Openbaring 16

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

19. De plagen van Egypte komen terug.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
12 januari 2003.

Lezen: Openbaring 16

Openbaring 16 vertelt ons van de grote verdrukking, of: de verdrukking, de grote. Een tijd van vreselijke oordelen en een tijd van paniek en angst en spanning. Echt een hele moeilijke tijd hier op aarde. De eerdere oordelen in dit laatste bijbelboek, dat begon al in hoofdst. 6, en dat ging ook verder door, waren alleen maar voorschaduwen van deze eindfase. Een hele moeilijke tijd: grote verdrukking. En we hebben, als je dit zo leest, een beetje een gevoel van: Nou, ik hoop maar dat dat mij niet treft. En dat snap ik. En het hoeft jou ook niet te treffen. Het zou kunnen van wel maar het hoeft niet. Er is een weg om er aan te ontkomen. En die weg is gewoon geloven in de Here Jezus. Hoe simpel, hoe eenvoudig dit ook mag klinken, maar dat is wel de enige oplossing.
De plagen die hier voorgesteld worden zullen hier op aarde gevoeld worden. En iedereen die de bijbel een beetje leest heft voor zich allang een parallel getrokken met die tien plagen die ooit geweest zijn in Egypte. En dat is ook zo. Daar, in de oude tijd, in de dagen van Mozes en Aäron, zijn ook plagen geweest. eigenlijk moet je zeggen: “Negen plagen zijn daar geweest en een eindoordeel.” En die negen plagen hebben alles te maken met het milieu. Ook daar begon het met water in bloed en dat ging verder met allemaal milieu-rampen, behalve die tiende, laatste plaag, dat was een oordeel. Dood van de eerstgeborenen. Dat is geen milieu-ramp meer, dat is ingrijpen. En ik begrijp best dat er vandaag gewoon een enorme beweging is die wij kennen als een milieu-beweging. Het is een beetje kort door de bocht, misschien een beetje te simpel in uw oog, maar de duivel kent de bijbel beter dan menigeen vermoed. Misschien wel beter dan ons begrip te boven gaat zelfs. Hij kent de bijbel heel precies. Hij weet wat God van plan is met Jeruzalem en hij probeert dat plan van God met Jeruzalem te blokkeren. Hij weet wat God van plan is met dat oude volk Israël. Hij kent Hosea, hij kent Joël, hij kent Amos, hij kent alle profetieën, Zacharia. Hij weet precies wat er gaat gebeuren en hij probeert dat plan van God te blokkeren. Hoe, nou Jeruzalem in de handen van, anderen natuurlijk. Dat volk de zee in duwen. Ik zeg het een beetje kort, maar dat is het dan ongeveer. en hij probeert daar in het Midden-Oosten van alles op touw te zetten, onrust en onvrede. En hij probeert ook het plan van God, om middels het milieu, de oordelen te verijdelen. Ja, u die heel erg milieubewust bent, u kunt zeggen: “Ja, maar ho, ho, ho, ho, hebben we dan niet een klein beetje een te gemakkelijk leven geleid hier op aarde. En hebben we niet te gemakkelijk het milieu allemaal gewoon het milieu gelaten.” Werd het dan niet tijd dat we een keer tot het bewustzijn kwamen en dat we echt gingen doen wat het milieu ook behoeft. Dat is waar, maar de overtrokken aandacht die er vandaag is, komt ergens uit voort. De duivel wil voorkomen dat het plan van God in werking treedt. en het plan van God is niet alleen Jeruzalem, is niet alleen het volk Israël. Het plan van God is ook, kennelijk, de grote verdrukking. En waarom komt die grote verdrukking. Omdat de mensen zich niet bekeren, omdat ze niet luisteren, omdat ze gewoon achter elkaar nee zeggen zengen de Here God en iedere keer opnieuw hun eigen gang gaan. De Here God heeft ook in dit laatste bijbelboek vele keren gewaarschuwd. En ik mocht al zeggen dat er een eeuwig evangelie klonk, continu, steeds maar door. Ik mocht al vertellen dat er 144.000 evangelisten waren die uitgingen om het evangelie uit te dragen. Om te vertellen, om op te roepen tot bekering, tot inkeer. Maar ze hebben allemaal niet geluisterd. Nee, ze hebben meer geluisterd naar de antichrist, naar het politieke leven, naar de weldoeners van deze aarde, dan naar God en naar Zijn weg. Ik denk dat dat niet vreemd in onze oren klinkt, omdat we dat vandaag ook zien, precies hetzelfde. Maar dan krijgt het nog een enorme staart. Dan komt er nog een flinke schuit boven op.
Nu, Openb. 16 laat u en mij zien hoe dat gaat in die grote verdrukking. Nog een keer. Gods spreekt tot gelovigen, tot kinderen van God, tot Zijn Eigen kinderen, middels Zijn woord. Je kunt dus een kind van God zijn, je kunt leven uit God hebben, en dat kan alleen maar door het geloof in de Here Jezus. Een andere route is er niet. Nog een keer, alleen door het geloof in de Here Jezus. En ik hoop echt dat je dit vanavond gaat ontdekken want de paniek slaat je om het hart als je denkt wat er gaat gebeuren. Vreselijke dingen gaan komen. We hebben al ontdekt, en dat zullen we nog verder ontdekken in hoofdst. 17 en 18, dat het heel, heel zwaar zal zijn daar in het Midden-Oosten. Nu, God gaat nu echt een soort finale opsomming geven, met uiteindelijk het woord: Het is geschied. Dit is het einde, dit is het hoogtepunt, verder kan Ik niet, verder ga ik ook niet. Maar God gaat een opsomming geven van wat dan in die tijd gaat gebeuren. En die zeven engelen kwamen met die zeven schalen uit de tempel, uit de tegenwoordigheid van God, uit de plaats waar de Here God woonde en troonde. En van daar uit vertrekken zij om die schalen, om die, ja bakken met Gods toorn, om die uit te gieten. En nu wil ik eigenlijk steeds een stukje contrast neerzetten. Ik hoop dat ik het kan en dat het mij een beetje lukt. Je bidt altijd om een goede uitleg. Hoe geroutineerd je ook kunt overkomen, het is iedere keer zoeken naar een goede route, een goede kapstok om dat zo maar eens te zeggen. U ziet niet hoe mijn knieën trillen en hoe beschaamd je soms bent. Maar ook niet hoe onmachtig je je soms voelt om in deze sfeer in te treden, de sfeer van een heilige God, de sfeer van Iemand die tot het laatst toe zegt: “Kom toch tot bekering, kom toch tot geloof. Geloof toch, dan kom je niet in het oordeel.” Wie in de Zoon gelooft komt niet in het oordeel, is uit de dood over gegaan in het licht. En al die mensen zeggen: “Nee, hoef ik niet, wil ik niet, mot ik niet.” En God kan op een bepaald moment niet verder. en dan gaat die deur in de tempel dicht. Niemand kan binnengaan. Er is geen interventie meer mogelijk, geen voorbede meer mogelijk, geen genade, er is geen uitstel meer. We hadden dat allemaal al, en nu komt dat finale oordeel van God.
Zo, de eerste giet zijn schaal uit en er komt een kwaadaardig gezwel aan de mensen die het merkteken van het beest hebben en die zijn beeld aanbaden. Dat zijn dus alle mensen die het getal 666 op hun rechterhand of op hun voorhoofd hebben. Dat zijn dus allemaal mensen die het beest volgen en die een knieval maken voor de politiek, die een knieval maken voor de antichrist en die eigenlijk God de rug toekeren. Een boos en een kwaadaardig gezwel. Bij ons denken we dan gelijk aan kanker, want dat is dan toch wel een boos en kwaadaardig gezwel. Zo zou je dat rustig kunnen zeggen. En misschien is dat zo. ik denk toch dat het hier om een uiterlijk iets gaat. Zoals in Egypte de puisten uitbraken aan de mensen, één van die kwalen één van die plagen in Egypte van vroeger, weet je wel, vroeger Exodus. Die moest je uit je hoofd leren vroeger. Dat hoeft niet meer hoor, maar dat moest toen wel, dat was een school-idee, dat moest erin gestampt worden. Maar goed, uitbrekende puisten, dus niet meer inwendig. Een kwaal, een kwaadaardig gezwel, niemand ziet het, niemand heeft het, maar aan de buitenkant. en dat wordt in de bijbel ook gebruikt dat beeld. Nog preciezer, de Here zegt zelfs dat dat te maken heeft met melaatsheid. Dus dat dat te maken heeft met uiterlijk, uiterlijke kenmerken van een vreselijke kwaal, ongeneeslijk. Melaatsen liepen in Israël buiten, ergens in het veld. Er was geen opvang, er was geen opvanghuis, er was geen kliniek, er was geen ziekenhuis, er was helemaal niets. Dus ze liepen gewoon met elkaar, een paar bij elkaar, twee of drie of vier of soms tien. Er liepen hele groepjes van melaatsen buiten. Ze mochten niet in het dorp komen, ze mochten niet in de stad komen, ze moesten buiten blijven, melaatsheid. Vreselijke kwalen, vreselijke tonelen. En u hebt vast wel eens beelden gezien van melaatsheid, hoe erg dit is en hoe vreselijk dit is. En nu wordt gezegd dat melaatsheid, ik heb het niet bedacht maar de bijbel zegt het zelf, ook een beeld is van de zonde. Het is dus niet meer zo in die tijd dat de zonde, laat ik maar zeggen, ergens binnen verstopt zit. Dat je de hele nette burger bent, allemaal keurig verpakt in pak één of in pak drie of in pak twaalf. Maar je bent ergens de nette man of de nette vrouw, het is allemaal keurig. Niemand kan eigenlijk zien dat je er zo slecht aan toe bent. Nee, dit is niet meer een kwaal ergens verstopt: O, ik kan hee helemaal niet zien. Ik wist helemaal niet dat je ziek was. Dat kun je ook helemaal niet zien. Nee, die tijd is voorbij. Het is zichtbaar, het is uiterlijk zichtbaar. Het barst er uit bij wijze van spreken. Zoals de melaatse man uiterlijk ook zichtbaar melaats was. Niet alleen innerlijk, want melaatsheid was niet innerlijk, was uiterlijk. Dan komt er een plaag waarin de zonde van de mens aan de buitenkant geplakt zit. Als het ware op je voorhoofd geprojecteerd is. Je kunt er niet meer omheen. Ja, je kunt niet meer ontkennen. Het is ook niet meer te verbloemen, het is gewoon openlijk. en het contrast met melaatsheid is, nou ja eigenlijk wat Naäman de Syriër ondervond. Zijn vlees werd gelijk het vlees van een kleine jongen. Hoe, ja, dan moet je bij de man Gods zijn. Zal ik het anders zeggen: “De Here Jezus heeft mijn schuld weggedaan, heeft mijn zonden weggedragen. Hij is tot zonde gemaakt en in Hem, in Hem ben ik helemaal nieuw.” Het vlees van een kleine jongen, helemaal nieuw. Nieuw, opnieuw geboren, schoon, alle zonden weg. AL waren je zonden als scharlaken, van de hoofdschedel tot de voetzool toe, weg. Die tijd gaat God zeggen: “Het is geen stiekem gedoe meer. Het is niet meer verpakt. Het is ook niet met een mooi strikje. Het is niet, laat ik maar zeggen, helemaal van binnen. Nee, aan de buitenkant. Dat is die tijd.
Tweede schaal. De tweede schaal die wordt uitgestort in de zee, en de zee wordt bloed. De eerste had te maken met het gezwel aan de mensen en nu gaat het over waar die mensen wonen. Zee is in Openbaring altijd, niet de Noordzee, de Waddenzee, is altijd de volkerenmassa, altijd. En dat zullen we de volgende keer [zien]. Als we hoofdst. 17 pakken, dan wordt het zelfs expliciet gezegd, dan wordt het ook echt gezegd: De zee, dat zijn de volkeren, de mensenmassa. Ik heb het niet bedacht hoor, ik stop het er ook niet in als een soort goocheltrucje of zo, maar het is echt zo, het staat in de bijbel. Zo wordt het neergezet. Als u het alvast wilt opzoeken, ik wil het best even met u lezen. (Even kijken of ik het zo gauw kan vinden. Dank je wel, 15, ja. Kijk eens er zijn schriftgeleerden hier he. Ja, je hebt gelijk het is hoofdst. 17:15: En Hij zei tot mij “De wateren die gij zaagt waarop de hoer gezeten is” (dus de zee), “zijn natiën en menigten en volkeren en talen.” Dus daar wordt de zee vergeleken met menigten, volkeren en talen. En als het hier bloed, als hier de schaal wordt uitgegoten in de zee, en de zee wordt dus het bloed, het bloed als van een dode. Alle levende wezens die in de zee waren stierven. Dat beeld wordt gebruikt omdat we het snappen. Als je werkelijk, werkelijk een enorme hoeveelheid bloed zou uitgieten in de zee, dan zouden alle vissen sterven. Dus dat is natuurlijk helder dat dat beeld wordt gebruikt. Maar er komt een schaal van oordeel. Er komt een lawine van oordeel van God in de mensenmassa, daar waar die mensen wonen die al onder de puisten zitten, onder het gezwel zitten. Daar waar ze wonen wordt alles, alles aangetast. Daar is geen leven meer. De zee wordt bloed. En jij en ik, als we geloven in de Here Jezus, horen wij bij dat stelsel. Nee, ik zei zopas al: “Iemand die gelooft in de Here Jezus is een nieuwe schepping. Voor hem is het allemaal anders.” En die volkeren en die talen en die natiën, ja, die krijgen hiermee te maken. Maar de gelovige mag weten dat hij bij het volk van God hoort. Dat hij heel anders is, apart gezet is. Gij geheel anders. En het is zo fantastisch dat je met deze oordelen voor je, op hetzelfde moment kunt zeggen: “Ja, maar mijn gezwel, dat is weg. Ik ben, ik ben een nieuwe schepping. En daar waar ik woon….” Is dat ook hetzelfde. Nou ik hoop dat je me goed begrijpen wilt, dit beeld is zo helder als een ‘k weet niet wat. Waar die mensen wonen en die gezwellen hebben, daar is niet meer te leven. Alles is aangetast. En de gelovige mag weten dat hij uit de dood overgegaan is in het leven. Dat hij een hele nieuwe toekomst tegemoet gaat.
De derde giet zijn schaal uit over de rivieren en in de waterbronnen en het water werd bloed. Waterbronnen, dat betekent dus daar waar die mensen, uit de zee zou je kunnen zeggen. Nou als dat dan een beetje vergiftigd is, als die vissen allemaal dood gaan en er geen leven meer is, ja goed, nou dan leef ik toch nog verder. Nee, de derde giet zijn schaal uit en dan worden de waterbronnen aangetast. Dat betekent, daar waar jij je drinkwater vandaan haalt en daar waar jij je levensader vindt. Dat is aangetast. Dus niet alleen een soort milieuramp van grote omvang, niet alleen een klein beetje olie op een Spaanse of op een Franse kust, maar veel meer dan dat. Het is helemaal aangetast. Alle, alle bronnen. Je krijgt de angst als je er aan denkt. En de gelovige, van hem staat: Hij zal u voeren naar de bronnen des levens. Wat ben je ongelofelijk gelukkig als je de Here Jezus kent. Wat ben je ongelofelijk rijk als je weet: Mijn zweren, mijn schuld, mijn zonden, het is weggedaan. En ik hoor niet meer bij die natiën, bij die volkeren. Ik hoor bij het volk, God ten eigendom. En als die bronnen aangetast zijn, zing ik een lied, ergens uit een gezangbundel: U bent de bron van licht en leven, die in het heiligdom ontspringt. U bent die bron Here Jezus. U voert mij naar de bronnen des levens. Elke bron waaruit de wereld drinkt, het gaat niet alleen om drinkwater, het gaat ook om het leven, om entertainment, het gaat om vertier, het gaat om alles wat je bedenken kunt, aan ontspanning, aan weet ik veel allemaal, alles, alles is aangetast. Het is allemaal aangevreten. En de Here Jezus, Hij brengt je verder.
De engel van de wateren die zegt dat God rechtvaardig is en dat het niet anders kan en het altaar roept, de plaats waar het offer is gebracht, zegt: “Het kan niet anders. We hebben zolang geduld gehad. We hebben zo vaak gewaarschuwd. We hebben iedere keer geappelleerd aan: Geloof het toch, pak het toch, doe het toch.” En ze hebben het niet gedaan. Het kan niet anders, U bent rechtvaardig, God almachtig.
De vierde gaat zijn schaal uitgieten over de zon en hij werd gegeven de mensen te verzengen met vuur. Nou, we praten vandaag over de opwarming van de temperatuur. We hebben het over de ozonlaag. We hebben vandaag allerlei termen om ons heen. en we zitten midden in het milieubewuste denken. En ik snap dat, want als ik mens was en, ik ben ook mens, dan denk ik daar ook aan. Dat gaat ons niet voorbij, en ik vind ook niet dat we er een zooi van kunnen maken, nooit never, maar het wordt een soort cultus. Het wordt bijna een godsdienst, een religie. En de excessen hebben we gezien bij de moord van Pim Fortuyn en misschien wel andere acties van taarten gooiende mensen. De zon wordt verduisterd. Nee, dat staat hier niet. ere is hitte, er is hitte. Daar waar de zon de groei, het groeiproces is, hèt groeiproces is eigenlijk, en alles moet verwarmen en alles moet laten groeien en bloeien. Ik herinner me het boek van Ds Sillevis Smitt. Ik weet niet of u het boekje kent. Dat was een vlootpredikant, dat is jaren, jaren terug, de man is allang overleden. Maar die had een boekje geschreven: Open dat luik. En de titel van dat boekje komt van een schipper. Hij, die dominee, die vlootpredikant, kwam bij een schipper op zijn bootje. En kwam dus onder in zo’n kleine ruimte waar die schipper woonde. En daar stond een prachtige bloeiende plant midden op tafel. Maar het was daar aardedonker bijna. Maar een heel klein ruitje aan de zijkant, weet je wel, van die kleine ruitjes. En toen vroeg de vlootpredikant: “Hoe kan dat nou schipper dat die plant zo prachtig bloeit hier midden op tafel.” Hij had al even gevoeld, weet je wel, is het plastic, dat was toen nog niet zo, maar goed, bij wijze van he, het verhaal wordt steeds mooier. Maar, nee, dat stond er niet bij. Maar die schipper zei: “Dominee, dat is heel eenvoudig.” “En hoe dan”, zei de dominee. Nou, hij greep zo een handle vast, trok dat luik naar boven open. Hij zei: “Dat doe ik elke dag dominee. En dan komt die plant prachtig in de zon te staan en dan heeft hij vitamines.” Dat boekje heet: Open dat luik. Hij zei eigenlijk tegen de christenen: Jullie moeten dat luik naar God toe eigenlijk elke dag een poosje open zetten. Weet je wel, dat is dus de moraal, dat was een hele mooie illustratie. Maar goed, dat beeld vergeet je nooit meer: Open dat luik. Zon is een beeld van warmte, van koesteren, van groeien, van bloeien, van, ja toch. Maar als die zon verzengend is, hitte geeft, alleen maar hitte, dan vraag je je af: Hoe moet het verder. Dan wordt het een woestijn. er komt een tijd dat de zon verzengende hitte zal tonen en laten merken. Contrast, de gelovige vernacht in de schaduw van de Almachtige. Wat wil je nog meer. Ik heb al zo vaak geroepen dat de wolkkolom meeging in de woestijn en dat ze daar 40 jaar letterlijk onder die wolk geleefd hebben. Iedere dag in de schaduw, iedere dag Gods zorg, iedere dag Gods paraplu, iedere dag Gods bescherming. Ik ben daar geweest in die woestijn, dat heb ik toen waarschijnlijk ook gezegd, gloeiend heet en ‘s nachts akelig koud. En God heeft Zijn wolk daarboven gehangen. er komt een tijd dat de wereld te maken krijgt met een verzengende hitte. En de gelovige zegt niet: “Ik zit lekker goed en jij barst daar van de hitte uit elkaar.” Dat is onzin. Maar de gelovige zegt wel, dat is de taal van de bijbel: “Ik mag mij verheugen om in de schaduw van de Almachtige te zitten.”
De vijfde gaat zijn schaal uitgieten, vs 10, over de troon van het beest. Zijn rijk wordt verduisterd. Nou, dat was al van de duisternis, want de duivel stond als een soort souffleur achter de troon van het beest. Dat is dat politieke leven dat vanuit Rome komt opzetten, vanuit Europa gaat heersen. Dat is de ontwikkeling die we al hadden, hoofdst. 13, die we nog krijgen in hoofdst. 17. Maar hoe dan ook, we hadden dat al. Dus die troon van het beest is het politieke leven in die tijd. Maar die troon, dat wordt verduisterd. God verhardt, God zendt een geest van dwaling, God verduistert. Wat daar vandaan komt, uit die hoek, is alleen maar ellende en duisternis. Nou je, houdt je hart vast als je denkt aan een nieuwe regering. Je denkt: Hoe zal het gaan. En je hebt misschien je ideeën er al over. Ja, nou moeten toch we die kant op, of die kant op. Ik laat dat los. Vroeger gaf onze predikant altijd een stemadvies maar dat mag niet meer vandaag. Maar stel dat, nou ja, vergeet dat maar. Maar hoe dan ook, je gaat toch denken. Je bent toch Nederlander, je woont hier. En je leest ook en je hoort ook en je volgt misschien wel de debatten. Ik zou zo graag willen dat u gaat begrijpen dat er een tijd komt, een grote verdrukking zal zijn. En dat de troon van het beest compleet verduisterd is. dat de macht van de duisternis niet een beetje, als een souffleur, op de achtergrond is, maar dat het één en al duisternis is, dat het gewoon de duisternis zelf is, gewoon foute boel. Contrast: Wie overwint, die zal Ik geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk ook Ik gezeten ben in de troon van Mijn Vader, Openb. 3, bijna aan het eind. Troon van het beest, duisternis. Troon in de hemel, licht. God is licht. En jij zit daar, heerlijk, naast de Here Jezus. Niet een soort achteraf klapstoeltje maar echt in de troon, echt in de troon. Een prachtige toekomst, schitterend, bij de Here Jezus, met de Here Jezus in Zijn troon.
De zesde goot zijn schaal uit over de grote rivier de Eufraat, vs 12. Zijn water droogde op. We snappen dat een beetje vandaag. Vroeger was dat een beetje moeilijk. Ik heb vroeger uitleg gelezen, dat de Eufraat, ja dat was zoiets geweldigs. En ja, die moest eerst opdrogen wilden die koningen daar overheen kunnen komen. Zo van: Dat was een zo brede stroom, daar kwam je niet zomaar overheen. Dat is natuurlijk flauw, want zo breed zijn die stromen daar in het Midden-Oosten helemaal niet. De Jordaan is ook maar een sloot, sorry hoor, daar spring je bij wijze van, ook met een polsstok overheen. Ja die is helemaal niet zo breed. En dat geldt [ook] voor deze rivier, die is wel wat breder, maar ja later denk je: Ze konden er toch overheen met een vliegtuig. en ze kunnen er met Scud-raketten overheen. Ja, ze kunnen toch een brug slaan, de genie kan dat toch doen he, zo’n baily-brug. Ze kunnen een tunneltje graven. En vandaag is het helemaal geen probleem, want je gaat met amfibie-voertuigen gewoon dwars door het water. Dus technisch, gewoon militair technisch, geen probleem, geen enkel probleem om over de Eufraat Te komen. Wat is dan de reden dat dan ineens die oorlog vanuit het Midden-Oosten losbarst. Het water is namelijk op. Het is gewoon over. Er is nu al ongelofelijk veel gedoe over water in het Midden-Oosten. Met name over het water van de Eufraat. Precies deze rivier is nu al inzet voor conflict. en er zijn al heel wat, heel wat gesprekken geweest. En er zijn al heel wat plannen gemaakt over een stuwdam daarin. Maar ja, dan gaat de ene club er meer water uit trekken dan de andere en je krijgt weer gedoe. Hier staat dat het water op een bepaald moment op is. En omdat het water op is, er een nieuwe aanleiding is voor een conflict. Nou, dat ze je vandaag al, maar dan krijgt dat enorme, enorme omvang. En de koningen van de opgang van de zon, dat zijn dus die koningen die uit die oostelijke hoek komen. Nou, dat zijn gewoon Irak en Iran die aanleiding vinden in dit conflict om dan ook nog maar een duit in de zak te doen. Die komen van die kant en die gaan van die kant uit ook bestoken. M.a.w., niet alleen Europa valt aan, niet alleen de tien koningen vallen aan, daarover de volgende keer wat meer, maar ook nog deze machtsblokken uit het oosten. En sommigen hebben achter Irak-Iran ook nog China gesitueerd, dat kan best, het kan heel goed. Hoe dan ook, ze komen en ze bemoeien zich daar ook mee. Contrast: Ik heb vroeger een boek gelezen dat heette Het Vijfstromenland. het was waarschijnlijk iets te hoog voor mij in die tijd, maar ik vond het heel boeiend en ik heb me daar nog al in vast gebeten. Maar de Eufraat is evenals de Tigris en nog een paar van die rivieren, onderdeel van het Paradijs. Heb je dat ooit gelezen in Genesis. Leest u dat nu maar eens. De Eufraat droogt op. Zal ik het anders zeggen. Het Paradijs is droog. Contrast: Het Paradijs Gods met de bronnen, met de verkwikkingen, met de stromen, echt subliem, want Hij is er. Hij wandelt daar. Het is fantastisch als je dit gewoon eens een keer tegenovergesteld gaat overwegen. Ik hoop dat u het wilt doen.
Dan komen uit de bek van de draak en uit de bek van heet beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten als kikvorsen. En kikvorsen, onreine geesten dus, geesten van duivelen, die tekenen doen, en die gaan uit om de koningen van de hele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van de almachtige God. Dat betekent dat in die tijd ongelofelijk veel gemenigheid uit de koker van de duivel komt. geesten van demonen, onreine geesten, die koningen aanzetten om zich daar ook mee te bemoeien. Om daar ook echt in mee te gaan. Niet alleen Irak-Iran. Niet alleen China die daar mogelijk achter zit, maar dat is ook Japan die daar weer achter zit. Misschien wel hele gebieden die wij nog niet kennen. Ze komen bij elkaar en ze worden aangezet door de duivel zelf om die finale slag daar te leveren. In het OT, in het boek Exodus, is al sprake van een kikvorsenplaag. Lees dat maar eens voor jezelf in het boek Exodus he, die plagen van Egypte. Eén van die plagen is kikvorsen. En ze kwamen in de huizen, ze kwamen in de baktroggen, ze kwamen in de slaapkamers, ze kwamen in de woonkamers, ze kwamen overal. Overal zaten de kikvorsen. Die onreine geesten komen oprukken. Ze dringen de huizen binnen, ze dringen de baktroggen binnen, daar waar voedsel bereid wordt. Ze komen de keukens binnen, ze komen de slaapkamers binnen. Onreine geesten in de slaapkamers, ja. Heb ik het dan over kikkertjes die van het bed naar het bed springen. Nou, misschien wel ja, maar vul maar eens wat in en je snapt het nog ook. Het is alsof we erdoor vergiftigd raken vandaag. Het gaat veel verder dan wij vermoedden. Nu, die onreine geesten, die komen ook straks naar voeren. En wie produceert dit vergif. Nou ja, dat staat hier. De draak zelf en het beest, dat is die politieke leider en die valse profeet, die antichrist. Nou, die gaan te keer. Die produceren zoveel vergif, zoveel onreinheid, dat de hele wereld als het ware op sleeptouw genomen wordt. Dat gaat dan gebeuren. Onreine geesten. Contrast: U hebt de Geest der heiligheid, de Geest van God, De Heilige Geest. Ja, het is heel scherp. In die tijd worden de onreine geesten uitgestuurd en wordt er een soort appèl gedaan en ze gaan met z’n allen naar Harmageddon. Nu, daarover is veel gezegd. De mensen van het z.g. Wachttorengenootschap komen bij u aan de deur praten over de slag bij Harmageddon, dat staat nergens. Als ik mijn bijbel goed lees, is het nooit een slag bij Harmageddon. Het is wel een legerplaats, een soort opstelplaats, een bivakplaats zoals dat in legertermen heet. Daar waar de tenten stonden, daar waar het materieel en waar de mensen, laat ik maar zeggen, woonden. Maar de uiteindelijke beslissing valt in het dal van Josafat, Joël 3, Joël 3, absoluut helder. Ik wil het even met u lezen, dan hebt u dat ook meegekregen. Joël 3, nou het gaat me niet om het contrast tussen het omsmeden van ploegscharen tot zwaarden. De milieubeweging die wil zwaarden tot ploegscharen. het anti kruisraketten gedoe was ook omsmeden van zwaarden tot ploegscharen en ze hebben daarna de landbouw de kop omgedraaid. Sorry hoor, dat is mijn impulsieve toestand, maar dat denk ik dan en dat voel ik ook. Weet je dat God een land zegent waar de landbouw gesupport wordt, dat is echt zo. Maar ja, ik zal wel een boer zijn, hebben ze ook altijd tegen mij gezegd, ik kom ook uit Greun’gen, ik kom oet de provincie. Goed, dat is vs 9 en vs 10, maar het gaat mij om vs 14. Menigten, menigten in het dal van de beslissing, want nabij is de dag des Heren in het dal van de beslissing. [vs 2] Want zie in die dagen en te dien tijde wanneer I een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël dat zij onder de volken verstrooid hebben. Nu, dat dal van Josafat wordt dus het dal van de beslissing genoemd in vs 14. Menigten, menigten in het dal van de beslissing. Dat betekent dat de uiteindelijke slag niet bij Harmageddon is, dus geen slag bij Harmageddon. Maar de uiteindelijke slag zal zijn bij Jeruzalem, tussen de Olijfberg en de stad, het dal van Josafat, het dal van de beslissing. Daar gaat het gebeuren. en daar worden al die mensen bij elkaar gebracht. Als je daar staat bij Megiddo en je ziet dus die vlakte daar, of je staat op een andere plek en je kijkt naar beneden, prachtige vruchtbare vallei, het toneel van ongelofelijk veel strijd in het verleden. Iedere keer werd de strijd daar gestreden. Ze hadden geen vliegtuigen, dus ze moesten alles doen met paarden. Nou ja, in de heuveltjes en op de bergjes gaat het met paarden niet zo gemakkelijk, dus waar werd die strijd gestreden. Daar waar je makkelijk met die paarden en met die strijdwagens uit de voeten kon. Nou, dat was dus daar. Heel veel strijd is daar geweest. En Megiddo herinnert daar ook aan. Nu nog, als u daar komt dan zullen ze u vertellen van de strijd van toen en van toen en van daar. Daar zal de legering zijn, daar zullen ze gelegerd zijn. Maar de strijd zelf is uiteindelijk vlak bij Jeruzalem. Waarom, nou omdat de Here Jezus daar op de Olijfberg, vlak bij Jeruzalem, met Zijn glorie gaat komen. Onreine geesten zetten aan tot oorlog. Onreine geesten zetten aan tot rebellie, tot opstand. Onreine geesten proberen en de politiek, en de godsdienst onder één noemer te vangen, namelijk om oorlog te voeren, om te strijden, te strijden tegen Israël. Gaat het dan toch om mensen. Nou, ze doen wat de duivel wil: Voorkomen dat Jeruzalem ooit een stad wordt waar de Koning der koningen, waar de Here der heren zal gaan regeren. Dat is het uitgangspunt. Ze willen ooit, ooit, echt voorkomen, definitief, dat er een volk zal zijn waarbinnen de Koning, de Zone Davids, de Mensenzoon, alle eer zal krijgen. Nou, dat gaat dan gebeuren., Harmageddon. Slag bij Harmageddon mag u vergeten, maar Harmageddon mag u niet vergeten, want daar zullen ze gelegerd zijn. En van daar trekken ze op naar Jeruzalem. En daar zal de Here Jezus gaan verschijnen. Nu, het contrast met al deze dingen heb ik u al aangeduid. Het is onvoorstelbaar dat jij niet de onreine geest hebt als leidmotief, als leidraad, als raadgever, maar de Heilige Geest. En dat je niet Jeruzalem wilt bestrijden, maar dat je zelfs deel mag uitmaken van het Nieuwe Jeruzalem dat van God uit de hemel komt.
De zevende gaat zijn schaal uitgieten in de lucht en dan komt er een uitdrukking: “Het is geschied.” Dat is het einde, dat is het finale einde. Het is volbracht is precies dezelfde uitdrukking. Het is geschied, het is over, het is gebeurd. En dan komt er een grote aardbeving. Nou, zo groot, steden storten in. De grote stad, Rome, stort in. Andere steden van de volkeren storten in. Er vallen hagelstenen als enorme blokken ijs uit de hemel, een talent zwaar. De schattingenlopen uiteen, maar goed, je kunt er beter onder vandaan blijven en een paraplu help echt niet. Die vallen overal doorheen. Een paar van die hagelbuitjes hebben we gehad, een anderhalf jaar terug. Tenten kapot, caravans kapot, huizen kapot, enfin. En dat waren nog maar tennisballen. Maar als dat ijsblokken worden van enorme omvang, van kilo’s zwaar, je houd het niet voor mogelijk. En de Here zei in het boek Job al dat Hij de hagel bewaart tegen de dag van het oordeel. Het is over. Er is niets meer. Alles stort in, alles is stuk, alles is kapot. De steden storten in. En jij en ik, wij zijn in de stad van de levende God.
Goed, nu heb ik het gewoon naast elkaar gezet. Die oordelen die komen, 1;2;3;4;5;6;7 en daartussen zit dan ook nog dat gedoe met Harmageddon, als onderdeel van de verduistering van dat rijk he. Verduistering van dat rijk leidt er toe dat de onreine geesten ook hun gang kunnen gaan en kunnen uitdijen. Maar we hebben het steeds is contrast gebracht met elkaar. Jij en ik zijn namelijk allang weg als dit komt. De gelovige van vandaag is bij de Here Jezus als dit gebeurt. Dan zit u in de hemel, dan zit u echt in de troon. Dan bent u zich echt bewust dat u een bijzondere zegen hebt ontvangen. De gelovige van vandaag is bij de Here Jezus, is in het huis van de Vader. En in die tijd zijn hier op aarde mensen die het beest volgen of de antichrist volgen. Er zijn hier op aarde mensen als de 144.000, als het volk Israël die getuigen van: En toch is Hij de Here, toch is Hij de Koning. En er zijn ook gelovigen, een grote schare die niemand tellen kan, komt uit die hoek. Je houdt het bijna niet voor mogelijk dat in die tijd zoveel gelovigen er zullen zijn. En die hebben hier mee te maken. Ik heb het prachtig gezegd, ik heb iedere keer het contrast gezegd. Maar ja, je hebt makkelijk praten, je bent er helemaal niet meer in die tijd. Je moet je dus voorstellen dat ook gelovigen in die tijd deze dingen zullen meemaken. Dat de Here ze zal bewaren, dat is precies zoals het vroeger ging in Exodus, toen waren er een deel van de plagen waar ook Israël onder gebukt ging. Maar er waren ook een aantal plagen waar Israël niet onder gebukt ging. Lees maar eens zorgvuldig het boek Exodus. Lees maar eens zorgvuldig de plagen die in Egypte kwamen. En er waren plagen waar Israël geen last van had. Veepest bijvoorbeeld, Israël had dat probleem niet. Hagelstenen, dat probleem had Israël niet. Duisternis, dat probleem had Israël niet. Dat is heel merkwaardig. Een deel van de plagen hebben ze echt gevoeld, hebben ze echt meegemaakt maar een ander deel van de plagen hebben ze helemaal geen last van gehad. Zo zal het zijn in de toekomst. De Here zegt hier: “De zweren, nou die komen op de mensen die het beest aanbidden, die het getal van zijn naam op hun rechterhand of op hun voorhoofd hebben.” Die hebben daar het probleem. Ik wilde vanavond dus graag kwijt dat deze plagen komen, dat die eindoordelen van God er zullen zijn. dat er in die tijd een vreselijke tijd gaat aanbreken. Als die tijden niet verkort zouden worden zegt Matt. 24, zegt de Here Jezus zelf, dan zou er helemaal niemand overblijven. dan gaat niemand, niemand nog vrijuit. Dan gaat alles stuk. Maar jij die gelooft in de Here Jezus, jij die deel uit maakt van de Gemeente, die deel uit maakt van het lichaam van Christus, jij bent vertrokken. Niet de dans ontsprongen, dat is een beetje flauw. Maar je bent naar Hem gegaan, bij Hem. En je ziet in de hemel de motivatie van de oordelen en je kunt, evenals het altaar, niet anders zeggen dan: “Here God, U bent rechtvaardig, U kunt niet anders, U kunt niet anders, U kunt Uw Wezen ook niet aan de kant schuiven. U hebt zolang geduld gehad, zoveel genade betoond, zo vaak opgeroepen tot, en ze hebben niet geluisterd.”
Je zou, met elkaar overwegend, dit moeten oppakken als een drang tot evangelisatie. Als je dit nu ziet, ik heb het vaker geroepen he, toen we hoofdst. 6 hadden of andere hoofdstukken hadden. Als je dit nu ziet, dan weet je welke schrik er om, ja op de wereld valt. En als je dat dan weet, wij dan wetende de schrik des Here, het oordeel van God, overreden de mensen, laat u met God verzoenen. Dan ga je toch mensen vertellen van de Here Jezus. Kunt u gewoon zeggen: “Nou ja, ja ja, die spreker die zei dat wij daar geen last van hadden. Nou, mooi toch.” En dan ga je over tot de orde van de dag. Kan dat, nee dat kan niet. Ik vind dat je dan ook moet zeggen tegen iemand die je lief en dierbaar is: “Moet je eens luisteren, er komt een verschrikkelijke tijd. En God wil je daarvoor bewaren. Hij wil je daarvoor nu nog sparen. Het enige is: Geloven in de Here Jezus.” Is dat nou zo moeilijk. Moet je daar een bedrag voor neertellen, nee. Moet je daar teksten voor uit je hoofd leren, ook niet. Moet je daarvoor bokkensprongen maken, ook niet. Het enige wat je mag zeggen is: “Here, ik kom tot U. Zie mij staan. Ik heb gezondigd. Here, eigenlijk ben ik al melaats en is de toorn van God al op mij, maar U zegt dat ik bij U mag komen. Wilt u mijn schuld vergeven.” En God zegt: “Geloof in de Here Jezus en het is vergeven.” Mooi he, super, echt super. Waarom doe je het niet dan als je het nooit gedaan hebt. Of, waarom zou je niet tegen je zusje zeggen: “Waarom doe je het nou niet zusje. Ik wil niet drammen, ik wil je niet bij een nieuwe kerk praten, maar ik wil je echt vertellen dat het oordeel van God komt en dat er een weg is om er aan te ontkomen.” En als je echt wist he, dat een bepaalde route een doodlopende weg is met alle moeite van dien, en je zou een alternatieve route kennen, zou je dat dan niet zeggen. Ik weet zeker dat je het zou zeggen. Ik vergeet nooit meer dat ik een meneer die we heel goed kennen, hij heef vroeger bij Hennie, mijn vrouws ouders gewerkt, nooit tot geloof gekomen, kanker. We moeten er naar toe, ja we gaan. Ik kom daar, ik wik van de Here Jezus vertellen en die vrouw zegt: “Je spreekt me niet met Jakob,” zo heet die man, “over geloof he, waag het niet.” Nou, ik was nog bij de deur. Ik reed hem al aan alle kanten. Sorry dat ik het zo zeg, maar ik kreeg geen enkele kans. En ik voelde me een geweldige klungel dat ik weer naar huis reed. Zij woonden ergens in het Groningse en wij woonden in Nijverdal. en ik had hem niet van de Here Jezus verteld. Had hij dan nooit iets gemerkt, jawel, maar ik wou zo graag, nu hij in een cruciale fase was, echt vertellen van de Here Jezus. Geen poot aan de grond. Ik heb gejankt, ik denk klungel, en gebeden: Here geef me maar een tweede kans. Ik voel me ook soms een beetje als Jona, alhoewel ik niet van dat schip afvluchtte, maar toch. Jona kreeg een tweede kans, Dato kreeg ook een tweede kans. drie dagen later, vier dagen, ik weet niet meer precies het aantal dagen maar korte tijd later, ik zeg tegen Hennie: “We gaan vanmorgen naar Groningen, we gaan weer.” U kunt het geloven of niet, we komen er aan, bellen aan, dochter doet open. Ik zeg: “Is je moeder er niet.” “Nee, die zit onder de droogkap.” Nee, echt waar. en op hetzelfde moment wist ik: Nou, die zit klem. Echt waar. ‘t Was echt, zat ze onder zo’n groot doek en dochter was daar om het haar te doen, weet je wel. Ik zeg: “Mag ik naar Jakob.” “Jawel.” Ik zeg: “Jakob, ik wil je graag een vraag stellen. Je kent mijn rijstijl.” Ik scheurde net zo hard als die auto kon, weet je wel. Nou ja, mocht niet meer, maar deed ik wel. Ik zeg: “Stel nu eens Jakob, dat jij heel precies weet, je weet hoe ik rij, en ik ga hier linksaf he, dat straatje uit en dan links af, en er zit een gat in de weg en als ik met mijn rijstijl niet oppas, dan duikel ik met auto en al dat gat in. Wat zou je dan tegen mij zeggen.” Nou, hij zou zeggen: “Dato als jij”, letterlijk hoor, hij zei het hoor, “als jij de bocht om gaat, dan kom je een gat tegen en daar klets je in.” En hij kijkt mij aan, hij heeft het precies gezegd. God had zo’n schitterend plaatje voor elkaar, en ik heb hem verteld van de Here Jezus. en ik heb hem voorgelezen uit de bijbel en we hebben samen gebeden. Hij heeft de Here Jezus aangenomen. Snap je, als je de bocht om gaat, dan zit er een gat in de weg, o.k. Ik wil niet mijn goede daden vertellen. Ik heb eerst verteld dat ik mezelf een klungel vond want ik zag niet kans de eerste keer om er doorheen te breken. Maar waar het me nu om gaat is: Jij weet dat er een gat in de weg zit als die mensen de bocht om gaan. Sorry dat ik het beeld dan nu gebruik. Wat ga je dan doen. Waarschuwen, of zeg je: “Nou, je ziet het wel hoor, zal wel een vluchtheuveltje zijn, zal wel een way out zijn of zo, links of rechts er van.” Is niet zo. Dit kan niet anders dan een motivatie om van de Here Jezus te vertellen. Zullen we de Here daar om bidden.