Discipelschap avond 1

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

1 Discipelschap – Training Bijbellezing over Mattheüs 5 vers 1 – 12
door Dato Steenhuis,

6 september 1999

      Lezing

We gaan beginnen met een klein stukje te lezen uit Matteüs 5:1-12.

De zaligsprekingen

1 Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.
2 En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
3 Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
4 Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
5 Zalig de zachtmoedige, want zij zullen de aarde beërven.
6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig de barmhartige, want hun zal barmhartigheid geschieden.
8 Zalig de rijnen van hart, want zij zullen God zien.
9 Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
10 Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
12 Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.

Tot zover het lezen.

Ik had een beetje het gevoel van Petrus, ten minste, ik denk dat Petrus dat gevoel heeft gehad, toen hij bij Cornelius binnenkwam en zijn bloedverwanten en zijn vele vrienden zag. En daar heeft Petrus zijn mond geopend en verteld van de Here Jezus; en daar is echt heel veel gebeurd, die avond of die dag. Het is zeer waarschijnlijk, dat de gemeente in Rome daardoor is ontstaan. Want Paulus is nooit in Rome geweest, schrijft hij en toch is daar een gemeente gekomen. Ik hoop ook, dat deze avond en de andere avonden ertoe zullen leiden, dat er iets gebeurd. Ik heb het niet op een nieuwe gemeente of zo, ik hoop wel op een vernieuwing binnen de gemeente. Dat er echt een verandering komt en een verdieping komt en dat we gaan zien, wat discipelschap eigenlijk betekent, want dit is ons onderwerp voor 6 avonden. En wij doen dat aan de hand van Matteüs 5, 6 en 7. Waarom? Nou omdat de Meester zelf, de grote Meester, discipelschap uiteenzette in Matteüs 5, 6 en 7. En als Hij dat doet, doen wij er goed aan denk ik, dat ook maar te doen. Het is onzin om het wiel nog eens uit te vinden, dat klinkt een beetje menselijk, maar in dit geval mag je rustig zeggen, dat het grote voorbeeld er al staat en dat hoef je niet nog een keer te bedenken. Kerntekst, en dat stond ook op de uitnodiging die jullie hebben gekregen, is Matteüs 10, waar de Hare Jezus zegt: Het is de discipel genoeg om te worden als de Meester. Als de Here Jezus onderwijs geeft over discipelschap en Hij zegt het is genoeg voor jullie, als je wilt slagen voor discipelschap, als je daarvoor een voldoende wilt halen, dan moet je worden als de meester. Conclusie: alles wat je over discipelschap leest en hoort, is in het leven van de Here Jezus terug te vinden. Hij is niet een leraar, die alleen maar theoreticus is en het zelf niet waarmaakt. Zo is de Here niet. Ik hoop ook echt, dat wij gaan gelijken op de Here Jezus en dat wij in onze situatie, in onze levens iets zullen gaan vertonen van Hem; dat is eigenlijk de insteek.
Discipelschapstraining is een wat ondergesneeuwd thema. Misschien is het er vroeger geweest, ik weet het niet. In mijn jeugd bestond het niet, was het er niet. En in de meeste kerken waar ik weet van heb, is het ook niet aanwezig. Alleen ‘Jeugd met een Opdracht’ heeft het weer nieuw leven ingeblazen, hebben die zogenaamde Discipelschapstrainingscholen, DTS cursussen gekregen en ja, sturen daardoor toch wel heel veel jonge mensen naar allerlei oorden in die wereld, om te vertellen van de Here Jezus.
Maar het is echt hoog tijd dat de gelovigen van nu leren wat discipelschap inhoudt. Ik sta er ook niet buiten, ik moet het ook leren. Dis is voor mij niet de eerste keer, dat ik dit ga behandelen, maar het is niet zo, dat ik er als een soort robot en aantal aanbevelingen doe en daar zelf een beetje buiten blijf. Ik wil ook zelf mij heel kwetsbaar opstellen in alles wat ik zeg.
De Here Jezus heeft Zijn discipelen daar op die helling, van wat wij kennen als de ‘Berg der Zaligsprekingen’, neer laten zetten of heeft ze daar laten staan, maar vermoedelijk hebben ze daar gezeten op een paar stenen. Nu nog kun je die plek bezoeken. Bovenop staat een kapelletje, het ‘kapelletje van de Zaligsprekingen’, heel mooi kapelletje – gemaakt door een Italiaanse architect, Barlucci, maar dat zegt u allemaal niets, wat u houdt niet van kapelletjes -. Maar het is ook een beetje druk daar en zodra je de mond open doet, om de Here te prijzen komt er een mevrouw in een wit gewaad, één van de nonnen daar, die zegt sssst, dit es een heiligdom en in een heiligdom zeg je gewoon niets. Of dat nu juist is of niet laat ik los, maar dat is de situatie zoals daar nu te vinden. Maar als je de moeite neemt om bij dat kerkje weg te lopen, bij dat kapelletje vandaan te gaan en een stukje naar beneden te lopen in de richting van de plek waar vroeger de zogenaamde wonderbare spijziging plaats vond, dan kun je halverwege een steen vinden, een soort preekstoeltje, enne nou daar kun je zitten. En het is heel goed om dar een paar uur te zijn. Maar het kan ook in Veenendaal. De stoelen zijn hier iets beter dan daar, de koffie is hier bij de prijs inbegrepen, daar is geen koffie, en ja het is wat ongemakkelijk. Het enige verschil is, dat destijds de Meester zelf sprak. En daarom wilde ik daar zo graag bij zijn. Ik heb daar zo vaak het gevoel gehad, oh Here a.u.b laat nu iedereen stil worden en gaat U nu zelf wat zeggen. Al dat gebabbel van ons, dat haalt het niet bij wat U zeggen wil. En ik hoop ook echt, dat ik zelf wegval, maar dat het om de Here Jezus gaat, dat u Zijn stem gaat horen en dat u ontdekt, wat Hij graag kwijt wil.
Hij heeft het tegen zijn discipelen en dat is eigenlijk al een hele moeilijke hobbel, want die moeten we toch ook eerst nemen: Wat zijn discipelen? Afgezien nog van: Hoe wordt je daar beter in? Maar je moet toch wel eerst afspreken, wat een discipel eigenlijk is. Het is niet zo dat een discipel een geïnteresseerde is, want die waren er veel meer. Daar waren scharen, Hij sprak ook tegen een schare, een hele grote groep mensen.
Maar Hij heeft hier gesproken voor discipelen. Apart. Discipelen, het woord zegt dat het volgelingen zijn, zij volgden de Here Jezus, maar het was niet alleen een soort: ik volg die cursus en of ik het nou wel wordt of niet…. Vanmorgen zij een vrouw tegen mij: mijn zoon heeft voor hovenier geleerd en toen ie daarmee klaar was is ie in de maatschappelijke richting verder gegaan en toen ie daarmee klaar was is ie jurist geworden en nu hij jurist is, is ie..enfin. En raar verhaal, maar heeft gewoon nooit gedaan, waar ie voor gestudeerd had. Hij had ook makelaar kunnen worden, maar dat weet ik ook niet precies. Dat kun je nog altijd, zei de boer bij ons. Maar discipelen waren dus niet gewoon mensen, die lessen volgden, ze waren betrokken, ze hoorden bij de Here Jezus en ze wilden ook bij Hem blijven. Dat was hun insteek. En ik wil zo graag helder maken, dat ik in deze 6 avonden spreek tot hen, die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland, als hun Verlosser. Dat is een hele mond vol. En sommigen zeggen, dat is veel te hoog ingezet, maar ik kan niet lager, als het om discipelschap gaat. Dit zijn geen evangelisatieavonden, waar je uitvoerig uit de doeken doet, hoe je een kind van God kan worden. Het gaat er nu om, dat we ervan uitgaan, dat u een kind van God bent. Als dat niet zo is, blijft u dan toch zitten en drinkt u a.u.b. uw koffie en gaat u dan een gesprek aan. Dat hoeft niet met mij, dat mag ook met uw buurman of buurvrouw, die misschien wel… Dan zal discipelschap ook in praktische zijn al heel veel kunnen gaan betekenen. Ik hoop ook, dat daar een stukje spontaniteit voor komt op ten duur. Zal de eerste avond wel niet gaan lukken, maar ik hoop het wel. Wat is een kind van God? Een kind van God is iemand, die de Here Jezus heeft leren kennen als zijn Heiland en als zijn Verlosser, die weet heeft: mijn zonden zijn mij vergeven, mijn schuld is weg, ik heb leven uit God. Gekozen voor de Here Jezus. Nou de een zegt: dat mag niet, dat kan niet, dat is veel te vlug en dat moet je gegeven worden. Natuurlijk weten we van al dit soort nuances alles inmiddels. Dat is echt zo. Dat klinkt eigenwijs, maar dat is wel zo. Maar ik hoop, dat je begrijpt, dat God zegt, dat er niet een verloren hoeft te gaan. God wil niet dat er een verloren gaat. God wil dat ze allemaal tot behoudenis komen. En God wil ook dat u dat aanpakt. Ieder die dat wil kan het ‘Water des Levens’ nemen om niet of te wel zonder daarvoor iets te betalen. Maar dat moet je wel willen. De Here Jezus verwijt Jeruzalem, dat ze niet wilde: “Hoe dikwijls heb Ik u willen bijeenvergaderen, gelijkerwijze een hen haar kuikens, maar u hebt niet gewild” Ik ga er dus vanuit, dat u wel wilt, of wilde, en dat u geloof hebt in het geweldige werk van de Here Jezus. En dat u dat gewoon omarmd hebt, dat u dat naar u toegehaald hebt en dat u God daarvoor misschien ook, spontaan of niet spontaan, gedankt hebt. En vanaf dat moment is de Heilige Geest in u gaan wonen. En dat is heel moeilijk, dat weet ik wel, maar da kom ik ook nog wel op terug. Want de een zegt: zal wel, maar ik heb het niet gemerkt. Toen u geboren was is er toch wel iets bijzonders gebeurd. Maal als u eerlijk bent, dat zegt waarschijnlijk iedereen: het wal wel, maar ik heb het niet gemerkt. Je was er wel bij en de verhalen zijn ook verteld, maar zelf heb je het niet gemerkt. Nu, dit is een beetje zwak hoor, want er zijn genoeg verhalen bekend van mensen, die de Heilige Geest ontvingen en dat wel merkten. Die heel concreet merkten, dat de Heilige Geest in iemand ging wonen. En ik weet dat kan overtrokken worden neer gezet, in evangelische kringen en gebeurt ook, en daar worden een aantal elementen aan toe gevoegd, van: een beetje gelovige doet toch wel dit of doet toch wel dat. Dat hoeft niet zo met mijn handen hoor, dat bedoelde ik nou net niet, mag wel van mij, maar ze doen iets en dat wordt er dan bij vertelt. Nou, zoiets, dat maakt anderen weer ontzettend sceptisch, nou ja, dat overdreven gedoe. Nou het maakt ook niet uit hoe je erover denkt. Gods woord zegt, dat u, oen u het Evangelie van uw behoudenis hoorde en aannam, dat u toen verzegeld bent met de Heilige Geest van de belofte. Efeziërs 1:13. Dat betekent, dat u toen in uw eigen hart woning ging maken voor God. God zelf kwam bij u wonen. Nou eigenlijk had je dat best moeten merken, want als er iemand bij je intrekt, dan merk je dat. Daar moet ruimte gemaakt worden. Laat al de details maar los, want dat is natuurlijk op zich al een prachtige preek om daarover door te drammen. Maar God ging in je wonen. En met de komst van God de Heilige Geest in jou, heb je ook het vermogen gekregen, de capaciteit gekregen, zoals we dat wel zeggen, het verstand gekregen, om de dingen van God te begrijpen. Paulus zegt in de 1. Korintenbrief, dat de dingen waarover hij het heeft, geestelijke dingen zijn, die met het geestelijke verstand begrepen kunnen worden. Je moet dat geestelijke verstand hebben. Dat heeft niets te maken met je IQ. Je IQ is ook niet uitgeschakeld, hoor. Het is niet zo dat je het verstand op 0 zet, blik op oneindig en zegt: nu de Heilige Geest doet het, dat is onzin. Dat zal ook wel helder worden. Maar het is wel zo, dat de Heilige Geest in jou het verstand geeft, de mogelijkheid geeft, om die dingen van God te begrijpen, vanavond. God zelf geeft het vermogen om de dingen van God te begrijpen. De Heilige Geest in jou is ook een onderpand van de toekomstige erfenis, voorschot erop. Maar de Heilige Geest in jou heeft je ook bij mij gevoegd. Had je nooit gewild, het is toch gelukt, maar ik ben ook aan jou gegeven. Dat betekent, dat we ook moeten leren, dat door de Heilige Geest wij tot een lichaam gedoopt zijn. 1 Korintiërs 12:13. Door de Heilige Geest tot een lichaam gedoopt. Dat betekent, dat er met de komst van de Heilige Geest ook een eenheid is ontstaan. Dat noemen we de kerk. Nou kerk heeft een devaluatie gekregen, die naam, de term. Met kerk wordt nou een soort instituut of soms een gebouw verstaan, maar ik bedoel dus echt de gemeente, het lichaam van Christus. Het geheel van broeders en zusters. Allemaal leven uit God, allemaal vervonden met Hem die het Hoofd is, de gemeente. Nou als ik zou vragen, wie van u maakt deel uit van de gemeente, dan zou misschien wel iedereen ja zeggen of zijn vinger opsteken. Maar ik moet het even kwijt, in verbinding met ons onderwerp. En dit is heel belangrijk. Misschien herhaal ik dit wel 2 keer, 3 keer, dat kan, want dit is echt essentieel. De gemeente is dus ontstaan, doordat de Heilige Geest individuele gelovigen aaneen ging voegen. De gemeente was er niet. Ja, Israël was er wel, er was ook een getuigenis van God op aarde. Maar de gemeente, daarvan zegt Paulus, dat is zo uniek, dat is zo bijzonder, dat is een verborgenheid geweest, dat is eeuwen verborgen gebleven, dat is nooit openbaar geworden, ja dat is het mysterie, het geheimenis, waarvoor ik nu dienen kan. Die gemeente is ontstaan. En die gemeente wordt op 5 manieren neergezet in het Nieuwe Testament. Nog een keer, dit is essentieel.
Het eerste wat je van dit lichaam van Christus kunt zeggen is dat het een lichaam is, verbonden met Hem die het Hoofd is. De gemeente gezien als een lichaam. En daarbij gaat het om een levensrelatie, voelen we ook. Lichaam – Hoofd. Wij de leden – Hij het Hoofd. Aan elkaar verbonden. Niemand kan zeggen, ik hoor daar niet, neen, je hoort er wel. Heel concreet hoort ieder, die gelooft in het lichaam van Christus en de Heilige Geest heeft je in dat lichaam een plekje gegeven. Zoals Hij dat gewild heeft. De een als een vingerkootje en de derde als een kniegewrichtje en een vierde als een teentje ergens en een vijfde misschien als een stukje oog of mond of oor, allemaal verschillend maar allen even noodzakelijk. Lichaam van Christus. En je mag blij zijn dat je dat kunt zeggen. Hij het Hoofd – wij de leden. Als het Hoofd in de hemel is – wij ook. We horen bij Hem. Hij is als Hoofd boven alles wat er is en Hij is Hoofd boven alles wat er is. Boven Veenendaal, boven Nederland, boven Europa, boven de hele wereld, boven het hele firmament. Boven alles wat er is aan schepping en aan afstanden. Hoofd boven alles wat er is – gegeven aan de gemeente, die Zijn Lichaam is. Hem compleet makend, Hem volledig makend. Zegt de Bijbel. Efeziërs 1: het laatste vers. Wonderlijk? Ja. Snap je het? Nee. Geloof je het? Ja. God zegt: jullie gelovigen, jullie zijn aan de Here Jezus verbonden en het mooiste wat Ik heb, de hoogste die Ik heb, de aller, aller grootste is als grootste, als mooiste, als hoogste gegeven aan de gemeente. Je zou bijna geneigd zijn te zeggen: wat is nu groter, het geschenk of diegene aan wie je het geschenk geeft. U mag zelf invullen, maar je durft het bijna niet meer. Je durft bijna de consequentie niet te trekken, maar zover gaat de schrift. Ik wil daarmee zeggen, dat de gemeente als lichaam van Christus natuurlijk super is. Want als Hij het Hoofd is en dat is Hij en gegeven aan ons om Hem compleet te maken is nooit iets van incompleetheid meet. Waar het Hoofd is daar is het lichaam. Dat betekent, dat als het om eeuwig leven gaat, dat altijd verbonden is met de gemeente gezien als lichaam. Als het gaat om zekerheid van je geloof, gaat het altijd om het lichaam. Moet je goed onthouden, hoor. Dit is heel er belangrijk. Gaven – dus de een kan dit en de ander kan dat, houdt verband met de gemeente gezien als het lichaam. Of dat nu profetie is of bestuur of leiding geven of talen spreken of uitleg of wat het maar is: Gaven horen bij het lichaam van Christus. Zoals God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld, zoals Hij dat gewild heeft.
Maar de gemeente wordt ook gezien als een huis, dat is het tweede. Het huis van God, Paulus zegt dat b.v. in de brief aan Timoteüs. De gemeente – huis van God – pilaar en grondslag van de waarheid. De gemeente is ook een huis. Bij huis gaat het niet om een levensrelatie, dat hadden we bij het lichaam. Als God verschillende beelden voor de gemeente gebruikt, dan zijn dat geen doublures. In een huis gaat het om dienst en om wonen. Dat voelen we. Zoals dat een huis van God is, een tempel, waarin gediend werd. Ik ga nog iets zeggen. Ambten, daar heb je vast van gehoord, ambtsdragers en zo, ambten staan niet in relatie tot het lichaam van Christus in het Nieuwe Testament, maar altijd in relatie tot de gemeente gezien als een huis. Gooi ze nu niet op een hoop, want dat is niet zo. Ambten en het huis horen bij elkaar. Je kunt zeggen, ja we hebben er maar een paar in onze gemeente, nou dan hebt u het mis, want de reformatoren hebben in 1520 ongeveer, in de tijd van Luther en Calvijn, al ontdekt, dat er een ambt van alle gelovigen was. Het ambt aller gelovigen en dat zijn wij. Priesters, het algemeen priesterschap. Dat kwam natuurlijk, omdat in de Rooms Katholieke kerk geleerd werd, dat er maar een soort groepje, een geestelijke laag was en een lekenlaag was. En die hebben gezegd, nee dit is niet zo volgens de schrift. En ze hebben gelijk, de reformatoren. U bent in het ambt gezet, maar uw priesterschap uit zich niet zo zeer in de gemeente als lichaam, maar in de gemeente als huis. Waar u ook offert, lof offert, waar u met uw lippen de Here prijst, waar u Hem groot maakt. Maar waar ook u met elkaar woont, waar u met elkaar omgaat. Tucht in de gemeente, laat ik nou geen moeilijke dingen oproepen, die staat nooit in relatie tot het lichaam van Christus, dat kan ook niet, want je kunt niemand uit het lichaam van Christus peuteren. Als ie leven heeft, dan heeft ie eeuwig leven, daar haal je hem niet uit. Maar tucht houdt wel verband met de gemeente gezien als het huis van God. Waar je misschien iemand buiten kunt zetten. Voel je het verschil? Ik hoop dat dit een beetje overkomt.
De gemeente wordt ten derde gezien als een kudde. De Here Jezus zegt dat er een kudde was, dat Hij de Grote en de Goede Herder is, dat Hij de Opperherder is en dat Hij ook andere schapen heeft, die niet van die stal waren, maar die ook toegevoegd zouden worden, Johannes 10, en het zou één kudde worden, een Herder worden. Bij kudde ligt het element op pastoraat of de nadruk op pastoraat, woelen we ook. Het woord pastoor of herder, dat ligt in elkaars verlengde, is bijna hetzelfde. En bij kudde gaat het om voedsel. Om, ja, de gemeente moet wat te eten krijgen. Die moeten wat ‘grazige weiden’ zien te vinden. Daar moet de gemeente ook inderdaad in gevoed worden. Daarbij gaat het om voedsel, om zorg voor elkaar, zorg om als kudde ook te leven en te groeien. We hebben nu vier beelden, sorry drie beelden als gehad. Lichaam – huis en kudde.
Het vierde beeld, dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt voor gemeente, dat is het beeld van bruid. Bruid van het Lam. En daarbij gaat het om een liefdesrelatie en om verlangen om, ja, uitzicht, om Hem te zien, om bij Hem te zijn en om weg te gaan na Hem toe. En Paulus drukt dat zo uit: ik heb u, u meervoud, als een reine maagd aan een Man verloofd. 2 Korintiërs 12, 2 Korintiërs 11, sorry, 2 Korintiërs 11. Hij drukt het anders uit in Efeziërs 5: mannen en vrouwen, mannen doe zo, vrouwen doe zo “want ik zeg dit met het oog op Christus en de gemeente”. Ja dit zijn hoge dingen, zegt hij erbij, maar houdt goed in de gaten: de gemeente is ook aan Hem verknocht en verlangt naar Hem en heeft een hele speciale en diepe relatie met Hem. De gemeente wordt gezien als een bruid. Heel veel liederen hebben het over een bruidsgemeente. Ik ga er nu een bundel tussen in gooien. Daar is namelijk een eeuwenlange discussie inmiddels geweest over: is Israël nu de bruid of is de gemeente nu de bruid? Is Israël nu het huis van God of is de gemeente het huis van God, Nou, bij lichaam van Christus zeiden ze altijd: dat is de gemeente, dat moet wel en toen ging men in de of – of sfeer verder. Nou als Israël nu de bruid is, kan de gemeente dus de bruid niet zijn en als de gemeente het lichaam is, dan kan Israël dat niet zijn. Dat is een beetje jammer, want de vijf beelden die ik u nog…, het 5de ga ik nog noemen; de 5 beelden worden zowel op Israël geplakt, als ook op de gemeente geplakt. Het is dus niet een kwestie van of – of, het is een situatie en – en. Daar moet je ook even aan wennen, maar ik zal het duidelijk maken.
Het 5de beeld is namelijk de gemeente gezien als een koninkrijk. En dat is weer een ander element. En bij koninkrijk gaat het om onder de banier van de Koning en onder de normen van de Koning strijden, werken, voor Hem uitkomen als een leger des heils, voor Hem functioneren. En discipelschap, mijn broeder, zuster, is verbonden met de gemeente gezien als een koninkrijk. Daarom moest ik dit kwijt en dat is heel belangrijk. Want vanaf het moment, dat je dit gaat mixen, dan kom je er nooit meer uit. Dan denk je, ah, de bergrede. Nou als ik dit doe dan kom ik in de hemel, dan is het een soort, laat ik maar zeggen, een route naar God toe. Nee, helemaal niet. Je bent al van God. Je hoort bij God. Je hebt eeuwig leven. Hij het Hoofd – wij de leden. Onafscheidelijk aan Hem verbonden. Nou prijs God daar maar elke dag voor. Zeg Hem a.u.b. dank U wel voor dit soort dingen.
En u bent iemand, die in het huis van God lofoffers mag brengen, u mag Hem groot maken. U hoort bij de kudde en daar is zorg en er is ook voedsel. U hoort ook bij die bruidsgemeente met het verlangen, met ja, dit moet een keer ophouden, maar dan …….ja dan gebeurt het. Amen. De Here Jezus komt. En we mogen naar Hem toegaan. Maar u bent nu uitgenodigd, om de tijd die u nu nog door te brengen hebt hier op aarde, om discipelen te zijn en dat is koninkrijk. Als u faalt als discipel, ik hoop niet dat u ’t mij kwalijk neemt, dan kom je evengoed in de hemen. Nou zeg je, dan is zo’n cursus ook niet zo belangrijk. Maar ik wou nou juist een cursus hoe ik echt nu zekerheid heb, dat ik in de hemel kom. Nou dan hebt u ’t mis. U komt door deze cursus niet in de hemel. Stel u voor, dat u een diplomaatje krijgt. Kees Ritmeester ondertekent dan als huismeester en als gemeenteontvanger, zo zou ik bijna zeggen, dit is geen gemeente maar bij wijze van. En dan, dan zit u goed. Kees heeft zijn handtekening eronder gezet. Ik ga naar de hemel. Ik ben hier op cursus geweest. 6 avonden, hitte en dorst doorstaan. Ik ben er. Nee, dat is dus niet zo. U komt in de hemel, omdat u gelooft in de Here Jezus. En niet om wat u doet voor de Here Jezus. Als u dat denkt, komt u daar nooit, nooit, nooit. Stel dat u het goed doet, na vanavond. Krijgt u dan een 10? Nou nee, ik laat nog wel eens een steekje vallen. 9 soms? Nou ook niet 8? 7? 6? Daar komen alleen maar mensen met een 10 in de hemel. Dat redt u dus niet. En de 10 van de Here Jezus staat om mijn eindlijst. Ik kom in de hemel, maar niet omdat ik een 10 haal, maar omdat Hij een 10 heeft gehaald, op het kruis van Golgotha. Ik kom in de hemel, omdat ik geloof. Ik mag God dienen in het huis, ik mag genieten van zorg en van voedsel, ik mag een verwachting hebben van Hij komt spoedig, maar ik mag Hem dienen als discipel. Niet om in de hemel te komen, omdat ik in de hemel kom. Dat moet je heel goed vasthouden. Maar vanaf het moment, dat we hier andere elementen in gaan brengen, ga je echt ontsporen en dat gebeurt bijna altijd. Deze 5 dingen zal je echt uit elkaar moeten blijven houden. Door het geloof leven uit God. Discipelen: voor Hem werken. Beloning. Loon hort altijd bij discipelschap. Nooit bij ….u krijgt geen loon omdat u gelooft in de Here Jezus, want dat zegt Paulus, dat heb je zelf niet gedaan, uit genade ben je behouden. Niet uit jezelf. Dus je komt geen loon tegen in de hemel omdat je gelooft hebt. Dat is Gods gave. Dat is nooit van jezelf, lichaam van Christus, dat voelen we. Maar dat hele kleine beetje koud water, dat je gegeven hebt aan iemand, dat zou wel eens een beloning op kunnen leveren. Nou niet om daardoor de drempel over te komen, uiteindelijk toch een ticket te kunnen krijgen voor de hemel, maar omdat je de Here Jezus Christus lief hebt. En omdat Hij zegt: Ik wil zo graag, dat jullie nu uitgaan voor Mij en dat jullie hier laten zien wie Ik ben. Het is de discipel genoeg, om te worden als zijn Meester. Dat betekent, dat wij allemaal een charisma hebben, als het goed is, een uitstraling hebben, van hei, de Here Jezus. Dat zou mooi zijn. Daar wil ik op mikken. Dat de buren zullen ontdekken, die lui zijn veranderd, ze lijken op de Here Jezus. Ja, u kunt zeggen: ze hebben geen norm, nou dat weet ik nog zo net niet. Ze hebben namelijk genoeg antinormen. En dat betekent, dat het nieuwe van het nieuwe leven wel eens door zou kunnen dringen op een geweldige manier. Mijn 1ste vraag is gewoon: Zou je dat wel willen? Nou, waarschijnlijk wel, want anders zat je hier nou niet. Maar ik wil, het is een beetje uitvoerig, maar ik wilde dit echt even heel nadrukkelijk kwijt. En ik moet er misschien wel een paar keer naar refereren, maar dit is heel erg belangrijk. Echt, geloof me maar. De schoolmeester spreekt, ik ben het nooit geweest, ik zal het ook nooit meer worden, maar ik hoop dat je het vasthoudt. Want ik denk dat het van het allergrootste belang is.
En nu begint de Here Jezus en die zegt: moet je luisteren. Het 1ste dat Ik jullie leren wil is – “zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen”. Hier staat dus niet, dat je het koninkrijk der hemelen kunt binnen gaan en zo en kunt verdienen. Als discipel ben je in het koninkrijk der hemelen. Maar je kunt in het koninkrijk der hemelen nul scoren. Denkt u maar aan de ponden en de talenten, maar met name de ponden. Ze hebben allemaal 1 pond en de een zegt ik heb er 10 ponden bijgewonnen, krijgt gezag over 10 steden. Ik heb er 5 ponden bijgewonnen, krijgt gezag over 5 stegen. Ik heb het in de grond gestopt, jammer. De Here Jezus bedoelt, dat jij en ik nu zullen leven voor Hem, zodat andere mensen zullen ontdekken wie de Here Jezus is. En Hij begint heel hoog, echt. Over dit eerste stukje: “zalig zijn de armen van geest” is al heel veel geschreven. En ik zal u eerst zeggen, wat ik zelf vroeger altijd te horen kreeg, altijd, hoor, van verschillende kanten. Nou hiermee zijn bedoelt de verstandelijk gehandicapten. Ik weet niet of dat alleen een uitleg was, die bij ons gold, misschien wel niet, maar zo heb ik het wel aangereikt gekregen. Dus ik ga niet zeggen dat dat die kerk is of die club of die richting. Dat zou wel heel verschillend kunnen zijn. Maar de Here Jezus heeft ook niet bedoeld, dat de verstandelijk gehandicapten, de armen van geest, dat die ja, eigenlijk heel goed zouden uitkomen. Ook niet. Zo is het ook wel eens gezegd, ja al dat verstand en al dat wetenschappelijk gedoe en zo…….Bij ons op het dorp, na ja, ik kom uit zo’n dorp… Omdat ik Matteüs 10:25 als uitgangspunt neem: het is de discipel genoeg om te worden als zijn Heer, begint dit al vrij hoog. De echte arme van geest is de Here Jezus geweest. Dus niet verstandelijk gehandicapt, ook niet een beetje, nou niet al te intellectueel of zo, maar juist anders. Ik wil proberen te zeggen wat ik bedoel. Toen mijn kinderen klein waren, had ik net zo veel tijd voor ze. Dat heb ik aan mijn vrouw over gelaten en die kon het heel goed. Slap excuus hoor, ik geef het echt toe, dat klopte niet. Maar goed, zo ging het een beetje. Ik wilde daarmee zeggen, dat ik me eigenlijk niet zo bemoeit heb met ze toen ze klein waren. En daarvoor het je excuses en zo. Het lag je niet zo goed, zei je. Je was gewoon lui en je had er gewoon geen zin in dat gezeur en die luiers en zo, laat ze …. Die kinderen zijn getrouwd en die hebben nu kleinkinderen en nu krijgt opa ineens interesse in die kleinkinderen. Dus wat ie bij zijn eigen kinderen niet heeft gehad, dat begint ie nu ineens te krijgen. Dus hij bekeert zich een beetje. Zo zeg ik dat niet, hoor, maar dat voelen ze heel, heel scherp aan. En als ik met de kleinkinderen nou aan het praten ben, dan geniet ik. Ik heb bij mijn eigen kinderen toen ze teuteten nooit genoten, das mijn fout, maar nu geniet ik wel een beetje. Ik, ik begrijp nu pas, wat dat is. Enne, ja dan komt zo een kleindochter bij je op de knie zitten in je kantoor en : “wat is dat opa?” “Dat is een computer.” “Oh, een compajuuter, opa.” “Ja, een compajuuter, ja. Maar wij zeggen computer.” “Oh ja”. Maar ja, dat blijft voorlopig dus nog wel en compajuuter. Maar ik wil daar dit mee zeggen. Ik moet mij aanpassen aan het niveau van mijn kleindochtertje in dit geval. En dat doe ik met graagte. Want dat zijn hele leuke dingen, daar komen ook hele leuke dingen uit. Zou de Here Jezus ooit één gehad hebben, met wie Hij op gelijk niveau kon praten? Toen Hij 12 was, wist Hij meer dan de knapste koppen van Jeruzalem. Hij stelde vragen en gaf antwoorden en ze hebben zich verbaast over de antwoorden die Hij gaf. En toen Maria en Jozef ongerust waren, zeggen ze: wat heb je toch gedaan? “Wist u niet dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader? Ja, eigenlijk wel, wisten ze dat wel. “Ja, wij waren zo ongerust.” En Hij was hen onderdanig. Heeft Hij ooit iemand gehad, met wij Hij een stevig gesprek kon voeren op Zijn niveau? Niet één, niemand heeft Hem ooit begrepen. Op school niet, in de synagoge niet, toen de rabbi uitleg gaf over het Oude Testament niet, Hij wist het toch beter. En Hij was toch nederig, daar kom ik later op terug, en zachtmoedig. Hij heeft zich daardoor niet laten voorstaan, Hij was gewoon de timmerman. Maar waar het me nu om gaat is: Hij heeft Zich gigantisch verlaagd tot het niveau van dat gekakel van ons. En daarbij is het woord computer of compajoeter of compajuuter maar een “Spielerei”. Ze snapten niet wie Hij was. En ze konden de taal van Hem eigenlijk niet. En de Here Jezus heeft Zich iedere keer verlaagd. Ik was zo blij toen ik dit voor mezelf ontdekte. Here Jezus, was bent U goed voor mij, dat U op mijn niveau bent gaan teuten, nou zeg ik het maar zo. Zijn woorden waren geen geteut, maar ja, anders verstond ik het niet. Hoe zouden mijn klein kindertjes nu begrijpen wat ik allemaal denk en wat ik zeg, dat kunnen ze niet. Maar we gaan met hen in gesprek. Ik heb grote respect gekregen voor onderwijzers of onderwijzeressen, die iedere keer weer naar dat niveau van de kinderen afdalen en ze dan toch iets duidelijk willen maken, wat ons, ja, helemaal niet ligt of zo. Dat heeft de Here Jezus eigenlijk permanent gedaan. Hij heeft niets anders gedaan, dan afdalen naar het niveau van ons mensen. “Zalig de armen van geest.” De Here Jezus, Hij is de echte arme van geest en we voelen dat ook wel een beetje aan. Als Hij, de Here Jezus, als de Here Jezus met de scharen sprak, is daar nooit iemand geweest, die Hem begreep. Pilatus niet, Herodes niet, de discipelen uiteindelijk ook niet. Nooit. Wat moet Hij Zich verschrikkelijk eenzaam hebben gevoeld. Hij zegt in een voorbeeld: als je nu een maaltijd aanricht, dan moet je niet je rijke buren en je vrienden en je familie uitnodigen, want die nodigen jou ook weer uit, dan heb je een om een, dan moet je de armen uitnodigen en de verminkten, want die hebben toch niet om je terug te betalen, want die kunnen je niet terug uitnodigen. Die moet je vragen in je huis. En je loon is groot in de hemel. Zie je – beloning – discipelschap. En de Here Jezus, Hij heeft precies zo gehandeld. Hij had een woord voor de tollenaar, een woord voor de intellectuele – Nicodemus, een woord voor de publieke vrouw, een woord voor een Samaritaanse dame, die het ook niet zo goed deed, een woord voor de blind geborene, een woord voor iemand, die 38 jaar ziek was. Hij heeft altijd op het niveau van die anderen geopereerd. En ze zeggen ook van Hem: “Ja, maar Hij spreekt niet als onze Farizeeërs en schriftgeleerden, want dat begrijpen we niet, maar dit begrijpen we.” Dat zeggen ze ook: “Nooit heeft iemand gesproken als deze.” Nou de eerste pil is een hele duidelijke. Zou jij de moeite willen nemen, om in de huid van iemand anders te willen kruipen. En dat is moeilijk, hoor. Want in een kerkelijk dorp is het heel makkelijk om met een stropdas en al…. Ik heb om die reden geen stropdas thuis….a.u.b.
Maar zou jij in de huid van iemand anders willen kruipen? Zou jij je nog willen verlagen tot het niveau van iemand anders? Zou jij nog omgaan, omgang willen hebben met mensen die, laat ik maar zeggen, die in de goot liggen, zoals de Here Jezus dat wel had? Zou jij hun taal nog willen spreken? Nou, a.u.b. Dat, dat doe je toch niet. De Christenen hebben vandaag een eigen taal. Dat is de tale Kanaäns. En als je niet vertrouwd bent met die taal, val je onmiddellijk op. En ze hebben hun eigen kledingmerk. Het lijkt wel een grote voetballer, die heeft ook zijn eigen merk, of als je een schoonheid bent in vrouwelijke zinne, dan krijg je een parfumlijn of zo. Ik bedoel, daar gebeurt er iets met je. Maar zo hebben wij Christenen ook iets van een imago om ons heen en de drempel in de kerk in het algemeen, alle kerken, is heel erg hoog geworden. En als er dus nu mensen binnen komen, ze snappen er niet ene biet van. Ik was in Zuidland, bij Rotterdam. Enthousiast team, evangelisatieavond. En ze hebben allemaal een heel mooi programmaatje gedrukt, boekje, leuk, zag er leuk. “Leuk, he broeder?” Ik zei: “fijn”. Het eerste woord wat ze tegenkwamen, bladzijde 1 was natuurlijk welkom, votum en groet. Dus, ik was ondeugend, en ik zeg: “Wat, wat betekend dat, dat woord”, vroeg ik aan de evangelisatieman. Ja, dat wist ie ook niet zo precies. Ik zei: “Zou je buurman het wel begrijpen?” Nou hij snapte hem. Nee dus. En dan heb je nog niets gehad, is de preek niet begonnen, is de dienst nog niet aangevangen. En je zit al met een vragen. Het gaat me niet om het afschaffen van dit soort woorden, dat mag best, maar weest u eens voorzichtig mee. Op wie is die dienst gericht? Nu gaat het me niet om kritiek op de kerk, maar het gaat me wel om jou. Jij mag als een volgeling van de Here Jezus proberen, om dat de doen, wat de Here Jezus ook deed. Hij sprak de taal van die mensen toen. Hij verlaagde Zich gigantisch naar hun niveau. Zou je ’t willen? Zou je écht in de huid van iemand anders willen kruipen? Moet ik dan toch na de televisie kijken, om de taal van vandaag te leren? Moet ik dan, na ja, de soaps en de talkshows gaan volgen om een beetje up-to-date te blijven, als het om termen gaat? Nou, nee, niet altijd. Maar je mag wel je best doen om iemand anders te begrijpen. En je moet je eens goed realiseren, dat er nu een generatie opgroeit, die echt niet meer weet waar het boek Kronieken te vinden. Echt niet. In de kerk hebben we allang de luie christenbijbel uitgevonden met duimgreepjes en zo, dan kun je er wat eerder komen. Maar als je echt, laat ik maar zeggen, Joel moet opzoeken of, na ja, Obadja, nog wat moeilijker, het is maar een bladzijde, dus was moeilijker te vinden. Maar als je dat moet opzoeken, dan zijn wij allen een poosje aan het bladeren. We nemen dan maar geen bijbeltje meer mee, want dat valt zo op. Ik wil zo graag helderheid en zo graag ook een stuk nuchterheid. “Zalig zijn de armen van geest, want van hun is het koninkrijk der hemelen.”
Het 2. en dan stop ik. “Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.” Dat is wel eens uitgelegd in hele bevindelijke kringen, als ongeveer het hoogste van een gelovige. Weet je wel, in het zwart gaan, treuren en nou ja, een beetje somber, heel somber. En dat werk bijna aangeprezen. Is dat bedoeld? Nu dat is niet bedoeld. En toch hoop ik, dat je iets begrijpt van dat wat hier staat. En ik kan het met een heel simpel voorbeeld heel duidelijk maken. Toen de Here Jezus Jeruzalem zag, toen heeft Hij over haar geweend. “Jeruzalem, Jeruzalem hoe dikwijls heb Ik u willen bijeen vergaderen, gelijkerwijze een hen haar kuikens. Maar u hebt niet gewild.” Hij weende over de stad. Hij zegt tegen de vrouwen, die achter Hem aanlopen: Weent niet over mij, maar weent over uzelf. Maar de bijbel zegt in de brief aan de Hebreën, dat Hij met sterk geroep en tranen gebeden geofferd heeft aan Hem, die Hem uit de dood kon verlossen. De Here Jezus is bewogen geweest. Niet voor zichzelf, want Hij wist wat er met Hem zou gaan gebeuren. En als de Here Jezus bij het graf van Lazerus weent – “Jezus weent.” Dat is de kortste tekst uit de bijbel, in Johannes 11 – dan is dat niet omdat Hij niet wist wat Hij zou doen, maar dat is omdat Hij zag wat er allemaal aan zondeprobleem lag. En daar heeft Hij over geweend. Conclusie voor ons is de volgende: Raakt het ons nog, dat mensen verloren gaan? Ik ben zo bang, dat wij gesetteld zijn in de kerk, dat het ons goed gaat. Ja er zijn een aantal mensen, die vreemd opkijken, van ons gedrag misschien niet zo gewend zijn. Maar, voor de rest doet het ons zo weinig. Er is zo weinig van bewogenheid sprake, van erom janken, vechten, treuren. Dat is niet somber zijn. De Here Jezus kon op een bruiloft zijn. En Hij zegt dat je blij mag zijn. Da is niets van somberheid troef. Dat is het niet, het is geen sombere stemming. Maar het is het bewogen zijn, zoals Hij bewogen was met de schare, die Hij zag als schapen, die geen herder hadden. Dat, dat is die bewogenheid. En de Here Jezus heeft die op een fantastische manier inhoud gegeven. En ik heb een beetje het gevoel, dat het ons niet meer raakt, dat het ons zo weinig meer doet. Goed, die niet wil gaat verloren. Ja Turkije is een groot probleem, ik bedoel ik doe ook wat in de 797-zak, dan is de collecte weer over, ja en dan is dat ook weer voorbij en verder vinden we ook, dat de EU maar wat moet doen. Sorry, dat ik het een beetje raar zeg, maar dan zijn we er weer vanaf, weet je wel. Oost-Timor, ja dat is even op je tanden bijten. Had Nederland toch anders moeten reageren vroeger en had Portugal dit moeten doen. En we gaan weer verder. Maar je eigen buurman dan? Ik heb het niet over je letterlijke buurman, maar bij wijze van spreken. Mensen die verloren gaan, die vroeger nog naar de kerk gingen, maar niet meer gaan. Maar we willen ze bij de kerk…. Stop maar met ze bij de kerk te houden, dat bedoel ik niet, ik wil ze zo graag bij de Here Jezus brengen. En als ze bij de Here Jezus komen, komen ze ook wel weer in de kerk of in ’n kerk. Maar eerst de Here Jezus. Ze zijn teleurgesteld. En de hele maatschappij schopt, maar het raakt ons eigenlijk niet meer. We hebben zo weinig bewogenheid, echte bewogenheid naar mensen toe. Treuren, dat je kunt huilen, omdat je broer de Here Jezus niet kent. Ja je kunt ook niet op elke verjaardag doordrammen. Hij zal misschien wel zeggen: je mag wel komen, maar je moet je bek houden, of zo. Sorry, dat ik het heel gewoon zeg …maar zo praten ze, want zij zijn bang, dat je weer een preek gaat houden. Misschien ben je helemaal niet meer welkom, misschien wil je ook niet meer op een verjaardag komen. Nou dan moet je ’s morgens of een dag eerder maar wel gaan. Dus niet wegblijven, dat bedoel ik niet. Er wel heen gaan, laten zien dat je van ze houdt. In plaats van 1 bos bloemen 2 bossen bloemen, in plaats van 1 boekenbon 2 boekenbonnen, één van 2 tientjes en 2 van 1 tientje is nou niet wat ik bedoel, iets extras, iets moois, iets positiefs, je er niet afmaken. Maar tonen bewogenheid. En laat hem maar merken, dat je van hem houdt. En dat je eigenlijk graag wil, dat hij de Here Jezus leert kennen. Zalig die treuren. De Here Jezus heeft alles om Hem heen gezien en Hij heeft het waargenomen met Zijn bijzondere aandacht. En Hij heeft erom getreurd. Zalig die treuren, want ze zullen vertroost worden. Zal ik het anders zeggen? Dan zeg ik het gewoon met een van de Psalmen: dat degene, die de zaadbuidel draagt…..ik zal het u voorlezen uit….is het 126 of 127? 126 geloof ik. Ik bedoel de tekst: hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt. Het is 126 vers 6, maar ik lees ook vers 5. “Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Hij gaat als wenende voort, die de zaadbuidel draagt, voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven.” “Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.” We hebben nu 2 dingen. Wij moeten ons verlagen naar het niveau van mensen om ons heen en dus niet alleen een technisch verlagen, maar ook een emotionele betrokkenheid kennen met die anderen om ons heen. Dat zijn 2 wezenlijke dingen voor discipelschap. Verlagen en innerlijke bewogenheid. Dus niet alleen in een technische, theoretische verlaging van, nou ja, als ik nu maar eenvoudige woordjes zeg, hele korte zinnetjes, Suske en Wiske achtige zinnetjes, dan heb ik het. Nee, Het is ook met je hart annex het is ook een innerlijke kwestie. Die beide dingen werden bij de Here Jezus zo schitterend gevonden en ik hoop ook dat dat bij jou en bij mij echt aanwezig is of zichtbaar wordt in de toekomst.
We willen verdergaan, maar dit zijn vanavond de eerste 2 aanreikingen na een algemeen beschouwinkje hierover. Tot zover de eerste avond.