Gelooft iedereen straks?

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

10. Gelooft iedereen straks?

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,
2 januari 2005

Lezen: Joh. 8:21-24; 31-32; 36-37; 43-47; 56-59 Als je gelooft in de Here Jezus, dat Hij de Ik Ben is, JHWH van het OT, de Here van het OT, dan ga je niet sterven in je zonden. En als je dat niet gelooft, dan zul je sterven in je zonden. in schril contrast daarmee, staat een tekst uit Openb. 14: Zalig de doden die in de Here sterven. je kunt dus twee wegen zien: In je zonden sterven of in de Here sterven. Scherper kan het niet. En dat is voor vandaag heel erg belangrijk.Iedereen is helemaal vol van de gebeurtenissen in Zuidoost Azië, en terecht. Een gigantische ramp heeft zich daar voltrokken. In no time zoveel duizenden mensen omgekomen. En de vragen bestormen ons: Waar was God. En: Is God liefde. Hoe ga je om met deze dingen, wat ga je zeggen. Het commentaar uit de christelijke pers trof mij heel erg. Ze lieten namelijk de gelovigen daar aan het woord, daar, aan het woord. En die spraken heel anders dan de Telegraaf en het Algemeen Dagblad om nu maar een paar van onze kranten te noemen. Ze zagen het als een teken, als een vingerwijzing, als een waarschuwing. En de eerste resultaten zijn er. Er is hulp over en weer. Christenen zijn veelal gespaard gebleven heb ik gehoord. Dat is niet omdat ze beter zijn hoor, want daar gaat het echt niet om. Maar het gaat er wel om dat christenen en moslims nu ineens samen de hand aan de ploeg sloegen. En moslims ineens dankbaar zijn voor het feit dat er christenen waren. Ze zien het als een waarschuwend appèl van de Here God, om toch vooral rekening te houden met Zijn wezen, met Zijn bestaan. De Here God heeft in het laatste bijbelboek gezegd, in Openb. 16 vindt u dat, dat er plagen zullen komen. Zeven aartsengelen met die schalen, die zeven schalen die uitgegoten worden. En als één van die schalen wordt uitgegoten, staat in Openb. 16, hoe die plagen ook tekeer gaan, zij bekeerden zich niet. Nog één keer. Oordeel van God, vuur van God, zal uiteindelijk treffen, alle mensen die de Here Jezus niet kennen. Die zullen in hun zonden sterven. Het gaat er niet om om nu te stellen dat 120.000 mensen zijn omgekomen die allemaal in hun zonden zijn gestorven. Dat is A, niet aan ons, om dat te beoordelen. Maar B, weten we dat helemaal niet. Het criterium, mag ik het anders zeggen, heel populair, de lat die door de Here God zelf wordt neergelegd, is door ons vaak verhoogd. Zijn genade is groter dan wij vermoeden. En als die mensen de Here Jezus nooit bewust hebben afgewezen, dan zijn ze niet verloren gegaan. Want dat is voor God het criterium. Ik zeg niet dat dat voor U, en voor mij voor Nederland geldt. dat geldt wel voor landen waar de Here Jezus niet is gepredikt. Wat is het criterium. Nou, Petrus zegt dat ze de Here, die hen gekocht heeft, zullen verloochenen. Hebben zijn de Here die hen gekocht had verloochend. Hebben ze bewust nee gezegd tegen de Here Jezus. Mijn antwoord is: Ik laat het aan de Here over, ik weet het niet. Maar hoe dan ook, je kunt zeggen: “Er zijn 120.000 mensen omgekomen, wat een ramp.” Je kunt ook zeggen: “Van die 120.000 zijn misschien wel 100.000 rechtstreeks naar het paradijs gegaan.” Ik bedoel het niet te vergoelijken hoor, alsjeblieft begrijp me niet verkeerd. Maar ik wil wel een wat ander licht laten schijnen. En als ik denk aan al die kinderen die zijn omgekomen, waar we geen woorden voor hebben. Dan kun je ook zeggen: “Al die kinderen die de Here Jezus niet hebben afgewezen, zijn rechtstreeks naar het paradijs gegaan.” Is dit de route die de Here heeft. Ja, als je later in de hemel komt, en je zou eens met Hem kunnen gaan kijken naar de gebeurtenissen van 2004, het eind van 2004, dan zou je misschien verbaasd staan dat de Here God dingen liet gebeuren, in Zijn wijsheid, waar wij geen benul van hebben. Wij kijken alleen maar naar de kapotgeslagen huizen en de op het strand gespoelde vissersboten. ik zou zo graag willen dat u iets verder keek. En dat u dit ziet. Niet als een ramp voor daar, omdat dat die mensen daar een ramp echt wel nodig hadden. Maar dat u het een keer gaat zeggen zoals de Here Jezus het Zelf zei, toen bij de toren die, van Siloam, omviel: ‘het is niet gebeurd omdat zij slechter waren, maar dat is gebeurd voor jullie.” Want jullie moeten er van leren. Jullie moeten horen. Jullie moeten een appèl aangereikt krijgen. Want jullie moeten je gaan bekeren.God zegt dat de hele schepping bedoeld is voor de Here Jezus. Hij is het middelpunt van de hele schepping. Een Joodse overlevering zei het zo: Het middelpunt van het hele heelal is de aarde. Het middelpunt van de aarde is Israël. Het middelpunt van Israël is de berg Moria, de tempelberg. het middelpunt van de Moria, van de tempelberg, is de tempel zelf. Het middelpunt van de tempel is het heilige der heiligen. Het middelpunt van het heilige der heiligen is de genadetroon, het verzoendeksel, precies hetzelfde woord. En over Wie heb ik het dan: Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Het gaat echt om de Here Jezus. Hij is het centrum. En als er hier op aarde krachten en machten bezig zijn om dit te verstoren, en die zijn er, de duivel en zijn engelen, en als, omdat de duivel in opstand kwam er een catastrofe plaatsvond waardoor de aarde woest en ledig was op het moment dat Adam en Eva geschapen werden, dan zijn er scheuren in de aardkorst gekomen. Waarom, omdat God het zo gemaakt heeft. Nee, omdat de duivel het verstoord heeft. En God laat zekere ruimte voor die duivel, voor zijn gedachte, maar zet op hetzelfde moment Zijn plan in werking, Zijn reddingsplan in werking, opdat mensen die in Hem zouden gaan geloven niet in hun zonden zouden sterven, maar eeuwig leven zouden krijgen. En daarom is ieder die gelooft in de Here Jezus een nieuwe schepping. En voor hem, voor haar, is het oude voorbij gegaan, is het nieuwe gekomen, is er een nieuwe geboorte, een opnieuw geboren zijn. Niet nog een keer, maar een nieuwe wijze van geboren heeft plaatsgehad. Ieder die in de Here Jezus gelooft weet dat hij een nieuwe geboorte is. En waar komt hij dan terecht. Dat geldt voor u, geldt voor mij, ergens in deze schepping. Nee, in een plaats vòòr deze schepping er was, in het huis van de Vader. Die was er al voordat de eerste stofdeeltjes van deze schepping ontstonden. Ja, het is allemaal ingewikkeld. Mooie theologische verhandeling. Maar kan ik dit ook vertellen aan mijn buurman. Nou, misschien niet. Die buurman die begint God tot de orde te roepen. En als hij God tot de orde geroepen heeft en het wordt weer kalm, dan ligt hij weer aan het strand. ik schrok me dood dat de mensen daar in die contreien gewoon weer lagen te zonnebaden, daar. Nou, zo zijn de mensen. Openb. 16 zegt: “En ze bekeerden zich niet.” Ze trokken zich er geen klap van aan. Niemand doet er iets mee. En we hebben eventjes een hele grote mond: Oh, oh, oh, en we gaan flink wat geld overmaken, nou prachtig, we moeten ze helpen, dat moet, en daarna gaan we over tot de orde van de dag en we doen net of God niet bestaat. Want zodra God een beetje tot de orde geroepen is, en het een beetje gekalmeerd is, dan zeggen we: “Nou, God hebben we niet nodig. Dat regelen we zelf.” Dat is de mens. En de Here God doet appèl op appèl. Hij trekt aan de bel. Alarmbellen van God, bazuinen van God klinken. En als dit geen bazuin van God is, dan weet ik het niet meer. God waarschuwt. In één week tijd, op hetzelfde moment dat er in Zuidoost Azië een gigantische vloed vele, vele mensen meeneemt, landt er in Afrika een sprinkhanenplaag, zelfde dag. 80.000 ton per dag vreten ze kaal, 80.000 ton voedsel per dag. Ja, en wij kopen de kerststollen bij 12 tegelijk, want dan heb je ook in de diepvries een paar, niet. Sorry hoor, ik zeg het wat raar, maar….. We trekken ons er misschien ook wel niks van aan. Raakt het u nog, gij allen die voorbij gaat. God laat nog een keer horen: Geloof in de Here Jezus.

Hier, Joh. 8, ons stukje: Als je niet gelooft dat Ik de Ik Ben ben, dan zul je in je zonden sterven. Dat zegt de Here Jezus hier, waar Hij Zich openbaart als JHWH Zelf, als de Ik Ben, de Eeuwige, de Schepper, om Wie het allemaal gaat. Tot Wie alle dingen geschapen zijn. Om Wie alle dingen geschapen zijn. Door Wie alle dingen geschapen zijn. Hij, de Here Jezus, Hij de grote, de majestueuze, de verheerlijkte Here laat Zich hier zien. En de Joden zeggen: “Voor mij hoeft het niet. U bent het niet.” EN de Here Jezus zegt: ” Als je niet gelooft dat Ik de Ik Ben ben, dat Ik die Ik Ben ben, dan zul je in je zonden sterven.” En u en ik die geloven in de Here Jezus, mogen zeggen dat we een nieuwe schepping zijn.” Overmorgen kan een ramp hier in Nederland toeslaan, en we weten niet wat er gebeurt. Het gaat mij er niet om dat wij daarvoor gevrijwaard zijn. Maar ik weet wel dat de toorn van God, waar deze rampen allemaal beelden van zijn, waarschuwende beelden van zijn, dat die toorn van God, op de Here Jezus is terecht gekomen. Ik heb gisteren gezocht naar Ps. 42:8. Ja, ik vond hem wel, maar ik wist niet meer precies dat het in Ps. 42 stond, waar eigenlijk profetisch van de Here Jezus staat: Al Uw baren, al Uw golven zijn over Mij heengegaan. Alle oordeelsbaren, alle oordeelsgolven zijn over de Here Jezus heengegaan, zijn op Hem terechtgekomen. En als jij gelooft dat de Here Jezus jouw Heiland, jouw Verlosser is, dan ga je niet verloren. Dan heb je eeuwig leven. Dan ben je nog een keer geboren. Nee, dan ben je opnieuw, op een nieuwe wijze geboren. En je bent een nieuwe schepping. Voor jou is het oude voorbij gegaan. Het nieuwe is gekomen. Kan ons dan geen rampspoed treffen? Jawel dat kan wel. Maar we hebben Gods genade en Gods liefde ontdekt. En we hebben gezien Wie de Here is. We hebben dat ontdekt.

Op het gevaar af dat u mij beschimpt, vanavond, misschien wel zegt: “Daar komt hij weer aan met platgetreden paadjes”, wil ik u het boek Job voorhouden. Nog even geen kritiek. Straks mag het, zoek het dan zelf maar uit. Ik worstel daar net zo goed mee. Ik vraag me ook af: Hoe, Here, hoe. Job, u hebt dat in uw bijbel. En u kent het eerste hoofdstuk van Job precies. Daar weet iedereen alles van. Job had veel. Toen komen natuurrampen, en toen komen mensen, er komt vuur, daar gebeurt van alles. En op een bepaald moment is Job alles kwijt. Alles is weggespoeld. je zou zeggen: Alles is verdwenen. Vele slachtoffers, naar rato, ik bedoel naar verhouding. Zijn kinderen, zijn schoonkinderen, allemaal weg, in één keer. Alleen zijn vrouw is er nog, de rest is weg. Daar zit Job, met een potscherf zijn rug te krabben. Stukje puin, dat heeft hij nog in zijn handen. Zijn vrouw zegt: “Zeg God vaarwel en sterf.” Die zag het ook niet meer zo helder. En hij zegt die merkwaardige woorden: “De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam de Heren zij geloofd.” Nou, met die tekst is heel veel nood, ellende, narigheid gladgestreken. Ik weet het. Is ook misbruikt, zo’n tekst, maar toch. Hij zegt het. Niet ik zeg het, hij zei het zelf. Was hij innerlijk ook zo ver. Nou, helemaal niet. Uit alles blijkt dat Job dit wel zei, maar innerlijk in opstand was. Helemaal, ja….. Nou, zijn vrienden komen op bezoek. En die zullen hem wel eens eventjes vertellen hoe het zit. Ze hebben best meelij gehad. Ze hebben zeven dagen bij Job gezeten, niks gezegd. Waren dus geen Hollanders. Die waren eerder gaan praten waarschijnlijk. Zeven dagen stilgezeten. En de eerste zegt: “Job, je lijkt wel vroom, maar het is best jouw schuld, want anders had je dit niet getroffen.” Weet je wel, die schuldvraag hè. Het moet daar helemaal mis zijn geweest in Zuidoost Azië, anders was dit niet gebeurd. En Job gaat er tegenin, en fel. De tweede komt en zegt: “Job, als het dan niet jouw probleem is, dan zit het misschien wel bij jouw kinderen.” Bij de nieuwe generatie, bij de jeugd, weet je wel. De jeugd wil niks meer van God weten. Die loopt bij God vandaan. Die gaat naar de disco’s en doet weet ik veel wat voor toestand allemaal. Dan zit het waarschijnlijk in de jeugd, in je kinderen, in je follow up generation, in de nieuwe club. Nou, Job gaat er weer fel tegenin. Dan komt de derde, allemaal vriendjes. Dat zijn geen vriendjes hoor, dat zijn de betweters van vandaag. Die stellen zich voor als vrienden, maar dat zijn ze niet. Ze gaan je onderuit schoffelen waar je bij staat. En de derde die zegt: “Nou Job, als het dan niet in jezelf zit, als het dan niet in je kinderen zit, dan zit het wel van binnen.” Die gaat over de motieven oordelen. Jij spreekt wel mooie woorden, maar van binnen denk je heel anders. Nou, dat zijn de hele gevaarlijke. Want als er iemand naar je toekomt en die over jouw motieven gaat oordelen, wees dan wel goed op je hoede. Want motieven, dat is het terrein van de Here God en niet van mensen. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Maar goed die vriend zegt het ook. Job gaat er weer fel tegenin. Er is nog een vierde, die andere dingen zegt. Dat laat ik nu even los, dat is heel merkwaardig. Maar op een bepaald moment komt de Here God. Want Job had inderdaad zich verdedigd en God daarbij een beetje uit het oog verloren. Dan zegt de Here God: “Job, Ik wil even met je praten. Kun jij zo’n vloedgolf produceren, Job. Kun je dat. Kun jij en dageraad ontbieden. Kun jij nu een bliksem laten komen. En hoe zit dat eigenlijk Job”, sla ik weer een stukje over, “hen jij ooit een klein krokodilletje gekocht voor jou kindjes om daarmee te spelen Job.” Ik zeg het een beetje raar, maar dit staat er echt hoor. “Heb je ooit met een vishaakje een krokodil aan de haak genomen. Heb je dat ooit geprobeerd.” De Here bedoelt: je bent er doodsbenauwd voor, voor die grote bek. Jij durft het niet, maar Ik heb die krokodil gemaakt, Job. Ik heb al die sterretjes gemaakt. Ik heb de aarde gemaakt. Ik heb het allemaal gedaan. Geloof je Mij. Job herroept: Here God, sorry, ik dacht dat ik U kende, maar ik ken U niet. In plaats van nu mensen te vertellen: Zeg nu eens eerlijk, ik dacht Here God dat wij u kenden, maar wij kenden U niet. Wij wisten niet Wie U was. We hebben veel te vlug ons oordeel klaar gehad. We hebben veel te snel gezegd: “Als er een beetje God is, dan is Hij een God van liefde. Dan had Hij dat anders moeten doen daar in Zuidoost Azië.” Het boek Job is precies voor vandaag, voor jou. Ook als het om persoonlijke dingen gaat, maar ook als het om collectieve dingen gaat. Zou je nog durven zeggen: “Here God, ik vertrouw U. Wan U wilt niet dat ik verloren ga. U wilt het allerliefste van Uzelf geven. U wilt de Here Jezus geven, opdat ik niet in mijn zonde zal gaan sterven. U wilt tot het einde gaan. U wilt helemaal Uzelf leeg geven om mij gelukkig te maken. Om mij blij te maken. ik vertrouw U Here God. Ik snap niet wat daar in Zuidoost Azië gebeurt Here God, maar ik vertrouw U.” En de Here God zegt misschien wel tegen jou: “Je zult het hier op aarde misschien wel nooit snappen, maar je zult het een keer gaan begrijpen. Er komt een moment dat je doorkrijgt waarom.” Maar dat dit een appèl is, dat dit een waarschuwing is, dat dit een loutering is, volstrekt helder. Er zijn verschillende vormen van vuur. Vuur om echt ten einde toe verloren te gaan, dat is ook vuur van God. Er is ook vuur om loutering te bewerken, waardoor er iets moois uit tevoorschijn komt. Dan moet het wel kostbaar zijn, maar dan wordt het nog kostbaarder. Dan gaat het laatste restje vuil, dat wordt nog weggelouterd. Dat is ook vuur van God. Ik kom daar nog even op terug straks.

In uw zonden zult gij sterven zegt de Here Jezus. Dat is een vreselijke benadering. En dat is Joh. 8, het tweede stuk van Joh. 8, het stuk van vandaag. Waar de discipelen aanhoren hoe de Here Jezus in debat is met mensen die Hem niet willen, die Hem negeren, die Hem een hak willen zetten, die Hem willen laten struikelen in Zijn woorden. De Here Jezus, Hij is hier. Hij is hier en vertelt deze dingen. Zouden wij de Here Jezus nu durven eren en zeggen: “Here Jezus, U bent het centrum van het hele heelal. Om U gaat het. Uit U, door U en tot U zijn alle dingen. U bent de eerstgeborene van de hele schepping. De hoogste in rang van alles wat ooit met schepping te maken heeft gehad. U bent daarvan de eerstgeborene. Wij eren U Here Jezus.” En dan komen de vragen: En Zuidoost Azië dan. Of: De sprinkhanenplaag in Afrika dan. Of: De dood van vele, vele kinderen dan. Of: Zinloos geweld dan. Of: Mijn ziekte dan. Ik bedoel, je komt gewoon bij jezelf uit. Terecht, die vragen zijn er. Maar zou u niet eerst de Here God durven zien als Degene Die hier op aarde is gekomen om Zichzelf zo te openbaren. Zo in Zijn liefde, zo in Zijn vergeving, zo in Zijn barmhartigheid naar ons toe te komen, om ons gelukkig te maken. Dat is de insteek. Dat is ook de insteek in Joh. 8. Mensen praten maar, denken het te weten. Dat is ook precies wat er vandaag gebeurt. De krant staat bom- en bomvol. En de journaals zijn overvol. En ze zeggen maar en ze praten maar, en ze herhalen.

De groep die tegenover de Here Jezus zit, is een groep die alleen maar aan het discussiëren is.

De Here Jezus zegt dat Hij van de Vader is. En dat zij ook een vader hebben. Ja, ze zeggen: “Wij hebben Abraham tot vader. Wat denkt U eigenlijk wel.” O, ja. “Maar als u Abraham tot vader had”, zei de Here Jezus, “dan zou u in Mij geloven, want dat deed Abraham.” O, nog sterker: U hebt een hele andere vader, U hebt de duivel tot vader. En die is een mensenmoorder. Dat is een leugenaar die niets anders kan en niets anders doet dan leugen op leugen stapelen. Die hebt U als Vader. Nog iets verder. Abraham heeft zich verheugd om Mijn dag te zien. Hah, U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien. Daar komt uw Sarapop en uw Abrahampop vandaan. Hoe ze dat uit deze tekst ooit gehaald hebben weet ik ook niet. Hij schijnt lekker te zijn met spijs, maar dat is ook het enige wat ik weet. Nee, maar dit staat er ook niet. Ik bedoel, dit is helemaal niet….. Ze zeggen alleen maar: “Nog geen vijftig”, ze hadden net zo goed “U bent nog geen veertig” kunnen zeggen, weet je wel. Ik bedoel het gaat niet om dat getal vijftig. Het gaat gewoon om: U bent nog geen vijftig enne, U Abraham gezien. En de Here Jezus zei dat Abraham zich verheugd had om Zijn dag te zien. Abraham heeft de dag van de Here Jezus te zien. Daarover gaat het in dit stuk. Ik wil je daarvan iets lezen, uit Gen. 15. Misschien wil je dat opzoeken als je een bijbel bij je hebt. En anders dan luister je. Gen. 15. In hoofdst. 14 heeft Abraham Lot bevrijd uit de koning van de volkeren. Heel merkwaardig. En de koning van Sodom biedt hem alle have aan en Melchizedek komt met brood en wijn. Maar de koning van Sodom biedt hem alle have aan en Abraham zegt: “Niks, ik wil geen schoenriem van je. Ik wil helemaal niks, nul.” Hoofdst. 15: Hierna kwam het woord des Heren tot Abraham in een gezicht: Vrees niet Abraham, Ik ben uw schild, uw loon zal zeer groot zin. De koning van Sodom wilde hem belonen. Abraham wilde niet. En God zegt: “Uw loon zal zeer groot zijn.” Dat is een heel ander verhaal. Zo begint dit hoofdstuk. Nou, goed. “Maar ik ben, maar alleen”, zegt Abraham. Er is geen nakroost en zo. Dan vs 5. Toen leidde de Here hem naar buiten en zei: “Zie toch op naar de hemel en tel de sterren. Indien gij ze tellen kunt”, die tekst kent u. En Hij zei tot hem: “Zo zal uw nageslacht zijn.” En hij geloofde in de Here, en Hij rekende hem toe als gerechtigheid. Daar wil ik straks nog graag wat van zeggen. Nou, en dan komt bijzondere, bijzondere geschiedenis die ik u graag wil voorhouden. En Hij zei tot hem: “Ik ben de Here die u uit Ur der Chaldeeën”, uit Irak, “heb geleid, om u dit land in bezit te geven.” En hij zei tot Hem: “Here, Here, waaraan zal ik weten dat ik het bezitten zal.” En Hij zie tot hem: “Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif, en een jonge duif. Hij haalde die allen voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkaar. Maar het gevogelte deelde hij niet. Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken joeg Abraham ze weg. Toen de zon op het punt stond onder te gaan viel een diepe slaap op Abraham. En zie, er overviel een angstwekkende dikke duisternis. En Hij zei tot hem: “Weet voorzeker dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in het land dat het hunne niet is, dat zij hen dienen zullen.” Dan vs 16: “Het vierde geslacht zal echter hierheen wederkeren, want eerder is de maat voor de ongerechtigheid van de Amorieten niet vol.” En toen de zon was ondergegaan en er dikke duisternis was, zie een rokende oven met een vurige fakkel welke tussen de stukken doorging. Te dien dage sloot de Here een verbond, zeggende: Aan uw nageslacht zal ik dit land geven. Van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat. De Keniet, de Keniziet, de Kadmoniet, de Hethiet, de Fereziet, de Refaieten, de Amoriet, de Kanaaniet, de Girgaziet en de Jebusiet. Tot zover. Ik lees het misschien een beetje te vlug. Maar misschien wilt u dat thuis eens een keer rustig gaan lezen. De Here Jezus is in gesprek met mensen die zeggen dat ze zonen van Abraham zijn. En dat ze Abraham tot vader hebben. Dat ze, als het ware, van die lijn zijn, van die kleur zijn, van dat bloed zijn. En de Here Jezus verwijt die mensen, daar, in Joh. 8, dat als dat echt zo zou zijn, dan geloofde je in Mij. Want dat deed Abraham ook. Abraham geloofde in God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Nou, dat is best een moeilijke sprong. Dat snap ik, maar ik wil het toch proberen. Abraham geloofde God. God zei tegen hem: “Kijk eens, sterren, tel ze, korreltjes, tel ze.”Abraham geloofde God, God rekende het hem toe als gerechtigheid. Dat betekent: Hij geloofde dat God, hij zag het nog niet, maar hij geloofde God, dat Hij het ook doen zou. Dus dat wat Hij beloofde, dat zou gebeuren. Hij geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Dat staat nog een keer in de Romeinenbrief bijvoorbeeld. Nou, even los van de citaten nog in het NT, een heel merkwaardig gebeuren vindt u in Jakobus. Jakobus zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.” Hij geloofde dat God het zou doen en God zei: “Dat bedoel Ik nou, zo bedoel ik. Kijk maar, dat is geloof, dat is echt geloof.” Maar Jakobus zegt: “Waar bleek dit dan, hoe kwam dit dan naar buiten, dat Abraham God geloofde en dat God hem dit tot gerechtigheid rekende.” Jakobus zegt: “Toen hij zijn zoon op het altaar legde.” Dat is veel later, want hier was nog geen zoon. Maar toen pas, werd volstrekt helder dat Abraham God geloofde. Als je dan geen zoon hebt, uiteindelijk komt er één. En die ene die wordt dan op het altaar gelegd, in Gen. 22. En Abraham denkt: Hij kan hem uit de doden terugbrengen. Jakobus zegt: “Dat is nou geloven.” Dat soort geloof gaat heel diep. Dat betekent dat je tegen alle logica in, durf te zeggen: “JHWH is de Here.” Nieuwtestamentisch: De Here Jezus is de Ik Ben. Hij is het. Tegen alle logica in. Ook al gaat alles op zijn kop. Ook al blijkt niets op zijn plek te blijven, Hij is de Here. Geloof je God. De Here God zegt: “Ik heb je gezegend met alle geestelijke zegening. Tel het maar eens, kijk maar eens.” Ja, ja, maar ja, als ik morgen een lekke hand heb, hoh, ja, dan zit ik wel met een probleem. Zo zitten wij in elkaar. Of iets met de keuken, of iets met de verwarming, of iets met je lichaam. Zo vlug gaat dat. Geloof je God. Geloof je dat Hij de Ik Ben is. Hij die zoveel van je houdt, en die niet wil dat jij verloren gaat, dat je gelukkig bent. Hij die je zo wil zegenen. Kijk dan eens. Abraham geloofde God. En de Here Jezus zegt: “Als jullie zaad van Abraham zouden zijn, zou je Mij geloven.” Dat deed Abraham. Hij geloofde tegen beter weten in. Dat deed hij. En dat soort geloof zou ook eigenlijk ons moeten gaan kenmerken. U bent zo gezegend met geestelijke zegening. U hebt zoveel ontvangen, u zou eigenlijk moeten durven zeggen: “Ik geloof in God.” Misschien met een psalmtekst: En Zijn onfeilbaar woord. Ik geloof in God. De Ik Ben, de eeuwig Getrouwe, de Onveranderlijke, Hem geloof ik.

Nu, dat tafereel uit Gen. 15 wil ik even doortrekken. Want Abraham verheugde zich erop dat hij die dag zien zou. Welke dag wordt dan bedoeld. Heet moment waarop de Here Jezus hier op aarde gaat schitteren en Israël in al zijn volheid terug is in het land. Dat heb ik niet bedacht, dat staat in Gen. 15. Ik zal het anders zeggen. Abraham, Ik zal je wat zeggen. Een driejarig rund, een driejarige koe, een driejarige geit, driejarige ram, tortelduif, jonge duif. Delen, tegenover elkaar leggen. Nou, niemand heeft er moeite mee, denk ik, als ik zeg, dat dit wat hier gebeurt, driejarig koe, driejarige geit, driejarige ram, een tortelduif en een gewone duif, dat dat te maken heeft met de offers. Dat zijn precies de dieren die in de offerdienst allemaal terug te vinden zijn. In Leviticus worden ze allemaal met name genoemd. Daar hebben ze allemaal te maken met hét offer. Zijn het allemaal taferelen, allemaal beelden, allemaal schilderijen van hét offer aller tijden. Al die dieren, hét offer. Abraham deelde ze in stukken, legde ze tegenover elkaar, en de roofvogels waren van plan om daar een lekker buitje bij te pikken. De duivel, de leugenaar, de roofvogel, de mensenmoorder van de beginne. Zal ik het gewoon zeggen. Leg nu eens het offer neer. Leg nu eens neer wat het offer eigenlijk is. Leg dat nu maar eens in stukken neer. Zoals de priesters in het OT het offer in delen deelden, in stukken deelden. Leg dat nu eens neer. Natuurlijk probeert de duivel te zeggen: “Ach, kan niet, bestaat niet, onzin.” Roofvogels komen van alle kanten. Hele zwermen zijn in Nederland neergedaald. Hele zwermen zijn de kerken binnengevlogen. Hele zwermen hebben christenen onderuit geschoffeld. Hele zwermen roofvogels hebben de glorie, de glans, de schittering van het offer weggepikt. Allang, allang verdwenen. Alleen bij Abraham, hij, hij joeg ze weg. Ga weg achter mij satan. Zo zei hij het niet, kunt u zeggen. Nee, maar dat is wel de bedoeling. Dat is wel het beeld hier geschetst. Er is een angstwekkende diepe duisternis. Dat betekent: Het zal best donker zijn, het zal best een tunnel zijn, het zal best een moment zijn dat je zegt: “Ik weet niet meer waar het allemaal precies is.” Maar er komt een moment dat de glorie van God langs deze weg zichtbaar wordt. Dat de glorie van God met vuur, en met enorm vermogen van heerlijkheid dwars door de stukken gaat. Dwars langs deze route openbaar wordt. En Israël zal een geweldige zegen krijgen. Dat staat hier. En de grenzen van Israël worden hier gegeven, voor het eerst. Nou, dat is niet niks. Eufraat als grens. Dus dwars door Irak ongeveer. En Middellandse Zee. Tja, eh, niks Jordanië, bestaat gewoon niet meer zal ik maar zeggen. Het is allemaal weg. Dat hele gebied voor Israël is gigantisch. Dat is de grens die God in petto heeft voor Abraham. Geloof je dat. Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Geloof je dat nog. “Geloof je”, zegt de Here Jezus tegen Joodse mensen hier, “dat Ik de Ik Ben ben.” Geloof je dat ik kom. Geloof je dat Ik tussen de stukken doorga. En dat de weg die ik dan zal gaan een weg is dwars door het offer heen. Ik zeg het nu misschien iets anders, maar u begrijpt mijn woordspeling hopelijk. Dit is de route. Het offer, het offer, de enige weg om tot zegen te geraken. De enige weg om behouden te worden, de enige weg om redding te krijgen is het offer. Er is geen andere weg, alleen maar die weg, dwars door het offer heen. Zo openbaart de Here zich, zo laat Hij zijn glorie zien. Zo laat Hij zien Wie Hij is.

De Here Jezus zegt: “Als jullie zonen van Abraham zijn…..”, dat is Joh. 8 hè, iedere keer. Misschien kom ik een beetje heen en weer, maar luister dan nog maar een keer. bestel bij Henri bandjes of CD of luister, maar doe iets. Probeer het op te pakken. En probeer er achter te komen dat de Here Jezus hier, in Joh. 8, tegen Joodse mensen zegt, en die snapten dit: “Kijk eens, als je echt Abraham geloofde, dan zou je doen wat je vader Abraham ook deed. En dat is: Je verheugen op wat er nog gaat komen. En dat doe je niet.” Redetwisten is veel makkelijker dan geloven. Debatteren is veel makkelijker dan geloven. In discussie gaan met, is heel makkelijk. Maar gelovig aanvaarden is zo moeilijk. Ik hoop dat je het ziet gebeuren. De Here Jezus zegt: “Jullie Joodse mensen, jullie moeten op de daden van Abraham letten.” Daden dat Abraham zich erop verheugd heeft dat die dag zou gaan komen. Dat die dag, de dag waarop de Here dwars door de offers heen, naar een enorme zegen voor Israël gaat, dat die dag gaat komen. Dat zagen ze toen niet. En de Here Jezus verwijt hen dat.

Zien wij dat nog wel. Zien wij dat, ja, dat dat geweldige plan van God met Israël te maken heeft met het offer van de Here Jezus. Dat er geen andere route is om die zegen echt te brengen, dwars door het offer heen. Dat is de weg die hier aangeduid wordt. En jij en ik, wij moeten nu durven zeggen: “En ook wij hebben geen andere weg dan die weg. Als u van zegen van God wilt spreken, dan is er geen andere route, dan de route door het offer heen, het offer van onze Here Jezus Christus. Hij is het, Hij is de enige. En als je Hem niet hebt, zul je in je zonden sterven. En als je Hem wel hebt, dan ben je gelukkig, omdat je in de Here sterft.

Joh. 8, tweede stukje, laat ook een stukje profetie zien van wat er nog gaat komen. Als Hij komt, na een enorme periode van donkerheid en diepe slaap, dan ineens komt daar dat moment van glorie. Dan ineens komt daar een openbaring van heerlijkheid. Dan ineens komt Hij a.h.w. uit de lucht vallen, letterlijk en figuurlijk. Dan ineens komt de Here Jezus in volle glorie en volle heerlijkheid, en Hij openbaart zich. En ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. Ziet u wel. Wat zijn dat voor wonden in Uw handen. Dwars door het offer heen, dwars door de route heen van het kruis. Dwars door alles heen wat de Here Jezus heeft willen lijden. En Hij openbaart zich en zal Israël in de volle zegen brengen. Dat staat in Joh. 8, dat is de profetie van Johannes. Dat zijn schitterende profetieën. En waarom kunt u het snappen. Omdat u zegt: “Here Jezus, alleen door Uw dood is er voor mij zegen. Alleen door het offer heem is er voor mij ook blijdschap.” Een andere bron is er niet. Hij is de weg, de waarheid, het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Hem. Het is alleen de Here Jezus. En daarom zou ik zo graag willen dat mensen de Here Jezus leren kennen. Zeker hier in deze zaal, maar ook in algemene zin. En dat wij vertellen van de Here Jezus. En dat we durven zeggen: “Wat er met mij is gebeurd weet ik ook niet, maar, maar genade, ja, ik weet het ook niet. Het kan bij mij ook nog in de economische zin helemaal niet goed gaan. Het kan in de lijfelijke zin ook wel eens niet goed gaan. Er kan van alles gebeuren, dat kan. Maar als ik sterf, sterf ik in de Here. En ik heb zegen op zegen, omdat ik in Hem geloof.” En dat willen we de mensen ook in Zuidoost Azië graag vertellen. Ik kan het niet persoonlijk, maar support dat maar. Probeer maar, mensen daar vertellen van de Here Jezus. Maar nog een keer, ga nou niet zeggen dat die mensen slechter zijn. Het is wel een teken, een heel duidelijk teken van de Here, heel concreet. Als er oordelen gaan komen, dan nog zegt de Here: “En ze bekeerden zich niet.” Totdat de Here de deur dicht doet, definitief dicht doet, en er geen kans meer is. Zoals in de dagen van Noach een keer de ark helemaal dicht ging, en toen was het over, toen was het gebeurd, zo kan het ook in de toekomst gebeuren. Dat de genade voorbij is. Van harte hoop ik, dat nu de tijd van genade er nog is, dat wij vertellen van de Here Jezus. Dat u en ik uitdragen wat we zelf hebben ondervonden.

De Here zegen ons.