Het werk van de Trooster

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

18. Het werk van de Trooster.

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,
15 mei 2005
Johannes 16 vers1-33
1] Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt.
2] Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen.
3] En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
4] Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb. Doch dit heb Ik U niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was.
5] En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij:
6] Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
7] Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
8] En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel;
9] van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
10] van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
11] van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
12] Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen;
13] doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
14] Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen.
15] Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.
22] Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.
23] En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.
24] Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
25] Dit heb Ik in beelden tot u gespreken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.
32] Gelooft gij thans? Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
33] Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
26 eind] Ik zeg u niet, dat Ik de vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief.
Misschien hebt u al een hele reeks Pinksterpreken gehoord in uw leven; misschien vandaag al één of twee. Misschien hebt u al een voorstudie gemaakt van wat met Pinksteren te maken heeft. Dat zal allemaal kunnen. Pinksteren is voor de meeste mensen vandaag een dag van vrijheid, een dag van uitgaan. Toch hoop ik dat deze bijzondere dag in ons hart ook een heel bijzondere plek heeft. Want het is niet zomaar iets wat er op die Pinksterdag is gebeurd. De Heilige Geest heeft altijd gewerkt. Er is altijd het werk van Gods Geest geweest. Dat begint al in Genesis 1 als de Geest Gods broedt of zweeft op de wateren. De Heilige Geest heeft aangezet tot het schrijven: “De Heilige mannen Gods hebben door de Heilige Geest gedreven, gesproken”, zo zegt de bijbel dat. Dus die Oud-Testamentische bijbelschrijvers zijn door de Heilige Geest aangedreven, aangezet om te gaan schrijven. David zegt ook om die reden: “Neem uw Heilige Geest niet van mij.” Dat kon toen. Maar hij voelde dat de Heilige Geest in hem was, en dat de Heilige Geest hem aanzette tot het dichten van psalmen of tot het schrijven van geweldige dingen. Het is dus niet zo dat de Heilige Geest pas is gaan werken met Pinksteren. Maar toch is er iets bijzonders gebeurd. De Heilige Geest is gaan wonen, is permanent gaan wonen in de Gemeente. En – heel persoonlijk – in jou, als je gelooft in de Here Jezus. Vanaf dat moment is je lichaam een tempel van de Heilige Geest, een woonstede van God en Zijn Geest. En vanaf dat moment is de Gemeente ook een woonstede van God in de Geest. Tempel van de Here. Hij woont daar. De enige voorwaarde is – en dat zei Jan Diepeveen zopas al in de inleidingi – dat je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser. Dat is niet moeilijk. Maar dat is wel nodig. Het is een absolute noodzaak om de Here Jezus te leren kennen als je Heiland. Met je schuld tot God gaan, met je zonden tot de Here God gaan, je schuld en je zonden belijden, erkennen dat je ook gezondigd hebt (evenals alle andere mensen maar jij ook), en dat alleen door het geloof in de Here Jezus, die schuld, die zonde kan worden weggedaan. De Here Jezus heeft aan het kruis van Golgotha met Zijn leven willen boeten Hij heeft met Zijn bloed willen vrijkopen Hij heeft met Zijn bloed willen bedekken. De bedekking voor God en van God. Voor wie gelooft. Het enige wat nodig is: “Geloof je dat?” Jan Diepeveen zei iets over de reis door Israël dat geweest is; het lijflied dat we bijna op elke vierkante meter gezongen hebben was: “Ja, ik geloof, ja ik geloof dat Jezus voor mij stierf.” Als je dat vaak genoeg zingt dan wordt het een compleet koor. Dat gaat heel goed, zelfs zo goed dat mensen om ons heen zeiden: “Zijn jullie een koor?” “Ja, wij zijn een koor.” Gelegenheidskoor, toch!? Maakt niet zoveel uit wat ze er van maakten, maar we zongen uit volle borst, meerstemmig, iedere keer datzelfde lied. Maar wel: “Ja ik geloof dat Jezus voor mij stierf”. Dat is heel persoonlijk. Dat heb ik gelooft, dat heb ik zelf heel persoonlijk mogen aanvaarden. Dat is in onze levens werkelijkheid geworden. Dat is in ons een plek gaan krijgen. En daardoor mag jij je een kind van God noemen en daardoor is de Heilige Geest in jou gekomen. Is Hij – de Heilige Geest – in jou gaan wonen. De Heilige Geest, die overtuigd van zonde en van gerechtigheid en van oordeel, zo lezen we in Johannes 16. Van zonde: omdat ze niet geloven in de Here Jezus; van gerechtigheid: omdat de Here Jezus nu bij de Vader is en het werk volbracht is; van oordeel: omdat de overste van deze wereld in feite overwonnen ís, geoordeeld ís. Dat zijn hele bijzondere uitdrukkingen. En dat krijg ik niet helemaal helder vanavond. Misschien moet dat nog wel helemaal uitgediept worden, want dat zijn hele diepe en diepzinnige uitdrukkingen. Maar wat ik wél graag wil zeggen is dat de Heilige Geest aan je hart werkt. Ik weet niet hoe je in het geloof staat. Opgevoed in de richting, misschien weggeschoven, misschien teruggehaald, misschien geïnteresseerd vandaag, maar de Heilige Geest werkt aan jou. De Heilige Geest overtuigt. Mensen kunnen allerlei dingen zeggen, films kunnen misschien wel iets binnen schuiven, boeken kunnen zeker iets binnen brengen, maar de Heilige Geest overtuigt. Niet mensen. Dat willen ze wel, maar dat kunnen ze niet. De Heilige Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. En de Heilige Geest maakt duidelijk dat je de Here Jezus nodig hebt, niemand anders dan Jezus. Als een ander evangelie klinkt – waar Paulus al voor waarschuwde in 2 Korinthe 11 “een andere geest, een ander evangelie” – dan weet je zeker dat het niet gaat over het kruis van de Here Jezus. Een ander evangelie, een andere jezus, een andere geest. Dat is niet de Heilige Geest, dat is de geest van de tegenstander. Die schuift het kruis van de Here Jezus gegarandeerd aan de kant; er blijft niets over van wat daar op Golgotha is gebeurd. Die hebben het ook niet over onze Here Jezus; ja die willen Jezus wel een plekje geven in de rij van geloofshelden ofzo, maar dan stopt het. Een ander evangelie, een andere jezus, een andere geest. Maar de Heilige Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. De Heilige Geest zal je altijd brengen bij de Here Jezus, bij het kruis van de Here Jezus, bij de overwinning van de Here Jezus en bij de verhoging van de Here Jezus. De Heilige Geest zal altijd die kant opsturen. Als u wilt herkennen of erkennen of iets het werk van Gods Geest is: de Here Jezus, het werk van de Here Jezus, de plaats van de Here Jezus in glorie en in heerlijkheid en de overwinning door Hem behaald over zonde en macht van de duivel. Dát is typisch het werk van Gods Geest. Als u dan toch een kenmerk wilt, als u iets wilt testen: je kunt ook midden in die stroom lopen, dan heb je die test ook niet nodig want dan wéét je het…. Maar ik wil zo graag helder maken dat de Heilige Geest overtuigt van… de Heilige Geest werkt aan je hart. Nu, als je hier zit en deze dingen niet helder hebt, dan werkt de Heilige Geest aan je hart. En de Heilige Geest wil gaan wonen ín je hart, op het moment van: “Ja, Heer ik geloof. Ja, ik geloof dat Jezus voor mij stierf.” Maar ik hoop dat iedereen dit al gehad heeft; dat de Heilige Geest ín jou is gaan wonen. En die Heilige Geest is onderwerp van Johannes 16. We kijken naar het Evangelie van Johannes, we kijken ook naar de profetische lijnen. Nu, we hebben al gezegd: hoofdstuk 13 – 17 is een apart stukje in het Johannes evangelie. Daar gaat het om een omhoog getild gezelschap in een bovenzaal gebracht, niet meer in Jeruzalem, niet meer in de straten van Jeruzalem, zelfs niet meer op het tempelplein. Daar waren ze al niet meer welkom, dat was al allemaal voorbij. Ineens op een andere plek, nu nog aangeduid als “de bovenzaal”, de Sionsberg. Daar waren ze met z’n allen. Daar hadden ze Pascha gegeten, Pesach gevierd. Daar hadden ze het Avondmaal gebruikt, voor het eerst. Daar de voetwassing, daar het Huis van de Vader uiteengezet gekregen. Daar de vruchtbare wijnstok, de Ware Wijnstok neergezet gekregen. Daar spreekt de Here Jezus, bij hen die daar zo bij elkaar zijn, over de Heilige Geest. Over de Trooster die zou komen als de Here Jezus verheerlijkt is, als de Here Jezus weggegaan zou zijn. Die Heilige Geest die zou heel veel dingen gaan doen. Dat is Johannes 16. Een heel bijzonder gezelschap, een omhoog getild gezelschap, een gezegend gezelschap, een met grote zegeningen versierd gezelschap, krijgt deze dingen te horen. Heeft het ook een profetische lijn? Ja ja, u weet bij de uitstorting van de Heilige Geest heeft Petrus Joël 2 geciteerd. Ik weet niet of u ooit Joel 2 zelf las, maar als u het doet zult u ontdekken dat Joel 2 nog een eindvervulling krijgt ook; dat moet nog komen. Eigenlijk is dat wat daar, toen, in Jeruzalem, gebeurde en waarvan Petrus zei: “Kijk dit is wat Joël gezegd heeft.”, is maar een heel miniem stukje vervulling van wat nog gaat komen als de Geest wordt uitgestort: een Geest van genade en van gebed; als ze ineens gaan ontdekken Wie… “zien op Hem die doorstoken is.” Heb je het weer hé: de Heilige Geest die overtuigt van… “zien op Hem die doorstoken werd.” Opeens zien ze de Here Jezus, ze zien de overwinning, ze zien Hem in de troon en ze zien de overwinning over alles wat tegenstand is. Dat gaan ze straks nóg een keer zien. De volle vervulling van Joël 2 komt nog! Dat gaat nog gebeuren! Wij mogen er nu naar kijken en we mogen nu deze dingen overdenken. De Heilige Geest woont ín je. Wilt u met mij Jesaja 11 opslaan als u een bijbeltje bij u hebt?
Jesaja 11:
1] En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen.
2] En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren;
3a] ja, zijn lust zal zijn in de vreze des Heren.
Ik weet niet of u geteld hebt, waarschijnlijk niet. Nog een keer:
2] De Geest des Heren (één), de Geest van wijsheid en verstand (twee en drie), de Geest van raad en sterkte (vier en vijf), de Geest van kennis en vreze des Heren (zes en zeven).
De zeven Geesten Gods die voor Zijn troon zijn. Daar heb je ze alle zeven. Is het daarom een zevenarmige kandelaar? Ja, precies daarom! Heel precies. Daarom. Ik wil nu met u even de eerste tent van God binnengaan in gedachten. Ik wil u proberen mee te krijgen. Nooit was daar een tent geweest. Nooit was daar een huis geweest waarin de Here woonde. En nu zegt de Here in Exodus 29: “Ik heb jullie uit Egypte getrokken, Ik heb jullie uit dat diensthuis verlost, Ik heb jullie vrijgemaakt, Ik heb jullie tot Mij gebracht – op adelaarsvleugelen gedragen – en Ik heb jullie écht verlost” en nu gaat er de reden komen: “om bij jullie te gaan wonen. Dus niet jullie probleem is mijn aanleiding; niet jullie spanning, jullie verdriet en de narigheid die jullie allemaal overkomen is; niet dát is de aanleiding van Mijn verlossing, maar de aanleiding van de verlossing is: Ik wilde gaan wonen bij jullie.” Jaweh zelf wilde gaan wonen bij Zijn volk. Dat wilde Hij al bij Adam en Eva. Toen ging het niet goed. En dat wilde Hij nu weer. En dan krijg je de hele omschrijving van de tabernakel – de tent van God – en daar wilde de Here God gaan wonen. Zijn huis, Zijn tent. Later is dat de tempel geworden. Het is misschien even een tussenzin. En misschien wordt het zowel moeilijk voor sommigen, maar voor anderen is het misschien wel héél goed om dit te realiseren! In Ezechiël 23 is er sprake van 2 vrouwen. De ene heet Ohola en de andere heet Oholiba. Nou hoe kunt u het verzinnen. Als je er dan toch 2 hebt, kun ze dan niet Jantje en Pietje noemen? Je struikelt bijna over de namen: Ohola en Oholiba. Maar stel je nu eens voor dat je gaat bekijken wat dat zou kunnen betekenen. Ohola dat staat voor de 10stammen daar. Dat staat daar gewoon bij hoor, dat verzin ik er niet bij, dat staat gewoon in de tekst. En Oholiba dat staat voor het 2stammenrijk, voor Jeruzalem. Dat staat ook in de tekst, kun je gewoon lezen. Maar dan weet je nog niet wat de naam betekent. Ohola betekent: hun eigen tent. Oholiba: Mijn tent is in haar. Misschien valt er al iets. Wat is het kenmerk van het 10stammenrijk geweest? Dat ze een eigenwillige godsdienst creëerden; dat ze een eigen altaar hadden, dat Jerobeam er bovenop stond en van alles bedacht en van alles deed, ze hadden zélf een godsdienst. Maar Jeruzalem Oholiba wordt dáárdoor gekenmerkt dat Míjn tent in haar is. Dat is een verschil hé! Je kunt een eigen tent hebben of je kunt Gods tent in je midden hebben. God wilde temidden van Zijn volk wonen. God wilde Zijn tent binnen Zijn volk hebben. Hij wilde er zijn. Dat heeft hij gedaan door die tabernakel te creëren. Niet aan het idee van Mozes overgelaten van: “Doe maar wat, kijk maar wat er uitkomt.” Heel precies. Je gaat naar binnen. Je moet dus wel naar binnen gaan. Je moet het wel willen. Moet wel een beslissing nemen: “Ja Heer, ik wil graag dichterbij komen. Ik wil het echt gaan onderzoeken.” Goed hebben we gedaan. Waar je tegenaan loopt zodra je binnengaat in dat huis van God, waar Hij wil gaan wonen, is een altaar. Pardoes levensgroot staat dat altaar daar. Ongeveer 1.65 meter hoog, je kunt er niet aan voorbij. Je kunt niet zeggen: “Dat heb ik over het hoofd gezien.” Het altaar. Zal ik het gewoon zeggen? Zodra je in de richting van God wilt, dan loop je tegen het kruis van Golgotha aan. Kan niet missen. Als dat kruis er niet is, is het een ander evangelie, is het een andere geest, is het een andere jezus. Als het om de Heilige Geest gaat… Kruis van de Here Jezus: van zonde van gerechtigheid en van oordeel. Altijd. Zodra je de tabernakel binnengaat loop je écht tegen het altaar aan. Daar kun je niet omheen. En we moeten duidelijk zijn vandaag de dag: “We kunnen niet om het kruis heen!” Dat willen we ook niet, maar dat kán ook niet. Er is geen andere weg. Als je het altaar gehad hebt en je zou doorlopen in de tabernakel, dan kom je bij het wasvat. Dit ga ik ook heel kort door de bocht zeggen. De wassing des waters door het woord dat is een beeld voor de Bijbel, Woord van God. Dat heb je nodig, dat krijg je ook. Want daardoor ontdek je dat er toch nog wel vuile voeten zijn, misschien nog wel vuile handen zijn. Dat er allerlei dingen zijn die nog weg moeten, die nog reiniging behoeven. Klopt ook. Jij en ik hebben het kruis van de Here Jezus en we hebben het Woord van God. Dat staat daar in de open lucht vroeger. Dat betekent dat het te maken heeft met het getuigenis voor jan en alleman zichtbaar. Die christenen hebben in elk geval iets met het kruis en ze hebben ook iets met de bijbel. Nou dat mag wel zichtbaar zijn. Dat zijn duidelijke kenmerken van: “Zó zijn wij!”. Dát is kenmerkend voor ons: het kruis en de bijbel, het Woord van God. “Daar hebben ze iets mee”, nou daar heb ik ook iets mee. Dan ineens komt er een heel ander vertrek. Zodra je dit gehad hebt, komt er een, ja een feitelijk gebouw: tent van God. Dat wordt in tweeën gesplitst. U weet wel, het heilige der heiligen helemaal achterin, maar daarvoor het heilige. Je gaat naar binnen. Wat zie je? Kandelaar. Zal ik het kort door de bocht zeggen? De Heilige Geest. Ineens zie je het. Dan zie je die zevenarmige luchter daar staan. Met een binnenste doorgaande schacht – de Geest des Heren, de Geest van Jahweh, Jahweh Zelf! God die een Verterend Vuur is, is in jou en je verteerd niet, je komt niet om. Dat is op zich al heel, heel uniek. Hij, die zich altijd openbaart in vuur, in jouw woont en je toch hier laat…. De Geest van Jahweh. En uit die middelste schacht komen steeds twee paar armen tegelijk. Het zijn steeds een stel. Drie keer een stel armen zodat je aan zeven komt. Ik heb ze met jullie gelezen: De Geest van Wijsheid en van Verstand… U leest de tekst hier in Jesaja 6 en u denkt: “Ja, ja! ” Hij zal het u duidelijk maken, Hij gaat u vertellen. Hij maakt je duidelijk wat er aan de hand is. De Geest van Raad en van Sterkte: Hij zal je sturen en Hij geeft je ook nog de kracht – de kracht van de Heilige Geest. Hij geeft je kennis, inzicht en eerbied voor God. Respect voor God. Vreze des Heren. Dat gaat de Heilige Geest doen! Stel nu eens dat jij je zou realiseren dat er in jou iets bijzonders aan de hand is: dat God de Heilige Geest in jou is – en dat is écht zo! – deelgenoot van de Goddelijke natuur geworden. Dat betekent dat God in jou is gaan wonen, dat hij van jouw lijf (sorry hoor, dat had ik zo niet moeten zeggen) van jouw lichaam Zijn tempel heeft gemaakt.. . Zijn woning ín jou! Dat is écht subliem! Het is heel bijzonder! God in jou! Gods Geest in ons! De Here wil dat wij gaan bedenken hoe rijk we zijn en hoe geweldig het is om te zien wat God aan het doen is. Gods Geest in ons. Heilige Geest in ons. De Geest des Heren. In Johannes 17 staat – we hebben dat nu niet maar dat komt nog een keer – dat de Here Jezus een geschenk gekregen heeft van de Vader. Ik weet niet of u dat ooit zo gelezen hebt. De Here Jezus heeft een geschenk gekregen van de Vader. Hoe ziet dat geschenk er uit? De Vader heeft de Here Jezus een geschenk gegeven. U leest het maar rustig, u komt er achter, dat je het zelf bent…. “Ík?” Als je een jubileum hebt of een verjaardag, dan denkt je: “Nou ja, even snel bij een bloemenstalletje langs en dan eventjes een boeketje; niets origineels maar ja het is toch aardig. ” Als het iemand is die je héél erg graag mag, met wie je misschien wel een heel speciale band hebt, dan zoek je misschien langer naar een geschenk, naar iets dat voor zo iemand waarde heeft; de bloemen ook wel, maar misschien ga je iets verder in je uiting daarvan, dat geloof ik namelijk. De Vader heeft eeuwen tijd gehad om na te denken: “Wat zou ik mijn Zoon nu gaan geven?” Het antwoord is: ons. Jij en ik, wij zijn het geschenk van de Vader aan de Zoon; dat zegt de bijbel: “Ze waren de Uwe, maar U hebt ze Mij gegeven.” Geschonken door de Vader aan de Zoon. “En Ik”, zegt de Here Jezus, “Ik heb Mijzelf voor hen gegeven; Ik heb ze ook tot mijn eigendom gemaakt en Vader U bent in Mij en Ik ben in U, zij (dat geschenk) zij zijn in Mij – nog een tekst verder – zij zijn in Ons.” Hoor je het goed? Die schitterende eenheid: Vader Zoon en Heilige Geest heeft uitbreiding gekregen want jij en ik door het geloof in de Here Jezus zijn ín Hem, in Hen. Eén. Dat noemt de bijbel de Eenheid des Geestes. Dat is echt uniek. Jij, een geschenk van God aan de Here Jezus, Hij in ons, wij in Hem, Wij in Hen meervoud. De Geest des Heren. De Geest van Jahweh is in jou! Zomaar? Neen, met uitspruiten. Met uitstekende, bijzondere lampen: wijsheid en verstand. Ja Heer, als die stam, die basis er is dan kan ik me wel iets bij wijsheid en verstand voorstellen! Wat is de grootste gift van Salomo geweest? Niet de rijkdom ofzo. Hij zei: “Ik wil zo graag wijsheid.” Nou, de Here God heeft hem daarin buitengewoon begiftigd. Zijn wijsheid is nu nog spreekwoordelijk! Nou in jou…. De Geest van Wijsheid en Verstand; de Geest van Raad en van Sterkte; de Geest van Kennis en van Vreze des Heren, die is in jou. De Here Jezus zegt: “Het is goed dat ik wegga. Als Ik niet wegga komt de Heilige Geest niet. Als ik wél wegga, gebeurt dit. Dit gaat gebeuren. Dit wordt bijzonder.” Jij en ik, wij hebben die kandelaar helemaal ín ons! Natuurlijk heeft dat consequenties. Laat het dat zien! Daarom kan de Here zeggen: “Jullie zijn het Licht der wereld.” Jullie hebben het Licht in jezelf! Toon dat dan! En die kandelaar moet je ook niet onder het bed zetten, onder een korenmaat ook niet. Maar die moet je op een standaard zetten, het moet zichtbaar worden! Nu, dat mag zich uiten. Ik geloof stellig dat het hebben van de Heilige Geest niet een interne kwestie is; gewoon voor ons zelf, lekker koesteren en niets mee doen, gewoon vasthouden alsof het een kluisje is en daar stop je het in en je zorgt er goed voor dat het er ook in blíjft. Nee, het is ook een uitstraling. De Geest des Heren, in jou. De Heilige Geest in jou, is zó geweldig! Dáárom wordt die Geest genoemd: “Een onderpand van de toekomstige erfenis!” Dat snap je dan! Want dat betekent, dat als het nu zó is, dan hoor ik bij de Here Jezus, dan hoor ik bij de Vader! Dat is niet eens los verkrijgbaar. Dat kun je niet eens splitsen. Dat is één. Dat is bij Hem en met Hem, één met Hem. Onderpand van de toekomstige erfenis. Wat nog gaat komen in ál zijn heerlijkheid. Maar daar kan ik nu al van genieten, want ik hoor daarbij! Onderpand, verzekering, voorschot voor straks, heb je nú: de Heilige Geest in jou! En die Heilige Geest ín jou laat uiteraard zou ik zeggen zien Wie Hij is. Laat uiteraard zien wie de Vader is. Laat je echt genieten van wat er nog gaat komen. Daarom de discussie over: eerst een korte tijd en gij zult Mij niet zien, dan een korte tijd en gij zult Mij zien. De Here Jezus zegt: “Ik kom weer.’ Het komen van de Here Jezus en ons gaan naar Hem, en ons zijn bij Hem is hier nadrukkelijk in verdisconteerd. Het is niet eens apart te zetten. Je kunt het niet losmaken van elkaar. Je voelt, de Heilige Geest werkt áán je (overtuigt je van zonde, van gerechtigheid en van oordeel) maar als je gaat geloven gaat de Heilige Geest ín je wonen; maakt van jouw lichaam Zijn tempel en Zijn verblijf en daar, ín deze tempel wil de Heilige Geest gaan schijnen. Daarom worden we opgeroepen om de Heilige Geest niet te bedroeven. Daarom worden we opgeroepen om de Heilige Geest niet uit te blussen. Daarom worden we opgeroepen om vervuld te raken. Om – laat ik het zo maar zeggen – zoveel zuurstof aan te dragen, zoveel zorg aan die lampen te besteden (om het met de taal van de hogepriester te zeggen), zoveel zorg aan die lampen te besteden dat het een helder Licht gaat geven. En als dat in jou tot een helder schijnsel komt, dan ís er Wijsheid. Betekent dat dan dat ik de rechter ben van Nederland? Hooggerechtshof ofzo? Een soort Salomo in het kwadraat? Nee, ook niet. Wijsheid. Wijsheid van God. Dat enorme raadsbesluit van God. Gods plannen. Gods gedachten. Oude Testament heeft daarna verlangd: “Gods verborgen omgang, vinden zielen waar Zijn vrees in woont”. Toen al zongen ze dit. Verlangend om door te dringen in deze sferen van kénnen, van kennis. “Gods volk ging verloren door gebrek aan kennis” zegt Hosea, maar er komt een tijd: “ze zullen de Here kennen; ze zullen kénnen. Niemand zal zeggen: “Ken de Here”, want ze zullen Hem kennen; ze zullen het weten.” Gods Geest gaat werken. Ja dat komt, dat is die profetie dat nog gaat komen. Dat is het tweede stuk van Joël 2 wat we nu vanavond horen, dat de Geest van God zal worden uitgestort, dat gaat nog een keer een eindvervulling krijgen. Dan zullen ze kénnen. Dan zullen ze zien op Hem die ze doorstoken hebben. Weer hetzelfde: Ze zullen zien op Hem. En iedere keer zal de aandacht bij de Here Jezus uitkomen. Altijd gaat het daarover. U en ik zijn heel erg gezegend door de Heilige Geest die in ons woont. En daardoor kunnen we dus nu echt de volle waarheid kennen. Ik weet ook dat een bepaalde geloofsgemeenschap aan de haal gegaan is met de term de volle waarheid, “dat is bij ons”. Het volle evangelie. Nou, ik ben ook van die club. Ik ben ook van een Pinkstergemeente. Ik bedoel nu dus echt van de Gemeente die op de Pinksterdag is ontstaan, want toen is het begonnen. Van die Gemeente ben ik. Ik ben ook Baptist, want ik wil ook zo graag uiting geven aan de opdracht van de Here Jezus. Snap je? Ik ben ook Hervormd in mijn denken. Gereformeerd zo u wilt. Dat is precies hetzelfde. Het klinkt wat anders. Ik laat me niet meer in een hoekje duwen, alsof de volle waarheid van een bepaalde club is. De volle waarheid is de Here Jezus Zelf! Hij zal u de volle waarheid bekend maken. Hij zal je vertellen Wie Hij is. Hij zal je duidelijk maken wat Hij heeft gedaan; hoever Hij ging. Hij zal je écht helemaal invoeren in deze schitterende zegensferen van Hemzelf. De Heilige Geest gaat ín je wonen. Gaat ín je schijnen. Gaat ín je werken. En de Geest des Heren heeft uitloopsels, heeft kanalen, Lichtbronnen die uiteindelijk verspreiding van Licht echt gaan bewerken. Van wijsheid en verstand, kénnis en vreze des Heren, maar ook raad en sterkte. En als je mij vraagt: “Wat zouden gelovigen van vandaag nu echt nodig hebben?” Dan zeg ik: “Nou, de kandelaar in jou.” Punt. Want alle zegen, want alle zeven bronnen… Als dat écht gaat gebeuren, man, man, man!!! Wijsheid van God, raad, sterkte, kennis, vreze des Heren (dat is niet angst hebben voor God maar eerbied hebben voor Hem). Dan zijn al die dingen werkelijkheid geworden. En Hij – de Heilige Geest in jou – zal de volle waarheid vertellen. Hij zal de toekomst verkondigen. Nou dat past natuurlijk wonderwel in de Maranathaboodschap, maar het is wél zo, het staat er echt! We hebben het samen gelezen. In Johannes 16 staat dat Hij de toekomst zal verkondigen. Waarom? Omdat de Geest zal zeggen: “Kom!” En de Bruid zegt dat als antwoord ook: “Kom!” Maar de Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” Omdat dat verlangen is gewekt. Als de Geest, de Geest des Heren is, ja dan kán het niet anders of er is een verlangen naar Hem! Dat is niet een soort side-issue, een soort bijonderwerp voor bepaalde lui, van een bepaalde club en van een bepaalde kleur! Dit is hoofdzaak! God de Heilige Geest, Jahweh, de Geest des Heren, ín jou, zal altijd annex Zijn bij Hen die daar zijn: de Vader, de Zoon de Heilige Geest zoals ze waren ín die Ene, de Volle Waarheid. Dat wij ín die eenheid – dat is de volle waarheid – een plek hebben, een schitterende toekomst hebben…. Maar dat betekent ook dat wij verlangen krijgen om Hem te zien, en om dat geschenk van God aan de Zoon, dat geschenk van de Vader aan de Zoon; om dat geschenk van de Vader aan de Zoon te zien komen! Daar ben je zelf bij. Daar sta je niet als toeschouwer bij, daar maak je deel van uit. Dat ga je zien. Een schitterende toekomst gedachte. Dát is de hoop van de Kerk. Dát is de blijdschap van de Gelovige. Daarom zijn we Maranathachristen. Daarom zeggen we: “Here Jezus, kom!”. Niet omdat we het zat zijn hier beneden! Het gaat misschien wel heel aardig. Maar om Hem, om die Geest van Wijsheid van Verstand, om die Geest van Kennis en van Vreze des Heren, omdat die Geest des Heren de toekomst gaat verkondigen. En wij gaan de Here Jezus zelf verheerlijken. De Heilige Geest zal áltijd de Here Jezus groot maken. Hier staat niets over: en de Heilige Geest zal jou een soort diploma geven waarmee je kunt pronken. Dat staat er niet. En er staat ook niet dat de Heilige Geest zó in jou gaan werken dat de mensen verbaasd zullen zijn over de tekenen en de wonderen die jíj gaat doen. Ik zeg niet dat dit niet gebeurde, dat gebeurt wél. Maar het staat hier niet. Hier niet. Hier gaat het om: Hij zal Mij verheerlijken, en Hij zal op Mij wijzen. Ik schaam me soms dat er zoveel gebeurt in kerkelijk Nederland waarbij het niet gaat om de Here Jezus. Ik weet niet of u ooit te maken hebt gehad met conflicten in uw gemeente. Ik was vrijdagavond in een conflictsituatie. Ik zit daar als mediator, als bemiddelaar tussen. En aan het eind was ik een beetje moe een beetje mat. Ik heb een emotioneel pleidooi gehouden over: “Wie zie je nu eigenlijk; zie je dan hem en hem ofzo? Enne, ja daar is wel wat voor te zeggen en daar is ook wel wat voor te zeggen; is dat ongeveer waar je in terechtkomt? Ik ben zo bang dat je Hem niet meer ziet maar wel hém en ook hem misschien, maar Hem, de Here Jezus niet. Weet u, de Heilige Geest speelt ons niet uit elkaar, drijft ons niet uit elkaar. Hij zal altijd trachten om die eenheid des Geesten te bewaren en de band van de vrede – Efeziërs 4 vers 1,2 enz – altijd bij elkaar. Betekent dat, dat we alles goed praten? Nee! Betekent dat, dat er geen kritiek kan zijn? Ook niet. Dat betekent het niet. Dat betekent wel, dat de Heilige Geest altijd zegt: “Het gaat niet om jóúw gelijk, het gaat ook niet om jóúw standpunt het gaat ook niet om fouten die jíj maakt of de verkeerde beoordelingen van júllie kant; het gaat om Hem, de Here Jezus.” En als wij nu 3 ½ jaar – in dit geval – aan het bakkeleien zijn over dit onderwerp en we zijn er nu nóg niet uit, dan is er 3 ½ jaar gewoon tijd verspeelt geweest en we zijn niet bezig geweest met U Here Jezus maar met elkaar of met het conflict of met de stof.” En ik ben weggegaan en ik moet u eerlijk zeggen: zondagmorgen is er een verootmoedigingssamenkomst in bij hen in de dienst en ik was geneigd om te bellen vanmorgen naar hun met: “Wat is er gebeurd daar?” Ik heb het niet gedaan. Ik durfde het niet. Ik was zo bang dat ik zou horen: “Ze hebben een gewone dienst gehad.” Dan kan ik wel janken, dat de show gewoon is doorgegaan alsof er gewoon niets aan de hand is. En er is al 3 ½ jaar veel aan de hand. Snapt u? Waarom dit voorbeeldje. Om je te vertellen dat de Heilige Geest de Here Jezus zal verheerlijken. Altijd. Altijd het prachtige, schitterende zicht op de Here Jezus. Altijd gaat het om Hem. En Hij zal uit dat van de Here Jezus nemen en het u verkondigen. Jullie kennen allemaal – jullie zijn doorkneed in de schriften – het verhaal van Genesis 24 waar de knecht van Abraham op stap gaat met een koffer met juwelen; komt bij Rebecca thuis uiteindelijk – ik sla al de stadia maar over – Rebecca voelt er echt heel veel voor, staat daar voor over. En wat doet die man, hij doet zijn koffers open en je weet niet wat je ziet. Prachtig! Kleren, juwelen, oorringen, halsringen, voetringen… denk maar niet aan allerlei vormen van vandaag maar het is wel gebeurd. De koffers gaan open. En de knecht pakt uit. En wat zegt hij: “Abraham buitengewoon rijk. Schitterend. Maar hij heeft alles wat hij heeft gegeven aan zijn zoon, de erfgenaam van alle dingen. Die zoon, Izaäk, die heeft het allemaal. En voor die zoon ga ik.” Zal ik het anders zeggen? Vader zei: “Het is allemaal voor Jou; Here Jezus het is allemaal voor U.” En de knecht gaat op stap met koffers vol. Ik heb het ik weet niet hoe vaak vertelt, het verhaal van mijn ouders; die hadden een heel klein piepwinkeltje met – het stelt niets voor – drie potloden en twee kladblokken; ik denk dat dit ongeveer de kantoorboekhandel van Schildwolde was; meer was het niet. Maar toen kwam er iemand en die moest ik van de bus halen, met koffers vol met spullen. In september ofzo, het ging over Sint Nicolaas. En die man die pakte uit bij ons in de kamer en ik heb er met open mond bij staan kijken. Die man had voor het eerst – tenminste in mijn beleving voor het eerst – vulpennen meegenomen. Een stukje roodfluweel had hij bij zich en dat op tafel gelegd – dat vond ik ook schítterend en had ik nog nooit gezien – en daar werden dus die gouden pennen, 14 karaats – ik wist niet eens wat een karaat was, ik wist ook niet eens wat goud was – ik snapte er helemaal niets van maar ik vond het prachtig. En die man die pakte uit en ik denk dat ik mijn pa en ma zei: “Dit moeten jullie hebben!”, dat was voor mij zo klaar als een klontje. Nou ze hebben er ongeveer 3 aangeschaft. Nee, nee, dat minieme laat ik los. Maar het feit dat iemand met een koffer met spullen zó schitterend voor mij, daar etaleert, daar gewoon iets neerlegt op de keukentafel, waar normaal laat ik maar zeggen, de vaatdoek lag met voor mij een héél andere sfeer…. Terug naar dit. De knecht van Abraham met koffers vol komt daar aan, stalt uit, en ze weten niet meer wat ze zeggen moeten. Zal de Heilige Geest dat vandaag nog willen doen? Koffers vol. En u hoeft er niet van de bus te halen en u hoeft alleen maar wat ruimte te maken. Misschien moet die vaatdoek dan toch wel even van die tafel. Zodat de Heilige Geest wat ruimte krijgt om uit te stallen. “Hij zal het uit het Mijne nemen..” hoort u het? “Uit het Mijne nemen en het u verkondigen.” Hij gaat het uitstallen; Hij gaat het je neerleggen. En je hoeft alleen nog maar “dank U” te zeggen. “Dank U, dank U, het is nóg mooier dan ik dacht. Dank U Heer!” Het is zó fantastisch! Dát doet de Heilige Geest! En de Heilige Geest werkt ín je. En de Here Jezus zegt: “Ik kom bij je.” En Hij zegt tegen jou: “En de Vader Zelf heeft jou lief.” Hoor je het goed? De Vader Zelf heeft jou lief! Ik deed iets zakelijks, iets geestelijks zakelijks, voor iemand en die wilde ik een geschenk geven. En die wou een steen, een soort gedenksteen met ingebeitelde letters. “Wat moet erop?” Ik zei: “Nou, van mij hoeft er niets op, maar mijn mooiste tekst is Johannes 16: “De Vader Zelf heeft u lief.” Ik vind het zó gaaf.” Dat is er op gekomen. Nou ja, makkelijk voor de begrafenis straks, dan is er alvast een steen. Sorry hoor, dat ik het heel raar zeg maar wat mij betreft hoeft er niets anders op; dat zou voor mij goed zijn. “De Vader Zelf heeft u lief.” Hoor je het jezelf zeggen? Zou je het durven zeggen, nu? “De Vader Zelf heeft mij lief.” Wat móét je dan nog meer? De Here Jezus heeft gezegd: “Ik kom jou halen!” En de Heilige Geest toont álles wat de Here Jezus heeft, aan jou! Ben je dan niet rijk? Ben je dan niet gewéldig gezegend? Is dat niet de grote zegen? Gezegend met álle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten. Er is niets meer. Dit is hét. Dit ís het! En daar zit heel de toekomst in verdisconteerd. Hij komt en Hij brengt ons daar. De Heilige Geest zegt: “Kom!” Wij zeggen ook: “Kom!” Dan gaan we daarmee instemmen. Dan gaan we daarin mee! We gaan zeggen: “Ja!”, dat is precies onze richting. Dát bedoelen we, geloven we! De Here Jezus zegt: “De Vader en Ik die hebben altijd samengewerkt en die gaan nu ook samenwerken.” Daar ga ik de volgende keer wel iets meer van zeggen, maar dat ook de Here Jezus hier zegt: “Ik ben niet alleen op weg naar het kruis, de Vader is met Mij.” Ook daarin éénheid. Alles staat hier in één hoofdstuk. Een hoofdstuk over de Heilige Geest. Een hoofdstuk over het werk van de Heilige Geest. Een hoofdstuk over de Trooster die bij ons is, die in ons is, die bij ons blijft. En dat, nou ja dat was inderdaad precies wat deze eerste Pinksterdag aan de beurt was. Dat is de besturing van God misschien wel. We hebben het niet zo gepland. Maar u en ik kunnen er wel van genieten en ik hoop ook écht dat u nu de Here Jezus gaat bedanken en dat u de Vader gaat eren en dat u de Heilige Geest echt die ruimte geeft. Dus niet uitblussen, dimmen, maar ruimte geeft om dit, dit etalagewerk, dit uitdelende, dit kleurrijke uitdelende werk, om dit ook te beleven, om dit mee te maken. De Here zegene ons hierin, allemaal. Amen.
“Vader, we willen samen bij U komen en U danken voor de Here Jezus die zulke dingen heeft gezegd vlak voor Zijn kruis. “Het is nuttig voor jullie dat Ik wegga, als Ik niet wegga dan kan de Heilige Geest niet komen en dan kun je deze geweldige rijkdommen niet bevatten. Nog veel heb Ik u te zeggen” zo zei de Here Jezus het, “maar u kunt het nu niet dragen. Als de Heilige Geest komt, die zal het u gaan vertellen, Die zal het gaan bewerken.” Dank U wel. Dank U voor het kruis van Golgotha, Here Jezus. Dank U voor Uw offer, voor het geven van Uw bloed, voor het storten van dat kostbare bloed. Dank U ons ziet, schuilend achter het bloed van een onberispelijk en vlekkeloos Lam. Dank U voor Uw werk. Dank U voor Uw Woord. Dank U voor de kandelaar. Dank U Vader, dat U onze Vader bent. Dat U ons liefhebt. De Vader Zelf heeft ons lief. Dank U voor de Here Jezus die terugkomt. Dank U voor de Heilige Geest die gaat bewerken dat we naar Hem verlangen, dat we gaan roepen: “Kom Here Jezus!” Dank U wel daarvoor. Dank U voor Johannes 16. Amen.”