Openbaring 8

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

10. De spanning is om te snijden.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
26 mei 2002.

Lezen: Openbaring 8

Laatste bijbelboek, openbaring van Jezus Christus, onthulling van de Here Jezus. God laat zien Wie de Here Jezus is, waar het Hem feitelijk om te doen is. Alle plannen van God hebben als centrum de Here Jezus. En God laat zien Wie Hij is en Hij wil zo graag ons in dat kijken naar de Here Jezus laten delen. Dat is Zijn insteek, daar gaat het om. En daarom is dit bijbelboek zo bijzonder en misschien ook wel moeilijk, omdat iedereen da roept: ‘Ja, maar pff, kom, hoe gaat dat dan en hoe moet dat dan en kan dat dan zo maar en is dat niet echt voor mensen die daar in studeren. Is dat wel voor de gewone gelovige.” We proberen duidelijk te maken dat dit juist bedoeld is voor elke gelovige. Iedereen die de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser mag hier in staan en mag hier in ook delen en genieten. U dus, als u gelooft in de Here Jezus. Het is voor u bedoeld. En van harte nodig ik u ook uit om, ja om eigenlijk te bidden: Here kom maar met Uw Heilige Geest.” Want mensen kunnen van alles uitleggen, ze kunnen een aantal dingen aanreiken maar niemand kan het in het hart brengen. Dat kan alleen de Heilige Geest gaan doen en die Heilige Geest wil dat ook bij jullie en bij mij gaan doen. Ik ben er zeker van. En u mag Hem uitnodigen. Misschien vind u dat wat ongewoon en denkt u: Ja, kom, je gaat God toch niet uitnodigen, het is toch je buurman niet en zo. Nou, ik wil het ook niet platvloers gaan brengen want dat is het niet, maar je mag wel zeggen; “Here ik wil me daarvoor open stellen. Wilt u met Uw zegen binnenkomen. Wilt U helderheid verschaffen. Wilt u het doen.” En dat doet de Here door Zijn Heilige Geest. Dat is de enige bron, nog een keer, waardoor je zegen kunt krijgen. Zwaar, moeilijk, ik hoop dat het niet te zwaar is, want iedereen die gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus heeft de Heilige Geest ontvangen en kan dit dus ook meemaken, kan dit ook meekrijgen. Ik denk dat we de Heilige Geest nog wat meer ruimte mogen geven. Wordt vervuld of weest vervuld met de Heilige Geest. Dat is een opdracht, een duidelijk appèl, daar moet je echt zelf ook echt iets aan doen. Je moet jezelf daarvoor open stellen. De Heilige Geest wil u vertellen om Wie het gaat. Hij, de Heilige Geest zal altijd de Here Jezus in het middelpunt plaatsen. Dat is de hele insteek van de bijbel: De Christus der schriften is onze Here.
In het stuk, van dit laatste bijbelboek, waar we nu bezig zijn, gaat het om de dingen na nu, na dezen, dus de dingen die niet vandaag gebeuren, maar die gebeuren zullen als u er niet meer bent. Nou, dat is best moeilijk. Gaan we dan emigreren met z’n allen, een collectief stukje ondergang tegemoet, zoals bij bepaalde sektes wel eens gebeurt in het verleden? Nee. We gaan wel emigreren, maar ik weet niet os je dat emigreren noemt. Je hoeft geen visum meer aan te vragen namelijk. En ook geen werkvergunning. Je gaat, als de Here Jezus komt, naar Hem. We geloven dat de Here Jezus heel spoedig kan komen om de Gemeente, om dat bijzondere gezelschap, Gemeente genoemd, lichaam van Christus genoemd, thuis te brengen. Die Gemeente hoort hier niet, zal hier ook niet blijven. Die Gemeente hoort in het huis van de Vader, met de vele woningen, waar de Here Jezus plaats heeft bereid voor die Gemeente. Daarheen zijn we op weg. En we verwachten dat de Here Jezus, misschien wel heel spoedig, ons komt halen. Is dat het einde van alle tijden, is dat een soort jongste dag, een soort finaal eindpunt. Nee, ook na dat weggaan van de Gemeente gaat het leven op aarde door en het wordt zelfs heel moeilijk daarna. O, dus we mogen wel blij zijn dat we eerder weggaan, want dan pas komt de ellende. Zo zou je het kunnen zeggen. Maar het is niet zo om weg te gaan vanwege de ellende, we gaan weg omdat de Here Jezus dan verheerlijkt wordt. En het kan best heel aardig zijn voor u, en misschien doet uw fiets het nog, ik bedoel, u behoeft om die reden niet weg te gaan. Ik noem maar een stom ding, maar je hoeft niet weg te gaan om iets. Je zou misschien kunnen zeggen: “Nou, het loopt aardig.” “Hoe gaat het met je?” vraagt dan iemand. “Nou, goed”, sommigen zeggen dat altijd, en die zeggen: “Ja, dan ben je eraf en als je zegt dat het niet goed is dan beginnen ze weer te zeuren van wat is er dan aan de hand. En als je dan problemen hebt met je portemonnee dan is het: Ja, ja, ja daar kan ik ook niets aan doen, nou dan had je het niet hoeven zeggen.” Een andere broeder, ergens in het Drentse land zegt, als je hem vraagt: Hoe gaat het met u: “Hebt u vijf minuten.” Zo van: Ik wil het je wel vertellen, maar dan moet je toch even gaan zitten. Nou, een taktisch antwoord is zeggen van: Nou, veel dingen zijn goed. Dan ben je er ook van af he. En die andere dingen laat je dan maar. Nee, ik wil gewoon zo zeggen: “het kan best heel aardig zijn en er kunnen ook best spanningen zijn, er kunnen best moeilijke dingen zijn, maar de Here Jezus komt om ons bij Zich te roepen. Dat is echt de hoop van de Gemeente. Daarom hoort die Gemeente hier niet. Daarom is die Gemeente hier vreemd en onbekend. Ze hoort daar waar de Here Jezus is. En de bijbel zegt dat dat gaat gebeuren en dat er nadat die Gemeente is thuis gehaald van alles gaat gebeuren. Veenendaal bestaat nog steeds, maar de oordelen van God komen. We hebben dat ontdekt. En die oordelen zijn zo geweldig ingrijpend, dat je de vraag stelt: En hoe, loopt het dan af met Israël. Antwoord was: God heeft verzegelden, het loopt Hem niet uit de hand, Hij laat ze niet allemaal…. Ja, maar al die mensen dan, je kunt toch niet zeggen dat al die mensen dan ineens aan hum lot worden over gelaten. “Nee”, zegt de Here. Als die gemeente weg is, als die evangelisten van de Gemeente weg zijn dan heeft de Here God opnieuw evangelisten, heeft opnieuw 144.000 in de startblokken staan, om te vertellen, om het blijde nieuws van Gods genade uit te dragen. En hun prediking heeft tot resultaat dat er een grote schare komt die niemand tellen kan.
We denken soms dat het in Nederland niet zo goed gaat in het gelovig zijn en dat is ook wel een beetje zo. Maar ik wil u toch bemoedigen vandaag. Wereldwijd komen er elke dag 100.000 mensen tot bekering. Ja, dat is meer dan Veenendaal toch. Veenendaal en Nijverdal samen is net 100.000. Ja, dat zijn toch geweldige getallen. En het merendeel daarvan komt tot geloof in Afrika op dit moment. Ja, we maken ons zorgen over die Derde Wereld. De Here God maakt Zich daar ook zorgen over. Maar Hij maakt zich ook zorgen over die Eerste Wereld. Daar hoeven ze Hem niet meer. Ze hebben het al gehad.
De Here gaat met Zijn oordelen komen. En we hebben dat al gezien in hoofdst. 6 en 7 een klein beetje. Maar ook een tussenzin gezien in hoofdst. 7 van: Ja, maar voor Israël is er toch nog een bepaalde route, een aparte plek. En voor die grote schare die niemand tellen kan is er een immense genade beschikbaar. En dat is ook waar. En nu gaat in hoofdst. 8 dat oordeel weer verder.
Nu, we beginnen nu met een nadere detaillering een nadere uitweiding van delen die we al hadden. Ik heb u proberen duidelijk te maken dat er zeven zegels zijn aan die boekrol. En dat die zeven zegels verbroken worden. Bij het eerste zegel, tweede zegel, derde zegel, vierde, vijfde, zesde. En toen kwam het zevende zegel, en toen dacht je dat het over was. Nee, toen kwam er een nieuw zevental. En als die zeven bazuinen war we nu net aan begonnen zijn, hoofdst. 8, voorbij zijn, dan bij die zevende bazuin, dan zou je zeggen: “En nu is het dan ook eindelijk wel afgelopen.” Nee, dan komt bij de laatste bazuin nog een nieuw zevental. Maar dat zijn steeds nadere details van. Het is in hoofdst. 6 globaal ontvouwd en nu komt er een nadere ontvouwing en dan krijg je nog een keer een nadere, nadere ontvouwing. Zo gaat het steeds verder.
In hoofdst. 8 komt er een stukje nadere ontvouwing, meer details. En de spanning is om te snijden in de hemel. Het wordt een half uur stil. Ik weet niet hoe jij bent en hoe je in elkaar zit, maar een half uur stilte is lang hoor. U bent op een begrafenis wel eens geweest en dan was het drie minuten, vier minuten stil. Dat was lang. Eén minuut stilte, nou, we kunnen het nog ophoesten. Maar een half uur, in de hemel. En nu kun je 100 keer zeggen: “Ja, wat is nu een half uur in verbinding met God die de Eeuwige is.” Klopt, daar hebt u echt gelijk aan, dat is niets. Als duizend jaren zijn bij de Here als één dag, nou dan stelt een half uur helemaal niets voor. Zo kun je het zeggen. Maar je kunt ook uit dit stukje lezen dat de spanning voelbaar is in de hemel. Een stilte, alsof er een stilte voor een storm is. Die term kennen we ook. En dat is ook wat hier gebeurt. een enorme stilte.
En dan wil ik u graag meenemen naar wat hier voorgesteld wordt, en dat had u natuurlijk ook een beetje verwacht. Daar staan die zeven engelen, die voor God staan, en die krijgen zeven bazuinen aangereikt, zeven trompetten of andere, maar in elk geval bazuin-achtige dingen. Het hoeft niet allemaal zo’n mooi gekruld geval te zijn, het kan ook wel een hele lange toeter zijn zal ik maar zeggen. In elk geval zeven bazuinen. En die staan op het punt te bazuinen, maar dan komt er een soort tussenfase, tussenstukje. Opnieuw een tussenstukje, vanaf vs 3 van hoofdst. 8 en dat gat door t/m vs 5. U hebt dat met mij gelezen en ik hoop dat dat een beetje doordringt.
Er is een engel met een gouden wierookvat bij het altaar gaan staan. En die engel die krijgt veel reukwerk en dat reukwerk wordt gevoegd bij de gebeden van de heiligen. En dat reukwerk samen met de gebeden dat stijgt op uit de hand van de engel voor Gods aangezicht. Het gaat als volgt. Als in Israël sprake is van het uur van het gebed, die term komt u tegen he, in het boek Handelingen. Dat is het negende uur, heel merkwaardig, niet zo merkwaardig, maar op het eerste gezicht. Dat betekent dus in de taal van Israël drie uur ‘s middags. Want om drie uur ‘s middags ging er weer een priester in het huis van God en ging een priester vuur doen in een soort vuurpan, wierookvat, gouden wierookvat. En daar werd wierook opgelegd. En dan, u hebt dat vast wel eens gezien he, een klein beetje nog in de R.K. diensten, wordt een beetje met zo’n ding heen en weer geslingerd, en dan komt er een wolkje wierook vrij, reukstof vrij. Nou, dat was toen ook zo. Een gouden wierookvat, vuur erin van het altaar, wierook erop, en er ontstond een rook. Elke keer, om drie uur ‘s middags gebeurde dat. Voorbeeldje: De vader van Johannes de doper, ik weet niet of dat kwartje nu valt, mag je niet meer zeggen vandaag, eurootje nu valt. Maar ik bedoel die Zacharias was in de tempel en er moest gebeden worden en zo en hij ging dat doen. En toen kwam Gabriël bij hem staan, daar. Het uur van het gebed. ZO ging dat. Hij was aan de beurt om dat reukwerk daar te brengen. Misschien is het wel helder voor je dat in het OT al een aantal keren sprake is van het uur van het avondoffer. Ik wil het niet moeilijker maken dan het is, maar het is wel heel boeiend om je daar eens een keer mee bezig te houden. Op het uur van het avondoffer staat Elia daar op de Karmel en zegt: “Here, antwoord mij.” Vuur uit de hemel. Dat is het uur van het avondoffer. Ezra en Nehemia, uur van het avondoffer. Er zijn talloze, talloze voorbeelden, maar misschien is het mooiste voorbeeld het kruis van de Here Jezus. Het uur van het avondoffer. Hij zei: “Het is volbracht”, precies om drie uur ‘s middags. Staat in de bijbel. Het uur van het avondoffer is ook aanwezig als Petrus en Johannes naar de tempel gaan, wordt ook daar weer uur van het gebed genoemd, hoofdst. 4 uit het boek Hand. Het uur van het avondoffer is ook weer terug te vinden bij Cornelius, als hij bidt en antwoord krijgt van de Here. Dat zijn prachtige dingen hoor, die horen allemaal bij elkaar, die zitten allemaal aan elkaar verknoopt. Er is harmonie in de bijbel. Het zijn geen losse elementjes die niet ergens bij horen. Dat komt niet voor. Het is gewoon harmonieus.
Nu, nu zie je dus in de hemel iemand bij het altaar staan. En reukwerk wordt toegevoegd aan het gebed van de heiligen. Dat is nu ook zo, weet je dat. waarom is jouw gebed voor God zo bijzonder. Omdat het gekoppeld is aan het uur van het avondoffer. Omdat Zijn liefelijkheid, Zijn persoon, Zijn mooiheid, Zijn uitstraling, aan jouw gebed wordt toegevoegd. Daarom bidden we: Vader, in de Naam van de Here Jezus. Is dat een garantie dat God het dan gaat doen. “Here God ik wil graag een nieuwe fiets, ik bid het U in de Naam van de Here Jezus.” Nou dan zit Hij er aan vast. Nou, aardige mogelijkheid voor ons. Als je nu toch wat wilt doe het dan zo. Is dat zo, een soort formulering. Nee, dat is het niet. Het is geen soort formulering waar de Here dan aan vast zit, maar het is wat anders. De Here God vind het fijn als jij bij Hem komt. En omdat je in de Naam van de Here Jezus komt, wordt er reukwerk aan toegevoegd, wordt er iets liefelijks, iets moois, iets dat lekker ruikt aan toegevoegd en dat wordt met het uur van het gebed gemengd. Het is eigenlijk fantastisch he, dat als jij bid, dat de hemel zegt: “daar doen we nog een snufje bij.” Sorry hoor, dat ik het gewoon zeg, maar, daar voegen we iets aan toe he. Dat wordt daardoor juiste heel aangenaam, daardoor heel bijzonder voor God. Nou, dat is zo. Kracht wordt er verleend omdat het reukwerk, de reukstoffen van de Here Jezus daar aan worden toegevoegd. Nou daar mag je best een beetje blij mee zijn. Dat je niet alleen welkom bent bij de Here God, dat je alle dingen mag zeggen, dat door gebed en smeking alle dingen bekend worden bij God, maar dat daar ook kracht aan verleend wordt. En ik denk dat wij veel te weinig beseffen wat gebed zou kunnen doen. Ook in onze levens. Dat staat hier: Bidden en reukwerk. Maar er staat nog meer. Van datzelfde altaar wordt vuur genomen en in hetzelfde wierookvat gedaan en dat vuur wordt uitgegoten en dat brengt ook oordeel.
En nu wil ik je meenemen naar een geschiedenis uit het OT en dat wil ik graag met je lezen ook, Num. 16:41, dat hele hoofdstuk heeft ermee te maken maar dat laat ik nu maar even los: De volgende dag echter morde de gehele vergadering der Israëlieten tegen Mozes en Aäron zeggende: “Gij hebt het volk des Heren gedood”. (Er was een ramp gebeurt door Korach, Datan en Abiram, en zo, die waren zomaar weggezakt, er was een gat ontstaan in de grond en ze waren zo maar weggezakt. Nu, dan gaan ze mopperen he, want dat is de schuld van Mozes en Aäron. Ja, zo ongeveer. Gelijk bijna de vuist omhoog. Nou we lezen verder.) Mozes en Aäron die zagen dus dat de hele vergadering tegen hen te hoop liep (vs 42) en zich naar de tent der samenkomst hebben gewend. En zie de wolk bedekte haar en de heerlijkheid des Heren verscheen. Toen kwamen Mozes en Aäron tot voor de tent der samenkomst. (Dat is echt iets bijzonders geweest, een heel duidelijke spanning tot en met. Het volk agressief, opstand tegen Mozes en Aäron. Korach Datan en Abiram waren al weg he, die waren ook opstandig geweest, rebellie gepleegd en nu is de spanning om te snijden. En dan zegt vs 44, en nu komt wat ik bedoel.) De Here dan sprak tot Mozes: “Trekt u terug uit deze vergadering opdat haar in één ogenblik verteren.” Toen wierpen zij zich neer op hun aangezicht en Mozes zei tot Aäron: “Neem een vuurpan” (lees nu eens wierookvat, want dat was het) “Neem nu een vuurpan, doe er vuur in van het altaar, leg er reukwerk op en ga haastig tot de vergadering en doe verzoening over hen want de toorn is van de Here uitgegaan, de plaag is begonnen.” Aäron nam een vuurpan zoals Mozes gesproken had en snelde tot midden onder de gemeente. En zie de plaag was onder het volk begonnen. Toen legde hij er reukwerk op een deed verzoening over het volk. Toen hij tussen de doden en de levenden stond hield de plaag op.
Als je ergens een spannend moment wilt definiëren uit de Schrift, dan heb je het hier. Heel spannend. Het volk is in, ja, opstand gewoon, rebellerend bezig en ze willen niet dat Aäron en Mozes, en ze verwijten ook Mozes en Aäron van alles en zeggen: “Dit hadden ze nooit moeten doen en dit had niet gemogen.” Nou ja, zoals iedereen altijd praat achteraf. Mozes en Aäron weten zich geen raad, snellen naar het huis van de Here en de Here verschijnt in glorie en dan krijg je deze geschiedenis. De Here zegt: “Mozes en Aäron, maak dat je daar wegkomt want dat hele volk dat ga Ik nu echt, dat ga Ik onder Mijn oordeel brengen. Dat volk was in opstand tegen Mozes en Aäron en Mozes natuurlijk: “Zie je wel”, tegen Aäron, por in de ribben, “we hebben gelijk he, wij blijven over, zij krijgen de rekening.” Dat was zo. Doen ze dat, eigen schuld dikke bult, zo? Ze vallen op hun aangezicht en ze bidden, ze doen voorbede. En Mozes snapt het. “Aäron, doe wat, doe wat, neem een vuurpan, neem dat wierookvat, doe er vuur in, leg er reukwerk op en, ja doe iets.” En dat doet Aäron ook, hij snelt, dat betekent dat dat ook nog met haast is gedaan, en hij snelt er naar toe en de plaag is begonnen. En dan zie je dus, dat reukwerk staat tussen de doden en de levenden. Dat is heel aangrijpend. Zal ik het anders zeggen, en ik hoop dat je me begrijpt, het vliegt behoorlijk naar m’n keel hoor. God ziet jou en ziet mij als rebellerend. We zijn geen draad beter dan Korach, Dathan en Abiram. We zijn geen draad beter dan het volk van God dat in opstand komt tegen Mozes en tegen Aäron. Het is allemaal hetzelfde kaliber. Jij en ik zijn zo. En God zegt: “Ik kan er niets mee, Ik kan er helemaal niets mee.” Mozes en Aäron, samen een beeld van Here Jezus. Ik wil het heel voorzichtig zeggen. Aäron die naar binnen gaat, naar het heilige der heilige gaat, met verzoening, en Mozes die vanuit de tegenwoordigheid van God naar buiten komt. Beide elementen zijn in de Here Jezus één. Nou, dat is hier aan de orde. En Mozes en Aäron vinden we hier terug.
En vuur van het altaar met reukwerk er op brengt scheiding. De plaag houdt op, daar waar Aäron staat met reukwerk. Wat zei ik zo pas. Het uur van het avondoffer, het uur van kracht verlenen aan uw gebed. Het gebedsuur, reukwerk. Ik zal het nu nog anders zeggen. Het vuur van God, dat was het vuur, God zelf had het altaar aangestoken en dat vuur mocht nooit uit gaan, dat vuur bleef intact, is ook onderweg steeds intact gebleven, en dat vuur, het offer verterend, is ook het vuur op het reukofferaltaar, dat is echt hoor, dat vind u zo letterlijk terug, dat bedenk ik niet, dat staat er gewoon, het vuur van God heeft twee kanten. Ofwel het is oordeel ofwel er is reukwerk. En God ruikt een liefelijke reuk. Ik vind het zo fantastisch dat iedereen die hier is en gelooft in de Here Jezus, mag zeggen: “Het vuur van God had mij ook moeten treffen. Ik heb ook geen been om op te staan, ik had toch geen enkel stukje recht of zo. Maar het vuur van God heeft het offer getroffen en nu ben ik aangenaam, liefelijk in de Geliefde, in Zijn reuk.” En je kunt zelfs een reuk van Christus zijn. Je kunt het ook nog doorgeven naar anderen toe. Maar dit hele gebeuren is een adembenemend schouwspel. Alsof den Here Gods laat zien aan u en mij: Kijk eens, ja iedereen had eigenlijk de vertering, het verterende vuur van God moeten ontvangen, moeten krijgen. Maar niet iedereen komt om. En de scheiding is daar waar Mozes en Aäron staan. Er is één middelaar tussen God en mensen, dat is de mens Christus Jezus. Aan welke kant sta je. Niet omheen draaien, niet zeggen: “Ja, daar moet ik toch eens een keer over piekeren.” Ik zei gisteren op een conferentie waar ik was: “Je had vroeger vertegenwoordigers en die stuurde uit om mijn of onze produkten te verkopen. En als die mensen dan terug kwamen met een mooi verhaal: Ja, die mensen die hebben interesse, die hebben grote interesse in ons produkt. Ze zullen er over nadenken en ze willen graag nog wat dokumentatie en ze zullen ons bellen. Van zulke rapporten had ik stapels. En ik heb natuurlijk tegen die mensen gezegd: “Jongens en verkopers en vertegenwoordigers, die rapporten die wil ik niet meer, daar heb ik niets aan, je moet orders hebben en geen verhalen dat mensen interesse hebben.” Ze zullen er over nadenken. En mensen die jou gaan bellen als ze er aan toe zijn dat betekent gewoon dat jij het initiatief aan anderen hebt gelaten, dat is voor de verkoper dodelijk.” Sorry hoor, dat is een beetje commercieel, maar ik kom uit die hoek, ik kan er ook niets aan doen. Er moeten dingen op papier, er moeten handtekeningen komen, orders. En mensen die vandaag zeggen: ‘We zullen er eens over piekeren”, zijn precies die mensen die bezocht worden door een verkoper die eigenlijk zijn verkeerde taak doet, die gewoon niet goed werkt. Ik kan hier niet bij de deur gaan staan en je zoiets door de keel duwen. Ik zou wel willen maar het mag niet. En bovendien, de Here vertelt ons dat jij zelf een beslissing moet nemen. En ik vraag je nu, heel concreet, aan welke kant sta je. Niet zeggen: ‘Ik zal er nog eens over piekeren, nog een paar nachtjes slapen, dan bel ik je hoor, dan laat ik het je weten. De volgende zondag dan zal ik het je laten weten.” En misschien kom je helemaal niet meer. Als het initiatief uit handen word gegeven dan weet ik zeker dat de duivel kans ziet om direkt al bij de deur van dit gebouw zijn slag te slaan en te zeggen: “Moet je eens luisteren, wat die man daar zegt is allemaal onzin.” Ja, maar u zegt: “Als die man zo op mijn gemoed spreekt, daar op in praat, dan doe ik misschien wel onder de druk van een beslissing.” Nou, u bidt maar. De dienst is nog niet afgelopen. Maar ik wil u graag vragen: Waar staat u als het vuur van God zou komen. Als het oordeel van God, en dat heeft echt met God zelf te maken, zoals het vuur van het altaar door God zelf was gegeven, dat heeft niet Mozes gedaan met een paar vuurstenen van vroeger of met een lucifershoutje van vandaag, dat is van God zelf gekomen. God is een verterend vuur, dat is Hij. Niet: Dat wordt Hij soms, dat is zo, zo is Hij. Dat hoort bij zijn wezen. God is heilig, God is licht, God is een verterend, ook onze God, is een verterend vuur. En jij dan, hoe zouden we dan kunnen bestaan, hoe zouden we in leven kunnen blijven, hoe zouden we ontkomen, als we te maken hebben met een dergelijk iemand.
Het vuur van God is op het altaar terecht gekomen. Wanneer? Nog een keer, op het uur van het avondoffer, op het uur van het gebed. En hoe raar het ook klinkt, maar daar moet u maar een beetje, hoe heet dat, grasduinen, een beetje gaan graven, maar daar is bij het offer van de Here Jezus een deel liefelijk voor God, zoals een brandoffer altijd een liefelijke reuk is voor God en een zondoffer altijd een afschuwelijk iets is. Daarom werd een zondoffer ook buiten de legerplaats verbrand en het brandoffer op het altaar verbrand. Het is even moeilijk, maar het is wel de moeite waard om daar eens over te piekeren. Dus iets in het werk van de Here Jezus, zo subliem voor God, zo geweldig, waar God zo geweldig van genoten heeft. Ja, niet omdat Zijn Zoon leed, omdat Zijn Zoon pijn had, maar omdat in dat werk van de Here Jezus iets buitengewoons voor God zelf naar buiten kwam. Want God zegt: “Kijk, dit is het wat Ik bedoel. Dit is nu precies wat ik bedoel. En aan de andere kant was er natuurlijk dat verschrikkelijke, dat vreselijke, van lijden, van ja, van mensen die Hem dit inderdaad aandeden. En ja, voor die zonden en voor die ongerechtigheid moest er genoegdoening komen. Nou, de Here Jezus heeft dat ondergaan. Het vuur van God is op Hem neergedaald. Daarom werd het toen donker. Daarom was Hij van God verlaten, de Mens Christus Jezus: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten. Het vuur van God kwam op Hem terecht.
De plaag was begonnen. En Mozes en Aäron stonden er eigenlijk tussen in. En het oordeel van God komt, de plaag is begonnen, en de Here Jezus staat daar prachtig tussen in. U ziet het hier komen he. U ziet spanning naar boven komen. Eerst een half uur stilte, en dan reukwerk, de liefelijke kant van reukwerk, kracht verleend aan de gebeden van de heiligen, dat stijgt op tot een liefelijkheid voor God. Jij en ik mogen nu met God praten. Die toornende, die heilige God is jouw Vader geworden, je hoeft niet meer bang te zijn voor Hem, helemaal niet, Hij vind het fijn als je komt. Hij is blij met je. Ik zeg het je, in de Naam van de Here Jezus, Hij is blij met je. Aangenaam in de Geliefde, jij. Als je gelooft in de Here Jezus ben je aangenaam voor God. Hoef je niet meer bang te zijn voor God. Dan is God niet een heilige God die alleen maar straf uitdeelt, alleen maar strafregels, laat ik maar zeggen, laat schrijven, alleen maar rode potloden heeft om aan te geven wat je allemaal fout doet. God is liefdevol. Hij wil je zo graag in Zijn nabijheid en Hij heeft graag dat je bij Hem komt. Dat is de ene kant. Maar is God dan niet meer de Heilige God, is het dan niet waar wat ze vroeger zeiden, dat Hij toornt en dat Hij de zonden niet door de vingers kan zien. Ja, dat is waar, maar er staat Iemand tussen, tussen de doden en de levenden. Je ziet het in Num. 16, je ziet het hier. Hier zie je het uitgebeeld, in Openb. 8. En eigenlijk zou je dit gewoon voor je zelf moeten nemen en nou, misschien wel een paar dagen over mogen piekeren gewoon. Ik bedoel niet in zak en as en zo, maar gewoon: Here, laat nog iets moois van Uzelf hieruit naar boven mogen komen. Laat ik nog meer mogen genieten van wat U hier aan het doen bent, wat U allemaal gaat zeggen.” Niemand van ons hoeft verloren te gaan. Elk die wil mag komen: En die wil, neme het water des levens om niet. Het aanbod van God is heel royaal. Het ligt aan jou of het wel of niet aan te nemen. En de meesten van ons hebben het aangenomen, gelukkig, en mogen zeggen: “Ik ben een kind van God en ik weet: Mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven. En ik weet, ook al zou ik het zo niet zo durven zeggen direkt, van ja, God is blij met me. Ja, dat is allemaal te populair en zo en dat willen we dan niet en we willen ook nog graag een beetje plechtig blijven. Het moet een beetje, nou ja, het moet ook nog een beetje de kerkelijke sfeer uitademen van……” Ja, ik weet dat u het anders zegt, maar ik hoop wel dat u het nu wel overdenkt en dat u zegt: “Zou God echt blij met me zijn.” En ik geef je als antwoord: Als je gelooft in de Here Jezus, dan is God blij met je. En dat wat je bidt in de Naam van de Here Jezus is aangenaamheid voor Hem, is een liefelijke reuk voor Hem, dat is iets moois voor Hem, dat heeft Hij graag. En jij wordt er ook blij van, dat kan niet anders. Je wordt er gelukkig van. Dit is werkelijk iets waar je ziel behoefte aan heeft. Dit is water op dorstig land, dat is het, de zegen van de Here.
En dan komen die zeven engelen. Je voelt al dat die die geloven in de Here Jezus, niet aan de kant van de oordelen staan. Ik hoop dat dat nu ook helder is, dat het hier nu niet gaat over jou en over mij, maar dat het niet gaat over een boze wereld die de Here Jezus niet wil. Ja, maar die mensen die nog nooit van Hem gehoord hebben die kunnen toch niet meedoen en meegaan in een sleur van vuur en verderf. Nee, hebben we gehad he, vorige keer, nou niet vorige keer in de volstrekte zin, maar de laatste keer toen we over Openb. 7…… Ja maar de Here heeft die mensen toch niet diezelfde, je kunt toch niet hertzelfde gaan aanrekenen. Nee, die mensen kunnen komen he, 144.000 die gaan zeggen: “Er is nog steeds reukwerk, er is nog steeds reukwerk, ze staan nog steeds tussen de doden en de levenden. In die zin wordt er een geur van Christus, daarom wordt het ook zo genoemd, een geur van Christus, door een gelovige neergezet. Dat is uniek he, dat jij, in jouw omgeving, een stukje geur, iets van die liefelijke reuk mag etaleren. Dat is een enorme opdracht. Het is ook een zegen brengende, heil brengende boodschap.
De zeven engelen die staan klaar en die gaan nu bazuinen. De eerste blaast: Hagel, vuur vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. En dat gat steeds om een derde deel. Alsof de Here suggereert, er komen later nog andere getallen hoor, van dit is een soort voorbode nog maar. Zoals in Zacharia staat dat tweederde zal omkomen, dat komt nog hoor, maar dart is dit nog niet, dit is dus nog éénderde, een derde, een derde, een derde, een derde. Zo van zesenzestig punt zoveel procent gaat dan toch nog overblijven, maar een derde deel gaat echt, gaat echt stuk.
En nu gaat het in vs 7 om hagel en vuur vermengd met bloed. Vuur en hagel, oordeel van God, rechtstreeks van God. Vuur van God. Ik heb het al gezegd: God is een verterend vuur. Oordeel van God. God gaat ingrijpen en God laat niet met zich spotten. Nederland kan ongelofelijk brutaal zijn. En ze hebben bijna God tot een kwade genius benoemd en zeggen: ‘Nou ja, al het kwaad komt van God. Als God een beetje God is dan, dan had Hij dit maar eens anders moeten doen. Dan was Bart de Graaf misschien niet overleden en dan was Pim Fortuyn niet dood geschoten.” Ik bedoel, zo ongeveer. Een beetje te kort door de bocht, maar ik wil gewoon het even zeggen he, ik bedoel, zo ongeveer praat men over God. Alsof je Hem in je broekzak hebt. Alsof je Hem gewoon aan een touwtje kunt trekken. Een soort harlekijn of zo. Zo moet God zijn. Dat is God niet. Gos is geen pop.
Bloed, vuur, hagel. Job zei al dat God de hagel bewaard heeft tegen de dag van het oordeel. En dat is zo. Die hagel die komt.
De tweede blaast en er wordt iets als een grote berg in de zee geworpen. En nu moet ik vooruit springen misschien, want hier gaat het om een enorme macht, een blok, een machtsblok, een berg en die wordt in de zee geworpen. Nou, uit Openb. 17, ja, dat duurt nog een hele tijd, maar daar staat dat de zee volkeren zijn. Ik bedenk het niet hoor, dat staat gewoon in de bijbel. Die zee, dat is een volkeren massa, allemaal mensen. En midden in die mensenmassa, in die volkeren massa, daar komt een soort blok. Nou, het wordt duidelijk uit dit laatste bijbelboek over welk blok het gaat. Dat is niet het Vlaams Blok, dat hebben ze in België, daar hebben we niets mee te maken. Maar het blok is Europa. Ik ga een beetje vooruit grijpen maar dat is echt aan te tonen. Dat is duidelijk te maken. Er komt dus een machtsblok. En volgens Openb. 13 wordt dat een beest. Dat is helemaal niet leuk, dat is vreselijk. Een vreselijk dier, zo wordt datzelfde genoemd in Dan. 7. Het is even ingewikkeld he, maar goed. Het zijn al details van wat er zopas in hoofdst. 6 aan globale dingen werd gezegd, dit zijn al nadere details, maar die krijgen nog een nadere invulling he, dat bedoel ik steeds te zeggen. De details daarvan komen nu nog. We zullen dat ontdekken. Het is ook een beetje klantenbinding he, dat begrijpt u, nou, nee hoor, ik heb het niet bedacht zo, het is niet mijn indeling. Het is de indeling van de bijbel en de Heilige Geest heeft het zo op deze manier gegeven. Maar natuurlijk is het dan wel iets waar je van moet zeggen: ” Ja, dat moet ik dan toch ook nog weten.” Nou, het gaat ook niet alles in één keer. Dat gaat heel, heel geleidelijk, maar je krijgt het wel helder op een bepaald moment. Een machtsblok komt uit, een grote berg wordt in de zee geworpen en dat betekent niet zoveel positiefs. Het derde deel van de zee wordt bloed, dat betekent geen leven meer. Dat kost een gigantisch bedrag. Schepselen die daarin zijn, die daaronder te maken hebben die sterven en ja, de zee krijgt een oordeelskracht.
Vs 10 zegt, een derde engel, weer een bazuin: En er viel een grote ster neer brandend als een fakkel uit de hemel. Bij een ster gaat het in de bijbel, in de rest van dit bijbelboek steeds om een leider, een groot iemand. Dus niet een volk, een blok, mensenmassa, Europa in dit geval, dat geeft ik u nu al vast vooruit en Openb. 13 maakt dit duidelijk. Maar het gaat bij een grote ster om iemand die leider is. Nu is het nog niet helemaal duidelijk of het hier gaat om de leider van dat Europese rijk, van dat blok dan wel of het hier om die antichrist gaat. En waarschijnlijk het laatste maar daar kom ik straks, niet straks maar later wel op terug. Maar het gaat erom dat er een ster brandend als een fakkel uit de hemel komt. In hoofdst. 8:8, even terug he, daar gaat het dus om een blok, om een grote berg. Er wordt niet gezegd dat die grote berg uit de hemel komt. Dat is er kennelijk al. Maar die ster die komt uit de hemel gevallen en daarom denken sommigen dat dat de duivel zelf is. Die satan die uit de hemel wordt geworpen, Openb. 12. Dat hij die gevochten heeft, er was immers oorlog in de hemel, en Michaël en zijn engelen ging strijden met de duivel en met zijn engelen en de duivel, de satan, de oude slang, werd uit de hemel geworpen. Uit de hemel geworpen. Een ster, een morgenster wordt hij genoemd in het boek Ezechiël. Een heel bijzonder iemand. Iemand met grote kwaliteiten, met enorme invloed, wordt uit de hemel geworpen. En die viel op het derde deel van de rivieren, dus waar frissigheid, waar leven vandaan komt. Als u in Egypte, in het oosten kijkt, waar is nu vruchtbaarheid? Nou het hele land Israël is ongelofelijk vruchtbaar. Maar waar halen ze de oogst dan binnen, alleen maar daar waar water komt. Want zelfs de Negev woestijn is een buitengewoon vruchtbaar gebied als daar water komt. Daarom zal die woestijn ook een keer gaan bloeien als een roos. Ja, de potentie is er gewoon, het land is vruchtbaar, op zich is het vruchtbaar. Als er water komt, ja dan…. De Nijl is in Egypte natuurlijk een levensader. Als u Egypte kent, u bent daar natuurlijk 20 keer geweest of zo, en u weet precies hoe het zit, maar 25%, dus een vierde deel van Egypte is maar bewoond. De rest is woestijn, 75% is woestijn. 25% is een beetje leefbaar, Maar waarom is dat nu in cultuur gebracht, waarom kun je daar nu wonen en leven? Omdat het water van de Nijl daar komt. Ja, niet alleen om dat stroompje, maar dat is dus met dammen en irrigatiewerken zo breed mogelijk gemaakt. En vroeger hebben ze ook dijkjes doorgestoken om het water van de Nijl te laten overvloeien. Dus daar waar, ja, vruchtbaarheid is, daar komt het water van de Nijl. Dat is met name in die Nijldelta, waar al die stroompjes van de Nijl te vinden zijn, een hele rij. Daar is het vruchtbaar. Maar als die ster uit de hemel valt, en valt op de rivieren, dat betekent dus dat de vruchtbaarheid en dat het eigenlijke leven niet meer mogelijk is. En die naam van die ster die wordt Alsem genoemd. Alsem in het Russisch is Tjernobyl. Dus toen die ramp in Tjernobyl kwam, een aantal jaren terug, toen hadden we: Oh, daar heb je het he. En het water werd gelijk bitter, want je kon niet meer drinken. Het was echt niet meer om uit te houden. De dood lag op de loer. Dat was een gigantische ramp. Er zijn veel meer mensen bij omgekomen dan iedereen toegeeft. Maar nu langzamerhand zijn die cijfers wel helder geworden. Dat gaat natuurlijk een keer uitlekken. Het is ook gebeurd. Maar Alsem, Tjernobyl in het Russisch. Ik ken nog een Russisch woord maar dan houdt het ook op hoor. Wodka heb ik ook geleerd. Niet omdat ik het drink, ik drink niets, maar, nou ja grapje. Maar ik wil dus niet met mijn Russisch schermen want dat heb ik gewoon niet, maar ik heb dat, ja, ook meegekregen. Het woord Alsem in het Russisch is Tjernobyl.
Maar bitterheid. Er is eigenlijk geen leven meer, want al het water is bitter geworden. Mag ik nog een keer terug komen op mijn beginstukjes. Weet u nog van Israël, toen ze uit Egypte kwamen, ze waren door de Schelfzee gegaan en ze kwamen bij Mara. Wat betekent Mara? Bitter, precies. Ja, “Noem mij maar Mara”, zei Naomi veel later want, ja, het is alles bitter geworden. Wat was de oplossing voor het bittere water? Mozes hoorde de Here Zeggen: “Kijk, Mozes, zie je dat daar, daar, dat stuk hout. Nee, niet dat stuk, maar dat stuk hout.” Beetje overdreven hoor, maar zo staat het er wel: De Here wees hem een hout aan. “En dat moet je er in gooien.” Het hout. Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt. Het hout des levens. En toen was er geen bitterheid meer. En de Here noemt zich daar: Ik de Here ben uw Heelmeester. JHWH, Rafa of Rofi of Rofe, u mag het invullen, want klinkers kennen we niet in het Hebreeuws, dus wat we er tussen stoppen dat is aan ons. U kiest maar iets uit. Maar u mag het wel zeggen: “De Here is Heelmeester”. Zo is Zijn Naam, zo is Hij, dat is Zijn Wezen, Dat is mijn God die ik mijn Vader mag noemen, Die is zo, Die heeft een oplossing. Nog een keer zeggen? Mooi he.
De vierde engel blaast de bazuin en de zon werd getroffen. Het derde deel van de maan, van de sterren wordt verduisterd. Dat betekent dat het licht weg gaat. En, nou misschien is dat zo. Ik weet niet of u ooit iets gelezen hebt over de Gouden Eeuw, over wat God allemaal ging doen en kon doen. En hoe dat in andere culturen ook zo’n soort tijd is waarin God buitengewone dingen doet. Als de Here vandaag zoveel duizenden, duizenden mensen tot geloof roept dan zijn er zegeningen, zegeningen. Blijft dat zo? Nou het kan ook wel eens een beetje verduisteren. Hoe zou het komen dat de Verlichting, zo als wij dat noemen he, een soort stroming in de geschiedenis, verduistering heeft gebracht. Waar het menselijk vernuft de boventoon gaat voeren daar komt de verduistering. Waar het licht van wetenschap, van wat wij kunnen en van wat wij uitstralen, waar dat licht van ons een plaats krijgt, daar gaat de duisternis toenemen. Het derde deel van de zon, het derde deel van de sterren, het derde deel van de maan. Er is geen licht meer, geen zicht meer. In de dagen van Eli, u wet het wel, die hogepriester die twee zonen had en die gingen het helemaal niet zo goed doen. En die Eli die zat daar op een stoel, hij was al oud geworden, hij was bijna blind, zo wordt het u getoond, en er wordt bij gezegd: “Ja nog was de lamp Gods niet uitgegaan, maar het woord des Heren was schaars in die dagen.” Dus er was nog een heel klein ietsie pietsie licht. Maar ja, als dat weg zou gaan was het ook helemaal over. Verduistering. En moet je niet zeggen dat binnen christelijk Nederland de verduistering heeft toegeslagen op een gigantische manier. Het antwoord is: Ik zeg niet dat het onze tijd is, maar dit wordt nog veel erger. Als de vorst van de duisternis gaat regeren, nou dan heb je heel wat batterijen nodig zou ik bijna willen zeggen, dan heb je heel wat nodig. En het mooie is dat het Nieuwe Jeruzalem dat van God uit de hemel neerdaalt, mag ik dat nog een keer zeggen, heeft geen zon en geen maan en geen sterren nodig. Niks hoor, die zitten daar niet mee, want God Zelf is het Licht en het Lam is haar Lamp. Zo wordt het. Waarom hadden die Israëlieten licht in die plagentijd in Egypte. Waarom hadden ze licht in hun huizen, waarom. Nou om de eenvoudige reden dat de drie dagen van absolute donkerheid in Egypte dezelfde drie dagen waren waarin Israël een lam in huis had. Ze keken naar dat lammetje. Ze moesten dat lammetje bekijken, ze moesten dat lammetje beoordelen en dat is een geweldig schouwspel geweest. Daarom hadden zij licht. Niet omdat zij wel olie hadden of omdat ze wel zaklantaarns hadden of zo, maar God had daar een oplossing voor. En waar dat lam in huis is daar is het licht. En daarom is het zo geweldig belangrijk om in Openb. 8 de oordelen van God te zien. Ja, er komen nog meer. Wee, wee, want er komen nog drie. Dus niet al te gauw zeggen: “Nu weet ik het al.” Maar de oordelen van God zien, en het is alsof de Here God ook aan het eind maar ook aan het begin gaat zeggen: “Maar toch is er een oplossing, er is iets.” En jij die gelooft in het geweldige werk van de Here Jezus zegt: “Yes, ik heb de Here Jezus, het Lam, het Lam van God is in mijn hart. En waar het Lam is, daar is het licht. Daar kan de duisternis en daar kan de vorst van de duisternis geen voet aan wal krijgen. Hij probeert het, natuurlijk, hij valt aan. Hij probeert alles, alles om die duisternis maar weer te brengen. Maar u bent uit de duisternis verlost en u bent in het wonderbare licht gekomen. U kent die teksten wel, maar het dringt misschien niet meer tot ons door, we zijn er een beetje af. Maar dat zijn geweldige, prachtige dingen. Nu als die vierde engel gaat blazen dan is de duisternis echt, ja, binnengekomen. Nou dat betekent dat de verlichting, ik heb het natuurlijk niet over neon en zo, dan is de verlichting voorbij. Dat is het licht van God. Gods aangezicht geeft licht. Je mag in het licht wandelen zoals Hij in het licht wandelen zoals Hij in het licht is. U pakt al die teksten, en u vindt hele, hele rijen.
Een arend vliegt in de hemel en zegt: ‘Kijk uit want er komt nog meer.”
Nou, conclusie van vanavond, is het begin zien van oordelen over deze wereld. Gods vuur komt. En dat komt, ten tijde van dat avondoffer, heel duidelijk naar ons toe. Eigenlijk kun je dit zeggen: “Het staat of valt met het kruis van de Here Jezus.” Aan welke kant sta je? Ik sta aan de goede kant, niet eigenwijs, ik heb vanmorgen gezegd in mezelf: “Here Jezus dank U wel dat U voor mij het oordeel, de toorn van God hebt willen dragen.” Ik heb ook geen been om op te staan. Ik heb geen recht, ik heb geen aanspraak. Paulus zegt daarom” Uit genade ben je behouden, niet uit jezelf, het is een geschenk, een gave van God.” Het is gewoon Gods geschenk. En Hij is een Godsgeschenk: De Here Jezus. En Hij heeft het bittere zoet gemaakt, toch. Hij is de liefelijkheid zelve. God ziet mij in Hem. Ik ben aangenaam in Hem. En Hij wil dat wij vandaag een geur zijn van Hem. Daarom zegt Paulus: “Wij dan wetende de schrik van de Here”, hoofdst. 8, “overreden de mensen: Laat u met God verzoenen.” Zorg dat je in het reine komt met Hem. En als er iemand hier is die de Here Jezus niet kent, ga dan niet naar huis voordat je, ja misschien wel een gesprek gehad hebt of een contact gelegd hebt, een afspraak gemaakt hebt , om toch werkelijk vrede met God te krijgen. Deze oordelen komen en al je nu weet dat dit oordeel misschien wel je buurvrouw gaat treffen, dan hoop ik dat je deze week een geur van Christus bent en dat je misschien wel net als Aäron hoort zeggen: Schiet op Aäron, snel, er dreigt gevaar man, de plaag is begonnen. De mensen dreigen toch verloren te gaan. De plaag is begonnen, doe er wat aan. Nou Aäron snelt en jij zegt, nou, nou: “Nou, ik kan er ook niets aan doen.” Ik hoop dat u dit voelt, dat u dit oppakt en dat u misschien wel zegt: “Dan hebben wij dus ook nog een taak deze week. Dan mogen we ook nog iets van die geur, van dit reukwerk van Christus etaleren, van het uur van het avondoffer.”
“Het is volbracht” heeft de Here Jezus duidelijk gezegd, toen gezegd. Ziet u de harmonie in de bijbel, in dit stukje, ik hoop het eigenlijk. De Here zegene u.