Openbaring 15

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

18. Zingen in de voorhof.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
8 december 2002.

Lezen: Openbaring 15

Het is altijd interessant om jezelf de vraag te stellen: Ben ik daarbij. Als zit gezelschap daar in de hemel zingt, met citers Gods, is dat een gezelschap waar ik ook bij hoor. Is dat mijn zangkoor, mijn groep. Ben ik daar lid van. Nu, niet iedereen heeft vanaf het begin alle studies, alle samenkomsten, bijeenkomsten gevolgd. Dat hoeft ook niet. Je bent gewoon welkom als je één keer komt. Maar in Openb. 5 hadden we al een eerste zangaubade. Ik weet niet of je je dat herinnert, maar in elk geval, het staat er wel. En ze hadden allemaal een harp of hadden allemaal een citer en zongen het nieuwe lied voor het Lam Die op de troon zit. En toen, toen we daarover hebben gesproken is helder geworden dat het daar ging om jou en mij, om de gelovige van vandaag. Nu is niet [belangrijk] of je Ned. Herv. bent of Geref. of Baptist of Evangelisch of zo. Dat is niet onbelangrijk, maar dat is niet het belangrijkst. Het belangrijkste is dat je leven uit God hebt. Dat je echt weet: Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven, en door het geloof in de Here Jezus mag ik uitzien naar een geweldige toekomst bij en met de Here Jezus in de hemel. en ik ga je garanderen dat je daar gaat zingen. Ik heb toen geroepen: “Ook al ben je a-muzikaal, heb je nog nooit een snaar aangeraakt, daar ga je een citer bespelen.” Heb je altijd al graag gewild, voor de een en voor de ander. Het is het meest rare instrument dankbaar, maar het is toch wat de bijbel zegt. En het merkwaardige is dat die citer iedere keer terug komt in de bijbel. Dat is in Openb., dat weet u nog he, Openb. 14 dat is nog heel recent aan de orde geweest, ook citers. Openb. 15 vanavond, citers. en Openb. 5, citers. In het OT vind je dat ook al. Als Elisa een profetie moet uitspreken of wil gaan uitspreken: “Haal mij een citerspeler.” Daar kom je het ook al tegen, 2 Kon. 3 als je het na wilt kijken. Maar ook David. U weet het, hij was bij de schapen, hij kon heel goed met een steen slingeren. Maar hij kon kennelijk ook een citer bespelen. Als Saul, waarschijnlijk een soort plaag van waanzin heeft, dan komt David als een citerspeler bij hem en dan wordt hij rustig. Daar gaat meer vanuit, maar goed, ik zeg het nu maar even een beetje kompakt. In elk geval is daar weer een citerspeler. Dat David een beeld is van de Here Jezus dat wist u al, want de Here Jezus noemt Zichzelf de Zone Davids. He, zou de Here Jezus dan ook citer gaan spelen? Ja, daar zitten we nu he. En als Hij dat zou doen, als Hij daar expliciet een antwoord op had, dan gingen we alle orgels verbranden, toch, dan hielden we allen citers over. Een beetje gelovige heeft een citer. Het staat niet expliciet, dus het staat niet zomaar zonder omweg in de bijbel dat de Here Jezus een citer zou gaan spelen. Maar het is wel merkwaardig dat de citers iedere keer terugkomen. Nou, dat is het eerste.
In deze eerste opmerking zat al de vraag: Bij welk gezelschap, bij welk koortje hoor jij dan. Het jongerenkoor van, of het ouderenkoor van, of het gemengd gezelschap of het ja, Christelijk Gemengd koor te….. Waar horen we bij. Ik kan u zeggen dat iedereen die de Here Jezus Christus heeft leren kennen als zijn Heiland en als zijn Verlosser, en ik hoop echt dat je dat ooit een keer hebt meegemaakt….. Ik mocht vanmorgen ergens spreken in het westen van het land en ja, opnieuw gaan vertellen van de Here Jezus, van Zijn komen hier op aarde, van het feit dat hij vlees en bloed heeft aangenomen, en dan ga je toch zeggen, dat was uit Joh. 1: “Hij kwam tot het Zijne, en zovelen Hem aangenomen hebben, zovelen hebben ook het recht zich een kind van God te noemen, hun die in Zijn Naam geloven.” Je moet Hem wel aannemen. En dat kan heel simpel klinken, een beetje te evangelisch klinken misschien, in jouw oog, maar het is niet simpel. In Joh. 1 staat dat Hij alles gemaakt heeft. Hij is de Schepper, Hij heeft het gecreëerd. Door Hem zijn alle dingen gemaakt en zonder Hem is geen ding geworden dat geworden is. Hij heeft het allemaal gedaan. En bovendien is Hij de eigenaar. Het is ook nog van Hem. Het is dus niet zo dat hij het gemaakt heeft en daarna gezegd heeft: “Nou, nu kun jet het zelf wel, nu red je je maar.” Nergens blijkt dat. Nog preciezer, de Here Jezus is de Eigenaar. En Hij komt tot het Zijne. Dat is niet alleen Hij komt in Israël, Hij komt bij de Joden. Dat is ook waar, maar dat betekent het niet. Hij komt tot het Zijne, Hij komt in Zijn Eigen bezit, in Zijn Eigen creatie. Dat wat Hijzelf gemaakt heeft is op dat moment het terrein, het gebied waar Hij komt. Daar hoor jij ook bij. Dat valt niet te ontkennen. Toen jij geboren werd is waarschijnlijk een kaartje de deur uit gegaan met iets van nou ja, de Schepper en mooi gemaakt en schitterend geworden en geweven, nou ja, wat voor termen je ook maar kunt bedenken, maar er is iets gebeurd. Je hoort ook bij dat bezit van Hem. Even nog niet praten over: Ben ik nu gelovig of ben ij nu niet gelovig. Zuiver het feit dat je een mens bent, dat je hier op aarde bent, betekent dat je van Hem bent. Alle zielen zijn van de Here zegt het boek Ezechiël. Alle zielen, niet één uitgezonderd. hij kwam tot het Zijne. Hij kwam in Zijn Eigen bezit, in Zijn Eigen bedoening. En de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Zo staat het in de bijbel in Joh. 1. Nou, wie zijn dan die Zijnen, nou dat zijn mensen. mensen zeiden: “Nou, so what.” en zo gaat het vandaag nog. Iedereen denkt dat hij ja, nou ja, jij bent nu zo gelovig, jij bent wat religieus en jij bent wat overtrokken misschien en dus heb jij dat probleem, maar, nou ja. Niemand kan daaraan ontkomen. Als je hier bent en de Here Jezus niet welkom geheten hebt in Zijn Eigen schepping, in Zijn Eigen werk, dan is het niet best met je. En dat wil ik heel, heel helder zeggen vanavond. Ik hoop dat je Hem welkom geheten hebt, dat je tegen Hem gezegd hebt: “Here Jezus, wat fijn dat u gekomen bent. Wees welkom Here, kom in mijn hart, kom in mijn leven. U bent welkom Here.” Ieder die Hem welkom heet mag zich een kind van God noemen. Nou, is dat moeilijk. tegen Hem zeggen: “Wees welkom Here en……” Ja, maar mijn zonden dan en moet ik dan niet in de schuld komen. Ja, je moet in de schuld komen. Maar dat zal de Heilige Geest echt gaan doen hoor, maak je maar niet ongerust. Dat komt, beslist, dat komt heel zeker. Maar begin nu eens met gewoon tegen Hem te zeggen: “Here Jezus, U bent welkom.” En iedereen die dat gedaan heeft mag zich een kind van God noemen. En die mensen horen in Joh. 1, het was nog steeds Joh. 1, weet je wel, evangelie van Johannes, hoofdstuk 1. En al die mensen horen dat Johannes zegt: ‘Kijk, daar heb je het Lam van God, dat de zonden van de w…….” Oh, dus Hij is de Schepper, Hij is God zelf, Hij is vlees en bloed gaan aannemen en Hij is degene die in Zijn Eigen bedoening kwam en Hij is ook degene die het Lam van God is om de zonden van de wereld weg te nemen. Ja precies, het is allemaal Dezelfde. Vanaf het moment dat je Hem welkom heet zal het zondeprobleem aan de orde komen. De Heilige Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. En de Heilige Geest maakt je helder dat je zomaar niet bij God kunt komen, maar dat je door het geloof in de Here Jezus vrede met God kunt krijgen. Schitterend, iedereen die Hem welkom heet mag zich een kind van God noemen. Is dat moeilijk. Nou eigenlijk moet iedereen zeggen massaal: “Nee, dat is niet moeilijk.” en we hebben het zelf misschien wel drie keer uitgesteld of duizend en drie keer uitgesteld. En er zijn nog steeds mensen die zeggen: “Ja, ja, dat gaat zomaar niet.” En daar gaan we weer. Dan laten we onze theorieën er op los, onze theologieën er op los en we weten niet meer waar we het zoeken moeten. Als je de Here Jezus hebt leren kennen, als je Hem welkom hebt geheten, dan ben je een kind van God. Dan hoor je bij een heel bijzonder gezelschap. En de meesten hier horen bij dat gezelschap. Misschien iedereen, ik kan niet in je hart kijken. Maar allen die Hem als hun Heiland kennen horen bij een heel bijzonder gezelschap. Die hebben van God de Heilige Geest gekregen. Niet de geest gegeven, maar de Geest gekregen. dat is een heel ander groepje, begrijp je, de Heilige Geest gekregen. En die zijn door diezelfde Heilige Geest verbonden aan de Here Jezus, en dat gezelschap blijft hier niet lang. Daarover hadden we het de vorige keer. Die mensen die gaan misschien wel binnen nu en anderhalve week, laten we zeggen voor de kerst, zei ik vorige keer, misschien vanavond, maar ik heb geen datum. Maar in elk geval, we gaan, heel spoedig, naar Hem. En we worden bij Hem gebracht. En we gaan als we hem zien uit ons dak. Sorry hoor, er is helemaal geen dak meer. Nou, o.k., zeg het dan anders, ja, in de wolken. We zijn in de wolken, ook goed. We zijn in de wolken, we gaan in wolken de Here tegemoet in lucht. Maar als we Hem zien, dat bedoel ik eigenlijk te zeggen, dan houd je jezelf ook niet meer, dan ga je Hem prijzen, dan ga je Hem bejubelen, dan ga je Hem bezingen. En dan krijg je dat gezelschap in Openb. 5 met citers die dan ineens Hem gaan zien en zeggen: “Hij, Hij is alles.” Het nieuwe lied wordt daar gezongen. Jij en ik horen bij dat gezelschap. dat is het Christelijk Gemengd koor uit Veenendaal, daar in de hemel. Nou ja, dit gezelschap. Ik ben blij dat er ook andere plaatsen in betrokken zijn, want stel je voor dat het Veenendaal zou zijn. Heb ik even pech met Overberg waar we een huisje, een vakantiehuisje hebben. Jij en ik horen bij dat gezelschap. Is dat het enige koor in de hemel. Ik dacht dat er een hele rij koren zou zijn, dat er een soort uitvoering zou komen van muziek en zo en zang. Klopt, maar het is niet zo dat je alleen luistert naar wat anderen zingen, je moet ook zelf zingen. Jij en ik gaan daar in de hemel het nieuwe lied zingen. Hoe zal dat lied klinken, welke melodie. Ik wordt soms gebeld, ja soms tot vervelens toe, en er belde een mevrouw op, drie keer per dag, die had eerst Henk Binnendijk drie keer per dag gebeld en toen…. Ik was nu aan de beurt. Dan krijg je zo’n soort beurt he. Dan moet je heel vereerd zijn dat zo’n mevrouw je drie keer per dag opbelt natuurlijk, want dat is natuurlijk wel iets bijzonders. Ja nou, misschien had ik het niet moeten vertellen. Maar op een gegeven moment zegt ze tegen mij: “Ik heb het nieuwe lied gekregen.” Voor die tijd hadden we elkaar nog nooit gezien dus: “Ik heb het nieuwe lied gekregen.” Dus ik zeg: “Zing het eens.” Dat had ik nooit moeten zeggen natuurlijk. Dat is dan min of meer zo’n flapuit. Nou, dat begon op de wijze van falderalderiere falderalede. Nou, toen dacht ik: Nee, dat zal het niet zijn. Maar hoe het dan wel zal zijn weet ik ook niet. Ik weet het niet, ik heb de melodie niet. Ja echt, ik heb dubbel gelegen, maar ze heeft het misschien niet gemerkt. Maar ze bedoelde het wel serieus, ze wilde zo graag de Here Jezus gaan eren en prijzen. Jij gaat zingen he, o.k.
Een tweede gezelschap hadden we in hoofdst. 14. Daar zagen we die 144.000 rondom het Lam staan op de berg Sion, en die zongen ook, en die hadden ook citers. En we hebben toen gezegd: “Die 144.000, oh ja, ja ja, dat waren de mensen uit Israël. Dat klopt, want dat is heel precies in de bijbel geduid he, daar staat heel precies 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam, 12.000…., en dan worden die stammen allemaal genoemd. Nou, dat kan gewoon niet missen, dat is heel precies, dat is Israël. O, dus vandaag krijg je dus een soort zangkoor uit de aardse volkeren, uit de volkeren, straks in de hemel aan het zingen. Ja, jij en ik, straks in de hemel. En we zijn het eerst aan de beurt. Let op, het eerste ben je aan de beurt. Het eerste koor dat gaat zingen dat is dit koor. En het tweede gezelschap is Israël. Als de Here Jezus in de druk van de tijd, als het heel, heel zwaar en moeilijk is. Dat volk ziet in bittere nood, want ze krijgen het echt voor hun kiezen dan, sorry dat ik het een beetje populair zeg misschien, maar ze krijgen het heel moeilijk. En in die tijd, je zou zeggen: “Er blijft niets over”, is dan ineens de Here Jezus in het midden van een heel select gezelschap: Israël. En ze zingen daar een lied die alleen zij kunnen zingen. Dat is niet voor ons bedoeld, zij, zij hebben een heel speciaal thema.
En nu krijg je het derde gezelschap, in Openb. 15. Dat derde gezelschap zingt ook. Zingt niet op de berg Sion, is ook niet hetzelfde als de Gemeente. Een beetje moeilijk he. Nou, ik probeer het op zo’n manier te vertellen dat het je misschien gaat pakken, dat je die drie koren in elk geval gaat zien. En dat derde gezelschap is hier in de hemel gezien. Maar dat gaat om een plaats wat wij dan noemen, aan de glazen zee. Nou, daar zijn heel veel liederen over. Over de glazen zee, het koor aan de glazen zee, de zee van kristal of zo. Zo wordt dat dan wel eens in liederen uitgedrukt. Nu, om de lokatie eens een klein beetje helder te krijgen, heb ik dat al in die titel gestopt. Het werd al gezegd zopas: Zingen in de voorhof.
De glazen zee. Sommigen denken dat je dan een soort beeldspraak hebt vanuit het boek Exodus, waar sprake is van het eerste lied uit de bijbel. en dat eerste lied is het lied van Mozes, wordt hier ook genoemd, wordt aan gerefereerd, en dat eerste lied van Mozes werd gezongen aan de Schelfzee. U weet het: Ze waren uit Egypte gekomen, ze waren door de Schelfzee gegaan. God had een pad gegeven dwars door het water heen. En aan de andere kant van het water, toen het weer teruggevloeid was en de Egyptenaren verdronken waren, toen hebben de Israëlieten gezongen. Nou, ook zoiets van oordeel van God, vernietigende situaties, en een gezang. Het lied van Mozes: Het paard en zijn ruiters stortte Hij in de zee. Dat is ongeveer het thema, in elk geval het refrein van dat lied. En dat betekent in onze taal: Alle instrumenten van de vijand, alle apparatuur, alles wat wapentuig heet, het paard, allemaal gezien in dat paard, de kracht en degene die dat bedient, degene die daar op zit, die daarvan gebruik maakt. Die, laat ik maar zeggen, dat paard gaat mennen en dat paard gaat inzetten voor. Dus het paard en zijn ruiter, dus alle macht van de tegenstander en de tegenstander zelf, zijn verzwolgen, het paard en zijn ruiter. Nou, Hij is overwinnaar. je zou ook mogen zeggen: “het paard en zijn ruiter is verzwolgen, stortte Hij in de zee.” Het is een schitterend lied van overwinning en van eer aan degene die die overwinning heeft bewerkstelligt. het paard en zijn ruiter. Dus zou hier, in Openb. 15 toch, ja, misschien een situatie geschetst zijn van het zingen daar aan de Schelfzee. Meestal wordt dan de Rode Zee genoemd, maar dat klopt naar mijn overtuiging niet, maar misschien ben ik dan te pietluttig, want ze zijn toen niet door de Rode Zee getrokken. Dat zegt dat liedje wel: Hoe kwam Mozes door de Rode Zee. Weet je wel, via een tunnel, een brug, nou. Maar het was wel een zee, de Schelfzee, dus laat die discussie maar los. Maar feit is dat ze daar gezongen hebben aan de oever van een zee. Dat is in elk geval duidelijk. Maar toch, in dit stuk, dit deel van het laatste bijbelboek gaat ineens toch weer over de tempel en over de tabernakel. Het begon al in hoofdst. 11, aan het eind. Misschien weet je dat nog. De hemel ging open, ik zal het je nog even voorlezen, hoofdst. 11: En de tempel Gods die in de hemel is, Openb. 11:19, ging open. En de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. Het gaat ineens over een tempel in de hemel. Vorige keer hadden we het altaar, vs 18 van hoofdst. 14: En een andere engel kwam uit het altaar. En nu gaat het verder over ja, vs 5 van ons hoofdst.: Daarna zag ik tempel van de tent der getuigenis in de hemel die open ging. Het gaat om een tempel. En u weet misschien toen Salomo de tempel bouwde, de tempel van de Here bouwde die dan altijd aangeduid wordt als de tempel van Salomo, toen heeft hij een wasvat gemaakt. En nu mag u zelf gaan zoeken, maar hoe wordt dat wasvat geduid. ‘t Is niet een vraag van 1 milj. Euro of zo, met drie opties, met hulplijnen. Nou, je mag wat mij betreft alle hulplijnen gebruiken die er zijn. Maar hoe wordt dat wasvat genoemd: De zee. De zee, op runderen, een onderstel van runderen, een enorme bak met water. Water in een bak gemaakt van koper. In het OT als het om de tabernakel gaat, nog van de spiegels van de vrouwen gemaakt. Mannen hadden toen nog geen spiegels, dat is nu allemaal anders he, maar toen hadden alleen vrouwen spiegels, nu niet meer, toen de vrouwen. En dat waren allemaal stukjes koper, gepolijst, gepoetst. Er was geen glas, glas moest nog worden uitgevonden. Dus je poetste zo’n koperen plaat op en je zag jezelf. Koperen zee, de zee. En ik ben er voor mezelf van overtuigd geraakt broeders en zusters, beste vrienden, dat we hier, bij de zee van kristal of, zoals hier staat een zee van glas met vuur vermengd, dat je hier moet denken aan het wasvat, en dus aan de voorhof. Dus ik ben al ondeugend geweest en ik heb de titel al “Zingen in de voorhof” genoemd, dus bij voorbaat al mijn stelling aangegeven. Maar ik heb daar vrij harde bewijzen voor. Misschien nog een beetje vaag voor je, maar het doet niets af aan het gebeuren. Maar misschien helpt het je, om nu ineens dit gezelschap te zien in de hemel. En daar is een soort tempel in de hemel. En daar is een altaar. En daar is een reukofferaltaar, hadden we ook al in hoofdst. 8, ook al gevonden. En we hebben vuur van dat altaar. En we hebben de ark van het verbond al gevonden, hoofdst. 11 aan het eind. Het is alsof de hele tempel, het hele tempelgebeuren, in de hemel gesitueerd is, nu, op dit moment, en dat daar een heel gezelschap staat die het altaar al voorbij zijn, en ze zingen daar. Ik weet niet of je je dat kunt indenken, eigenlijk moet je dat gaan schetsen, sommigen zijn op tabernakelstudies geweest. Maar je weet het he. Er was een omheining om de tabernakel en later bij de tempel. Maar die volgorde van voorwerpen is zowel bij de tabernakel als bij de tempel gelijk. Dat is hetzelfde. Maar je kwam binnen door een deur, er was maar één deur, mooi is dat he, één deur. Goed, je kon één deur binnen en dan loop je pardoes tegen dat altaar aan. Daar kun je niet aan voorbij. Dat is ook levensgroot, dat was heel, ja, wij zouden zeggen massief, dat kun je niet over het hoofd zien. Een altaar, daar loop je echt tegenaan. In de tabernakel was dat altaar al 1.65m, zo hoog waren die mensjes toen ook, veel groter waren ze niet toen. Maar echt, levensgroot, heel, heel nadrukkelijk, heel prominent. En ja, bij dat altaar, daar stopte je, want dat moest je voorbij. En wie mocht er voorbij het altaar komen. Alleen de priesters, de rest niet. En priesters die mochten bij het wasvat, bij de zee, mochten ze hun voeten, hun handen wassen. En daar zie je dit gezelschap nu staan. Het altaar voorbij. Zal ik het eens proberen te zeggen. Je hebt besef van wat op dat altaar is gebeurd. Nog anders, we snappen een beetje van hét altaar aller tijden, het kruis van Golgotha. Het Lam Gods, het Lam dat de zonden van de wereld wegneemt. De Here Jezus, Mens geworden om het Lam van God te zijn. God die ging voorzien, God die voorzag in een Lam ten brandoffer, Genesis. We hebben daar een keer, een aantal maanden terug, over nagedacht, Over JHWH die voorziet, Jere, JHWH, die voorziet. Nou, waarin voorzag de Here dan, in een lam. Maar, het altaar. Daar sta je ineens oog in oog met het offer, het offer, het offer. Het Offer in mijn plaats gebracht, in mijn plaats daar neergelegd. je kunt wel springen van blijdschap. je kunt wel jubelen. je kunt wel uit je dak gaan, omdat je weet dat jouw schuld, jou zonden, jouw verkeerdheid, jouw verdorvenheid, door de Here Jezus is vereffend. En dat Hij, door het geloof, in Hemzelf jou en mij eeuwig leven geeft. Je bent het altaar voorbij. en als je het altaar voorbij bent, dan zeg ik het een beetje plastisch, dan zie je dat vuur van dat altaar, dat was door God zelf aangestoken. Niet Mozes had een paar leuke stenen gevonden en daarmee geslagen zodat hij vonken kreeg of zo, zodat er een vuurtje ontstond. Nee, God zelf had vuur van de hemel gestuurd. Want onze Gos is een verterend vuur. Dat vuur van God was op dat altaar terecht gekomen. En op dat altaar lag het lam, lag het offerlam. En dat vuur is terecht gekomen op dat offerlam. He gelukkig, nou, ik bedoel eigenlijk te zeggen. het is zegenrijk, het is geweldig. Maar God blijft een verterend vuur. En als je dat altaar voorbij bent en je ziet dat van datzelfde altaar vuur genomen wordt om op aarde te gooien, om het oordeel te brengen, dan zie je het contrast he. Hier is dit gezelschap het altaar voorbij, van datzelfde altaar wordt vuur op de aarde geworpen, met alle, alle gevolgen daarvan. En zij staan daar te zingen bij die glazen zee. Het is inderdaad rimpelloos. Je ziet jezelf erin. Het lijkt op kristal, daar staan ze een lied te zingen. En ze hebben de citers Gods. Wie zijn dat. Nou, dat staat er bij. Dat zijn zij die in die hele moeilijke tijd zich niet hebben laten inpakken door het getal van het beest, door 666 en alles wat eraan vast zit. Dat staat er, heel expliciet. Daar hoef je niet over te piekeren, dat kun je gewoon eruit halen, dat is hele heldere taal. Dus mensen die in de tijd dat er een beest op de troon zit, dat er een afgodsbeeld in Jeruzalem staat, toch weigeren om mee te gaan met de hele goegemeente. En die dan toch zeggen: “Nou, dan maar niet kopen, dan maar niet verkopen, maar wij gaan ons niet conformeren aan dat stelsel. We gaan niet mee met dat afgodische gedoe. We willen niet een knieval maken voor een afgod in Jeruzalem. En we gaan ook zo’n koning die op de troon zit, die zichzelf als God aan dient, die gaan we niet vereren.” Dan ben je een beetje Daniël-achtig. Weet je wel van die vrienden van Daniël, die op een bepaald moment gezegd hebben: “Koning we willen u dienen, we willen u eren, maar we gaan niet voor u een knieval maken. Dat doen we niet.” Nou ja, vuuroven dus. Vuuroven dus. Maar nu, nu blijkt dat een vuuroven precies een omgekeerd effect heeft. Vuur komt op de aarde terecht met het oordeel en alles wat daaraan vast zit. En zij, zij die nee gezegd hebben tegen 666 op hun hand of op hun voorhoofd, zij die bleven kijken naar Hem, Die hen gekocht had, zij staan nu te zingen bij dat wasvat. en wat zeggen ze. “Groot en wonderbaar zijn Uw werken.” Ze hebben het lied van Mozes opnieuw gezongen en ze hebben daar bij een nieuw lied, het lied van het Lam.
Ik zou graag luisteren als zij daar zingen het lied van Mozes. Het lied van Mozes nog een keer geciteerd: “Het paard en zijn ruiter stortte hij in de zee.” Het lied van het Lam: Hij heeft het gedaan op het kruis van Golgotha. O Heilig Lam van God, U hebt op Golgotha. Of: Op het Godslam rust mijn ziele. Of ja, een ander lied: Halleluja, lof zij het Lam, die onze zonden op zich nam. Wiens bloed ons heeft geheiligd. Zoiets. Of dat de woorden zijn van straks, ik weet het niet. Ik weet alleen dat ze daar het lied van Mozes zingen en het lied van het Lam gaan zingen. En dat ze daar samen God gaan prijzen. Hoor ik dat. Ja, u zit eerste rang te luisteren. Echt, dat kan ik u verzekeren. Dat heb ik u al eerder uitgelegd. U en ik komen als eersten aan in de hemel. We worden dan ook de gemeente van eerstelingen genoemd, door God uitgekozen. Een heel bijzonder, heel uniek gezelschap. En we zullen daar zijn en we zullen eerst zelf gaan zingen. Het is niet zo dat u anderen alleen maar laat zingen. Dat gebeurt in de kerk soms ook, dat je alleen maar een koortje of een soort zanggroepje laat zingen en ja, je houd jezelf dan een beetje op de achtergrond. Nee, eerst zelf zingen. Hebben we toch gedaan he. En dan horen we Israël zingen op de berg Sion. Waarom op de berg Sion. Nou, dat is de Koningsberg, dat is de troon, de troon van de Koning. Sion is altijd annex met de Koning en Zijn troon. En nu krijg je een gezelschap in de hemel. Nou je mag van mij ook zeggen op de berg Moria. In elk geval, op een andere plek. En daar zingen ze prachtige dingen over God: Wonderbaar, werkelijk, zijn Zijn werken, rechtvaardig en waarachtig. Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen. M.a.w., wat ze ook bedenken, welke politieke partij ook gaat winnen, hoe het ook gaat, U, U bent in de troon, U bent de Koning. U bent de Here, U bent de verhevene. U bent de overwinnaar. Het paard en zijn ruiter, alle instrumenten, of het nu de instrumenten zijn van meneer Saddam in Irak, of dat dat de instrumenten zijn van meneer Bush in Amerika, of dat het de instrumenten zijn die we niet eens kennen, geniepige instrumenten die via de computervirussen binnendringen in alle bestanden die maar denkbaar zijn, die maar op te noemen zijn. Hoe die vijand ook te keer gaat, wat er ook gebeurt, Hij is overwinnaar. Het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee. En wie is die Hij, het Lam dat geslacht is. Dus de combinatie is niet alleen de krachtpatserij, de overwinnende kracht van God de Here, maar het is op hetzelfde moment het Lam dat aan een kruis Zijn leven gaf. Die op het altaar stierf om jou en mij voor altijd gelukkig te maken. Heb je ooit in je leven dit lied gezongen. Nou ja, de precieze woorden hebben we niet, de melodie hebben we ook niet, maar we hebben we indicatie genoeg. We zijn het altaar voorbij, toch.
Maar je weet dat God heilig is. En dat God genade aanbiedt. Dat God nog steeds zegt: “Wie wil, neme het leven, neme het water des levens om niet.” Kom maar, als je wilt, kun je komen. Ere hoeft niemand verloren te gaan, allen mogen komen. Maar als je het niet doet, de toorn van God blijft op je. Was al op je, vanwege je schuld, vanwege je zonden en zo. Maar dan blijft die toorn van God op je.
Een schitterend gezang daar in de hemel. Jij en ik waren er al. We zien Israël zingen. We zien ook deze mensen uit de grote verdrukking, dat is de tijd waarover het gaat, ineens als een soort zangkoor naar buiten treden. En we zien ze ineens in jubelende stemmen de Here prijzen, groot en wonderbaar.
En daarna, en daar gaat het eigenlijk over, gaat de tempel van de tent der getuigenis open. Dat is een moeilijke uitdrukking. U kunt zich voorstellen, als je de bijbel bestudeert en probeert er achter te komen wat de echte betekenis is, dat dat best lastig is. er is natuurlijk sprake van een tent der getuigenis, en dat wordt altijd gebruikt in verbinding met de tabernakel. En er is sprake van een tempel. En het is alsof die beide dingen in elkaar geschoven zijn hier. Alsof ze tot een eenheid zijn gemaakt. Want hier staat: En ik zag de tempel van de tent der getuigenis. Nou, tent heeft iets te maken met tijdelijk, weet je wel, bivakkeren ook, tabernakel, tent, het woord tabernakel betekent gewoon tent. Dat is iets tijdelijks. Tempel heeft iets van permanent zijn, iets definitiefs. Maar nu gaat de tempel van de tent der getuigenis open. Het is alsof de bijbel dan zegt: “Ik zal je nu laten zien wat ik destijds al als permanent zag. Al was het in een soort tijdelijke setting, een tijdelijke behuizing. Het was nog om door de woestijn te trekken. Het was om jullie bij te staan in jullie tocht.” Maar toch, er zat ook iets eeuwigs in. Ook al was die tent op zich aan de tand van de tijd onderworpen. Die tabernakel is op een bepaald moment vervangen door een tempel. Nou, moeilijk, maar probeert u het eens. Er is en tempel, een soort permanent element in een tijdelijke behuizing. Nou ja, dat is een moeilijke zin. Ik heb het er zelf ook moeilijk mee. Het zal wel niet overkomen. Nou, u bestelt het bandje, u luistert gewoon 12x , elke dag 12x en dan dringt het wel door. Het gaat niet om mij, het gaat erom dat de Here zegt: “Ik heb altijd, altijd iets bijzonders gezien in Mijn getuigenis. En hoe zwak het ook was, hoe het ook aan de tand van de tijd onderworpen was, hoe moeilijk het soms ook was en hoe zwaar het was, toch heb ik er iets permanents in gezien, iets eeuwigs in gezien. en dat wat Ik er in zag, wat Ik er ook toen in zag, toen het misschien verplaatst werd, toen het misschien gedragen werd, toen het misschien wel afgeschaft werd, toch heb ik er iets bijzonders in gezien.” Nou, dat komt nu naar buiten, dat komt nu naar voren, dat wordt uit de doeken gedaan.
En dan gaat er iets gebeuren. Die tempel of die tabernakel gaat open, die tent der getuigenis gaat open en er komen engelen uit, zeven engelen. Die zeven engelen worden gekleed in wit fijn linnen met een gouden gordel. Nou, dan moet u weer aan de slag, want iedere keer als de Here Jezus zichtbaar wordt als de Mensenzoon, Dan. 7, Dan. 10, Openb. 1, iedere keer wordt Hij voorgesteld als wit linnen met een gouden gordel om. Dus eigenlijk wordt dit gezegd: Er komen zeven engelen uit de tegenwoordigheid van God, uit het verblijf van God zelf, waar Hijzelf was, dicht bij de troon. Daar komen engelen uit die het tenue hebben van die Mensenzoon, van Degene die alles zal overwinnen en die alles zal beheren. Hij is de Here der heren, de Koning der koningen, de Mensenzoon, de Koning der koningen. Alle knie buigt zich, alle tong belijd dat Hij de Here is. Het is alsof die engelen vanuit Zijn nabijheid, vanuit Zijn eigen huis, vanuit Zijn eigen vertrekken, vanuit Zijn eigen troon naar buiten treden, maar uiterlijk zien ze er uit alsof ze Hemzelf zijn. Nu, het gaat hier om engelen, heel nadrukkelijk. Is dat vreemd, nee, dat is niet vreemd. Ik heb wel eens geprobeerd om in avonden over discipelschap, te vertellen dat het voor de discipel genoeg moet zijn om te worden als de Meester. Dan kun je denken aan de manier waarop Hij sprak, zo spreken wij ook. De manier waarop Hij handelt, zo handelen wij ook. De manier waarop Hij reageert en er is. Steeds lijken op de Here Jezus. Matt. 10:25 is een sleuteltekst voor een discipel. Het is de discipel genoeg om te worden als de Meester. De eerste gelovigen werden christenen genoemd. Die hebben niet zichzelf het woord christenen aangepraat, dat kregen ze. Want mensen zeiden: “Die zijn bij Jezus geweest.” Ze herkenden hen dat ze bij Jezus geweest waren. O, ja je bent ook zo vroom. Nou ja, dat kan. Lijkt u al een beetje op de Here Jezus. Dat is een beetje moeilijk he, want u hebt geen kleurenfoto van Hem. Ja als u nou een kleurenfoto had dan ging u uw haar zo verven dat u dezelfde….., jawel, u kunt geen haar wit of zwart maken, maar tegenwoordig lukt dat wel. een paar middeltjes, echt hoor, ik heb mijn kleur ook al gevonden bij de drogist. Ja, 1213G, die G staat voor grijs. Ik bedoel dus niet of uw kleur hetzelfde is als Zijn kleur, maar of u innerlijk op Hem lijkt. Zou de Here Jezus herkenning krijgen in ons gedrag, in onze uitingen, gewoon als mensen ons tegenkomen. Ja, dat moet toch iets bijzonders zijn. Weet je waar dat begint. Ik denk in Bethlehem. Ook voor mij hebt G’ uw rijkdom ontzegd, werd G’ in stro en in doeken gelegd. “Wie is er nederig en klein, die zal bij ons de grootste zijn” zegt de Opwekkingsbundel. Wie is er zo klein, wie kan zichzelf zo vernederen. Ja, in theorie. Maar als ze u morgen een beetje dichterbij komen en een paar nare woordjes zeggen, dan….. Ik ken mijzelf een beetje weet je, hakken in het zand. Nou, bleef het daar maar bij. Handen in de zak, bleef het daar maar bij. Lijkt u op de Here Jezus. Kribbetje, een kruis. Hij kwam tot het Zijne, het was allemaal van Hem. Hij had het allemaal zelf gemaakt, het hoorde bij Hem, het hoorde bij Zijn bezit, het hoort allemaal bij Zijn erfenis. Nu ben je in het blad Quote echt no. 1 met stip bovenaan, weet je wel, van de rijken en al die…… En dan kom je in Bethlehem en dan zeggen ze: “Nou nee, nee nee, voor U is geen plek, nee nee. Maar er staat nog een soort schuur daar achter in een weiland”, toch. Als de Hilton-directie er achter komt wie de hooggeëerde gast is, dan bieden ze 20x excuses aan. Maar wie ben jij dan, lijk je er al een beetje op. Of ga je op je strepen staan, van: Wie denk je wel wie je voor je hebt. Nou, ik ben hier de baas in huis. Mijn haan kraait hier koning. Is dat de Here Jezus, mannenbroeders. Nee, echt niet. Ik wil het gewoon zo zeggen. Deze oordeels-engelen leken op de Here Jezus toen ze uit zijn nabijheid kwamen. En dan kun je zeggen: “Ja, dat wordt me daar even een gebeuren zeg, nou, als die mensen [bedoeld wordt engelen, dv?] losgelaten worden met hun schalen vol. Nou, dat gebeurt in hoofdst. 16, er gebeurt heel, heel erg veel daar aan oordeel, aan narigheid. Maar het gaat mij vooral om hoofdst. 15 vanavond. Dat snap je, want dat is aan de beurt.
Lijk jij al een beetje op de Here Jezus. Want je bent toch zo dicht bij Hem. Hebr. 10 zegt dat jij altijd vrije toegang hebt tot de troon van de genade. en Hij is bij je en neemt je mee naar binnen. Een nieuwe en een levende weg. je mag bij Hem zijn. Eigenlijk direct Zijn stem horen. En we gaan er uit en we lijken weer op de Dato van vroeger. Jammer eigenlijk. Hier is het zo dat die zeven engelen ineens naar voren komen. Dat huis van God wordt met rook vervuld en niemand kan dat huis binnengaan. Ineens is de heerlijkheid van God, de glorie van God, de schittering van God, de Sjechina, weet je wel, die wolk, de wolk der heerlijkheid, werd vervuld met rook of met de wolk vanwege de heerlijkheid van God. Ineens is alles vol van de glorie van God, alles vol. Toen Mozes de tabernakel klaar had, toen vulde de wolk dat gebouw dat net gebouwd was, de tabernakel. En niemand kon binnengaan. Toen Salomo die tempel klaar had, vulde de heerlijkheid van God, de glorie van God de tempel door Salomo gebouwd en niemand kon de tempel binnengaan. Hier, als die engelen naar buiten komen en, ja, in hun ornaat klaar staan om die schalen te krijgen waardoor ze straks oordeel gaan brengen hier op aarde, dan is de tempel vervuld met glorie, met heerlijkheid en niemand kan daar binnengaan. Nou, we kunnen amen, amen zeggen, maar er is nog een element. Als er niemand kan binnengaan is er ook niemand die voorbede kan doen. Dan is er niemand die tot God kan roepen: “O Here spaar.” Weet je wat in de bijbel staat. Dat de priesters moeten roepen: “O Here spaar, o Here ontferm.” En niemand kan naar binnen gaan. Dat is zo klemmend dat je tegen iedereen wel zou willen zeggen: Er komt een tijd dat er absoluut niet meer gebeden kan worden, dat er geen bidders meer zijn. “Ja, die zijn er misschien nog wel”, zult u zeggen, maar God zegt: “En nu is het even voorbij, nu kan het niet meer.” Het is alsof de Here God Zelf door Zijn eigen heerlijkheid, door Zijn eigen glorie de deur voor voorbede afsluit. Dat komt zo krom over, maar het is niet krom. God is te heilig, te rein van ogen om die ene van jou over het hoofd te zien. Dat heb ik 100x gezegd. En nu zegt God: “En hoe krijg ik die Dato dan ooit een keer bij Mij in het huis van Mijzelf, in het huis van de Vader.” Als Hij die ene zonde van mij niet over het hoofd kan zien, hoe kom ik daar dan. Als God zo heilig, zo rein is, want dat zeggen ze ook he: “Heilig, heilig.” Hoe kom ik dan in de hemel. Nou, nooit één kans natuurlijk. Toen heeft God gezegd: “Weet je, Ik doe het anders. Ik ga naar deze aarde en Ik ga voor Dato en voor zijn ene zonde.” U hoort het he, hoe vroom ik ben, ik heb maar één zonde. Hennie weet er nog een paar maar dat zegt ze nog steeds niet. Snap je, genoeg he. Nee, maar voor mijn schuld, voor mijn zonden, zonden, kwam de Here Jezus en dat is vereffend. Glorie van God. Daar aan het kruis daar zie ik de glorie van God. Het vuur van God en de heerlijkheid, de majesteit, de genade, de liefde, de barmhartigheid, de vriendelijkheid, de welwillendheid, ik zie het allemaal. Maar is God daarmee veranderd. Is God dan ineens een andere God geworden. Nee, Hij is nog steeds zo. En als je niet dat geweldige werk van de Here Jezus naar binnen gebracht hebt, Hem ontvangen hebt, Hem in de troon van je hart geplaatst hebt, dan zal diezelfde heerlijkheid, diezelfde glorie, diezelfde schitterende diezelfde wezenskenmerken van God, die zullen tegen je getuigen. Nou, dat gebeurt hier. Dat is niet zo vreemd, want God is niet veranderd. Hij is nog steeds de heilige. Het is niet waar dat Hij een soort super Sint Nicolaas is of super kerstman is, super grootvader is. Hij is de heilige en Hij kan nog steeds die ene zonde niet door de vingers zien. Er komt een tijd dat het oordeel van God uitgegoten wordt. Geen voorbede meer, geen bidders meer. Het is alsof de zaak, wat dat betreft, potdicht zit. Je hoort mensen nu wel eens zeggen: “Het is alsof de hemel van koper is, alsof je er niet in doordringt, alsof je niet verder kunt komen.” Nu, dat is dan zo.
Datzelfde hoofdstuk waar overwinnaars gaan jubelen is een hoofdstuk van glorie van God in Zijn wezen. God laat zien Wie Hij is. Lieve mensen, God is zo liefdevol dat jij vandaag Hem en de Here Jezus kunt leren kennen en dat je voor altijd gelukkig wordt, maar God is ook zichzelf. Hij verandert niet, bij Hem is geen schaduw van ommekeer en Hij zal tot in eeuwigheid Dezelfde zijn, want zo heet Hij ook nog. Hij is Dezelfde. En dat betekent dat er een moment gaat komen dat het oordeel van God onverkort door het vuur van God, want Hij is een verterend vuur, op aarde terecht komt. Wee de mensen die op dat moment op aarde wonen.
Zingen in de voorhof betekent: Het altaar gepasseerd. Jubelen omdat het wezen van God zo geweldig is. Lam van God, overwinning heeft Hij behaald. Aan de andere kant, als die tempel open gaat, als Zijn verblijf open gaat, als echt zichtbaar wordt Wie Hij is, beef, want oorlog in de hemel is één ding, maar het oordeel van God op aarde is een verschrikking. De mensen zullen in radeloze angst verkeren. De bijbel is daar heel precies over. Ik gun het je niet, ik wil het ook niet, ik wil je alleen vertellen dat Openb. 15 een heel bijzonder hoofdstuk is. het herinnert je aan je eigen zanggroep, toch. Het herinnert je aan de zanggroep Israël. Het herinnert je ook aan de zanggroep van overwinnaars. Het herinnert je ook aan Wie God is, waar Hij woont en Wie Hij is. En het herinnert je aan dat er nog een keer oordeel komt en dat er dan geen genade meer is, dat de tijd van Gods genade voorbij is. en als je dat dan zegt dan klinkt dat hard en een beetje liefdeloos. Nou, ik zou wel willen dat je het oppakte. Dat je vandaag, als dat niet gebeurd is echt de Here Jezus ging aannemen als je Heiland en als je Verlosser. Amen.