, dat is in zijn mond zoet, als hij het gegeten heeft wordt het in zijn buik bitter en daarna krijgt hij een meetstok, een maat, en mag hij gaan meten. De tempel, het altaar en die, die in de tempel aan het aanbidden zijn. Als ik het omdraai klinkt het zo: mensen die de maat op iemand willen leggen, mensen die de inhoud van het geloof willen meten – het altaar – mensen die daarin aanbidden of het huis van God willen beoordelen, niet steen of beton of glas, maar ik bedoel, wat het eigenlijk is, die zullen het boekje moeten eten. En mensen, die het boekje niet gegeten hebben, hebben geen goede norm. En wat wordt met het boekje bedoeld? Het Woord van God. Dat is in je mond zoet. Met andere worden, als de Here tot je spreekt, laat ik maar zeggen: je bent voor Mij een geweldig iemand, Ik kan je zo goed gebruiken, dan is dat zoet voor je, dat kittelt een beetje zelfs. Dat Hij, die de hemel en aarde geschapen heeft, mij kan gebruiken. Maar als ik dat ga verwerken, als dat niet alleen in mijn mond is, maar ook in de spijsverteringsorganen komt, als dat een soort verwerkingsproces krijgt, ja, maar dan gaat het aan je vreten, want dat betekent dus, dat ik dat, wat ik vanavond zei allemaal, moet gaan beleven. Dan moet ik opgeven, dan moet ik dat loslaten of mezelf in de dood geven, dat is best bitter, dat is best moeilijk. Nu, alleen zij, die dit verwerkingsproces kennen in hun leven, zijn ook in staat om de norm op een ander te leggen. Wij zijn vaak net andersom. Wij doen zelf niets, wij zijn een soort jury, bij voorbaat, en we gaan alvast meten. Wij zeggen, nou daar, nee dat is aanbidden, nee daar zingen ze verkeerde liederen, gek gezegd misschien. Maar we hebben gelijk onze oordelen klaar, wij gaan het huis van God meten en zeggen, nee, dat, dat is het niet en die mensen, welnee, die lopen aan de linker kant van de weg, zeg, kom schei uit. Dat kan helemaal niet. We gaan gelijk alles in kaart brengen, we gaan gelijk alles in vakjes stoppen. De Here zegt: dat bedoel Ik niet. Ik bedoel mensen, die het Woord van God niet alleen als zoetigheid accepteren, als een soort kittelen van, als een soort: he, lekker gezegend, weet je wel, lekker fijn, lekker heerlijk in de dienst gezeten, nou het heeft me zo goed gedaan, het was een fantastische preek, ja het was geweldig, een redenaar die man, geweldig. Nou het was best aangenaam en zoet. Als het Woord van God doorwerkt, dan wordt het in je buik bitter. Dat bedoelt de bijbel en mensen, die dit proces kennen, zijn in staat, de maatlat te hanteren. Ik hoop, dat je dat echt vasthoudt. Daarom staat in Openbaring 10 en 11: En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet. Dan krijg je het verhaal van de twee getuigen die zelfs hun leven voor de Heer opgeven. Dat zijn de 2 getuigen, die daar in Jeruzalem liggen en die daar 3 dagen moeten blijven liggen, maar dat verhaal doet er nou even niet zoveel toe, want dan krijg je echt discipelschap. Terug naar Matteüs. Matt.7: oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Betekent dat, dat we nooit een beoordeling zouden mogen geven? Nou, dat betekent het niet. Maar je moet voorzichtig zijn. Je moet niet zomaar je oordeel loslaten. We worden opgeroepen, om te beoordelen. Als 2 of 3 profeten spreken, moeten de anderen oordelen, 1 Korintiërs hoofdstuk14, bijvoorbeeld. We worden in de bijbel nadrukkelijk uitgenodigd om te oordelen en we hebben wel terdege Gods norm te hanteren. Maar ik hoop dat helder is, wat God als inhoud van het beoordelen stelt en dat is altijd het Woord van God zelf. En je moet niet op anderen iets leggen, wat je niet zelf toepast. Je kunt niet anderen gaan bekijken los van jezelf. Je bent geen journalist, een soort verslaggever, je bent iemand, die erin betrokken is. Als het om pastoraat gaat en we kunnen pastorale cursussen geven, wat ook gebeurd, dan gaat het echt om het eten van het zondoffer, dat betekent, dat je er zelf in betrokken bent, dat het je zelf raakt, dat het je zelf ook tot op de bodem te pakken heeft. Dat het niet een soort buitenkantverhaal is, van de hulpverlener van vandaag, die 3 kwartier aan het werk is en die je zei, maar nu ga ik koffie drinken en nu wil ik het kwijt en ik kom ook niet te dicht bij, want als ik te dicht bij kom, dan wordt het een beetje te veel van het goede. Ik begrijp dat wel, hoor, ik begrijp het heel goed. Maar heel strikt genomen, uit de bijbel gezien, klopt dit niet. Want de Here bedoelt, bij Ezechiël, de hulpverlener, de prediker, en de pastorale werker, dat hij het aan den lijve zou ondervinden. Zelfs het overlijden van zijn vrouw, de wellust van zijn ogen, die door een plotselinge slag zou weggaan, heeft hij gevoeld om te voelen wat God voelde. Nou, dat is wel heel dichtbij. Maar ik wil zo graag duidelijk maken, dat jij en ik niet op anderen normen mogen leggen, die we niet in onze eigen levens kennen. Dat staat hier. Ik heb daar ongelooflijk veel fouten in gemaakt. Ik heb hele gezelschappen beoordeeld. Je las een boekje half, als je het helemaal had gelezen, had het misschien nog wat milder geklonken, maar je las het half en toen wist je het al: o nee, hoor, dat klopt niet, nee, die zijn helemaal de plank aan het misslaan. En naarmate je iets ouder wordt, wordt je milder. Sommige zeggen slapper, maar dat is niet zo, je wordt milder. En waarom wordt je milder? Omdat je erachter komt, dat er in je eigen hart ook allerlei dingen zijn, die van geen kant kloppen en dat je heel, heel voorzichtig moet zijn met het beoordelen van anderen. En laten we daar nu eens mee beginnen. Laten we maar eens eerlijk durven zeggen: Heer, dat is niet aan ons. Ik hoef niet te beoordelen, wat er allemaal mis is in groep 1 en in groep 2 en in groep 3 en in groep 4. Ik moet beoordelen, wat er in mijn hart mis is naar de Here Jezus toe. Ik ben niet geroepen als Gods beoordelaar, als een soort tester voor deze wereld, die overal een soort monster moet halen om het dan te bekijken en te zeggen: nou dat is een waardeloos zooitje. De Here heeft jou geroepen om te vertellen van de Here Jezus, om te praten over Hem, om te getuigen van Hem, om voor Hem een discipel te zijn, niet om anderen te beoordelen, dat deden de discipelen ook al: die gingen niet met ons mee, wij hebben het hun verboden, zij gingen in Uw Naam die demonen uitdrijven, maar ze volgen U niet met ons, ze zijn niet van onze kleur. Wat zij de Heer? Moet je je niet mee bemoeien. En zelfs aan het eind, vlak voor het teruggaan van de Here Jezus naar de hemel, zei Petrus nog: en hij dan? Johannes. “Als Ik wil, dat hij blijft, wat gaat het jou aan, volg jij Mij maar.” Je hoeft hem niet te beoordelen. Ik hoop, dat overkomt, wat hier staat, want dat is heel erg diep. God zegen je. En bovendien, als je kijkt naar die ander, dat is het vervolg, dan zou het wel eens zo kunnen zijn, dat er een balkje in je eigen oog zit, waardoor je dat, wat bij die ander niet goed is, onzuiver ziet. Het begon al met een zuiver oog en nu zit er een balkje in je oog, waarschijnlijk. Met andere woorden, dat wat in je eigen oog zit moet eerst weg, voordat je die splinter… enfin, dat verhaal ken je uit ten treure, dat is heel vaak gezegd, maar het wordt hiermee verbonden. Als jij de andere geloofsgemeenschap, de andere gelovige, die misschien wel op de markt staat te vertellen, dat als je tot geloof wilt komen, je op handen en voeten moet staan of zo, ik noem maar een heel gek ding. En jij vindt dat maar niks en je zegt, dat kan niet goed zijn. Zal ik een voorbeeld nemen uit mijn eigen jeugd? Het was op het ? dat was het enige instituut waar ik naar de kerk op fiets naar toe mocht. Maar ik had daar ook jonge vrouwen ? , dus daar heb ik mijn ouders een beetje mee belazerd. Ik heb het ze later beleden en toen mocht dat ineens allemaal, dus het had ook niet zoveel te zeggen gehad vroeger. Die dingen veranderen ook. Maar in elk geval, op het ? werd het Leger des Heils behandeld. Daar was een inleiding over, vrijgemaakt gereformeerd, ik bedoel niet voor u hoor, maar dat was mijn beleving en er werd gezegd: dat kon niet goed zijn, want ze gingen evangeliseren met een grote trom. Serieus. Als het niet waar was, dan zou ik het niet vertellen. Dat is natuurlijk stom, dat heeft de dominee niet gezegd, iemand ging dat zomaar uit de losse pols zeggen. Dit soort dingen kom je altijd tegen. Niet dit soort stommiteiten, dit valt nog een beetje mee, maar dit soort dingen. Beoordelen op een heel klein onderdeel, een heel smal traject. Dat moet je maar laten. De vraag is namelijk: wat doe je zelf aan evangelisatie? Dat heb ik toen merkwaardigerwijs al geroepen. En ik heb toen geroepen, wat maakt het uit of ze nu met een grote trom of met die grote tuba doen, dat interesseert toch helemaal niet. Wij doen helemaal niets. Begrijp je? In onze ogen een balk en wij vonden, dat dit ene element niet deugde en dus werd het af geschoten, af gekraakt. Jij moet niet de andere discipel beoordelen, jij moet je zelf beoordelen. Jij moet in het Licht van God komen en durven zeggen, Here laat a.u.b. die balk uit mijn eigen oog weggaan. Huichelaar. Doe weg.
En dan staat erbij: geef het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen. Nou die tekst, die wordt, ik weet niet hoe vaak, gebruikt. Honden waren buiten.
Buiten zijn de honden, zegt het laatste bijbelboek, het boek Openbaring. Ik kwam in België in een bijbelhuis, zo hete dat, lezing houden over de tabernakel. Ik had het gevonden naar lang zoeken, het was een beetje moeilijk, bel aan, hoor twee honden blaffen (twee tonen, een soort dubbel-tonige claxon) in de gang, mevrouw doet open, ze hadden me al verwacht een poosje, ik zeg: ik ben hier verkeerd mevrouw. Nee, we, we (ze begon te stotteren) we verwachten u echt, hoor. Ik zei nee, ik ben hier fout, want in de bijbel staat: buiten zijn de honden en die zijn hier binnen, hier moet ik dus niet zijn, waarschijnlijk, weet je. Dus die mevrouw had gelijk het heen en weer en denkt, die eigenwijze Hollanders….had ze gewoon ook wel een beetje gelijk in. Maar het gaat me niet om uw schoothondje, om uw lievelingsbeest, het gaat me er wel om, dat de bijbel veronderstelt, dat de honden buiten zijn en dat de zwijnen onreine dieren zijn. Dat wat buiten zou moeten zijn en dat wat onrein zou moeten zijn, wordt hier als beeld genomen. En hier wordt gezegd: geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen. Dat betekent: als jij de balk niet uit je eigen oog weg doet, als jij niet stopt met het beoordelen van anderen, zonder het boekje gegeten te hebben, dan werpt jij daarmee het heilige voor de honden. Want dat vreten ze op, dat verscheuren ze. En dan ga je het meest kostbare op dat moment laten vertrappen door de zwijnen. Dat staat hier en ik zou willen dat dit overkwam. Want juist door het verkeerd kijken van elkaar, maken we de grootste fout. Als jij afkraakt, wat die andere kerk doet, dan heb je op dat moment het meest mooie van de Here Jezus bij de honden gegooid en heb je een parel laten vertrappen door onreine beesten. En we moeten eerlijk durven zijn. Als het niet van onze kerk was, dan deed je niet mee en samenwerken met anderen, geen sprake van. En je kwam er helemaal niet aan toe, wat de buren daarvan zouden zeggen, ik bedoel de ongelovigen, hoe kijken die ernaar, wat vinden die. Weten die het verschil tussen christelijk gereformeerd en vrijgemaakt gereformeerd? De meeste christelijk gereformeerden weten het niet en de meeste vrijgemaakt gereformeerden weten het ook niet. Veenendaal wel, maar overal anders……..ok, laat maar. Als ik het verschil moet uitleggen tussen gereformeerde gemeente en gereformeerde gemeente in Nederland, ? dan kan ik het alleen maar doen in taal. Wat is er nou voor een verschil, de ene heeft een woordje meer, toch? Zelfs twee woordjes meer. Maar inhoudelijk, kunt u het uitleggen? Zou uw buurman dan snappen het verschil tussen vrije Baptisten en een vrije evangelische gemeente? Zouden ze dat snappen? Wel nee. We hebben in onze beoordeling van, heel veel heiligs voor de honden gegooid. En we hebben in onze beoordeling van, zoveel fouten gemaakt, dat we paarlen, wat echt heel kostbaar was, ja gewoon in een varkenskot gegooid en dat is gewoon vertrapt, dat is gewoon vertroebeld. Het fijne en het bijzondere is weg, door ons gebrekkig kijken. Ik ben heel dankbaar, dat we in deze tijd leven, 1999. Ik ben heel dankbaar, dat er nu een Evangelisch Omroep is. Ik ga hier geen reclame maken, maar ik ben er wel blij mee. Ik ben ook dankbaar, dat door de EO een behoorlijke verbroedering is ontstaan. Ik ben blij, dat er een verlangen is ontstaan, om tot een oecumene van het hart te komen, term van Arie van der Veer. Ik ben blij, dat er in onze dagen van alles gebeurt, interkerkelijk. Ik ben blij, dat er vanavond velen zijn uit diverse geselschappen, groepen, kerken, stromingen en we moeten ophouden, elkaar te beoordelen. We moeten ons zelf beoordelen, we moeten ophouden, de meetlat te hanteren. Ja, als het nu kleine dingetjes zijn, kan ik het wel uitstaan, maar dit is een gigantisch verschil in doopopvatting – kinderdoop of volwassendoop – toch? Ik ken er nog twaalf, hoor, maar is dat zo gigantisch? Ik riep dat ook vroeger en nu denk je, dat is helemaal niet fundamenteel. Ik zeg niet, dat het onbelangrijk is, maar het is niet fundamenteel. En ik wil zo graag duidelijke maken, dat het daar zo vaak…, juist daardoor, omdat de strijdkreten over de doop…, veel kerkscheuringen hebben te maken met de doopopvatting. En nu zitten we, nou de buren snappen er helemaal niets meer van, de man in de straat dus – en het mooie is langzaam maar zeker vertrapt. Ik hoop, dat je als discipel van de Here Jezus stopt met het beoordelen van. Dat je ophoudt met het hanteren van een meetlat. Dat je de enige norm naar jezelf toelegt en dat je durft te zeggen: Here, de balk moet weg. En dan misschien de splinter bij een ander, mogelijk, maar in elk geval heb ik dan helderheid, om dat ook een beetje te zien en het hanteren van normen kan alleen maar, als Uw Woord niet alleen in mijn mond is, als zoete koek, maar als bittere verwerking. Als we echt aan den lijve hebben ondervonden, in onze eigen geloofslevens hebben ondervonden, wat het Woord van God wil gaan doen. Dat het ook iets doet, dat het verwerking krijgt. Ik hoop, dat het helder is vanavond. “Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn, uw oog.” De ene Heer. Lever je leven maar uit en zeg maar, Here hier is het. U zorgt. U doet het voor bloemetjes, U doet het voor vogeltjes. Ik wil Uw koninkrijk zoeken en ik wil niet de ander beoordelen, dat doet U wel. Ik wil mezelf beoordelen. En ik wil Uw norm in mijn eigen leven werken. En ik wil zeggen Here hier ben ik. Het mooie van U, het heilige van U en het kostbare, parelachtige van U, dat wil ik niet meer als discussiepunt ergens in de wereld gooien, dat ga ik niet meer voor de zwijnen werpen en dat ga ik ook niet meer aan de honden geven, onreine, of elementen die buiten zijn, maar dat wil ik voor mezelf houden. Ik wil u dienen Heer Jezus. Je voelt spanning van zo’n hoofdstuk, je voelt het onderwijs naar je toe komen, je zegt: Here hier ben ik. Dit moet gebeuren. Dit verandert de zaak. Dit verandert Veenendaal. Dit verandert echt een hele gemeenschap, omdat er nu opeens mensen zijn, die niet meer naar elkaar, maar naar zichzelf kijken. En waarom kijken ze naar zichzelf? Omdat ze het prachtige contact hebben met hun schat, die in de hemelen is, de Here Jezus. Ik wil graag met je bidden.
Onze God, onze Vader, we willen gewoon onze levens in uw hand leggen. We willen eigenlijk zeggen, dat dit zo moeilijk is. Net als de strijd om Jericho een heel lange periode heeft geduurd, zo willen we ook zeggen, dat we bijna nooit tot die overwinning komen. Maar nu, nu we vanavond zo’n stuk uit Matteüs lezen, nu willen we U vragen, of U door wilt werken. Wilt U het in onze levens leggen, in onze harten, een verwerkingsproces geven. Misschien wordt het dan wel bitter, misschien moeten we dan wel dingen opruimen, misschien moeten we dan wel dingen weg doen, misschien moeten we dan wel dingen anders zien of anders zeggen, of ander doen. Vader, wilt U tot Uw doel komen en eigenlijk bidden we dat fout, want U wilt tot Uw doel komen. De vraag is of wij beschikbaar willen zijn. Ik kan het niet voor anderen zeggen. Vader, we staan voor U, we zitten voor U en we leggen het terug in Uw hand en bidden voor de doorwerking van Uw Heilige Geest, uit genade. In de naam van de Here Jezus. Amen.