Zegen voor Jeruzalem

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

6. Zegen voor Jeruzalem.

Bijbellezing door Dato Steenhuis,
31 oktober 2004

Lezen: Joh. 5:1-30; 46-47 We proberen in deze avonden het Johannes-evangelie te bekijken met een soort profetische bril op. Dat betekent dat we de gebeurtenissen die vastgelegd zijn in het evangelie naar Johannes, projecteren naar de toekomst. Dat is misschien wat nieuw, misschien wat ingewikkeld ook voor sommigen, want het is heel bekend. De gebeurtenissen zijn bekend, de voorvallen zijn bekend. Misschien wel de taal, de tekst. En als je daar een wat andere richting in aangeeft, dan is dat misschien wel een beetje, ja, even wennen misschien, even slikken. maar we willen toch graag de lijn van de gebeurtenissen in dit evangelie van Johannes oppakken. Ik probeerde al vele keren te zeggen dat deze dingen ons niet gewoon gegeven zijn als een verslag van wat toen gebeurde. Het is niet een soort verslag van. Het is veeleer een openbaring van. Het Johannes-evangelie schetst ons de Here Jezus als de Here Zelf, God Die Zoon is, JHWH zelf. En dan gaat het er niet om dat er destijds die en die genezen zijn, of die en die geweest zijn, dus verslaggeving. het heeft veel meer te maken met de totale openbaring van Gods glorie, van Gods heerlijkheid.Eerst de gewone situatie. Toen kwam de Here Jezus in Jeruzalem. Toen was daar een poort, Schaapspoort. Toen was daar bij die Schaapspoort een ziekenhuis, Bethesda. Beth Tsada hebben andere vertalingen, maar hoe dan ook, een naam. Toen waren daar een menigte van blinden, verdorden, kreupelen enz. Dat was toen zo, gewoon echt gebeurd. Toen was daar een man die al 38 jaar lang daar ziek lag. Toen gebeurde er kennelijk het één en het ander. Of dat nu wel of niet in alle handschriften staat, maar toen gebeurde er toch iets. Want uit het verslag, ook na de z.g. betwijfelde teksten, blijkt toch dat er wat gebeurde. Toen was er dus zo nu en dan een wonder. Maar die man zegt: “Ik heb al vele keren geprobeerd om bij dat water te komen. Maar ja, als ik kom dan is het net te laat.” Wil je gezond worden. Ja, maar ik heb niemand om mij te helpen. En de Here Jezus zegt: “Neem je rustbed op, neem je matras op, en wandel.” Het was sabbath op die dag. Dat is de loop van de gebeurtenissen. Zo is het toen gebeurd. En ik denk dat dat een geweldig iets is geweest. Voor deze man zeker, maar ook voor ons, vandaag, die terugkijken van wat er toen is geweest. Ik heb een hele tijd in Meppel gewoond, een beetje tegen Staphorst aan, en vele gesprekken gehad met mensen in Staphorst. En ik vroeg me echt af hoe het nu kwam dat er aan de ene kant gezegd werd: “Je kunt niet zomaar tot bekering komen. Dat moet je van God gegeven zijn. En als God je niet roept, en je neemt Hem wel aan, dan heb je een gestolen Jezus”, hun taal. Dan heb je echt een probleem want dan heb je je iets toegeëigend wat niet voor jezelf is. En ik vroeg me echt af, met dit als achtergrond, waarom die kerk daar in Staphorst, zondag aan zondag, twee keer per zondag, stamp- en stampvol zou zitten. Er zitten toch 1500 mensen. Eerst zelfs zonder geluidsinstallatie, waardoor 300 mensen überhaupt niks hoorden. Nee, niks geen overdreven dingen, dit is echt gewoon waar. Maar niemand mag zomaar tot bekering komen, dat kan niet. Dat moet de Here doen. Maar wat kom je dan doen. Ja, maar als de Here spreekt, ja, dan is het in de kerk. Dus de menigte zit daar. U voelt de parallel met Joh. 5. Zo nu en dan komt het water in beweging en als je dan, ja, ja, als je er dan bij bent, dan heb je iets. Dan mag je daar echt van genieten. Joh. 5 past buitengewoon op die situatie daar. En misschien hebt u iets dergelijks dichter bij huis. Dat zou kunnen. Ik vermoed soms dat het op vel plaatsen toch nog zo is. En maar wachten. En als de, als de genade van God eventjes zichtbaar wordt, ja, dan moet je rennen. Dan moet je maken dat je er bij bent. En als je er net niet bij kunt, ja, moet je maar weer afwachten tot de volgende golf van Gods genade. Zo ongeveer. Die man die zegt uiteindelijk: “Ik heb niemand die mij helpen kan.” Als je nou nog familieleden hebt die je dan even heel snel tot in het water brengen, ja, dan lukt het misschien nog. Maar ik heb niemand. Een conclusie die jij en ik ook wel mogen trekken. Ik wil heel duidelijk zeggen dat me distantieer van dit soort denken. Alsof Gods genade maar voor een enkeling zou zijn. Voor een ja, een heel bijzonder geval. Nou, eigenlijk komt dat nooit meer voor, maar ja, je weet nooit hoe God nog een keer handelt. Misschien, misschien gebeurt dat nog een keer. En als het dan in dit soort kringen gebeurt, dan wordt gelijk een boek over geschreven: De bekering van Jantje of de bekering van Klaas. Ik bedoel, daar wordt gelijk een uitgave van gegeven. Want zo uitzonderlijk is het. Het is helder, denk ik, dat Gods genade geweldig groot is en dat niemand, hier aanwezig, verloren hoeft te gaan. Niemand. Als u wilt kunt u de Here Jezus Christus leren kennen. Dat kunt u nu vanavond doen. Misschien nu wel, zittend op je stoel zeggen: “Here Jezus, dank U wel dat U bij mij wilt komen.” En dat de beweging van het water, als ik dat zo eens zeggen mag, nu op dit moment er is. En dat u niet hoeft te hollen. U mag gewoon blijven zitten. het enige wat u moet doen is: “Dank U Here Jezus” zeggen. Dank U Here Jezus, dat U in mijn leven wilt komen. Dank U dat u met Uw genade, met Uw liefde, bij mij wilt komen en dat U mij wilt redden, dat U mij wilt verlossen. Dat U Uw liefde wilt uitstorten in mijn hart. Maar misschien moet je ook zeggen; “Here ik heb het op eigen kracht al ik weet niet hoe vaak geprobeerd, maar dat lukt me niet. Ik heb niemand.” Er is ook niemand. Er is niemand die me helpen kan. Nee, niemand. Of toch? Er is Eén die helpen wil en er is Eén die helpen kan en er is Eén die helpen zal als u gelooft. Als u dat gelovig aanneemt, dan is dat nu zo.De geschiedenis van deze meneer die 38 jaar daar ziek ligt is soms ook een beetje onze geschiedenis. Ik hoop, nog een keer gezegd, dat u de Here Jezus hebt leren kennen. Maar stel nu dat u de Here Jezus al lang geleden hebt leren kennen. Dan zit u nog met duizend vragen over datzelfde hoofdstuk. Want ja, als dan hier staat van: Ga heen en zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt, dan denk ik: ja, o, o, o, phoe, boe, boe. Dus dat betekent, de zonde dat heeft gevolgen voor de ziekte, en daar gaan we hè. Nou, die discussie is nog lang niet verstomd. Daar komen we vanavond in één dienst ook echt niet uit. Maar het is wel een hele actuele. Juist in de tijd waarin we nu, vandaag leven.Ik wil proberen u de profetische lijn te schetsen. Misschien begrijpen we dan waarom de dingen hier, zo zijn opgetekend. Er komt een moment dat de Here Jezus ons, de gelovigen, bij Zich roepen zal. Dat is al een paar keer gezegd vanavond: maranatha-gelovigen, Zoeklicht-club. ja, ik moet een beetje reclame maken, er zit een Zoeklicht-man in de zaal, dus. Nou, ik doe het graag hoor Henk, mijn kleur. Fantastisch dat we de Here Jezus kennen als onze Heiland, als onze verlosser. En we weten dat de Here Jezus spoedig komt. Dat Hij ons thuisbrengt, dat Hij ons wegneemt, dat Hij ons daar zal brengen waar Hij plaats bereidde. En dat zou wel eens heel spoedig kunnen gaan gebeuren. En hoe dat precies gaat, gaten in het plafond of niet, ik weet het niet. In elk geval, het gaat gebeuren. De Gemeente, het lichaam van Christus, daar horen allen bij die de Here Jezus Christus hebben leren kennen, de Gemeente, gaat hier vandaan. Is dat het einde van de gebeurtenissen, is het daarna helemaal over. Nee, dan gebeurt er nog van alles. De Gemeente gaat naar haar bestemming. En haar bestemming is niet hier op aarde. Is ook niet Jeruzalem hier beneden. De Gemeente gaat naar haar bestemming en dat is het huis van de Vader. We zijn gezegend met geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten. We worden weggenomen, weggevoerd naar Hem. Op aarde gaat het leven door. Het wordt moeilijk, het is nu al moeilijk. Het wordt spannend, het is nu ook al vreselijk spannend. U bent ook benieuwd hoe dat gaat op 2 november, in Amerika bedoel ik. En u bent ook benieuwd hoe dat gaat in Israël. U bent benieuwd hoe het verder gaat in Nederland. We zijn behoorlijk gespannen. het leven gaat door, het wordt nog spannender. Het wordt nog erger. Het kwaad is nu al merkbaar bij elke stap bijna. Maar het is dan enorm. Er is dan geen rem meer. Ik zag gisteravond een stukje van die bijbelquiz, of hoe noem je dat, bijbeltest. Ik heb meegedaan, ik wou een goed cijfer hebben. Negen punt zoveel, het lukte toch. ik had van de heilige graal wel eens gehoord, maar ik wist niet meer waar het zat, dus die vraag heb ik gemist. Allemaal negens en tienen hier natuurlijk hè. Als wij meegedaan zouden hebben, als dit blok zo, zoals we hier zitten, meegedaan zou hebben, nou, dan waren de lofuitingen niet van de lucht geweest. Ik wilde zo graag vertellen dat het zo is dat wij hier nog zijn. Maar in dat programma van gisteravond kwam een stukje van mevrouw Borst naar voren. Die heeft een keer het woord “Het is volbracht” geciteerd op een heel ongelukkig moment, en ze werd onmiddellijk teruggefloten. En dat werd gisteravond nog een keer gezegd: Dat ze diep haar hoofd boog en dat ze diep door het stof ging en zo. Conclusie: Er is nog een weerhouder. Er is nog iets wat haar terugfluit, wat tegenhield. Niet alleen haar, maar al het negatieve, al het verkeerde. Er is nog een weerhouder, er is nog een soort remmende factor op dit moment. En dat zijn gelovigen, dat zijn wij. Als mensen hun mond houden met vloeken en tieren omdat jij in de buurt bent, dan ben jij op dat moment de weerhoudende factor. Want als jij er niet zou zijn, zouden ze toch eens een keer voluit gaan. Nou, berg je dan maar. De gelovigen zijn een weerhoudende factor. Dat is bedoeld in de bijbel, de weerhouder. Maar als die weerhouder weg is, dan wordt het nog beroerder. Zo beroerd dat je het eigenlijk niet omschrijven kunt. Die tijd breekt aan: Grote nood, grote verdrukking. En met name het Midden-Oosten is één groot kruitvat. Niet met een d vanwege de drogist, maar met een t als u begrijpt wat ik bedoel. Een ongelofelijk explosief geval. Daar gaat het gebeuren. En daar gaat het gigantisch knallen. Europa bemoeit zich daarmee, de volkeren rondom Israël bemoeien zich daarmee, het wordt echt grote nood. En als die nood heel erg hoog is, en er geen uitweg meer is, de grote verdrukking, dan komt de Here Jezus. En het Johannes-evangelie schetst ons wat er dan gaat gebeuren. Dan gaat Hij de blijdschap die weg is, opnieuw geven, hoofdst. 2. Dan gaat Hij de kennis die weg is, opnieuw doceren, hoofdst. 3. Dan gaat Hij Zich zelfs bemoeien met Samaritanen, met halve Arabieren of hele Arabieren, of een mix van het één en een mix van het ander, Joh. 4. Ik heb daar de vorige keer over gepraat. Maar dan gaat Hij ook doen wat in Joh. 5 staat, dan. Het is even dat u Hem a.h.w. ziet in de tijd die nog komt, in een tijd die nog voor ons ligt.Dan gaat de Here Jezus, als er een feest van de Joden is, naar Jeruzalem. Zo begint ons hoofdstuk. Feest van de Joden. Dat is een devaluatie van feest des Heren. De Here had gezegd: “Ik wil dat jullie feest vieren, zeven keer per jaar.” Zeven gezette hoogtijden, zeven bijzondere momenten van vreugde. En dat waren de feesten des Heren. De Here wilde Zijn vreugde vinden binnen Zijn volk. Hij wilde genieten, Hij wilde vreugde vinden. Het waren feesten des Heren. Maar nu zijn het feesten van de Joden geworden. Dat was toen al een devaluatie, want als de Here Zelf, JHWH zelf, de Here Jezus Zelf niet meer welkom is op dat feest, of genegeerd wordt, of zelfs gekruisigd wordt nota bene, tijdens dat feest, dan is het geen feest des Heren meer, dan is het inderdaad een devaluatie daarvan, een feest van de Joden geworden. Zo begint ons hoofdstuk. In de toekomst is er geen feest. Het is misschien nog een ritueel. Er is nog iets van een overlevering, er is nog iets. Maar heel Jeruzalem lijkt meer op een ziekenzaal dan op een bruiloftsgebeuren, of op een feestelijke bijeenkomst. Dat is de situatieschets van Joh. 5. Zo komt u a.h.w. binnen. En de Here Jezus gaat naar Jeruzalem. Hij gaat daar naar toe. En u weet dat de Here Jezus naar Jeruzalem gaat. Toen ging Hij, letterlijk. Straks gaat Hij, letterlijk. Straks gaat Hij naar Jeruzalem. Hij komt, de Koning der koningen, de Here der heren. De Here zelf die met glorie en heerlijkheid verschijnt. Die zijn heerlijkheid openbaart, Joh. 2. Die Zijn woorden zegt, Joh. 3. Die Zijn liefde en Zijn genade uitgiet, Joh. 4. Hij komt, en Hij gaat naar Jeruzalem. Je houdt je hart vast als je dankt aan het moment dat de Here Jezus zo naar Jeruzalem gaat. En wat Hij daar aantreft bij een schaapspoort, waar normaliter, laat ik maar zeggen, de schapen in en uit gingen, dat is dan een ziekenhuis, een compleet ziekenhuis, een menigte. Nou, sommigen zitten hier zo bijbelvast in elkaar, die vraag is gisteravond niet gesteld, eh, het dal van de dorre doodsbeenderen, een menigte. Het is alsof je daar een soort situatieschets vindt hier. Een menigte van zieken van verlamden, van kreupelen, van blinden, en er is van alles. En zo nu en dan is er toch een klein moment van opleving geweest. Ook voor Israël, jazeker. We hebben momenten van genade gehad. 1948 was misschien ook zo’n moment van genade, dat de staat Israël bestond, alhoewel het niet in geloof was. Het was politiek en het was in New York en het was misschien in Engeland, maar hoe dan ook, er zijn momenten van genade geweest. En als ze de zesdaagse oorlog winnen, dan zijn het momenten van Gods genade geweest, jazeker. Zo nu en dan was er beweging van het water. ZO nu en dan was er iets. Maar over het algemeen hoh, doods, ziek, hopeloos. Er is niemand die helpen kan. De Here Jezus komt daar bij die man. 38 jaar is hij daar al. Ik denk dat je het getal 38 wel eens mag zien als 38 eeuwen. Al de tijd van Abraham af, vrijwel, tot aan de toekomst, 38 eeuwen lang, geen, geen genezing. 38 eeuwen lang niks. Het is alsof alles doods is, alsof alles dor is, alsof alles verloren is, alsof alles weg is. Een enorme profielschets van wat er in de toekomst gaat gebeuren met Israël. De Here Jezus verschijnt. Die man zegt: “Ik heb niemand.” Wil je gezond worden. Jawel, maar ik heb niemand. Als de Here Jezus komt, in de toekomst, eventjes, probeer die lijn even vast te houden, Als de Here Jezus komt: Zou je tot herleving willen komen. Ja, maar dat kan niet. Dan moet er een wonder gebeuren. Ik heb niemand. Zoals het dal van de dorre doodsbeenderen dat enorme wonder gaat zien dat die beenderen aan elkaar trillen, dat er spieren op komen, huid overheen getrokken wordt. En dat er op een gegeven moment toch iets bijzonders staat. Ineens staat daar het hele Israël. 12 stammen nota bene, staan daar ineens in vol ornaat. Een schitterend gebeuren, een wonder, is een wonder van God. Het is alsof je dat wonder van God uit het boek Ezechiël, hier, in Joh. 5 al terugvindt. Hij is daar onze Here en Hij spreekt, en Hij handelt. Wil je gezond worden. En die man zegt: “Ik heb niemand.” Weet u waar de Here op wacht. Dat je eerlijk zegt, ook als je zelf tot bekering komt, “ik heb niemand. Ik heb niemand die me helpen kan.” Mijn goede voornemens helpen mij niet. Gisteravond een heel lang telefoongesprek. Iemand drankprobleem, ergens in het zuiden van ons land. Alle goede voornemens ten spijt, gaat iedere keer weer mis. Een gelovige, iedere keer weer wegzakken, geen oplossing. Hij heeft niemand. Maar pas als je echt gaat zeggen: “Mijn goede voornemens helpen niks, mijn ja, nou ja, mijn eigen route helpt ook niks. De enige die helpen kan is de Here Jezus Zelf. Ik heb niemand.” Israël zal ook als volk een keer moeten zeggen: “Wij hebben niemand Here. Sorry, wij dachten dat onze wapens het zouden doen. Wij dachten dat onze techniek en onze inventiviteit om de dingen uit te vinden, om elektronische dingen te produceren, we dachten misschien dat het langs die weg kon.” En ze zijn sterk geweest met hun wapentuig en met van alles. Maar het blijkt uiteindelijk zo slecht te zijn met die staat in de toekomst, dat ze de zee ingedreven worden, letterlijk. Dat Jeruzalem genomen wordt, dat de vrouwen ja, geschonden zijn. Het zijn allemaal termen uit het boek Zacharia bijv., waar dit ook echt zo staat. Ze komen tot de conclusie: Ik heb niemand. Wij zingen dat ook: Niemand die verlossen kan. Ik heb niemand. Dat is straks voor Israël ook zo. Het is adembenemend dat je dan ziet de Here Jezus zegt: “Neem uw rustbed op en wandel. ik doe het.” Daar waar je ligt dat wordt beweging. Dat wat je doodsheid demonstreerde, dat wordt leven. Dat is wat hier gebeurt. En het was sabbath op die dag. Ik heb de tekst gewoon gevolgd. Wat gaat er gebeuren als de Here Jezus komt, wanneer. Nou, ik heb al een paar keer uitgelegd dat er een aantal dagen voorbij zijn hè. Vier dagen, vier maal duizend jaar, twee maal duizend jaar. En wat komt er dan nog. Ja, dan komt de sabbath, de sabbath der rust. Dat is natuurlijk toen gewoon de zevende dag geweest. gewoon, niks meer en ook niks minder. Dat is de directe uitleg. Maar de profetische uitleg is dat die sabbath een periode, ook weer een periode van 1000 jaar omvat, van vrede, van stilte, en God rust van Zijn werken. het was sabbath op die dag. Ziet u het gebeuren. En waarom dan die kritiek, waarom al die Joden die dan zeggen van: “Dit kan niet, dit mag niet. Je mag dit niet en je mag zus niet.” Raakt niet, smaakt niet, roert niet aan. Hoort u het de Here Jezus zeggen. Waarom zou de Here Jezus zoveel wonderen gedaan hebben op sabbath. Waarom zou Hij iedere keer op sabbath, ja of dat nou de blindgeboren is of wat anders, iedere keer op de sabbath is er van alles gebeurd. Ik dank dat de Here Jezus liet zien: Kijk, dit zijn de kennelijke bewijzen dat de Koning er is. En toen zij zeiden: “Wij willen Hem niet als Koning”, ja, toen was eigenlijk de zegen ook weer voorbij. Want dat was het cruciale. De Here zei: “het koninkrijk is midden onder u.” De kennelijke bewijzen van dat geweldige, van vrede en genezing, dat was daar. Maar ze hebben nee gezegd. Toen, deze meneer die 38 lang daar ziek lag, heeft die genezing meegekregen. En onmiddellijk kreeg hij kritiek. Hij wist niet eens aanvankelijk Wie hem precies geholpen had. Later heeft de Here Jezus hem gevonden en toen heeft Hij gezegd: “Dit is de Here Jezus.” Misschien zit er een stukje tijd tussen, een stukje ontwikkeling tussen, dat je niet helemaal precies weet wie Hij is. De Here Jezus heeft één wonder gedaan, en dat vond ik nogal opmerkelijk, dat iemand was blind, de Here Jezus heeft een wonder gedaan en toen vroeg de Here: “Zie je al iets.” Nou, toen zei hij: “Ik zie de mensen wandelen als bomen.” Prinses Irene ziet ze ook zo, maar dat is een heel ander verhaal. Maar soms help een nieuwe bril ook hoor. Maar dan doet de Here Jezus nog een wonder, en dan ziet hij alles scherp. Ik wou gewoon dit zeggen: Toen je tot bekering kwam zag je ook niet alles even scherp. Toen waren er nog veel dingen vaag. Er waren nog contouren. Maar de Here wil nog een wonder doen in jouw leven, zodat je alles scherp krijgt en alles helder hebt en geweldige dingen gaat zien. De Here wil zegenen, de Here wil duidelijk maken. En dat is hier in deze geschiedenis ook zo. Die man heeft niet alles in één keer gezien. Een tweede wonder gebeurt als de Here Jezus hem weer opzoekt, en er weer een gesprek is, en hij dan terug komt: Nu weet ik wie Hij is. Nu weet ik het. Dat is hier gebeurd. En dat gaat ook in de toekomst gebeuren. Nou, de kritiek is dan niet van de lucht. Dat is dan een gigantische toestand geworden van: O, och, dit kan niet, dit kan niet. En nu is het heel merkwaardig dat juist in deze samenhang de Here Jezus zegt: “ga heen en zondig niet meer opdat u niet iets ergers overkomt.” Maar stel nu dat u die lijn van Israël eens door zou trekken. Stel nu eens dat u zou concluderen: Inderdaad, het is om hun overtredingen, hun ongerechtigheid geweest. En stel nu eens dat er Iemand is die zegt: “Ik neem het op me. Ik maak het ander, Ik ga een wonder doen, Ik ga iets bijzonders doen.” En de Here zegt:: “En nu moet je niet nog een keer afwijken, want dan wordt het nog beroerder.” Dan ineens blijkt die tekst: Opdat u niet iets ergers overkomt, heel duidelijk. Dat wordt helemaal niet moeilijk meer. De farizeeërs zeggen: “Dit kan niet, want Hij kan niet de sabbath breken.” Nou en dan gaat de Here een geweldige uitleg geven. En dat is moeilijk. Ik heb zo vaak mensen horen zeggen dat de Here Jezus, ja, is natuurlijk geweldig hè. Profeet, man Gods, nou ja, van alles. Ze hebben allerlei superlatieven gebruikt om Hem te duiden. Ze hebben gezegd: ‘Dit is een superman”, en zo. Maar om nu te zeggen dat Hij echt God is. Ja, sommigen die willen dat helemaal niet. En onder de invloed van allerlei stromingen in deze wereld waar mensen zeggen: “God heeft geen zoon, dus dat kan helemaal niet”, en zo. Nou, Joh. 5 heb je dan tegen hoor, heb je dan echt tegen, want hier staat heel concreet dat de Vader een Zoon heeft en dat de Zoon een Vader heeft. Dus het Islamitisch denken, sorry voor mijn aanval, ik bedoel dat niet scherp naar mensen toe, maar het Islamitisch denken klopt van geen kant. Helemaal niks. Maar, ook onder christenen, want dit is dan de aanval die van buiten komt, maar ook onder christenen. Als je vandaag zegt dat de Here Jezus God Zelf is, nou, dan krijg je ook een discussie. En als je durft te beweren dat Hij niet zondigen kon omdat Hij God Zelf is, dan heb je helemaal een probleem. Nog sterker, als je echt doorvraagt en zegt: “Nou wie is nou die hoogste? Ja, God de Vader natuurlijk. Daaronder, een klein stukje daaronder, niet zover, maar toch daaronder, zit Jezus. En daaronder zit de Heilige Geest. Een soort trapsgewijze situatie. Dus niet een horizontale situatie, maar een verticale situatie van Boven naar beneden, Vader, Zoon en Heilige Geest. En we zeggen dit ook, we krijgen dit. Want ja, die verzoeking in de woestijn was toch ook niet nodig geweest als Hij God Zelf zou zijn geweest. Dat, nou ja, maar dan valt er toch niks te verzoeken. Dan was dat toch onzin geweest. Dus uit het feit dat Hij verzocht werd, maar niet zondigde, blijkt natuurlijk Zijn houding, Zijn verlangen. Nou, dat is waar, dat is super, maar ik wil heel helder maken vanavond, ik doe een poging, of me dat lukt in een paar minuten, dat weet ik niet, dat de Here Jezus JHWH Zelf is. En dat staat hier, in Joh. 5. En dat wordt in de toekomst volstrekt duidelijk. Als de Here Jezus Zichzelf openbaart, als Hij laat Wie Hij is, nou, dan zal Hij ook inderdaad erkend worden als JHWH Zelf. Want Hij maakt het duidelijk. Hij zegt: “De Vader Die toont de Zoon. En de Zoon kan niks doen van Zichzelf.” Dat is natuurlijk door de critici altijd opgepakt: Zie je wel, de Here Jezus zegt Zelf nota bene, dat Hij niks kan als Hij het de Vader nietziet doen. Nou, dat is dus: Een leermeester en een leerling. Een leermeester die kan het uitleggen, een leerling die doet het. Ja, dan voert hij het uit. Zie je wel, daar is iemand hoger en dan komt iemand die wat lager is. En dan worden er dingen gezien, nou, het lijkt bijna sluitend. Een sluitend bewijs. En het klopt niet. De Here Jezus zegt hier heel wat anders. Hij zegt hier tegen mensen die kritiek op Hem hebben omdat Hij zegt dat Hij de mensenzoon is omdat Hij God zijn Vader noemt en Zich dus God gelijk maakt, Hij zegt tegen deze mensen: ‘Moet je eens luisteren, Ik doe niks buiten de Vader om.” Dat is heel wat anders hè, als u de woorden pakt. De Here Jezus zegt: “Ik kan niks doen buiten de Vader.” Want stel dat Hij iets zou doen buiten de Vader, wat bewijst Hij dan. Dat Hij niet God is. Dan zouden de Mohammedanen dus gelijk hebben. Dit gaat heel ver. De Here Jezus zegt heel concreet, heel duidelijk: “De Vader doet het, en de Zoon doet het. Zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.” Alles gelijk, alles gelijk. En de Zoon doet niets buiten de Vader om. Alleen als Hij het de Vader ziet doen, doet de Zoon het ook. Dat betekent, daar wordt inderdaad samengewerkt. Daar is geen enkele, geen enkele scheiding denkbaar tussen de Vader en de Zoon. Dat zegt de Here Jezus. En dat zegt hij heel uitvoerig in Joh. 5. En die uitleg is voor vandaag zo belangrijk, omdat de meeste christenen dit niet meer geloven. Die zijn dat kwijt. Die denken: Ja, nou ja, o.k. En die zeggen dan ook nog heel vroom: “Nou laten we daar niet over discussiëren.” Maar ze willen ook niet doordenken. En dat is jammer, want de Here Jezus is de Here Zelf. En juist in dit evangelie, waar de Here Jezus de JHWH van het OT is, de HERE met alle hoofdletters van het OT is, juist in dit evangelie vertelt de Here Jezus Wie Hij is. En hier zegt Hij: “De Vader werkt en Ik werk ook. Wij werken samen.” Zo gingen die beiden samen. Tekst uit Gen. 22. Het is zo prachtig om hier te zien dat de Here Jezus zegt: “Ik kan niks doen van Mijzelf, want dat zou betekenen dat Ik, ja, dat ik los van Hem iets zou doen.” Dan waren ze niet meer één. Dan was daar een scheiding gekomen. Dat is de insteek van dit hoofdstuk. En wanneer wordt dat nu volkomen duidelijk. Straks als de Here Jezus komt. ik zal je één voorbeeld noemen. Jesaja zag op een bepaald moment de Here zitten op een hoge en een verheven troon. En hij is zo onder de indruk, dat hij zegt: “Oh, wee mij. Ik ben een man onrein van lippen. Woon temidden van een volk dat onrein van lippen is.” Helemaal weg. Heilig, heilig, heilig is de Here. Het is enorm wat hij daar ziet en wat hij daar meemaakt. Maar wat zegt het NT in Johannes, dit evangelie van Johannes. Wat zegt Joh. 12 daarvan: “Toen zag Jesaja de Here Jezus.” In Jes. 6 is het JHWH, is het de Here op een hoge en een verheven troon. Maar Joh. 12 zegt: “Dat is de Here Jezus. Dit zei Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag.” De Here Jezus die onze Heiland is, die onze Verlosser is. Die ons de genade van God etaleert en de liefde van God laat zien en die ons redt, als je gelooft in Hem. En die ons brengt daar waar Hij Zelf is, die alle zegen met Zich heeft en bij Zich heeft en die ons bij Zich roept en die ons in het huis van de Vader brengt. Die Here Jezus is JHWH Zelf. Mooi meegenomen toch. Ik was vroeger altijd een beetje bang. Als ik ergens was, dan hoopte ik altijd dat er iemand was die mij kende. Nou, daar is Iemand daar die jou kent, die jou door en door kent. Die voor jou naar het kruis ging. Die voor jou dat probleem oploste. Die voor alles bij God in orde maakte. Hij, Niemand minder dan Hij is daar, JHWH Zelf, de Hoogste, de Allerhoogste. Hij die het oordeel heeft. En waarom moest Hij dan verzocht worden. Waarom moest dan die verzoeking in de woestijn plaatsvinden. Om te testen of Hij wel of niet overeind zou blijven. Nee, om de duivel duidelijk te maken dat er nu Iemand was die geen handvat van de zonde had. Dat is een heel andere insteek. om duidelijk te maken dat er nu een soort mens bestond waar de duivel geen vat op had, niks, nul. Om duidelijk te maken dat er een nieuw geslacht bestond, een laatste Adam, een tweede mens, een heel nieuw mensensoort. Een soort zonder een handvat van de zonde. “Wat uit God geboren is kan niet zondigen”, zegt de bijbel in de eerste Johannes-brief. Nu moet duidelijk zijn dat er een nieuw Iemand is. Dus die verzoeking is niet een soort test, een soort examen. En als de Here Jezus daarvoor slaagt: Ja, nou ja, Hij kon het wel maar Hij deed het niet. Zie je wel. Zo hè, een negen of een tien voor Zijn examen. Tien natuurlijk, want Hij zondigde niet. Nu, het is niet een test geweest voor Hem. het is een duidelijk getuigenis geweest voor de satan en alles wat om hem heen hangt, om duidelijk te maken dat er nu een nieuw soort bestaat waar de duivel geen vat op heeft. Nou ja, het is natuurlijk een beetje moeilijk. Dat moet je maar eens eventjes laten binnenkomen. dat moet je maar eens een uitwerking laten geven. Maar de Here Jezus is hier, in Joh. 5 aan het woord.Maar wanneer blijkt dit nu allemaal. Als de Here Jezus komt. Als Hij die Koning is die hier op aarde komt, die ook naar Jeruzalem gaat en die bij de Schaapspoort die menigte van verdorden vindt en daar leven brengt. Dan wordt ook duidelijk dat het niet zomaar iemand is. Ook niet een soort mens is die hoe dan ook krachten heeft, maar dat het om JHWH Zelf gaat, om de Here Zelf gaat, om Hem gaat over Wie Mozes geschreven heeft. En daarom eindigt dit hoofdstuk ook met Mozes. Wat Mozes allemaal gezegd heeft. Mozes heeft over Mij geschreven. En als je zijn geschriften niet gelooft, hoe kun je dan Mijn woorden geloven. Mozes heeft het over Hem gehad. En Mozes had het als eerste over JHWH. Nooit was de Here bekend geweest onder die naam. Maar die brandende braambos heeft daar verandering in gebracht. Die JHWH van het OT. En Mozes heeft bij de Here dat geweldige mogen zien op de berg, En hij heeft de naam van de Here, het wezen van Gd mogen zien. En hij heeft daarvan gesproken. Niemand heeft zo gesproken over JHWH dan Mozes. Dat is wel helder, de Thora. En nu zegt de Here Jezus: “Maar dat ging over Mij. Dat ging over Mij.” En wanneer komen ze daar nu achter, Israël. Nu. Nee, nog niet. Israël gelooft niet, even globaal hè, gelooft niet in de Here Jezus. Ze zeggen: “Nee, zo’n Messias, nee hoor. We willen geen Messias die door de Romeinen gekruisigd is. Die willen we niet. We willen een echte.” Maar het blijkt dat de Jezus over Wie wij het hebben, de Mensenzoon is die alle macht heeft, die alle kracht heeft en die alle gezag heeft. En het blijkt bovendien dat die Jezus JHWH Zelf is. En daarom staat het zo uitvoerig in dit hoofdstuk. Wanneer wordt dat dan duidelijk. Nou, dan, als Hij Zich openbaart. Als daar in Jeruzalem dat wonder geschiedt: En ja, maar dit is van de Here. Maar natuurlijk zijn er dan nog mensen die zeggen: “Nee, dat kan niet.” Ze zeggen, zoals ook vandaag mensen, als je tot bekering komt zeggen: “ja, maar dat kan helemaal niet. Dat is te gek, dat is te vroom, dat is te ja, te driftig of…..” Nou ja, vul maar een woord in. Het is allemaal te mooi voor woorden. Van allerlei dingen gaan er dan gebeuren. Maar dat gaat dan ook nog gebeuren. Maar dan zal de Here Jezus vertellen dat Hij samen met de Vader één is. En dat Mozes het alleen maar over Hem gehad heeft. Niet over een derde in de Godheid, of over een tweede, maar over JHWH Zelf. Dat wordt dan duidelijk. Ik hoop dat u Joh. 5 zo wilt zien.

Natuurlijk, nog een keer, letterlijk. Toen was daar een soort ziekenzaal bij die Schaapspoort. En toen was dat wonder voor die ene man daar. En die heeft daar gewoon 38 jaar gelegen. Heel langdurige ziekteproces, toen letterlijk. En toen was er kritiek. En hij wist aanvankelijk niet Wie dit was. En toen heeft de Here Jezus de vragen van de farizeeërs beantwoord, toen. Maar ik probeerde dit gebeuren, uit Joh. 5, over te hevelen naar straks. Als de Here Jezus weer komt hier op aarde, vanuit Zijn heerlijkheid, vanuit Zijn glorie, u komt mee hoor, ja. Gaat u dan echt lopen in Jeruzalem. Misschien blijft u daarboven hangen als het nieuwe Jeruzalem wat van God uit de hemel neerdaalt, wat toch nergens staat dat het echt op aarde komt, maar u gaat komen. Want u gaat alleen maar signalen uitzenden: Hij is het, Hij is het. Anders doet u niks. Nou ja, sorry, u gaat duidelijk maken dat Hij het is. Ons hele wezen is er op gericht dat Hij het is. En Hij gaat naar Jeruzalem. En Hij verandert het feest van de Joden in een feest voor de Here. Terug bij af. En Hij zal iemand die 38 jaar lang ziek is [genezen]. Heel de periode dat Jeruzalem de stad is. Israël, als getuigenis op aarde, heel de tijd ziek geweest. Er waren momenten van genade ja. Maar het heeft eigenlijk geen oplossing gebracht. En sommigen zeggen dat dat moment van genade misschien Salomo geweest is. Of een ander moment weet je wel, uit de geschiedenis van Israël. Maar er zijn momenten van genade. Maar dan, dan openbaart de Here Jezus zich op de sabbath. Dan begint dat enorme, die enorme tijd van rust, van zegen, van blijdschap en van, ja een geweldige opleving binnen Jeruzalem. En dan blijkt dat Hij, de Here Jezus niet een Iemand is, maar dat Hij JHWH Zelf is, de Here Zelf is. Dat is de lijn die hier ligt. En als u zo naar Joh. 5 kijkt, dan hebt u genoeg om over na te denken de komende dagen. Maar ik wil u nog één ding vragen. Als dit dan zo is, hoe kijkt u nu tegen de Here Jezus aan, die vanavond tegen u zegt: “Ik wil graag in jouw leven komen. Ik wil graag in jouw hart gaan wonen.” Zou jij jouw deur open willen zetten. Zou jij dan zeggen: “Kom binnen Here.” “Ja, kom binnen Heer”, is een boekje van Annie Karkdijk. Ja, kom binnen Here. Kom in mijn hart Here Jezus. Weet u wie dan binnenkomt. Deze, deze Jezus. Die komt bij je wonen, die komt in je wonen, en die gaat in jou een bijzonder werk doen. En misschien zie je niet helemaal precies Wie Hij is. Misschien denk je: Ja, Wie bent U dan Here. Wie is Hij dan. Tweede wonder, u ontdekt het. Ik ga het u garanderen. U ontdekt het, u gaat zien Wie Hij is. En u wordt, ja, een blij iemand. Want u denkt: Als Hij, die JHWH Zelf is, in mij woont, zou er dan nog iets verhinderends kunnen zijn. Ik hoop dat u het begrijpt, dat Paulus dan kan zeggen: “Nou ja, als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn.” M.a.w., er kan eigenlijk niets meer aan verhindering aanwezig zijn. De Here Zelf woont in mij en dat is een geweldige zegen. De Here zegene ons allen, amen.