Openbaring 12

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

14. Oorlog in de hemel.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
13 oktober 2002.

Lezen: Openbaring 11:19 – 13:1

Toen Salomo zijn tempel had gemaakt, u vindt dat in 1 Kon. 8, toen is er van alles gebeurd. Maar er is ook iets bijzonders aan de hand, want Salomo heeft de ark van het verbond uit de tent der getuigenis laten halen. En Salomo heeft die ark in het huis van de Here, door hem gebouwd, laten zetten. Die ark kreeg een plaats in wat daar heet de achterzaal. En die draagbomen van de ark staken eigenlijk zodanig uit dat ze vanaf afstand konden zien dat er draagbomen aan die ark zaten. Het staat in de bijbel, 1 Kon. 8. behalve de ark werden ook alle andere voorwerpen van de tabernakel naar het huis van God, naar die tempel gebracht. En Salomo heeft al die voorwerpen van de tent der getuigenis, of de tent der samenkomst, een plek gegeven in de tempel. waar weet niemand precies. In kelders mogelijk, zoldertje, kan ook, niemand weet het. In elk geval, al die materialen hebben een plekje gekregen in de definitieve tempel. Tabernakel houdt verband met iets tijdelijks. Tabernakel wil alleen maar zeggen tent, tijdelijk, woestijn, op weg. Uit elkaar te nemen, mobiel dus, je kunt het vervoeren in onderdelen. Tempel houdt iets in zich van definitief, van permanent, niet meer uitneembaar, niet meer verplaatsbaar. Gewoon in elkaar getimmerd, zodanig aan elkaar vast dat het ook zou blijven. Het zijn twee taferelen, twee stukjes die voor ons echt iets te zeggen hebben. Dat wat tijdelijk is, wat te maken heeft met onze tocht, met onze woestijntocht, met het op weg zijn, het bezig zijn, het gaan voor de Here, dat krijgt ook in de definitieve vorm een plek. Johannes de Heer heeft één van die liederen, ik weet niet of hij het zelf gedicht heeft, maar wel laten optekenen: Al wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, dat houdt z’n waarde. En dat zal blijven bestaan. Dat wat we ooit gedaan hebben voor de Here Jezus is niet weg, dat blijft. En dat krijgt een plek in de hemel, zal zichtbaar zijn wat er op aarde is gebeurd. Ik geloof daar stellig in. Maar die beide illustraties van tabernakel en tempel geven ons een beetje houvast.
Nu begint ons stukje met: De tempel in de hemel gaat open en de ark van Zijn verbond wordt zichtbaar. Het is alsof de tempel van Salomo nu ineens verplaatst is in de hemel, in de hemel is neergezet. En nu gaat de hemel open en je ziet ineens die ark van het verbond. Nog een keer terug naar Salomo zijn tijd. Toen was daar een achterzaal, een soort vertrek, heilige der heiligen. En daar werd de ark neergezet en de draagbomen bleven er in zodat iedereen kon zien: Dat is de ark van het verbond waarmee de Israëlieten door de woestijn zijn getrokken. Dat was wat ze bij zich hadden, waar ze iedere keer over spraken en omheen bivakkeerden.
Nu gaat die hemel open. Die tempel gaat open. Alle voorwerpen uit de tabernakel kom je in de hemel tegen. Niet in één hoofdstuk, maar als u er op zou willen letten, u ziet ze. Het altaar, het gouden reukofferaltaar, je ziet het allemaal terug in het boek Openbaring. Dat is heel uniek, eigenlijk heel bijzonder. Nu gaat de ark van het verbond zichtbaar worden. Wat was het verbond. Welk verbond is hier bedoeld. Nou, ik denk dat voor iedereen die de bijbel een beetje wil gaan lezen, het antwoord goed te vinden is. Het antwoord is namelijk het verbond zoals dat in Ex. 24 is opgetekend. Dus niet het verbond met Abraham Zijn vrind. Dat is een ander verbond, daar was een besnijdenis als teken gegeven. En dat hield verband met het land, met een belofte van God om aan het volk Israël dat land te geven. En, ja, de nazaten van Abraham zouden zo talrijk zijn als de zandkorrels en als de sterren van de hemel. Maar het verbond waar de ark van het verbond van spreekt, verbond, is het verbond uit Ex. 24. En dat verbond is als volgt: De Israëlieten, het volk van God, ze zijn uit Egypte gekomen, ze zijn bij de berg Sinaï aangeland, aangekomen, en daar is van alles gebeurd. Maar daar is o.a. dit gebeurd: De Here God heeft gevraagd: “Willen jullie mij dienen.” En zij zeiden: ‘Wij zullen de Here dienen.” Wij zullen doen wat Hij heeft gezegd. Dat hebben ze daar drie keer gezegd. En God heeft gezegd: “O.k., dan zal ik Mijn voorschriften geven.” Ze hebben, bij wijze van, aan God een soort blanco cheque gegeven van: U vult maar in en wij doen het. U kunt duizend keer zeggen: “Dat was niet zo handig”, maar zo ging het wel. Ze hebben echt de Here God gezegd, bij voorbaat, “Wat u ook zegt, wij doen het.” De Here God heeft toen Zijn woorden laten horen, die 10 woorden, die 10 geboden. En Mozes heeft die 10 woorden opgeschreven in een boek. Later heeft hij die 10 woorden, in stenen tafelen gebeiteld, van de Here God gekregen. Dezelfde woorden. Maar aanvankelijk heeft Mozes die woorden opgeschreven in een boek. en wat heeft hij toen gedaan. toen is er een altaar gebouwd en toen is er een offer gekomen en het bloed is opgevangen in schalen. En wat deed Mozes, hij sprenkelde op dat boek en hij sprenkelde op het volk. en zo zat het volk geklonken, gekoppeld aan het boek. Ze hadden immers gezegd: “Here God, wat U ook zegt, wij zullen het doen.” Toen had de Here God gezegd: “O.k., dit is wat ik bedoel”, en nu zaten ze er aan vast. Je zou zeggen dat is de meest verkeerde beslissing die ze daar ooit hebben genomen. Je gaat je koppelen, voordat je weet wat het eigenlijk inhoudt, aan de eisen van God. Wie zou vandaag aan Gods eisen kunnen voldoen. Wie zou d moed hebben om te zeggen: “Here God, u zegt het maar, ja wat u zegt dat doe ik gewoon, dat kan ik best.” Wie zou dat kunnen. Nou, we zijn al een beetje wijzer geworden misschien, door deze geschiedenis. En we zouden geneigd zijn om te zeggen: “Nou, wees maar voorzichtig, want als Gods eisen openbaar worden, dan moet je niet al te rap zijn, al te vlug zijn met het idee dat regel ik wel even, dat doe ik wel even.” Ik denk dat we allemaal het idee hebben: stop. God heeft die eisen, die Mozes aanvankelijk in een boek had geschreven en die hij met bloed had besprenkeld en de mensen met bloed besprenkeld, die eisen heeft God later, zoals ik zei, in steen gebeiteld, heeft ze definitief gemaakt, onuitwisbaar gemaakt, niet meer te verbranden gemaakt, heeft ze gewoon, ja, voor altijd blijvend gemaakt. En toen zijn die twee stenen tafelen in een kist gelegd, in een ark gelegd. Het woord ark betekent gewoon kist. Dus, de ark van het verbond, de kist van het verbond. Daar lagen die eisen van God in. Was er nu ook bloed op die twee stenen tafelen gesprenkeld, nee. En u voelt misschien nu al de nuance. Op die kist heeft de Here God een deksel laten maken, een deksel gelegd, en dat heet het verzoendeksel. En op de Grote Verzoendag ging de hogepriester op het deksel bloed sprenkelen, bloed van een offerdier. En God zei: “Zo laat ik het maar.” Hadden de Israëlieten ooit aan de eisen van God kunnen voldoen, nooit. Waren ze ooit in staat geweest om, laat ik maar zeggen, de genietingen, de vreugde van het leven met God te kennen vanuit zichzelf, nee, ook nooit. De enige mogelijkheid was het bloed van een offerdier, Het Lam van God. Nu zeg ik het maar even heel kort door de bocht. Ik weet niet wie je bent, ik wet niet hoe je hier zit en waarom, maar als jij denkt dat je het zo regelen kunt naar God toe dan heb je het mis. Je red het niet, je kunt het niet, gisteren niet en vandaag ook niet, echt niet. En je moet het ook niet uitstellen tot morgen. Ik reed uit Sliedrecht vanmorgen en op een groot bord langs de kant van de weg staat: Je moet niet uitstellen tot morgen. Ik denk dat is een mooie evangelieboodschap. Er stond onder dat je naar een andere bank moet gaan, maar het kwam me even goed uit. Je mag het niet uitstellen, je moet zoiets ook niet wegschuiven. Je moet niet zeggen: “Nou ja, dat gedram van die predikers, die hebben altijd wat, die hebben altijd wat bijzonders. En die proberen altijd mensen in een hoekje te duwen. En als die lui ze in een hoekje hebben dan duwen ze als het ware het evangelie door je keel en dan moet je slikken of stikken. En dat moet er dan ingeslagen worden, in getimmerd worden.” Het kan zijn dat je zo denkt, maar zo is het niet, echt niet. God houdt van je. God wil niet dat je verloren gaat. God wil dat je leert zien dat Zijn gedachten niet zijn om mensen om te brengen. Als het volk van God echt gehouden zou zijn aan hun afspraak dan was er niet één ooit in het beloofde land gekomen, niet één. En God heeft onmiddellijk gezegd: “Ik leg dit verbond in een kist, Ik doe daar een deksel op, en op het deksel ligt het bloed van de Grote Verzoendag, en dit dragen we mee en dit noem ik de ark van het verbond.” Het is als of God zegt: “Kijk, de hele invulling van het verbond heb Ik in een kist gelegd, in een ark gelegd.” En nu komt de hemel open en de ark wordt zichtbaar. Want God gaat Zijn volk helpen. Normaliter zou je geneigd zijn te zeggen: “Had God Zijn volk moeten oordelen, er bleef er niet één over.”
In de tijd die wij n u voor ons hebben in Openb. 12 is het heel moeilijk, is het razend moeilijk In Jeruzalem. We hebben dat al gehad, de vorige keer. De twee getuigen die daar moeten getuigen, die worden belaagd, die worden bespot en… Ja, die hebben gewoon ook zelfs hun eigen leven moeten geven. Die zijn gewoon gedood geworden, daar, in Jeruzalem. En in die tijd is het huis van God, althans wat de voorhof betreft, helemaal vertreden door de volkeren. En binnen het huis van God is het ook niet zo geweldig. Je zou zeggen: “De Here God heeft alle reden om vuur uit de hemel te laten komen en het hele spul in één keer om te brengen.” Maar, de ark van het verbond wordt zichtbaar. Niet het verbond, want dan zaten ze inderdaad helemaal fout. Dan waren ze nergens geweest. Maar de ark van het verbond. Gods verpakking van dat verbond. Sorry dat ik het zo zeg. En dat geweldige plan van God om mensen, ondanks hun eigen grootspraak, toch te redden, toch niet te laten omkomen, dat plan van God is in de Here Jezus werkelijkheid geworden. Daarom staat er dat de wet bij Hem in het midden van Zijn eigen bestaan, in het midden van Zijn ingewanden, maar dat is een beetje een moeilijke term misschien, is. Want dat is een hele unieke uitdrukking. Dir is de Here Jezus. Ik ben heel blij met de Here Jezus. Niet omdat ik prediker ben, maar omdat ik weet dat mijn schuld weg is, dat mijn zonden vergeven is. En dat ik niet gehouden wordt aan: Ik moet het doen en dit zal ik doen en Here God, U mag invullen wat u wilt, dat zal ik moeten doen. O, ik kwam er nooit, nooit. U ook niet, niemand van ons zou ooit in de hemel gekomen zijn, ware het niet dat God het verbond een andere verpakking heeft gegeven. Sorry dat ik het woord verpakking gebruik, want dat is een beetje te kleinerend eigenlijk. Maar God heeft daar een hele andere invulling aan gegeven. En die ark van het verbond wordt nu zichtbaar. En dat betekent dat God Zijn handen niet aftrekt van Zijn volk, van Zijn volk Israël, die in de toekomst ongelofelijke moeilijke tijden meemaakt. We kunt daar nu al iets van proeven. Je kunt het waarnemen, je kunt het horen, je kunt het zien. Elke keer opnieuw zijn daar berichten over. Maar toch, God gaat Zijn verbond waarmaken. En dat verbond van God is een heel bijzonder verbond, namelijk, in die ark van het verbond. En de Here zegt: “Niet jullie woorden tellen, maar Mijn oplossing telt.” En ik hoop dat u de Here Jezus kent, echt, dit is het meest mooie wat je kan overkomen.
Nu wordt in de hemel behalve de ark van het verbond ook een groot teken gezien in de hemel. Een vrouw met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van 12 sterren op haar hoofd. Ze was zwanger. Daarover is, ja, ook veel geschreven. Over elke tekst uit het boek Openbaring is waarschijnlijk wel een boek geschreven. Maar het is zo super dat je hier ontdekt dat er een groot teken in de hemel is en een vrouw zichtbaar wordt. De heerlijkheid van het licht van de zon, de maan onder haar voeten, krans van 12 sterren op haar hoofd. Lieve broeders en zusters, u moet eens even denken aan Israël. Want daarover gaat het in dit hoofdstuk. Israël, het getuigenis van God op aarde. Vrouw van God genoemd, Hosea, andere plaatsen, Hooglied. en ze wordt hier gezien als buitengewoon verlicht door de zon en in de donkerte toch licht weerkaatsend, maan. En een krans van 12 sterren, dat zijn die 12 aartsvaders die uit haar zijn voortgekomen en die een hele bijzondere plaats zullen krijgen zegt de bijbel. U ziet hier dus eigenlijk een illustratie van het volk Israël. Maar Israël, op het punt om iets bijzonders voort te brengen. Ze is zwanger, en ze is bezig, bijna, om een mannelijk wezen te baren. U begrijpt nu wat Paulus zei in Rom. 9 en zo: “Uit hen is wat het vlees betreft de Christus”, ziet u het. Ziet u als het ware dit hele tafereel voor u. Een vrouw die op het punt staat om een mannelijk wezen te baren. Alsof er al een echoscopie gemaakt is, alsof je al vastgesteld hebt dat… Maar goed, ja, dat is toch zo, maar op het punt om een mannelijk wezen te baren. En dat mannelijke wezen wordt belaagd. Ik zal het anders zeggen: “Israël is draagmoeder van de Here Jezus, van dat mannelijke wezen, die met een ijzeren staf de wereld gaat hoeden, die de regering uitmaakt, die uiteindelijk alle touwen in handen heeft.” De Here Jezus, Die gaat schitteren, Die gaat regeren, Die gaat heersen. En Israël heeft Hem mogen voortbrengen. Op het moment dat zij Hem voortbrengt zijn er onmiddellijk krachten bezig om weg te rukken. Wie is daar bezig. Een grote rossige draak. Hoe zie hij eruit. Zeven koppen, tien horens. Ik ben met u door gegaan naar hoofdst. 13:1 Uit de zee komt een beest op met zeven koppen en tien horens. Dat is precies dezelfde omschrijving. Sommige zeggen: “Ja, nou, dan weet ik het al, dan heb ik de sleutel al in handen.” Hoe openbaart de draak zich dan. Nou, hij openbaart zich in de gedaante van zeven koppen en tien horens. Nou ja, dat moet je dan maar uit zien te vogelen. Nou, iedereen die aan het puzzelen gaat die komt er ook echt uit. Het gaat daar, dat is het onderwerp van de volgende keer, kennelijk over Nederland. Over ons, ja, samen met Duitsland, Frankrijk, samen met, ja, Europa dus. Het is eigenlijk heel helder. Op het moment dat een mannelijk wezen naar buiten gaat komen, of op het punt staat om naar buiten te komen, is daar een draak in de vorm van het Romeinse rijk. Ik zeg het nu anders, het is wel moeilijk he, maar het is wel de uitleg. Wie stond op het punt om de Here Jezus om te brengen toen de Here Jezus geboren werd. Wie was dat ook weer. Herodes. Waar was Herodes een vazal van. Romeinse rijk. En Pilatus, ja, ja, ook. De soldaten die Hem kruisigden, ook die. Het is alsof hier in een prachtige illustratie aan u en mij voorgesteld wordt: Kijk eens, Israël een vrouw. Schitterend verlicht, zon, ook in de duistere tijd, maan. Twaalf sterren, een krans van twaalf sterren, de twaalf aartsvaders die zullen zitten op tronen, maar goed, dat dat ik nu even los, maar in elk geval, zo wordt het omschreven. En zij, die vrouw, Israël, staat op het punt om een mannelijk wezen te baren en er is een draak, een grote rossige draak die hier de gestalte heeft van zeven koppen en tien horens, ik kom daar later op terug, die tien koningen. (…) Die grote draak die heeft een gestalte aangenomen, kennelijk van een wereldimperium. Die grote draak kan zich behoorlijk vermommen. Of het nu gistermiddag was of zo, of gisteravond laat, ik weet niet meer, ik zag iets over een octopus. Een monster ergens in een zee, ik weet niet meer, ik geloof ergens bij Australië of zo. En dat was een prachtig gezicht. Dat was echt heel heel mooi. En zo’n vreselijk, uiterlijk tenminste, vreselijk schepsel, dat is heel uniek, die kan op alle mogelijke manieren vervormen. Hij kan een platvisvorm aannemen, hij kan een soort slangvorm aannemen, hij kan zelfs rechtop staan zodat andere vissen het idee hebben daar komt een slang. Nou, dat is helemaal niet zo, het is dezelfde octopus. Hij kan zich op alle mogelijke manieren voordoen en dat zit allemaal in hem. De draak kan verschillende verschijningsvormen aannemen. Een engel van het licht, toch, zegt de bijbel. Een brullende, ja, brullende leeuw, zegt de bijbel. En kennelijk ook een heel machtsblok. Hij bedient zich van deze verschijningsvormen om iets, ja, te doen, om iets te tonen van zichzelf. En wat doet dat monster. Hij wil dat mannelijke wezen verslinden. Lieve broeders en zusters, het is niet moeilijk voor u om na te gaan dat eigenlijk de Here Jezus permanent in gevaar geweest is vanaf Zijn geboorte. Ere is steeds druk geweest om Hem te verslinden. Soms gebruikte de duivel de Joden die stenen opnamen om Hem te stenigen. Soms gebruikte hij de mensen van Nazareth om Hem van de steilte te storten, in het ravijn te storten. Soms gebruikte de duivel andere middelen, maar soms…. En uiteindelijk ziet u het in het Romeinse leger het kruis. En je zou zeggen: “Nu heeft de duivel dan toch eigenlijk toegehapt. Hij heeft het echt gepakt, hij heeft gewonnen.” Maar dat mannelijke wezen wordt naar God weggerukt en naar Zijn troon. Betekent dat dat de Here Jezus niet geleden heeft. Nee, dat betekent niet dat Hij niet geleden heeft, maar dat betekent dat hier heel in het kort eigenlijk geschetst wordt wat er met de Here Jezus gebeurde toen Hij hier op aarde was. Dat mannelijke wezen wordt naar God weggerukt en naar Zijn troon. En die vrouw wordt vanaf dat moment prooi. En dat is gebeurd. U kunt zeggen: “Ja maar ze hebben zelf toch verkeerde dingen gezegd. Ze hebben zelf toch geroepen: :Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” En dat ze het daarna vreselijk moeilijk hebben gehad dat is toch een oordeel dat zij over zichzelf hebben uitgeroepen.” Zal ik nog eens wat zeggen: “De ark van het verbond wordt zichtbaar.” Niet wat zij riepen maar wat God deed stond voorop. En dat is echt uniek hoor. Zij hebben geroepen: “Weg met Hem, weg met Hem.” En de Here Jezus zei: “Vader, vergeef het hun, stop het alstublieft even in de ark van het verbond”, sorry hoor dat ik het zo even vertaal, “Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” Hoe Israël ook verkeerd sprak, zoals bij de berg Sinaï in Ex. 24, weet u wel, het begin van dit verbond, hoe Israël ook verkeerd sprak, Gods plan met Israël is anders. En vanaf het moment dat de Here Jezus naar de troon van God is gegaan is Israël onder spervuur gekomen van de boze machten en dat is nu nog zo. En we kunnen niet pleiten op de goede daden van meneer Sharon, daar gaat het mij niet om, hij heeft best goede dingen hoor, maar het gaat niet om, ja, laat ik maar zeggen, de verklaring van hij doet het wel helemaal goed, want dat is niet aan de orde. Alle zegen zal uiteindelijk niet komen door mensen maar door wat God gaat doen. En de Here gaat zich openbaren. De Here laat zich zien, ook in Israël. En dat geweldige plan van God gaat door.
Daar zit een fikse les in, een hele diepe les, voor jou en voor mij. Zal ik het eens wat anders zeggen. Hoe is de Here Jezus in de buik van Maria gekomen. Nu zeg ik het een beetje te plastisch, maar hoe kan dat. Nou, niet door Jozef, dat wordt heel helder gemaakt, dat wordt heel duidelijk gemaakt. Het was een maagdelijke geboorte, zoals wij dat zeggen he. Nou ja, dat kan niet, het is het zaad van de vrouw, niet het zaad van de man, het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou gaan vermorzelen. Maar hoe is dat in Maria gekomen. De Heilige Geest zou dat doen. Die zou in haar iets verwekken. Nu kom ik bij u. Ik hoop dus dat u de Here Jezus kent, dat u weet: Mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven door het bloed van Here Jezus, door het prachtige werk van Hem, God ziet mij in Hem aan. Als ik maar één ogenblik zo zonder het bloed van de Here Jezus voor God zou staan zou ik nergens zijn. Ik zou nooit en nooit kunnen leven. Alleen maar door het geloof in Hem. Maar nu gaat de Heilige Geest in jou en in mij iets doen. Waarom moet een gelovige eigenlijk vervuld worden met de Heilige Geest, vol worden van de Heilige Geest. Daartoe worden we opgeroepen. We worden opgeroepen om vervuld te worden van de Heilige Geest. Je kunt de Heilige Geest bedroeven, je kunt de Heilige Geest uitblussen. Je kunt Hem gewoon, bij wijze van spreken, aan de kant schuiven en zeggen: “Nou, ik luister er niet naar, daar doe ik niets mee, daar heb ik niets mee.” Maar de bijbel roept de gelovige op om vervuld te raken met de Heilige Geest. Wat gaat er dan gebeuren. Nu zeg ik het heel, misschien weer zo kort door de bocht, dan raak je in verwachting. Ik hoop niet dat je me kwalijk neem dat ik dit taalgebruik gebruik, maar dit is de taal die hier gebezigd wordt. dan gaat Christus in jou groeien. Dan gaat zich in jou iets ontwikkelen van het nieuwe leven. Niet uit de wil van een man, niet uit de wil des vlees, uit God geboren. Jouw wedergeboorte is sowieso al nieuw leven, dat is het begin. Dat heeft niets met een man te maken, dat heeft niets met afkomst te maken, dat heeft niets met je vader of moeder te maken die naar de kerk ging, je kunt je niet verschuilen achter: Ja, die waren altijd zo vroom dus zal het met mij ook wel goed komen, je kunt dat niet op die koers gooien, het lukt niet. Maar in jou wordt een werk gedaan door Gods Geest. Gods Geest gaat werken in de gelovige om daar iets te doen. Wat dan, gewoon maar body language etaleren of alleen maar krachtpatser zijn, de gelovige sterke held, is dat ongeveer wat de Heilige Geest gaat doen zodat ik tegen alle moeilijke dingen bestand ben, nee. Ik geloof dat de Heilige Geest in de allereerste plaats in mij iets wil gaan bewerken van de Here Jezus. Christus in u. Wat gaat de duivel dan doen. Nou, als jij op het punt staat om dit naar buiten, ja, om dit te baren, ja, sorry, maar hopelijk krijgt u het taalgebruik mee want dat is wel wat hier staat, dat is nu voor de derde keer, nu ga ik ook geen excuus meer maken, maar als u de Here Jezus naar buiten zou kunnen laten komen dan weet u zeker wat er gebeurt. Wat dan, dan staat de draak voor u om te verslinden. Dat is echt zo, want de duivel wil niet dat er iets van de Here Jezus zichtbaar wordt. U mag prutsen, u mag klungelen, u mag zondigen, u mag springen, hossen, u mag alles, als u maar niet iets van de Here Jezus laat zien. Vanaf het moment dat u iets van de Here Jezus laat zien is de duivel er echt bij om te verslinden. en dat voel je, dat weet je. We weten dat waar de Here werkt, dat de duivel daar ook werkt. Dat zeggen we tegen elkaar als we beginnen. En op het moment dat het er is zijn we helemaal van slag. Ik wel. Ik had gedacht dat een mooi werk, waar we nog wel een stevige vinger in hadden, dat dat eigenlijk niet meer stuk kon. En we wisten dat de duivel zou komen en we dachten dat we het onder controle hadden. Tot het moment er is dat de duivel ineens toehapt. Oh, pijn, 2½ jaar pijn, verdriet, lichamelijke pijn, geestelijke pijn, het is altijd hetzelfde. Ieder die iets gedaan heeft voor de Here Jezus, wie je ook bent. Als je mooi kunt zingen, nou, dan gaat het langs die route. Als je mooi kunt musiceren, langs die route. Als je fijn kunt schilderen, langs die route. Als je mooie dingen kunt doen, bestuurlijk, langs die route. Het is, ja, wat je kunt, wat je hebt voor vermogen onderwijs of kinderen, volwassenen, ouderen, nou ja, techniek, opknappen, computerkunde, vul maar in wat je hebt. Je wilt het voor de Here doen en ineens begint het. Dan krijg je een dreun, je komt dus even boven het maaiveld uit weet je wel. Iets wat zichtbaar wordt, iets wat naar buiten komt van de Here Jezus, dat is prooi voor de draak, de oude slang, de duivel, zo wordt hij genoemd. Het kan niet missen. Dus eigenlijk weten we precies hoe dat ging toen. Ja, dat weten we. Waarom weten we het, omdat we, als we iets doen voor de Here Jezus, weten dat er dan onmiddellijk een soort aanval komt. En we kunnen elkaar wel zeggen: “Ja maar als de Here werkt dan werkt ook.” Dat zijn van die statements zal ik maar zeggen, maar daar heb je helemaal niets aan. Op het moment gaat het gewoon goed, gaat het gewoon fijn dus als iemand dan zegt: “Ja, maar de duivel werkt”, ja, nou, dat vind je helemaal niet leuk. De duivel werkt, maar één ding mag helder zijn. Hier in dit hoofdstuk wordt duidelijk dat Gods plan met Israël, hoe dan ook, door gaat. En dat Gods plan met dat mannelijke wezen, hoe de duivel ook te keer gaat, door gaat. En dat niets en niemand ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus onze Here. Geen machten, geen krachten, geen duivel, geen overheden in de hemelse gewesten, niets of niemand kan ons scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus onze Here. Hier staat het, Gods plan met die vrouw gaat door. Die vrouw wordt bewaard in de woestijn, krijgt een plek in de woestijn van de wereld, in de woestijn van de volkeren, want zo wordt het genoemd in de taal van de bijbel. Daar ergens zal Israël bewaard blijven. Voor een deel Amsterdam, voor een ander deel Antwerpen, ander deel, u vult maar in: New York, Washington, u ziet ze. Loopt u maar eens in die streken in die straten en u ziet ze. Tel maar eens die zwarte hoeden, dan weet je wat ik bedoel. Ze worden bewaard in de woestijn van de volkeren. En God bewaart ze, 1260 dagen worden ze bewaard. 1260 dagen, hadden we dat niet al eerder. ja, hadden we ook in hoofdstuk 11. 42 maanden, 1260 dagen, 3½ jaar, tijd, tijden en een halve tijd. Het gaat steeds om dezelfde uitdrukking. Het gaat om dezelfde periode van 3½ jaar. 3½ jaar, 1260 dagen, deel het maar door 30 en je hebt 42 maanden, tijd, tijden en een halve tijd. Het is de duiding van de grote druktijd, een grote verdrukking die er gaat komen. En Israël zal daar speciaal onder te lijden hebben.
Maar voor het verder gaat met die vrouw, krijgen we oorlog in de hemel. Ik heb al ik weet niet hoe vaak geroepen dat we ook nog een nieuwe hemel krijgen. Waarom krijgen we een nieuwe hemel. dat we een nieuwe aarde krijgen dat snapten we langzamerhand. Al die stoplichten en zo, flitspalen, er moet een keer een nieuwe aarde komen. Ik heb geen bekeuringen gehad de laatste tijd, dus ik heb het niet over mezelf. Nee, maar je kunt zeggen: “Nou ja, er is zoveel mis hier op aarde en zoveel verwrongen, dat er een nieuwe aarde moet komen dat is wel helder.” Maar er komt ook een nieuwe hemel. Waarom komt er nu een nieuwe hemel straks. Nog een keer, omdat ook de hemel kennelijk het terrein is geweest waar de satan invloed heeft. Hier blijkt dat. Hier blijkt dat. Ook in Daniël blijkt dat, maar ook hier blijkt dat. En ook in het boek Job blijkt dat, hoofdst. 1. De duivel is daar onder de zonen Gods. Hij mengt zich onder hen. En hij is niet eens alleen, hij is daar ook nog met een engelenclub, een hele groep. En Michaël en de engelen strijden met de duivel en met de engelen. de duivel doet een aantal dingen in de hemel. Ik wil u daar niet al te veel over zeggen maar het vervolg van hoofdst. 12 laat zien dat duivel daar permanent aan het aanklagen is. Hij is de aanklager der broederen die dag en nacht aanklaagt. Wat zegt hij dan. Een voorbeeld, u hebt een prachtig voorbeeld in de bijbel, Zach. 3. Ik zou het eigenlijk met u moeten lezen. Zach. 3: Op het punt van beginnen in Jeruzalem, op het punt van iets doen voor de Here zinkt de moed Jozua, de hogepriester in de schoenen. De profeet Zacharia komt bij hem op bezoek en zegt: “Jozua, de hogepriester, ik zag je vannacht in een nachtgezicht. En je stond voor de engel, voor de troon van God en je zag er helemaal niet schoon uit. Je had vuile kleren aan.” Nu kun je wel zeggen dat dat niet waar is, mar dar kan niet want het was waar. Hij had vuile kleren aan. Maar daar was iemand aan het aanklagen. Een duivel was daarbij die zei, die satan die zij: “Kijk, nu eens, hij wil nu even voor de Here in Jeruzalem een groot werk gaan doen. Hij wil de eerste steen leggen voor de nieuwe tempel. Hij zal het eens even maken. Hij zal zijn eigen naam laten schrijven op die steen.” De eerste steen gelegd door Jozua de hogepriester, toen en toen, datum erbij. Zo zou het ongeveer moeten. En de duivel zei: “Jij, jij met je vrome gezicht en je mooie priesterlijk gewaad. Klopt helemaal niet met je. Van binnen deugt het niet.” Nou, ik denk dat Jozua verbleekte want het was nog waar ook. Weet je dat de duivel ongelofelijk veel gelovigen moddood heeft gemaakt, dat ze helemaal niets meer zeggen. Het idee hebben: nou laat ik me maar stil houden want als ik me mond open doe, klopt toch niet want ik heb gisteren nog zulke rare gedachten gehad en eergisteren nog zulke rare dinge gezegd en vorige week nog zulke rare dinge gedaan. Ik heb van alles op mijn kerfstok dus ik ga nu even niet de vrome Hein uithangen. Ik ga niet even vertellen aan mijn collega’s en al mijn vrienden, al mijn buren, al mijn familieleden van : “Nou, de Here Jezus……” En zeker als je in een huisgezin bent, weet je wel. Dan zeggen de kinderen: “O, ma is vroom geworden zeker. Nou, het klonk gisteren wel anders.” Nou, wie zegt dat. “Ja, die kinderen”, kunt u zeggen. Dat zijn eigen kinderen. Ja, maar waarom zeggen ze dat. Omdat er een aanklager is. Iedere keer probeert de duivel te vertellen: “Jij, met je vrome gezicht, houd jij je maar stil. Boter op je hoofd.” Uiteindelijk zegt niemand nog iets. De hele goegemeente wordt zwijgend. Ja, ‘s zondags willen ze eigenlijk het liefste zuchten onder een soort zweep van: Klopt niet met je he. Ja, klopt niet zo, nee, het klopt helemaal niet met ons, nee. Dat gaat er in. warom, omdat het waar is. Dat is geen leugen wat er dan gezegd wordt, dat is echt, zo is het echt. Maar het boek Zacharia maakt duidelijk in hoofdst. 3 dat er behalve een aanklager ook nog een rechter is. Weet u dat de aanklager geen ene klap te vertellen heeft. een officier van justitie kan een vonnis aanvragen en kan zeggen: “Nou, ik vind dat hij 10 jaar gevangenis moet krijgen.” Zoiets he. Hij kan een soort idee over een vonnis gaan uitspreken maar hij kan het niet vellen, hij kan het niet effectief maken. Dat kan niet. Wie moet dat doen. Dat moet de rechter doen. U hoort het he, de rechter zegt, Zach. 3, “Doet uit hem die vuile kleren, doe hem een statiegewaad aan.” En het gebeurde, vuile kloffie uit, statiegewaad aan, reine tulband op zijn hoofd. Daar stond Jozua. Prachtig, schitterend stond hij daar, helemaal in het nieuw. Alsof er geen wolkje aan de lucht was. was er nu echt niets aan de hand met Jozua. Ja, er was wel wat aan de hand. Hij was met vuile klederen bekleed. Maar God zegt: “Ho, ho, ik heb ook nog een ark van het verbond.” Voelt u het verband. “Als Ik naar hem moet kijken zoals hij is dan blijft ook Jozua die hogepriester nergens, maar Ik zie hem anders.” Zal ik het anders zeggen met een tekst uit de Romeinenbrief: “Zo is er gan geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn.” Ga je nou een huppeltje maken. Ga je nu eens een keer zeggen: “Halleluja.” Ja, mag niet he. Ds Buskes vertelde een verhaal. Hij was predikant in de Hervormde Kerk in Amsterdam en één van zijn nieuwere kerkleden was een meneer die kwam uit de kringen van het Leger des Heils. En daar waren ze gewend om halleluja te roepen, drie keer, vier keer in een zin, sorry. Maar wat gebeurde, die man riep altijd halleluja. Op een gegeven moment hangt hem dat een beetje de keel uit he. Ja, dat kun je niet maken he. Dus ze zeiden tegen hem: “Beetje dimmen he.” En het liep tegen de kerst en toen hebben ze tegen die meneer gezegd: “Moet je eens luisteren, het wordt straks koud, het is een beetje wintertijd. Weet je wat, de kerkenraad heeft besloten om jullie toch wat te helpen en jou wat wollen dekens toe te stoppen. Maar we hebben toch een klein verzoekje erbij. Niet altijd dat halleluja roepen. Dat even niet.” Enfin, de kerstpreek kwam en Ds Buskes sprak. Hij vond het zo mooi, die meneer en wat zie hij: “Wollen dekens of geen wollen dekens, halleluja”, weet je wel. Dat was gelijk raak he. Dat is echt gebeurd. Je moet toch een keer halleluja zeggen he. Veenendaal of geen Veenendaal, o.k. In Christus ben je feilloos, in het nieuw gestoken, mantel van de gerechtigheid, klederen van het heil. Het is allemaal nieuw. Geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn, super. Die aanklager der broederen klaagt steeds aan. En dat doet hij elke dag. en elke dag vindt hij waarschijnlijk nieuwe munitie om op jou te schieten en op mij. Hij doet nog iets, hij gaat ook in twistgesprekken verder. De brief van Judas vers 9 zegt dat Michaël ook in twist is met diezelfde duivel over het lichaam van Mozes. Dus er wordt ook gedebatteerd in de hemel. Ik ben blij dat het met de engelen is en dat het niet met de ontslapen heiligen is. Dat is toch mooi, die zitten in de schoot van Abraham, die zeggen: “Nou, laat ze maar praten daar.” Nee, ik zeg het een beetje plastisch, maar ik hoop dat u het pakt. Want er is wel terdege het één en het ander te doen buiten ons gezichtsveld. Nou, die duivel is bezig, in de hemel, om te stoken, om te discussiëren, om te beschuldigen en er komt een moment dat God zegt: “En nu is het genoeg.” Oorlog in de hemel, Michaël en zijn engelen strijden met de duivel en zijn engelen en ze overwinnen door het bloed van het Lam. Heel merkwaardig.
Die duivel wordt uit de hemel geworpen. Dat is het moment, waarover we later gaan lezen, dat de duivel hier op aarde komt. Nou, hij gaat gelijk achter die vrouw aan en hij wil die vrouw gaan bereiken. Hij wil die vrouw gaan pakken. er komt een waterstroom uit zijn bek. Hij doet dus van alles om die vrouw te verzwelgen. De aarde helpt en de vrouw wordt bewaard, 1260 dagen. Wee de aarde, wee de zee, want de duivel is tot u neergekomen. Als u in hoofdst. 13 leest over een beest uit de aarde dan gaat het om: Wee de aarde. En als u in hoofdst. 13 leest: Wee de zee, dan weet u dat er een beest uit de zee komt. Ik ga daar de volgende keer over door. Maar ik ga u wel zeggen dat er een enorm verband is tussen de hoofdstukken 11 en 12 en 13 en 14 en 15. Dat zit echt aan elkaar vast. En ik hoop dat u nu dit begrijpt, vandaag, dat er oorlog in de hemel is om de duivel te overwinnen. En hij is overwonnen. En de gelovige van nu die kan zeggen: “Ja, maar hij is er nu dan toch nog. Hij is daar nu nog met zijn beschuldigende vinger.” Dat is zo, hij is daar nog steeds bezig. Maar in Christus is hij overwonnen. Het zaad van de vrouw heeft de kop van de slang vermorzeld. Het feit dat de Here Jezus op aarde kwam, vlees en bloed heeft aangenomen, mens is geweest, is genoeg voor jou en voor mij. Als je gelooft in de Here Jezus, dan ben je gewoon te feliciteren, echt waar. Dan kun je zeggen: “Ja, dank U Here Jezus, dat u door uw werk aan het kruis van Golgotha mij uit die prut getrokken hebt en dat we vanaf dat moment voor Uw rekening staan, in het plan van God een plek hebben.” En de ark van het verbond, de toezeggingen van God, ze worden zichtbaar. De bedekkingen van God, het verzoendeksel, komt naar voren. Als wij oog in oog zouden staan met Gods heerlijkheid, net Gods glorie, met Gods eigen heiligheid, zouden we nergens zijn. Maar jij, gelovig, wordt gezien in de Here Jezus. Gaat de duivel dan niet proberen om dat wat uit ons naar buiten komt, het nieuwe uit ons wat naar buiten komt, omdat te verstoren. Ja, dat doet hij, daar kun je de klok op bijzetten, en dat is niet zo leuk. Eigenlijk moet je dat niet noemen zeggen we. Is dat zo. Als kinderen op school nu gaan oefenen voor een brandalarm, dan zeggen we: “Ja, dat is toch wel goed.” Als we in de tehuizen, in de gebouwen, in kantoren brandalarm gaan oefenen, of in een tunnel of ergens, dan zeggen we: “Ja, dat is toch nuttig.” Moet ik nu zeggen tegen jou: “Ssst, slaap maar door, komt wel goed hoor”, of moet ik zeggen: “weest wakker, want dit zijn de plannen.” Als Paulus zegt: “Zijn gedachten”, dan heeft hij het over de duivel, “zijn gedachten zijn ons niet onbekend.” We weten wat hij van plan is, we weten eigenlijk wat hij wil, dan moeten we dat toch ook tot ons nemen. Israël zal bewaard blijven. Israël zal gespaard zijn, door God bewaard. En Israël komt terug op het moment dat God dat wil, op een prachtige manier. De duivel gaat vreselijk te keer om dat hele volk de Middellandse zee in te krijgen. Hij gaat een hele stroom van ellende achter hen aan gooien. En de aarde komt die stroom tegen, doet zijn mond open, een soort aardkloof. Er komt een uitweg, er is een oplossing. En jij en ik, die vandaag leven, weten dat de satan probeert om jou en mij onderuit te halen. Wij weten dat de enige mogelijkheid is: De hulp van God zelf. In de Naam van de Here Jezus, ga weg achter mij satan. Moet je niet alleen zachtjes zeggen, niet alleen zachtjes bidden, dat werkt niet. Sorry hoor, je moet het hard op zeggen, een bevel. De duivel, mijn stelling, maar daar wordt ik vaak op aangevallen, de duivel kan de gedachten niet lezen. Als jij heel stiekem in je gebedsleven zegt: “Ik heb nu gezegd ga weg achter mij satan”, bij wijze van he. Dat heeft hij niet gehoord. Dat kan God alleen, Die kent van verre jouw gedachten. De duivel niet. De duivel hoort bij de schepping. God is niet: behorend bij de schepping, Hij staat erboven. Wat moet je daarom zeggen: “Ga weg achter mij satan”, aha, bevel dus, “in de Naam van de Here Jezus.” Dat is het geheim. En dat moet je luid en duidelijk zeggen. Wordt je dan niet meer aangevallen. Ja, nog steeds. Ik vind ook dat gelovigen moeten durven zeggen in de strijd: “Ga weg achtrer mij satan.” En ik hoop dat u dat doet en dat u de blijdschap van de overwinning in de Here Jezus ervaart, voelt, proeft, en dat u dat blij om bent. en dat u blij met de Here Jezus blijft. De Here zegene u. Openb. 12 is een beetje moeilijk, maar het toch wel een heel mooi hoofdstuk hoor, en hoofdst. 13 gaat verder met de vrouw die bewaard blijft in de woestijn en gaat verder met dat enorme monster dat uit de zee naar boven komt en te keer gaat. De Here zegene u in de komende tijd. amen.