Welke wet geldt er in de toekomst?

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

9. Welke wet geldt er in de toekomst?

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,
19 december 2004

Lezen: Joh. 7:53 – 8:20De Here Jezus zit dus in de tempel, en bij de schatkamer. Bij de plek waar die schatten van God opgetast liggen of schatten voor God bewaard worden. En Hij geeft uit die schatkamer schatten. Kostbare schatten die wij ook vandaag mogen gaan overdenken.De vorige keer probeerde ik duidelijk te krijgen dat het loofhuttenfeest uit Joh. 7 niet alleen toen, letterlijk, daar, zo is verlopen. Dat is waar. Maar dat het ook te maken heeft met profetische vergezichten. Met een toekomst die veel verder weg ligt. En ik hoop dat u dat een beetje helder kreeg dat u behalve feitelijke gegevens, dus Joh. 7, zoals het daar echt toen is gebeurd, ook verlangen krijgt om verder te kijken dan wat er toen daar gebeurde, omdat deze dingen ook voor de toekomst zulke schitterende dingen bevatten, schitterende elementen bevatten. Dat gaat nu verder. We ontdekten al vanaf het prille begin van het Johannes-evangelie, dat er meer is dan alleen maar een verhaal. Het is niet een simpele geschiedenis, of een reeks gebeurtenissen. Het heeft te maken met dat wat God op een bijzondere wijze schenken wil, door Zijn Heilige Geest aan mensen die verlangen naar Hem. En ik hoop dat we daar allemaal bij horen. Dat is niet automatisch zo. Ik hoop dat u allemaal de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser. Dat u weet hebt van vergeving van schuld, vergeving van uw zonden. En dat u ook echt weet: Ik ben een kind van God. Ik heb leven uit God. Alleen maar dat brengt de Heilige Geest in u. Als u gaat geloven in de Here Jezus krijgt u de Heilige Geest. Als onderpand van die toekomstige erfenis. U krijgt een voorschot. En de Heilige Geest in u, is op hetzelfde moment de wijsheid van God, om dingen van God, om woorden van God te gaan begrijpen. Ander lukt het niet. Alleen maar door de Heilige Geest die in ons woont. En die Heilige Geest wil ons ook leiden, wil ons ook sturen. Wil ons in deze tijd vertellen Wie de Here Jezus is. Niet alleen een soort geboortefeest, punt. Zoals er misschien daarna velen, velen, zijn geboren. Maar veeleer de Vorst des hemels, de Heer des hemels, de Koning der koningen, De Here der heren. God Zelf werd mens.Aan het eind van Joh. 7 staat zo typerend dat iedereen naar huis ging en dat de Here Jezus naar de Olijfberg ging. Nou, we kunnen daar een praktische verklaring van geven, en die is heel plausibel, is heel acceptabel, namelijk, dat daar een plekje is geweest waar de Here Jezus met Zijn discipelen regelmatig te vinden was. Ik zal u één suggestie doen. In de hof Gethsemane is een grot. En in die grot zou je dus best kunnen wonen. Kan heel goed. Daar zou je heel goed nachten kunnen doorbrengen zonder dat je last van kou kreeg of zo. Misschien bent u wat anders ingesteld en denkt u: Nou, Hij heeft zeker altijd in de open lucht gelogeerd. Ik weet niet of dat zo is, maar het zou kunnen. Niemand weet het zeker. Maar laat ik maar zeggen: “Op die Olijfberg zijn plekken, waar je met een hele groep mensen kunt schuilen in een soort grot.” Die grot is er nu nog. Dus u zou best een kijkje kunnen gaan nemen als u dat wilt. De Here Jezus bracht de nacht door op de Olijfberg. Dus feitelijk is het zo gegaan. Hij is daar gewoon geweest. Hij is daar, ofwel in de open lucht, of in die grot, maar Hij heeft daar de nacht doorgebracht. Maar als hier staat: Iedereen gaat naar huis maar Jezus gaat naar de Olijfberg, dan betekent het meer dan alleen een feitelijk verslag. Dan betekent het ook, dat de Here Jezus toch een keer, ook al gaat iedereen naar huis, wat er ook gebeurt, wat ze ook doen, wie ze ook zij, Hij gaat naar de Olijfberg. En dan krijgt het een hele andere lading. Dan ineens zie je: O, bedoelt te zeggen dat Hij een keer terugkomt. Jazeker, ik bedoel concreet, kort door de bocht misschien, dat de tweede advent, de komst van de Here Jezus, Zijn weerkomen hier op aarde, gekoppeld is aan de Olijfberg. De bijbel zegt dat zo, Zach. 14. U vindt het heel precies. Daar staat dat de Here Jezus op de Olijfberg, oostelijk van Jeruzalem, zal gaan komen. Zijn voeten zullen daar staan. Die Olijfberg splijt middendoor en vandaaruit gaat de Here Jezus Jeruzalem binnen. Dus het gaan naar de Olijfberg is natuurlijk in volstrekte zin gewoon zoals we het net hebben geschetst, dat is waar. Maar het heeft ook een verderliggende betekenis. We kunnen daar niet omheen. Als het boek Ezechiël vertelt dat de glorie van God uit oostelijke richting de stad gaat binnentrekken, dan krijgt u nog een nadere aanduiding, namelijk dat die Olijfberg kennelijk aan de oostelijke kant van Jeruzalem ligt, hetgeen klopt. En dat vandaaruit een schitterende glorietocht begint om Jeruzalem helemaal te vullen met de heerlijkheid van onze Here. Dat is natuurlijk in schril contrast met de tocht die Hij ging maken toen Hij later vanaf de Olijfberg, Gethsemane, gearresteerd en wel, Jeruzalem binnentrok. Dus een paar dagen later dan wat dit hier aangeeft, is het zo gegaan. Is Hij zo vanaf diezelfde Olijfberg gearresteerd, vanuit die Gethsemane-tuin naar Jeruzalem gebracht. Kortom, Olijfberg is meer dan alleen maar een locatie.De Here Jezus komt ‘s morgens vroeg vanaf de Olijfberg en Hij gaat weer naar de tempel. Waar Hij dus geleerd heeft. Waar Hij dat prachtige verteld heeft van het loofhuttenfeest op die grote dag van het feest, en Hij sprak over bronnen, waterbronnen, uit je eigen binnenste. En waar Hij gesproken heeft over de Heilige Geest die zou gaan werken, daar komt de Here Jezus nu terug. En op dat moment gebeurt er iets bijzonders. Deze gebeurtenissen die alleen maar in het evangelie van Johannes staan, zijn echt gebeurd. Dus nog een keer, u moet niet twijfelen aan de idee dat daar niet letterlijk een mevrouw, op overspel betrapt, meegesleurd werd en die werd eventjes daar voor de Here Jezus neergezet. En die werd als een soort proefballon gebruikt. Wat doet Hij daarmee. Wat zegt Hij daarvan. En als Hij het niet goed doet dan hangt Hij. Sorry hoor, dat ik het zo zeg, maar zo was wel de insteek. Zo wilden ze Hem wel laten vallen. Dat was zo. Maar u voelt al aan mijn taal, dat ik verder ga dan alleen maar de gebeurtenis. Want alles wat hier staat in dit Johannes-evangelie, gaat verder dan de gebeurtenis.Nu, het stukje Joh. 8, is heel vaak gebruikt in kerkelijke kring, om te zeggen dat tucht niet meer kon. Want wie de eerste steen moet gaan nemen moet zonder zonden zijn. Nou, die mensen bestaan niet. Mijn vader zei: “Die hebben hier haar op hun handen.” Kijkt u maar eens in uw eigen hand. U kijkt ook nog, maar daar zit geen haar, bij niemand. Dus er is niemand die zonder zonden is. Dat bedoelde mijn vader, en het was geen schriftgeleerde, maar hij had wel gelijk. Hij wilde dus zeggen: “Niemand kan dus tucht uitoefenen, want dan moet je zonder zonden zijn.” Wie van u zonder zonden is, die werpe het eerst de steen. Nou, daar gaat het hele kerkelijke tuchtapparaat ondersteboven. Of niet. Nou, ik denk van niet. Maar daar gaat het hier ook niet om. Als dit de basis moet zijn voor kerkelijke tucht, dan denk ik dat het anders gaat in de gemeente dan vandaag de dag. De Here Jezus, Hij is daar, en hij leert, in de tempel, in het heiligdom. En daar komt die optocht. Een beetje schreeuwerig misschien, een beetje schokkerig, vroeg, een nieuwe dag. En nu ziet u opnieuw één van die vele beelden die we hier in het Johannes-evangelie zagen al, of nog zullen gaan zien, namelijk dat er van alles aan de hand is. Eerst: De wijn is op, weet je wel, Joh. 2. Onderwijs is er niet meer, Joh. 3. Samaritaanse, de positie van waar moet je aanbidden hier of daar of hoe zit het. Moet het, gaat het om een letterlijke locatie. De absolute onmacht om nog één vin te verroeren. Om enig, enige zaak aan je behoudenis toe te voegen, Joh. 5. De onmacht ook om enige spijs te verorberen. Wonderbare spijziging kan alleen maar als Hij, de Here er komt en met Zijn spijze gaat verzadigen. Joh. 7, het loofhuttenfeest. Enfin, al die dingen die zeiden we al. Die hebben we al gehad. En als u dat zou willen weten dan kunt u alsnog daar bij Henri achterin, bandjes bestellen of CD’s bestellen, u kunt downloaden, u kunt van alles regelen.

En nu krijg je weer een aspect. Een vrouw op overspel betrapt. Het zal u helemaal niet verbazen dat Israël vergeleken wordt met een vrouw. Dat haal ik ook niet uit mijn duim, dat haal ik uit mijn bijbel. Ez. 16 vertelt dat Jeruzalem gezien wordt als een vrouw. Eerst als een heel klein baby’tje zonder enige zorg van wie dan ook. En dat kleine baby’tje groeit op en dat kleine baby’tje wordt groot. Wordt zelfs gekleed. geschoeid, versierd. Op een bepaald moment is die kleine baby een vrouw, het koningschap waardig. Maar dat kleine baby’tje kiest voor een andere man. Ez. 16. Waar heeft Ezechiël het dan over. hij heeft het over Jeruzalem, heel specifiek. Misschien mag je zeggen Juda, misschien mag je wel zeggen Israël. Maar in elk geval, heeft hij het over Jeruzalem. Heel concreet, een vrouw die overspel bedrijft. Zo wordt het voorgesteld. Een paar hoofdstukken verder in het boek Ezechiël, in hoofdst. 23, daar vindt u weer twee vrouwen. De ene heette Ohola en de andere heette Oholiba. Hoe kun je het bedenken. Als je nog twee zusjes hebt. Nou, je zult ze maar roepen om te eten. Begin het maar te zeggen zonder te stotteren. Het lukt al bijna niet. Oholiba is Juda, Ohola is Samaria. Staat er bij hoor, anders had ik het ook niet geweten. Ohola betekent: Ze heeft een eigen tent. Oholiba betekent: Mijn tent is in haar. Komt al wat dichter bij hè. Je voelt hem al komen. En Oholiba dringt zich op aan alle mogelijke minnaars. Weer hetzelfde beeld: Op overspel betrapt. Voor mij is het absoluut helder, dat de vrouw die hier in Joh. 8 naar voren wordt geschoven, een type is, een beeld is van Israël, maar dan in haar gevoelens, in haar emoties, in haar relationele betrekkingen. Ze is ook blind nog, in Joh. 9, dat komt allemaal nog, maar hier gaat het even over haar hart. En er zijn een aantal mensen die zeggen: “Nou kijk, hier heb je er één. Wat zegt u daarvan? Mozes heeft in de wet bevolen zulk één te stenigen. En U dan?” Nou ja, waarschijnlijk hebben ze een valstrik opgezet. En dat loopt heel anders af. Zal ik het profetisch zeggen. Er zijn hele horden christenmensen, kerkmensen die gezegd hebben: “Israël, hoh, die hebben het verknald naar God toe. Die hebben er een zooi van gemaakt. Tjonge tjonge, die hebben, ja, die hebben hun Heiland gekruisigd. Die, moeten die weer? Die, die moeten sterven. Kan niet anders.” Die hebben de wet nota bene aan hun kant. Dat is heel fel gezegd, maar het is precies wat ik bedoel. En als het alleen christenmensen zouden zijn die voor Israël geen enkele, geen enkele millimeter ruimte hebben, en die zijn er een hele horde hoor, veel meer dan u denkt, dan mag je misschien ook nog wel eens verder gaan, met het orthodoxe Joodse denken, waar geen enkele ruimte is voor genade, nul. Ook zij zeggen: “Nou, kan niet. Zo kan het niet.” Ik hoop dat helder wordt, vanavond, dat in dit prachtige beeld, daar op het tempelplein, ook iets bijzonders gloort. De aanleiding is die vrouw. Net zoals in Joh. 4 van die ene vrouw gezegd wordt: Vijf mannen hebt gij gehad en die gij nu hebt is uw man niet. dat was letterlijk zo geweest. Ik bedoel, die vrouw had zoveel relaties achter zich. Dat was gewoon zo. Maar dat had een betekenis. Dat weet u nog, die afgoden van de Samaritanen. Ze worden immers alle vijf genoemd. En de man die ze dan nu hebben, de Here, dat was hun Here, dat was hun man niet. Dus ook daar een veel verder liggende betekenis. Hier ook. Dus de aanleiding is, concreet, er is een mevrouw, inderdaad op overspel betrapt. Dus niks van de tekst afdoen. Dat bedoel ik dus niet. Maar op hetzelfde moment probeer ik die tekst te plaatsen in het licht van de profetie. En die is behoorlijk fel, vind ik, dat licht. De beschuldigers, ze staan daar. En die hebben die vrouw daar voor de Here Jezus neergezet. En eigenlijk gebeurt er dit: Op het moment dat de Here Jezus terugkomt uit Zijn glorie, niet als een kleine baby in Bethlehem, maar in Zijn glorie en in Zijn heerlijkheid uit de hemel, op de berg, Olijfberg. En als Hij gaat naar de stad en daar het heiligdom vult, volgens Ez. 43, met Zijn glorie, Hij daar aanwezig is, Hij daar schittert, schittering van Hemzelf te vinden is. Daar zit Hij dan, daar leert Hij. Joël 2:23, de Leraar der gerechtigheid. Hij spreekt, Hij leert, Hij onderwijst. Hij zit bij de schatkamer, Hij heeft echt het één en ander te vertellen. Nou, je zou wel eens een poosje bij Zoiemand op bijbelles willen zitten. Bij Zijn schatten willen zitten, in die sfeer willen vertoeven. Om daar nog wat meer op te doen dan vandaag mogelijk is. Dat zou graag willen. Maar goed, daar zit Hij. Daar komt, daar komt dit verhaal. Hoe is Uw betrekking met Israël. Dat kan toch niet goed zijn. Ze heeft er toch een puinzooi van gemaakt. Ze is overal geweest, behalve bij U. Ik heb het nu anders gezegd, heel anders gezegd, maar dat is wel wat hier staat. Die mensen hebben haar aangeklaagd en die hebben haar beschuldigd. En die beschuldiging is niet onterecht. Want Israël heeft zich opgedrongen, volgens Ez. 23, aan iedereen die maar wilde. Alhoewel Gods tent in haar was, heeft zij met iedere richting meegeflirt. En Samaria was niet beter. Dat blijkt uit Ez. 23, want Ohola was even, even slecht als Oholiba. Allebei foute boel. En het is hetzelfde van Ez. 16. Het is nog een keer eventjes herkauwen om dat plaatje compleet te krijgen.

De Here Jezus bukt Zich, schrijft. En vroeger dacht ik: Wat zou Hij geschreven hebben. Nu weet ik het. Ehm, dat moet, ja, heel spannend zijn geweest, om erachter te komen wat Hij schreef. Ik zal het u voorlezen wat Hij geschreven heeft. U bladert met mij naar Jer. 17. Jer. 17:9: Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het wie kan het kennen. Ik de Here doorgrond het hart en toets de nieren. Dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden. Vs 12: Troon der heerlijkheid, (er is maar één keer in de toekomst een plek waar die troon der heerlijkheid zal zijn) vanouds verheven (altijd al gezien, steeds omhoog gestoken). Plaats van ons heiligdom (waar de Here woont). Hope Israëls, (yes, hope Israëls, de hoop van dat volk) Here (JHWH Zelf). (Let op:) Allen die U verlaten zullen beschaamd worden. En wie afwijken zullen in de aarde geschreven worden. Omdat zij de bron van levend water (Joh. 7, Bron die daar stond op de grote dag van het feest) omdat zij de bron van levend water, de Here (JHWH) verlieten. Genees mij Here, dan zal ik genezen zijn. Help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof. Jeremia heeft in Jeruzalem geprofeteerd in een tijd dat het helemaal niet goed ging met Jeruzalem. Jeremia is die profeet die tot het laatst is gebleven, toen de stad bijna op instorten stond, vlak voor de stad werkelijk verwoest werd door Nebukadnezar. Jeremia is daar gebleven. Die is daar niet weggegaan. Die is op het allerlaatste moment weggekomen, met een groep vluchtelingen. Want Jeremia heeft van de Here nog één keer een appèl op het hele publiek moeten doen. En dat heeft hij gedaan. Prachtige dingen. En dan zegt hij: “Ons hart is arglistig aan alle kanten.” En dat weten we inmiddels. En wie kan het kennen. Maar de Here doorgrond ons. Hij ziet ons. Hij kent van verre onze gedachten. Dat is niet alleen Ps. 139, maar ook Jer. 17. dus. Maar dan komt die prachtige term: Troon der heerlijkheid. Jeremia wist dat het op instorten stond. Jeremia wist dat er 70 jaren van ballingschap zouden gaan volgen. Jeremia wist dat het kopen van een akker gewoon een stomme zaak zou zijn, normaal, menselijk gesproken. Hij doet het wel, omdat de Here zei dat hij het moest. Troon der heerlijkheid, vanouds verheven. Plaats van ons heiligdom. Hope Israëls. JHWH Zelf. Als je van de Here afwijkt, dan zul je in de aarde geschreven worden. Omdat ze de bron van levend water, JHWH, die Bron, verlieten. Wat doet de Here Jezus in Joh. 8. Hij schrijft de namen van die mensen die haar aanklaagden in het zand. Dat is mijn verklaring, ik kan geen betere bedenken. Nou, die oudste ziet dat, Hij begint bij de oudste, en die denkt: Tsjonge. Simeon bar Levi nou ja, of ben Aäron, of ben David, of hoe ze ook heten mogen. Die denkt: Daar staat mijn naam, hoh, als een aanklacht. Zijn eigen naam stond daar in het zand geschreven. En de Here Jezus bukt zich en schrijft al die namen op. Die oudste denkt: Ik moet maken dat ik weg kom. En de tweede en de derde en de vierde, en ze lopen allemaal weg. Er blijft er niet één achter. Daar staat de Here met die vrouw. Waar zijn ze, die beschuldigers. Ze hebben me niet beschuldigd. Je moet niet weer de verkeerde keuzes maken. Ik ken eigenlijk geen beeld, meer emotioneel, dan dit beeld. Stel je voor dat de Here Jezus in de toekomst daar zit, daar is, in die tempel. Vanaf de Olijfberg daarheen gegaan. En dan gaat het om die emotionele betrekkingen tussen Jeruzalem en de Here Jezus. Dier zo vertroebeld zijn geraakt in de loop van de eeuwen door al die, al die andere lijnen die er liggen daarheen en daarheen en ginds naartoe. En dat er mensen zijn: U kunt zo’n vrouw toch niet laten leven. Dat gaat toch niet. Op heterdaad betrapt. Ik bedoel, het is niet ergens in een achterafkamertje gebeurd. het is gewoon I de politieke analen terug te vinden. Ja, klopt allemaal. Waar zijn ze, uw beschuldigers. “Ze zijn er niet meer”, zegt die vrouw. Dan beschuldig en veroordeel Ik u ook niet. Je moet het niet weer doen. Ziet u hoe daar Iemand relationele betrekkingen hersteld op een manier die wij eigenlijk niet voor mogelijk houden. Daar kun je eigenlijk niet bij. Dat is de Here Jezus in de toekomst, Die zegt: “Ik ben het Licht der wereld. Ik schijn in je hart. Ik maak openbaar wat er allemaal niet goed is.” “De Vader en Ik werken samen op dit punt”, zegt Hij hier. Dat zegt Hij allemaal bij die schatkamer. Natuurlijk heeft de omgeving kritiek. Hoe kunt U nu dit zeggen. Dat moet U niet van Uzelf zeggen. Dat moeten anderen….. “Nou”, zegt Jezus, “een ander zegt het ook van mij. Want het getuigenis is waar.” De Here Jezus, het Licht der wereld, hier op aarde, schijnt in al die schuilhoeken, van al die mannen die één voor één zijn afgedropen. Schijnt ook in de schuilhoek van die mevrouw die daar nog staat. En die alleen maar, zal ik het zeggen met een kerstlied [dat] gezegd heeft: Komt verwondert u hier mensen. Dit is zo gigantisch, dit is zo teer, dit is zo gaaf, dat je alleen maar kunt zeggen: “Here Jezus, hoe krijgt U het zo neergelegd. Hoe kunt U het zo etaleren.”

De Here Jezus, Hij etaleert, als het gaat om het hart van Jeruzalem, Zijn genade op een prachtige manier. Een manier die wij misschien niet kennen, maar die iedereen die daar tegen is ontmaskert. gewoon even helemaal op het verkeerde been zet. En Gods genade op een schitterende manier op een kandelaar zet en op hetzelfde moment ook nog zegt: “Kijk dit is nu het Licht der wereld. Dat bedoelen we nu.” Dat gebeurt, broeders en zusters, te zijner tijd. Dit gebeurt in Jeruzalem, dit gebeurt in de tempel, dit gebeurt. Zo gaat het. Dat bedoelt Johannes te zeggen. Het is niet alleen maar een verhaal van toen. het heeft te maken met de profetie voor straks. Dit gebeurt nog. Je moet je voorstellen dat in Jeruzalem zoiets gaat gebeuren. Nou, als ik er bij zou staan en ik ken mijn bijbeltje een beetje, heel klein beetje hè, dan denk ik: Tjonge, dit is het. had ik altijd al graag uitleg over willen hebben. Ik krijg het uit de eerste hand, super. Dat is de Here Jezus. Wanneer doet Hij dat. Als Hij terugkomt, niet als baby, maar als de Koning der koningen, als de Here der heren. Dat is de tweede komst, dat is de tweede advent. Dat is het komen van de Here Jezus hier op aarde. Nog een keer komt Hij.

Voor U ligt het een beetje anders. U, die de Here Jezus kent, u hebt de Here Jezus al zien komen. Hij is namelijk in uw hart gaan wonen. O ja, ja, kijk, dat is de moeilijkheid. Misschien ging het nog een beetje met het verhaal, maar als u gaat zeggen dat Hij nu in mij woont, ja. Toch zegt de brief aan de Kolossenzen dat Hij, Hijzelf in ons woont. Maar ook Johannes, we komen er nog, Joh. 14 zegt, vs 21: Ik zal Mijzelf aan jou openbaren. En 14:23: De vader en Ik zullen bij je komen en zullen bij je gaan wonen. Dus heel concreet, de Here Jezus gaat bij je wonen. De Here Jezus woont in jou, als je gelooft. De gemeente zegt: Als twee of drie samenzijn in de naam van de Here Jezus, dan is Hij in het midden van hen, woont Hij daar. Woonstede van God in de Geest. Hij woont er. Jij en ik, we zitten naar de toekomst te kijken. Ja, maar dat wordt me daar even een openbaring van Gods genade, zoals we nog nooit hebben gezien. Dat gaat geweldige, geweldige emotionele taferelen opleveren. ja, dat gaat gebeuren. Die mevrouw is dit echt niet kwijtgeraakt, is dit echt niet vergeten. En die is niet naar huis gegaan en nou, was er nog wat bijzonders vandaag. Nou, nee, nee, nee. Dat is natuurlijk onzin. Dit is natuurlijk zo super in haar leven, dit is zo ingrijpend geweest. Dit, dit raakt ze nooit meer kwijt, nooit. En wij, wij die allemaal kennis gemaakt hebben met de genade van God op een geweldige manier, wij denken gewoon dat eh, ja, nou ja….. Wat gebeurde er toen de Here Jezus in jouw leven kwam. “Ja, dat weet ik niet meer zo precies” zeggen we dan. En moet ik dan een precieze datum weten. Dat zijn van die schitterende discussies, daar duik je dan in. En moet je dag en uur hebben. Er zijn hele groepen gelovigen, dat zijn dag-en-uur-gelovigen, weet je wel, die moeten altijd precies weten wanneer je op donderdag, weet u wel, toen en toen, datum erbij, en dan elf uur ´s morgens, ja. Ik wil niet naar dag-en-uur-gelovigen. Ik wil zo graag vragen: Wanneer is de Here Jezus bij je binnengekomen. En als Hij bij je binnenkomt, en jouw hart zag. Jouw hart vloog ook alle kanten op hoor. Jou hart had ook meerdere minnaars. Ik heb het niet over overspelige toestanden. Maar even, gewoon eventjes zoals ik Jeruzalem zie, als een getuigenis van God op aarde, met alle mogelijke verbindingen links en rechts, zo is het in ons hart ook geweest. Soms letterlijk ook wel overspel. Dat bedoel ik niet dat dat niet voorkomt, maar daar gaat het me niet in de eerste plaats om. Het gaat me erom Dat wij ook geneigd zijn tot alle kwaad. Arglistig is het hart, wie zal het kennen. En dan komt de Here Jezus. En als jij dan hoort: Waar zijn de beschuldigers. Zijn ze er nog. Dan roep jij met Rom. 8: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God. Als God het is die ons rechtvaardigt, wie zal veroordelen. Hoh. En als je dan naar huis gaat: Was er nog wat bijzonders vandaag. Nee, nee, nee, niks. Kan dat, of sta je dan in vuur en in vlam voor de Here Jezus en zeg je: “Here Jezus, dit is zo gaaf. Uw genade is zo gigantisch groot. Zo schitterend, zo mooi. Ik wil U danken, ik wil U prijzen, ik wil U eren. Ik wil U hartelijk bedanken voor Uw komen hier op aarde, voor Uw komen in mijn hart. Ik heb me vaak afgevraagd waarom Billy Graham altijd het lied liet zingen> Kom in mijn hart, kom in mijn hart Here Jezus. Ik weet het hoor, nu. Kom in mijn hart Here Jezus. Maar stel dat Hij daar nu woont en de beschuldigers staan op grote, grote afstand. Niemand kan nog een vinger naar je uitsteken. Je staat helemaal in het nieuw, om dat met Zach. 3 te zeggen. Met het schitterende kleed van de Here Jezus ben jij bekleed. Met de mantel van de gerechtigheid, met het kleed van het heil. Niets en niemand kan je scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze Here. Super ben je, heel bijzonder gezegend. Wat ga je dan doen. O Here, dan wil ik graag Uw licht laten schijnen. Nou, dat is precies wat de Here bedoelt.

Ik zal het nog wat aanscherpen. Dat dat straks en publiek gebeurt, in Jeruzalem, wat het begin wordt van het duizendjarig vrederijk, daar gaat het dan om. Dan begint de regering van de Here Jezus. Dan begint Zijn heerschappij, dan begint Zijn zegenstroom. Dan gaat Joh. 7, waar we het over hadden de vorige keer, echt in vervulling. Dan gaat er een stroom van zegen uit Jeruzalem vertrekken. Nou, dat wordt een stroom komt, en waar die stroom komt, dat is alleen maar herstel, dat is alleen maar zegen. dat hè, dat is nu waar in jouw leven, zei Joh. 7. En die genade van God die zo je hart raakt leidt er toe dat jij bij de schatkamer in het huis van God op je knietjes zegt: “Here Jezus, alstublieft, wilt U Uzelf aan ons openbaren. Wilt ons Zelf laten zien Wie U bent. Wilt u ons duidelijk maken hoever U gaat in Uw liefde.” Dat gaat er gebeuren. En, de Here Jezus zegt tegen ons: “Wat ik straks ga doen met Jeruzalem, om ze daar te onderwijzen, en om ze daar te vertellen hoe ver mijn genade gaat en reikt, dat ga ik je straks vertellen als Ik je ophaal.” De Gemeente die hier nu is, is misschien voordat de kerstdagen aanbreekt al weg. Goed, planningen zijn er nog steeds, inkopen zijn al gedaan misschien. Het koor heeft al geoefend hebben we gehoord, Johan Sebastiaan. Ik zal maar niks meer zeggen. Ik wil u het nog iets anders zeggen. Ik luisterde gisteren naar stukjes van de Messiah van Händel. Ik was behoorlijk onder de indruk van de muziek, van de tekst. Maar ik was ook onder de indruk van iets wat ik er bij las van Händel. Hij is blind geworden op een bepaald moment. Hij is toch blijven dirigeren. De musici hebben gewoon de jaarlijkse uitvoering van de Messiah doorgezet, en hij bleef er voor staan, tot de laatste keer de Messiah. Nog één keer. Acht dagen later was hij bij de Here. Dat noem ik sterven in het harnas. Dat is te technisch. Dit noem ik sterven met de Messiah op je lippen. En met de hele inhoud van dat schitterende muziekgeval in je hart en in je beleving. Wat gaan we nu doen, morgen. De genade van God bejubelen. En als we er over zeven dagen niet meer zijn. Hopelijk opgenomen, de Here tegemoet gegaan in de lucht. Dan zullen we daar vertellen: “Here Jezus, die genade die wondergroot is, die zo omvangrijk is, die we nooit helemaal hebben kunnen begrijpen, die willen we dan gaan snappen. We willen aan Uw voeten zitten.” Maar zolang dat niet zo is en we hier op aarde blijven, willen we toch blijven, ook al zien we er niet zoveel van. Beetje Händel, beetje bijziend misschien. We zien niet zo helder altijd. Maar dat kleine beetje is genoeg om ons nu te verheugen. En om ons uit te strekken naar dat prachtige van de Here Jezus. Nou, als zo de kersttijd wordt binnen gegaan, dan is deze vierde zondag van advent een hele bijzondere. Het laatste kaarsje is aangestoken, het is gebeurd. Here Jezus, we hebben U leren kennen. We willen van Uw genade leren genieten. We willen van Uw genade ook gaan vertellen. We willen het licht van Uzelf gaan uitstralen. En ook al is de goegemeente tegen, ook al zeggen ze: “Dit kan niet en dat gaat over Hemzelf en dat had niet zo gemoeten.” Nou, daar is Nederland vol van. Die hebben altijd, maar dan ook altijd commentaar. Er kan niet wat gebeuren of de Tweede Kamer komt bij elkaar in een speciale missie en die moeten weer zo hoognodig. Nou ja, alleen maar stemmenkwekerij en stemmenzoekerij. Zo, zo gaat het ongeveer. Nou, stop daarmee. Laat we nu eens ophouden met de redenaties en met de constructies. Laten we nu eens gaan zeggen: “Here Jezus, U bent het en U bent de Enige.” Nou, ik durf er heel wat van te zeggen, maar die mevrouw die is dit gebeuren van Joh. 8, gewoon persoonlijk, nooit meer kwijt geraakt. Paulus zegt: “Daarom ben ik dat hemelse gezicht nooit ongehoorzaam geweest.” “Dit heeft me zo diep geraakt”, zegt hij, “Daar kan ik niet over zwijgen. Ik hoop niet dat u allemaal in de boeien komt. Maar voor de rest, ik ben beter uit dan jullie met z’n allen.” Dat zegt hij. En wij, wij gaan verder. Wij gaan ook vertellen van de Here Jezus.

De toekomst voor Israël, is in emotionele zin helemaal ontvouwd, hier, helemaal. Het wordt spannend in het Johannes-evangelie.

De Here zegene U.