Openbaring 13

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

15. Europa wordt heel machtig.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
27 oktober 2002.

Lezen: Openbaring 12:19 – 14:1

Als u voor het eerst hier komt, deze studie over het boek Openbaring meemaakt, het wordt in een dienstvorm, een gewone kerkdienstvorm gegoten, maar het is best een beetje dieper dan gewend misschien, dan, ja, dan kunt u het gevoel krijgen dat u gelijk in het diepe gegooid wordt. Nu, ik ben de badmeester niet, ik ga ook niet beoordelen wie wel en wie niet kan zwemmen. Ik heb dat één keer aan den lijve ondervonden en ik zal het niet nog een keer doen. Maar ik kan me indenken dat het een beetje moeilijk is want je gaat toch ineens dingen meemaken, meekrijgen die misschien heel vreemd klinken. Voor iedereen die hier wel wat vaker is geweest is het niet zo vreemd want je gaat eigenlijk stukje voor stukje verder. Je gaat iedere keer proberen duidelijk te maken wat hier bedoeld is. Openbaring, het laatste bijbelboek is voor de gelovigen. Voor mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. Dat zeg ik elke keer. Ik ben er diep en diep van overtuigd dat de bijbel niet bedoeld is als discussiestuk maar als een opbouwend boek van God. En God wil je laten zien Wie de Here Jezus is. Zeker dit laatste bijbelboek gaat in zijn geheel, over Hem. Maar, het is zo’n moeilijk boek. Er is zoveel gedoe in het laatste bijbelboek, er zijn oordelen, er zijn geruchten van oorlogen, ik citeer nu ook even wat Bas zopas zei. Dat is waar, maar toch gaat het in dit laatste bijbelboek over de Here Jezus. Het is de openbaring van Jezus Christus. En het gaat over mensen die op een bepaald moment hier op aarde wonen. En de hamvraag is, en dat is al een aantal keren aan de orde geweest, of wij dit ook in die zin zo zullen meemaken. Nou, als u de Here Jezus kent als uw Heiland, als uw Verlosser, daar ga ik maar even van uit, dan is de Heilige Geest in u gaan wonen, dat is echt een wonder. En u bent door diezelfde Heilige Geest aan het lichaam van Christus toegevoegd, u hoort dan bij de Gemeente, lichaam van Christus, de Gemeente. En de bijbel zegt dat het plan van God met die Gemeente heel anders is dan het plan van God met Israël. De bijbel zegt dat de Gemeente hier niet hoort, hier vreemd is, bijwoners, op weg naar zijn ze. Ze horen hier niet, ze horen in het huis van de Vader. Daar zijn de vele woningen waarvan de Here Jezus sprak en daar zullen wij uiteindelijk gebracht worden. U hoort hier niet. Nou, het was toch al niet zo’n florissante boel voor u misschien. Maar soms denkt u: Nou, het ging toch nog wel aardig van de week. Het hangt een beetje van de omstandigheden af. Maar principieel, vanuit de bijbel gedacht, hoort u niet hier op aarde. U hoort in de hemel, nog preciezer, u hoort in het huis van de Vader. En dat plan van God met de Gemeente is, zoals ik zopas zei, anders dan het plan van God met Israël. Het ontstaan van de Gemeente heeft het plan van God met Israël nooit aan de kant geschoven, nooit. En dat plan van God met Israël vindt u al in het OT, heel uitvoerig. Ook in het NT. Maar u en ik, horen bij een ander gezelschap. en nu zegt de bijbel dat dat andere gezelschap eerst hier weg moet, hoe raar u dit ook in de oren klinkt. Wij worden, volgens de bijbel, als een soort weerhoudende factor hier gezien, waardoor het kwaad zich nog niet ten volle kan openbaren. Maar als die weerhoudende factor weg is dan zal het kwaad, de mens der wetteloosheid, zich pas ten volle gaan openbaren. Nou, dat is best een moeilijke zin. En ik snap best dat u zegt: “Ja, dat is best een mooi verhaal, maar maak dat dan maar eens hard.” Nou, dat wil ik ook wel. Maar de Here Jezus maakt helder dat u en ik bij Hem horen. en de brieven maken ook echt duidelijk dat u hier niet hoort, dat u bij Hem hoort. Kort door de bocht, er komt een moment dat de Gemeente, het lichaam van Christus hier weggaat. En dat zou wel eens heel spoedig kunnen zijn. Niet omdat het in Venlo zo’n zooi is, of omdat het in Brussel weer niet goed gegaan is, of omdat het in Moskou uit de hand liep, of omdat het misschien in Irak volledig uit de hand loopt. Nee, wij gaan hier weg, ook niet omdat we levensmoe zijn, omdat we het zat zijn, omdat we dat gezeur niet langer willen, we gaan hier weg omdat de Here Jezus eer gaat krijgen van u en mij, omdat we bij Hem horen. Lid zijn van het lichaam van Christus, waarvan Hij het Hoofd is. En wij, samen, mogen de Here Jezus gaan eren, gaan prijzen, gaan grootmaken, gaan bejubelen in het huis van de Vader. En dat moment noemen we wel eens de opname van de Gemeente. Dat zou wel eens heel spoedig kunnen gebeuren. er is eigenlijk niets wat die gebeurtenis nog zou moeten vooraf gaan. Er is gewoon helemaal niets meer wat nog zou moeten gebeuren. Nu gaan er discussies komen van: Ja, zouden we dan toch niet dit of zus. Nou, voor zover ik het zie, gaat er daarna van alles gebeuren. Er komt een tijd van grote nood. Aanvankelijk zullen ze zeggen: “Nou, een soort hergroepering weet je wel, nog een keer de zaak overzien.” Maar daarna komt er een grote verdrukkingstijd zegt de bijbel. Een tijd die de verdrukkingstijd genoemd wordt. En in die grote druktijd, die precies 42 maanden duurt, 3½ jaar, 1260 dagen, tijd, tijden en een halve tijd, gaat er van alles gebeuren. en over die tijd gaat het vanmiddag. Ik moest dus even mijn zin kwijt, mijn inleiding geven om u te zeggen: “Wij zitten dan in die tijd. Dus niet in de tijd van vandaag.” U denkt al even: Storm, is de grote verdrukking gekomen. Nou, voor de bomen misschien wel en voor de het dorre hout ook. Maar nee, ik wil het gewoon even helder hebben voor jullie, dat we goed begrijpen waar we het over hebben.
Als de Gemeente is opgenomen, als de kerk niet meer hier is, gaat de Here met Zijn volk Israël opnieuw aan de slag en dat doet Hij volgens de lijnen van de profetie, heel precies. En die zijn echt te vinden. We moeten misschien even zoeken, maar ze zijn echt te vinden. En de Here God gaat ook met volkeren nog aan de slag. Met mensen, met volkeren, met vele, vele volkeren. En nu zijn wij in Openb. 13. Het moment waarop het beest uit de zee te voorschijn komt kan al wel wat eerder liggen, maar het heeft zijn volslagen kracht pas, het uit zich pas ten volle in die 42 maanden lang he. Die term kwamen we tegen in dit stukje. Nou, dat is die tijd: 42 maanden, 3½ jaar. 3½ jaar is een stuk van een bepaalde periode die in het OT al is aangeduid. In het boek Daniël is een periode aangeduid van 7 jaar en midden, op de helft van die tijd zou er iets gebeuren. Daar stond het al. 42 maanden, 3½ jaar, het is allemaal precies hetzelfde, 1260 dagen, het is allemaal hetzelfde. En in die periode gaat het heel erg spannen hier op aarde.
Nog iets, en nu neem ik u even mee naar het boek Daniël. Daniël wordt wel eens gezien als de sleutel van het hele profetische gebeuren. Ik denk ook dat je dat zo mag zeggen. En in het boek Daniël staan heel veel richtlijnen, die iedereen die de profetie bestudeert eigenlijk ook zou moeten lezen, misschien wel zou moeten kennen. Daniël is in Irak, bij de toenmalige Saddam Hoessein, die heette toen Nebucadnezar. En daar heeft hij aan het hof allerlei dingen moeten doen. Maar, hij heeft ook dingen gezien, profetische vergezichten gezien, echt visioenen gehad. En die visioenen die hebben te maken met wat er toen aan wereldheerserij was. De eerste echte wereldheerser in die tijd dat was die Nebucadnezar. En daarom vergelijkt Saddam Hoessein zich altijd met die Nebucadnezar want dat was een lichtend voorbeeld. het was ook een machtig iemand. Nou, die Nebucadnezar die krijgt een droom, weet daar geen raad mee. Vraagt zijn raadgevers om uitleg, die weten het ook niet, kort door de bocht. En dan komt Daniël, na gebed, met het antwoord. Wat is het antwoord. “Nebucadnezar, u bent een geweldig koning”, zegt Daniël, “en u blijft nog even regeren. Uw zoon ook nog en uw kleinzoon ook nog en daarna is het met u en met uw rijk gebeurd. Dan komen er anderen. Wie dan, Iran komt dan”, zegt Daniël. Ja, dat heette toen de Mediërs en de Perzen, maar goed, dat is heel simpel voor ons want wij kennen het conflict zelfs tussen Irak en Iran. dat gaat dan een enorme strijd worden. “Goed, en na Iran komt er een derde rijk”, zegt Daniël, “en dat komt uit Macedonië.” Zou het daarom zo onrustig zijn op de Balkan, waarschijnlijk wel. Dat komt uit Macedonië. En dat derde rijk zal heel, heel snel zijn in het veroveren. En na dat derde rijk komt er nog een rijk. En dat wordt een rijk, ja, dat wordt een rijk met een ijzeren vuist. Zo zegt Daniël dat. En aanvankelijk wordt dat vergeleken met materiaalsoorten. Dat eerste rijk van Nebucadnezar was goud. Dat tweede rijk dat werd met zilver vergeleken, dat derde rijk werd met koper vergeleken en het vierde rijk werd met ijzer vergeleken. Dus materiaalsoorten, moeilijk woord, hun intrinsieke waarde werd eigenlijk uitgedrukt. Verderop in het boek zegt Daniël: “Ja, maar die rijken hebben ook nog een gezicht.” Dus behalve een soort waardeoordeel van goud, zilver koper,.ijzer, hebben ze ook nog een gezicht. En het eerste gezicht is eigenlijk het gezicht van een leeuw. het tweede is het gezicht van een beer. Het derde is het gezicht van een luipaard. En het vierde is het gezicht van een vreselijk dier met allerlei koppen en horens en zo, eigenlijk niet te omschrijven. daar hebben we nog geen plaatje voor in ons boekje. Vier materiaalsoorten, vier, ja, je zou zeggen, beestachtige karakters. leeuw, beer, panter of luipaard, en een vreselijk dier. En Daniël heeft uitleg gegeven hoe dat zou gaan met die rijken. En hij heeft er een soort tijdpad bijgegeven in Dan. 9. Ja, hoe moeilijk u het ook vind misschien, maar het is echt zo. je kunt bijna het liniaaltje er bij leggen en zeggen: “O ja.” en als u de ongewijde geschiedenis gaat napluizen in de bibliotheek, daar, uit die streken, komt u tot verrassende overeenkomsten. Nog preciezer, u krijgt het exact terug via die bibliotheek, wat u allang in uw bijbel had. Dat eerste rijk, het rijk van Nebucadnezar, het rijk van Irak, is weggegaan. Het tweede rijk, het rijk van Iran, is ook weggegaan. Het derde rijk, het rijk vanuit de Balkan, vanuit Macedonië, is ook weggegaan. en het vierde rijk is een poos gebleven, en dat is het rijk vanuit Rome, het Romeinse rijk. En het is helemaal niet moeilijk om in te vullen dat dat Romeinse rijk, waarvan Daniël sprak, wat aanvankelijk ijzer was, of een vreselijk dier, want dat de parallel, dat dat gewoon bestond toen de Here Jezus geboren werd. Toen kon de keizer van Rome bevelen dat er een soort volkstelling moest komen, en hij had alle macht. En als je dan in hoger beroep ging in die tijd dan moest je naar Rome. Paulus beriep zich op de keizer en dat was het hoogste gezag. Dat betekent dus dat het Romeinse rijk er was in de dagen van de Here Jezus. Pilatus en zelfs Herodes, alhoewel hij een andere kleur had, het heeft te maken met het Romeinse gezag, het rijk vanuit Rome aangestuurd. Maar als ik dat anders zeg, dan klinkt het zo: het Europese rijk, het Europa van toen. Dat rijk is er honderden jaren gebleven, totdat het langzaam, langzaam afbrokkelde en toen is het eigenlijk gewoon een zachte dood gestorven. Zo zouden we dat zeggen. Nu zegt de bijbel: Dat rijk, wat er toen was, een hele tijd niet is geweest, er toch zal zijn. Dat is een soort puzzeltje. U vindt dat in Openb. 17, ik ga niet vooruit lopen maar daar staat het expliciet. Het rijk dat er was, niet is, en zijn zal. Hier wordt gezegd dat dat rijk een dodelijke wond had. Nou, dat is de tijd van: Niet is, weet je wel. Dat rijk dat was er, honderden jaren na het begin van onze jaartelling. Maar daarna eigenlijk weggevaagd, langzaam hoor, maar goed, weggevaagd, dodelijke wond gekregen, gestorven, niet is, een tijd van er niet zijn. Maar datzelfde rijk zal er uiteindelijk wel weer zijn. En dat is natuurlijk, ja, een beetje moeilijk. Want, ja, dat Europese rijk van toen. Nou ja, Napoleon heeft vroeger al een poging gewaagd, Hitler heeft een poging gewaagd, zo is het echt gegaan. Maar ook andere keizers hebben dat gedaan, hebben dat gewild, vanuit Oostenrijk, vanuit Duitsland. Er zijn wel meer duidelijke lijnen te zien dat er al eerder pogingen waren om tot dat, ja, het Roomse rijk te komen, zoals men dat ook wel eens noemde. Alleen bij ons is, in ons taalgebruik, het woord rooms dan onmiddellijk gekoppeld aan de Rooms Katholieke kerk. Nou, dat was er wel mee annex, maar ik vind niet dat je dat zo een soort is gelijk teken mag geven. Daar moet je mee oppassen. Maar feit is, dat dat Europese rijk er nooit gekomen is. Tot in onze dagen. Door de nood is er na de oorlog een kolen en staal gemeenschap ontstaan. Door de verdere nood is daar een andere inhoud aan gegeven. En door de nog verdere nood is er vorige week besloten dat er toch maar tien bij moeten komen. Want Europa moet toch alstublieft één zijn, we moeten de vrede hebben, we moeten een machtig blok worden. Dat is onze tijd. Het Europa van vandaag is de invulling van dat ijzeren rijk. Een rijk dat er was, een hele tijd niet is, en er toch zal zijn. Een rijk met een dodelijke wond, die dodelijke wond geneest, en er wordt een krachtig rijk terug gevonden. Broeders en zusters, wij zitten in de tijd dat wij deze ontluiking, dit ontluiken van het Romeinse Rijk meemaken. En ja, ze zijn weer allemaal tevreden naar huis gegaan. Balkenende zegt: “Minder dan de inflatie, ik heb gewonnen.” Meneer Schröder zegt: “Ik heb gewonnen.” En meneer Chirac zegt: “Ik heb gewonnen.” Ze hebben allemaal gewonnen. Dat is onze tijd ongeveer. Weet je wel, dat is heel stom, iedereen wint. Kan natuurlijk nooit, er moet iemand betalen, maar goed, zo praten ze wel. Er is altijd een compromis en dan wint iedereen. Het is altijd een win-win situatie. Nou, dat is heel aardig voor een bedrijf, maar het gaat hier niet op, want u en ik, wij betalen, gegarandeerd. U wint dus niet. Ik ben blij dat de collecte geweest is, anders zou u reserveren voor straks.
Europa, ze komen van de grond ze willen macht. er komt een tijd dat Europa geregeerd gaat worden door een soort dictator. Wie dat is? Nou ja, een meneer van Spanje, die stond van de week bij ons in de krant, maar Tubantia is nu niet een krant waarvan wij zeggen: “Dat is nu echt een toonaangevend blad in Nederland”. Maar goed die Tukkers die zeggen dat zou wel eens de premier van Spanje kunnen zijn, maar die heeft duidelijke aspiraties om die grote jongen te worden. Maar ze vinden hem verder een boekhouder, dus dat zal wel niet zo ver komen. Grapje. Ja, het is wel waar wat ik zei, maar ik bedoel: Wie wordt dat dan die sterke man. Wie gaat dan hier gezicht aan geven. “Uit de volkerenzee”, zegt Openb. 13, de draak is net uit de hemel gekiepeld, hij zit daar bij de zee, en ik heb de vorige keer gezegd: “Dat is die volkerenzee”. Daar is hij blijven staan en daar komt uit de zee zo’n beest naar boven. Een beest uit de zee. En het is echt niet moeilijk om vast te stellen, om aan te tonen, dat dat hier om datzelfde Europese rijk gaat. We krijgen nog Openb. 17, dus we krijgen het nog een keer, een soort herhaling van, maar dat is wel goed hoor, om dat nog een keer te herkauwen, want anders dan verzuip je er misschien in. Maar dat beest heeft een gezicht, tien horens en tien kronen op die horens en namen van godslastering. En dat beest, let u op, was een luipaard of een panter gelijk, poten als van een beer, muil als van een leeuw. De drie vorige dieren, weet u nog uit Daniël, Dan. 7 he, leeuw, beer, luipaard. Nou, hier zie je ze weer terug he. Diezelfde karaktertrekken die er toen al waren, die komen terug. M.a.w., ook die rijken laten weer van zich horen. En we zitten daar al midden in hoor. Irak toetert al flink mee en Iran toetert heel flink mee en Macedonië is ongelofelijk onrustig. En de hele Europese eenheid zit daar bijna om de stemmen een beetje in de gaten te houden en om de zaak te reguleren en om de zaak niet uit de hand te laten lopen. Maar dat duurt niet meer zo lang of ook daar krijg je een soort broeinest. Dat is nu al zo, maar dat gaat ook nog iets uitbroedden. Dat rijk, dat Europese rijk, heeft in zich al die elementen die er al geweest zijn. Dat bedoelt de bijbel. Dat is dat vreselijke dier uit het Daniëlboek en dat hier vandaag uit de zee opkomt. Europa gaat zich manifesteren. Europa maakt zich hard. Europa bemoeit zich met het Midden-Oosten, nu al. Europa bemoeit zich met de hele wereldpolitiek. Europa maakt zich misschien wel los van. Europa, we hebben nu een monetaire unie, de Euro is van ons allemaal, of u het leuk vindt of niet, het is zo, u vindt het allemaal makkelijk. U loopt al met de muntjes in uw zak met een beeld van Frankrijk of van Duitsland. Het is en sport van jongeren om zo veel mogelijk te verzamelen. Militair gezien is het allang één. Economisch kun je niet meer alleen optreden, is het allang een soort unie. Enfin, het gaat maar door. En of we nu wel of niet gaan debatteren over de landbouwsubsidies zoals de afgelopen dagen, nou ja, dat zijn peanuts, dat zijn randverschijnselen. Kern van de zaak is, dat uit de zee een beest opkomt. Uit de volkerenmassa komt een nieuw machtsblok naar voren. Dat was er niet, maar dat is er straks wel. En dat machtsblok gaat zich koppelen. Er komen tien koningen bij. Tien horens, en op die horens tien kronen. En uit Openb. 17 blijkt dat die tien horens en die tien kronen te maken hebben met tien koningen die één uur met het beest zullen gaan regeren. Nou, ik zal u nu uit Ps. 83 iets lezen, Ps. 83, en u mijn mening geven over die tien koningen. Want we hebben natuurlijk lange tijd gedacht: O ja, weet je, die tien koningen, dat is gewoon Nederland, België en Luxemburg,…. weet je wel, dat zijn die tien landen. Nou ja, toen kwamen er twaalf, toen zaten we met het probleem, toen hadden we er geen tien, toen hadden we er dus twaalf en toen hebben we gauw Benelux voor één geteld en waren we er weer even uit. Maar toen kwamen er dertien, veertien. En nu, nu ja, nu loopt het ons helemaal over de schoenen. Want nu komen er zomaar tien bij dus dat……, ziet u wel. U hebt misschien niet zo gedacht maar in onze kringen van de Maranatha-gedachte hebben we heel angstvallig gekeken naar: En wie maken nu deel uit van dat verenigd Europa he. Wie zijn dat nu he. En we gingen ze duiden, we gingen ze allemaal aanwijzen. Nou ja, dat loopt een beetje uit de land. Ps. 83: O God, (zegt vs 2), houdt U niet stil, zwijg niet en blijf niet werkeloos o God. Want zie, Uw vijanden tieren, Uw haters steken het hoofd op. Zij smeden een listige aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen. Zij zeggen komt laten wij hen als volk verdelgen, (Dat moet u toch bekend in de oren klinken hoor, dit soort taal) zodat aan de naam van Israël (dus om nu maar even heel helder te krijgen om welk volk het gaat), zodat aan het volk Israël niet meer wordt gedacht. Want ze hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten. (En nu komt het:) De tenten van Edom, (dat was Herodes, dat was een Edomiet, toen) en de Ismaëlieten (die vindt dat altijd de oudste zoon van Abraham Ismaël was en dat het allemaal via Ismaël moet. Valt het Erootje?), Moab (JordanIë), de Hagarieten (Ik weet niet precies waar ze wonen), Gebal, Ammon, Amelek, Filistea met de inwoners van Tyrus. Zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd. Ze zijn de zonen van Lot (dus Moab en Ammon) tot steun. Hebt u ze geteld, het waren er tien. Nog een keer: De tenten van Edom, (1) Ismaëlieten, (2), Moab (3), Hagarieten (4), Gebal (5), Ammon (6), Amelek (7), Filistea (8), Tyrus (9), Assur (10). Die tien koningen die precies rondom Israël liggen, rondom dat land, die daar in dat enorme gebied van haat en van explosie liggen, voegen zich bij Europa, of Europa krijgt ze aan de leiband, hoe je dat ook noemen wilt. Ze krijgen één uur, deze tien, één uur, de macht om met dat beest te gaan heersen. Zij gaan aan elkaar geknoopt verder. En dat betekent een enorme dreiging. En ik vind dat je dat vandaag ziet. De tendensen zijn er nu. Met wie knoopt men vertrouwelijke, economische banden aan. U hoeft niet zo vreemd te kijken. De schoolboekjes die in Palestijnse scholen gebruikt worden om de haat Israël te proclameren zijn gefinancierd door u, u hier. Ja, u zegt: “Maar ik, ik heb het niet persoonlijk gewild.” Nee, natuurlijk niet, maar het is wel met uw Eurootjes gebeurd. en zo kan ik wel doorgaan, want er zijn talloze, talloze aanduidingen dat dit, wat straks gaat komen, wat een enorme krachtsexplosie zal zijn, met één doel voor ogen, namelijk dat volk echt weghappen, in de Middellandse zee drijven, nou dat is ook precies wat Ps. 83 zegt, dat zie je vandaag in ontwikkeling. En nu kan ik niet gaan zeggen: “Ja, daar heb je het al en daar heb je het al”, want er zijn ook best mensen hier in Nederland en in Europa die het goede voor Israël willen zoeken. Die zijn er ook, gelukkig. Dus ik moet niet alles direkt op scherp zetten, maar ik moet wel waarschuwen voor de ontwikkeling die nu al zichtbaar is. En die ontwikkeling liegt er niet om, die is heel nadrukkelijk waarneembaar. En ik vind dat u en ik, met Ps. 83 een informatiebron in handen hebben. Het was een profetische psalm van Asaf, die onder het zingen van liederen profeteerde. Dat was een profeet van God, en die profeet die heeft toen al gezien dat dit soort elementen zouden gaan komen. U hebt ze hier: Het beest uit de zee, het Europa van straks, en van nu, gaat zich manifesteren, gaat zich koppelen met die landen daar omheen en ze zullen één groot blok gaan vormen. en wie hebben daarvan het meeste te lijden, dat is het volk van Israël. En dat wist u eigenlijk al, want de grote verdrukking zou komen en die zou wel heel speciaal op Israël slaan. En dat is ook zo, dat gaat komen.
Maar dat is niet alleen tegen Israël. Het is ook een grote mond tegen de Here God, Godslasterlijke taal. Het is afschuwelijk wat er gebeurt. Ze lasteren God, lasteren de Naam van God en de tent van God en lasteren hen die in de hemel zijn. Zo van: Alles wat met de hemel en wat met God en Zijn Naam en Zijn Kerk of Zijn Wezen te maken heeft dat wordt gelasterd, dat wordt gewoon als spot gebruikt. En dat wordt op een vreselijke manier uitgevoerd.
Nu, nu hebt u misschien die boeken gelezen van Tim LaHaye en die andere, Jenkins, en u hebt er misschien alle details van opgezogen. Dat zou kunnen he, “De Laatste Bazuin”, die hele serie. En u hebt misschien een idee gekregen. Nou, ik denk dat u, in romanvorm, heel wat informatie krijgt over die tijd. Heel veel. Dus ik zou u best graag willen aanraden om dat echt te lezen als u daarvan houdt, omdat eens een keer op een, ja, verhaal-manier bij je te krijgen. De Here wil het ook zegenen. Die tijd van 42 maanden, de tijd van de grote verdrukking is een soort climax tijd.
Maar dat beest uit de zee, het Romeinse rijk, is niet alleen. Er komt in diezelfde tijd een beest uit de aarde. Dat is ook Openb. 13. En ik zie de vorige keer al: De zee, dat zijn de volkeren, Europa en zo, volkeren, massa’s mensen. Maar de aarde dat is altijd in de taal van de bijbel, het geordende, waar God ordening geschapen heeft, waar God iets geregeld heeft. Nou, er was geen volk met zulke rechtvaardige wetten dan dat volk. Er was geen volk waar de Here God vertoefde, waar Hij woonde, dan dat volk. De Here was daar, de Here heeft daarin orde gegeven, Zijn wetten gegeven, Zijn verordeningen. Zijn profeten heeft Hij daar gestuurd. En er komt ook een beest uit de aarde. En dat beest uit de aarde ziet er uit als een lam, maar het spreekt als een draak. De antichrist. Die komt uit Israël. Er is natuurlijk nooit, nooit iemand in Israël die zal geloven dat de Antichrist, laat ik maar zeggen, een Nederlander zou zijn. Ja, het mag wel een Nederlander zijn, maar dan is hij van Joodse afkomst, want dat zal iemand uit dat volk moeten zijn. En nog preciezer, ze zullen ook nog aan willen tonen dat dat inderdaad uit Juda is. M.a.w., hij moet ook nog uit die stam komen. En dat zal gebeuren. Er komt een antichrist, en die wordt hier een beest uit de aarde genoemd. Hij heeft de buitenkant misschien iets anders, hij ziet er uit als een lam, maar hij spreekt als de draak. M.a.w., hij is een soort spreekbuis van dat monster dat hier op de aarde gekomen is en daar bij de zee staat en een beest te voorschijn roept. En die draak geeft aan dat beest uit de zee, dat politieke leven van Europa, alle macht, alle gezag, alles wat maar denkbaar is. Is dat onzin? Toen de Here Jezus verzocht werd, toen zei de duivel: “Als U voor mij knielt zal ik U alle koninkrijken van de hele wereld geven.” Heeft de Here Jezus toen gezegd: “Je liegt dat je knapt.” Nee, dat heeft Hij niet gezegd. Dus hij had dat kennelijk te geven, hij had kennelijk iets in zijn vingers. Hij wordt ook de vorst van de duisternis genoemd, maar ook de overste van deze wereld. Hij wordt wel zo genoemd he. Nu, die overste van de wereld, geeft dus macht aan dat beest, Europa dus. Maar er komt nog iets bij. Er komt een heel geniepig element bij. En dat geniepige element is een antichrist. Die heeft in die zin geen politieke macht, geen gezag, dat heeft Europa wel, maar dat heeft de antichrist niet, maar hij probeert wel de hele zaak te bestoken en te beïnvloeden, zodat men voor dat politiek monster, voor de leider van Europa, de dictator in Europa, om die man eigenlijk tot God te verklaren. en daar gaan ze naar toe. Nou, dat spoort 100% met Daniël, Dan. 11. Dit is precies wat al eerder in de bijbel stond, dat er een moment gaat komen dat men echt die kant opgeduwd wordt. En er moet, ja er moet toch een soort gedenkteken komen. Een beeld moet er komen, een beeld van het beest. Het beest is dus de politieke leider uit Europa, of die nu uit Rome komt, uit Frankrijk komt, uit Spanje komt, misschien Nederland, uit Europa. En hij zal er zijn. En voor Hem moet een soort monument komen, in Jeruzalem, de heilige plaats. Daar ergens moet een soort stevig element zijn. Dus alle reden om te veronderstellen dat dat monument zal staan op de olijfberg. De gruwel die verwoesting brengt. U hoort het uit Daniël. Maar daar zal dat monument staan, en iedereen wordt gedwongen om een soort pelgrimstocht, niet naar Mekka, of niet naar…., maar naar Jeruzalem te maken, om te buigen voor. En als je niet buigt voor, ja, dan kun je de vuuroven verwachten. Snapt u waarom dit verhaal in Daniël staat. Als de vrienden niet gingen buigen voor het beeld van Nebucadnezar dan waren ze gelijk uitgeschreven. Nou, dat komt terug, dat komt echt terug. En iedereen krijgt een merkteken: 666, rechterhand of voorhoofd. En als je niet mee doet heb je een probleem. Is de pincode, is dat al 666? Sommigen weigeren een pincode. Nou, ik zou het nu maar doen, maar dat komt vanwege het tanken in Veghel, want dat is ook niet meer vertrouwd met pincode. En ze kunnen met een klein beetje programmatuur vandaag je eigen rekening tillen. En zevenhonderd zoveel duizend Euro over laten schrijven op….. U hebt het toch gelezen. Ja, wat allemaal kan, ik weet het ook niet hoor. Soms wordt ik een beetje bang weet u wel. Ik kreeg van één van jullie een e-mailtje vorige week. Een vriend van mij woont in België, die heeft een e-mail verstuurd, komt hier in Veenendaal terecht over lezingen die ik moet houden in België. Die datums die bestaan helemaal niet, en die afspraken ook niet, en die vriend heeft dat ook nooit verstuurd, maar het komt wel hier terecht. En het merkwaardige is, er waren drie van deze e-mailtjes in Nederland terecht gekomen. een virus dus. Nou, ik werd uitgenodigd om een vergadering bij te wonen, ik had een afspraak gemaakt op een vrijdag, een week later, maar die vergadering was vervroegd naar zaterdag, dan en dan. Ik kon niet, dus ik mail gewoon terug: Nou sorry. Wie haalt in z’n hoofd om zo’n afsprak te verzetten he. Nou, meneer de virus dus. Ze zitten in je eigen computer, gewoon mailtjes te versturen, aan je bestand he, die daar aanwezig zijn. Nou, ik krijg dan de schrik van m’n leven he, want wat is nu waar he, wat is nu waar. Nu krijg je een e-mailtje morgen. Is dat waar of is dat een virus. Nee, maar goed, ik wil alleen maar zeggen: We leven in een hele gekke tijd he. In een tijd van getallen en van pincodes en van gekraakte codes en systemen die zomaar gedupliceerd kunnen worden. Een hele, hele rare tijd, los van Moskou en los van Venlo en los van…..
Goed, er komt een tijd dat u gedwongen wordt om mee te doen. U, nou even eerlijk. Wat zei ik aan het begin. Weet u het nog. O ja, we zijn al in de hemel dan, he, he, gelukkig zeg. Nou, dat is ook zo. De bijbel maakt u echt gelukkig en zegt tegen u die gelooft: “De Here Jezus komt, je mag uitkijken naar Hem.” Wordt het niet moeilijk, het kan best heel moeilijk zijn. Maar in die grote verdrukking, die verdrukking, de grote, krijgt alle moeite nog een climax. Alle moeite krijgt nog een climax. En dan, ja dan gaat het op een vreselijke manier verkeerd. En er worden mensen gedwongen om mee te doen. Als je niet mee doet, ja, dan sta je echt buitenspel. Maar wie zou er dan niet mee doen dan. Ja, wij zijn er dan niet meer, maar wie zijn er dan nog wel. Nou, even terug roepen he. Toen wij weggingen toen heeft God opnieuw de draad met Israël opgenomen. Heeft 144.000, we vonden ze al in hoofdst. 7, apart gezet en die zouden als een soort heraut de wereld intrekken en dat doen ze. Ja, die gaan op een gigantische manier het evangelie uitdragen. Er komen nog velen tot geloof hoor, een grote schare die niemand tellen kan, in die tijd. Waar komen ze vandaan, uit de grote verdrukking. Daar komen ze vandaan, velen nog. Wie zijn dan die velen. Nederlanders, mogelijk. Misschien komen ze wel uit Irak waar ze niets durven zeggen. En uit Iran. Misschien komen ze wel uit Indonesië, het grootste Moslimland van de wereld. Misschien komen ze wel uit: vult u maar wat in. hele groepen komen dan tot bekering door de herauten uit Israël. Door de 144.000 getuigen die uitgestuurd worden. En die hebben bovendien alle middelen tot hun beschikking. Wie lopen dan gevaar. Dat zijn dus de mensen die dan toch gekozen hebben voor de Koning die komt. De Koning komt. Dat is de Here Jezus. Ze hebben gekozen, in die tijd. U bent in het huis van de Vader, maar dan zullen er velen kiezen voor de Here Jezus. En dan staat de tekst: Het evangelie wordt aan alle volken verkondigd voordat de Here Jezus komt. Dat slaat op die tijd. In die tijd gebeurt het echt dat allen nog zullen horen en er is niemand die overgeslagen wordt. Maar die mensen die dan tot bekering komen, die dan tot geloof komen, ja, die hebben het best moeilijk, want die krijgen de druk van, ja, van dat beest. Een soort antichrist die zegt dat hij Christus is, valse Christus. Die van zichzelf zegt dat hij wat is en die anderen beweegt om een aanbiddingscultus op te zetten voor, nou ja, noem het maar keizer of koning of groot iemand van Europa. Die komt in het zonnetje. Zoals vroeger de farao’s van Egypte als goden werden vereerd, zo zal in die tijd de leider als god worden vereerd. Dat gaat komen. En die tijd is niet meer zo ver. We snappen dat al een beetje. Als u de geschiedenis van Oost-Europa gevolgd hebt dan weet u dat dat nu al gebeurt. En als u een beetje gevolgd hebt wat er met de herverkiezing van Saddam Hoessein is gebeurd in Irak, dan weet u dat dit helemaal niet zo ver van ons bordje is. Het is gewoon nu ook aan de orde. Maar in die tijd gaat dat komen. En dan overeind blijven? en dan toch nee zeggen? Nou, dat is het verhaal van de drie vrienden van Daniël, weet je wel. Dat is in profetische lijn die dan toch de vuuroven dan maar opteren. Die dan toch zeggen: “Nou, dan maar de vuuroven in, maar we gaan u niet aanbidden. Dat doen we niet. We willen wel meedoen, we willen ons best doen, we willen voor de zaak gaan werken, maar we gaan u niet aanbidden.” Nou, dat is een profetisch verhaal in het boek Daniël voor wat er straks nog gaat komen. Dat is Openb. 13. Europa is een machtsblok van betekenis geworden. Heeft alle macht aan zich getrokken. Bemoeit zich met het Midden-Oosten, rukt op naar Jeruzalem. Voor de leider van Europa komt er een beeld in Jeruzalem te staan. En een antichrist zal er voor zorgen dat er een hele aanbiddingsdienst komt in de richting van: Ja, die leider van Europa was vroeger alles, maar toen een hele tijd niets, die had een dodelijke wond, maar die is genezen, is terug, en het beest… Och, och, geweldig, wat een systeem, wat een systeem, geen enkele andere kan daar aan tippen. U hoort het toch vandaag. In Irak bijvoorbeeld. Het is nog niet zo ver weg. U hoorde dat toch in Oost-Europa, vroeger. Al die dingen kun je dan in die tijd terug verwachten. En wij maar lekker in onze handen zitten [wrijven] en zeggen: ‘Nou, jongens, het is akelig weer buiten, het stormt flink, maar wij zitten goed hoor. Wij hebben een leuk warm plekje in een school en.” Is dat ongeveer wat ons bezig houdt. Ik denk het niet. Ik denk dat er een ander element is. En daarom heb ik hoofdst. 14:1 er bij gelezen.
Er komt een beest uit de zee, uit de volkerenmassa, er komt een beest uit de aarde, uit Israël, en er is een Lam uit de hemel. En dat Lam uit de hemel staat op de berg Sion. In diezelfde tijd staan daar 144.000, daar heb je ze he, met een merkteken van het beest op hun voorhoofd, 666? Met de Naam van hun Vader op hun voorhoofd en met de Naam van de Here Jezus op hun voorhoofd. Voelt u het contrast. Daarom moet vs 1 van hoofdst. 14 bij hoofdst. 13 komen. Want, zij staan rondom het Lam. U kunt duizend keer zeggen: “Ja, komt de Here Jezus dan nog een keer apart voor die 144.000.” Komt Hij dan apart voor die 144.000 om op de olijfberg te staan of op de berg Sion in dit geval. Nou, Johannes zag, in de druk van die tijd, want hij werd door die Romeinse overheersers, door he Europa van toen, gevangen gezet. Hij mocht van het Europa van toen niet meer prediken. Hij mocht in Efeze zijn werk niet meer doen. Hij werd verbannen naar Pathmos. Hij zat daar in een kerker en hij keek uit door een heel klein rampje, we hebben daar zitten kijken, en hij kon net de zee zien. Nou, het is alsof je daar, als je daar staat, ineens, ja, omdat je je dat inbeeldt natuurlijk, alsof je het beest uit de zee, door dat kleine raampje naar boven ziet komen. Nou, hij ziet het gebeuren en hij heeft de schrik van zijn leven: O Here, wie kan dan bestaan. Wie blijft overeind als die tijd aanbreekt, die 42 maanden van grote verdrukking er zullen zijn, als een beest uit de zee zo gruwelijk te keer gaat en godslasterlijke dingen zegt en godslasterlijke dingen etaleert. Als in die tijd iedereen gedwongen wordt om een knieval te maken voor zoiets afschuwelijks, zo vreselijk. En als en beest uit de aarde, een anti-christelijke stroming komt die ook nog een vrome jas aantrekt he, het lijkt op een lam, maar spreekt als een draak. Als in die tijd….., ja mensen dan gedwongen worden om een getal op hun rechterhand te hebben of een getal op hun voorhoofd te hebben, en of dat nu onderhuids is of ingekerfd, getatoeëerd of met een chip of misschien via de ogen, hoe dan ook ingevuld, technisch ingevuld, het kan allemaal vandaag. Johannes moet de schrik van zijn leven hebben gehad, denkend aan Israël. Wat gaat er dan met Israël gebeuren. En ineens ziet hij het Lam staan op de berg Sion. Sion is in de bijbel altijd de plaats waar de koning woonde. David had zijn burcht Sion, zijn koningsplaats op Sion. Sion is altijd de koning. Moria, dat is de tempelberg, Sion is de koningsberg. De priester op Moria, de tempelberg en de koning op Sion. en zij worden beiden de berg des Heren genoemd. Allebei de bergen. Op Sion. En dan ziet Johannes ineens het Lam staan uit de hemel. Zelfs het Lammetje. Tegen dat geweld, zou je zeggen, is niets opgewassen. Tegen zo’n bruut iets als een beest uit de zee en een beest uit de aarde, daar is geen kruid voor gewassen. Je zou gewoon de schrik van je leven krijgen. En wat is het antwoord van God in die tijd: Het Lammetje, op de berg Sion. Ik vindt het eigenlijk zo geweldig dat Johannes schrijft: En ja, die hadden ook een merkteken op hun voorhoofd. Ja, niet om te kopen en om te verkopen, ze waren namelijk al gekocht. Ze waren gekocht. Gekocht door het bloed van de Here Jezus. Ik wil er dit van zeggen: In die tijd zal duidelijk zijn wie uiteindelijk gaat regeren. En dat is niemand minder dan het Lammetje. Dat is echt een verkleinwoord. Ik wil het niet verkleinen, maar het is. Het is de Here Jezus, het Lam van God. Hij gaat heersen, Hij gaat Koning worden, Hij gaat regeren, Hij gaat alles zijn en in allen. Wat een bemoediging. En jij en ik die kijken nu vanaf een wat andere optiek naar deze geschiedenis en we vragen ons af: Hoe loopt het af. Nou, de Here Jezus is alles. Je bent gekocht en betaald toch, door het bloed van de Here Jezus. Je bent gekocht en Hij zegt: “Ik zal voor je zorgen want je bent nu van Mij.” Je bent niet meer van, je behoorde die andere slavendrijver toe weet je wel. Sorry, niet goed gezegd. Je behoorde die slavendrijver toe, niet een ander slavendrijver, je behoorde die slaven drijver toe. Je was onder zijn gezag, onder zijn heerschappij, maar je bent vrijgekocht. Vrijgekocht, gekocht en betaald met het bloed van de Here Jezus. En je weet dat de Here Jezus alles zal zijn. Ook als het in onze dagen misschien spannend wordt, als het donker wordt, dan mogen we ook deze geschiedenis lezen he. En toch zal in het meest spannende moment van de hele wereldgeschiedenis, de grote verdrukking, zal volstrekt helder zijn Wie regeert. Em dat is, ook in de taal van dit stuk van de bijbel, niemand minder dan het Lam. Het Lam op Zijne troon. En daarom ga je de Here Jezus prijzen: Here Jezus, wat zijn we gelukkig met U, wat zijn we blij met U. Wat is het fantastisch dat we U kennen, dat we van U zijn en dat we bij U horen. Dat we niet voor eigen rekening staan, ook in deze tijd. In de volstrekte zin heeft dit te maken met een tijd na onze dagen. Daarom zei ik wel eens, een paar keer eerder al, dit heeft te maken met wat na dezen geschieden zal, daar heeft het mee te maken. Maar goed, dat heb ik vanmiddag ook wel uitgelegd. Maar toch, ook vandaag weten dat de Here Jezus boven alles is. Het is geweldig als je de Here Jezus kent. Het is fantastisch als je kunt zeggen: “Mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven. En Hij is met mij en bij mij alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw.” En Hij, de Here Jezus, brengt je daar waar Hij Zelf is en waar Hij Zelf plaats heeft bereid. En diezelfde Here Jezus zal er straks zijn voor Israël, met Hem op de berg Sion. In hoofdst. 15 heb je nog een andere groep, maar goed, met Hem op de berg Sion. Zij zullen om Hem heen zijn en Hij zal in het midden staan. Fantastisch he, de Here Jezus, echt fantastisch. Nu moet je niet zeggen: “Ik schuif het maar weer weg, ik, ja, al die ingewikkelde verhalen. Ik dacht dat het een gewoon evangelie was he, gewoon een stukje blijdschap in deze tijd. Ja het loopt hier allemaal lekker en zo, zakelijk niet soms, lichamelijk niet soms. Ja, nu heb ik de Here Jezus aangenomen, nu zijn alle problemen weer voorbij. Ik zit weer helemaal lekker in mijn vel. Ja, de fiets doet het weer en de zaak loopt weer als een trein en…” Zo denken we soms. Dat is jammer. De Here Jezus wil voor je zorgen, wil je echt blij maken. Zelfs in het allerdonkerste deel van de nacht is Hij bij je. In het allerdonkerste deel van de nacht voor Israël is daar iemand.
Het getal 666 is allang uitgesponnen. Iedereen heeft uitgerekend wat dat dan zou betekenen. er zijn allerlei formules op los gelaten. Ik doe het niet meer. Ik weet het niet meer. Het heeft te maken met een mens, het heeft te maken met een systeem van een mens. Ik weet het wel wat we vandaag hebben van WWW he, World Wide Web. De Hebreeuwse getalswaarde van de W is dan een 6 he, 666. En het komt ook heel dicht bij. Maar het is in het Grieks geschreven. Dus ik weet niet of ik hier nu ineens Hebreeuws in moet stoppen. Ik ben zo bang voor geforceerde dingen. Het feit is dat er dan een systeem zal zijn met een duiding 666. Het heeft met een mens te maken. En we hebben de titel van een Paus er op los gelaten he, Vicarius Filii Dei en zo, een getalswaarde, wegstrepen, houd je 666 over. Allemaal, ja, toch wel, vind ik, kunstgrepen. Maar goed, ik wil niet zeggen dat het niet kan, maar of ik het nu uit moet leggen zo, dat ook niet. Het is het getal van een mens en je moet je er wel naar richten. En als u vandaag, dingen hoort over een getal 666, een soort tournee van een pop- en rockgroep onder het label 666 en erbij “the number of the beast”, dan weet u dat de wereld, de ongelovige wereld zich kennelijk toch begeeft in deze richting. Dat doen ze. En daar dingen van zeggen, op een satanische manier deze zelfde dingen gaan naar voren brengen, dat wil dus wel iets zeggen. Dat betekent dat onze jeugd langzaam maar zeker vergiftigd raakt en een hele andere inkleuring moet krijgen van deze zelfde dingen.
Feit is dat de Here Jezus boven alles staat. En ik hoop dat u met mij zegt: “En die Jezus, die daar als het Lam zal staan bij die 144.000, dat is het Lam van God voor mij.” En we hadden dat toch al in hoofdst. 5: Toen ik het Lam zag viel ik als dood aan Zijn voeten, he. En we hebben het nieuwe lied gezongen, he, toch. Om het Lam, het nieuwe lied gezongen. En we zeggen: ‘Here Jezus, U hebt het gedaan.” En we gaan Hem prijzen, ook nu.
De Here zegene u.