Openbaring 1 : 1 – 8

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 1. Hij Komt met de wolken.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
13 januari 2002

Lezen: Openbaring 1:1-8

Ja wij proberen het boek Openbaring wat dichterbij te brengen. We proberen dat op onze harten te leggen en we proberen te kijken met de ogen van de Here naar dit bijzondere boek. Nou dat zijn al best moeilijke termen. Kijken met de ogen van de Here, dat betekent dat je alleen maar kunt begrijpen door, ja door de Heilige Geest. En dan zet je tamelijk hoog in aan het begin van een dienst. Als je alleen door de Heilige Geest kunt kijken dan zul je die Heilige Geest moeten hebben en dan zul je ook de Heilige Geest moeten toestaan om te werken. Want je kunt Hem wel hebben maar dan kun je Hem nog uitblussen, dan kun je Hem nog bedroeven. Dan kun je nog zo zijn dat dat niet functioneert. Dus we zitten gelijk behoorlijk hoog in de boom.
Het is de Openbaring van Jezus Christus. Nou Bert zei het net al in de inleiding: “God doet een boek open over de Here Jezus”. Het woord openbaring is hetzelfde als onthulling. Dus als er een standbeeld, een prachtig kunstwerk wordt onthuld op een bepaalde dag dan wordt het doek weggetrokken door wie dan ook. Nou dan is dat een onthulling. Nou dat is wat hier gebeurt. God zelf trekt het doek weg. God zelf onthult de Here Jezus. En toen ik dat voor het eerst hoorde toen dacht ik: Nou dan mag je wel eens op het puntje van je stoel gaan zitten. Als God het de moeite waard vindt om Zijn “Kunstwerk”, zet dat maar even tussen aanhalingstekens, te onthullen, als Hij zo schitterend is, zo geweldig is, dan wordt het tijd dat wij gaan luisteren. En dat is nu precies wat de duivel wil verhinderen.
Hier staat: “Zalig hij die leest en zalig zij die voorlezen en zalig zij die hoorden de woorden van de profetie”. Alleen al het lezen van deze dingen en het aanhoren van deze dingen is een bijzondere zegen van God. Fijn dat u er bent. Fijn dat u mee gaat genieten, mee gaat kijken, mee gaat luisteren naar die prachtige dingen die in dit laatste bijbelboek beschreven staan.
Iedereen roept: “Dit is een heel moeilijk boek”. Ik zeg ook niet dat dit makkelijk is, maar niet te moeilijk, want u hebt een capaciteit, een vermogen om het te snappen. Wie? Nou, alle mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland, als hun verlosser, die hebben van God de Heilige Geest gekregen. Nog een keer. Alle mensen die met hun schuld tot God gingen, die hun zonden hebben beleden en tot God gingen: “Here God wees mij zondaar genadig”, die hebben van God te horen gekregen: “Geloof in de Here Jezus en je zult behouden worden”. Heb je toch gedaan? “En als je het gedaan hebt”, zegt God, “dan geef Ik je Mijn Heilige Geest. Vanaf dat moment krijg jij van Mij het vermogen, de capaciteit om Mijn dingen te snappen”. Dat is echt uniek, geweldig, dat God je het vermogen geeft om Zijn dingen te begrijpen. Geestelijke dingen, zo drukt Paulus dat uit in 1 Kor., die met geestelijk verstand begrepen moeten worden. Nou dat geestelijk verstand, dat krijg je door die Heilige Geest. Je kunt de Heilige Geest uitblussen. Je kunt Hem ook bedroeven. Je kunt Hem niet toestaan te werken. In het boek Openbaring zullen we een situatie tegenkomen dat gezegd wordt: “Ik raad u aan van Mij te kopen ogenzalf”, weet je wel? Dan moet er iets gebeuren, dan ben je eigenlijk bij de oogarts aangekomen en dan moet je medicatie hebben om weer helder te zien. Om de dingen van God opnieuw onder ogen te krijgen. Maar van harte hoop ik dat je hier bent als een gelovige, als een kind van God met het verlangen om meer van de Here Jezus te zien, meer van Hem te ontdekken. Het laatste bijbelboek zal je op een prachtige manier helpen. En die duivel? Ja die duivel is er op uit om te zeggen: “Dat is veel te moeilijk voor je, dat is voor mensen die gestudeerd hebben. En zij hebben nog de grootste verschillen ontdekt. Dus waag je daar maar niet aan. Sla dat boek maar over.” En dat gebeurt meestal. In plaats van openbaring, onthulling is het versluiering is het gewoon bedekking. En dit laatste bijbelboek is hooguit nog te vinden in één enkele tekst, soms, weet je wel, gewoon omdat het een aardige tekst is. Maar om nou te zeggen we gaan studie maken van dat laatste bijbelboek. En dat willen we nu zo graag. We willen in deze diensten graag vertellen van de Here Jezus. Van het feit dat Hij komt. Van het feit dat Hij de Here is. Van het feit dat Hij in het huis van de Vader op je wacht. En dat er een prachtige toekomst voorligt. En we willen ook graag vertellen dat Gods plannen met Israël ook waar worden. Dat ze echt waar worden. Nou alles zit in dit laatste bijbelboek. Zoveel stof, we kunnen nog wel even vooruit.
Fijn dat u er bent. De tweede keer. En ik hoop van harte dat we samen genieten van de openbaring van Jezus Christus. En God zelf geeft die openbaring. Dus God trekt het doek weg, God openbaart Zijn Zoon. En dat is bedoeld voor die dienstknechten. Die krijgen getoond hetgeen weldra moet geschieden. En dat is wel een beetje een beperking. Soms wordt wel eens gezegd: “Ja, het is allemaal zo makkelijk bij die evangelischen”. Nou ja of ik daar nu wel of niet onder pas dat weet ik ook niet precies maar ik reken me daar zelf toch wel bij, ik zit in dat evangelisch circuit. Maar het is allemaal zo makkelijk. Je gelooft één keer in de Here Jezus en je hebt een soort polis in je binnenzak en er kan je gewoon niks meer gebeuren. Maar die diepgang weet je wel, die ernst die ontbreekt daar want daar lachen ze wel eens in een samenkomst. Ik hoop niet dat u mij kwalijk neemt als ik het zo formuleer. Nu, hier staat wel terdege een beperking. Hier staat dat het een openbaring is van Jezus Christus. Om Zijn gelovigen te tonen? Nee, om Zijn knechten te tonen. Dat betekent dat je behalve een kind van God, behalve leven uit God, ook nog de principiële bereidheid moet hebben om voor Hem iets te doen. Om voor Hem te gaan. Dat is echt zo. Daarom zult u in hoofdst. 2 en in hoofdst. 3 steeds tegenkomen: “Wie overwint die zal ik geven”. Dat betekent dat het om beloning gaat. Dat het om, ja, een lauwerkrans gaat, een ereplek gaat, een erezetel gaat. En beloning, in de bijbel, staat altijd in verbinding met een gelovige die ook discipel, die ook volgeling is. Nu moet ik heldere, heldere dingen zeggen. U bent een gelovig als u gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus. U hebt leven tot in eeuwigheid, u hebt een prachtig vooruitzicht als u gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus. En u komt in de hemel door het geloof in de Here Jezus. Niet door uw werken. U komt in de hemel doordat u gelooft. En toch wordt van u gevraagd om een overwinnaar te zijn. Aan een overwinnaar worden speciale zegeningen toegekend, extra zegeningen. En die extra zegeningen houden verband met wie je bent voor Christus. Dus niet wie je bent in Christus maar wie je bent voor Christus. En dat zijn knechten, dat zijn discipelen, dat zijn volgelingen. Dus het is bedoeld voor gelovigen die ook nog volgelingen zijn, die ook nog discipelen zijn, die ook nog voor de Here Jezus willen gaan. En aan hen zal getoond worden wat weldra moet geschieden. Nou ook dat is gewoon, ja, een hot item. Wie zou vandaag niet willen weten wat er spoedig gaat gebeuren. Zegt de bijbel daar van alles over? Ja. Als u mij om een datum vraagt dan zeg ik: “Het is 13 januari 2002”. Maar als u mij vraagt: “Wanneer komt de Here Jezus terug”, dan zeg ik: “Ik weet het niet”. En al die mensen die een datum hebben genoemd hebben het mis gehad. Ik ken er een hele rij en ik weet al zoveel data, maar dat klopt niet. En ik ben ook alleen maar Dato en geen datum. Ik weet het niet, ik weet het echt niet. En niemand van ons kan een datum geven. Maar we kunnen wel zeggen dat het weldra gaat gebeuren, dat het spoedig gaat komen.
En de Here Jezus roept ons in dit laatste bijbelboek toe: “Ik kom spoedig, houdt wat gij hebt, Ik kom gauw”. En bij Hem is duizend jaar één dag en we hebben nog maar tweeduizend jaar gehad. Dus eergisteren zei de Here Jezus: “Ik kom gauw terug hoor”. Nou ja, dat kun je nog best waarmaken. U draait het altijd om. En de mensen in de straat zeggen ook: “Nou, kan nog wel duizend jaar duren”, zo van… Oh ja? Eergisteren zei de Here Jezus: “Ik kom spoedig terug”. En het is nog actueel. Het is prachtig om terug te kijken naar de komst van de Here Jezus.
Nu, hetgeen weldra geschieden moet. En dat, dat heeft Hij door een engel te zenden, aan Johannes te kennen gegeven. Johannes, daar kom ik later op terug, dat blijkt uit het vervolg van hoofdst. 1 was op het eiland Pathmos. Ik zal u daarover iets vertellen de volgende keer. En deze heeft van het woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus alles wat hij gezien heeft. Johannes zegt eigenlijk dit: “Ik ben alleen maar een werktuig, een stukje getuigenis en ik houd niets achter, ik vertel het je allemaal heel plain, ik ga het je echt uit de doeken doen.”
En dan komt: Zalig hij die voorleest en zij die horen de woorden van de profetie en bewaren hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij. Weer: Hij komt weldra en de tijd is nabij. Direkt al in de aanhef komt u eigenlijk deze dingen tegen. Weldra, de tijd is nabij, wakker worden. We zijn een beetje wakker geschud door 11 september. En we zijn een beetje op onze hoedde door. En er is van alles veranderd na die datum. En de kerk is een beetje voller geworden. En het verlangen naar onderwerpen over de komst van de Here Jezus die worden sterker. Er komen steeds meer mensen die interesse hebben in dit laatste bijbelboek. Alleen ze hebben het gevoel: We horen hier niet, we krijgen daarover geen informatie meer. Nu, ik ben blij dat we het met elkaar mogen overwegen want de tijd is nabij. En dat. is een speciale zegen voor u in weggelegd. Soms zijn er van die knipogen. Ik had het moeilijk vanmorgen, heel moeilijk. Ik had slecht geslapen. We hadden een spannende bijenkomst, hele spannende bijeenkomst om 12 uur vanmiddag. En ik liep buiten vanmorgen in alle vroegte. Ik zei: “Here, geef me alstublieft een teken, laat alstublieft iets van eenden en ganzen overvliegen in een V-vorm”. Ik kijk omhoog en ik zie ze. U kunt het stom vinden en u kunt het heel emotioneel vinden. Hoh daar heb je van die van die hoh, nou die letten op het vogelgeschrei weet je wel. Dat. wordt dan altijd in een soort kadertje geplaatst. Ik zei tegen Hennie: “De Here heeft al geantwoord. Ik weet het zeker”. En het wonder is al gebeurd. De Here heeft op een bijzondere manier gezegend.
Zalig hij die leest. Zalig zij die horen. Niet iedereen kon lezen vroeger. Maar als ze, zelfs als ze dit hoorden dan werden ze zalig gesproken. Het feit alleen al dat wij in deze dienst met deze dingen bezig zijn is een zegen. Die zegen hebt u. Ook al praat de prediker wartaal, u hebt die zegen. Dat is toch prachtig, dat is subliem. Dan kan je eigenlijk al niets meer ontgaan.
Goed, en dan begint Johannes. Johannes aan de zeven gemeenten in Azië. Die zeven gemeenten die lagen daar en het zijn er slechts zeven, want er waren er meer. Ik ben daar niet zo vaak geweest, maar één keer, afgelopen jaar. Een Rondtour gemaakt langs die zeven gemeenten. Maar Kolosse lag daar ook. Ik wil alleen maar zeggen dat er dus meer gemeenten waren dan zeven. Er is dus kennelijk bewust een zevental genomen. En dat zevental dat heeft iets te maken met het getal zevn zelf. Met een compleet iets, met een afgerond iets, een voltallig iets. En die zeven gemeenten lagen dus in een klein stukje van Turkije. Daar ligt het nu nog. Behalve Smyrna, daat is nog een kerk, een RK-kerk, maar voor de rest is het alleen maar ruïne, er is niets meer te vinden. Herinnering. Maar Johannes moest in die tijd schrijven aan die zeven gemeenten in Azië. En wat moest hij dan zeggen.
Genade zij u en vrede van Hem Die is en Die was en Die komt. En die woorden die kent u neem ik aan. De mensen die in de evangelische hoek zijn die horen dit misschien niet zo vaak maar de mensen die in de reformatorische hoek zijn die horen dit elke zondag en die kennen deze termen uit hun hoofd. Ik kende ze ook en het zei me niets. Het was een soort formule, daarmee begon de dienst en dat hoorde erbij en ik vond het nog eerbiedig ook. Ja, het was bijbels. Ik hed er ook natuurlijk geen kritiek op, nooit gehad, nu nog niet. Maar, ja, wat bedoelde men daar dan mee. Ik probeer het. Lieve broeders en zusters, genade zij u en vrede. Ik zei al, alleen al het lezen of het aanhoren van de woorden uit dit boek is al een zegen. Twee, behalve het aanhoren en het dus krijgen van een zegen, wordt er nog iets toegevoegd aan jouw hart aan jouw zegen. En dat is genade en vrede. Nu ik denk dat wij allemaal langzaam maar zeker overtuigd raken van: Nou die dingen die hebben we nodig. Genade heb ik nodig, elke dag. Ik zou niet weten hoe ik zonder moest. Uit genade ben ik behouden. Ik noem maar een tekst. Niet uit mezelf, het is een geschenk van God. Genade zal mij steeds bewaren, hier op de weg met alle hobbele en keien. Genade, vrede. Alle onrust springt bijna op je. Alles, alles is in onrust. Genade en vrede. Beide dingen worden je eigenlijk toegeroepen. Van Wie, vanwege Wie. En dan moet u opletten: Van Hem Die is en Die was en Die komt. Nou vroeger hadden we een hele simpele verklaring. Van God dus, van de Geest, de Heilige Geest en van Jezus Christus de getrouwe Getuige. Dus het was gewoon God de Vader, God de Geest en God de Zoon. Nu, ik neem daar absoluut, nadrukkelijk afstand van. Het is de openbaring van Jezus Christus welke God Hem gegeven heeft. En Johannes begint met te zeggen: “Degene over wie wij nu gaan praten, en ik begin nog maar net, dat is Degene Die is, Die er vandaag is, Die er was en Die er zijn zal”. Hij begint eigenlijk te zeggen: “Degene over wie we nu gaan schrijven dat is niet zomaar Iemand, dat is Iemand Die er vandaag is, er gisteren was, en er morgen zal zijn”. Gaat u toch maar op het puntje van uw stoel zitten. O, ja, maar hier staat dan toch verder: Genade zij u en vrede van Hem Die is en Die was en Die komt en van de zeven geesten die voor Zijn troon zijn. U wilt toch niet zeggen dat dat de Here Jezus is. Nou, als u de bijbel doorleest, ditzelfde bijbelboek, dan komt u in Openb. 4 en in Openb. 5 een hele bijzondere uitspraak tegen namelijk dit: Hij, de Here Jezus, is de zeven geesten die voor Zijn troon zijn. Het staat er precies. Alle licht, alle licht en alle verlichting is bij Hem. Zijn ogen doorlopen de ganse aarde. Hij is het. U krijgt genade en vrede aangereikt vanwege Hem Die is en was en komt. Dat betekent: U krijgt genade en vrede van de Eeuwige. Van Jahweh zelf. Niet zomaar Iemand, van de Here God zelf, van Jahweh zelf. En u krijgt vrede en genade aangeboden van Hem Die alles ziet en Die alles in het licht brengt en Die alles openbaar maakt, Die nooit mar dan ook nooit iets in het duister laat zitten. Soms kun je daar bang voor worden, dat alles van jezelf in het licht komt. Maar op een moment dat je daar aan toegeeft is het een zegen. Want alles wat in het licht komt dat wordt ook beschenen door het hemelse licht van God zelf. Want Hij is licht. God is licht. Aan het eind van dit bijbelboek staat dat in het nieuwe Jeruzalem geen lamp is, geen zon, geen maan, geen ster meer is, want dat hoeft niet want God is het licht en het Lam is haar lamp. Die stad heeft zonlicht niet nodig. God zelf is de bron en Hij is daar.
Genade en vrede van Hem Die is, Die was, Die komt. Genade en vrede van de zeven geesten die voor Zijn troon zijn. Genade en vrede ook van Jezus Christus de getrouwe Getuige. En waarom zeg ik dat dat niet de Vader en niet de Geest en niet de Zoon is. Nu ik probeer het. Het wordt eigenlijk zo gezegd: Degene over Wie wij schrijven is de Eeuwige. En Degene over Wie wij schrijven is het Licht Zelf. En Degene over Wie wij schrijven dat is, ja dat is die Eerstgeborene, dat is die getrouwe Getuige, dat is degene die hier op aarde als enige getuigde. Als enige examen deed en, ja inderdaad, met vlag en wimpel geslaagd is. Over Hem hebben we het. Hij Die de Eeuwige is, Hij Die alles ziet, alles doorheeft en alles in het licht brengt. Is ook Degene Die hier op aarde gekomen is. Een getrouwe Getuige. Er was nog nooit een getrouwe getuige geweest. En toen kwam Hij. Hij de eeuwige. Hij die alle licht in Zich heeft kwam hier op aarde als een getrouwe Getuige waarvan God moest zeggen: “Daar is Hij in Wie Ik Mijn welbehagen heb. Daar is Hij Die alles is. Hem heb Ik lief. Hoort Hem. Kijk naar Hem”. Het is alsof de hele hemel meegaat in de openbaring van Jezus Christus. Zo staat het hier. En Die getrouwe Getuige Die we nu kennen als de Here Jezus die ook voor Pilatus getuigenis heeft getuigd. Die voor Herodes is geweest. Die voor he Sanhedrin is geweest. Die door de straten van Jeruzalem is getrokken. En die, ja alles gedaan heeft wat u allemaal in de evangeliën terugvindt. De Here Jezus, de getrouwe Getuige. Maar Hij is ook de eerstgeborene van de doden. Moeilijke term hoor. In de bijbel zijn twee uitdrukkingen die heel moeilijk zijn. Dat is de term de Eniggeborene van de Vader en de Eerstgeborene. Alleen Johannes schrijft in zijn evangelie en in zijn brieven over de Eniggeborene. Hij is de enige schrijver, bijbelschrijver, die die term gebruikt. En daar gaat het om Iemand die echt uniek is: De Eniggeborene van de Vader. Daar is er geen een meer van. De Eniggeborene, de Unieke. Dat is het sublieme van Johannes. In Joh. 1, maar ook in zijn brieven. De Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. Maar als eerstgeborene zijn er ook meer van. Alleen, Hij is binnen dat gezelschap de allerhoogste. Die term eerstgeborene heeft te maken met een soort rangorde, met de hoogste in rang. En de Here Jezus is de Eerstgeborene van de ganse schepping. Hij is de Eerstgeborene onder vele broederen. Hij is de Eerstgeborene uit de doden. Hij is de Eerstgeborene van de doden. Dat staat hier. De Eerstgeborene der doden. Dat betekent dat zelfs in Zijn sterven, zelfs in Zijn zijn temidden van de gestorvenen, Hij toch de hoogdte in rang is geweest. Even oppassen. Hij de Eeuwige is, was, komt. Hij, de zeven geesten die voor Zijn troon zijn, Die alle licht en alle, alle inzicht heeft en dwars door iedereen heen kijkt, alles openbaar maakt. Het is het licht dat alles openbaar maakt. Hij, de getrouwe Getuige, hier op aarde, Nazareth, de omgang, de wandeling, Jeruzalem. Hij die uiteindelijk an het kruis gestorven is. En ook daar waar Hij is geweest samen met die moordenaar aan het kruis, aan wie de Here Jezus zei: “Heden zult u met Mij in het paradijs zijn”. De Eerstgeborene van de doden. U kunt zeggen: “Ja, maar Hij is dan toch gestorven”. Ja, Hij is gestorven, maar ook binnen dat gezelschap is Hij de hoogste in rang. Hij is ook n og de Eerstgeborene uit de doden, die van tussen de doden uit zullen opstaan, want dat is de term eigenlijk. Van tussen de doden uit leven. De Here Jezus is dat. Hij is de Eerstgeborene van de doden en Hij is ook nog de Overste van de koningen der aarde. Nou, probeert u het eens op een rijtje te zeten Wie de Here Jezus is voor u. Hij is de Eeuwige, Hij ziet alles, Hij brengt ook alles in het licht, Hij is het Licht zelf, Hij is de getrouwe Getuige, Hij is de eerstgeborene van de doden en Hij is de Overste van de koningen der aarde. Stopt u dan? Ik denk dat u nog verder gaat en u zegt: “En Hij, Hij heeft mij lief”. Begrijpt u Wie u liefheeft? Begrijpt u dat dat niet zomaar Iemand is van twaalf uit een dozijn? Begrijpt u dat het hier dus echt gaat om de Unieke, om de Heerlijke, om de Grote, om de Verhevene, om de Here Jezus Zelf. Hij heeft jou lief. Hem Die ons liefheeft en ons van onze zonden, uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed. Hij heeft ons liefgehad. De Here Jezus heeft jou liefgehad. Niet een poosje en daarna heeft Hij gezien hoe jij een keer afhaakte en toen is Hij gestopt. Nee, dat staat nergens. Hij heeft je lief, Hij houd van je, Hij blijft van je houden en Hij heeft met Zijn bloed, met Zijn bloed verlossing aangebracht. Nu vandaag zeggen sommige mensen, sommige theologen zelfs, dat dat beetje bloed nooit alle zonden kunnen wegnemen. En anderen zeggen dat ze dat ook eigenlijk niet willen, dat het bloed van een ander gewoon debet is voor de vergeving, dus dat zou je dan zelf op moeten knappen, daar zou je zelf iets in moeten doen. Nu, de Here Jezus, Hij is degene die verlossing heeft aangebracht door Zijn bloed. En de gelovige zal zeggen: “Here Jezus, yes, U hebt gewoon mij liefgehad. U, niemand minder dan zo Iemand. Nou, sluit dat nu eens in je hart en leg dat in je hart en dank de Here Jezus daarvoor en prijs Hem daarvoor, de tijd is nabij. De bijbel wil ons wakker maken voor de, ja, de spoedige ontmoeting met Hem. Maar naarmate je naar Hem verlangt, naar Hem uitziet, komt er ook een stuk, laat ik maar zeggen, groei, geestelijke groei. Want je gaat ontdekken Wie Hij is. Daarom roep ik wel eens in studies: “Geestelijke groei is in feite leren kennen Wie de Here Jezus is”. Opwassen in de genade en in de kennis omtrent onze Here Jezus Christus: 2 Pet. 3. Opwassen in de genade en in de kennis omtrent de Here Jezus. En als iemand geestelijk gegroeid is, dan weet hij veel van de Here Jezus. Mag ik een voorbeeld noemen? In 1 Joh. staan drie categorieën. Er zijn babies in Christus, er zijn jongelingen in Christus en er zijn vaders in Christus. Nu, het gaat me niet om wat van die anderen allemaal staat, maar van de vader zegt Christus, het staat er tot twee keer toe, dat ze Hem kennen. That’s it, meer niet. Van jongelingen wordt gezegd dat ze de boze overwonnen hebben weet je wel, die gingen voor, die waren het. Maar van de vader staat eigenlijk alleen maar: Ze kennen Hem. En als u nu de vraag krijgt: Kent u de Here Jezus? Ja dan meesten waarschijnlijk hier: “Ja ik ken Hem als mijn Heiland als mijn Verlosser.” Amen. Prijs God er elke dag voor. Maar ben je een beetje gegroeid? Weet je een beetje meer over Hem? Als de bruid in het Hooglied de vraag krijgt: “Wie is je geliefde eigenlijk, wat heeft hij dan voor boven een ander?” Nou dan begint ze: Zijn haar, zijn voorhoofd zijn neus, zijn ogen, zijn oren, zijn schouders, zijn armen, zijn handen, zijn benen, zijn lichaam. “Het is super”, zegt ze. Zo ongeveer. Ze beschrijft hem helemaal. Van hoofd tot teen. En de anderen zeggen: “Nou als het dan zoiets bijzonders is dan gaan wij met jou die bruidegom zoeken. Dan willen we er achteraan.” Maar wij falen in het kennen van de Here Jezus. Geestelijke groei hoort bij het kennen van de Here Jezus. Dit bijbelboek, het is hier, hier vastgelegd: Hem die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed. En het houd nog niet eens op. Want Hij heeft u ook nog gemaakt tot een koninkrijk, tot priesters, voor Zijn God en Vader. Begrijpt u het een beetje? U die ver was, u die nergens, nergens recht had, u die alleen maar van genade kon leven, u die alleen maar kon roepen: “O God wees mij zondaar genadig”. U, u bent door de Here Jezus verlost door Zijn bloed, alleen door Zijn bloed, door het feit dat Hij aan het kruis van Golgotha gestorven is, omdat Hij Zijn leven gaf, want daar duidt die uitdrukking op: Door Zijn bloed. U bent bovendien gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor Zijn God en Vader. Niet tot arme zwervelingen die misschien aan de rand van de hemel binnengesleurd zijn op het allerlaatste moment: He he, we zijn net op tijd, net over de drempel. Nou ik zou eindeloos tevreden zijn waarschijnlijk met een plaatsje bij de drempel, gedachtig aan de term dorpelwachter bij de tent of zo. Maar de Here bedoelt u niet ergens net over de drempel, daar als een soort nou ja het ligt er ook nog, maar de Here zegt: “Ik heb een erezetel voor je, Ik heb je gemaakt tot een koninkrijk met Christus, de Overste van de koningen der aarde”. Ik heb het zopas overgeslagen, een beetje bewust. Want Hij, de getrouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden, de Overste van de koningen der aarde. Hij zegt: “Maar Ik wil dat jij met Mij in de troon zit en Ik wil dat je met Mij regeert, dat je met Mij heerst, dat je met Mij schittert”. Dus niet een achteraf klapstoeltje in de hemel maar een vooraanzetel, een troon, we zullen het ontdekken, hoofdst. 4, 5. Daar zitten ze op tronen. Jij en ik, door het geloof in de Here Jezus, buitengewoon bevoorrecht. Jij en ik gezegend met al die zegeningen. Jij en ik in de hemel, samen met de Here Jezus in de troon. Een koninkrijk. En tot priesters. Nou, de Here Jezus is de Hogepriester. Wat doet de hogepriester? Nu, hij treed tussenbeide, hij bid maar hij brengt ook reukwerk. En reukwerk, ik wil het even te simpel zeggen, dat komt later, reukwerk is eigenlijk een stuk aanbidding of een stuk gebed. Gebed mag ook, Ps. 141 zegt nadrukkelijk: “Laat mijn gebed zijn als reukwerk voor Uw aangezicht”. Dus daar is het bidden ook reukwerk. Dat is heel duidelijk. Maar ook aanbidding, lofprijzing, iets aangenaams aanbieden, iets liefelijks aan de Here geven. En dan zijn we daar als een gezelschap van priesters. En we zijn vlak bij de troon en we willen ook reukwerk aanbieden. Ik kom later wel op verschillen terug. Maar aanbieden van reukwerk. We gaan de Here God prijzen, we gaan de Here Jezus prijzen. Daarom ziet u uzelf waarschijnlijk in Openb. 5 al rondom het Lam, het Lam staande als geslacht, en u hoort uzelf al het nieuwe lied zingen. U gaat al lofprijzend Hem eer brengen. Begrijpt u waar u vandaan komt en waar u naar toe gaat? Begrijpt u dat u zo geweldig gezegend bent? Dat u buitegewoon bent, dat u uniek bent? Niet vanwege uw goede daden, dat is niet waar. Vanwege de Here Jezus. En als je goed door krijgt Wie Hij is, ga je ook voor Hem. En als je niet snapt Wie Hij is dan laat je het afweten. En daarom is het zo essentieel. Daarom is het bezig zijn met de toekomst heel belangrijk. Het vormt je, het kneed je, het motiveert je, het drijft je naar Hem uit. En het maakt je tot een gezelschap hier op aarde.
Nu, Hij heeft je gemaakt tot een koninkrijk tot priesters voor Zijn God en Vader en dan kan Johannes het ook even niet laten; “Hem zij de heerljkheid”, ja, precies, nou zoiets van nou moet ik even de Here prijzen. Nou ja dat is overdreven en dan komt de discussie: handen omhoog of handen in de zakken, mannen dan he, mannen, mannen. Eh, hoe moet dat dan. Handen omhoog. Dan zegt een broeder laten we het zo maar doen. Nou. “Heft uw handen op naar het heiligdom”, zegt het OT. Heft uw handen op naar het heiligdom, Prijs de Heer, Ps 134. Waarom zouden we het niet doen? Nou u mag wel zo. Het zit hem niet in de houding. U mag zitten, u mag staan, u mag knielen, u mag voorover vallen, u mag de Here prijzen. Maar hij zegt: “Als ik dit allemaal overweeg, als ik bedenk van Wie ik de genade en vrede aangereikt krijg van Hem Die is, Die was”. Nou, nog een keer? Het hele rijtje weer langs, nog een keer? Nou, u mag het zelf weten: Hem zij de heerlijkheid. Ja zeker, dan ga je Hem prijzen, dan ga je Hem grootmaken, dan ga je Hem bejubelen. Daar ga je bij wijze van uit je dak. Dat hoeft niet alleen in een disco. Dat kan zelfs in je slaapkamer, zonder herrie. Het kan gewoon heel stil: Here Jezus, dank U, dank U Here Jezus, ik prijs U. Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden amen. Dat is een lofprijzing. Eén zo’n lofprijs zinnetje ertussendoor.
Maar Hij komt met de wolken. En elk oog zal Hem zien. Daarover ga ik later in de studies verder praten. Maar Hij komt. De Here Jezus komt. We hebben dit Maranatha-diensten genoemd. We willen het woord Maranatha vasthouden. Dat is een bijbelsw term en dat betekent letterlijk: De Here Jezus komt. Kan ook betekenen: De Here Jezus moge komen. Dat kan dat is niet helemaal precies te vertalen. Maar in elk geval, dat komen van de Here Jezus, ofwel een gebed of een uitroep, het is verwerkt in dat woord maranatha.
Hij komt met de wolken. Dat betekent dat er een moment gaat komen dat dat wat wij nu zien en waar jij genade en vrede van krijgt, en waar jij de zegen van pakt als je dit leest en als je dit hoort voorlezen, weet je wel, daar heb je nu al de zegen van te pakken, dat jij nu gezegend bent, nou, wat jij nu geniet, dat zullen alle mensen gaan zien. Want vandaag of morgen zien ze Hem in Zijn glorie. En dan komt Hij met de wolken des hemels. En of het dan nog zegentijd voor die mensen is, dat laat ik nog even los, want dat komt in de rest van dit boek echt uit de verf. Maar in elk geval, Hij komt. Hij komt met de wolken. En elk oog zal Hem zien. Ook zij die Hem doorstoken hebben. Nou daar is een diescussie over, wie zijn dat. Ik houd het voorlopig maar op heidenen. Want u denkt dat het de joden zijn maar die hebben niet doorstoken. Ik wil ook het boek Zacharia recht doen. En als in Zach 12 staat: “Zij zullen zien op Hem die doorstoken werd”. Dan staat er dus niet bij: “Ze zullen zien op Hem die zij doorstoken hebben”. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn want dat staat er niet. Dat heb ik wel vaak gelezen, van: Ja, dat hebben zij gedaan. Maar in de letterlijke zin heeft een Romeinse soldaat dat gedaan. En zelfs in de tekst kun je dat niet eens volhouden dat zij dat gedaan hebben. Het is wel gebeurd. Maar ook zij die Hem doorstoken hebben. Het is alsof Johannes hier zegt: “Jullie Romeinse soldaten, jullie Romeinse bezetters, Europese bezetters, jullie hebben mij uit Efeze geplukt”, ik ga even vooruit hoor, “en jullie hebben mij uit mijn werk gehaald. De Romeinse bezetter en jullie hebben mij verbannen naar Pathmos, hebben mij in een soort gevangenis gestopt. En jullie zitten eigenlijk te lachen dat ik nu monddood ben, dat ik nu in het gevang zit, dat ik geen kant op kan.” He, dat was allemaal gebeurd door die Romeinse bezetter. En hij roept hier uit: “Ook zij die Hem doorstoken hebben zullen Hem zien”. Zijn arrestatieteam, zijn bezetters, zijn cipiers, zijn, nou de mensen die bij hem waren, die hem misschien wel knevelden en boeiden. Die mensen zullen zien Wie de Here Jezus is. En ze zullen, ja, over Hem weeklagen. Dat betekent dat het dan ach en wee wordt. Weet u, als Thomas zijn hand legt in die wonden, of zijn hand steekt in die zijde, dan zegt hij: “Mijn Here en mijn God”, hij bejubelt Hem. Maar als mensen Hem zullen zien die doorstoken werd dan zou het wel eens te laat kunnen zijn. Alleen voor Israël begint dan de zegen, volgens een ander bijbelboek. Zacharia in dit geval.
Hij komt, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien. En we zouden dat eigenlijk moeten zeggen. Als er nieuws is, echt nieuws is op het journaal dan praat iedereen daarover. Dat is gewoon zo. Toen op 11 september allerlei dingen gebeurden, toen was het journaal ook bij u waarschijnlijk de hele dag aan, u keek. Maar daarna ebt dat weer weg en nou ja, of nemeer Pronk nu wel of niet in het volgende kabinet komt of, nou ja, als dat soort nieuws allemaal voor het journaal is dan denkt u: Nou, ik kan het ook wel een keer overslaan. En als u het een week overslaat dan blijkt ineens dat u niets gemist hebt. En als u het 14 dagen overslaat, nou dan hebt u nauwelijks iets gemist. En als u 14 dagen geen krant leest dan hebt u ook geen probleem want het is alsof het leven gewoon is doorgegaan alsof er dus helemaal nul komma nul gebeurd is. Maar dit, dit moeten we weten. Dit moeten de mensen weten. En wie zegt het? Ja de duivel ziet kans om de christenen die nog een beetje, laat ik maar zeggen, positief zijn, eh, ja, om nog verkeerde dingen te laten zeggen. En als het Efraïmgenootschap zegt dat het 21 nov. was en het is weer niet uitgekomen dan zegt heel onze omgeving: “Zie je wel, heb je weer van die broodprofeten.” En ze hebben gelijk. En dus: “Ach daar kun je ook helemaal niet over praten, daar moet je ook niet over praten. Laat dat toch. We hebben genoeg aan de horizontale dingen van vandaag.” Nou daar gaat ie weer. Daar gaat die wagen weer denderen die al zoveel jaren heeft gelopen: Gewoon horizontaal. Maar dat is eigenlijk jammer. Want de duivel heeft kans gezien om weer een stukje getuigenis ondersteboven te halen. Maar stel nu eens dat wij morgen zouden vertellen dat de Here Jezus komt. Ik heb geleerd van mensen die echt het verkopen kennen: Als jij niets doet en je gaat midden in Veenendaal, morgen staan, en je kijkt omhoog en je wijst, dan duurt het niet lang of er staat een hele horde mensen om je heen. Echt waar probeer het. Stel dat we het allemaal zouden proberen morgen. Nou misschien krijgen we overmorgen dan de krant mee en die zegt: “Oh ja, allemaal geweest in de aula van de evangelische… oh, dat zootje ongeregeld”. Maar gewoon: Hij komt met de wolken. Stel dat u dat zou zeggen. Dat heeft effect. Maar we houden ons ook stil want we willen ons ook niet belachelijk maken. Ik snap het ook hoor. Maar ik wil zo graag helder hebben dat wij er wel over zouden moeten praten en dat we wel zouden moeten getuigen en dat we wel zouden moeten zeggen: “Nou we zijn van die mensen die uitkijken naar de komst van de Here Jezus, we houden van de Here Jezus. Hij houdt van ons, Hij heeft ons lief, Hij heeft ons een geweldige toekomst voorgesteld en Hij heeft dat allemaal bereid, het is allemaal gereed, het is allemaal klaar. Het enige waar we op wachten is dat Hij zegt: Komen jullie”, ja Hij komt”. Gereed zijn om Hem te ontmoeten. Klaar zijn om Hem te zien om bij Hem te zijn. Is dat zo gek? Of zijn we zo horizontaal ingesteld geworden dat we het alleen nog hebben over ja, mijn baan morgen mijn baan overmorgen of mijn werk of onze omstandigheden.
Ik hoop dat dit stukje ons al aandrijft tot een verwachting van de Here Jezus. Dat hoop ik echt. En u mag het krom zeggen, u mag het recht zeggen. Ik was op een kleine mini-conferentie in Breskens, jaren terug, en daar sprak een Duits sprekende man. Hij kwam uit Duitsland. En hij had een aantal jaren in het Nederlandse leven geleefd en hij denkt: Ik red dat wel in het Nederlands. Zoals wij in het Duits proberen een boodschap door te geven. Hij sprak over Matt. 25, de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes. En hij zei, en u kunt zich dat voorstellen, er zat ook wat jeugd en zo: “Alle tien waren van de Bruidegom in verwachting”. Het is typisch Duits hoor, typisch Duits. Dat is het Erwarten gewoon vertaald met verwachting maar dat is bij ons wat anders. En iedereen heeft het begrepen. Hij zei het verkeerd.
Verwacht u de Here Jezus? Bent u van de Bruidegom in verwachting? Ik wil het toch even zo zeggen. Niet in het profane, maar gewoon om te zeggen, klopt je hart nog voor Hem? Ben je nog werkelijk iemand die uitziet naar Hem? Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien. Ook zij die Hem hebben doorstoken, en zij zullen over Hem weeklagen, ja amen. Hij roept je nog een keer toe: “Ik ben de alfa en de Omega. Ik ben ook nog de Here God. Ik ben degene Die was, en Die komt. Ik ben de Almachtige”. Nog een keer? Genade en vrede van…… nou, zet eens op een rijtje voor jezelf van Wie je nou genade en vrede krijgt. Wat je allemaal toegeschoven krijgt. Een bord vol. Genoeg om van te snabbelen om er heerlijk van te dikkedakken. Om er heerlijk je innerlijk mee te vullen. Om je geestelijke spijsvertering, laat ik maar zeggen, een impuls te geven. Dat is de insteek. Het laatte bijbelboek is uniek. Het is niet moeilijk. Echt niet. We zullen best moeilijke momenten tegenkomen. Nou ja dan probeer ik het op het bord wel uit te leggen. Probeert u het eens. Gaat u eens smullen van de Here Jezus. Gaat u genieten van de Here Jezus. Denkt u nu eens dat u gewoon op een party bent en waar alleen maar slagroom, nou ja, mag ik niet hebben vanwege de dokter, er allemaal vruchtencake is er allemaal heerlijke dingen zijn. Wat mij betreft de magerste kwark, als het maar lekker is, maar doe iets en stel je nu eens voor dat je een enorme schuif lekkernijnen op je bord krijgt en dat je daavan mag eten. Nou dat is het ongeveer. En u zegt echt gegarandeerd: “Here Jezus ik wist niet dat u zo mooi was. Ik houd van U Here Jezus. En ik wil ook voor U leven Here Jezus. Ik wil een knecht voor U zijn”. Als u niet weet Wie Hij is brengt u het ook niet op om voor Hem een knecht te zijn. En als u wel weet Wie Hij is, dan krijgt u ook verlangen om knecht voor Hem te zijn. Nou, dat is het in feite. Dan bent u een Maranatha-christen. Dan denkt u ook: Nou ik wou dat mijn baas maar kwam. Dan ging hij uitbetalen. Toch? Stel je voor dat uw baas een maand te lang wacht met uw salaris. Dan hebt u problemen. U kunt zeggen ja, daar hebben wij FNV en CNV voor, dat is allemaal geregeld hier op aarde. Ja, ik weet het wel, maar velangt u dan niet naar hem? Ik denk het wel, ik denk het echt. Ik denk dat u gewoon in brand komt te staan. Precies, dat is wat Gods Geest zou willen doen in onze levens. Ons in brand zetten voor de Here Jezus. Nou, Openb. gaat nog een beetje verder dat voelt u. Hij laat dan ineens zien aan Johannes Wie Hij is. Daar ga ik de volgende keer over praten. De Here zegene u.