Selectie onder de doden

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

13. Selectie onder de doden.

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,
20 februari 2005

Lezen: Joh. 11:1-6; 17-18; 25-35; 39-44 Voor de trouwe bezoekers, en dat zijn de meesten van jullie, is het bekend dat wij proberen om in deze oude, hele bekende geschiedenissen, de profetische lijn te zien. Dat te zien, dat de Here ons meer wil geven dan alleen de geschiedenissen. Die geschiedenissen, daar, toen geweest, gebeurd, die zijn echt. U hoeft daar geen seconde aan te twijfelen. Toen woonden daar deze mensen, en toen stierf Lazarus. Maar achter deze geschiedenissen zit een hele, hele duidelijke profetische boodschap. En dat is bedoeld voor mensen die de Here Jezus Christus kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. Je moet daar leven uit God voor hebben, leven uit God. Nou, dat is meer dan iets formeels. Dat is meer dan, laat ik maar zeggen, een formule van: Ik ben lid van of ik behoor tot een kerk, groep, gemeenschap. Dit betekent dat je een persoonlijke relatie met de Here Jezus hebt. Het is zo belangrijk dat wij durven zeggen: “Ik ken de Here Jezus als mijn Heiland en als mijn Verlosser. En ik heb door het geloof in Hem leven uit God.” Niet iets automatisch, maar dat is een hele bijzondere ontmoeting met de Here Jezus. Leven uit God. Leven uit God wordt door de Heilige Geest gewekt. Wedergeboorte is het werk van Gods Geest. Leven uit God is dus niet het werk van mensen, dat is het werk van de Here Zelf. En iedereen die de Here Jezus kent, krijgt de Heilige Geest inwonend, en die Heilige Geest wil u echt duidelijk maken wie de Here Jezus is. De Heilige Geest wil onderstrepen dat het in de bijbel altijd gaat om de Here Jezus. Hij is de Christus van de schriften, en daar ligt echt het accent, voor 100%. Dat is ook zo in Joh. 11. Dus achter de geschiedenis, de gebeurtenissen van toen, daar ligt een verderliggende betekenis. En daar ging het ons om. Dat was de insteek toen we hiermee begonnen, en iedere keer een klein stukje van het Johannes-evangelie gaan overdenken.Eind van hoofdst. 10, dat bekende hoofdst. 10, waar het gaat over de Here Jezus die Zichzelf de Goede Herder noemt. Die Zijn schapen opzoekt, die die schapen bij elkaar brengt, en die die schapen in de stal brengt. Aan het eind daarvan nemen de Joden stenen op om Hem te stenigen. Ze gooien Hem letterlijk de tempel uit. Nou, dat is best heftig vind ik. Om wel van de werken gaat u mij stenigen, vroeg de Here Jezus. Uit de tempel gegooid, uit Jeruzalem gegooid. Stenigen, dat wilden ze Hem. Dat de Here Jezus ontkwam is wat anders. Maar dat was Zijn almacht, denk ik, en niet hun goedheid. De Here Jezus is toen buiten Jeruzalem, zelfs buiten het landsgebied gegaan, naar een plek over de Jordaan, waar Hij begon. Daar waar Hij destijds door Johannes de doper is gedoopt, dat was aan de andere kant van de Jordaan, daar is Hij nu weer. En we hebben dat de vorige keer genoemd: Terug bij af. Helemaal terug bij af. Het is alsof daarmee een soort geschiedenis, een soort periode is afgesloten. Alsof iets van: Kijk dit is nu voorbij. Dit is nu geweest. Ik denk ook dat dat de bedoeling is. En daar, buiten de landsgrenzen, op het terrein van de heidenen, daar komen velen bij de Here Jezus, en ze geloven daar in Hem. Ik denk ook dat je mag zeggen dat hier in deze geschiedenissen ons iets bijzonders wordt meegedeeld, namelijk dat de Here Jezus de schapen in Jeruzalem zocht, maar dat die schapen hebben gezegd: “Wij willen niet dat U onze Herder bent.” Dat roepen ze later nog een keer: “Wij willen niet dat Hij Koning over ons is.” De Here Jezus buiten het landsgebied, buiten de grenzen, en Jeruzalem heeft de deur dichtgedaan voor zichzelf. Dat is heel triest. Dat is in- en intriest. Maar dat is ook precies wat er is gebeurd. Ik weet niet hoe u denkt over Israël. Sommigen kijken alleen naar de politiek van vandaag de dag en hebben zo hun mening. En die vinden dat de Palestijnen meer rechten hebben dan de Israëliërs. Anderen vinden dat meneer Sharon het helemaal niet goed doet. En zo kun je nog wel even. Maar de bijbel zegt dat, omdat zij nee zeiden tegen de Messias, omdat zij Hem niet wilden, het heil naar de volkeren is gegaan. Maar de bijbel maakt ook duidelijk dat het heil weliswaar naar de volken is gegaan, maar dat dat niet betekent dat Israël dus geen enkele hoop, geen enkele toekomst zou hebben. Nog sterker, er zijn talloze profetieën in het OT, ik zou u er zo een aantal van kunnen oplepelen, waar staat dat de Here wel terdege zich weer gaat bemoeien met Israël. Er is een groot verschil tussen Israël en de Gemeente. U die hier zit en gelooft in de Here Jezus, u hoort bij de Gemeente. Opdat de Heilige Geest ontving toen u tot geloof kwam, bent u op hetzelfde moment door diezelfde Geest tot dat ene lichaam gedoopt. U bent toegevoegd aan het lichaam van Christus. Door de Geest tot één lichaam gedoopt. U hoort bij de Gemeente. Of u dat nu wel of niet gemerkt hebt doet niet ter zake, het is wel een feit. U hoort bij de Gemeente. En die Gemeente is in de bijbel heel precies omschreven. Die hoort hier ook niet. Zijn hier vreemdelingen, is hier vreemd, en is hier onbemind en onbekend, heeft haar plaats in het huis van de Vader. De Gemeente zal hier ook niet blijven. De Gemeente wacht op het moment dat de Here Jezus haar thuis gaat brengen. Dat is de maranatha-boodschap, de boodschap van: De Here Jezus moge komen. Hij komt, en Hij zal ons brengen daar waar Hijzelf is. Hij zal ons brengen daar waar Hij plaats heeft bereid. De Gemeente gaat hier vandaan. De zegen van de Gemeente is in het huis van de Vader. De zegen voor Israël is hier op aarde. Aardse zegeningen, in contrast misschien met hemelse zegeningen. Toen Israël nee zei, heeft dit nooit betekend dat de draad met Israël definitief zou zijn doorgeknipt. Dat heeft het nooit betekend. Ik kan u lezen uit het boek Ezechiël, hoofdst. 16, maar u kunt 37, 36 nemen. U kunt Zacharia nemen, u kunt Jesaja nemen, u kunt Jeremia nemen, u kunt Joël nemen, u kunt Hosea nemen. vele, vele hoofdstukken in de bijbel spreken ervan dat er herstel is voor Israël, en dat de Here de draad met dat volk weer zal gaan oppakken. En overal staat dat dat ja, na twee dagen gaat gebeuren. Nou, overal, in elk geval vindt u dat in Hosea.Waarom nu deze lange inleiding op Joh, 11. Omdat u het hier uitgebeeld vindt. De Here Jezus is buiten het gebied. De Here Jezus is in het Overjordaanse. Daar waar Hij begon, waar de dienst van Hem begon, daar is Hij nu weer. Velen komen tot Hem. En dan komt die boodschap: Here, die Gij liefhebt is ziek. Er wordt gebeden voor, zal ik het voorzichtig zeggen, Lazarus, Israël. O ja. Ja. Lazarus, zijn naam betekent hetzelfde als het woord Eleazar. U weet het wel, er zijn Eleazars in het OT. De zoon van Aäron bijvoorbeeld, Eleazar, de tweede hogepriester. De naam Eleazar betekent: God tot hulp zijn. God tot hulp zijn. Dat was de bedoeling ook: God tot hulp zijn. En wat gebeurde, ze zeiden: “Nee, helemaal niet, weg, kruisig Hem”, later. Hier in Joh. 10 nog stenen opnemen om Hem te stenigen. Het vonnis is al geveld. En dan, ja, dan kom je die prachtige woorden tegen: Here, die Gij liefhebt, die is ziek. Zal ik het voorzichtig zeggen: “Er wordt gebeden voor.” Dat is bidden voor Israël. Aha, en als hier op zo´n avond gebeden wordt voor, de term van vanavond, Uw oude volk Israël. We bidden ervoor, ja. Here, die Gij liefhebt. Mag je dat zeggen. Ja nou en of. De Here had Israël lief, oneindig lief. Geweldig, Hij heeft Zichzelf willen geven voor haar. Hij heeft over Jeruzalem geweend. Hij heeft tranen gelaten. Hoe dikwijls heb Ik u willen bijeen vergaderen gelijkerwijs een hen haar kuikens, maar u hebt niet gewild. Hoe vaak heeft de Here Jezus hun hart gezocht en het verlangen geuit om ze te bereiken. Ze zeiden nee. Dat is de achtergrond hier. U ziet dat er twee zusters zijn die voor hun zieke bidden. En nu het merkwaardige, deze zusters woonden in Bethanië. Ik weet niet of u het weet, maar het ligt op de Olijfberg. Ja, het wordt steeds preciezer. Daar, daar gaat het gebeuren. Misschien bent u wel eens geweest, met een reisgezelschap in Israël, en misschien hebt u wel eens een kans gehad om in Bethanië een bezoekje te brengen. Die staat nooit op de agenda. Waarom is mij een volkomen raadsel. En Beth-fage staat ook niet op de agenda, want dat lig er tegenaan. En je kunt gewoon lopen van Bethanië, Beth-fage, naar wat wij dan noemen de Olijfberg. Maar het ligt op de Olijfberg. Nou op dit moment mag het niet, want het is een beetje bezet gebied. Soms is dat wel eens een politieke barrière, dat je er net niet mag komen of zo. Zoals je ook wel eens niet in Jericho mag komen. Maar, het ligt zo dicht bij elkaar. Maar dus ook toen het wel mocht, kwamen we er nooit. Totdat je denkt van: Ja maar ho, ho, ik heb ook een brutale Hollandse mond, ik zal daar eens wat aan gaan doen. Nou, dat lukt dan ook wel. Bethanië, het heeft mij enorm aangegrepen. Het is een hele serie van die uitgeholde rotsgraven. Dat is nou typisch Bethanië, dat is nou typisch de situatie. Here, die Gij liefhebt is ziek. En de Here Jezus zegt: “Eigenlijk al gestorven.” En Hij blijft nog twee dagen. Thomas zegt: “We gaan mee. Dan maar de dood in.” Dat is de gelovige Thomas, niet de ongelovige Thomas. Moet u nooit meer gebruiken, want de enige die zei: “We gaan met Hem naar Jeruzalem, we gaan met Hem sterven was diezelfde Thomas. Thomas zei: “We gaan mee.” Anderen zeiden: O, o, o, zouden we dat nu wel gaan doen, lopen we niet wat risico.” De Here Jezus blijft nog twee dagen. De heerlijkheid van God.

Ik ga het nu wat anders zeggen: Vier dagen ligt er al een lijklucht rondom dat graf. Dat is niet alleen de twee dagen die wij dan duiden als tweeduizend jaar, weet u wel, de dag is bij de Here als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. Het is niet de periode waarin de Gemeente nu gevormd wordt, maar het is zelfs de twee dagen die daaraan vooraf gingen, vanaf Abraham, merkwaardig genoeg, daar begint het, ook tweeduizend jaren. Die vier dagen lijklucht is in feite de hele, hele situatie, het hele proces ten dode. Het is alsof het heel precies naar je toekomt, alsof je met verbazing zit te kijken van wat bedoelt u nu. En wanneer komt daar een verandering in. Als Hij, de Here Jezus, op de Olijfberg terugkomt. Letterlijk, hier, deze geschiedenis. En, in de profetische zin, is dat ook zo. Waar komt de Here Jezus, als Hij komt. Op de Olijfberg. De bijbel zegt dat, heel precies. Oostelijk van Jeruzalem. Die berg gaat middendoor splijten. Daar gaat van alles gebeuren. Daar is ineens herstel. De graven zullen opengaan. Ja, Dan. 12, het gaat gebeuren. Hier is het nog: Lazarus, kom naar buiten. En dan is het: Kom naar buiten. ja, als de Here Jezus dat woord Lazarus niet gebruikt zou hebben, daar, op dat moment, dan was iedereen opgestaan. Hij heeft alleen toen Lazarus, uit de dood laten terugkomen. Daar is de Here Jezus. Zijn glorie, Zijn almacht, Zijn schittering, Zijn autoriteit, Zijn geweldige, schitterende grootheid wordt zichtbaar. Gaat het de Here Jezus dan niet in de koude kleren zitten. Had Hij, die de ogen van de blinde kon openen, ik heb het niet met u gelezen, maar het staat wel in de tekst van Joh. 11, had Hij dan niet kunnen voorkomen dat deze stierf. Jazeker. De Here Jezus verbolgen. Niet wenen in de zin van: Oh, wat hebben die het toch moeilijk. Hij wist wat Hij ging doen. ik ga er heen om hem uit de slaap op te wekken. Hij wist wat Hij zou gaan doen. Er is geen sprake van dat de Here Jezus nu ineens zo’n meegevoel had met Martha, met Maria, dat Hij zei: “Ja, jullie hebben het ook wel verschrikkelijk moeilijk.” Dat heeft Hij ook hoor. Ik bedoel dat niet naar. Dat heeft Hij zeker. Maar Hij wist wat Hij ging doen. Hij had ook kunnen zeggen: “Sst, niet huilen.” En Hij is daar verbolgen. De Here ziet wat de gevolgen zijn van de aanvallen van de tegenstander, van de aanvallen van de duivel. Iedere keer opnieuw is Hij, daarmee geconfronteerd, ontroerd. En u moet eens opletten. In het Johannes-evangelie is de Here Jezus ontroerd, hier in hoofdst. 11, Hij is ontroerd in hoofdst. 12, Hij is ontroerd in hoofdst. 13. En wat zegt Hij tegen jou: “Uw hart worde niet ontroerd.” Dat is mooi hoor, echt. Want ga maar eens na wat die drie keer ontroerd betekent. Hier zie je de macht van de satan, de macht van de zonde. De dood ingetreden. Het is alsof alles voorbij is. Maar de Here Jezus komt. Hij verschijnt in glorie en in heerlijkheid. Hij spreekt een machtwoord. Hij begint opnieuw, en er komt een volkomen nieuwe start, helemaal nieuw. Lazarus, kom naar buiten. Nog aan handen en voeten gebonden. Maakt hem los. Er moet inderdaad van alles losgemaakt worden. Ze moeten loskomen van al die windsels, al die banden, al die beperkingen waarin ze zichzelf gewikkeld hebben. Heet hele proces van Israël, herstel, en glorie voor de Here, is hier al vastgelegd. En dat is adembenemend, vind ik. Dat is buitengewoon, en heel diepgaand, heel vergaand. Maar op hetzelfde moment denk je: Ja, en Die, die hier staat, en die dat machtwoord spreekt, dat is mijn Heiland. Dat is het geschenk van God. God heeft ons de Here Jezus gegeven. God zij dank, Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave. Dank U Here, voor zo’n geschenk. En als je dit je echt eigen maakt, dan denk je: Wat zou ons dan vandaag kunnen gebeuren. Daarom durf je zeggen: “Hij is de opstanding, Hij is het leven. Wie in Christus gestorven zijn die leven.” En dat ontlokt bij de wereld misschien een opmerking van: Die christenen, dat zijn wel hele rare lui. Als zij hier op aarde zijn dan zijn zij met Christus gestorven, weet je wel, ik leef niet meer. Christus, hè, maar ik ben met Christus gestorven, en met Christus begraven. En als die lui zijn gestorven zeggen ze dat ze leven. Dat wel hele rare lui. Nou, dat klopt ook ongeveer. Dat is een beetje tegendraads misschien. Maar dat is wel de werkelijkheid. Christenen zijn mensen die met Christus gestorven zijn en die met Christus leven. Leven uit God. Want Hij is de opstanding, Hij is het leven. En als de Here Jezus een bevelend roepen kan uitvaardigen om Lazarus eruit te krijgen, hoe gaat het dan als de Here Jezus komt. De doden in Christus zullen eerst opstaan. Hoe gaat dat dan

in zijn werk. met een bevelend roepen. Ja, precies, met de stem van een aartsengel: Kom. En ineens is daar een bevel en ze komen. Daar gaat het gebeuren. Het is alsof het allemaal hier al aanwezig is. En dat is ook zo denk ik. Dat is de kracht van het evangelie van Johannes. Zo diep, zo mooi, zo fijn, zo prachtig, zo troostrijk, dat je alleen maar kunt denken: Here wat bent U geweldig, wat bent U groot dat U deze dingen aan ons meedeelt en dat U ons daarvan nu al laat genieten. Nou, conclusie is dat u in het sterven van Lazarus, het weggaan van Israël ziet. Als de Here Jezus weg gaat, is Lazarus ook weggegaan. Het is alsof ze ten onder zijn gegaan. De Olijfberg is nu nog één complete begraafplaats, bijna. Daar liggen duizenden, duizenden mensen begraven. Waarom, omdat de Joden geloven, dat als Hij komt, komt Hij op de Olijfberg. Ze hebben gelijk, want Zach. 14 zegt het. Dat gaat ook gebeuren, dat is echt zo. Dus ze zeggen: “Als Hij komt, zijn we er het eerste bij.” Ja, ja, het is maar als je….., vooraan in de rij, toch. Het lijkt wel de opruiming in Nederland. Vooraan in de rij. nou, ik bedoel het niet ludiek, ik wil alleen maar zeggen: “Dat geloven ze.” Gelooft u het ook. Gelooft u dat de Here Jezus komt. Gelooft u dat Hij de doden in Christus eerst zal opwekken. Gelooft u dat Hij zal zeggen: “komen.” Toen: Lazarus, olijfberg. Je ziet het gebeuren. En er is een gezelschap van mensen die de Here Jezus liefhebben, die voor Lazarus vragen. Ik zie in die beide zusters de mensen die in diezelfde tijd bidden voor. En nu kunt u bidden dat ze daar in Jeruzalem vrede zullen vinden. Dat bid ik ook. Ik bid Jeruzalem vrede toe. Maar stel nu eens dat door het gedoe van vandaag en het overleg tussen meneer Abbas en meneer Sharon er vrede komt. Is dan het doel bereikt. Nou, we voelen aan: helemaal niet. Dat wordt nog een soort: Vrede, vrede en geen gevaar, maar een haastig verderf zal overkomen. M.a.w., dit is de oplossing niet. Dat voelen we aan, dat weten we eigenlijk al diep in ons hart. Dus het bidden voor de vrede van Jeruzalem in de zin van geen oorlog, afwezigheid van pressie, van druk en agressie, ja, dat is het niet. Wat willen we dan bidden. Here, die gij liefhebt, is ziek. Als U niet komt, dan gaat het niet goed. De VN kunnen komen. Meneer Sharon en meneer Abbas kunnen samen door Jeruzalem fietsen of rijden of wandelen. Het is allemaal mogelijk, maar als U niet komt, gebeurt er niks. Dat geloven ze. En dat is nu precies onze houding vandaag t.a.v. Israël. Ik ben zo blij dat er Messiasbelijdende Joden zijn die dit bidden, die dit bidden, daar, in dat land. Die het verlangen hebben dat hij die ziek is, in aanraking komt met de Here Jezus. En die ook durven zeggen: “Here, U houdt van Uw volk. U houdt ervan. U hield van Lazarus.” En wij vandaag, mogen bidden voor dit herstel.

Twee dagen, ja, en de Here wacht totdat de twee dagen voorbij zijn. En dan blijkt dat het al vier dagen is. Dat is een beetje raar in de tekst, maar ik heb het zopas al gezegd, die dagen in het Johannes-evangelie hebben te maken met die periodes van duizend jaren. We hebben zes scheppingsdagen, dat weet u. Die zes scheppingsdagen staan ook voor zes keer een periode van duizend jaar. Maar die zes scheppingsdagen worden nog gevolgd door een zevende periode, de sabbat die nog komt, de rustdag. En die wordt met het, merkwaardig genoeg, duizendjarig vrederijk genoemd. Dat wordt ook de sabbat van de rust genoemd. M.a.w., er zijn zeven periodes van duizend jaren. De bijbel zegt dat. En we zijn nu bezig, vlak voor die laatste periode, vlak voor het moment dat de Here Jezus hier op aarde terugkomt. Dat is nog later dan uw gaan naar Hem. Maar daar[over] heb ik zopas al iets gezegd. Ons vertrek naar Hem gaat daaraan vooraf zelfs. Hier vindt u het eigenlijk heel eenvoudig uitgediept en neergelegd. Verlangt u naar de komst van de Here Jezus. Hij komt. Hij komt om u en mij tot Zich te roepen. Maar Hij gaat ook terugkomen om in Israël hele bijzondere dingen te doen. Als het boek Ezechiël zegt dat Israël gezien wordt als een dal van dorre doodsbeenderen, zeer dor, vier dagen al. Je zou zeggen lijklucht aan alle kanten. Er is niets meer aan te verhelpen. Dan komt de Here. Een beweging. En dan komen die dorre doodsbeenderen aan elkaar. En dat wordt een geheel, dat wordt een eenheid. Daar komt huid over, daar komen spieren bij, daar komt vlees over. En er komt geest in. Wanneer, als Hij zegt: ‘Kom.” Ineens staat Lazarus daar, weliswaar gebonden. En ik vindt ook dat heel veel dingen nog uitgepakt moeten worden, afgedaan, afgelegd moeten worden. Die, die beelden gebruikt de Here Jezus hier, in deze hele bijzondere geschiedenis, om je zo zulke mooie dingen mee te delen.

Maar ook mensen die de Here Jezus hebben leren kennen mogen ditzelfde beeld wel eens op zichzelf toepassen. Ik ken heel veel gelovigen die gebonden zijn. En nu kun je daar in doorschieten en over demonische gebondenheid spreken en over bevrijdingstheologie spreken, je kunt van alles bij deze dingen voegen. Maar je kunt ook zeggen: “Here, die Gij liefhebt, is ziek. Wilt U alstublieft komen. Wilt U het zo maken dat al die gebondenheid, al die afgeplakte situaties, die situaties dat mensen niet verder kunnen, dat ze vastzitten, dat die weg gaan.” En misschien we er zelf wat aan doen om een stukje vrijmaking, een stukje verlossing te bewerkstelligen. Ook dat is waar. En Wie zou de vrijheid hier op aarde kunnen brengen. Wie zou dat kunnen doen. Daar is maar Eén die dat kan, en dat is de Here Jezus. Het gaat over Hem. het evangelie van Johannes gaat in zijn geheel over Hem. Johannes schrijft over Hem. En de critici zeggen, de inleiding op de NBV vertaling bijvoorbeeld, dat het allemaal anders ligt. En dat er toen al dit was. Nou, de inleidingen op de NBV vertaling, die moet je er eigenlijk maar uitscheuren, als u hem al gebruikt. Maar goed, inleiding horen, vind ik, niet bij die bijbel. Nu komt er een editie zonder die inleidingen, nou, dat is maar goed ook denk ik. Want die uitleg hoeft u niet, echt niet. ik ben een beetje kritisch, maar ik wil het gewoon even zo zeggen. Waar het me om gaat is, dat de Here Jezus, hier in het Johannes-evangelie wordt voorgesteld, wordt omschreven, als God die Zoon werd en was. JHWH Zelf, Die macht had Zijn leven af te leggen en macht had Zijn leven te nemen. Degene die de Schepper is van alles, die de onderhouder is van alles, die boven alle dingen is gesteld geweest, door Wie en tot Wie alle dingen geschapen zijn. Die wordt hier omschreven. En nu kunnen de Joden in Jeruzalem wel zeggen: “Wij willen Hem niet”, maar dat doet niets af aan Gods almacht. Dat gaat ook nooit het plan van God teniet doen. Hij komt, Hij komt, Hij komt op de Olijfberg. Daar verschijnt de Here Jezus, in grote kracht en in grote heerlijkheid. Dar openbaart Hij Zijn macht. En als u wilt weten hoe dat ongeveer werkt, dan ziet u Hem nu staan, bij dat graf van Lazarus. Men rolt de steen weg. En ook al zegt iedereen: “Ja, dit kan niet meer, er is al lijklucht, het is al vier dagen, het is al….” Hij staat al: Lazarus. De doden zullen de stem van de Here God horen. De Zoon des mensen spreekt. En dat heeft dus weer niet te maken met die oren, dat gehoorapparaat, zal ik maar zeggen. Natuurlijke gehoorapparaten, die wij van God gekregen hebben in de schepping. Ja, die werken dan niet meer als je gestorven bent. Dat zijn dorre doodsbeenderen. Maar Hij spreekt. Dat is de Here Jezus die hier voorgesteld wordt. En dat is dezelfde die voor jou naar het kruis ging, die voor jou Zijn leven gaf, die in jouw plaats wilde, wilde sterven om jou voor altijd gelukkig te maken. Dat is de Here Jezus. Dat is mijn Heiland. Dat is mijn Verlosser. Dat is mijn Here, dat is mijn Here. Dat is Degene die voor mij op aarde is gekomen. Dat wordt hier voorgesteld in Joh. 11. Zo’n prachtige illustratie van wat er met ons kan gebeuren, maar wat er in de toekomst met Israël gaat gebeuren. Nou, dat is een enorm stuk feest, daar, op de Olijfberg. En vandaar een tocht Jeruzalem binnen. Dat is weer de volgende keer. Dan gaan we weer verder. Die profetie gaat door, want Hij gaat Jeruzalem binnen. Natuurlijk gaat Hij Jeruzalem binnen. Daar zal het verder gaan gebeuren. Maar nu hebt u een prachtig stukje informatie over hoe de Here Jezus met Israël handelt. Hoe dat volk van God van vroeger, ook al hebben ze nee gezegd tegen Hem, toch tot herstel komt, omdat de Here Jezus hen liefheeft. Omdat Hij van ze houdt en omdat Hij Zijn verbond met dat volk gestand doet. Omdat Hij nooit lat veren het werk van Zijn hand. Omdat Hij Zijn toezeggingen echt waar maakt voor 100%. Daarom, daarom hebben wij sympathie voor het volk Israël. Niet vanwege hun gelaat of vanwege hun gedrag of vanwege hun politiek of hun vernuft misschien in het ontwikkelen van wapentuig. We hebben hen lief omdat God ze liefheeft. Omdat wij durven zeggen: “Here, U houdt van dat volk, heel bijzonder. U hebt dat volk heel bijzonder lief. En U hebt heel veel in dat volk geïnvesteerd. En U gaat dat volk tot leven wekken.” Ook al zouden wij dat nu nog niet zien, dit gaat wel gebeuren. Waar gaat dat gebeuren. Op de Olijfberg. En Daarom is Joh. 11 voor jou en voor mij zo mooi. Ik vind het super, ik vind dat super, dat zulke schitterende stukjes tekst zomaar in onze bijbel staan en dat we daarvan kunnen genieten.

De Here zegene u, amen.