De Koning komt eraan

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

2. De Koning komt eraan

Johannes Bijbellezing door Dato Steenhuis,

5 september 2004.

Lezen: Joh. 1:35-52 Johannes, het prachtige evangelie waarin de Here Jezus voorgesteld   wordt als JHWH Zelf, als de Here Zelf, als God de Zoon. En het is   adembenemend als je dat evangelie van Johannes gaat bestuderen. Ik probeerde   daar al een aanvang mee te maken. Ik probeerde de eerste aanzet te geven, de   vorige keer. Maar de insteek voor deze serie is in elk geval de profetie. Wat   staat in het evangelie van Johannes over wat er nog gaat komen. De toekomst,   de profetie van Johannes hebben we het daarom genoemd. Bedoeld voor mensen   die de Here Jezus liefhebben en kennen als hun Heiland, als hun Verlosser.   Bedoeld ook voor mensen die interesse hebben in het profetische woord.   Bedoeld voor mensen die willen groeien in hun geloof. Bedoeld voor mensen die   misschien wel een beetje willen studeren. Niet dat het zo zwaar is dat je   echt student moet zijn, maar toch. Een beetje diepgang kan ook geen kwaad. Je   moet wel de Here Jezus Christus kennen als je Heiland en als je Verlosser. Je   moet weten dat De Here Jezus hier op aarde gekomen is. Dat Hij tot het Zijne   kwam, in Zijn eigen schepping kwam, en dat iedereen die Hem aangenomen heeft   het recht heeft om zich een kind van God te noemen, hun die in Zijn Naam   geloven. Niet uit een man, niet uit de wil van het vlees, maar uit God   geboren. Nieuw leven, Goddelijk leven. Dat Goddelijke leven is per saldo   eeuwig, want God is eeuwig. Daarmee heb je alles, in feite dat schitterende   pakket van Gods genade en Gods zegen meegekregen, en je bent er zeker van dat   je dat nooit meer kwijt raakt. Want God heeft als onderpand van wat er nog   gaat komen, nu alvast de mogelijkheid gegeven om te genieten, de Heilige   Geest in jou, de mogelijkheid om te genieten van. Christenen zijn geweldig   gezegend, buitengewoon. Die hoeven niet nog dit en dit en dit te doen om het   te krijgen. Ze hebben het. Door het geloof in de Here Jezus heb je het, mag   je er voor danken, mag je er je hand opleggen, en mag je zeker weten: Dit   gaat mij nooit meer ontglippen. Dit is dat schitterende pakket dat God in   Zijn genade heeft gegeven.Nu is dit Johannes-evangelie op allerlei manieren te bekijken. Maar   wij willen zo graag ja, doordringen tot de profetische vergezichten in dit   evangelie.Johannes de Doper, we kennen de geschiedenis, was als een heraut, als   een aankondiger al bezig om te dopen. En van heinde en ver kwamen mensen tot   Hem en de één zei: “Wat moeten wij doen.” Soldaten vroegen:   “Wat moeten wij dan doen.” En schriftgeleerden vroegen iets. En hij   heeft heel concreet gezegd, daar aan de overzijde van de rivier, aan de   overzijde van de Jordaan, buiten het land nota bene: Dat en dat moest er   gebeuren. En dan komt de Here Jezus bij hem en Johannes ziet Hem en zegt:   “Zie het Lam van God.” Ik probeerde de vorige keer al te zeggen:   “Dat is waarschijnlijk de grootste profetie die uitgesproken is.”   Abraham had gezegd dat God Zichzelf een Lam ten brandoffer zou gaan voorzien.   Dat zou gebeuren. En daar liep een Mens en Johannes zegt: “Daar heb je   Hem.” En de Here Jezus noemt, waarschijnlijk om die reden, hem de   grootste van alle profeten. Niet alleen: Onder wie van vrouwen geboren is, is   geen groter dan Johannes. Dus m.a.w., super, boven alles wat geboren is   super. Maar ook boven alles wat profeet is super. Dat is de duiding van de   Here Jezus t.a.v. Johannes. En Johannes de doper getuigt van de Here Jezus.   Dat was. En nu staat Johannes de doper daar weer. Hij ziet opnieuw de Here   Jezus, ons stukje van vanavond. De heraut, de aankondiger, de stem van één   die roept in de woestijn zegt: “Daar heb je Hem weer. Zie het Lam van   God.” Het is alsof Johannes slechts wijzen kan op de Here Jezus. Alsof   er niemand anders is. En op zich is dat super. Ik hoop dat elke prediker zo’n   Johannes-figuur is, zo’n wijzer is naar Hem, naar de Here Jezus toe. En dat   die altijd, maar dan ook altijd gaat zeggen: “Daar heb je het Lam van   God.” Altijd de Here Jezus aanwijzen.

Twee van zijn discipelen hebben dat gehoord en die zijn de Here Jezus   gaan volgen. Nou, daarover is, ja, veel gepreekt. Ik heb er tenminste vele   preken al over gehoord. En dat Johannes dan wel sneu zou zijn dat een aantal   uit zijn parochie wegliepen en bij die andere parochie kwamen en zo. Weet je   wel, zulke dingen. Nou, laat dat allemaal maar, want dat staat er niet. En   dat zal ook best misschien een rolletje gespeeld hebben, maar Johannes de   doper heeft echt gewezen: Kijk daar heb je Hem. Hij heeft niet gezegd:   “Hier ben ik en daar loopt Hij.” Nee, daar heb je Hem. Zonder over   zichzelf nog te praten. Johannes heeft echt gewezen op de Here Jezus. Twee   van zijn discipelen zijn bij hem vandaan gelopen, zijn de Here Jezus   nagevolgd, en hebben de vraag gesteld: Wij willen wel graag daar zijn waar U   verblijf houdt. En dan hadden wij natuurlijk graag een locatie gewild. Sterke   arm Veenendaal of zo. Daar moet toch een adres bij. Brief met postcode en zo.   gebeurt niet, niks ervan. Kom maar, kom en zie. Als de Here Jezus de   paasmaaltijd wil laten bereiden, dan zegt Hij niet: “Ga naar die en die   straat.” Had natuurlijk gekund, met een nummertje erbij en zo. Dan zegt   Hij: “Je komt ergens, je ziet een man met een kruik water. Waar die naar   binnen gaat moet jij ook naar binnen.”Ook vaag. Als in het boek Hooglied   de vraag komt: Waar laat u op de middag de kudde rusten? Ook geen duiding van   daar en daar adres, maar: Volg de sporen van de schapen. Er zijn soms dingen   die je uit het verband moet opmaken. Waar je niet een precieze duiding van   hebt, maar waarvan de Here wel zegt: “Kijk, daar is het, daar ligt   het.”

Kom en zie. Ze zijn gekomen en de Here Jezus vraagt: Wat zoek je. Hij   had natuurlijk ook kunnen vragen: Wie zoek je. Wat zoek je. Waar hebt U Uw   verblijf. Kom en je ziet het, je zult het zien. En ze kwamen waar Hij   verblijf hield en ze bleven die dag bij Hem. En ze weten later nog precies te   zeggen, ik vermoed een vijftig jaar later, misschien zestig jaar later, weten   ze nog: Nou ja, het was het tiende uur. Dat betekent vier uur ‘s middags. Het   was bijna donker. Dat was het toen. Toen, vlak tegen de avond is het gebeurd.   Ze zijn bij Hem gebleven. Maar ze zijn ook actief geweest en ze hebben   anderen verteld van wat ze gevonden hadden. En ze hebben anderen uitgenodigd.   Andreas vond Petrus. De Here Jezus vindt Filippus, en de Here Jezus laat via   Filippus Nathanaël bij zich roepen. Kortom, de discipelen worden geroepen.   Maar ze spreken erover met elkaar.

En wat is nu de profetische lijn. Broeders en zusters, beste   vrienden, Israël is in grote nood. Ook op dit moment hoor, maar ook nu   vandaag. Als je de profetie uit het boek Openbaring zou bestuderen en je zou   in Openb. 12 gaan lezen, dan staat daar wat er met Israël aan de hand is en   hoe het op dit moment gaat. In Openb. 12 is sprake van een groot teken in de   hemel. Dat is een vrouw met de zon bekleed, de maan onder haar voeten, twaalf   sterren als een krans om haar heen en zwanger van iemand die een mannelijk   wezen genoemd wordt. Israël, een groot teken in de hemel. Stel je voor dat we   nu met z’n allen opgenomen zouden zijn. Kom hierheen op, dat is Openb. 4, het   laatste stuk van het laatste bijbelboek. Kom hierheen op en Ik zal u tonen   wat na dezen, wat na nu gebeuren gaat. Dan ben je daar, zie je de troon, je   ziet het Lam, je ziet de wezens rondom de troon, je ziet oordelen en je   vraagt je in vertwijfeling af: Hoe gaat het dan verder. Hoe loopt het af met   Israël. En dan in de hemel, een groot teken in de hemel. Alle aandacht wordt   a.h.w. ineens naar die vrouw gericht. Een vrouw die moeder is, draagmoeder is   van een mannelijk wezen. Twaalf sterren. Dat is niet uw nummerplaat van uw   auto met NL in het midden. De stammen van Israël. De zon is haar entourage,   van God zelf. De maan als een weerkaatsing van de zon in donkere tijden is de   ondergrond. Daar staat ze, zwanger. Israël heeft door Gods genade dat   mannelijke wezen mogen brengen. Ik citeer Rom. 9: Uit hen (uit Israël) is wat   het vlees betreft, de Christus. Maar daar staat iemand voor die vrouw om,   zodra ze dat mannelijke kind, dat mannelijke wezen gebaard zou hebben, te   happen: De draak, de slang, de duivel, de satan, hap. Hij wil happen, hij wil   toeslaan. Die vrouw, nadat ze dat mannelijke wezen gebaard heeft, dat   mannelijke wezen is naar God in de hemel gevoerd, die vrouw wordt verstopt in   de woestijn, door God bewaard. De duivel, iets verderop in datzelfde   hoofdstuk, vreselijk nijdig, werpt een stroom van water uit z’n bek, de   draak, om die vrouw te verzwelgen. En als dat niet lukt dan wordt hij boos op   de overigen van haar geslacht. Zal ik het anders zeggen: “Israël is   centrum van haat vanwege de duivel.” En alle agressie tegen Israël heeft   hiermee te maken. Natuurlijk zegt u: “Ja, maar Israël, hé, hé, hé, nu   zeg je wat. Maar die hebben toch gezegd: “Weg met Hem, weg met Hem,   kruisig hem, we willen niet dat Hij Koning over ons is.” Die hebben dat   over zichzelf uitgeroepen. Die hadden dan maar eens wat vromer moeten zijn   toen de Here Jezus daar op aarde was.” Ik snap u. Maar uit het feit dat   Israël het laat afweten kunt je nooit, maar dan ook, hoor je goed, maar dan   ook nooit de conclusie trekken dat Gods plannen veranderen. Dat zou veel te   veel eer zijn voor het negatieve. Je kunt nooit stellen dat, omdat mensen het   niet goed doen, God dus, laat ik maar zeggen, met de rug tegen de muur staat   en dus ook maar zegt: “Ja, als jullie zo doen dan kan Ik er ook niks   meer aan doen. Dat, dat, nou ja, dan weet Ik het niet meer.” Toen Israël   zei: “Wij willen Hem niet”, is toen Gods plan met Israël ineens in   de ijskast gezet om daar nooit meer uit te komen. Welnee, de duivel kan nooit   het plan van God verijdelen. Ook al krijgt hij, krijgt hij Israël zo ver dat   dat ze nee zeggen. Dan gaat het plan van God nog door. Want God,verandert   niet door het negatieve van ons. Ook de zondeval heeft het plan van God   nooit, maar dan ook nooit verijdeld. Nog een keer, dan zou altijd ons gedrag   sterker zijn dan het plan van God. Dus God kan Zich iets voornemen, kan een   plan maken. Maar als wij nee zeggen, ja, dan gebeurt het niet. Dus wij zijn   dan sterker dan God Wij zijn machtiger dan God. Dat zou er dan uit komen.   Maar dat kan niet. Dat bestaat niet. Ik wil dit zo graag kwijt, omdat vandaag   de dag gezegd wordt: “Ja, dat hebben ze over zichzelf uitgeroepen: Uw   bloed kome over ons en over kinderen. Nou, dat hebben ze geweten.” En er   zijn zelfs evangelisten die zeggen: “Nou, daarom is het hele plan van   God nu naar de Gemeente geschoven. Daarom is de kerk in de plaats van Israël   gekomen.” Dat is misschien wel de grootste blunder uit de   kerkgeschiedenis. Sorry dat ik een beetje scherp ben. En dus gaat men zeggen:   “Ja, dat hebben ze over zichzelf geroepen.” Maar Openb. 12 vertelt   ons dat dat helemaal niet zo is. Natuurlijk, de agressie van de tegenstander   geldt Israël. Waarom, omdat Israël in Gods woord het middel is van God om   Zich hier op aarde te openbaren. Dat doet de Here middels Israël. Daarom is   de duivel zo furieus. Daarom hitst hij Irak en Iran en wie dan ook op om   Israël in de zee te dumpen. Daarom is hij bezig om vandaag alle haat en alle   agressie richting Israël te sturen. Daarom gaat het in het Midden-Oosten. Dat   is het conflict. Natuurlijk zeggen we: “Ja, het is een conflict. Ja, het   is terrorisme en we zijn tegen terrorisme.” En of dat nu Bush heet of   Poetin heet, ze kunnen zich in beide gevallen niets meer permitteren. Ze zijn   gewoon bijna uitgepraat door een aantal gebeurtenissen. Maar het is de   duivel, het is de satan, het is de tegenstander die zich richt op Israël en   die niets liever wil dan Israël verslinden. Zoals die draak daar voor die   vrouw staat om dat wat eruit komt, van dat mannelijke om dat gelijk weg te   kapen. Dat is wat er staat.

Israël: Blijft dat dan zo. Nee, ze wordt verstopt in de woestijn en   door God bewaard, hoe dan ook. Dat er een stroom van ellende in hun richting   gestuurd wordt uit de bek van de draak, dat is moeilijk. Ze zullen het zwaar   hebben en ze hebben het ook zwaar. Betekent het dat de politiek van Sharon zo   goed is, heb ik dat gezegd, nee. Betekent het dat ik het eens ben met ze daar   allemaal aan politiek besluiten ten aanzien van wie dan ook, nee. Het gaat   mij niet om de politiek van Sharon te verdedigen. Het gaat mij om het plan   van God neer te zetten. En het plan van God is meer dan de politiek van de   Knesset.

Waarom deze inleiding? Omdat er een moment gaat komen dat de Koning   komt. Wat verandert die verschrikkelijke tijd van de duivel die z’n agressie   richt op Israël en de overigen van haar geslacht. En of dat nu alleen maar   mensen uit het Midden-Oosten zijn of dat het anderen zijn. Ik denk dat het   wat breder gezien moet worden, maar dat het inderdaad te maken heeft met: Als   ik dan niet Israël kapot kan krijgen, dan maar Europa of dan maar dit of dan   maar Amerika of dan maar dit. Hoe dan ook, de overigen van haar geslacht   worden dus nu het mikpunt van de duivel. En misschien hebt u het al een   beetje gevoeld. Gisteren of eergisteren of vorig jaar, bij wijze van spreken.

En nu dit stukje. Er komt een moment, zegt de bijbel. Ik wil nog een   keer eerlijk zeggen hè, zoals het hier staat is het natuurlijk gebeurd,   gewoon letterlijk. Toen was de Here Jezus daar. En toen was Johannes de doper   daar. En toen zei Johannes de doper: “Daar heb je het Lam van God.”   En toen zijn een paar van de discipelen van Johannes de doper bij hem weggegaan   en naar de Here Jezus gegaan. Dat is gewoon gebeurd. En toen heeft de één de   ander gevonden en ze zijn samen gaan optrekken. Het is een gezelschap   geworden. Een bijzonder gezelschap. Dat is toen gewoon letterlijk gebeurd.   Dat staat in het evangelie. Is dat niet zo. Ja, dat is zo, laat staan. Maar   datzelfde heeft te maken met de toekomst. De bijbel zegt, in het boek   Maleachi, het laatste bijbelboek van het OT, het laatste hoofdstuk: Ik zend   Mijn knecht, Mijn Elia, Mijn heraut. Ik zend hem, Ik stuur hem. En hij zal   als een heraut gaan zeggen: “De Koning komt, de Koning komt eraan.”   Dat is de taal van Johannes de doper. En ik zei de vorige keer al hier:   Daarom vroegen ze: “Bent u dan de Elia, bent u dan de profeet, bent u   het dan.” “Nee”, zegt Johannes, “ik ben alleen maar een   stem.” Het gaat niet om zijn pretenties, om zijn diploma’s, om zijn   aanstelling, om zijn glorie, om zijn etiket boven zijn hoofd. Maar het gaat   erom dat Johannes zei: “maar ik ben wel een stem van één die roept in de   woestijn.” En als de Here Jezus komt, als Hij komt, als de Here Jezus   hier op aarde terugkomt, even los van de opname van de Gemeente waarin ik   stellig geloof, maar daarover later, als de Here Jezus terugkomt, wat gaat er   dan gebeuren. Nou, het eerste wat de heraut van de Koning zegt: “De   Koning komt, de Koning komt eraan.” En als hij Hem ziet: “Daar heb   je het Lam van God.” Zal ik het ander zeggen: “Ze zullen zien op   Hem die doorstoken werd.” Ineens zien: oh, dan zien ze Hem. Ja, Hij was het   toch. Zie het Lam van God. Daar heb je Hem. En daar zijn in diezelfde tijd   mensen die tegen elkaar zeggen: “Het gebeurt toch.” Ik zal u een   tekst lezen uit Maleachi, Mal. 3. Er zijn mensen die in die tijd, dat is het   eind van het OT. Een enorme verwording, een enorme verwildering. Na de   opleving van Ezra en Nehemia is er eigenlijk geen spetter meer over van wat   nog een beetje godsdienstig is. Helemaal niets van overgebleven. In Mal. 3,   laatste bijbelboek OT, moet te vinden zijn, staat in vs 13: “Vermetel   zijn uw woorden over Mij”, zegt de Here. En dan zegt hij: “Wat   hebben wij dan onder elkaar over U gesproken?” Gij zegt: “Nutteloos   is het God te dienen.” Dat is dus de ene kant van de medaille. Er is een   groep die zegt: “Nutteloos is het. Wat gewint gij, wat levert het   op?” Nou, wat schuift het, populair, toch. Dat zeggen ze: “Wat nut   heeft het, wat schuift het. Wat heb ik er aan.” Maar, vs 16, dan spreken   zij die de Here vrezen onder elkaar, ieder onder zijn naaste: “De Here   bemerkte het toch en hoorde het. En er werd een gedenkboek voor Zijn   aangezicht geschreven.” Daar waren ook een paar die een ieder tot zijn   naaste zei: “De Here ziet het.” Hoort u het Andreas zeggen tegen   Petrus. Een ieder tegen zij naaste: Hij is er. En hoort u het Philippus tegen   Nathanaël zeggen: “Daar heb je Hem.” En Hij bemerkt het, Hij ziet   het, Hij hoort het, Hij. In dit laatste bijbelboek van het OT vindt u het al.   Het is alsof er nu een aantal gerekruteerd worden, bij elkaar gebracht   worden, die rondom de Koning gaan staan. Ja, ze moeten nog even wat leren. Ze   moeten er eigenlijk nog achter komen wie die Koning is, maar ze zijn in hart   en in gedachten gereed, Petrus, Andreas, Philippus, Nathanaël. En we weten   nog een paar namen. Maar ze zijn gekomen en ze zijn om die Koning gaan staan.   En wat die Koning dan zegt is eigenlijk subliem. “Nathanaël, Ik zag je   allang jongen.” En het is heel helder dat die Koning nu zegt:   “Nathanaël, Ik kijk verder dan mijn neus lang is. Ik kijk verder dan jij   kunt overzien. En ik zag je allang onder die vijgenboom. En Ik heb je echt   gezien. Je was oprecht, je was verlangend om Mij te dienen. Een Israëliet in   wie geen bedrog is.” Dat is kennelijk een uitzondering geweest in die   tijd. Nog een uitzondering, in Nederland ook. Dat is iets bijzonders. Het   verlangen was er in Nathanaëls hart om de Here te dienen. Hij zat onder de   vijgenboom. Vijgenboom is het symbool van Israël hè, van de toekomst. De   vijgenboom bloeit. De vijgenboom, daar zat hij onder. En de Here zegt:   “Ik zag je wel, Ik kende je hart, Ik kende je verlangen, en Ik liet je   door Philippus roepen.” De één zei tegen de ander: “Kom de Koning   is er.” En Nathanaël wordt wakker. Hij gaat mee. Kom en zie. Kijk zelf   maar. En hij komt en hij hoort: Nathanaël, voor Philippus je riep zag ik je   al. U bent God, U bent de Schepper, U bent de Koning. Ineens snapt hij het   helemaal. In één keer. Het is alsof de schellen van z’n ogen vallen en hij   proclameert het: Hij is Koning. En de Here Jezus zegt: “Gij zult grotere   dingen zien dan deze, want van nu aan zul je de Zoon des mensen zien, en engelen   van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.” Dat moet u even   goed in uw oren knopen, althans, probeert u dat eens. Eerst een term. Zoon   des mensen is niet iemand die van mensen afstamt alleen maar, maar het is een   titel. Als in Dan. 7 de Oude van dagen zit op die hoge en verheven troon, dan   komt er met de wolken des hemels een Mensenzoon, of de Zoon des mensen, om   alle macht uit de hand van die Oude van dagen te krijgen. Die Mensenzoon, nog   eventjes iets verder: Als de Here Jezus zegt voor het sanhedrin, dus toen   hebben ze Hem gearresteerd, en dan zegt Hij: “U zult de Zoon des mensen   zitten….” Oh, Hij heeft Zichzelf God gelijk gemaakt. Dat is de grootste   schuld die ze Hem kunnen aanwrijven. Zoon des mensen was niet zomaar iets, dat   was een titel die behoorde bij God zelf. Maar die behoorde ook bij de Koning.   Dat behoorde bij de Heerser. En nu zegt de Here Jezus tegen Nathanaël:   “Nathanaël, je zult de Zoon des mensen zien zitten. Je zult Hem zien. Je   zult Hem zien Die alle macht heeft. Je zult Hem zien Die alle glorie heeft.   Je zult Hem zien Die God zelf is. Je zult Hem zien die de Schepper is. Je   zult Hem zien in al Z’n glorie, in al Z’n grootheid.” Stel je voor dat   zoiets bijzonders uit de hemel zou komen. Nu, dat is wat Johannes de doper   zegt. Kijk maar, daar heb je Hem. De Koning komt. En als we uit Ezechiël   ongeveer weten hoe dat gaat, hoe die Koning uit de hemel komt, met welk een   glorie, met welk een pracht, met welk een schittering Hij met Zijn hemelwagen   hier op aarde verschijnt. Die aarde gloeit, die aarde straalt, die aarde   schittert. En dan komt de Here Jezus uit zijn glorie uit de hemel   heerlijkheid hier op aarde om Koning te zijn. En op dat moment zijn er een   aantal die om Hem heen gaan staan. De heraut van de Koning heeft z’n werk gedaan,   heeft een aantal mensen gemobiliseerd om om Hem heen staan. En wat zegt Hij   dan ook nog: “En van nu aan zul je de Zoon des mensen zien zitten, maar   je zult ook de engelen zien opstijgen en neerdalen op die Zoon des   mensen.” Dat betekent dat de Here Jezus feitelijk zegt: “Moet je   eens luisteren, vanaf dat moment ligt het bestuur van de hemel en de leiding   van de engelen, het sturen van de engelen, dat ligt bij Mij. Dat ligt bij Mij   op aarde. En de engelen van God gaan van Mij uit en komen bij Mij terug. Ze   gaan van Mij uit en ze brengen Mij rapport, Mij verslag.” Dat is de Here   Jezus. Die zit dan ergens in een troon. Ja, het is nog niet Jeruzalem. Het is   nog iets buiten Jeruzalem. Het is oostelijk van Jeruzalem. Let u op, uit   Ezechiël, als de heerlijkheid van God komt uit oostelijke richting, dan gaat   het allemaal Jeruzalem binnen. Dit gaat allemaal nog komen. Maar hier vindt   u, in hoofdst. 1 al, de eerste duidingen van: De Koning komt, de Koning komt   eraan. Het is adembenemend bijna, zo precies. ik ga niet de volgende   toespraak alvast inkleuren, maar je kunt je voorstellen dat het eerste wonder   daarna Kana wordt. De blijdschap komt terug. Wijn is een beeld dat het hart   van God en mensen verheugd. En dat is dan voorbij, het is op, het is gewoon   gebeurd. En dan is het eerste wonder: De blijdschap is er weer. Daarover   later. Maar je kunt je voorstellen dat dat gebeurd, hier heel precies.

Nu terug. Je ziet in deze geschiedenis de rekrutering van een aantal   discipelen, een aantal volgelingen, die uiteindelijk via de heraut van de   Koning, Johannes de doper, rondom de Koning gaan staan, en die de Koning zien   in glorie en in heerlijkheid, ineens oog krijgen voor Wie Hij eigenlijk is.   Ik hoop dat ik heraut van de Koning ben. Ik hoop dat ik de stem ben van één   die roept in de woestijn. Van iemand die roept hier in Veenendaal. En ik hoop   dat ik tegen jou mag zeggen daar heb je het Lam van God. Je moet bij Hem   zijn. En ik hoop dat jij zegt: “Ik hoef niet bij Dato, ik hoef niet bij   de Maranatha-club, ik moet bij Hem zijn, bij Hem.” En ik hoop dat je Hem   volgt. Waar hebt U Uw verblijf. De Here Jezus zegt: “Ik zal het je laten   zien.” Als jij bidt: Here waar bent U. Waar hebt U Uw verblijf. Waar is   Uw glorie, waar is Uw heerlijkheid zichtbaar. Dan zegt de Here Jezus tegen jou:   “Kijk maar eens naar Mij. Ik zal je daar brengen.” En als je daar   komt, dan zeg je tegen je buurvrouw, tegen je medegelovige, tegen je broeder:   “Kom, kom joh, je moet meekomen.” En hij bracht hem bij Jezus. Dat   is niet alleen evangelie, dat is niet alleen evangelisatie, ook. Natuurlijk   zit dat er ook in. Het is een beetje te simpel. Het is laten zien Wie Hij is.   Het is iemand brengen bij de glorie van de Here Jezus, bij de majesteit van   onze Here, bij de geweldige grootheid van mijn en onze Heiland. En ze komen   daar. Daar openbaart de Here Jezus zich. Daar openbaart Hij Zijn glorie. Daar   laat Hij zien Wie Hij is. Op dit moment heeft de Here Jezus op aarde nog geen   terrein waar Hij heerst. De vorst der duisternis is nog de baas en hij stelt   koningen aan en hij manipuleert die koningen op een gigantische manier. En of   ze nou conferentie A of conferentie B beleggen, de satan manipuleert en   probeert zijn structuur en zijn strategie op te dringen. En dat lukt hem   aardig. Het enige terrein wat de Here Jezus hier heeft, is eigenlijk maar één   vierkante meter groot. Dat is namelijk de plek waar jij staat. Zou jij durven   zeggen: “Here Jezus, dat stukje grond, één vierkante meter, dat is van   U.” Er is een hele beweging in de evangelische hoek van de leer, dat   heet spiritual mapping. Die willen dus een bepaald gebied voor de Here   claimen. B.v. heel Veenendaal of heel Nederland of provincie Utrecht of zo,   maar een stuk. Nou, ik hou wel een beetje van spiritual mapping. Niet zoals   zij dat zeggen, maar ik zou zo graag willen dat jij die vierkante meter waar   jij op staat voor de Here claimt. Dat je nu eens durft te zeggen: “Here,   dit terrein is van U.” Straks komt het moment dat de Here Jezus als de   Koning der koningen, als de Here der heren uit de hemel komt. Ja, en dan staan   er een aantal, via het zien op Hem die doorstoken werd, rondom Hem, bij Hem.   En alle aandacht is op Hem gericht. Ik hoop dat die vierkante meter van mij   nu voor Hem is. En dat je echt zou kunnen zien: Here Jezus, U bent hier de   baas. U hebt het hier voor het zeggen. De Zoon des mensen, de Koning, Hij is   hier. Hij is in mijn hart en in mijn leven alles. En ik laat mijn voeten niet   meer richten op de weg van onvrede, maar op de weg van de vrede. Alles is   voor U, Here Jezus. Misschien zeggen we: “Ja, maar er is nog een terrein   toch, dat van de Gemeente.” Dat klopt. Maar daar hebt u geen enkele   invloed op. Een ketting is net zo sterk als een zwakste schakel. Dat verhaal   kent u. U kunt een prachtige ketting hebben. Als er één zwakke schakel zit en   je trekt er aan dan is die kapot. En de Gemeente is ook net zo sterk als de   zwakste schakel. Nou kun je natuurlijk je wel zeggen: “De Gemeente is   het terrein waar de Here Jezus Heer is, waar Hij de baas is, waar Hij de   Koning is, waar Hij gezag heeft.” Dat is ook zo, theoretisch. Maar u   kunt daar niks aan doen. Want als uw buurman het anders bedenkt, en die is   ook in die Gemeente, dan is er niet zoveel kracht meer. En daarom kom ik daar   een beetje van terug. En ik wil gewoon tegen jou en tegen mezelf zeggen:   “Die vierkante meter van mij, daar moet het gebeuren, daar moet het   gebeuren. In mijn hart, in mijn leven.” Stel dat ik nu echt zou zien:   Here Jezus, U bent het Lam van God. Door God voorzien. God heeft een   geweldig, geweldig stuk raadsbesluit genomen: Ik zal Eén sturen en Die zal   het doen. En ik mag belijden: U bent het Here Jezus, U bent het. U bent het   Lam van God, U bent het, dat wat God voorzag, U bent het in eigen persoon. En   U hebt het helemaal laten zien aan het kruis van Golgotha. Here, ik wil graag   bij u zijn. Waar U Uw verblijf hebt, daar wil ik zijn. “Kom en   zie”, zegt de Here Jezus. “Kom maar, kom maar kijken.” Ik ga   bij U staan en ik laat me door de herauten van de Koning, en of dat nu de   predikers zijn, of de schrijvers zijn, of de uitleggers zijn, of de   verkondigers zijn, wat het ook is, ik laat me door de herauten van de Koning   in die richting duwen. En de herauten van de Koning, sprekers, moeten vandaag   zeggen: “Daar is Hij, daar is Hij.” Niet zo is Hij, dat gebeurt.   Claimen, eigen gemeente, mijn gemeente, mijn club, mijn eer, mijn naam. De   duivel heeft je dan prachtig te pakken. Dan heeft hij alweer gehapt. Maar Hij   is het. En als de prediker zeggen: “Hij is het, het gaat om Hem en om   Hem alleen”, dan zullen er mensen zijn die zeggen: “Dat willen we   zien, dat willen we zien. Daar willen we meer van weten.” En als je komt   en ziet Wie Hij is, dan ben je verkocht. Dat is een soort virus waar je nooit   meer af komt. Nou, ik hoop dat je daar goed ziek van wordt. Sorry hoor, voor   het woord ziek, dat je daar nooit en nooit meer af komt. Dat dat zo invreet   in je, dat je zegt: “Dit is het. Ik wil Hem zien. Ik wil niemand   anders.” En als je Hem ziet, dan hoor je Hem zeggen: “Ik kende je   allang. Ik wist precies waar je woonde. Ik wist waar je was. Ik wist hoe het   ervoor stond, wat je dacht en hoe je lag of liep of stond of sliep, Ik wist   het.” En als Nathanaël verwonderd is, dan mag jij best een keer   verwoorden: O Here, hoe zit dat dan Here, hoe zit dat dan dat U mij al kende,   dat U mij al zag voordat ik U zag. Voorwaar, Ik zeg u, je zult grotere dingen   zien. Nog meer, je zult de Zoon des mensen zien. Je zult ineens ontdekken dat   Die die aan het kruis zijn leven gaf, Die die stierf, waarvan wij zeggen:   “Ja, maar dat was eventjes een afgang, dat was even armoe, dat immers   gewoon, ja, een terechtstelling, een martelende terechtstelling waar we   eigenlijk geen woorden voor hebben.” O.k., maar je zult meer zien. Je   zult de Zoon des mensen zien. En als je de Zoon des mensen wilt zien zijn er   twee reacties mogelijk. Ofwel ze zeggen: “We willen niet dat Hij Koning   over ons is, Hij is des doods schuldig.” Of, andere kant: Here U bent   het, en U bent de enige. Engelen van God stijgen op en engelen van God komen   op U terecht. Het is één en al subliem, het is prachtig en subliem. Het is   prachtig en het is heerlijk om je daar aan te vergapen. De Here Jezus zien.

Goed, dit is toekomst. Israël zal via een klein deel, via een klein   aantal, via een overblijfsel, profetisch, wijzen naar de Here Jezus. Er komt   een moment dat Hij weer het centrum zal zijn, als Hij hier op aarde terugkomt   als de Koning. Dat is niet nu. De Here Jezus is nu in de hemel. Wij zijn hier   op aarde, en u mag Hem nu in uw hart zo eren. In uw hart zo verwelkomen, in   uw hart zo gaan dienen. hamvraag, wat doet u met de Here Jezus, vandaag.   verlangt u naar Hem en zegt u: “Here ik wil graag bij U zijn, waar hebt   U Uw verblijf. Waar bent U.” Wat zoek je. Nou ja, je kunt van alles   zoeken hè. Zoek je Hem. Als je Hem zoekt, zal Hij zeggen Wie Hij is. Niet   alleen waar Hij is, maar ook Wie Hij is. De Zoon des mensen, de baas van de   engelen. Eén engel kan 185.000 man in één nacht verslaan. Hij is de baas van   1 legioen. Hij is de baas van 2 legioenen, van 12 legioenen, Hij is de Here.   U bent de Here. Dit maakt je zo blij. Here Jezus, wie zou ons scheiden van de   liefde van God. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen. Wie,   wie. ja, de aanklager is er, dag en nacht. Maar wie beschuldigt ten diepste.   Als Hij, de Here, ons vrijpleit. Als Hij, de Here, het Lam van God is. Als   Hij zegt: “Ik, Ik ben het, weest niet bang, Ik ben de overwinnaar.”   Als Hij tegen jou zegt: “Ik sta boven alles, boven al het gewoel, boven   alle agressie, boven alle terroristische aanslagen, Ik sta erboven. het is   niet van Mij, de duivel staat alleen maar klaar om te verwoesten.” En   als in Rusland 460 mensen omkomen met één zo’n daad, dan is één ding helder,   dat is niet van de Here. Dat is van de tegenstander. De Here Jezus geeft   Zichzelf in de dood, om mensen die dood zijn levend te maken. Dat is heel   anders dan aanslagen, is heel anders dan terrorisme, is heel anders dan een   autobom. Alle agressie is die golf van ellende die de duivel uit z’n bek laat   komen om mensen te verzwelgen. Dat is niet van de Here. Het gebeurt, omdat de   duivel nu nog ruimte heeft. Nog, niet lang meer, nog. Maar de Here wil   redden, de Here wil je helpen, de Here wil je zegenen, de Here wil je   bemoedigen, de Here wil je versterken, de Here wil je helen. Hij wil je   gezond maken, Hij wil je gelukkig maken. Hij wil met Zijn genade en Zijn   liefde om je heen komen. Here Jezus, kom in mijn hart. Niet alleen evangelie.   Kom in mijn hart, ik wil U zo ook danken, ik wil zo graag gered worden. Als   je gered bent: Here Jezus, ik wil u dienen, ik wil U volgen, ik wil aan Uw   kant staan. Ik wil nu al dat wat in het duizendjarig vrederijk helemaal   zichtbaar wordt, dat wil ik nu beleven. Daar wil ik nu een begin mee maken.   Dat is ten diepste onze christelijke opdracht: Het duizendjarig vrederijk. Er   zijn horden van kerken die zeggen dat nu al begonnen is. Dat hoort u mij niet   zeggen, dat voelt u, dat komt nog. het is één grote chaos nu. Maar dat wat   dan zo kenmerkend is, dat mag nu in mijn hart en in mijn leven, op die   vierkante meter van mij, aanwezig zijn. Here Jezus, dat wil ik. De Koning   komt. Zie het Lam Gods. En Hij zegt: “De engelen van God omhoog en naar   beneden, op de Zoon des mensen. Hier ben ik.” De glorie van de Here   Jezus is er, in jouw hart, in jouw leven. En je kunt het om die reden pakken.   Straks krijgt het zijn volle ontplooiing, hier op aarde wereldwijd, en zal   Israël het kanaal zijn van die geweldige zegenstroom. Nu ben jij het, ben ik   het, op onze eigen plek, in onze eigen levens De Here zegene ons, amen.