Druiven vanaf dorre grond?

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

17. Druiven vanaf dorre grond?

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,
17 april 2005
      Lezing
Lezen: Johannes 15 vers 1 – 27
1] Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman.2] Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage.
3] Gij zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u.
4] Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
5] Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.
6] Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.
7] Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.
8] Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn.
9] Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde.
10] Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.
11] Dit heb Ik tot u gesproken, opdat mijn blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld worde.
12] Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.
13] Niemand heeft grotere liefde dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
14] Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.
15] Ik noem u geen slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.
16] Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.
17] dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.
18] Stellig zal de wereld u haten (Indien de wereld u haat), weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.
19] Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
20] Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb: Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
21] Maar dit alles zullen zij u aandoen om mijn naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft.
22] Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.
23] Wie Mij haat, haat ook mijn Vader.
24] Indien Ik niet de werken onder hen gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij, hoewel zij ze gezien hebben, toch Mij en mijn Vader gehaat.
25] Maar het woord moet vervuld worden, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben Mij zonder reden gehaat.
26] Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen;
27] en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.
We proberen in deze avonden, deze studies over het evangelie van Johannes, de lijn naar de profetie zo helder mogelijk neer te zetten. Dus behalve de gebeurtenissen die er toen zijn geweest, de woorden die toen zijn gesproken zijn, heeft alles wat hier staat in het evangelie van Johannes ook een verdergaande, een profetische betekenis. Profetie is altijd gekoppeld aan de het openbaar maken van de Here Jezus. Het getuigenis van Jezus is de geest, is de adem van de profetie, zegt de bijbel. Het openbaar maken van de Here Jezus, daar hebben de profeten het over gehad. Daarom is het profetische woord belangrijk. Daarom zul jij je altijd moeten richten naar dat wat profetie is. Daarom ook: “ijvert dat u moogt profeteren.” Niet om te zeggen of het morgen regenachtig of niet regenachtig is, maar om te vertellen dat het om de Here Jezus gaat. Ik hoop ook dat u dat verlangen heeft, dat u de Here Jezus graag meer en beter wilt leren kennen. Je moet Hem natuurlijk ook kennen als Heiland, als Verlosser, als Degene die voor jouw schuld aan het kruis is gestorven. Degene die aan het kruis Zijn leven wilde geven, om ons tot God te brengen, om ons het leven uit Hemzelf te schenken. Daar begint het mee. Dat is niet een soort eindpunt, een soort hoogtepunt van je geloof: “Als je nu maar kunt zeggen dat je zonden vergeven zijn!” Dit is het begin! Zonder dat is er helemaal niets. Van harte hoop ik dat iedereen hier de Here Jezus kent en echt weet: mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven. Maar de Here wil ook dat wij gaan snappen waar het eigenlijk om gaat. Hier begint de Here Jezus. U weet het nog, Hij is met Zijn discipelen in die bovenzaal, in die opperzaal. “Mijn eetzaal”, noemt de Here Jezus dat in Markus 14, “Mijn herberg”. Er was geen plaats voor Hem in de herberg en nu is Hij daar met Zijn discipelen in Zijn herberg. Daar kan Hij Zichzelf helemaal geven. Dat doet Hij ook. Hij bukt Zich. Hij vertelt van het Huis van de Vader. Nu gaat Hij iets bijzonders zeggen. Profetisch vergezicht. Hij begint nu over die wijnstok. “Ik ben de Ware Wijnstok.” Dat komt niet uit de lucht vallen. Israël wordt in Jesaja 5 de wijnstok van de Here genoemd. Uit Egypte gehaald, geplant op een goede bodem, verzorgd aan alle kanten. Zorg is er aan besteed. En de Here verwachtte vruchten aan die wijnstok. Israël wijnstok. Vrucht voor God. Maar Israël, zei Jesaja 5 al eeuwen terug, Israël faalde. Maar u hebt in het Nieuwe Testament nog een bijzondere opmerking van de Here Jezus Zelf. U vindt dat in Lucas 20, als u het thuis wilt nakijken, dan vindt u het daar. Lucas 20 vers 9-19. Waar de Here Jezus de geschiedenis, of de gelijkenis verteld van de onrechtvaardige rentmeesters/landlieden. Ze hadden die wijngaard in beheer, Hij stuurde een knecht om de vrucht te halen, zij zeiden: “nee.” Een tweede, ze zeiden: “nee”. Een derde ze zeiden: “nee”. Een vierde hebben ze gedood. Ze hebben gedood. Ze hebben geslagen. Ze hebben gegeseld. Ze hebben uit de wijngaard gegooid. Tenslotte zegt de heer: “Ik zal mijn zoon, mijn enige sturen, die zullen ze ontzien.” Nee dus, ook die werd met lege handen teruggestuurd. Nou, dat niet eens, hij werd gedood want als ze de erfgenaam zouden doden dan was de erfenis voor hen. Lucas 20. U kent die geschiedenis. Maar u moet daarin duidelijk een beeld zien van Israël. En dat is ook zo. Dat snapten zelfs de Farizeeën en de Schriftgeleerden die daar om heen stonden. Want ze begrepen dat Hij dit met het oog op hen gesproken had. Dat snapten ze. Die wijnstok op vruchtbare bodem gezet, verzorgd aan alle kanten bleek uiteindelijk een wijnstok te zijn met landlieden die niet voor de Here gingen. Met andere woorden: ze waren voor zichzelf bezig. En wat zal de Here met die wijngaard doen? Wegdoen en aan anderen geven. Met andere woorden: dit is echt het einde van het verhaal. En dan zegt de Here Jezus, nadat hij dit allemaal gezegd heeft, (Lucas 20 gaat hier dus aan vooraf) dan zegt Hij, met een paar discipelen in die bovenkamer, in die bovenzaal in die opperzaal: “Ik ben de Ware Wijnstok”. Het is alsof de Here Jezus zegt: “Moet je eens luisteren, dat hele verhaal van Israël is de wijnstok, dat is voorbij. Ik ben nu de Wijnstok. En jullie zijn de ranken.” En zelfs al gaan we doordenken en gaan we denken: ja maar in de toekomst zal Israël toch weer een zegenkanaal zijn, voor… Ja, maar dat wat er in de toekomst gaat gebeuren wat middels Israël aan zegen naar de volkeren gaat (gigantisch veel) is gekoppeld aan Hém die de ware Wijnstok is en niet meer aan Israël die als een edele wijnstok geplant is. Het accent is volledig veranderd. Daarom zie je hier profetische vergezichten. Je ziet het hier gebeuren! Je ziet hier gebeuren hoe de Here Jezus zegt: “Dat van Israël, wat geweest is, dat is voorbij en er komt een hele nieuwe orde. Een hele nieuwe setting.” En dat nieuwe is de Here Jezus Zelf. En alleen middels Hem is het mogelijk om vrucht te dragen. Dat is de profetische lijn. Betekent dit ook iets voor ons? Wis en waarachtig. En ik wil proberen om dit duidelijk te maken, juist omdat ogenschijnlijk hier vanavond mensen zitten die denken: “Ja maar je weet maar nooit hoe het afloopt, er zijn wel mensen die heel zeker zijn van hun geloof, die zeggen ja ik ben een kind van God en dat blijf je eeuwig, het is in God verankert, het is allemaal goed, en ik ga jubelen, ik ga juichen, maar er staat toch wel in de bijbel: als er geen vrucht is (met andere woorden, als je niet zelf presteert) dan wordt je buiten geworpen en dan word je verbrand.” Het staat hier toch? Johannes 15! Hier staat het dan toch? Er wordt héél vaak een vraag gesteld naar aanleiding van Johannes 15 over zekerheid van je geloof. En ik begrijp dat ook, ook dat er in ons midden mensen zijn die daar waarschijnlijk mee worstelen. Ik hoop dat u een regel uit dit stukje tekst – dat is regeltje… het laatst van vers 8: “hierin is Mijn Vader verheerlijkt dat gij veel vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn.” Discipelschap in de bijbel is altijd gekoppeld aan onze verantwoordelijkheid. Dat is een beetje technisch, een beetje theoretisch, theologisch, maar het is wel waar. Er is een groot verschil in de bijbel tussen onze positie ín Christus (wie we zijn in Christus) en hoe we leven vóór Christus. Wie we zijn ín Christus, dat is onze positie. In Christus een nieuwe schepping. In Christus aangenaam. In Christus tot het kindschap Gods verheven. In Christus geweldig gezegend. In Christus – het kan niet meer stuk – je bent een nieuwe schepping, het oude is voorbij gegaan het nieuwe is gekomen. Gaat nooit meer weg. Inlijsten, act er van maken, handtekening eronder, (van de Here God hebt u een handtekening in de bijbel, maar uw eigen handtekening): ja, ik geloof, amen, handtekening, datum, zekerheid. Spijker het maar aan de wand. Vijfennegentig stellingen ooit een keer aan de slotkapel van Wittenberg gespijkerd door Luther halen het niet bij deze stelling: in Christus ben je een nieuwe schepping; in Christus is alles weg wat ooit aan tegenstand en aan verkeerdheid bij mij gevonden werd; het is alles weg; het is voor eeuwig weg in Christus. Dat moet je inlijsten, dat moet jij je eigen maken, daar moet je dankjewel voor zeggen en ter harte nemen. Maar er is ook een tweede kant: en dat is wie je bent vóór Christus. En dat is discipelschap. Draag je ook vrucht? En als je geen vrucht draagt, dan kan de Heer je niet gebruiken. Johannes 15. Je kunt hout, hooi en stro toevoegen en dat verbrand (de eerste brief van de Korinthiërs). Er zijn talloze plaatsen te vinden in de bijbel waar onze verantwoordelijkheid aan de orde komt en waar dat dan ook inderdaad gaat om misschien wel verloren gaan. Een hele sterke tekst: “een broeder om wiens wil Christus gestorven is gaat door uw kennis verloren!” 1 Korinthiërs 8. Dat gaat wel heel ver: “een broeder om wiens wil Christus gestorven is gaat om uw kennis verloren.” Iemand kan verloren gaan omdat ik niet goed ben, omdat ik me niet goed gedraag? Ja, dat staat daar. Nu, de harmonie tussen deze 2 dingen is er wel, en dat is nu precies wat er hier door de Here Jezus wordt neergezet. De Here Jezus zegt: “Ik ben de Ware Wijnstok. Wil jij zegenkanaal voor Mij zijn? Wil jij voor Mij functioneren? Wil Israël in de toekomst voor Mij functioneren? Wil Israël in de toekomst Mijn zegenkanaal zijn?” Willen de gelovigen van vandaag echt een zegen brengend instituut zijn, dan moet je in Hem zijn. En zonder Hem ben je helemaal niets. En als je dat niet bent, dan is jouw gedoe, dat wat jij aandraagt, prut, verbrand, onbruikbaar. Dat doet niets af aan jouw positie ín Christus, maar jouw leven vóór Hem is waardeloos. We hebben heel vaak de tekst de uit 1 Korinthiërs geciteerd – 1 Korinthe 3 is dat voor alle helderheid – waar je toe kunt voegen hout, hooi en stro. Stel dat mijn verhaal alleen wat bla bla is. Alleen maar ik-gericht is; alleen maar op mijzelf getrokken is, dan is dat hout, hooi en stro. Daar blijft niets van over. Als dat in het vuur komt, dan blijkt dat helemaal niets te zijn, het is zo verbrand. En het merkwaardige is dat iemand die hout, hooi en stro aandraagt (in 1 Korinthe hoofdstuk 3) wel behouden wordt, nog steeds, maar als door vuur heen; en alles wat hij aan vrucht heeft, dat verbrand, want er is helemaal geen vrucht. Er is niets aan vrucht bestand voor de hemel. Dat is een hele moeilijke en daar staat notabene bij dat je dan schade lijdt aan je ziel! Schade lijden aan je ziel! Ik hoop dat u het snappen wilt en snappen kunt. U en ik kunnen ons zó gedragen dat er niets is Hém. Dan zijn er niet vruchten die te maken hebben met de Ware Wijnstok! Dan zijn het vruchten die te maken hebben met onszelf! En dat gevaar is behoorlijk groot. Een illustratie uit de bijbel. Het is even een omschakeling misschien. We schrijven binnenkort weer Pinksteren, we praten weer over de Heilige Geest, maar dat kwam ook in ons hoofdstuk vanavond voor in het laatste vers wat ik met u gelezen heb. Dat die Geest der Waarheid, de Trooster gaat komen, die van de Vader uitgaat; en dan moet ook gij getuigen. Wij moeten getuigen. Ik zal u een illustratie geven. In het Oude Testament vindt u op een bepaald moment dat Mozes 80 jaar geworden is. Niet zijn verjaardag, dat bedoel ik niet zo, maar hij is op stap met de schapen van zijn schoonvader en brengt die schapen naar de overkant van de woestijn. Zo staat dat er in Exodus 3. En als hij die schapen naar de overkant van de woestijn gebracht heeft, dan is er iets bijzonders aan de hand. Daar is een braamstruik in brand. Nou, dat had Mozes echt wel vaker gezien, maar het wonder was niet dat die braamstruik brandde, het wonder was dat die braamstruik niet verteerde. En Mozes wil dat wondere schouwspel gaan bezien (zo staat dat precies in de bijbel) gaat dichterbij komen en de Here blijkt in Vuurvlam geopenbaard te zijn en in die braamstruik te zijn! Mozes komt dichterbij en wil het gaan bekijken. De Here zegt: “Ho, ho, wees voorzichtig, Ik ben hier. Kom niet te dichtbij, doe je schoenen van je voeten.” Dat doet Mozes. We hebben moeite met dit soort dingen, want we denken: “Ja, dit is van vroeger; dit heeft te maken met toen, maar hoe gaat het dan vandaag?” Ik zal het u zeggen hoe het vandaag gaat. Op hen vertoonden zich – Pinksterdag – verdeelde tongen als van vuur. Is dat hetzelfde vuur? Jazeker, als God Zich openbaart, openbaart Hij Zich in verterend vuur, want onze God ís Verterend Vuur. Hij kan niet eens anders! Ja, u zult misschien zeggen: “Ja maar mijn God is toch ook liefde?” Amen! “Mijn God is toch ook Licht?” Amen! Maar Hij is ook verterend Vuur. Als God zich openbaart is er vuur. Als de grote gloriewagen van God uit Ezechiël 1 komt: Vuur. Laaiend vuur, als die tienduizend maal tienduizenden en die duizend maal duizenden voor Hem staan: laaiend vuur. Dat kan niet anders. De troon van God ís vuur. Een en al vuur. En de braamstruik verteerde niet. Zal ik het u anders zeggen? Hebt u ooit God gedankt voor het feit dat God de Heilige Geest in u woont en dat u niet verteerd bent? D’r was genoeg om te verbranden, er was zat om te verteren! Maar God, die Heilig Vuur is en die Laaiend Vuur is, die Verterend Vuur is, woont in u! Nou, ga dan maar Klaagliederen 3 toch maar op je bordje zetten: “Het zijn de goedertierenheden des Heren dat wij niet verteerd zijn, of vernield zijn”. Zo staat het er geloof ik. “Omgekomen” in de nieuwe vertaling. Het is zo geweldig dat jij je mag realiseren dat God, die Verterend Vuur is, ín ons woont en dat we niet zijn omgekomen! U zit er nog? U bent er nog? O. “Halleluja!”, roep je dan maar hard. Voor mij hoeft dat niet precies zo hardop maar in je hart mag je dat toch alsjeblieft een keer zeggen: “Heer dit is toch zó uniek, dit is zo geweldig dat U in ons wilt gaan wonen en dat we niet omkomen…” En dat er verdeelde tongen als van vuur zijn op de Pinksterdag: aan de ene kant is God Liefde aan de andere kant is God oordeelbrengend Vuur. Altijd die twee kanten. Verdeelde tongen als van vuur. Wat men er verder ook van vindt, in welke kringen u ook komt, dit is écht duidelijk een bijbelse lijn! De Here wil Zich openbaren. Mozes ziet dat en hoort de Here zeggen wie Hijzelf is. De Here laat Zich zien; laat horen Wie Hij is. “Ik ben de Here uw God. Ik ben Jahweh.” Voor het eerst heeft de Here God Zich aan iemand geopenbaard. “Mozes, Ik wil dat jij voor mij gaat.” Begrijpt u het? “Ik wil” – zal ik het tegen jullie zeggen, tegen mijzelf zeggen, tegen ons zeggen: “Ik wil dat jullie vanaf nu vrucht gaan dragen. Ik wil dat jullie voor Mij vruchtbaar zijn.” En Mozes zegt al: “ja, maar…het is vandaag een beetje zonnig, ik weet het eigenlijk niet.” Daar gaat ’t ie. Dat gezwam van ons heeft al eeuwen aangehouden. Onze voorvaderen deden het niet beter en het zal misschien ook wel zo blijven. Eindeloze reeksen excuses, bedenksels. En we gaan van alles zeggen: “Here God, stuurt U maar iemand anders!” “Ja, maar Ik wil je sturen!” “Ja maar ik kan niet spreken.” Machtig in woorden en werken was die Mozes toen hij 40 was en nu hij 80 is kan hij geen woord meer over zijn lippen krijgen. Ik heb wel eens een beetje bijtend spottend gezegd: “als je 40 jaar lang probeert om het Drents volkslied te leren – bé bé bé – dan zeg je op een bepaald moment helemaal niets meer.” Nou zo ongeveer was het. Niets meer. Het was over. Een bekwaam man die heel goed sprak zei tegen de Here: “Ik kan niet spreken.” En de Here zegt daar: “Wie geeft de mens een mond? Wie maakt blind, stom? Wie doet dat? Ben Ik het niet? Wat heb je daar in je hand Mozes?” “Ja, een staf.” Je zou bijna zeggen: “een beetje aartsbisschop heeft zo’n ding.” Misschien zie je ze morgen wel. Beetje bijtend. Een herder had een staf. En die herderstaf was daar bij hem. “Gooi dat op de grond”, zei de Here tegen Mozes. Dat deed Mozes. En wat werd het? Een slang. “Grijp het bij de staart!” Mozes vluchtte weg voor die slang en moest het bij de staart grijpen. Nou dat wist hij ook wel, dat is niet zo best. Als je dan toch een slang wilt grijpen dan moet je het niet bij de staart pakken. Hebt u wel eens gekeken hé? Moet je bij de kop pakken. Toch? Als je het bij de staart pakt dan kronkelt ’t ie zo om je arm en dan bijt ’t toch? Dan heeft die nog alle ruimte om te slingeren. Raar hé? Zal ik het anders zeggen? Heel gewoon, héél gewoon. Wat heb jij in je hand? Vanavond? Wat heeft de Gemeente in haar hand? Dat stuk gereedschap van de Here in onze handen; of dat nu je verstand is, je muzikale kwaliteit is, of je bestuurlijke gave is, of je computertechniek is, of… vul maar in. Kinderen, volwassenen, Evangeliserend, opbouwend, pastoraal, wat het ook is; dat wat je in je hand hebt, als je dat op de grond gooit… dan wordt het een slang! Je kunt het zo gek niet bedenken of de duivel is aan de haal gegaan met al onze kwaliteiten. Boekdrukkunst uitgevonden, was een bijbel. Super! Prijs de Heer! Halleluja! Dit was het! Maar boekdrukkunst in de handen van de duivel is porno. Video, film, televisie, techniek, computer, het downloaden van de boodschappen. Het is fantastisch, maar er zit minstens zoveel prut en narigheid en verkeerdheid daar. Stel dat jij dat wat jij hebt op de grond gooit; laat liggen. Dan gaat de duivel daarmee aan de haal. En dat is hem aardig gelukt! We stikken ervan! We zitten er helemaal onder! Alles wat we hebben wordt bijna in deze wereld gepompt! Al onze kwaliteiten, al de gaven, alle mogelijkheden. Ze worden benut door de duivel en hij buit het uit. En hij maakt je slaaf van diezelfde prut. Hij vernielt je waar je bij staat. Je gaat kapot aan al die narigheid, die zomaar voor handen is. “Grijpt het bij de staart!” “Ja, ja Heer, maar als ik …” “Nou, je hoeft het niet bij de kop te pakken, dat heb Ik gedaan”, zegt de Heer Jezus. De satan zal de kop vermorzeld krijgen. Door wie? Door de Ene, die hem de kop zal vermorzelen. Je moet het pakken! En op het moment dat je in die kronkelende warboel grijpt dan blijkt het een staf te zijn waarmee jij misschien wel water uit de rots kunt slaan; waarmee jij misschien wel een pad dwars door het water heen kunt creëren! Dan wordt hetzelfde, door God gegeven attribuut, een wonder, een krachtmiddel van Hem, van jewelste. U kent de geschiedenis. Maar nu weet u het: als je oog in oog staat met die brandende braamstruik, als jij je realiseert dat God de Heilige Geest in je woont en dat je niet omkomt, dan wordt het tijd dat je ophoudt met excuses te bedenken van: “Ja maar, Heer wat zou ik dan voor U kunnen doen?” Nou, de Here Jezus zegt: “Ik ben de Ware Wijnstok, en jij bent in Mij en elke rank in Mij die draagt veel vrucht.” Punt! Dan is de discussie al gesloten. Hier staat het! De Here wil dat jij en ik vrucht dragen voor Hém. Dat we er zíjn voor Hem. Nu, de Here gaat met Mozes nog één stap verder. Hij zegt: “Moet je eens luisteren Mozes; steek je hand nu eens in je boezem.” Nou hij met zijn hand z’n overhemdje in, komt ’t ie er uit, helemaal melaats! Sneeuwwit, zegt de bijbel. Dus niet alleen wat je hebt aan capaciteiten, aan mogelijkheden: in de handen van de duivel is het inderdaad tegenstand, voor God is het een wonder! Maar ook je innerlijk, je hart. Dus het gaat niet om je capaciteiten, maar om je gevoelens, om je emoties, om wie je bent, weet je wel, dat is heel close, dat is heel dicht bij jezelf…melaats! “Ja Heer, van top tot teen melaats! Ik deug niet, ik kan niets!” Nou, dat zal de duivel je heel, heel vaak zeggen: “Jij? Jij kunt helemaal niets!” “Steek je handen er eens weer in.” De Here ziet… brandschoon. Alsof de Here wil leren: inderdaad, je hart is een poel van…, is een moordkuil, is helemaal niet schoon; is heel duidelijk aangeduid. Maar er is iets nieuws! Er is iets nieuws! Er is een wedergeboorte! Er is nog een andere kant van de zaak! En dat is de verlossing, de bevrijding door het geloof in de Here Jezus. “Mozes, ga! Doe! Ga!” Nou, daar gaat hij. En hij is vruchtbaar geweest. Ik wil dit voorbeeld gebruiken om Johannes15 te etaleren. De Here Jezus zegt: “Ik ben de Ware Wijnstok, jij in Mij. Zonder Mij kun je helemaal niets doen, dus geen enkel, geen enkel strootje, geen enkel pluisje kun je tillen zonder Mij. Zonder Mij kun je helemaal niets doen.” Dat is móéilijk voor ons! Want we zijn van die echte doe-het-zelvers; allemaal klanten bij Formido en bij Praxis en weet ik veel hoe ze allemaal heten. Allemaal doe-het-zelvers. “Nee”, zegt de Here Jezus, “zonder Mij kun je helemaal niets doen. Je moet niet in die richting denken; je kunt helemaal niets.” En dat is voor ons vandaag heel erg moeilijk. En als je niet écht leert zien wat het kruis van Golgotha is, wat er is gebeurd; dat jij normaal gesproken met Gods Vuur zo dichtbij, omgekomen zou zijn…. Er was van jou niets overgebleven! Je was helemaal verbrand en verteerd. En nu door het geloof in de Here Jezus sta je er nog. Dat geldt ook voor Israël voor in de toekomst. Dat beeld van die brandende braamstruik is ook voor Israël een prachtig stuk vooruitzicht. Hoe het ook gaat, de Here zegt: “Toch zijn ze niet verteerd, daar heb Ik Zelf voor gezorgd.” Maar goed, dat is even los van dit. Zou u nu durven zeggen: “Here Jezus, dank U dat U de Ware Wijnstok bent, dat ik in U ben. En dat ik mijn sap, mijn kracht, mijn vruchtbaarheid uit U put; dat ik geen enkele andere bron heb waar ik uit putten kan, dat er niets is waardoor ik vruchtbaar kan zijn voor U; dat het alleen maar is door U Here Jezus, alleen maar door U Here Jezus.” Wat zou er dan gebeuren? Vrucht voor Hem. En als er nu geen vrucht is? Dan zegt de Here Jezus: “Dan kan Ik je niet gebruiken.” Ben ik dan geen gelovige meer? Is dat dan ineens over? Nee. De Heer kan je niet gebruiken. Zou de Here ons allemaal kunnen gebruiken? Laat ik het eerst anders zeggen. Zal de Here ons allemaal willen gebruiken? Ja. Zal de Here ons allemaal kunnen gebruiken? Nee. Dat hangt af van uw verlangen. Dat hangt af van het feit of u dat wilt. Jij moet het willen. “Mozes, Ik roep je, jij moet gaan!” “Ja maar Heer ik durf niet zo goed en ik kan dat niet…” en ik weet niet wat hij allemaal bedacht heeft. “Toen nog hebben ze mij gehaat, toen nog hebben zij mij achterna gezeten, nou moet ik zeker weer terug naar Egypte?” Hoeveel excuses hebt u bedacht? Hoelang hebt u al excuses op uw lippen om te zeggen: “Heer stuur de buurman maar, laat die maar gaan preken, laat die maar gaan spelen, laat hij maar gaan zingen, en laat Bas van de Bosch maar gaan fluiten.” Ja, als ’t ie het dan toch zo goed kan, laat hem het dan maar doen. U fluit niet. Nu maak ik een klein beetje een grapje ervan. Ik wil alleen maar zeggen: “Wat jou jij kunnen?” Er zat een gedrochtje in een rolstoel, vlakbij mijn neus. En ze had de Here Jezus leren kennen. Maar ze kon niets. En ze zei: “Wat kan ik doen voor de Here Jezus?” Ik denk: “Wat moet ik zeggen?” En ik heb tranen in mijn ogen: Lopen kun je niet, schrijven kun je niet, je kunt je niet eens wassen, je kunt je niet aankleden, je kunt eigenlijk niets! En ik keek in haar ogen en zei haar: “Jij mag stralen voor de Here Jezus!” Tranen! Het was alsof de spetters eraf vlogen! Onvoorstelbaar! In de handen van de duivel was het een aanklacht tégen God, maar in Gods hand is het een schitterend stuk getuigenis. Daar heb je het weer. Weer hetzelfde. Nu moet je ophouden met excuses van “Ik kan het niet!” Breed, smal, het is allemaal al geweest. Wees nu eens eerlijk en zeg: “Here Jezus, ik wil zo graag vruchtbaar zijn voor U!” Niet om de hemel te verdienen, die heb je al!!! Je bént een gelovige! Maar om Hém eer te geven! Want alles wat jij extra toevoegt is in feite glorie voor de Here Jezus. En daar gaat het toch om? Alles wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde. Dat wordt zichtbaar. Dat wordt Boven bijgehouden. Dat wordt héél precies geregistreerd. Daar hoeft u nooit en nooit bang voor te zijn. Die boekhouding is perfect. En op een bepaald moment dan sta je daar met de kroon voor Hém. Dat je die kroon aan Hem geeft zegt alleen maar iets van: “O Here Jezus, ik heb wel iets gedaan voor U, maar U deed het in mij want ik kon het helemaal niet!” Want je komt erachter dat het alleen maar in Hem gebeurde. Nooit buiten Hem om. Want Hij gaf u ook nog de kracht. Als Maria zegt: “Mij geschiede naar Uw Woord, zie de slavin van Uw Heer.”, dan is dat tegen álle logica in. En zij wordt – ja echt – geprezen om haar gehoorzaamheid. Om haar bereidheid. Zou u durven? “Ja, zij had misschien ook niet zoveel” zou je zeggen. Nou, ze had wel een baarmoeder. En je zou bijna geneigd te zeggen: “Wat kan ik dáár dan mee doen?” Nou, toch kennelijk heel veel! Hier ligt het beginsel: Ik ben de Ware Wijnstok. Weet je, in de toekomst zal de Here Jezus schitteren en is élke zegen van Hem afkomstig. En álles wat er gebeurd aan zegen middels Israël in de toekomst is hier op geënt. Volledig. Dan zeggen ze niet meer: “Wíj hebben dit en wíj hebben dat gedaan.” Ze hebben helemaal niets gedaan. Ze kunnen alleen maar zeggen: “Heer we hebben het helemaal verknoeid, we hebben alles in feite uit handen gegeven en het is alles een slang geworden het is allemaal verdorven; het is allemaal de verkeerde kant op gegaan; alles wat wij hadden is ontspoord!!” Maar in Hém is dat alles anders! In Hem is er een hele nieuwe Boom, een hele nieuwe Kracht, een nieuwe bloeitijd gekomen. En zegen, zegen in overvloed! Dat is de nieuwe route! Dat is de toekomst! Israël zegenkanaal. En jij en ik zijn nu aan de beurt. “En gelijk de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad, blijf in Mijn liefde” Met andere woorden: die liefde van de Vader die in de Here Jezus is, want Hij is Jahweh Zelf, die liefde van God is in jouw hart uitgestort door de Heilige Geest! Dus kun je liefhebben! “Hoe kan ik nou vruchtbaar zijn?” Nou, misschien wel door lief te hebben ten aanzien van mensen die Mij haten. Nou dat is moeilijk! Iedereen heeft zo genoemde experiences, iedereen heeft ervaringen. Iedereen heeft mensen ontmoet in de kerk of in de familie die je onheus hebben behandeld, die je hebben beschadigd. Je weet het. En je gaat er onder gebukt. Je gaat er echt onderdoor, als niet iemand zegt: “Kijk eens naar de Here Jezus, Die om de Vreugde die voor Hem lag het kruis heeft verdragen, de schande niet heeft geacht. Kijk eens naar Hem, die als Hij gescholden werd niet terugschold, als Hij leed niet dreigde maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt.” Zie je hoe Hij vruchtbaar is? “Indien de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft blijft ze alleen; maar indien ze sterft brengt ze veel vrucht.” Het is toch altijd hetzelfde? Zouden wij het durven? Zouden wij het zeggen: “Heer we leveren alles in. Heer, ik geef mijzelf aan U volkomen, ik leg mij al hier voor U neer. Hier ben ik. Neem mij, bréék mij” – zegt dat lied. Dat past niet in onze moderne psychologie. Want dan mag jij je nooit zo opofferen, dan moet je voor jezelf opkomen, en voor je eigen rechten opkomen, dan moet je van je afbijten, dan moet je assertief zijn. Je krijgt een hele lading adviezen mee. Maar het heeft allemaal te maken met: Ik blijf overeind. Niet: “Ik doe mijn schoenen van de voeten.” Schoenen van de voeten is een belijdenis: ik kan het niet. Als in Ruth 4 de ene losser zegt: “Ik kan het niet”, dan doet hij zijn schoen van zijn voeten. Begrijpt u het? Schoen van de voet is: Ik kan het niet. Niet alleen eerbied voor. De Here zegt tegen Mozes in dezelfde geschiedenis: “Kom niet te dichtbij” dat is eerbied, “doe je schoenen van je voeten” belijdt dat jij het niet kunt. Dat is heel moeilijk! Dat moet je aan Hollanders zeggen! Je zet ze gelijk allemaal op een onvoldoende bij wijze van spreken. Neen, belijden: “Here ik kan het niet, maar U kunt het in mij en U wílt het ook in mij! U wilt het gaan doen! En U wilt dat geweldige proces in mij waarmaken!” Dát is Johannes 15. En dat het in de toekomst gaat gebeuren, ja, dat is voor mij helder. En dat het ook nú mag gebeuren is ook helder. Dus profetisch vergezicht, praktische toepassing: De Here Jezus wil zo graag dat wij gaan begrijpen dat de liefde die in de Vader is, in de Here Jezus was, en dat Zijn liefde – de Liefde van de Here Jezus – nu in ons is. En als dat gebeurd dan is onze blijdschap volkomen! Nu is ons heil volkomen. Nu zijn we blij. Dit is een blijdschap! En daaraan zullen ook allen, zullen ze zien dat er iets bijzonders met jullie aan de hand is. Want als er geen liefde onder elkaar is, als dat proces in jullie midden al niet werkt dan werkt het ook niet bij de buren! Nou, dat snap ik. Als je een bedrijf hebt en je weet je eigen bedrijf niet zo goed te runnen; en je gaat naar de buurman en je zegt: “Buurman zal ik je helpen met management?”, dan zegt die buurman: “Nou, nee ik ga maar naar mijn eigen accountant of ik ga naar mijn eigen adviseur.” Dat zegt ’t ie toch? En als wij onderling ruziënd over straat lopen; gelovigen die elkaar in de haren vliegen… wat zegt de wereld dan? “Nou, dat hoef ik niet!” Dat is toch logisch! Hier staat het. U vindt het allemaal. Bovendien moeten we ons goed realiseren dat wij in deze wereld zijn waar alles tégen de Here Jezus is. Zoals Mozes – terug bij dat voorbeeld – naar Egypte moest, waar alles tégen was; waar de Farao de overste van de wereld regeerde, die tégen was; waar het volk van God onder druk stond; waar ze eigenlijk niet meer verder konden. Maar de Here God wil hen uit die sfeer halen, wil ze op adelaarsvleugelen dragen en ze tot Hemzelf brengen. Dat is wat daar gebeurd. En dan moet je dus zeggen: “Ja maar die hele wereld van jullie, dat hele stelsel van jullie, dat hele gedoe en dat gepraat van jullie; daar blijft niets van over, dat gaat helemaal weg, dat gaat stuk! Daar komen de oordelen van God over!” Wij dan wetende de schrik des Heeren, overreden de mensen. De schrik des Heeren komt! De oordelen van God! Openbaring 16, vind u allemaal al terug in het boek Exodus. Al die 9 plagen plus dat eindoordeel vindt u al terug! Het is alsof de Here zegt: “Kijk eens, wat daar toen gebeurd is, is illustratief voor wat nog gaat komen!” En wij wéten dat! En als de wereld zó voorbij gaat, en alles wat ze heeft – de wereld en haar begeren – nou, dan moeten we ons niet verbazen als de wereld ons haat. Want we horen niet bij die club! We zijn anders. Als we bij die club gebleven waren, dan zouden ze ons waarschijnlijk nog wel sympathiek gevonden hebben. Maar juist omdat we “nee” zeiden tegen deze wereld…. “Hoe doe je dat?” Nou in elk geval door te kiezen voor de Here Jezus. En door tegen de buren te zeggen: “Ik heb de Here Jezus. En omdat ik Hem liefheb, wil ik in Hem blijven en wil ik voor Hem gaan.” Openlijk. Heeft dat ook met de doop te maken? Doop en discipelschap – dat heb ik al een paar keer uitgelegd in een doopdienst – horen bij elkaar. Horen nadrukkelijk bij elkaar. Kiezen. Gaan staan aan de kant van de Here Jezus. Hier hebt u het nog een keer, voor de zoveelste keer. Deze dingen liggen hier heel helder. En de Here Jezus noemt Zichzelf: Degene die van God gestuurd is. En juist omdat Hij hier geweest is, hebben ze geen excuus. Nou, ik wil niet eigenwijs zijn, maar een beetje geldt het ook voor ons: omdat wij hier in deze omgeving geweest zijn – als wij voor Hem leven – heeft diezelfde omgeving geen excuus. Dat is heel erg. Want de Here zal zeggen: “Toen en toen zijn die en die mensen bij jou geweest, hebben met jou gesproken.” Fluitend in de Passage, of sprekend bij weet ik veel, of trommelend bij het Leger des Heils, of vul maar in. Misschien wel op een ziekenkamer, misschien wel als bloemenbrenger, misschien wel als vul maar in. De Here weet het. Het gaat er niet om wát we moeten doen. We mogen in Hem zijn. En omdat we in Hem zijn, is er zegen, is er blijdschap. “Daarin is God de Vader verheerlijkt, dat wij vrucht dragen voor Hem.” Prachtige dingen. Straks in de toekomst: één en al vrucht voor Hém! Nog één simpel voorbeeld tot slot: Openbaring 22: de zegenstroom uit de troon van God. In het midden van die stroom: de Boom des Levens. Aan weerszijden van die stroom: de Boom des Levens. Anders? Het hout des Levens, het kruis van Golgotha: middenin en afbakening. Die hele zegenstroom wordt gekenmerkt door het kruis van Golgotha. “Zonder Mij kunt gij niets doen.” Er is geen zegen zonder het kruis. Nu begrijpt u waarom de duivel het kruis weg wil poetsen. Ja je mag hem wel houden als symbool, geen probleem. Als je er maar niet over praat. Als je maar niet verlangt naar Hem. Als je maar niet praat over Zijn komst. Ik hoorde gister iemand zeggen, hij was in China geweest hij had een aantal bovengrondse kerken daar bezocht: “Ja, ze waren in zekere zin best groeiend in aantal en ook best vrij om een aantal dingen te zeggen; maar één ding mochten ze niet zeggen van de overheid en dat is dat de Here Jezus komt.” Daar schrik je toch van? Nou, ondergronds is er ook genoeg gedoe. Denkt u maar aan de hemelse man en al het gedoe daar omheen. Ik bedoel het niet katterig ofzo, maar even feitelijk. Er is best heel veel te vragen. Als je dáár maar níét over praat! Het lijkt wel alsof de kerk vandaag op de bovengrondse kerk in China lijkt! We zijn hier in Nederland allemaal bovengronds. En als ik u vraag: “Welke signage van de kerk – even globaal – spreekt over de komst van de Here Jezus?” Zou het 10% zijn? Ik denk dat ik al hoog zit. Het zal wel eens lager kunnen zijn. Ziet u hoe de duivel bovengronds in China en bovengronds in Nederland precies hetzelfde doet? Ik hoop dat u mij begrijpt. Het is de Here Jezus! Het is de Christus! Hij is het! Hij is het alleen! De Here zegene ons.Ik wil daar graag voor bidden. “Vader, wilt u ons zo in onze verantwoordelijkheid helpen om van de Here Jezus te getuigen. Om voor Hem te leven. Om vrucht voor Hem voort te brengen, om getuige te zijn. En de Heilige Geest, de Trooster, de Geest der Waarheid is in ons, in de wereld haat. Ze hebben de Here Jezus gehaat, ze zullen ons haten. Maar we mogen een gezelschap vormen, van gelovigen, die verlangen naar Hem, die ook spreken over Hem en die ook willen gaan voor hem. Misschien wilt U ons gedrag, misschien wilt U ons woord, misschien wilt U onze daden de komende dagen gebruiken. We willen U in elk geval zeggen: “Vader hier ben ik, zend mij maar, gebruik mij.” En U roept ons vanavond om discipelen te zijn, om vrucht te dragen voor de Here Jezus, in de Wijnstok. Wilt zo Uw Woord zegenen aan ons aller hart. In de naam van de Here Jezus. Amen.”