Openbaring 9

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

11. De beerput gaat open.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
1 september 2002.

U bent op een heel bijzonder terrein. Ze geloven hier in de spoedige verhuizing. Alle verhuisdozen staan daar. Ik weet niet of daar het bordje opname van de Gemeente bij past. Nee, toch niet? Denk ik weer iets actueels te zeggen, gaat het weer helemaal mis.
In het Algemeen Dagblad, u had verwacht dat ik voor het Nederlands Dagblad reclame zou maken, of voor het Reformatorisch Dagblad, een week geleden was er een bijlage, en in die bijlage stond iets over Jeruzalem. Misschien hebt u het gelezen, en daar stond in dat bij mensen de navel ongeveer het middelpunt is. En zo is Israël de navel van de hele aarde. En in het midden van die navel is nog een middelpunt en dat is Jeruzalem. En in het midden van Jeruzalem is nog weer een middelpunt en dat is de tempel. En in het middelpunt van de tempel is weer een middelpunt is weer een middelpunt en dat is het Heilige der Heiligen van die tempel. En dan is er nog een middelpunt, en dat stond daar niet bij, want in het midden van het Heilige der Heiligen is de Here Jezus. En over Hem gaat het toch wel vanmiddag. Het is wel even moeilijk misschien, het stukje over oordelen, maar toch gaat het over Hem.

Lezen: Openbaring 9

Nou, dat is niet een opgewekt verhaal. Het is niet iets van, yes, dat is precies wat we vandaag eigenlijk zouden willen. Toch is dit uit de bijbel. En ik weet niet of u dat altijd merkt maar daar zit een flink stuk spanning achter iedere toespraak, maar achter zo’n toespraak zeker. Weet je waarom, omdat er oordelen komen over deze wereld, en die oordelen zijn niet mals. Los nog van het eeuwige oordeel. Los nog van hel en alles wat daar aan vast zit, komen er ook nog op aarde oordelen, moeilijke tijden. En we zijn nu in het stuk van Openbaring aangekomen waar die oordelen omschreven worden en dat is nooit leuk. Wel om het thuis eens te bestuderen, maar om er nu echt over te preken, nee, dan kun je beter Joh. 3:16 nemen. Nu zeg ik het maar even kort door de bocht, maar dat gaat dan over: “Alzo lief heeft God de wereld gehad”. Toch hoop ik dat u kunt luisteren en wilt luisteren.
De bijbel veronderstelt te zijn voor de gelovigen. Ik roep dat bijna elke keer, voor alle helderheid. Het is dus niet een boek voor de ongelovigen. Het is niet een soort bestseller ergens in een boekwinkel, gewoon, ongelovigen lees toch die bijbel. De bijbel is bedoeld voor de gelovigen. Natuurlijk hoop ik dat ongelovigen die bijbel gaan lezen. Dat is natuurlijk helder, maar het is de boodschap van God voor de gelovige. En de Here God heeft met de boodschap de mogelijkheid gegeven om die boodschap te snappen. Dat is de Heilige Geest. Nou ja, dan zit je gelijk midden in het diepe. Maar de gelovige is iemand die gelooft dat de Here Jezus voor zijn of haar schuld aan het kruis van Golgotha gestorven is. Dat werk is volbracht, dat heb je aanvaard, dat heb je naar je toe gehaald, daar heb je dank U wel voor gezegd. En iedereen die dat gedaan heeft krijgt van God de Heilige Geest als een onderpand van de toekomstige erfenis. En die Heilige Geest maakt helder wat de bijbel bedoelt. En ik hoop dat jullie allemaal de Heilige Geest hebben ontvangen. Ik hoop dat dat gewoon, ja, simpel gezegd kan worden: “Wij hebben de Geest ontvangen”. De buren zeggen misschien: “Hij heeft de Geest gegeven”. Ik bedoel, dan is er iemand overleden, maar jij hebt de Heilige Geest ontvangen, dan pas ga je leven. Leven uit Gods Geest woont in ons als we geloven in de Here Jezus. En dat geweldige feit is een, ja, is een grote zegen. Ik hoop dat je dat hebt. Vanaf het moment dat u die Heilige geest ontvangen hebt hoort u bij de Gemeente. En die Gemeente blijft niet steeds maar hier op aarde, die Gemeente gaat een keer weg, die gaat dit aardse toneel verlaten. Dat bedoelde ik een beetje als grapje met die verhuisdozen, en iedereen riep hier: ‘Ja, we hebben helemaal geen verhuisdozen nodig dan”, nee, dat klopt, gelukkig niet. In een punt des tijds, in een ondeelbaar ogenblik komt de erkende Verhuizer, sorry hoor, ik gebruik hem toch, en Hij haalt ons, Hij brengt ons daar waar Hij ruimte heeft gemaakt in het huis van de vader met de vele woningen. Daar gaat u naar toe als u gelooft in de Here Jezus. Daar zult u eeuwig thuis zijn. Nu, dat moment van de Gemeente gaat hier vandaan zou wel eens veel dichter bij kunnen zijn dan wij vermoedden. Ik heb geen datum, natuurlijk zijn er allang suggesties geweest, er zijn ook data genoemd, maar ze waren allemaal mis, allemaal fout. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het wel gaat gebeuren. En de tekenen die om ons heen te zien zijn, duiden erop dat de komst van de Here Jezus voor de gelovigen wel eens veel dichter bij zou kunnen liggen dan wij vermoeden. Dat betekent dat wij misschien wel heel spoedig hier vandaan gaan. Over twee weken hebben we hopelijk, zo de Here wil, Openb. 10, dan gaat het over het boekje een prachtig onderwerp, vind ik zelf, ik moet toch reclame voor me zelf maken, maar het is een mooi onderwerp, maar misschien zijn we er niet meer. Misschien zijn we al bij de Here Jezus. En dat zou ik wel willen. Ik zou Hem graag willen zien, ik zou Hem graag willen begroeten, ik zou Hem graag willen eren, ik zou Hem graag willen bedanken, ik zou gewoon willen zeggen: “Here Jezus, U bent mooier dan ik dacht”, zoiets he, nog te simpel he, “U bent groot, U bent verheven”. De Here Jezus zien en Hem ontmoeten. Dat zou best binnen nu en enkele uren kunnen gebeuren. Als die Gemeente weg is, hier op aarde niet meer te vinden is, betekent het nog niet dat alle mensen dus ook weg zijn. Dat is niet een soort knal van een atoombom waardoor alle mensen in no time gestorven zijn, nee, de mensen leven gewoon door. Veenendaal bestaat nog, nog steeds. De gebouwen staan er nog denk ik. En mensen gaan misschien nog wel naar de markt. Misschien is er één hier die dan ook nog naar de markt gaat. Ik wil je waarschuwen. Dat is niet zo best, als jij dan nog naar de markt gaat. Dan kom ik bij mijn onderwerp van vanmiddag. De oordelen van God komen daarna over deze wereld. En die oordelen zullen wel heel speciaal het Midden-oosten treffen, met name Israël treffen, maar ook alles er om heen en de hele wereld wordt in die tijd meegezogen in die enorme vloed van oordelen. En je houd je hart vast. Nou, over die oordelen die komen nadat wij weg zijn gaat het hier. Nou, u denkt: he, he, waar praten we over, ik ben toch weg, na ons de zondvloed. Dat riepen ze vroeger ook al in de tijd van Napoleon. Zo van: Nou, het zal onze tenen niet meer koud maken. Zo van: Daar voel ik toch niets meer van, het is gewoon over. Is dat eerlijk, nee, dat is niet eerlijk. Ik denk dat Paulus aan deze dingen dacht toen hij zei: “Wij dan wetende de schrik des Heren, overreden de mensen: Laat u met God verzoenen”. Hij wist wat er ging komen. En omdat hij wist wat er ging komen wilde hij waarschuwen, wilde hij vertellen van: Kijk toch uit, wordt wakker alstublieft. Er komt een tijd dat vreselijke dingen zullen losbreken. En nu ga ik nog een stukje met u lezen, en dan is mijn inleiding ook gelijk voorbij, en dat is 2 Tess. 2. Als u even wilt bladeren, als u een bijbel bij u hebt he. Het is niet verplicht om een bijbel mee te nemen, staat wel vroom hoor, als u komt met een bijbel onder uw arm, een grote alstublieft. Ja, dat valt op tenminste. Als je dan toch wilt opvallen door het dragen van een bijbel, moet je gelijk een grote nemen. Juist, zie je wel, een hele grote hier vooraan. U zit ook gelijk vooraan hoor. 2 Tess. 2, ik begin bij vers 3: Laat niemand u misleiden op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren. De zoon des verderfs, de tegenstander die zich verheft tegen al wat God, of voorwerp van verering heet. Zodat hij zich in de tempel van God zet om aan zich te laten zien dat hij een god is. Herinnert gij u niet dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd hebt. En gij weet thans wel wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis van de wetteloosheid is reeds in werking en het wacht slechts, totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren. Hem zal de Here Jezus doden door de adem van Zijn mond en machteloos maken door de verschijning als Hij komt. Daarentegen is de komst van die wetteloze, naar de werking des satans, met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen en met allerlei verlokkende ongerechtigheid voor hen die verloren gaan omdat ze de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor ze hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling die bewerkt dat zij de leugen geloven opdat allen worden geoordeeld die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.
Nou, best een heel moeilijk stukje. Het gaat hierom: De wetteloosheid, het verkeerde, het negatieve, het tegendraadse aan God, dat werkt al, dat is alom merkbaar. M.a.w. zonde heerst, je kunt het waarnemen. Je kunt het soms in je eigen leven, in je eigen denken terug vinden. Maar het verschrikkelijke van de wetteloze, het vreselijke, dat moet nog komen. Dat wordt nog een beetje, laat ik maar zeggen, geminimaliseerd, dat wordt nog onderdrukt, wordt nog weerhouden door iemand. Nou, dan kunnen we heel lang praten over wie die iemand is. Wie is dan de weerhouder, wie houdt dan de openbaring, de volle openbaring van de wetteloze tegen. Antwoord: De Heilige Geest in jou. Dat is een beetje kort door de bocht, mar misschien wilt u het meenemen om er over na te denken. Weet u dat u een zegen bent voor uw omgeving. Ook al zou u nog geen woord zeggen, ook al zou u niets laten blijken, u bent een zegen. Want in u woont de Heilige Geest. En omdat de Heilige Geest in u woont God nog dichtbij. En als God dichtbij is dan zouden de buren eigenlijk wel een bloemetje mogen brengen, alleen ze hebben niet door dat ze het, omdat jij er bent, zo goed hebben. Ik weet dat er narigheid is in deze wereld. Ik weet dat er spanningen zijn, ik weet dat er watersnoden zijn, ik weet dat er rampen zijn. En toch staat in de bijbel dat de volle openbaring van het ongerechtige niet kan omdat er een weerhouder is. En die weerhouder is niemand anders dan de Heilige Geest in ons. Ook in het collectief, in het gemeentelijke, maar ook in dat wat van jouw zelf is, van jouw persoonlijk is. Maar als jij en ik nu eens weg zijn, wat krijg je dan. Voorbeeldje: Wat gebeurde er toen Lot en vrouw en dochters uit Sodom gingen. Wat zeiden die engelen: “We kunnen niets doen zolang jullie hier zijn”. Maar toen ze eruit waren, dat was niet best. Het gaat niet om de geschiedenis, maar het is hetzelfde principe. Wat denkt u waarom Nederland gezegend is. Omdat er christenen zijn. Maar als christenen niet meer christenen zijn. Gewoon formeel nog wel christen heten, maar innerlijk geen christen meer zijn, ja, dan helpt het natuurlijk niets. Dan kun je wel een andere jas hebben maar in feite ben je precies zo. Het gaat erom dat de gelovigen, de oprechte gelovigen, die de Heilige Geest in zich hebben een zegen zijn voor de hele omgeving. Dat is echt zo, dat is echt waar. Maar als die gelovigen worden weggenomen, als die worden opgenomen, de Here tegemoet in de lucht, ja, dan gaat het heel anders worden. Dan wordt het een hele moeilijke situatie. Daarover gaat het in 2 Tess. 2. Daarover gaat het in Openb. 9. Ineens komt daar iets uit de hemel vallen met een sleutel van de put van de afgrond en die put die gaat open. Nou en wat er dan uit zo’n beerput komt, dat is niet te omschrijven. Vreselijke dingen gaan gebeuren. En dat wordt omschreven: Duisternis, rook, sprinkhanen. En we hebben dat samen gelezen en gelezen dat dat kennelijk niet gaat om een boom, dus de milieubeweging kan rustig verder leven, het gaat niet om gewas, het gaat kennelijk niet om het milieu, het gaat om de mens. En de mens wordt geïnfecteerd, krijgt pijniging te verdragen. En uit alles blijkt dat het hier niet een pijniging is van laat ik maar zeggen oorlog en zo, dat is het tweede stukje, als die ruiterij, als die legers losgelaten worden. Maar het eerste stuk heeft te maken met een andersoortige pijn, een heel ander iets. En dat heeft te maken met de duivel, met de tegenstander die kans krijgt, van God hoor, ruimte krijgt, zo moet ik het echt zeggen, om zich ten volle te openbaren. Want de weerhouder, de tegenstander is weg. Als er een politiek aardverschuiving plaatsheeft en één groep krijgt, laat ik maar zeggen, 80%, dan heeft de oppositie gen enkele kans meer, weet je wel. Dan kunnen degenen die het mandaat krijgen die kunnen doen wat ze willen, die worden nooit meer terug gefloten. Nu, alle oppositie, dat is geen goede vertaling hoor, maar alle, alle tegenstand is dan weg. Alles wat voor de Here zou zijn is weg en wat tegen de Here is dat is er nog. Nou, dat sluit naadloos aan bij dat wat uit die put komt. Nu komen we later in dit bijbelboek tegen dat die put ook weer dicht gaat gelukkig. Dat is Openb. 20, dan wordt die put weer gesloten. Maar nu gaat die open. En wat er uit komt dat is heel erg.
Verduistering. En nu wil ik niet over alle details iets gaan zeggen, maar het zal een pijn zijn, een nare tijd zijn. Vijf maanden lang pijniging. Pijn als van een schorpioen als je gestoken wordt. Pijn die te maken heeft met, ja niet met oorlog, maar met iets anders. Met het zwerk, met de hele atmosfeer, met wat je inademt, met waarin je bent, waarin je staat. Daar heeft het mee te maken. In de bijbel staat, in het boek Deuteronomium, dat God op een bepaald moment Zijn rijke schatkamer, de hemel, zou openen en dat Hij zegen zou uitgieten. Lieve mensen, dat heeft God gedaan. Toen de Here Jezus in Bethlehem in een wiegje lag, in een kribbetje lag, toen heeft God Zijn hemel geopend en gezegd: “Daar moet je zijn, dat is Hem”. Was dat verduistering, nee het licht der wereld. Niet de verdonkering, de versluiering van, maar het licht van God Zelf, het licht van God. God is licht. Bij Hem is in het geheel geen duisternis en de duivel wordt genoemd in de bijbel de vorst van de duisternis. Alleen maar donkerheid, alleen maar narigheid, alleen maar spanning, alleen maar pijn, innerlijke pijn, zielenpijn. Dat is heel wat anders dan, laat ik maar zeggen, last van een been of een arm of wat ook, maar van binnen. Wroeging is zo’n zielenpijn. Ik weet niet, dat hebt u wel eens gehad dat u dingen had moeten doen, niet gedaan, en daar heb je dan last van, daar voel je de pijn van. Nou, dat is die pijn die hier bedoeld wordt. Dat is een pijniging als van een schorpioen, dat vreet door. Maar God is Degene die geeft, die uitdeelt, die licht brengt, die vrede brengt, die zegen brengt. En door het geloof in de Here Jezus kan iedereen die hier is, leven uit God krijgen. Maar als je dat nu afwijst, als je daarvan zegt: “Dat hoef ik niet, ik zoek het zelf wel uit”, dan blijkt uit 2 Tess. 2 waaruit we lazen, dat er een moment komt dat God je een geest van dwaling zendt om de leugen te geloven. Dat doet Here. Zoals Hij het hart van Farao op een bepaald moment verhardde, zodat hij niet anders kon, zo komt er in de toekomst een geest van de dwaling, door God gestuurd, om de leugen, om de leugenaar, te geloven. Nou, ik wil je heel, heel dringend waarschuwen om niet in die tijd te komen. Hoe kan ik daar aan voorbij gaan. Geloof in de Here Jezus. Is dat nu zo moeilijk, is dat nu zo ver weg. Moeten we niet zeggen met deze dingen in de hand: “Dan moeten we nu orde op zaken stellen, dan moeten we nu weten waaraan we toe zijn, dan moeten we nu toch weten Wie de Here Jezus is en wat Hij ons geven wil.” Hij wil je gelukkig maken. Echt waar beste mensen, echt waar. Hij wil je gelukkig maken, Hij wil je blij maken, Hij wil je vrede met God geven, Hij wil je in het huis van de Vader brengen, Hij wil de hemelse perspectieven tonen, Hij wil je nu laten genieten, Hij wil je nu de vreugde en de blijdschap van het geloof geven. Hij wil je alles geven. En wij zeggen: ‘Nou nee, nee, nee geef mij m’n Boeddhabeeldje maar.” Stom dat ik het zo even formuleer maar zoiets is het dan toch, daar is toch een alternatief. Ik hoop dat je helder hebt dat God de gevende God is. Dat is ook niet de god van de Koran, dat heb ik al vaker een keer gezegd, dat is alleen maar eisen, eisen, eisen. Maar God is een gevende God die in de Here Jezus bewees jou te willen zegenen. En dat doet Hij van uit Zijn rijke schatkamer de hemel. Maar als de put van de afgrond open gaat, nou berg je dan maar. Want als alles wat nog een beetje licht is donkerheid wordt, als het hele zwerk verduisterd raakt, als de hele atmosfeer een atmosfeer is van de demonen zelf, nou dan moet je wel pijn lijden, dat kan niet anders. Iemand in het bezit van de demonen of bezeten door demonen slaat zichzelf, doet zichzelf zeer, ik pak maar een paar voorbeelden uit het NT, pijnigt zichzelf. Het is alsof dit erin gekoppeld is. En dan gaat het wel om fysieke, om lichamelijke pijn, maar die innerlijke pijn. Gewoon volledig overhoop liggen met jezelf en niet weten waar je het zoeken moet. Dat is het wat hier staat. En misschien helpt het om dit stukje dan toch maar in alle hevigheid naar je toe te laten komen en zeggen: “Here alstublieft”. Laten we daar nu helder in zijn. Begrijpt je waarom Paulus zei: “Wij dan wetende de schrik des Heren overreden de mensen”. Dat snappen we nu. En hij gebruikt dit ook. En daarom zijn deze hoofdstukken wel terdege nuttig voor ons. Ook om onszelf opnieuw te motiveren om toch te gaan vertellen van de Here Jezus en te zeggen: “Moet je eens luisteren, ik weet een oplossing. Ik heb een psychiater die jij niet hebt, ik heb een psycholoog die jij niet hebt, ik heb een hulpverlener die jij niet kent. Ik ken mogelijkheden tot genezing die jij helemaal niet kent.” Ik wil de psychiaters en de psychologen niet diskwalificeren natuurlijk, alstublieft. Ik heb respekt voor. Maar hier gaat het om wat anders. Hier gaat het om een pijn die te maken heeft met de put van de afgrond. En er komt een moment dat God toestaat dat er een demonische engel uit de hemel komt die die put open doet. Nou als die put open gaat berg je dan maar. Dat heb ik beerput genoemd.
Het tweede element. Het tweede element is, en dat is vanaf vs. 12, dat er bij de vier horens van het gouden altaar dat voor God staat, engelen staan en dat er een bazuin geblazen wordt. Ik weet niet of u zich dat nog herinnert, maar er komt een moment volgens hoofdst. 8 dat het stil wordt in de hemel en dat reukwerk niet meer helpt. Het is al een tijd terug, wij zijn inderdaad gestopt in de vakantietijd met dit laatste bijbelboek. Nou niet omdat Openbaring in mei en juni en juli niet nodig zou zijn maar voor de continuïteit zal ik maar zeggen he, we zijn dan even gestopt. Maar misschien kunt u even terug lezen met mij naar hoofdst. 8:3: En er kwam een andere engel die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven met de gebeden van de heiligen op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk met de gebeden der heiligen steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op. En de engel nam het wierookvat en vulde het met vuur van het altaar en wierp het vuur op de aarde. Dat betekent dat nu dingen gebeuren vanuit Gods heiligdom. Er is een altaar direct als je de tempel binnen gaat, dat noemen ze het koperen brandoffer altaar. En dan kwam het wasvat en dan ging je naar het eigenlijke gebouw. Dan had je een kandelaar, dan had je een tafel met toonbroden en dan kwam je verderop in het complex bij een gouden reukoffer altaar. Dat stond er en daar werd reukwerk gebracht. En dat reukwerk, dat werd gekoppeld, gecombineerd met de gebeden, met het gebedsleven van de heiligen, voorbede, gebed. Maar, vuur verbrandde daar reukwerk zodat het heerlijk rook, maar datzelfde vuur wordt ook van het altaar genomen en op aarde gegooid. Ik heb dat toen gezegd. Dat was de laatste studie voor de vakantie. Dat ligt heel dicht bij elkaar. Het vuur is namelijk hetzelfde als u begrijpt wat ik bedoel. En ik hoop dat ik toen gezegd heb, ik heb het niet na geluisterd, maar ik hoop dat ik gezegd heb dat dat vuur hetzelfde heilige vuur is. Alleen, dat heilige vuur treft mij niet, maar het vuur van God heeft de Here Jezus getroffen. Daarom was Hij in de drie uren van duisternis. Hoort u het. Duisternis opkomend uit de put van de afgrond. De Here Jezus was in de duisternis, drie uren lang, voor jou, voor mij, om mijn schuld te vereffenen, om mijn schuld te boeten, om voor mij te betalen, om het in orde te maken bij God voor mij. reukwerk, we mogen nu voorbede doen: O Here red, o Here bewaar. We mogen in de bres staan, we mogen in ons gebedsleven mensen aan de Here opdragen. O Here, geef ze nog een kans alstublieft, mijn familieleden, mij kinderen, mijn neven, nichten, ooms tantes, vaders, moeders, vul maar in welke betrekking u hebt, maar we mogen er voor bidden. O Here laat ze dan nog een ogenblik meemaken dat ze iets horen van een tv-programma over U. En dan kunt u duizend keer zeggen ze zullen toch niet naar de EO luisteren, nou, dwars door andere programma’s komt zomaar iets, zoals in het AD zomaar iets stond. Zo komt het altijd terug, want de Here is niet te binden aan, laat ik maar zeggen afspraakjes van NOS of zo. Dat kan niet. De Here is hoger. En toch mag je bidden. Maar er komt een moment, en dat moet je je goed realiseren, dat datzelfde vuur……. Want God is heilig en vuur hoort bij de Here, onze God is een verterend vuur, Hij is zo. Ik kan er niets aan doen, ik hoop ook niet dat u dat mij kwalijk neemt maar Hij is zo. Natuurlijk roep ik opnieuw: Hij is zo liefdevol dat Hij niet wil dat er één van ons verloren gaat. Hij wil dat je gered wordt. En dat kan vandaag, echt waar. Geloven in de Here Jezus betekent redding voor de eeuwigheid, nu. Maar de andere kant is ook waar, dat God heilig is. En dat Hij een verterend vuur is. En als je niet wilt dat je gered raakt, dat je gered wordt, dat je behouden bent, dan zal er een verterend vuur komen. En bij dat altaar stond iemand die een wierookvat met vuur vulde en dat op de aarde gooit. Nu, dat verhaal gaat hier in hoofdst. 9 verder. Hoe dan. Nou er staat een engel bij dat gouden reukoffer altaar en die zegt: “Laat de vier engelen los kennelijk heel precies tegen de dag, tegen het uur, tegen de maand, tegen het jaar, dus heel precies, jaar, maand, dag en uur is bekend, heel precies geduid. Ik weet het jaar niet en de dag niet maar dat weet God natuurlijk wel. En wat hier staat is dat er op een bepaald moment in het Midden-oosten bij de Eufraat iets gaan knallen. Of dat hetzelfde is als de waterproblematiek van straks he, want de Eufraat droogt op, en de koningen van de opgang der zon die zien kans om op te trekken. Nou vroeger dachten we dat ja, dat er dan toch iets van een wonder moest zijn, dat ze er doorheen konden, maar tegenwoordig geloot iedereen dat het grote probleem daar water zal zijn. Nu al is er behoorlijke druk tussen Turkije bijv., en Irak en Iran en ook wel Syrië voor een deel, om het water van de Eufraat. Er wordt straks gevochten om het water. Hier staat dat er een oorlog uitbreekt. Kennelijk om het water, om de Eufraat. Daar in die contreien, in die omgeving, zal een gigantische explosie zijn en mensen zullen worden gedood. Twee dingen dus. Mensen worden gedood door de oorlog die dan losbarst en mensen worden gepijnigd door innerlijke pijn vanwege de inademing van de duisternis. Ik hoop dat je nu met me zegt opnieuw he: “O Heer wat een geweldige zegen dat wij de Geest van God hebben, de adem van God hebben”. Dat is echt super hoor, ja dat is het echt. Vanmorgen vroeg ik op het Brandpunt, je moet er een keer yes tegen zeggen. Ja, dat zegt niemand daar he, dat kan niet. Er zei ook niemand wat hoor, alleen aan het eind zei een broeder: “Yes” . Bij de deur, weet je wel, één was er. Dat was dezelfde die zei: “Ik heb bandjes van het boek Openbaring meegenomen naar Frankrijk.” Ik zeg: “Nou en.” Hij zegt de Franse TV was niets aan.” Ik zeg: “Dat had ik je van te voren al kunnen vertellen”, hij verstond het namelijk niet, maar goed dat heb ik niet gezegd, maar hij zegt: ‘We hebben daar met z’n allen dat bandje zitten beluisteren.” Hij zegt: “We hebben zitten huilen, we hebben zitten prijzen.” Zie je wel, dat is wel waar he, toch. De Geest van God in ons, adem van God. Maar als je de adem van de duivel binnen krijgt, dan ben je nog niet jarig. en nu staat hier heel eenvoudig: er komt een enorme moeite tijd, echt heel zwaar. En er ontketent zich een oorlog in het Midden-oosten met de Eufraat als inzet en dat wordt, laat ik maar zeggen, toegelaten door God. God zegt: “En nu is het moment dat dit kan gebeuren, dat die explosie gaat komen.” En die explosie zal zich daar bijzonder manifesteren. En heel het Midden-oosten en alles wat er omheen is dat krijgt er mee te maken. Want je moet je voorstellen als Irak, Iran en zo in oorlog komen met elkaar of met de hele wereld. En soms denk ik: O Bush, o Bush. Ik bedoel dan niet het bos in Veenendaal maar die meneer daar in Washington, van: Wees nu voorzichtig. je kunt duizend keer een christen zijn maar je kunt je vergalopperen, je kunt je heel duidelijk vergissen. En ik weet niet wat ik bidden moet daarvoor, of ik moet zeggen: “Nou Here, stuur hem maar naar Irak, want Saddam Hoessein is ook niet zo’n leuke man.” Maar dat is niet onze strijd. Onze strijd is niet tegen vlees en bloed. Hoort u het goed. Maar wel tegen machten en krachten en overheden en machthebbers in de hemelse gewesten. Tegen die boosheden, diezelfde boosheden die nu nog gedimd worden omdat de Heilige Geest er is. Maar als de Heilige Geest niet meer weerhoudt, dan barst dat los. Dan komt er een atmosfeer, en als je daarmee geïnfecteerd wordt, dan krijg je alleen maar duisternis. Alleen maar produkten van de duisternis. Het is nu bijna zo ver zul je zeggen. Alles, alles is bijna negatief. Alles is bijna van demonie doortrokken en het occultisme rukt op op een gigantische manier. In de muziek, lessen, scholen, vul maar in. Het is bijna van de daken geschreeuwd. Het is waar, dat is onze tijd, en het wordt nog erger. Kan het dan nog erger. Ja dat kan nog veel erger. Dan zie je bij elk bushokje een vorm van reclame met demonie doortrokken. Het is nu al een heel eind in die richting gekomen. Ik wil alleen maar aangeven hoe vreselijk het zal zijn in die tijd. En hoe vreselijk dit om zich heen zal grijpen en hoe dit vernielt. Een vader huilde na een studie-avond ergens in ons land en zei: ‘Mijn zoon heeft naar house-muziek geluisterd en is door die house-muziek zo aangegrepen. Hij zit nu in Beilen”, zei hij, dat was zo’n beetje noordelijk, “in een inrichting, in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij is helemaal de kluts kwijt.” Geïnfecteerd. Nu kun je duizend keer zeggen: “Ja, hij had al een zwak gestel”. Dat zal dan we zo zijn. Natuurlijk, sluit dat altijd aan bij daar waar je zwak bent. Dat is al zo. Als je ergens een zwak hebt, dan is het juist daar waar je gepakt wordt, waar je gegrepen wordt. Dat is altijd hetzelfde, dat weet je zelf ook. Als je stress hebt en je hebt al last van migraine, nou dan heb je daarna, in die stresstijd gewoon nog meer migraine. Dat is begrijpelijk toch, dat is niet moeilijk, of het slaat op je maag of op je, nou ja, je luchtwegen, vul maar in. Het is altijd hetzelfde. Maar het gaat om de geestelijke zaken. En die duivel die probeert nu al binnen te komen. Maar als dat zwerk helemaal verduisterd is, als die put open gaat, en de duivel vrij spel krijgt, wordt het dan niet tijd dat wij ons realiseren dat we door het geloof in de Here Jezus de Heilige Geest hebben. En dat we durven zeggen: “Hij die bij ons is is meer dan die daar is.” Hier, de Here Jezus woont in mij. Hoort u het goed. En Hij zei: “Ik, Ik heb alle macht in de hemel en op aarde. Mij is gegeven.” En je mag met Hem gaan. Dat betekent dat de gelovigen vandaag bemoediging nodig hebben en zeggen: ‘Hoe de wereld ook verduistert, hoe die verduistering ook toeslaat, we hebben het licht, het licht van God.” Maar straks als het licht weg gaat, als de kandelaar gedoofd is, als de kandelaar is weggegaan, niet weggenomen, maar weggegaan, ja dan moet het vreselijk zijn. Er zijn dus twee dingen waar je bang voor moet zijn. Dat is oorlog, gewoon onvrede, gewoon oorlog, wapentuig, alles om je heen, wat vernielend is. En twee, en misschien is dat nog gevaarlijker, want in die volgorde wordt het namelijk gegeven, die geestelijke dingen, die duisternis perikelen waar je mee te maken hebt. En je schrikt als je afbeeldingen ziet, je schrikt als je bepaalde muziek hoort. Nou ja, ik zal maar niet al te veel in detail gaan, maar het is gewoon bar en boos wat er vandaag al gebeurt. En dit is nog maar een voorproef. Nou, ik ga niet afzetten, want sommigen zeggen: “Nou, Johannes de Heer is ook niet alles”, maar goed. Nee, ik weet wel dat er dan kritiek is van jeugd op dit soort liederen, en dat snap ik ook wel. Ik snap dat heel goed. Maar ik hoop toch dat je dan de moeite neemt om de woorden van Johannes de Heer te lezen en de woorden van dat negatieve er maar eens naast te leggen. Nou, geef mij dan die oude melodie maar hoor. Give me that old time religion. Daar heb ik dan toch meer mee. Sorry dat ik het zo zeg. De Here Jezus. weet je er komt een tijd dat het licht niet meer is, dat de duisternis heerst. Er komt een tijd dat de oorlog om zich heen slaat. Er komt een tijd dat het derde deel van de mensen gedood zal worden. Er komt een tijd dat die schorpioenachtige pijn binnen komt. Het is een vreselijke, vreselijke tijd. Waarom, omdat de duivel macht krijgt, ruimte krijgt. Waarom krijgt de duivel macht en ruimte. Omdat de mensen de afgoden zijn gaan dienen. Omdat de mensen bewust hebben gekozen voor de duivel en tegen de Here Jezus. Omdat ze, niet alleen bij het kruis staande gezegd hebben: “Wij willen niet dat Hij Koning over ons is”, maar ze hebben gewoon in hun hele leven om het werk van de Here Jezus gelachen. En ze bekeren zich ook dan niet. Ook al is de pijn en de verschrikkelijke toestand heel erg, ze bekeren zich niet maar ze blijven gewoon leven: En ze bekeerden zich niet van hun moorden, van hun toverijen, van hun hoererijen, noch van hun dieverijen. Het raakt de mensen niet meer.
En nu zitten we met Openb. 9, een moeilijk stuk, oordelen van God, maar ik wil een paar dingen graag nog een keer herzeggen. U kent de Here Jezus hopelijk als uw Heiland als uw Verlosser. U hebt de Heilige Geest inwonend. Toen u tot bekering kwam is dat gebeurd. U bent iemand die licht uit God gekregen hebt. U bent iemand, als een lichtdrager hier op aarde gezet. En als het licht in ons verdonkerd wordt wie zal dan nog schijnen. Goed, dat is een tweede lijn, maar u bent iemand met licht, u bent iemand met vrede in het hart. U bent iemand waarvan gezegd wordt: Eertijds was ik duisternis, was ik duisternis, maar nu ben ik licht in de Here, nu ben ik licht in de Here. En de gelovigen hebben vandaag een taak. Die hebben vandaag het licht van de Here Jezus te verspreiden. Daar door krijgt de duisternis geen kans. En u weet het heel goed, als de zaak aardedonker is, één klein lichtpuntje, een klein zaklantaarntje of een klein lampje, olielampje is genoeg om de hele kamer te verlichten. We hadden vorige week, terugkomend van een lezing, geen licht in het plekje waar we waren, daar was ineens de stroom uitgevallen in de hele omgeving. Nou gelukkig was er een waxinelichtje, maar één waxinelichtje is dan toch…. Ah, goed he, we kunnen wel zowat niet lezen, maar we hebben toch licht. Eén klein lichtje in een duistere omgeving verandert alles. En dan pas krijg je door hoe donker het is. Nu, dat is zo. Dus je moet dat licht, door God gegeven in jezelf, aanwakkeren. Ja, inderdaad, je moet de Heilige Geest niet doven, dat is de term die gebruikt is, of uitblussen, dat is de term die gebruikt is. Maar je moet vervuld raken, dat moet optimaal gaan schijnen. Niet onder het bed, niet onder een korenmaat maar op de kandelaar. Dat is de taal. En wij worden nu met Openb. 9 geconfronteerd om ons te motiveren om te vertellen van de Here Jezus. Om te tonen Wie Hij is, om uit te dragen dat Hij Licht is, opdat de mensen niet door de duisternis worden meegesleurd die tijd in. Nou, ik hoop dat u het begrijpt. Die tijd is niet een fijne tijd. Bovendien wordt die tijd gekenmerkt door bedrieglijkheid, door wonderen, door tekenen, door van alles, maar die zijn niet eens van God. Die zijn van de duivel. Die tijd wordt gekenmerkt door vreselijke elementen. En wij zitten zo’n beetje op die grens. Ik zei aan het begin dat wij vlak bij de komst van de Here Jezus staan, dat we er heel dicht bij zijn en we staan op de grens. En dat betekent dat wij nu al allerlei sporen, symptomen, van die verschrikkelijke tijd kunnen proeven. Dat kunt u. Als u de krant leest, als u het journaal ziet, als u de muziek beluisterd, als om u heen kijkt, als u de collega’s hoort, dan weet u dat het waar is. We zitten in die tijd. Het is een verschrikkelijke tijd. Ik bedoel dit niet als eh, nou de oude man praat altijd over die verschrikkingen van vandaag, dat niet. Het is gewoon zo. En op hetzelfde moment mogen wij samen zeggen: ‘Dank U Here, dat het licht is in ons en dat het licht door mag gaan.”
De Here Jezus komt spoedig. U en ik zullen in de hemel zijn als deze weeën de aarde gaan treffen. Is dat een taal van: Laat maar waaien, maakt niet uit, we maken het toch niet mee. Nou, ik probeer duidelijk te maken dat deze dingen ook een voorboodschap hebben en ons wel terdege mogen, moeten aanzetten tot activiteit. Zou u de komende dagen proberen willen om te bidden of u misschien nog iemand mag vertellen van het Licht van de Here Jezus. Want de duisternis komt. Het is spoedig helemaal donker. Het is aardedonker, het is nacht. En de nacht valt over deze wereld, en de verschrikkingen nemen toe. Niet alleen oorlog, dat heb ik gezegd, maar ook andersoortige pijn. Zielenpijn, zo noem ik het maar. En die beide dingen die bespringen de mensen en wij hebben de oplossing. U en ik zijn met een oplossing op stap gestuurd. We hebben de oplossing voor beide problemen. En ik hoop dat u die beide problemen gaat zien en dat u de Here Jezus gaat bedanken dat Hij die rijke schatkamer, de hemel, heeft willen openen. Dat is niet de put van de afgrond, maar de bron van de hemel, en dat u uit die bron Hem hebt leren kennen. Nog een tekst: Openb. 7:16: Ze zullen niet meer hongeren, niet meer dorsten en ook zal de zon niet op hen vallen noch enige hitte, (en nu komt de tekst die ik bedoel) want het Lam dat in het midden van de troon is zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen des levens. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Ofwel de put van de afgrond ofwel de bronnen van het leven. Dat is eigenlijk wat achter onze prediking staat. De Here zegene ons, amen.