Discipelschap avond 2

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

2 Discipelschap – Training Bijbellezing over Mattheüs 5 vers 5 – 16
door Dato Steenhuis,

20 september 1999

      Lezing

Fijn om elkaarw eer te ontmoeten. We lezen vanavond Matteüs 5:5-16
5 Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
8 Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
9 Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
10 Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
12 Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.
13 Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
14 Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.

16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
Tot zover het lezen van Matteüs 5.

Alles herhalen van de vorige keer kan niet. U kunt bandjes bestellen of een cd’tje. Het is heel belangrijk, dat u in de gaten houdt, dat dit onderwijs is door de Here Jezus zelf gegeven aan Zijn discipelen. Het waren al discipelen, maar ze   werden nu verder ingevoerd in Gods gedachten. En ik hoop ook echt dat je hier zit als een gelovige, als iemand, die weet leven uit God te hebben. Iemand,   die weet dat zonden vergeven zijn, dat de schuld weg is. Niet de zonden van anderen, dat is ook wel aardig als je dat hoort, maar voor jezelf. Ik hoop echt, dat je voor jezelf kan zeggen: ik ben een kind van God, ik weet mijn   zonden zijn vergeven en mijn schuld is uitgedelgd. En dat is gebeurd aan het   kruis van Golgotha, waar de Here Jezus Zijn leven wilde geven tot een   losprijs voor velen. En eenieder, die dat in dank heeft aangenomen, die dat   heeft omarmd, die dat naar zich toe heeft gehaald, mag zich een kind van God noemen. Krijgt vanaf dat moment de Heilige Geest in zich, waardoor hij of zij   in staat is om de gedachten van God te leren kennen, om te begrijpen wat God   heeft gezegd. En nu gaat het over een getuige zijn hier op aarde, een stukje   discipelschap. We hebben de vorige keer gezegd, dat je goed in de gaten moet   houden, dat het gemeenteleven op een aantal manieren wordt voorgesteld. Als een lichaam met leden. We hebben ook gezegd, dat gaven te maken hebben met   het lichaam van Christus, door de Heilige Geest uitgedeeld. Een plekje in het   lichaam, zoals Hij gewild heeft. Jij een stukje schouder, een ander een   stukje voet, een derde een stukje oog, iedereen op zijn eigen plek. Gaven. We hebben ook gezien, dat de gemeente een huis is en ambten zijn daarmee   verbonden. Waarin de dienst aan God toe uitgeoefend wordt in priesterlijke   dienst en in verkondigende dienst naar binnen toe. We hebben ook gezien, dat   de gemeente een kudde is, waar pastoraat en zorg voor voedsel de boventoon   voeren. We hebben ook gezien, dat de gemeente gezien wordt als een bruid en   daarbij gaat het om toekomstverwachting, om verwachten, verwachting van de   bruidegom, die gezegd heeft: Ik kom spoedig! Een liefdesrelatie dus, een   verlangen ook: “ik heb u als een reine maagd aan één man verloofd.” Dit   citeerden we ook de vorige keer.En we hebben gezien, dat de gemeente gezien   wordt als een koninkrijk. Dat koninkrijk heeft twee kanten. Een koninkrijk in   de toekomstige vorm, als de koning hier is, als de koning zetelt in   Jeruzalem, als Hij heerst in Zijn troon te Jeruzalem. Maar ook een koninkrijk   nu op aarde. En discipelschap hoort daar bij. Hoort dus bij de gemeente   gezien als een koninkrijk. Ga dit niet verwarren. Het is dus niet zo, dat als   je geen goede discipel bent je dan ineens kind van God af bent, dat je dan   uit het lichaam van Christus geraakt bent of dat je niet meer in het huis van   God bent. Maar discipelschap heeft te maken met functioneren hier op aarde   waar de strijd is, war de Satan heerst, waar echt van alles gebeurt om jou en   mij onderuit te halen. Hier functioneren. In Paulus zijn dagen werd dat   vergeleken met een regiment soldaten. Een hele rij, naast elkaar, schouder   aan schouder en het kon gebeuren, dat er iemand viel, ofwel door de dood   ontviel ofwel wegging, maar dan werd een ander voor die doden gedoopt, die   werd dus in zo’n plaats gezet. Niet dat je voor de doden gedoopt kunt worden,   zoals de mensen van de kerk in Utah, Amerika, leren. Dat bedoel ik dus niet.   Maar de plek innemen, de plaats innemen van iemand, die   ontviel.Discipelschap. Discipelschap is geen gave. En als we het vanavond   hebben over een aantal kenmerken van een discipel, dan mag je dus niet denken   aan het lichaam van Christus. Zo van: ik heb geen gave van zachtmoedigheid,   nou wat kan ik er dan aan doen? Of ik heb geen gave om rein van hart te zijn,   dus…… Ja, God heeft verschillende gaven gegeven, De een dit en de ander dat.   Sorry, ik zei zo pas, gaven horen bij het lichaam van Christus. En dan is er   inderdaad verschil. Heel veel verschil kan er zijn tussen de een en de ander.   Maar als het om discipelschap gaat, dan gaat het dus niet om bepaalde gaven,   die jij zou hebben en ik niet of omgekeerd. Ja, dat komt al heel dichtbij. Dat betekent, dat niemand zich kan verschuilen: nou ik ben nu eenmaal zo. En   dat doen we zo graag. Ik doe, misschien weten jullie dat, veel in   huwelijkspastoraat. Ik had een stel in mijn kamer en die man vloog echt naar het plafond. Hij verweet zijn vrouw met wie hij jaren, jaren getrouwd geweest   is van: “en je kent me nu nog niet”. Ik ben niet op een mannendag geweest, ik   citeer niet uit een voorraad, die daar uitgestrooid is, maar het verwijt is van: “nou, ik ben nu eenmaal niet zo.” En dan moet je tegen die broederman zeggen, moet je luisteren, die tekst past jou niet en dit soort taalgebruik   ook niet. Want je hebt geen poot om op te staan als ik vanuit de bijbel ga   vertellen, dat je op de Here Jezus moet gaan gelijken. Je mag duizend keer   zeggen: Here help me a.u.b. om een beetje op U te lijken. Dat is heel wat   anders. Maar te zeggen ik ben nu eenmaal niet zo, ik heb die kwaliteiten   niet, dat is: je verschuilen achter het oude leven. Discipelschap is dus niet   een geve, het is een opgave, een opdracht. En dat is al heel belangrijk. Nu   we zijn als schoorvoetend begonnen en nu gaan we vanavond verder met (ik heb   een heel klein spiekbriefje voor mezelf, dat is gemakkelijker dan de hele   avond de bijbel vast te houden) zachtmoedig te zijn. En Kees citeerde zo pas   in zijn gebed al, dat de Here Jezus gezegd heeft in Matteüs: “leert van Mij,   dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart”. En als je bij rein van hart   komt, dan denk je bij jezelf, nou dat is er maar één en dat is de Here Jezus   zelf. En toch worden wij opgeroepen, om zachtmoedig te zijn, om de   kenmerkende dingen ook te gaan vertonen. Het moet voor de discipel genoeg   zijn om te worden als de meester, Mat. 10:25, zeiden we ook de vorige keer. Een soort sleuteltekst. En we zijn hier in deze wereld, om nu de Here Jezus   te vertonen. En als we zo’n lied zingen in mineur over de teloorgang van de   kerk en de teloorgang van het getuigenis, ja dan schaam ik me eigenlijk een   beetje. Want wie heeft nu de Here Jezus gezien in mijn omgeving, wie heeft de   Here Jezus echt gezien, waar wij wonen. Toen ik tot bekering kwam en ik dacht   dat mijn vader en moeder niet bekeerd waren, heel erg fanatiek, sorry dat ik   het wat plat en kort door de bocht zeg: ik denk dit zullen ze weten. Nou dat   hebben ze geweten. 13 jaar stilzwijgen daarna. Ja, natuurlijk ging je wel als   zoon naar je vader en moeder op verjaardagen en zo, dat ging allemaal wel   door, maar contact was er niet meer. Het was gewoon stuk. En wie had het dan   stuk gemaakt? Die lui, die luisteren? Nou misschien ook wel een beetje, maar   ik was veel te fanatiek geweest. Had ik iets van zachtmoedigheid geëtaleerd?   Nee dus. En zo is er zo vaak iets tuk in de onderlinge relatie, in ons   spreken, in ons gaan naar… We laten zo ontzettend weinig van de Here Jezus   zien. Kon je Hem maar echt naar voren schuiven. Kon je Hem maar als een soort   poppetje aan touwtjes hebben, ik wil geen ander woord gebruiken, en op dat   moment zeggen: kijk! Hier is Hij. Weet je wel, zo ongeveer. Maar dat is nou   eenmaal niet zo. Jou gezicht en jou woorden en jou body-language, je   lichaamstaal, alles aan jou komt op dat moment binnen. Jij bent daar en je   bent op dat moment eigenlijk het gezicht van God. En dat zouden wij moeten   leren. En nu weet ik wel, dat hier niemand staat of gaat staan van: dit doe   ik al lang; fluitje van een cent; ja, ik heb er even moeite me gehad, maar ja   dat was de 1e klas, maar nu, nee nu zit ik gediplomeerd, zeg kom;   he he, als ze mij zien, dan zien ze het hoor. Nou u weet dat dit natuurlijk   niet waar is. Ze ruiken op dat moment precies het omgekeerde. Het is wel de   reuk van je eigendunk. Zachtmoedigheid. Mozes wordt in de bijbel de meest   zachtmoedige man genoemd. Numeri. Hij is een paar keer goed kwaad geweest.   Een keer zelfs zo, dat God zij; nu kom je toch het beloofde land niet in. Dat   was naar ons gevoel een beetje te hard. En Mozes heeft ontzettend veel   gedaan. Een paar voorbeeldjes zijn misschien wel heel heel helder uit zijn   leven. Toen Mirjam en Aäron een soort paleisrevolutie tegen hem hebben   ontketend, lees maar in Numeri 11 en 12, gaat Mozes voor hen bidden. Ik vind   het zo knap dat hij zich niet verdedigt, dat hij niet tegendraads gaat, dat   hij niet gaat zeggen: nou ja, jullie zijn heel verkeert bezig, stom aan de   gong, of zo. Hij bidt voor ze. En als Korach, Datan en Abiram even verderop   in hoofdstuk 16, Numeri 16, echt een revolutie aan het ontketenden zijn en   een hele massa achter zich krijgen van: wij zijn toch ook niet onbelangrijk,   wij horen er toch ook bij en je kunt toch niet zeggen, dat wij niets kunnen   en zo, weetje. En God grijpt in, dan snelt Mozes naar Aäron: doe iets, ga   tussen de mensen staan, neem een voorpan en doe er reukwerk in. En als Aäron   dat dan doet, dat stopt de plaag. Weer die houding van zachtmoedigheid, niet   van eigenschuld dikke bult, niets van zoek het maar uit, je hebt het over   jezelf uitgeroepen, nou zit je met de gebakken peren, dat. Ik zou zo graag   willen dat wij naar Mozes zouden willen kijken, dat is 1 en 2 dat we naar de   Here Jezus zouden willen kijken. Want daar gaat het steeds om. Een discipel   leert van zijn meester. Een discipel is iemand, die 24 uur per dag in de   schoolbanken zit, die 24 uur per dag naar Hem kijkt, die met Hem optrekt, die   doet wat Hij zegt, die spreekt, zoals Hij sprak, die handelt zoals Hij handelde,   die dacht zoals Hij denkt. Dat zijn kenmerken van een discipel. Een beetje in   de trant van: toen Elia werd weggenomen, 2 Koningen 2, en hij naar de Here   ging. U weet het wel, de opname van Elia en toen valt de mantel af van Elia,   die was bij het opnemen weggegaan. Nou Elisa raapt de mantel op, doet die   mantel aan, gaat zijn eigen kleren in stukken scheuren – kleren maken iemand,   kleren maken de man. Dat wat kenmerkend is voor jou – weg. En wat kenmerkend   is voor Hem – aan doen. Dat zegt de bijbel ook in het Nieuwe Testament. Doet   de Here Jezus Christus aan. Dat is niet de mantel der gerechtigheid, die   geschonken werd toe u tot geloof kwam, gelukkig, die doe je niet aan, die   krijg je. Maar er is een 2de, namelijk dat je de Here Jezus aan   doet. Dat je op Hem gaat lijken. Zo heeft Elisa de mantel van Elia, die van   hem afviel, genomen en aangetrokken. En wat zeggen dan die anderen. Elia komt   eraan. Nou ze hebben echt gezien, dat ‘ie een ander gezicht had, hoor. Maar   Elia kwam, waarom? De kenmerkende dingen van zijn voorganger waren dus nu bij   hem te vinden. Zo zouden mensen om ons heen de Here Jezus Christus moeten   zien, als wij hen tegenkomen. En zachtmoedigheid, dat is moeilijk.   Hartvochtigheid, een hartvochtig oordeel, is ons eigenlijk ingebakken. Ik   weet niet hoe dogmatisch jij bent. Ik was heel sterk dogmatisch. En wat   buiten mijn dogmatiek, buiten mijn paal viel, dat was o.k., maar wat er,   sorry, wat er binnen viel, dat was o.k. en wat erbuiten viel, dat werd er dan   ook zo gigantisch afgeschreven, daar deugde helemaal niets van. Ik zal een   heel simpel voorbeeldje noemen. Ik bedoel niet om een discussie in die   richting op gang te brengen, maar om u aan te duiden wat ik bedoel. De 1ste   keer dat ik van Toronto-blessing hoorde heb ik dat geanalyseerd, dat is nog   niet zo lang geleden. Ik bedoel dus echt, dat dit een les is van het laatste   paar jaar, het is niet van .tig jaren terug of zo. Dat ga je dan analyseren   en zeg je dat klopt niet. Nou dat smijt je dan ik weet niet hoever weg en dat   heb ik ook met zo veel woorden gedaan. Tot dat de Here me zelf in mijn kraag   greep en me echt vroeg, is dit de houding van zachtmoedigheid? Het kan wel   zijn dat je d’r niet mee eens bent en misschien is het ook wel onjuist, maar   past het jou om wat anderen beleven zo te bejegenen? Is dat de geest van   zachtmoedigheid? Ik moest op mijn knieën, ik moest het belijden. Ik heb het   ook beleden naar mensen toe, die dit hebben gehoord. Laat het dan zo zijn dat   het niet goed is, maar is het dan aan mij om te zeggen dat dat handelen van de   Geest op die manier niet kan, dat wij dat weg moeten gooien? Want ik kwam   erachter dat wij, die een grote mond hebben over anderen helemaal niet weten   wat het handelen van de Geest in onze tijd is. Ja, wij horen el van een   opwekking in Zuid-Afrika en ook nog iets van ginds en daar. En dus schuiven   we alles wat ons vreemd is in die ene vergaarbak. Ik ga het niet goedpraten,   dat bedoel ik helemaal niet. Ik wil ook de discussie niet. Ik wil alleen maar   aangeven, hoe je denken vertroebelt is door je dogmatische bril. En dat   betekent, dat de zachtmoedigheid in heel veel gevallen er niet is. Kijk naar   de Farizeeën in de dagen van de Here Jezus. Hun dogmatische bril zei: klopt   van geen meter, pfft weg ermee, afvoeren. Toch? Waren die mensen nu allemaal   zo anders als wij? Nou dat is niet zo. Er is nu een boekje verschenen: de   Farizeeër in ons of de Farizeeër in mij, nou ik herken me daarin.
Zachtmoedigheid. Wees nu eens voorzichtig met die hardvochtige oordelen, met   heel snel iets zeggen, met heel snel een ander klasseren en sommigen zijn   daar meesters in, echt. En waarom? Nou waarschijnlijk uit pure angst, omdat   ze misschien niet zo veel body hebben, misschien niet zo veel bodem hebben.   En hoe minder bodem je hebt, hoe feller je wordt. Dit is echt zo. Ik heb me   verbaasd erover, hoe een groot Godsman tolerant wordt, ook iemand die   helemaal niet zo tolerant van binnen. Waarom? Omdat ie steeds meer ziet van   de Here Jezus. Steeds meer ziet van dat wat God aan het doen is. Ik hoor het   Aard Kampsteen nog zeggen. Ik heb het vaak geciteerd op avonden, ook in   Veenendaal, hij is een echte Calvinist. In China op bezoek bij de   ondergrondse kerk, door de EO uitgestuurd en door het Nederlandse Dagblad. In   de eerste gemeente waar hij komt, bloeiende, frisse gemeente, vraagt hij: hebben   jullie ooit van Calvijn gehoord? En ze zeggen in koor: neen, daar hebben we   nooit van gehoord. 2de gemeente: hebben jullie ooit van Calvijn   gehoord? Neen, daar weten we niks van. 3de, 4de, 5de,   6de. Dan moet je Calvinist zijn in al je celletjes zal ik maar   zeggen en nu blijkt er dat er gemeenteleven is ergens in deze wereld,   bloeiend, onder druk, maar wel bloeiend, zonder Calvijn. Wat een   cultuurschok. Heeft hij ook gekregen. Het gaat me niet om hem verder, het   gaat mij erom, dat leer je. En wat wij, gelukkig, en dat is toch wel een   beetje aan de EO te danken vind ik, de Oecumene van het hart en zo, weet je   wel, de introductie van kijk iets verder dan je eigen kerkelijke grens. Maar   het is zo belangrijk om barmhartig te worden. Ik heb in mijn eigen dorpssfeer   van vroeger onbarmhartigheid gezien. Ik bedoel dus, geen zachtmoedigheid   gezien. Hartverscheurende tonelen van scheidingbrengende dogma’s, het is niet   te geloven. Zachtmoedigheid.
2. Hongeren en   dorsten naar de gerechtigheid.
Dit is een   heel moeilijke term. Wat is gerechtigheid? Is dat de gerechtigheid die wij hebben, laat ik maar zeggen door het geloof in de Here Jezus? Romeinen 5:1.   Is dat de gerechtigheid die hier bedoeld wordt? Moeten we daarna hongeren,   moeten we daarna dorsten? Antwoord: neen, daar gaat het niet om. De   gerechtigheid die hier bedoeld is, zijn rechtvaardige dagen. Als u een   illustratie daarvan wilt, vindt u dat in Openbaring 20 waar de bruid gekleed   is in een smetteloos wit bruidstoilet, bruidstooi. Die bruidstooi is van fijn linnen. En daar staat erbij dat fijne linnen, dat zijn de gerechtigheden, de   gerechtigheden van de heiligen. Die rechtvaardige daden van de heiligen. Dat   is hier bedoeld. Dat is ook in de wapenrusting in Efeziërs 6 terug te vinden.   Het pantser van de gerechtigheid. Wij zullen als gelovigen, als discipelen   van de Here Jezus, moeten streven naar rechtvaardige dagen betekent dit:   recht doen naar God toe en recht doen naar mensen toe. Maar ook recht doen   naar elkaar toe en dat is niet een soort zijpadje, maar is eten en drinken.   Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Wij kennen die term ook een beetje   anders: dat is Zijn eten en dat is Zijn drinken. Dat is nu precies wat Zijn   leven beheerst. Daar gaat het om. En jij en ik moeten het verlangen hebben om   recht te doen. Toen de Here Jezus hier op aarde was, heeft Hij dat gedaan.   Mensen zeiden van een prostituee dat ze eigenlijk weg gestuurd moest worden   of een tollenaar, daar kon je niet mee door één deur. En zo hadden ze   allemaal hun clichés. De Romeinse bezetter, ja daar kwam je niet binnen. Als   Petrus dat later wel doet in de tijd van Cornelius, dat moet hij nota bene in   Jeruzalem behoorlijk uitleg geven van waarom hij daar wel naar binnen is   gegaan. Het komt wel over, maar ja hoe dat dan kan. Maat het hongeren en het   dorsten naar de gerechtigheid, jou en mijn praktijk is van het allergrootste   belang. Ik heb in een verslag een keer een verhaal verteld over hoe ik dan,   laat ik maar zeggen, toch op de weg van geloof terecht ben gekomen. Ik wil   niet steeds dezelfde verhalen vertellen, maar ik wil het toch kwijt want het   heeft hiermee te maken. Bij ons op het dorp waren 2 kruideniers. Dat dorp was   een heel pietepeuterig dorpje, daar waren geen auto’s, je ging niet naar de   stad om daar inkopen te doen. Ik bedoel de grote winkel en supermarkten waren   er helemaal niet. Je was ofwel klant bij de ene ofwel klant bij de andere. De   ene was gereformeerd en de andere was evangelisch. Bij de gereformeerde   kruidenier brak TB uit. Hij was ziek en ik dacht 4 of 5 van zijn kinderen ook.   De ene in Appelscha, de andere in Harderwijk in een sanatorium, enfin, je   kunt je dat misschien een beetje voorstellen hoe dat toen ging. Maar omdat   daar een haard van TB was kwam er echt geen hond meer in de winkel. Hij kon   net zo goed zijn winkel sluiten en dat is dan ook gebeurd. Als die klanten   gingen naar die andere kruidenier. De een zijn dood is de ander zijn brood.   En die evangelische kruidenier heeft elke zaterdag die bruto winst van de   klanten van zijn collega in een envelop gedaan en door de brievenbus gegooid.   Nooit een woord gezegd. Toen de predikant, de gereformeerde predikant bij   onze broeder kwam, die ziek was en vroeg hoe gaat het financieel en zo, toen   zei hij: nou het is zelfs beter dan daarvoor, we hebben niet eens kosten en   we hebben ja gewoon alles. Juist in die tijd kwam ik bij de predikant, ik   wilde iets vragen over het geloof en zei…. En hij vertelde me dit verhaal.   Hij zei dat is de room van de melk, zo moet het. Daardoor ben ik bij die   evangelische kruidenier terecht gekomen. En ik heb die evangelische   kruidenier leren kennen, maar ik heb door hem de Here Jezus leren kennen.   Maar als je nu vraagt wat is nu de eerste kennismaking, nou waarschijnlijk   zijn gedrag. Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Na ja, daar gaat de   zendeling mee aan de haal, die gaat nu naar Zambia en d’ie zegt: weet je wat   we doen moeten, we moeten maar eerst dit doen en dan krijg je eindeloze   discussie: moet je nou eerst brood geven of eerst het Evangelie verkondigen?   Die discussies hebben we als gehad en u weet best wat u doen moet. Maar jij   en ik moeten nu de moed hebben om te stellen, dat wij door ons gedrag moeten   laten zien, wat de Here Jezus zo perfect liet zien. Hij hongerde en dorste   naar de gerechtigheid. Rechtvaardige dagen. Daden die God zelf zou doen. En   dat is misschien heel makkelijk gezegd en in de praktijk heel moeilijk   uitgevoerd. Toch hoop ik dat je het verlangen hebt om op de Here Jezus te   gelijken, dat je gewoon wilt stralen voor Hem. Dat je echt wilt laten zien   wie Hij is. Ik kan met het nog als de dag van gisteren herinneren. Ik was met   een groepje lichamelijk gehandicapten, zwaar gehandicapten in Israël.   Verstandelijk waren ze heel helder. En één is een klein gedrochtje, ligt in   zo een klein draagbedje, alleen haar hoofd was van normale afmeting. En ze   zei: ik wil zo graag wat voor de Here Jezus doen. Wat zou ik nu voor de Here   Jezus kunnen doen? Ja, je krijgt een brok in je keel, want wat moet je nu   zeggen. Met haar handen kon ze niets en met haar voeten kon ze niets. Maar   die ogen! Ik zei: jij mag stralen voor de Here Jezus. En dat heeft ze tot op   heden gedaan. En er zijn mensen door haar ogen zo geraakt, dat ze echt   verlangen hebben gekregen om meer van de Here Jezus te weten. Dat is hongeren   en dorsten naar de gerechtigheid. Dat is geen gave, dat is discipelschap. En   jij mag dat doen. Door je werk, door je houding. Nou dat betekent gewoon dat   je niet de kantjes d’r af loopt al je in loondienst bent. Ik zeg het maar   heel gewoon. Dat je als baas, als je mensen onder je hebt, dat je niet de   onderdrukker bent, de schraper bent, degene bent, die alles naar zich toe   trekt. Als je in de kerk bent, dat je je gedraagt zoals een discipel zou   moeten doen. In je familiesfeer, kinderen naar ouders toe, ouders naar   kinderen toe. En daar zijn zoveel terreinen waar we misschien hopeloos falen.   Maar geloven doe je niet in de kerk, ook wel, maar geloven doe je gewoon 24   uur per dag. En als ik op de werkvloer niet laat zien dat het geloof mij   ernst is, dat is het ook zondags een farce. Dat is gewoon zo. Wij kunnen   kletsen wat we willen, maar dat kan niet anders dan niet goed overkomen.   Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid betekend dus gewoon, dat je in je   rechtvaardige daden, in je handelingen zou willen laten zien: ik heb de Here   lief. En als je dat doet, nu ga ik even Efeziër 6, die wapenrusting, erin   gooien, dan is dat een borstharnas. Daar kan die duivel geen spelt tussen   krijgen. Maar als je daarin faalt, dan blijken er openingen te zijn in dat   borstharnas en dus kan hij wel pijlen doorheen krijgen. Als je dan ook nog   niet het schild van het geloof zou hebben, maar even los van alle onderdelen   van die wapenrusting. Dit is het borstharnas van de gerechtigheid. Dat is   niet dat God mij ziet in Christus, onaantastbaar, dat is gelukkig ook waar,   maar dat is Romeinen 5:1, maar hier gaat het om hongeren en dorsten naar de   gerechtigheid.

3.   Barmhartigheid.
Barmhartigheid.   En niet altijd heeft dat te maken met financiën, toch worden de financiële   zaken heel vaak met barmhartigheid gecombineerd, bij elkaar gebracht. En ik   denk dat daar ook een behoorlijke kern in zit. Barmhartigheid. Dat wat je   hebt delen met een ander. En dat is soms heel erg sociaal en dat past ook   heel er in de tijd van nu. Als er een actie is voor Turkije voor de   aardbeving die daar is geweest, dan is er een bepaald gironummer. Je kunt   meedoen, je kunt je naam ook laten projecteren op het scherm als je dat   allemaal wilt, maar het gaat erom, dat je iets geeft dat je niet alleen   bewogen bent met de ziel van een anders, maar dat je ook bewogenheid hebt in   de zin van: ik wil mijn hart laten spreken. De Here Jezus heeft altijd   gedeeld, Zijn hemel en Zijn plek hier op aarde, en ik zou niet weten wat ik   zeggen moet, maar ik weet van een simpel getuigenis. Meisje in de drugs en   onder de drugs in Amsterdam. Stond op de Dam bij een stel jonge lui die aan   het zingen waren over de Here Jezus. Toen was het half een en kwam er iemand   op een fiets met een grote plastik bak achterop en in die bak zaten allemaal   lunchpakketjes. Iedereen van de medewerkers kreeg zo’n lunchpakketje. Tot   haar stomme verbazing ook iemand die naast haar stond en die niets gezegd   had. Dat waren gewoon van die lokeenden. Dat mag niet meer van de jachtwet   vanaf nu, geloof ik. Maar ze stonden er gewoon. Gewoon om zich tussen het   publiek op te houden. Als er een staat komen er twee en als er twee staan dan   komen er vier. Zo ongeveer. Maar echt waar, hij kreeg dus ook een   lunchpakketje en hij viel dus op dat moment even op en hij viel ook naar haar   gevoel een beetje door de mand. Ze kreeg een beetje een katergevoel. Dat ging   helemaal weg, toen hij zijn lunchpakketje aan haar gaf. Ze had niets, dat   wist ie ook niet. Die dag is zij bij hem gebleven. Het was een Youth with a   mission evangelisatie-aktie daar en ze is tot geloof gekomen. En nu al jaren   van de drugs af en al jaren een actief getuige van de Here Jezus. Maar hoe   komt het? Ja lunchpakketje. Nou dan kan je duizend keer zeggen: dat is een   goed idee. We gaan allemaal lunchpakketjes smeren bij Kees en Corinne in   huis. En morgenavond gaan we allemaal Veenendaal in, allemaal lunchpakketjes   uitdelen. Nou dat komt natuurlijk niet over, want niemand zit op een   lunchpakketje te wachten. Maar de vraag is: in welke vorm van barmhartigheid   jij nou zou willen opereren. Dat barmhartig zijn, zachtmoedig, dat is een   stukje van binnen, maar barmhartigheid heeft iets te maken met ook tonen naar   buiten toe. Niet alleen rechtens goede daden doen, je hoeft dat zakje met   brood helemaal niet weg te geven. Ik bedoel er staat nergens dat dat moet of   zo. Dat dat bij God hoort. Dat zijn dingen die op dat moment binnen komen. En   ik weet niet hoe je dat zou kunnen inkleuren, hoe je dat zou kunnen doen,   maar feit is dat wij wel mogen proberen. Ik wil zo graag vertellen dat de   Here Jezus alles wat Hij had permanent heeft gedeeld. En Hij die rijk was is   om onzetwillen arm geworden, om ons die arm waren rijk te maken. Hij is hier   op aarde gekomen. Hij is de timmerman geweest. Hij heeft in Nazaret mee   getimmerd. Letterlijk. Marcus 6. Hij heeft gewerkt en je kunt Hem helemaal   zo’n beetje traceren. Je kunt Hem helemaal naar gaan als je daar moeite voor   doet. Je komt erachter dat Hij inderdaad die barmhartigheid heeft laten zien.   Zijn hart heeft Hij laten spreken, ook in het meedelen van, in het uitdelen   van: wat ik heb, dat geef ik u. En als Petrus en Jacobus en Johannes de   tempel binnen gaan na de opstanding van de Here Jezus en daar een blinde man   is die een aalmoes vraagt, dan zeggen ze: geld hebben we niet, maar wat we   hebben dat geven we je. Dat zijn steeds de beelden die blijven hangen. Dit is   nu heel praktisch, dit is misschien ook een beetje doorgezaagd, jullie weten   het allemaal precies, maar ik zou zo graag willen dat de kernmerkende dingen   van de Here Jezus ook Hij was zachtmoedig. Heel, heel concreet. En Hij heeft   als geen ander gedorst naar de gerechtigheid. Zal ik een tekst noemen? Bij   Zijn doop in de Jordaan door Johannes de doper. “Aldus betaamt het ons alle   gerechtigheid van God te vervullen.” Dat is de gerechtigheid. Johannes de   doper zegt: U hoeft helemaal niet gedoopt te worden, ik moet door U gedoopt   worden. Nee, zegt de Here Jezus, ik voeg me nu bij dit gezelschap, hier doe   ik God recht mee. Dat is de houding. En dan ten derde dus die barmhartigheid.
Rein van hart.
Ja, dit is een   heel ander onderwerp. Misschien helpt het, als je het kontrast oproept. Vuil   worden of vuil zijn van binnen. De Here Jezus zegt namelijk: uit het hart   komen voort boze overleggingen en, na ja, de hele beerput bij wijze van   spreken, komt uit je hart voort. Rein van hart zijn dat betekent dat we echt,   niet een gave moeten hebben om rein van hart te zijn, maar echt ons best   moeten doen om rein van hart te zijn, te worden, voor een deel te blijven. En   nou ken ik jou niet. Ik wee niet precies waar je gevoelig voor bent. Ik ken   mezelf een heel klein beetje. Ik weet nu langzamerhand uit mijn eigen leven   dat, wanneer ik me ’s morgens niet voed met de Here Jezus, als ik echt niet   bezig ben om te kijken naar Hem en geen tijd neem om naar Hem te kijken, om   het manna te verzamelen, dat is mijn methode, klinkt een beetje   methodistisch, dan gaat de hele dag wel verder, de telefoon gaat even vaak,   misschien nog vaker en het duurt niet meer zo lang of ik ben echt bevuild.   Bevuild door de dingen die je hoort, die je ziet van anderen en was het alleen   maar dat wat anderen aandroegen. Maar ook wat in je eigen hart opkomt. De   beelden van ik weet niet hoeveel jaar terug komen soms zomaar weer op het   scherm. Je hoeft niet zoveel te doen om weer precies te zien wat er toen en   toen, 20 jaar terug is gebeurd. Heel vaak hebben die dingen te maken met   onreinheden, met vuiligheid. En we worden vandaag bestookt. Ik heb zoveel   gehad aan een studie van mezelf uit Numeri. Ik heb het al drie keer geciteerd   vanavond, maar goed dit es er nog een. Numeri 19 waar Mozes zegt: moet je   luisteren, we moeten ook het ontzondigingswater hebben. Een heel speciaal   offer. Alle offers staan vrijwel in Leviticus, maar dit offer staat in het   boek Numeri. En nu zegt Mozes dit: Israëlieten, jullie zouden per ongeluk wel   een sin aanraking kunnen komen, het hoeft natuurlijk niet, het zal wel ook   nooit gebeuren, maar het zou kunnen gebeuren dat jullie in aanraking komen   met een botje. Schop je per ongeluk tegen een botje aan, in dubbele zin. Of,   dat is niet nog minder vaag, je zou met de dood in aanraking kunnen komen.   Maar stel als dit toch, waarschijnlijk niet, maar als dit toch gebeurd, dan   is er ontzondigingswater en daar moet je je me laten besprenkelen. Nu als ik   het anders zeg klinkt het zo: duizenden en duizenden Israëlieten zijn neergeveld   in de woestijn. Ze zijn allemaal omgekomen. Duizenden en ze zijn daar   allemaal begraven. Nog iets anders gezegd: ze konden geen stap doen of ze   kwamen in aanraking met een bot of een graf of een lijk of de dood. Je kon   geen stap doen. Dat is onze tijd. Als jij de deur uitstapt dan zie je bij de   bushalte al dat reclamevoer. De een is er super gevoelig voor en de ander   doet het helemaal niets. Ik weet het wel het is allemaal verschillend. Daarom   zijn d’r ook 24 kanalen op televisie via zo’n centraal antennesysteem. Je   kunt kiezen. Ik heb de laatste dagen geroepen dat we overdonderd worden met   vuiligheid uit een bepaalde koker en het vult je hart. Als jij met vuiligheid   geconfronteerd wordt, dan ben je voor de rest waarschijnlijk ongeschikt. En   wat reinigt nu? Nou het bloed van de Here Jezus. Kun je aanroepen zeggen   sommigen: ik roep het bloed van de Here Jezus aan. Nou anderen zeggen en daar   hoor ik ook bij: ik heb geschuild achter het bloed van de Here Jezus. En ik   ben zeker dat mijn zonden vergeven zijn, ik hoef het bloed niet extra aan te   roepen. Maar de bijbel zegt mij dat de wassing des waters door het Woord mij   reinigt. Efeziërs 5:26. En wat betekent dat? Het betekent dit: als je een   avond pastoraal bezig bent, en dat zal echt voor velen al een stukje ervaring   zijn, en je wordt ‘s nachts wakker, je kunt er toch niet van slapen, dan neem   je maar weer een glaasje melk met een scheutje honing erin of zo, dat werkt   toch goed, maar een klein stukje uit de bijbel over de Here Jezus –   fantastisch, echt! Doe dat nu maar. Maar goed, dat is dan omdat anderen bij   jou kwamen en met hun verhaal in jou huis zaten of jij was op bezoek, in elk   geval je was daar om dat verhaalt aan te horen. Daar kun je niets aandoen. Je   bent daar helemaal blanco in. Je bent daarvoor geroepen of het kwam op je weg   of hoe je dat ook formuleert. Maar er zijn zoveel andere situaties, dat je   wel vuil wordt. Ik wel. En vuil wordt je omdat het aansluit bij je   carrièredrang, ik ik ik wil toch de baas worden. Vuil worden kun je ook omdat   het aansluit bij je hobbyachtige dingen, waarin je jezelf toch presenteert.   Maar in heel veel andere gevallen word je vuil door dingen die te maken   hebben met zonde. Met verkeerde dingen. En in 9 van de 10 gevallen, nu ben ik   een beetje misschien naar mannen toe aan het praten, ik wil niet alle vrouwen   over een kam scheren met mannen, heeft het te maken met seksualiteit en met   dingen die daar omheen hangen. En de duivel weet dat. Want de hele wereld is   bomvol met seks. Het is onvoorstelbaar. En je kunt geen stap meer doen of je   wordt ermee geconfronteerd. Of je nu Autokampioen neemt of iets anders. Op   zich is dat geen blad waarvan je zegt dat mag ik niet lezen of zo, nou dat   mag je best, mag je best lezen, maart het is bijna niet meer weg te poetsen.   Rein van hart. Wie zou zijn hand op durven steken en zeggen: ik ben d’r zo   een. Nou antwoord zou dan waarschijnlijk zijn: u broeder hebt waarschijnlijk   een ontzettend slecht geheugen of zo, zoiets zouden we waarschijnlijk zeggen.   Maar die bestaan dus niet. D’r is maar één die rein van hart was: “wie   overtuigt Mij van zonde”? en toch roept de Here Jezus hier op rein van hart   te zijn. En dat betekent gewoon concreet in jou en in mijn leven een stuk   heiliging, een stuk toewijding. Dat is geen gave, dat is een opgave. Dat moeten   we willen. Discipelschap betekent dat het van binnen ook een beetje zuiver   moet zijn. Nu zwak ik het al een beetje af, eigenlijk moet ik dat niet   afzwakken, eigenlijk moet ik durven zeggen: Here Jezus reinig ons. Laat door   Uw Woord duidelijk worden war aan verkeerdheid is en als ik nu nog vastzit   aan een bepaald programma voor de televisie, misschien kijk ik als iedereen   slaapt (dat is een boekje van Bill Heybels – wat doe ik als iedereen weg is?   of zo. Ik wee niet hoe de titel van dat boekje is, maar zoiets) misschien ben   je er mee bezig, is het heel stiekem en komen je die dingen misschien van   jaren terug omdat je een beetje teleur gesteld bent. Rein van hart zijn. Het   is een must voor een discipel.
De   vredestichter.
Wie was de   Vredestichter – de Here Jezus, die toen Hij binnenkwam bij de discipelen op   Zijn opstandingdag zei: “Vrede zij u”. Hij had al eerder gezegd: “Vrede laat   ik u, Mijn vrede geef ik u”. Er is maar een echte vredestichter geweest. Wij   dan door Hem gerechtvaardigd hebben vrede met God door onze Here Jezus   Christus, door wie we nu de toegang hebben met vertrouwen in deze genade   waarin wij staan. De Here Jezus, Hij is de Vredestichter. Vrede verkondigt   aan hen die dichtbij waren en aan hen die veraf waren. Vrede. Shalom. De ware   Vredevorst. Dat is Zijn naam, volgens het boek Jesaja. De Koning, eindeloos   zal de vrede zijn …… Ja de Vredestichter. Ik zou willen dat ik iets van de   Here Jezus had. Ik word heel vaak betrokken in conflicten, kerkelijke   conflicten en persoonlijke conflicten. En je mag iets doen, je mag iets   proberen recht te zetten, dat is vaak heel moeilijk. Het enige wat je   eigenlijk kunt doen is de Here Jezus neerzetten. Dat doe ik ook, hoor, heel   bewust proberen de Here Jezus een plek te geven in zo’n conflict. Dat is best   moeilijk. Want op dat moment zijn de mensen een beetje verhit en ze zijn met   hun eigen gelijk bezig en zachtmoedigheid is al lang verdwenen,   barmhartigheid ook, dat is al een beetje op stap, zal ik maar zeggen, maar   als je dan begint over de Here Jezus en over vrede en heel praktisch, heel   plastisch een stoel zetten tussen twee mensen in: zeg nu eens wat je tegen je   vrouw zegt tegen Hem die op die stoel zit, de Here Jezus zit daar nu. Praat   nu eens met elkaar. Nou het taalgebruik is meteen heel ander. Het helpt echt   hoor, dat werkt perfect. Maar je kunt dit zeggen en je kunt op hetzelfde   moment jezelf erop betrappen dat je helemaal niet vredestichtend bezig bent.   Ik weet niet hoe je ingesteld bent. Er zijn mensen die altijd het negatieve   zien, die altijd het verkeerde zien, die altijd het donkere zien. Dat is geen   gave hoor, dat is gewoon een verkeerd gedrag. Heeft te maken met je karakter,   dat wel. Maar daar mag je je niet door laten beheersen. Dat kan nooit. Ik kan   mijn karakter in zekere zin niet veranderen, dat heeft iets eigens. Maar ik   kan dus wel dit nieuwe, dit discipelschap gebeuren in mijn hart nemen. En dat   betekent dat ik vredestichtend bezig aanwezig mag zijn. Hoe gaan we om? En ik   zeg dit omdat er zoveel kerkscheuringen zijn. Laten we daar nu maar eens   beginnen. Je kunt wel beginnen met: en nu ben ik conflictenbemiddelaar in het   Midden-Oosten of zo. Daar zullen ze jou waarschijnlijk niet voor roepen en   mij ook niet, dus daar gaat het niet om. Het gaat er niet om dat we daar een   missie hebben of Oost-Timor. Maar het gaat er wel om, dat wij in onze eigen   omgeving conflicten kunnen doen oplaaien of conflicten kunnen uitdoven. Onder   de mat vegen dat mag niet, het moet wel uitgesproken, maar je kunt wel op een   heel mooie manier daarmee bezig zijn. De Here Jezus heeft aan de ene kant   gezegd: “wie heeft u tot rechter over mij aangesteld?” dus als het gaat over   die broer, die zegt je moet je ergernis met mij delen. Zulke teksten kom je   tegen in de bijbel. Maar het fijne van de Here Jezus is, dat Hij altijd vrede   was. Hij was Vrede. En dat betekent dat het conflict niet bij Hem past. Ik   weet niet, nog een keer, hoe je bent. En we zouden dat nooit helemaal   uitgediept krijgen. Ik weet alleen van mezelf, hoe mijn gelijk vaak een rol   gespeeld heeft en hoe dat ook tot conflicten heeft geleid. Hoe dat tot   verwijdering heeft geleid. Hoe je dingen later moet belijden. Echt. Vorig   jaar was ik op 1 of 2 januari, ik geloof 2 januari op een zondag in een   gemeente, heel grote gemeente in Zwolle. Het eerste wat ik moest doen van de   Here was belijden wat ik 10 jaar daarvoor en 15 jaar daarvoor verkeerd gedaan   heb. En dat is best moeilijk, want je gaat even af als een gieter, zegt men.   Dat is niet zo. Dat geloof ik ook niet meer, maar voor je gevoel, je eigen   imago is dat wel zo. En wat deed ik dan verkeerd? Heb ik dan verkeerde   woorden gebuikt? Neen. Ik heb ze gewoon afgeschreven, ik ben niet   vredestichtend bezig geweest. Ik ben polariserend bezig geweest. Dat is   vandaag heel gewoon. In de talkshows, zeker bij de politieke en zo. Ja die   zijn best vel. Dat wordt heel scherp gespeeld. En onder de gelovigen is dat   net zo. De polarisatie in de kerk is enorm. Noordpolen – Zuidpolen. Je hebt   binnen elke kerk zeker twee, maar meestal drie of vier, stromingen. In plaats   van dat we dat bloedgroepen noemen, waaruit we bestaan, zijn het gewoon   verschillende kanten. Nou in sommige kerken gaat dat heel aardig samen. Ik   ken ook maar een geloofgemeenschap in Nederland, waar dat op een heel   bijzondere manier al jaren functioneert. Dat is de geloofsgemeenschap Luctor   in Oldenbroek. Ik weet niet of je dat kent. Ze komen uit Zeeland van vroeger.   Natuurlijk Luctor et Emergo. Daar hebben ze 6 voorgangers. De ene is voor   kinderdoop en de ander voor volwassen doop en de derde is voor de doop in de   Heilige Geest. Ik noem maar even …….. niet om de discussie maar ……. En het   zijn oprechte kinderen van God. Ik kom er graag. Volgende week woensdagavond   hoop ik er weer te zijn. Heel merkwaardig. Ja, dan kun je toch niet kerk   zijn? Toch wel. Het lukt goed, het lukt heel aardig. Nou ik zeg niet dat dat   in Veenendaal ook zo moet. Maar ik wil zo graag kwijt dat wij wel terdege   vredestichtend aanwezig moeten zijn en niet polariserend. Echt een discipel   van de Here Jezus laat de vrede zien. Zalig zij die vervolgd worden om der   gerechtigheid. Vervolgd worden, smaadheid lijden, dat is wat er dan op volgt.   Ja, dat is ons een beetje vreemd. Het bloed van de martelaren was het zaad   van de kerk. Dat hebben ze eeuwen geroepen. Dat is in China nog zo. Dat is   ook daar zo, waar de druk en vervolging enorm was. Wij moeten dus echt durven   zeggen dat men ons niet accepteert. Dat men ons vervolgt. Ze hebben de Here   Jezus, het groene hout, niet gewild. Ze hebben met Hem gedaan wat ze wilden.   Ze hebben Hem naar het kruis gestuurd en Hij heeft de smaad, het volgende   dus, en de vervolging en zij hebben liegende allerlei kwaad over Hem   gesproken, Hij heeft het allemaal ondervonden. Als één het meegemaakt heeft   dan is Hij het wel. Nu zegt de Here Jezus dat hebben ze Mij gedaan, dat zullen   ze jullie ook doen. We leven nu in een tij dat dat wel een beetje meevalt. We   noemen dat de tijd van tolerantie. Het is heel tolerant in Nederland. Nou het   is helemaal niet tolerant. Want als je vandaag per se expliciet de Here Jezus   naar voren schuift dan ben je niet meer tolerant, dan ben je discriminerend   bezig en krijg je de hele wet tegen. Het is …. het lijkt een beetje op   tolerantie, maar dat is het niet. Wij leven nu in een tijd dat wij de smaad   een beetje ontlopen. Ik ook. Het is ook niet zo makkelijk. Maar die mensen,   die vroeger hun bakkerijtje moesten sluiten omdat alle klanten wegliepen, die   bakker was dan Christen geworden, ja dat kennen we niet meer. In een wat   grotere plaats ook niet. In de kleinere dorpjes nog wel, maar daar gaat het ook   op een heel andere manier dan vroeger. Wij zijn het een beetje kwijt. Nu aan   de ene kant ben ik best blij met de vrijheid die hier is. Ik kan de Here hier echt voor danken en ook bidden voor de overheid, doe ik ook. Maar de andere   kant is, dat wij niet meer weten wat smaadvervolging is, wat kwaadsprekerij   is. Alleen wij moeten het zelf niet doen. En wij moeten ervoor oppassen. Maar een discipel moet incalculeren dat hij alleen komt, omdat zijn Meester allen   kwam te staan. En verder wordt van een discipel gevraagd dat hij het zout der   aarde is en het licht is van deze wereld. Nou dat zijn teksten die je   allemaal kent, daar is ik weet niet hoe vaak al over gepreekt. In alle kerken, ik geloof dat echt. Zout is ook al uitgediept. Smaakmakend,   bederfwerend en zo, maar heel simpel. De Here Jezus is het offer. En nu is   het offer in het Oude Testament neergezet, in een aantal beelden. Er is een brandoffer, er is een spijsoffer, er is een vredeoffer, ook wel dankoffer genoemd en er is een schuldoffer en een zondoffer. Dit zijn dus die 5   hoofdoffers. In Leviticus, achter elkaar. Nu zijn er meestal bloedige offers. Het brandoffer, het zondoffer, het vredeoffer en het schuldoffer, dat zijn   allemaal bloedige offers, daar werd een dier geslacht. Alle bloedige offers   wijzen heen naar het kruis van de Here Jezus, naar zijn sterven. Er is een   niet bloedig offer bij en dat is het spijsoffer. Dat werd gemaakt van   meelbloem, van heel fijn spul en kwalitatief heel hoog staand, en dat spijsoffer is een beeld van het leven van de Here Jezus. Het offer van zijn   leven is ook niet begonnen bij het kruis, dat is al veel eerder begonnen, dat is al toen Hij in de moederschot kwam, toen al. Nu heeft de Here Jezus dat perfect laten zien. Maar een ding. Honing mocht er nooit in zitten. Dat is   heel merkwaardig. Want honing op zich is een zegen van God. Het land   overvloeiende van melk en honing. Toch mocht daar geen honing in. Maar wat er   wel in moest dat was zout. Het zout mocht nooit ontbreken. En op een andere plaats staat: u woord dat zei nooit zouteloos, dat zei altijd met zout   besprenkt. En de bijbel noemt het ergens een zoutverbond. Een apart   gezelschap, bederf werend, smaak makend. Jij en ik zijn het zout der aarde. Als wij er niet meer zijn is de smaak echt weg, is het een smakeloze boel. En ik hoop dat dat overkomt. Natuurlijk gaan we niet naar onze buren toe, even   aangenomen dat ze ongelovig zijn, en: als wij er niet meer zijn, dan is het   een smakeloze boel in Veenendaal. Nou dat zullen ze niet accepteren. Dan   zeggen ze waarschijnlijk: ja toen er zo een soort christelijke carnaval was   in Veenendaal, toen zaten jullie Bijbelstudie te doen, ja echt, we weten het   precies. Nee, we moeten dus niet de eigenwijzigheid hebben om te zeggen dat wij dat zijn, maar we moeten duidelijk zelf zien, dat we het zout der aarde   zijn. En als wij smakeloos worden, want daar gaat het om, dan hebben die   anderen helemaal niets meer. Alleen we beseffen dat niet meer. We zouden dus   moeten leren wat het betekent, dat hier Christenen zijn. Als hier geen   Christenen meer zijn in deze wereld, mijn geloofsvisie hoor, dan barst de hel   pas goed los. Alleen al door het feit dat hier Christenen zijn, is er een gigantische zegen in Nederland. Als ze weg zijn, berg je dan maar, zegt de   bijbel ook hoor. Als de Christenen worden weg genomen dan breekt de hel los.   2 Tessalonicenzen 2 ga maar rustig lezen. Als dat wat weerhoudt weg genomen is: ja maar dan begint het pas. Jij bent het zout. Wij zijn het zout. Niet:   we hebben de gave om zout te zijn, nee we zijn het. Hebt zout in uzelf. Jij   bent het zout der aarde. En als de gemeente, de kerk, weg is dan is het licht   weg, dan is het stikke donker. “eertijds waart gij duisternis, maar nu door   het geloof in de Here Jezus, licht in de Here, de Heilige Geest in ons.” Maar als de weerhouder weg is, weer hetzelfde, als het licht weg is dan is de   duisternis pas goed te merken. Natuurlijk zeggen ze we hebben kunstlicht, we hebben van alles. Maar de gelovigen zijn het licht der wereld. En wij zullen ons dat predicaat op moeten durven plakken. Niet om daarmee te schitteren   naar de ongelovigen toe, maar wel als het gaat om onze verantwoordelijkheid.   Wij zijn smaakmakers. En als Christenen niet meer de smaak van de Here Jezus   laten zien, dan is het een zouteloze boel geworden. En als het licht dat in   ons is onder een korenmaat komt of onder het bed terecht komt, nu hoe groot   is dan de duisternis. Wij waren daar vroeger in. Vroeger hadden ze natuurlijk ook lampjes, olielampjes misschien en later elektriciteit. En als de bijbel   zegt eertijds waart gij duisternis, oh toen waren dus geen lampjes. Nou dat   bedoelen we helemaal niet. De hele sfeer waarin je was, was duister. Alles   was onder de sfeer en onder de invloed van de duivel, die de vorst van de   duisternis genoemd wordt. En nu zijn wij gewoon een…. Discipelschap betekent   dus dat jij gewoon die hele rij op jezelf legt als een soort sjabloon en dan   de vraag stelt: Here beantwoord ik daaraan? Nou waarschijnlijk niet.   Waarschijnlijk geef je jezelf een cijfer en kom je niet boven een 5 uit, als het dat al wordt. Maar het mag wel ons gebed zijn om deze dingen in daden om   te zetten en om werkelijk het verlangen te hebben de Here Jezus te laten   zien. De mensen hebben de Here Jezus nodig, die hebben jou niet nodig. En ik   heb zo vaak tegen de Here Jezus: U kunt het beter met straatstenen dan met   mij, want de Here Jezus zegt, als jullie zwijgen, dan gaan de straatstenen   roepen. En als Bileam niet wil, dan heeft Hij nog wel een ezel achter de hand. Nu dat zijn die sprekers die, weet je wel, altijd moeten leren, dat er   nog een ezel achter de hand is. Dat is heel goed voor ze. Feit is dat de Here   wil dat jij en ik iets uitdragen. Daar heeft Hij jou een mond voor gegeven en stembanden en een stuk charisma en een stuk openheid. Maar wij krimpen in   elkaar en wij hebben de kerk tot een soort klooster gemaakt en daar zitten we   zondags met zijn allen, heerlijk opeen gepakt, deuren dicht, drempel heel erg   hoog, geen mens komt erin, kan ook niet want de plaatsen zijn meestal   verhuurd, sorry dat ik het te cru zeg. Nou ja een stel kwam er in Drachten,   daar had ik Bijbelstudies en dat stel zegt, wij zijn daar en daar geweest, ik   zal de plaats maar niet noemen, het is niet zo ver van Veenendaal, kwamen we   in de vakantie hier en komen we in de hal en de koster kijkt ze aan van boven   naar beneden, zo van nou jullie komen ook niet hier vandaan. Nee. En hij pakt   een hoed van de kapstok en die mevrouw moest gelijk een hoed op hebben, want   dat was… en toen wilden ze naar binnen lopen zei hij nee, nee, nee je moet wachten tot het lampje gaat branden en dan zijn er plaatsen vrij. Nou die zijn natuurlijk niet weer gekomen, dat begrijp je wel. Nou goed. Ik wil   alleen maar zeggen, als christendom een kloostersfeer wordt van: heerlijk   zitten wij weer, heerlijk onzere liederen te zingen en wij zitten ons aan   elkaar te warmen, en dat is goed, denk niet dat dat op zich niet goed is, maar als dat het is, dan heeft de buurman niets en hij komt van zijn   levensdagen niet. Ik zou zo graag willen dat jij en ik zoveel liefde   uitstralen, zoveel. Maar dat is niet alleen zondags, misschien wel met name   maandagmorgens, als het discipelschap weer begint. Die zondagsdienst heb je   ook nodig. Warmte, opbouw, versterking, onderlinge band. Ik zeg niet dat dat   niet moet en ik zeg ook niet dat het helemaal verkeerd gaat zondags, maar als   dat ons streven is om discipelschap te uiten, dan komt dat niet uit de verf,   want dan krijg je die mensen niet meer. Dus daar zal iets anders moeten. Dit   ook voor jezelf, voor onderlinge opbouw, voor onderlinge versterking. En ik ben blij dat dat kan en dat dat nog mogelijk is, dat er gebouwen zijn en dat   er predikanten zijn en dat er gemeenten zijn waar opbouw gevonden wordt. Maar jij en ik, zouden wij het durven? Wij gaan er samen om bidden.
Vader we willen U zo graag danken voor die Ene, die zo schitterde toen Hij hier op aarde was. Die zo nederig was, anders was Hij niet in de moederschoot terecht gekomen. Zachtmoedig was Hij, anders was Hij nooit met Maria meegegaan, toen Hij 12 jaar was en Hij zei: moet Ik niet zijn in de dingen van Mijn Vader? En Hij was hun onderdanig. Vader, Hij hongerde en dorste naar de gerechtigheid.   Ook het 5de gebod, eer uw vader en uw moeder, wilde Hij invullen. Maar Hij heeft ook in Zijn timmerman zijn, in Zijn kostwinnerschap, in Zijn   relaties vertoont dat Hij dat wilde. Hij was barmhartig, Hij was ook rein van hart en Hij was de Vredestichter. Hij is vervolgd, ze hebben Hem gesmaad,   liegend allerlei kwaad van Hem gesproken, Hij was het Zout der aarde, Hij was   het Licht der wereld. Ze hebben de duisternis liever gehad dan het Licht. Zo   ging het de Heer, zo ging het mijn Heiland, onze Heiland. Nu zijn wij aan de beurt in deze tijd. En we denken soms dat het hier in Veenendaal nog wel   meevalt, het zijn allemaal christelijke mensen, veel kerken, christelijke cultuur   en sfeer. Wij zijn er blij om Vader, want er zijn ook heel veel mooie dingen   in. Maar het gevaar is dat we niet meer zien dat we discipelen zijn. We willen U daarom bidden, of het stukje van vanavond ons zo aanpakt, misschien   nu of morgenochtend, dat we het verlangen krijgen om hier in Veenendaal de   Here Jezus te openbaren. Het liefelijke gezicht van onze Heiland, het mooie van Hem. Niet onze mening, niet onze theorie. De Here der Heerlijkheid met   wie niemand te vergelijken is. Vader leert U ons a.u.b. om discipelen van Hem   te zijn en om zo een zegen hier in deze omgeving te verbreiden. Wij willen U dat bidden in Zijn naam. Amen.