Openbaring 14 : 1 – 13

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 16. Een aubade in Jeruzalem.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
3 november 2002.

Te weten Jezus mint ook mij, is mij meer dan alles waard.
Ik las een keer een kleine geschiedenis van een meisje. Dat meisje was heel erg ziek en is ook overleden. En ze hield in die ziekte zo van haar knuffel, van haar beertje. En ze kon dat beertje niet los laten. En ze zei tegen haar mamma: “Nu ga ik straks naar de Here Jezus, maar mag ik mijn beertje, mag ik mijn knuffel ook meenemen.” Toen zei die mamma natuurlijk: “Ja, dat mag.” Nou, dan gaat het verhaal verder he. Dan komt ze bij de hemel aan, en ja, daar staat dan Petrus he. Dat is het verhaal dan he. Dat is niet echt zo, maar zo wordt het dan voorgesteld. en ze vraagt aan Petrus van: “Ja, mag ik mijn knuffel, mag ik mijn beertje ook mee naar binnen brengen.” Toen zei Petrus: “Ja, dat weet ik eigenlijk niet want dat knuffeltje dat hoort eigenlijk bij de aarde en ja, wij zijn nu in de hemel. Maar ik zal het even aan de Here Jezus vragen.” zei Petrus. en hij naar de Here Jezus en de Here Jezus, nou, die vond het goed. Die vond het goed. en dan komt ze met knuffel en al, met beertje en al de hemel in en ze ziet de Here Jezus, en ze laat die beer los en ze vliegt zo naar Hem toe. Hij is mij meer dan alles waard. Hij is meer dan een knuffel, Hij is gewoon alles. Je kunt het alleen maar los maken als je echt ziet Wie Hij is. Als je echt iets beters, iets mooiers, iets hogers hebt, dan laat je het vanzelf los.

Lezen: Openbaring 14:1-13

Openbaring. 14 komt na hoofdst. 13. Logica van de 1e klas, 2e klas. Sorry, groep 3, groep 4, een oude man spreekt. Maar dat is toch een logica die, ja, misschien wel vanzelfsprekend is. Maar in dit geval bedoel ik er eigenlijk iets anders mee. In hoofdst. 13 van het boek Openbaring gaat het over een beest uit de zee, een monster. En we hebben dat al gehad. En we hebben ook gezien dat er nog een beest uit de aarde opstijgt en dat die beide beesten, nou, behoorlijk te keer gaan. Ze maken er een beestenboel van. Zo zou je het misschien mogen zeggen. En er is nog iets bijzonders aan de hand, want in die tijd is de duivel uit de hemel geworpen, hij is hier op aarde en hij is daar allemaal bij. Hij is daar heel nadrukkelijk in betrokken. En hij geeft aan het beest uit de zee zijn kracht, zijn macht. En hij probeert dat beest uit de zee behoorlijk te injecteren, moeilijk woord, een behoorlijke impuls te geven, een behoorlijke dosis te geven van zijn macht en van zijn plannen. Maar dat beest uit de aarde heeft bovendien nog een aspekt bij zich, namelijk dat hij van zichzelf zegt dat hij de christus is. De Here Jezus had al gezegd, toen Hij hier op aarde was, dat er mensen zouden komen die zouden zeggen dat ze de christus zijn. Hij noemt ze valse christussen. En in de bijbel wordt zo iemand aangeduid met het woord antichrist. Iemand die zegt dat hij christelijk is, maar helemaal niet christelijk is. De antichrist gaat bovendien wonderen doen en tekenen doen, de duivel is ook echt in staat om wonderen en tekenen te doen. En die wonderen en tekenen die leiden er toe dat iedereen een bewonderende, bewonderende eerbied krijgt voor een geweldig man die hier in Europa, nou laat ik maar zeggen, keizer is of despoot is of grote leider is. Hij krijgt een naam, welke naam weet ik niet precies. Maar er komt, hier in Europa, een machtsblok van grote omvang, onderwerp van de vorige keer, en de duivel gaat te keer en probeert om iedereen, iedereen, te laten knielen voor een machtige man hier ergens in Europa. De sollicitanten zijn er al. Ik weet niet of hij uit Spanje komt of uit Frankrijk komt of uit Duitsland komt, misschien uit Nederland, wie zal het zeggen. Feit is dat er in die tijd een geweldig machtig man zal zijn. Ja, u komt er zo midden in rollen als u hier voor het eerst komt, maar dat was allemaal al een beetje besproken, dat was al een beetje uit de doeken gedaan de vorige keer. En in die tijd zal iedereen een soort code krijgen, 666, op rechterhand of op voorhoofd. En als je die code niet hebt, nou dan kun je morgen wel naar de supermarkt gaan maar je krijgt geen broodje mee. Bij de kassa zeggen ze: “Wij kennen u niet, u staat niet in ons systeem, u bent niet geregistreerd.” En u kunt het dus vergeten. En de hele handel ligt stil voor iemand die dit weigert. Nog sterker, je wort gedwongen een knieval te maken voor een beeld van een man, dus een man die van zichzelf zegt dat hij God is, en dat hij groot is, en dat hij eer wil. Die man die zit ergens op een troon maar er wordt een beeld, een soort, ja, monument voor hem neer gezet, in Jeruzalem. en iedereen moet een knieval maken, moet voor dat beeld gaan buigen. Vroeger hadden de vrienden van Daniël ook al zoiets meegemaakt en toen hebben ze geweigerd. Drie van die vrienden deden dat niet. Resultaat, een verdrukking, een vuuroven staat in de bijbel in Dan. hoofdst. 3. IN de toekomst gaat het echt, echt, heel spannend worden, heel moeilijk. En dat is na onze tijd zegt dit bijbelboek.
Maar in diezelfde tijd is er ook iets anders. eer zijn dus mensen die 666 op hun voorhoofd hebben of op hun rechterhand. Maar er zijn ook mensen die iets anders op hun voorhoofd hebben: De Naam van de Vader en de Naam van de Here Jezus. Dat is het contrast tussen hoofdst. 13 en hoofdst. 14. En dat contrast is, nou ja, vlijmscherp vind ik eigenlijk. Het is dus ook een teken op je voorhoofd, maar van een hele andere orde. D mensen die dat teken van de Vader en de Zoon op hun voorhoofden hebben worden hier genoemd de 144.000. Die hadden we al eerder gezien in onze studies, in onze overwegingen, want in hoofdst. 7 werden ze al gezien. 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam. Uit elke stam 12.000. 144.000, 12 stammen keer 12, 144.000 verzegelden. En die worden hier, in die tijd, nu het razend moeilijk is, en iedereen meegaat in die hele stroom van aanbidding van een soort godsverering, maar dan voor een mens, iedereen gaat mee met die stroom van godsverering voor een mens en die 144.000 die doen dat niet. En die lopen risico. Het is niet zonder gevaar. En die 144.000 worden nu rondom een beest gezien? Nee, rondom het Lammetje gezien. Het verkleinwoord is gebruikt zei ik de vorige keer. Het is zo bijzonder dat je in dit boek Openbaring in die vreselijke druktijd, heel erg moeilijk is het dan, toch een gezelschap van 144.000 mensen vindt rondom, rondom het Lammetje, op de berg Sion. En de berg Sion staat in de bijbel altijd voor de Koning die gaat regeren, de Sionsberg, de Koningsplaats, Jeruzalem, daar zal het gebeuren. 144.000 zijn daar rondom het Lammetje. Niet met een teken 666, dat hebben ze geweigerd, maar wel met de Naam van God de Vader en God de Zoon op hun voorhoofd.
En die 144.000 die gaan daar zingen. En daarom heet de toespraak van vandaag een beetje “De aubade in Jeruzalem”. Ze gaan daar zingen, een nieuw gezang, een nieuw lied. En dat nieuwe lied heeft maar één onderwerp, dat is de Here Jezus. Als je Hem ziet valt alles weg. Je weet het nog he, van die knuffel. Als je Hem ziet, laat je het vanzelf los. Dat nieuwe lied zal worden gezongen. En dit is een lied, alleen te leren door die 144.000. Mijn vader was muziekleraar aan het eind van zijn leven, hij was vroeger typograaf geweest, en heeft later van zijn hobby zijn beroep gemaakt, hij gaf muziektherapie en hij dirigeerde en hij componeerde, op zijn manier. Het zal waarschijnlijk nooit een grootheid in deze wereld worden voor zover ik het kan beoordelen. Maar hij is overleden, en de predikant van zijn kerk deed uiteraard de rouwdienst. En de tekst voor die rouwdienst vergeet ik niet zo makkelijk weer, want dat was deze tekst. Niemand kon dat gezang leren dan de 144.000. Hij bedoelde te zeggen, de predikant, hij heeft anderen les gegeven, hij heeft anderen leren zingen, hij heeft anderen zelfs nieuwe liederen gegeven he, zij konden ze zingen. Maar er is nu een leid, dat is niet voor anderen, dat is voor hem bedoeld. Of die toepassing nu juist is of niet laat ik maar los, maar ik begreep de intentie van de voorganger , die was heel warm, die was heel liefelijk, heel bijzonder. 144.000 gaan daar zingen. En wie horen dat. Ja, dat is natuurlijk een moeilijke vraag. Ik zal je antwoord geven. Ik heb een aantal keren in deze studies, in deze diensten gezegd, dat de Gemeente waartoe jij behoort als je de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser, dat de Gemeente hier weg gaat. En ik heb ook gezegd dat dat wel eens heel spoedig zou kunnen gebeuren. Ik heb ook gezegd dat wat we hier hebben te maken heeft met: Na nu, met na onze tijd. Dat betekent dat jij, als je gelooft in de Here Jezus, allang in de hemel bent. In het huis van de Vader zelfs. Maar dat jij als een soort toehoorder daar zit. En dat die aubade, dat zanggebeuren daar in Jeruzalem op de berg Sion, voor de Here Jezus, in elk geval door jou beluisterd wordt. Jij en ik zitten, laat ik maar zeggen op de tribune, en we horen 144.000 mensen zingen. Nou, het Hollandkoor is er niets bij. U vindt dit al geweldig, nou dat vind ik ook hoor, als er zo’n groot koor is, mooie dingen, maar dit is 144.000. En als de bijbel het heeft over het gezang Gods, dan wordt er gezegd dat ze daarin volleerd zijn, dat ze behoorlijk geoefend hebben. Nu, we horen hen daar zingen in de tijd dat bijna iedereen juicht voor die ene koning die hier op aarde zit en die van zichzelf zegt dat hij een god is, maar ondertussen alle mensen verdrukt en alle mensen het verderf in helpt. In de tijd dat het ongelofelijk moeilijk is, de grote verdrukking, is daar een gezelschap rondom de Here Jezus. En dat gezelschap zingt en dat heeft het over Hem. Mijn hart trilt van blijde woorden, mijn gedicht zeg ik de Koning voor, Ps 45:2. Het is alsof er iets opborrelt, alsof er iets opbruist en jij en ik zitten ademloos te luisteren, o, je houdt niet van klassiek, nou zeg het dan anders, we zitten ademloos te luisteren naar wart daar gezegd wordt. En of de klanken klassieke klanken zijn dan wel wat modernere, dat laat ik nu maar los. Feit is dat het gaat over de Here Jezus. En wij zitten elkaar een beetje een por te geven en zeggen: “Zie je wel, die zingen ook al.” Want u en ik kwamen in de hemel, u weet dat nog uit Openb. 5 he. Wat gingen we dar doen in de hemel. Ja, we zagen op een bepaald moment het Lam staan als geslacht, ook: het Lammetje. En wat gingen we toen doen. We gingen zingen. Ze zongen het nieuwe lied in de hemel. Dus we hadden ook al gezongen. Alle mensen die Hem zien die gaan zingen. Dat is mooi toch, als je Hem ziet ga je vanzelf zingen. Misschien is de duivel daardoor zo happig op zingen en gebruikt hij zang vandaag ook voor zich en om zijn teksten de wereld in te slingeren. En dat gevaar is behoorlijk groot. Zij zingen ter ere van de Here Jezus, daar op de berg Sion, en jij en ik zitten daar bij. We horen het aan. Beoordeling? Nou, u kijkt naar die zangers en u kijkt naar de Here Jezus en u denkt: Het is correct. En waarom doet u dat. Omdat u weet, ja, zo hoort het, want ik deed het zelf ook al, samen met de Gemeente-mensen. 144.000 op de berg Sion, in een tijd van grote nood, in een tijd dat alles, alles de verkeerde kant op gaat, het is bijna ademloos.
En bovendien worden die mensen ook nog omschreven dat zij, ja, losgekocht zijn van de aarde. En zij hebben zich niet met vrouwen bevlekt want zij zijn maagdelijk. Is dat een tekst voor celibaat, is dat de tekst om te zeggen; “Ja, zie je wel, een beetje zanger zal toch op z’n minst celibatair moeten leven, zo van nooit getrouwd zijn. Is dat wat hier staat. Dat is natuurlijk wel gepoogd, dat snapt u. Dat zijn van die teksten die je dan onmiddellijk eigenlijk gebruikt als je dat dan toch wilt duidelijk maken. Nu, dat staat er niet. U en ik worden ook in die zin maagdelijk genoemd. U weet, in 2 Cor. 11: “Ik heb u”, zegt Paulus, van de Gemeente, u en ik die deel uit maken van de Gemeente, u en ik die geloven in de Here Jezus en de Heilige Geest hebben ontvangen horen bij de Gemeente. En zij worden gezien als een reine maagd, ze zijn maagdelijk, aan één man verloofd, die ene Man is niemand minder dan de Here Jezus, deze zijn maagdelijk. Dat betekent dat ze alleen voor Hem zijn. Dat ze al hun knuffels loslaten, al hun lieve dingetjes, moeilijk los te laten dingetjes, echt wegleggen en zeggen: “Here Jezus, u bent het.” Dat gaan ze dan doen. En deze 144.000, die zullen het Lam volgen waar Hij ook heen gaat. Die hebben zich niet met vrouwen bevlekt. Ik weet niet of ik dat nog uit moet leggen eigenlijk. Ik reed gisterenmorgen naar een mannendag in Gouda en dat ging over geloofwaardig. Ik heb daar een paar keer gesproken. En je komt Gouda binnen en je wordt bekogeld met billboards waar inderdaad letterlijk billen op staan. Sorry dat ik het een beetje kort door de bocht zeg. Ja, u hebt er allemaal geen last van. Dat probleem hebt u allemaal gehad. U snapt het wat ik bedoel. We worden vandaag bekogeld op alle mogelijke manieren. En het is juist het unieke in de schepping, het hele bijzondere van Gods schepping wat, ja, onder spervuur ligt en wat gewoon verknald en verknipt wordt op alle mogelijke manieren misbruikt wordt. Deze zijn maagdelijk. Ze hebben zich niet met vrouwen bevlekt. Nog een keer, dat betekent niet dat ze niet getrouwd zijn. Maar ze hebben iets van Gods ordening, iets van Gods scheppingsorde begrepen en ze willen zich daar aan houden. En ze volgen het Lam waar het ook heen gaat. Ze zijn gekocht uit mensen voor God en voor het Lam. En in hun mond is geen leugen gevonden. En nu wil ik gewoon eerst iets kwijt. De betekenis is dat er in de tijd van grote nood, in de tijd van grote verdrukking, in de tijd dat alles op zijn kop staat en alles verkeerd gaat. Een tijd van een machthebber is die alle aandacht op zich vestigt en van zich zelf zegt dat hij God is. En een tijd dat de antichrist te keer gaat en de wonderen en tekenen van de leugen te vinden zijn. In die tijd is er één klein groepje, relatief klein, toch, die rondom het Lam staat en dat Lam eert. Waar sta jij vandaag. Ik zeg niet dat dit onze situatie van vandaag is. Ik wil dus eerst zeggen, de uitleg is, dat in die tijd, als het zo moeilijk is, dit toch gaat gebeuren. Maar waar sta jij vandaag dan. Als wij dit nu in onze bijbels hebben, broeders en zusters, beste vrienden, ik spreek je nu even aan als gelovige. Ga er eens vanuit dat je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser. Als dat niet zo is, spreek dan, kom dan, zeg dan iets, trek aan de bel en doe iets. Maar goed, laten we dus zeggen dat we als gelovige hier zitten. Waar staan we dan vandaag, in een tijd dat alles de andere kant op gaat. Ik hoorde gisteren iemand zeggen, ik ben geen sportvisser, ik heb nooit gevist. Misschien in troebel water maar verder ook nooit. Maar ik hoorde gisteren iemand zeggen dat een gezonde vis met vinnen en schubben tegen de stroom op zwemt. Nu, dat spoort met mij, er valt dan een soort kwartje van Lev. 11, weet je wel de reine vissen, dat zijn de vissen met vinnen en schubben, Israël at alleen maar vissen met vinnen en schubben. Dus een paling niet bijvoorbeeld, want dat is een aaseter, dat hoorde niet bij het heilige. Maar goed, een vis met vinnen en schubben, als hij gezond is, zwemt hij tegen de stroom in. Kan dat ook, maar doet het ook. En dat is 5 meter vooruit en 3 meter achteruit, en weer 5 meter vooruit en 2 meter achteruit en nou, enfin dat gaat maar heen en weer. Natuurlijk is zo’n vis een keer moe, kruipt weg achter een dammetje, achter een steen, achter een rotsblok, en gaat daarna weer verder. een gezonde vis zwemt in de richting van de bron. Een niet gezonde vis denkt: Ja, kom, ik zal me eventjes zwemmen zeg, schei me er over uit, dat is veel te moeilijk. Ik ga gewoon met de stroom mee. Waar komt een niet gezonde vis terecht. Nou, ongeveer waar die Piranha staat en zegt: “Hap, ik heb je”, weet je wel, of een kleine haai of zo, of, een ander land, een beer, die met zijn poot…. En bovendien, een niet gezonde vis heeft wit vlees, mooi vet vlees. En een hele gezonde vis heeft rood vlees. Allemaal spieren, met bloed doortrokken. Sorry, ik doe net alsof ik verstand van vissen heb, maar als ik lieg, lieg ik een ander na. Nee, maar ik snap dit beeld en u snapt het ook., toch, u snapt het he. Een gezonde vis, misschien met horten en stoten, maar gaat toch in de richting van de bron. En een niet gezonde vis gaat precies de andere kant op en komt uiteindelijk daar terecht waar het zoute water komt of waar de haaien zijn of waar de tegenstanders zijn en die zeggen: “Hap, ik heb je”.
Tegen de stroom in zwemmen. Nou, dat is best moeilijk vandaag. Ik vraag je: Waar sta je, bij wie ben je, bij wie hoor je. En sta je ook om de Here Jezus heen om Hem een lied toe te zingen. Wat is er eigenlijk aan de hand met een gemeente. Waar twee of drie samen zijn in de Naam van de Here Jezus, dar is Hij in het midden van hen. Stel dat de Here Jezus letterlijk in ons midden zou komen. Zou u dan naar een preek van mij luisteren. Ik vermoed van niet. Is de Here Jezus hier. Jawel, Hij is aanwezig. Maar stel nu eens dat we dat echt zouden beleven. Wat gaan we dan doen. Dan gaan we Hem bejubelen, dan gaan we Hem eren, dan gaan we Hem groot maken, dan gaan we Hem aanbidden, dan gaan we zeggen: “Here Jezus…”, nou ja, niet de handen omhoog in uw kring, goed, dan maar achter uw rug, doe het niet, u gaat Hem prijzen, gegarandeerd, u blijft niet achter. U gaat Hem alle eer, alle hulde, alle jubel brengen. Dat doet u, want u ziet Hem en u laat uw knuffel, ook uw theologische knuffel, ook uw orthodoxe, u laat ze los en u zegt: “Here Jezus.” U strekt uw handen uit naar Hem. Dat gaat er gebeuren. En ik ben er diep van overtuigd dat dit stukje, ook al ligt dat in de toekomst, een enorme omschrijving is van wat wij vandaag zouden moeten doen. We kunnen heel theoretisch praten over Openb. 14, en we kunnen door gaan met de oordelen, maar we kunnen ook zeggen: “In de eerste plaats moeten we de vraag stellen: Here Jezus wie bent U voor mij en wie ben ik voor U, wat doe ik voor U, hoe ga ik met U om en wat gebeurt er in mijn leven. En kan ook van mij gezegd worden dat ik alleen voor U ben. Here Jezus, U bent de enige, U bent de echte, U bent de levende.” De 144.000, u snapt het een beetje. Als ik op de berg Sion sta dan wil ook ik graag gaan zingen, het nieuwe lied gaan zingen. Ik heb het nieuwe lied niet en ik weet zeker niet wat deze mensen gezongen hebben. Dat is gewoon alleen maar voor die mensen, voor die categorie bedoeld. Maar in elk geval zingen ze voor de Here Jezus. Ik hoop dat jij het ook doet.
Een andere engel in de hemel, in diezelfde tijd, heeft een ander iets te vertellen. Dat is bij vs 6: In het midden van de hemel. Een eeuwig evangelie had hij bij zich. Je moet je dus voorstellen dat alles op scherp staat en dat er eigenlijk niet te leven valt en dat een gelovige gewoon, ja bijna vogelvrij verklaard is he. Met andere woorden er kunnen risico’s gewoon aan zitten. Dat je gearresteerd wordt, dat je gedood wordt zelfs. Dat blijkt ook uit dit stukje: Zalig zijn de doden die in de Here sterven van nu aan. Dat betekent dat er inderdaad risico’s zijn, enorme risico’s. En toch is er in die tijd, als mensen misschien niet meer zo openlijk van de Here Jezus vertellen, of van de komende Koning vertellen, ik denk dat ik het zo zeggen moet, is er toch een eeuwig evangelie. Er zijn in elk geval drie verschillende evangeliën. Ik heb het niet over Mattheus en Markus en Lukas en eventueel Johannes of een ander, maar ik heb het over inhoudelijke verschillen. Johannes de doper heeft het evangelie van het koninkrijk verkondigd. En ik heb al gezegd: “Dat evangelie van de komende Koning wordt ook in die tijd verkondigd”. De Koning komt, de Koning komt er aan. U pakt maar een lied uit de bundel opwekking, maar het gaat altijd over de Koning die komt. Dus dat is een evangelie van het koninkrijk. Zo wordt het ook genoemd. Dit evangelie van het koninkrijk zal worden verkondigd over de hele aarde. Als u dat wilt lezen: Matt. 24, ik wil de tekst er straks wel even bij zoeken, 14, evangelie van het koninkrijk. Dat zal worden verkondigd over de hele aarde, dat evangelie van het koninkrijk. Zo wordt het ook genoemd: Het evangelie van het koninkrijk. Maar u en ik hebben te malen met een ander evangelie. En dat wordt in Romeinen, de brief aan de Romeinen, “Het evangelie van God aangaande Zijn Zoon” genoemd. Dat hebben wij niet bedacht, dat staat in de bijbel. Dit evangelie wordt het evangelie van God aangaande Zijn Zoon genoemd. Dat God zover is gegaan dat Hij Zijn eigen Zoon niet spaarde, maar Hem voor jou overgaf om jou gelukkig te maken. Om je blij te maken, om je voor altijd in het huis van de Vader te brengen. Daar gaat het over God de Vader die met God de Zoon een route ging om jou en mij in het huis van de Vader te brengen met alle, alle zegen daarvan. Dat is ook een evangelie, het evangelie van God aangaande Zijn Zoon. Dat mag je vandaag vertellen. Als mensen vandaag horen willen of zouden open zijn voor, dan mag je zeggen dat de Here Jezus gekomen is om mensen in het huis van de Vader te brengen. Wie Hem gezien heeft, heeft de vader gezien enz. Er is een derde evangelie en dat is het eeuwig evangelie. Dat hebben we hier. Dat is het eeuwig evangelie dat klinkt, ook als mensen zwijgen. Ik heb hier in het verleden een paar keer iets over Job gezegd. Dat was omdat ik daar lezingen of studies over hield ergens in ons land of in het buitenland. Dat evangelie van Job is heel bijzonder he. Dat heb ik toen misschien al gezegd, maar ik wil nog één keer daarop terug komen. De Here God zegt, als al die vrienden gesproken hebben, die eerste drie die hebben het niet goed gedaan, dan komt die vierde die doet het wel goed, en als die vierde nog eigenlijk bezig is, neemt de Here de draad daarvan over. De Here gaat daar mee door. En die vierde begon al over de schepping en dan gaat de Here zeggen: “Goed, Job we willen het”, hij had geen bijbel, en er was ook geen Johannes de doper of zo in de buurt, en de Here zegt: “Ik wil het even met je hebben over de schepping. Kun je de dagenraad ontbieden”, dat betekent gewoon ‘s avonds, nou ja, om bijna half zeven, half acht zeggen: “Nu is het morgen”, “Kun jij de sterrenbeelden eens een andere plek geven”, weet je wel, de dierenriem wat veranderen, gewoon, nou laten we dat daar eens neerzetten en dat eens daar neerzetten, zo ongeveer. Ja, u zegt: “Dat is natuurlijk acabadabra, dat is natuurlijk onzin, dat kan helemaal niet”. Nou ja, dat is eigenlijk wel de taal die de Here bezigt. Want Hij zegt: “Maar Ik heb het allemaal gemaakt en ik heb die hele zaak in Mijn hand. Ik kan dat Job, maar kun jij dat ook. Kun jij ook iets veranderen in al die sterrenpracht”. Nou Job verbleekt al een beetje. U voelt dat, en als de Here God zo met je in gesprek gaat, zo van: “Kun je dat eigenlijk wel, kun je wel bij de schatkamers van de hagel komen en kun jij…” Nou ja, dat gaat nog een hele tijd zo door. En dan zegt de Here: ‘Moet je eens luisteren Job, Ik heb ook nog wat schepselen. Niet mensen, Ik heb dieren geschapen, ook dieren geschapen.” Dan worden die dieren genoemd en dan komt de Here bij een krokodil uit. Dat moet je echt eens een keer gaan lezen in het boe Job. En dan zegt de Here van een krokodil: “Moet je eens luisteren. Job, ben je wel eens aan het vissen geweest. Heb je wel eens een krokodil aan de haak gehad Job.” Het is een beetje spottend bedoeld, zo van: Ja, dat kun je wel willen, maar die krokodil lacht om jouw haak he Job. Die gaat gewoon met jou en haak en zo aan de haal. Ik bedoel, daag, daar gaat hij. Misschien zwaait die stok nog een keer, zo van…. Nou, dat is mijn vertaling. Nee, maar ik wil graag dat u het snapt, dat het over komt en dat u gaat zien wat de Here eigenlijk tegen Job zegt: “Job, zou jij, als je een krokodilletje zou vangen, zou je dat als een speeltje aan jou meisjes geven”, taal uit de bijbel, echt, zo wordt het echt gezegd, “zou je dat gewoon als een speeltje meenemen voor jouw kindertjes.” Nou, iedereen weet wat het antwoord is. Nee dus. “Job, wie is niet bang voor een krokodil, durf je in de buurt te komen.” Nee dus. “Job, Ik heb die krokodil gemaakt.” En Job verbleekt nog meer en denkt tjonge, jonge, jonge, dus de Here is nog sterker dan een krokodil, de Here is nog meer dan dat sterkste beest. De Here is nog meer dan. En de Here zegt: “Job, moet je eens luisteren. Wie zou dan in Mijn nabijheid komen en gespaard blijven.” Niemand. Als God de Schepper zulke schepselen kan maken, Wie is God dan. Onze God is een verterend vuur. Wie kan naderen. Wie kan God zien en leven. Wie kan dan dichterbij komen. Wij met onze grote mond, Hollandse grote monden. Nee, niemand. En daarom is God naar ons toe gekomen in de Here Jezus, snapt u. Maar goed, stel dat u nog niets wist van de Here Jezus, dat dat gewoon nog nooit gezegd zou zijn, zou u dan niet een beetje respekt voor die God krijgen. Als u achter de schermen zou kunnen kijken. En de Here zegt: “Je hoeft niet eens zo ver, je kunt gewoon in de natuur rondkijken. Je kunt gewoon eens even kijken wat er allemaal is, door Mij gemaakt. En als dat dan ziet, wordt je dan niet een beetje bang of een beetje onder de indruk.” Nou, dat is het eeuwig evangelie. Dat is het eeuwig evangelie. Onder de indruk komen van God die de Schepper is, God die boven alle dingen staat, God die hoog verheven is. En of u Hem nu wel of niet kunt benaderen, u krijgt respekt voor God. En dat is nu precies wat er bij Job gebeurt. In Jobs verhaal is er geen sprake van de Here Jezus en geen sprake van een verlossing, en toch weet hij, de Losser is er. Hoe weet hij dat. Omdat God hem niet, niet heeft overgegeven aan het hele gebeuren daar. Hier staat, dat een evangelie is, met een inhoud van: Vreest God, geeft Hem eer, want de ure van Zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem. En dan komt het, waarom moet je Hem aanbidden. Die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. Precies, de schepping, alleen maar de schepping. En ik vind ook dat we mensen zullen moeten zeggen, wie ze ook zijn: “Als jij in de schepping rondkijkt, dan kun je maar één ding ontdekken: De God over wie wij spreken bestaat.” Natuurlijk probeert de duivel dat om te buigen. Natuurlijk heeft hij een programma: Een miljoen jaren geleden was er een heel klein celletje, dat heeft zichzelf wat door-ontwikkeld. Nou, daar gaat hij. En u voelt het. De hele wereld staat op zijn kop. De leugenaar van den beginne is ook in die zin allang, allang bezig geweest. Die is niet nu begonnen met iets te zeggen. Hij is allang bezig om het hele goddelijke van onze Here weg te nemen. En het scheppende en het krachtigen het niet te benaderen van God, dat heeft hij allang weggenomen. En hij denkt dat het hem gelukt is. Nou, het is ook al heel ver heen. Het eeuwig evangelie. Je moet je dus voorstellen, in de tijd dat alles op scherp staat, en er niets, bijna niet meer veilig is, alles mee gaat in een aanbiddingsdienst voor mensen, voor de demonische machten in die tijd en anti-christelijke invloeden, met wonderen en tekenen van de duivel zelf, in die tijd zijn er op de berg Sion 144.000. En je zou zeggen: “Ja, nou, die zijn daar aan het zingen, maar o, die arme mensen dan daarom heen.” Er is een engel die zegt: “Het eeuwig evangelie.” En al die mensen die nooit van de Here Jezus hebben gehoord vandaag. Die zijn dus allemaal verloren. Nee dus, die hebben ook het eeuwig evangelie. Weet u dat er bij de meest primitieve volkeren een enorm godsbesef is. Of ze dat zo noemen zoals wij dat noemen, natuurlijk niet want ze hebben geen bijbel. Maar ze hebben wel heel diep in hun hart respekt, godsbesef, norm van God. Dat is het eeuwig evangelie. Moet je vandaag dus zeggen: “Mensen ga maar niet meer naar kerk, ga maar niet meer naar evangelisatie-avonden, ga maar niet meer naar evangelisatie-diensten. Loop gewoon in het bos en je ziet God, je komt God tegen, elke boom elke bloem, daar is God, daar is God.” Is dat niet waar. Nou, dat is wel waar. Maar God zegt: “Het is nu de tijd van het evangelie van God aangaande Zijn Zoon.” Je komt God tegen bij die bomen, maar je komt de Here Jezus niet tegen. Sorry, Hij is ook de Schepper, maar er wordt niet van Hem verteld door die boom. Die bomen spreken niet. Prinses Irene kan wel zeggen dat ze het wel hoort, maar ik denk dat ze in de war is. Ze moet naar een psychiater voor zover ik het kan zien. Nee, ik wil gewoon even heldere dingen hebben, gewoon. Het is nu de tijd van het evangelie van God aangaande Zijn Zoon. Maar dat wil niet zeggen dat mensen die nooit van de Here Jezus hebben gehoord dus geen taal van God horen. Ps. 19 zegt zo schitterend: “Het is geen taal van woorden maar je hoort het wel, het is er wel, het is wel een sprake. De dag doet sprake toekomen aan de nacht en de nacht aan de dag.” Het is de taal uit de schepping. Ps. 19 het eerste stuk. “De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.” Verkondiging, blijde boodschappen. Nu, het eeuwig evangelie.
Een andere engel zegt, in diezelfde tijd, als de antichrist alle macht heeft en op het punt staat om door te breken en alle, alle, alle mensen in een maalstroom komen om dat beeld van het beest te aanbidden en daar een knieval voor te maken, zegt een andere engel: “En toch, gevallen, gevallen is het grote Babylon.”Nou, het is nog niet gebeurt, maar het is alsof ineens de hemel zegt: “Denk je dat dit stand houdt. Ik ga je nu zeggen dat daar een einde aan komt.” De verdeling, de details van het gevallen, gevallen is het grote Babylon komen veel later in dit boek. Maar het is alsof op dat moment geproclameerd wordt: En het eeuwig evangelie klinkt, hoe die beestenboel ook zich gaat roeren, het evangelie klinkt, en er blijft geen spetter heel van de antichrist en al zijn anti-christelijke plannetjes en van zijn hele aanbiddingscultus voor een beeld van het beest. In die tijd is dat zo, maar er zal niets van overblijven. eigenlijk is het heel wijs he, dat de Here God dat zo zegt tegen ons. Sommige mensen hebben het misschien een beetje benauwd vandaag. Het is ook niet zo makkelijk, het is spannend. Vorige week had ik het al over virussen in een computer en het kraken van pincodes, het dupliceren van pasjes. Je bent gewoon bang, mensen worden bang. Worden bang op straat, er kan zomaar iets gebeuren. Worden bang voor van alles en nog wat, het is onrustig. Er is enorm veel stress vandaag, angst onzekerheid. En toch: Gevallen, gevallen is het grote Babylon. betekent dat dat een gelovige geen moeite zal kennen. Nu, in de eerste plaats wordt de moeite getekend die de mensen zullen ontvangen, mensen zullen krijgen die de Here Jezus niet kennen. en eigenlijk moet je dit heel scherp eens een keer gaan lezen. Wat gebeurt er met iemand die de Here Jezus niet kent. Misschien heb jij je een verwijt gemaakt van: Ik heb mijn buurman nooit verteld van de Here Jezus. Er is een oud gedicht he. Mijn buurman is vannacht gestorven en ik heb hem niet verteld van Jezus. En dat vreet aan je, dat vreet echt aan je. En soms wordt dat een soort motief van: Ik moet vertellen, ik moet getuigen, ik moet, ik moet, ik moet en ik durf niet en ik durf niet en je komt in een kramp, en ik moet, en ik moet, en ik moet. Ik denk ook dat we hier zijn om te getuigen. Ieder op zij eigen manier. En als jij dat met een bloem kunt of met het helpen van de buurman om een spijker in de muur te slaan of hem misschien op weg te helpen in zijn computerprogramma, wat het dan ook is, doe het. Maar die buurman heeft, ook al zou jij nog niets gezegd hebben, geen excuus, want er stond in zijn tuin ook een boompje. Begrijp je wat ik bedoel. Dat neemt de spanning bij mij een beetje weg.
Ik mag niet falen, ik wil ook niet falen, ik wil vertellen van de Here Jezus. Maar stel dat je het niet gedaan hebt. Hij heeft wel een boom of een bloem of hij heeft misschien een keer naar sterren gekeken, of, of. Dat is het eeuwig evangelie, dat klinkt nu ook, in die zin. Dat is geen, laat ik maar zeggen, gemakzuchtig alibi’tje voor de gelovige die nooit wat zegt, want dat vind ik niet eerlijk. Dat klopt ook niet. Dat kan niet. Je zult vandaag aan de Here moeten zeggen: “Here, U zei: Gij zult Mijn getuige zijn te Jeruzalem en in heel Judea en tot aan de einden van de aarde.” En dan moeten we dat ook doen. En ons Jeruzalem ligt niet daar ergens in het Midden-Oosten, ons Jeruzalem ligt toevallig hier, bij ons. En we roepen al duizend keer dat het ongelofelijk makkelijk is om ver weg te vertellen van de Here Jezus. Niemand kent je, niemand lacht je uit. En als ze dart al doen dan zeg je: “Nou ja, het zal me wat, ik ga weer weg.” Maar wij moeten vertellen van de Here Jezus. Maar stel dat je dat niet deed, dan is er toch nog een eeuwig evangelie. Maar mensen die de Here Jezus niet kennen, die meegaan in die stroom van enorme aanbidding voor demonische, occulte machten, die het merkteken op hun rechterhand hebben, die ontvangen het oordeel van God. En ik zou zo graag willen zeggen: “Beste mensen, je moet vandaag een keus maken of je de Here Jezus wilt aannemen, ja of nee. Daar moet je geen gras over laten groeien.” Niemand weet of het morgen nog kan. Die meneer die in die auto zat vlak bij Veenendaal en onder een trein kwam, misschien een gelovige misschien niet, ik weet het niet, ik ken de naam niet, ik weet van niets, ik heb het alleen maar gehoord, die rijdt misschien naar iets, en het is in één luttel secondetje gebeurd. En jij dan, stel dat het jou zou zij overkomen. En niemand van ons weet of we echt weer thuis komen. Is dat een soort bangmakerij, nee. De Here zegt: “Kom nou alsjeblieft, nu het nog de tijd is, nu je nog kunt, nu het nog de dag van Gods genade, van Gods Liefde is.” Geloven in de Here Jezus. Want als je dat niet doet, dan sta je uiteindelijk in die maalstroom mee te doen met de hele goegemeente. Want God zend je een geest van de dwaling om de leugen te geloven, 2 Tess. 2, en dan gaat er echt van alles mis.
Oordeel van God. Die oordelen worden nog aangestipt. Die komen helemaal aan de orde. Openb. 16 gaat daar heel duidelijk over door, de oordelen van God. Maar de heiligen, de mensen die voor de Here Jezus getuigen die mogen volharding in de Here Jezus en het geloof in de Here Jezus bewaren. Toch zullen er in die tijd ook mensen sterven. Dat zijn de martelaren. En die worden hier genoemd: Zalig zijn de doden die in de Here sterven van nu aan. In Johannes staat dat mensen in hun zonden kunnen sterven en hier staat dat je in de Here kunt sterven. Weer zo’n enorm contrast. “Zalig de doden die in de Here sterven van nu aan”, zegt de Geest, “en dat ze rusten van hun moeiten.” U hoort het de Here Jezus zeggen: “Kom maar bij Mij als je vermoeid en belast bent. Ik zal je rust geven.” Ze rusten van hun moeiten. Alle zorg valt weg. Alle hectiek van hun leven verdwijnt. Het enige dat overblijft is de Here Jezus. In tijd van grote nood zijn er ook martelaren. ik weet uit Openb. 11, en we hebben er al een paar gezien, die echt gestorven zijn in die tijd. Dat zijn die martelaren. En ze zullen met de Here Jezus regeren, ze zullen met Hem heersen. Zalig de doden die in de Here sterven. Nou, ik roep het vandaag ook wel eens. Zalig de doden die in de Here sterven. en ze rusten van hun moeiten en hun werken volgen hen na. Zelfs dat is ook vandaag gewoon toe te passen, maar het staat hier in de samenhang van die tijd, de tijd van grote nood, de tijd van grote spanning. Bijna niet aan te ontkomen. je zou zeggen: “We komen er nooit en nooit uit, aan zoiets ontsnap je niet.” En toch, blijdschap. Er is vreugde, hemelvreugde. Hemelvreugde reeds op aard, t weten: Jezus mint ook mij, dat is mij meer dan alles waard. Zou jij je knuffeltje graag mee willen nemen naar boven, of zou je hem los willen laten. Soms zeg ik: “Here, ik kan hem niet los laten.” Of het je werk is of je hobby of, nou ja, vul maar wat in he, ik bedoel, er is altijd iets he. Kun je het loslaten, nee. En pas als je Hem ziet zeg je: “Och Here.” Laat maar los. Dan ben je zo geboeid door Hem. Het is zo fantastisch als je de Here Jezus kent. Dan hoef je niet bang te zijn, dan hoef je geen angst te hebben. Kan het dan niet moeilijk zijn. Ja, het kan best moeilijk zijn, maar het is echt de moeite waard om Hem te kennen. En mensen die Hem niet kennen die zullen die vreselijke tijd moeten meemaken en dat gun ik ze niet. Paulus zei daarom, net als de vorige keer, citaat: “Wij dan wetende de schrik des Heren, overreden de mensen: Laat u met God verzoenen.” Als je nu weet dat dit gaat komen, ga je dan niet tegen je buren zeggen: “De Here Jezus komt.” En ik hoop dat u het op uw manier zegt. We hebben een buurvrouw die we niet kunnen bereiken, buren die Bosniërs zijn, die spreken geen woord Nederlands. Maar ik denk dat Hennie haar hart heeft gekregen. Dat bleek vanmorgen. er stond een grote pompoen, weet je wel, “Dat is voor jullie.” Nou, dat duidt ergens op. We hebben haar een NT-tje gegeven in het Bosnisch en een paar evangelie-boekjes in het Bosnisch en ze hebben ze niet terug gegeven, ze hebben ze zelfs gelezen. Of ze bekeerd zijn, ik kan het ze niet eens vragen. Doet u het op uw manier. Doet u het alstublieft. Vertel van de Here Jezus. Zeg alsjeblieft dat de oordelen kome en dat je in deze tijd dit stuk uit de bijbel hebt om mensen vandaag te helpen en te waarschuwen. Maar jij en ik, we mogen ditzelfde plaatje eens een keer leggen in ons eigen hart, in ons eigen leven en ons dan de vraag stellen: Waar sta ik dan. Wat heb ik gedaan rondom de Here Jezus. Ga ik rondom de Here Jezus ineens alle narigheid vertellen die me overkomen is. Eigenlijk een beetje in debat gaat met de Here want: “We zijn het eigenlijk niet met u eens Here, dat had U eigenlijk anders moeten doen, dat had daar of daar anders gemoeten.” Of zeggen we: “Here Jezus, dank u.” Amen.