Openbaring 14 : 14 – 20

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

17. Oogst in twee soorten.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
24 november 2002.

Lezen: Openbaring 14:14-20

Het laatste bijbelboek gaat over de Here Jezus. Het is de onthulling van de Here Jezus, openbaring van Jezus Christus. God doet een boek open over Zijn Zoon. Dat is kort door de bocht de kern van het laatste bijbelboek. En het is bedoeld voor de gelovigen, voor mensen die voor de Here Jezus hebben gekozen en ook voor de Here Jezus gaan. Het is bedoeld om mensen toe te rusten, om ook nu te weten wat er na nu geschieden gaat. Deze dingen zijn bedoeld voor mensen die willen weten wat er na nu gaat gebeuren, na vandaag. Duidelijk dus met de toekomst in verbinding. een schitterend bijbelboek als je daar een beetje zicht op krijgt. En ik hoop dat dat gebeurt in de loop van de diensten die we nu gehad hebben en nog krijgen misschien, als de Here het vergunt, maar diensten die bedoeld zijn om jullie, om mijzelf, om ons, gelovigen, toe te rusten. Een stukje verdieping, een stukje verdere groei, een stukje zicht op de Here Jezus, op het prachtige plan van God waarin de Here Jezus het centrum is. Nu hebben we al een hele serie dingen gehad, dat voelt u. we zijn nu bij Openb. 14 het tweede stukje aangekomen. En dat komt dus niet zomaar. Voor mensen die voor het eerst zijn is het altijd moeilijk om even te wennen. Nou, u moet al aan ons wennen, dat is al knap lastig, en dan moet je ook nog wennen aan het onderwerp, dat is nog lastiger, maar misschien is aan het eind van de dienst het kwartje, het eurootje, toch wel gevallen en zeg je: “Ja, ik heb het, ik weet het, ik ben er.” Ik hoop ook echt dat u de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser. En dat u heel zeker weet: Ik ben een kind van God, mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven en door het geloof in de Here Jezus heb ik leven, leven tot in eeuwigheid. Daarover gaat het straks nog meer. Dat kan haast niet anders bij zo’n stukje als nu, vandaag, aan de beurt is.
Het begint met een hele bijzondere opmerking, u neemt de vorige keren maar mee, en als u daar interesse in hebt, ik ga geen reclame maken voor cd-tjes of cassettes of voor techniek, maar broeder en zuster Verschoor zitten daarachter en nemen alles op, u kunt het echt zo regelen. Dus vraag even, zij zullen u echt verder helpen en weten precies te vertellen wat je dan wel en wat je dan niet moet doen. Maar, in elk geval, u kunt, wat er vooraf ging, ook beluisteren. Het is dus niet een soort geheim geweest. Heet is niet in een geheime hoek gebeurd. Het is open.
Openb. 14:14 begint dus met een witte wolk. Op die wolk zat Iemand als een Mensenzoon met een gouden kroon op Zijn hoofd. Nu, we moeten eerst eens vaststellen: Wie is dan die Mensenzoon en wat is er aan de hand met die witte wolk en wat gaat die Mensenzoon dan doen. Nou, eerst het volgende: Toen de Here Jezus voor de hogepriester stond, weet u wel, indertijd was Hij gearresteerd, ze hadden Hem gepakt in Gethsemane. En toen hebben ze Hem meegenomen. Ze hebben Hem van Kajafas naar Annas of van Annas naar Kajafas gesleurd of omgekeerd. En ze hebben Hem later ook naar Pilatus gebracht en naar Herodes. Maar, nog niet naar Pilatus en Herodes, daarvoor stond de Here Jezus voor de hogepriester. En die zitten natuurlijk op getuigen te wachten die precies hetzelfde zouden zeggen, die eensluidend zouden zijn. Nou, die komen niet, altijd is er een verschilletje. En dan, bijna paniekerig, zegt de hogepriester: “Nou, zeg eens wat.” Weet je wel, zo ongeveer he, dat is mijn vertaling, maar daar komt het wel op neer he. Doe eens iets. en dan zegt de Here Jezus: “Van nu aan zult u de Zoon des mensen”, of de Mensenzoon, “zien zitten op de wolken des hemels.” Nou, die hogepriester die heeft het niet meer, die krijgt ineens een soort inval en zegt: “Nou, we hebben helemaal geen getuigen meer nodig.” Hij scheurt zijn kleren, of dat die hogepriesterlijke kleren zijn geweest of niet dat weet ik niet precies. In elk geval hij scheurt zijn kleren en hij zegt: “Hij heeft Zichzelf God gemaakt. Hij heeft gelasterd, we hebben helemaal niemand meer nodig, want u hebt het allemaal zelf gehoord. Hij heeft Zichzelf God gelijk gemaakt.” Nou, dat was best een ontdekking. Had de Here Jezus expliciet gezegd: “Ik ben God.” Nee, dat heeft Hij helemaal niet gezegd. Maar die hogepriester die er toen was, die had een keer het boek Daniël gelezen. Moet u ook een keer doen. En in het boek Daniël staat iets bijzonders, in hoofdst. 7. In het boek Daniël staat dat er en Oude van dagen zit met heel lang grijs haar, witte wol bijna, ik zou bijna een nare opmerking maken, maar, nou ja, ik had willen zeggen: “Sinterklaas verbleekt er bij”, maar dat komt niet helemaal over misschien. Maar in elk geval, daar zit de Oude van dagen. Uit alles blijkt dat dat de Here is op een hoge en verheven troon. En de vierschaar zette zich, engelen zijn daarbij. en dan komt er met de wolken des hemels een Mensenzoon. En die Mensenzoon begeeft Zich naar de Oude van dagen en die Mensenzoon krijgt uit de hand van de Oude van dagen alle macht, alle gezag, alle autoriteit die maar denkbaar is. en die Mensenzoon gaat met die autoriteit, met dat gezag, in Dan. 7 nog, gaat Hij alles, alles oordelen en Hij gaat alles vullen met Zijn eigen glorie. dat zegt de bijbel. In Dan. 2 is het een steen, die zonder handen losgemaakt, alle machten gaat verpulveren. Macht van goud, Irak, macht van zilver, Iran, macht van koper, Macedonië, macht van ijzer, Europa, alles wordt verpulverd, alles wordt verpletterd. En in Dan. 7 is het een Mensenzoon die uiteindelijk, uiteindelijk, heerser zal zijn, Koning der koningen zal zijn en Here der heren zal zijn, Mensenzoon. Maar die hogepriester waar ik het net over had, die had kennelijk Dan. 7 gelezen en begrepen. Want die Mensenzoon is niet, laat ik maar zeggen, een soort 3e-rangs Iemand. Uit alles blijkt dat die Mensenzoon God zelf is. Dat hadden we eigenlijk al een keer gevonden toen we over Openb. 1 spraken, heel lang geleden. En toen is daar ook aan de orde geweest, dat Johannes ziet ineens de Here Jezus daar: Ik ben dood geweest he, dus dat moet de Here Jezus zijn, en alle kenmerken van de Mensenzoon uit Dan. 7 en alle kenmerken van die Oude van dagen die worden in één Iemand terug gevonden. Toen de Here Jezus zei: “Ik ben de Mensenzoon”, heeft hij niet bedoeld: Nou Ik ben ook gewoon een mens. Dat zeg jij ook wel eens misschien: “Nou ik ben ook maar een mens.” Maar Hij bedoelt: Ik ben Degene over Wie de bijbel spreekt als de Mensenzoon die alle gezag heeft, die alle macht heeft, die in de troon is en die uiteindelijk Koning der koningen is en de Here der heren is, Ik ben diegene. Nou de hogepriester die snapt onmiddellijk: Ja, maar als Hij dat zegt, als Hij dit claimt, dan is Hij God zelf. Dat snapte hij. Wij hebben misschien nog wat moeite en zeggen: “Nou, hoe komt hij zo snel aan die conclusie.” Maar daar was het kennelijk heel gewoon, als er iemand zou zijn die zich zou aandienen als de Mensenzoon, dan moet dat God zelf zijn. Nou, de Here Jezus is op grond daarvan veroordeeld. Dat is de druppel geweest die de emmer deed overlopen. En daardoor is de Here Jezus uiteindelijk naar Pilatus gebracht, die Hem dan maar moest veroordelen tot de dood, want een andere straf wilden ze niet.
Mensenzoon. Ziet u Hem nu komen. Toen de Here Jezus gereed was met zijn werk is Hij met Zijn discipelen naar de Olijfberg gegaan. Het kan eigenlijk niet preciezer. Oostelijk van Jeruzalem ligt de Olijfberg. Daar lag ook de hof Gethsemane. Daar heeft de Here Jezus vaak met Zijn discipelen een nacht doorgebracht. Daar heeft Hij ook Zijn glorie laten zien en Zijn mens zijn laten zien. Die beide aspecten, die beide elementen zijn op de olijfberg zichtbaar geworden. Glorie toen Hij zei: “Ik ben”, Hij noemde Zijn Naam en iedereen deinsde achteruit. En het tweede toen zijn zweet werd gelijk grote bloeddroppels die op de aarde vielen. Zijn pijn, Zijn moeiten, Zijn lijden: Indien het mogelijk is laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan. Die beide aspecten op de Olijfberg. Nu, het kruis is geweest, het werk is volbracht. De Here Jezus is gestorven, Hij is begraven, Hij is opgewekt, Hij is opgestaan, beide dingen zijn waar. en Hij is bij de discipelen geweest, een flink aantal dagen. en nu, nu denk ik aan het moment waarop de Here Jezus, Hand. 1, waarop de Here Jezus met de discipelen weer naar de Olijfberg gaat en ineens is Hij weg. Hij gaat zomaar omhoog. En of wij nu zeggen: “Hoe kan dit nu”, of “hoe zou zoiets vandaag kunnen”, dat laat ik helemaal los, het is wel gebeurd. De Here Jezus ging zo naar de hemel. En een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Duizend keer heb ik misschien gezegd inmiddels van: Vroeger dacht ik dat het een soort regenachtige dag was. Een bewolkte dag, zo’n Nederlandse dag. En ja, nou ja, he, jammer he, weer geen Spaanse zon, weer geen Middellandse Zee achtige…., Want het was daar toch wel een beetje Middellandse Zee achtig dus. Was het dat, was het dan ineens: Och, nou kijk je Hem na en zie je Hem naar boven…., kun je weer niet verder kijken dan 15 meter of zo. Valt dat even tegen. Is dat bedoeld, toevallig een wolkje ertussen. Nee, dat is het niet, echt niet. Weet je waarom ik dit weet. Dat is niet eigenwijs hoor, maar in de bijbel staat iets bijzonders. Daar, in Hand. 1 staat al dat “Hij zal terugkomen zoals Hij van u is heengegaan” zegt een engel tegen de discipelen. M.a.w.: “Nou, Hij is weggegaan, Hij komt ook terug.” En nu weet u uit een andere plek uit de bijbel, Ez. 1, heel precies hoe Hij terug komt. Maar dan moet u wel Ez. 1 koppelen met Ez. 43. Maar goed, dat is een beetje moeilijk, maar u bestelt toch het bandje of u gaat even bij de fam. Verschoor langs, maar doe iets. Ez. 1, Ez. 43 en u weet precies hoe Hij terug komt. Hoe komt Hij terug. Met een wolk. O, nog steeds die bewolkte dag, nog steeds die Hollandse regenwolk. Nee, Hij komt, Hij komt met een…. Met een wolk? Staat daar meer over in de bijbel. Ja, daar staat heel veel over een wolk in het OT. Als de heerlijkheid, de glorie van God de tabernakel gaat vullen dan is dat middels een wolk der heerlijkheid. En als dat bij de tempel gebeurt dan is dat ook de wolk van glorie, de wolk van heerlijkheid. En die wolk is 40 jaar bij het volk Israël geweest. Ze hebben 40 letterlijk, letterlijk gewoond onder de schaduw van de Almachtige. Letterlijk, de wolk was er permanent boven. Ze hebben echt genoten. Alleen aan het eind denk je: Nou, ik wil ook wel een keer een Spaanse kust. Nou ja, Hollandse zon. Dan ineens is de onvrede er weer, jammer. Maar ze hebben werkelijk in de schaduw, omdat die wolk er boven was, in de schaduw van de Almachtige gebivakkeerd. 40 jaar aan één stuk. Ik kan daar niet over uit weet je dat. Ik ben er geweest, ik heb die tocht gemaakt. Snik- en snikheet, toen wij er waren 45-46°, een bus met airco gaat heel aardig, maar als je er uit komt loop je tegen een muur aan en je snapt niet dat mensen daar kunnen leven. Nou, die leven dan ook niet overdag, die zitten allemaal onder, nou ja, wat dan nog maar enige schaduw kan brengen. Maar Israël wandelde door de woestijn. Ben je moe geworden. Nee. Zijn je voetzolen veranderd, kleren. Mooi he. Kun je niet een keer blij worden dat je te maken hebt met zo’n God die zorgde, die zo geweldig was dat ze daar letterlijk 40 jaar onder die wolk gebivakkeerd hebben. En weet u wat dat ‘s nachts is, als er een heldere hemel is. Pas maar eens op in onze dagen, het koelt heel sterk af. Nee hoor, niets hoor, de wolk was er. Ze hebben gewoon die zegen van God op een prachtige manier ervaren, elke dag opnieuw. De sjechina, de wolk van heerlijkheid. Hoe ging de Here Jezus naar de hemel. Precies, zal ik het nog anders zeggen. God kwam met Zijn voertuig, met Zijn wagen, met zijn hemeltaxi. En de Here Jezus mocht instappen. Waarom mag ik dat zo zeggen. Omdat Hij zo terug komt. Hij komt met een hemelwagen. Echt hoor, Ez. 1 omschrijft het. Het aantal cilinders wordt genoemd, het geluid van de cilinders, decibel. Nou ja, mijn technische verklaring, ik ben niet zo technisch. Wielen, raderen, ogen, vuur, laaiend vuur, de troon, lazuursteen. Schitterende omschrijving, Ez. 1, Ez. 43. En die wagen van God komt zomaar uit de hemel. Nou, die wagen was er ook toen de Here Jezus naar de hemel ging. Daarom heeft de dichter van dat hele oude lied, vroeger, een keer gedicht: Op een lichte wolkenwagen (daar heb je het), werd de Heer van d’aard gedragen. Nou, dat is heel terecht. Alleen ja, nu snap ik het niet meer. Ik bedoel, dan denken we nu aan, nou ja, vul maar in, ik heb een Bora-tje, VW-tje. Is dat het dan ongeveer, lichtgrijs van kleur. Nou, nee dus. Het is heel wat anders. Het is echt anders. Het is de wagen van Gods glorie, de wagen van Gods heerlijkheid, en het wordt aangeduid met een wolk. Nou eventjes een sprongetje, heeft even met ons onderwerp niet zoveel te maken. Wat denkt u hoe u naar de hemel gaat. We worden in een oogwenk weggevoerd in wolken de Here tegemoet. Alsjeblieft, daar heb je het weer. Daar komen ze weer met hun hemeltaxi, met hun hemelbus. En u mag instappen. En u gaat zomaar schitterend naar de hemel toe in wolken de Here tegemoet in de lucht en aldus zullen we altijd met de Here wezen. Vertroost elkaar met deze woorden. Ja, weet u, die wolk, de glorie van God hoort bij de Here Jezus, is onlosmakelijk aan Hem verbonden. Zoals de wolkkolom vroeger onlosmakelijk verbonden was aan die tabernakel, en later aan de tempel, totdat zij zeiden: “Nee, wij willen het niet.” Maar dit hoort aan elkaar, dit hoort bij elkaar, kun je niet losmaken van elkaar. Mooi he, voor jou, als je denkt aan de Here Jezus. Ik vind het gewoon heel erg bemoedigend: En jij die gelooft op dezelfde manier. En er zijn wel veel meer teksten die daar over spreken. De kracht die Hij betoond heeft door Jezus uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand, die kracht wordt aan jou verleend. Nou, welke kracht was dat. Nou, èn dat je uit de doden, of uit het graf, herrijst he èn de kracht om van hier naar daar te gaan middels het voertuig van God zelf. Ja, we hebben het niet zo slecht voor. Het is prachtig als je denkt aan het voortraject, het voorland. Nu gaat het in Openb. 14 over de wolk waarop Iemand zit als een Mensenzoon. en nu voelt u de lading van zo’n zinnetje. Ja, dat merk je, want dat is niet zomaar een termpje van dan komt er een soort wolkje, nou ja, in de wolken zijn he, die termen kennen we. Nou, een beetje overdreven misschien, niet helemaal nuchter, niet helemaal normaal, maar het is veel meer. Het is de glorie van God zelf, de Heerlijkheid, de majesteit van de Here. Daar komt hij. Daar zit Iemand op. Een gouden kroon op Zijn hoofd. Dat betekent dat Hij gekroond is met eer en met heerlijkheid. Dat betekent dat Hij bekleed is met majesteit, met gezag, met macht, dat Hij bekleed is om gericht te oefenen, want Hij is Mensenzoon. Hij is het die oordelen mag en ook gaat oordelen.
En Hij wordt uitgenodigd om Zijn sikkel naar deze aarde te sturen om de aarde te maaien. En nu wil ik graag dat u even met mij naar Matt. 13 gaat, want dan gaat u het snappen denk ik. Matt. 13:24: Nog een gelijkenis hield Hij (de Here Jezus) hun voor. En Hij zei: “Het koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl de mensen sliepen kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. En toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: “Heer hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid, hoe komt hij dan aan onkruid.” Hij zie tot hen: “Dat heeft een vijandig mens gedaan.” De slaven zeiden tot hem: “Wilt gij dan dat wij het bijeen halen.” En hij zei: “Nee, want bij het bijeen halen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beiden samen opgroeien tot de oogst” (en u voelt nu het verband met Openb. 14) “Laat beiden opgroeien tot de oogst en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.” Nou dat is nu precies wat in Openb. 14 gebeurt, heel precies. De Here Jezus heeft vertelt van een koninkrijk der hemelen, maar nu gelijk geworden aan goed zaad, en, wat de betere vertaling is, dolik. Dolik lijkt op tarwe, echt uiterlijk ook, stengel en vorm, blad, alles. Maar er komt geen aar in. dat is het verschil. En dat kun je niet zien als het zo is of zo, weet je wel. Als het een beetje opkomt kun je niet het verschil zien tussen wat echt tarwe is en wat onkruid is, wat
dolik is. Dat lijkt echt als twee druppels water op elkaar. En wie zou dat kunnen onderscheiden. Wie zou dat onkruid er uit kunnen gaan halen. Niemand. Niemand is in staat om dat te doen. En dus wordt er gewacht tot de dag van de oogst die hier in relatie tot het koninkrijk, koninkrijk is gegeven. Nu, ik zal u uit de droom helpen en moeilijk is het ook niet. De Here Jezus zendt Zijn sikkel en maait het koren. Er vindt een selectie plaats tussen wat koren is en wat op koren lijkt. En dat is best pijnlijk vind ik. Want je kunt uiterlijk hele vrome dingen doen en van alles, maar er komt een moment dat vroomheid wegvalt. Dat uiterlijk gedrag, ook al lijkt het op christelijk gedrag, niet meer telt, dat gewoon over is. Er komt een moment dat de scherpte van een sikkel er in geslagen wordt. En wie doet dat. De Here Jezus zelf, de Mensenzoon, brengt het koren bijeen in Zijn schuur. En ik denk dat ik moet zeggen “De schuur is dan het duizendjarig vrederijk”, maar misschien komt dat nog later wel. Maar dat is hier bedoeld. Dat is bedoeld wat waarde heeft, wat waardevol is, wat vrucht draagt, wat echt is, dat gaat het duizendjarig vrederijk binnen met alle schittering en alle glorie daar omheen. Maar uiterlijk christelijk gedrag is niet genoeg om in die dag staande te blijven. Want de tweede categorie van oogst is dat er nog iemand komt met een scherpe sikkel, die gaat ook oogsten. En dat is een oogst om verbrand te worden, hij komt met vuur, maar dat spoort met Matt. 13: In bossen en dat wordt in het vuur geworpen. En ten tweede heeft het te maken met een stuk van een druivenoogst en dat heeft alle vreugde, alle lol, alle blijdschap die de wereld heeft wordt uiteindelijk in die persbak getreden.
Wat wil ik nu zeggen. Wil ik u bang maken van: Ja, dat moet je dan maar afwachten of je aan de en kant terecht komt ofwel aan de andere kant. heb ik dat bedoeld te zeggen. Nee, ik ben begonnen met te zeggen dat ik hoop dat u de Here Jezus kent als Heiland en als Verlosser. Dat u weet: schuld weg, zonde vergeven. Door het geloof in de Here Jezus bent u een kin van God. Ik heb u gezegd, ook de vorige keren, dat u dan de Heilige Geest van God als een onderpand krijgt van uw toekomstige erfenis, uw toekomstige erfenis, de Heilige Geest, toekomstige erfenis. En dat wij op een wolk naar de Here gaan. Is dat dan niet hetzelfde als wat hier staat. Nee, dat is niet hetzelfde. Ik probeerde elke keer nog een beetje duidelijk te maken dat de Gemeente, jij en ik die samen geloven in de Here Jezus vormen immers de Gemeente, door een Geest die in ons is zijn we ook aan elkaar gegeven, in dat ene lichaam gekomen, maar die Gemeente gaat van hier vandaan, die gaat weg. Wanneer dan. Nou, op die wolk. Zomaar, zoals de Here Jezus zomaar uit hun midden wegtrok, rechtstreeks omhoog, weg. Zo gaan we. Dat is de opname van de Gemeente. Wanneer is dat dan. Nou, 24 november, laten we een datum noemen. Half acht of zo, kan toch. Ja, kan., kan echt. En dat betekent dat we misschien niet eens onze contactsleuteltjes niet hoeven te gebruiken straks. Nou, dat is voor de één gewoon jubel, jubel, jubel, jubel, en voor de ander, ja maar, ho, ho, ho, hoe zit het dan met mijn vleespot, hoe zit het dan met mijn was… Nou ja, o.k., weet ik ook niet precies, ik weet ook niet wat ik duiden moet, want er worden pijnlijker vragen gesteld als het dan gaat: Hoe gaat het met mijn familie, hoe gaat het met mijn omgeving, hoe gaat het met mijn…. Dat zijn hele pijnlijke vragen, veel moeilijker nog. Maar ik wil graag kwijt dat jij die gelooft in de Here Jezus zomaar weg kunt gaan. Niet omdat je levensmoe bent, maar omdat de Here Jezus zegt: “Kom, het is zover.” Met een bevelend roepen komt hij niet naar hier met een sikkel om eventjes tussen Veenendaal en Veenendaal te schiften zal ik maar zeggen. Nee, ik bedoel, laat ik het zo maar even noemen, maar hij komt de gelovigen bevelend roepend tegemoet. Hij zegt: “Komen jullie?” En dan gaan we, naar Hem. De Gemeente is weg. Dat is even slikken, want het leven gaat door. Is er nog leven na de Gemeente. Ja, als de Gemeente weg is gaat het leven nog door. het wordt zelfs een soort euforische tijd van: he, he, nou, nu zijn we gelukkig weer onder onszelf, nu zijn we weer onder elkaar. Nou, zo ongeveer gaat het. Al die lastposten die zeiden van: “Je moet je bekeren”, die zijn allemaal weg, dat zeggen ze niet meer, het is over. Het leven gaat verder, het wordt volgens de bijbel een moeilijke tijd, heb ik al geduid, Openb. 8 hebben we al gehad en 9 enfin, we hebben allerlei duidingen al gehad. En het wordt nog moeilijker als er een soort systeem komt waarin je mee moet doen. Het getal van het beest, 666 op je rechterhand of op je voorhoofd. Je kunt niet meer kopen, niet meer verkopen als je niet mee gaat. Nou dat was allemaal al achter ons. De duivel die gaat rond hier op aarde, heeft weinig tijd, gaat geweldig te keer, ziet kans om machtsblokken uit het niets te doen komen. en iedereen moet buigen, buigen. Dat ging hier aan vooraf he. U en ik, wij zagen dat vanuit de hemel. want u en ik zijn niet meer hier op aarde als dit gebeurt. Maar wie zijn er dan wel. Nou, al die mensen die nog niet gekozen hebben voor de Here Jezus. Al die mensen die nog niet gehoord hebben van de Here Jezus. Of dat nu de Moslim-miljoenen zijn of andere miljarden zijn, uit China of waar dan ook vandaan. Ik laat dat los, ik weet dat niet, maar in elk geval heel veel, en, Israël, Israël. In die tijd, de tijd van grote nood, in de tijd dat er politieke machten zijn, in de tijd dat er enorme, enorme afgodische diensten zijn, in die tijd leven er toch nog heel veel mensen. en nu zijn er die wel een beetje mee gaan, maar er zijn er ook die er op lijken. Nou, dat is in die tijd. Nou, dan zeg jij misschien: “O, wacht eens, dus als ik nu niet mee ga, even goed turven he, als ik nu niet mee ga, stel dat dat inderdaad gebeurt om half acht vanavond, we hebben nog een minuut of acht. Als het nu niet gaat. Ja maar dan, dan, ja, o, dan zorg ik wel dat ik bij die club kom waarvan hier staat dat Hij zelf, dat de Mensenzoon mij binnen brengt. Daar zorg ik dan voor, want dan weet ik het zeker, dan hebben die lui die dat altijd riepen, die hebben dan toch wel een beetje gelijk gehad. Ja, dan bekeer ik mij. Ik heb nu nog niet zoveel zin, maar dan doe ik het wel.” Ik hoop dat je het kunt maar ik ben niet zo zeker. En ik wil je niet in de hoek duwen. Ik wil niet naar doen, de bijbel is niet naar, dat is een heel geweldig boek. Maar de bijbel zegt: “Moet je eens luisteren, je moet wel voorzichtig zijn met God he.” God is niet een soort speeltje die je even naar je toe kunt trekken en zeggen: “Nou, nou even weer weg”, en dan later dan trek je weer aan het touwtje en dan komt Hij wel weer wat dichter bij of zo he. Dat is niet waar he, zo is de Here God niet. Hij zegt: “Moet je eens luisteren, als je bewust nee gezegd hebt in de tijd dat je ja had kunnen zeggen, en je komt in deze tijd, dan zend Ik je een geest van de dwaling die bewerkt dat jij de leugen gaat geloven.” Oei, oei, oei, dat kom je in de sfeer terecht van Farao die aanvankelijk een beetje nee zei, maar later ontdekken moest dat God zijn hart ging verharden. He, nou, dus er valt een soort routetje in duigen he, want daar kun je niets mee he. je kunt nu niet zeggen: “Nou, als die lui dan weg gaan om half acht en ik zit hier nog alleen, of nog met twee of drie of vier, weet ik veel wie hier…. Nou ja, ik bedoel het niet te plastisch, maar dat is het dan natuurlijk wel, dan zit je hier nog met z’n vieren. Nou, je hebt alle boekjes, je hebt alle bijbels, je hebt mijn tas, er zit nog een portefeuille in, rijbewijs, sleutel, ik wil hem hier wel neerleggen, dan kun je die ook gebruiken. Ja, kan toch. Maar als je nee hebt gezegd terwijl je ja had kunnen zeggen, nu, dan zendt God een geest van de dwaling, ik citeer de tekst opnieuw, 2 Tess. 2. 2 Tess. 2: God zendt een geest van de dwaling om de leugen te geloven. Nou, daar zit je dan. Dan wordt het op aarde niet zo leuk. Het gaat niet goed hier. En dan komt de Here Jezus uiteindelijk toch om te regeren. Dan brengt Hij wat van Hem is bijeen in Zijn schuur. Wie, nou ik weet sowieso een groot aantal mensen te noemen. Een schare die niemand tellen kan, Israël die op dat moment weer getuige van God op aarde is en vele anderen die geloven, die geloven wat die 144.000 predikers in die tijd gaan vertellen. En de rest, de rest heeft het heel moeilijk. Die zullen als een wijnoogst, en dat wordt niet met tarwe meer vergeleken, maar dan ook ineens met een wijnoogst, want die wordt getreden, en daar loopt sap uit, bloed uit, dat beeld wordt gebruikt, die worden als een wijnoogst getreden. En dat betekent dat het niet zo best is.
De oogst is er. De Here heeft feesten gegeven in Israël, 7 gezette hoogtijden, en dat zijn allemaal oogstfeesten. Dat is een beetje zoeken, maar het is wel zo. Maar de vijand is ook altijd uit geweest op oogst. Als u het richterenboek zou lezen, dan zult u ontdekken dat er heel veel vijanden kwamen. Iedere keer kwamen ze weer opzetten in benden en in groepen. En dan was het die club en dan was het een andere groep. En die gingen altijd de oogst binnen halen. Ik heb, vorige week geloof ik, in een conferentie gezegd: Als Israël ging zaaien zei de vijand: “Laat maar mooi, laat ze maar zaaien” en als ze onkruid gingen wieden zeiden ze: “O.k., laat ze maar onkruid wieden” maar op het moment dat de oogst rijp was zeiden ze “Ah, nu is het onze beurt, heb, ik heb je”, het ging altijd om de oogst, dat was de zegen, en die pikten ze.” De vijand is ook op die oogst gemunt. Daar gaat het hem om. en dus is in deze tijd de oogst een heel belangrijk moment. Als die oogst er is, dan is het de Here Jezus zelf, die dat wat van Hem is, die dat wat bij Hem hoort, in veiligheid brengt. En dan komt er een andere engel die macht heeft over het vuur. Dan heb je dat onuitblusbaar vuur, dan heb je dat vuur uit Matt. 13 om het te verbranden. Maar het wordt vergeleken met trossen die in een wijnpersbak getreden worden buiten de stad. Ik heb er heel lang over gepiekerd de laatste dagen. Nog niet zolang geleden heb ik een keer het voorbeeld gebruikt uit Deuteronomium, van een schopje in je uitrusting hebben, dat was op een Maranatha-dag. Elke Israëliet moest een schopje, om zijn uitwerpselen te begraven, in zijn uitrusting bij zich dragen, moest hij bij zich hebben. En dat schopje moest je dan gebruiken als je, ja, naar het toilet moest, een beetje raar verhaal, maar het staat wel in de bijbel hoor, het is echt heel bijbels. En dan moest je buiten de legerplaats gaan. Daar had de Here God een plekje aangewezen. Wij zouden vandaag zeggen: een latrine. Daar kon je dan terecht en dan moest je je uitwerpselen met een schopje dus bedekken, daar moest je zand over heen gooien. Ik weet niet wie er toen was, maar een aantal van u zijn er absoluut geweest. Er was een plekje waar je met je prut naar toe kon. Nu zeg ik het bewust even zo. Als de Here God zei: “Ik heb een brandoffer, in het OT, dan mocht het op het altaar, op het brandoffer altaar de Here geofferd worden.” Dat was een liefelijke reuk voor God. Hij rook dat graag, vond Hij prachtig. Spijsoffer weren altijd bij het brandoffer gevoegd. Vredeoffers, op het altaar, delen mocht je eten, maar goed, het was toch voor de Here, op het altaar. Maar zond- en schuldoffers, waar kwamen die terecht. Alleen het vet van de zondoffers en de schuldoffers kwamen op het altaar terecht, de energie waarmee het gebeurd was. Maar het schuld- en het zondoffer zelf werd buiten de legerplaats verbrand. Ja, waar jij met je prut naar toe kunt, daarvan heeft God gezegd: “Dat snap Ik, Ik heb zo’n plek waar jij met je, nou ja, waar jij met dat wat weg moet terecht kunt. Daar heb Ik een plekje voor georganiseerd, gegenereerd zelfs. Buiten de legerplaats.” Daarom heeft ook Jezus buiten de poort geleden. Snap je het. Laten we dan, Hebr. 13 aan het eind, tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats, en Zijn smaad dragen. Ik hoop dat je het pakt. De wijnpersbak wordt buiten de legerplaats getreden. Ik zal het nog anders zeggen: “De Here Jezus heeft in mijn plaats de straf van God willen dragen. De toorn van God, het vuur van God, is op Hem terecht gekomen. En Hij heeft daar, buiten de legerplaats, mijn pijn, mijn moeiten, mijn verkeerdheid, mijn overtreding, dat wat bij mij niet goed was, wat weg moest, dat heeft Hij, Hij, Hij alleen willen boeten, buiten de legerplaats.” En als je dat niet gelooft, dan zul je kennis maken met een plaats buiten de legerplaats. Maar dan is er niet Iemand die het voor jou regelt. Dan zul je het zelf moeten ondergaan. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. Want ook onze God is een verterend vuur.
Snap je het beeld hier een beetje. De oogst in twee etappes. daar is aan de ene kant een oogst bijeen brengen om in de schuur, om in de glorie, in de zegen van God terecht te komen. Aan de andere kant zijn er mensen die het oordeel van God ondergaan. Maar het beeld is dat je vandaag dubbel blij mag zijn. Niet alleen omdat het misschien toch binnenkort zover is dat je in een wolk de Here tegemoet gaat in de lucht, maar omdat je weet: Hij, de Here Jezus, heeft mijn straf, mijn oordeel willend dragen. En ik vind dat gelovigen zo bijzonder zijn. Zo uniek zijn. Nou niet vanwege hun huidskleur en ook niet vanwege hun glimlach, want dat valt soms zwaar en zwaar tegen. Maar omdat we zulke egoïsten zijn. Iedere keer weer bij onszelf terecht komen en iedere keer weer aan onszelf denken. Aan eigen belang, aan eigen glorie, eigen plaatsen. Maar we zijn zo weinig betrokken bij de Here Jezus. Al hier een heel klein stukje geschetst wordt wat er dan gaat gebeuren. Wat de Here Jezus zelf destijds had aangegeven, hoe dat zou gaan verlopen. Het ene zal verbrand worden en het andere zal in de schuur worden gebracht als oogst, Matt 13. En je ziet de Mensenzoon die alle macht heeft en Die uiteindelijk gaat regeren en die uiteindelijk gaat heersen, die uiteindelijk de Koning der koningen, de Here der heren gaat worden. Voor Wie elke knie zich buigt en ja, elke tong gaat straks zeggen: “Hij is Heer”, dat gaat komen. En als je dat dan ziet, dat God buiten de legerplaats in het gericht trad. Niet met jou, maar met Hem. het zondoffer en het schuldoffer: buiten de legerplaats verbrand. het ontzondigingswater: buiten de legerplaats. Het is altijd de duiding van: Daarom heeft ook de Here Jezus, buiten Jeruzalem, aan een kruis moeten hangen. Niet in, maar buiten, heel precies. en als je hier ziet dat uiteindelijk de persbak getreden wordt, buiten de stad, dan weet je wat dat betekent. Ofwel Hij deed het voor je of je zult het zelf ondervinden. Nou, dat is weer zo dwangerig weet je wel, zo van nou, een soort van evangelieprediking, en nu je mond open, nu wordt het eventjes in je mond geduwd, en er komt gelijk een soort stamper achteraan, zo van…. Weet je wel, en maar pompen opdat het maar naar binnen gaat he. Zo van, bijna slikken of stikken of zo. De bijbel zegt: “Zo bidden wij u dan van Godswege. Laat u met God verzoenen.” Het is een gebed, dat is een bidden. Dat is een heilig verlangen dat ook anderen de Here Jezus leren kennen.
Openb. 14 gaat over de oogst. En je snapt het nu. Je snapt het Wie daar boven alles is, op die wolk. En je snapt ook dat Hij de enige is Die schiften kan, Die scheiden kan. Ofwel: Hij betaalt voor je. Ofwel: Je staat voor eigen rekening.
De Here zegene ons, amen.