Openbaring 17

 

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

20. De valse kerk ziet er mooi uit.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
26 januari 2003.

Lezen: Openbaring 17

Het gaat in Openbaring, het laatste bijbelboek, over de Here Jezus. Het is de openbaring van Jezus Christus, onthulling van de Here Jezus, openbaarmaking van Hem. En dat is boeiend, omdat het om Hem gaat. En het is op hetzelfde moment moeilijk, omdat het om Hem gaat. Altijd als het om de Here Jezus gaat moeten we er van uit gaan dat het hogere dingen zijn, dat het meerdere gekomen is, want Hij is meer dan wij en God gedachten zijn ook hoger dan onze gedachten. Dus als het om Hem gaat dan is het niet simpel zoals wij berekenen 2+2=4, dan kun je altijd, altijd stellen dat er meer is. En dat maakt het laatste bijbelboek niet makkelijk. En toch, ik heb aan het begin van de serie over deze hoofdstukken gezegd dat het niet de bedoeling van Gods Geest kan zijn geweest dit boek te verbergen of dit boek alleen voor een heel select gezelschap te bedoelen. Het is duidelijk bedoeld voor alle gelovigen. Maar, daar is één voorwaarde, en die is in het begin ook al gesteld, en dat is: Je moet een gelovige zijn en je moet ook willen, je moet ook een dienstknecht zijn. Nou, je kunt het twee voorwaarden noemen maar ik vind dat het bij elkaar hoort. Het is dus duidelijk bedoeld voor de gelovige die de hand uit de mouwen wil steken: Om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet. Het is dus echt zo dat het voor elke gelovige kan zijn, maar niet voor, laat ik maar zeggen, de passieve gelovige. Het is dus bedoeld voor de gelovige die ook als discipel, als knecht van de Here verder wil. En daar zit misschien wel de moeilijkheid. We kunnen natuurlijk ons verstand hier op los laten, onze logica, en dan kom je misschien wel tot een aantal frappante conclusies, maar je komt niet tot de diepte van de Here Jezus. Ik hoop dat je de Here Jezus kent, Ik hoop dat je een gelovige bent. Ik hoop ook echt dat je een moment in je leven hebt gehad van overgave, van tot geloof komen. Dan gaat de Heilige Geest in je wonen, op dat moment, uniek moment, een moment om nooit te vergeten. En ik hoop ook dat je een moment hebt gekend van: Here Jezus, U bent de Here van mijn leven. U bent de Heer en ik ben slechts een knecht. Dat is ook een stukje overgave, en dat komt altijd na de bekering. Eerst tot geloof komen. Twee, ook echt leren zien dat Die, Die aan het kruis voor jou schuld, voor jou zonden wilde sterven, ook de Here is, de Here met alle hoofdletters die maar denkbaar zijn, maar ook de Heer, de Baas in je leven. Nu, aan deze gelovigen wordt dit laatste bijbelboek gegeven. Nou, niet om aan te geven wat er allemaal nog tot het laatste toe gaat gebeuren. In dit bijbelboek worden gelovigen vanaf hoofdst. 4 al in de hemel gezien. Dat is een beetje moeilijk, want we zitten op aarde, en we praten over een stuk in de geschiedenis, in de tijd die nog komt, terwijl we dat niet eens meemaken. Nou, sommigen zeggen daarop: “Dan heb je daar ook niets aan, dat is dan niet meer voor vandaag, dat is dan voor straks.” Dat klopt. Gelovigen die vandaag samen de Gemeente vormen, het lichaam van Christus, dat is door diezelfde Heilige Geest gekomen, gaan hier vandaan. Horen hier niet, horen hier thuis in de hemel. Hun burgerschap is in de hemelen. Ze zijn hier vreemdelingen en bijwoners. U die gelooft in de Here Jezus, u die bij de Gemeente hoort, u gaat naar Hem. En Hij zal een moment laten weten van: Komen jullie, kom. Dat is wat we wel eens noemen de opname van de Gemeente, dat is het vertrek van de Gemeente van hier. Nou, dat is al een beetje moeilij, want sommigen zeggen: “Ja, ja, ja, dat zeg je nu wel, maar er is ook heel veel kritiek op die stelling. Dit is ooit een keer gelanceerd, maar die en die en daar en daar is dit gewoon tegengesproken.” Nu, ik hou vol, ik ben er ook rotsvast van overtuigd, dat het niet lang meer duurt voor jij en ik, als we geloven, voor jij en ik naar de Here Jezus gaan. Of dat nu voor de verkiezingen is in Israël a.s. dinsdag. Ja, onze verkiezingen zijn net weer achter de rug, dus u moet weer een andere datum prikken, maar dat weet ik niet. Niemand weet dat. Maar het is echt zo dat dat vandaag zou kunnen gebeuren. We hebben een paar weken terug een oude zuster begraven in Zwolle en die had één tekst op haar schoorsteen staan, op zo’n schoorsteen om zo’n kachel, zo’n tegel-geval, en die tekst dat was: Misschien vandaag. En daar sprak ze met iedereen over. En ze bedoelde: Het zou kunnen dat de Here Jezus vandaag nog komt. In ik wil je dat gewoon zeggen: “Het zou kunnen dat de Here Jezus vandaag nog komt.” De Gemeente blijft hier niet, de Gemeente gaat niet door de grote verdrukking, de Gemeente gaat naar de Here Jezus. De Gemeente zal daar zijn waar de Here Jezus plaats heeft bereidt. U hoeft geen achterhoofd-angst te hebben. Ik bedoel daar dit mee: Je kunt wel zeggen: “Here Jezus, kom”, maar als je in je achterhoofd hebt: Ja maar dan moet eerst de grote verdrukking nog komen en ik weet niet of ik dan wel stand houd. Ben je dan nog blij of denk je dan: Nou, laat maar even zo, laat maar zo, laat maar zo. Ik ben zo bang dat gelovigen aan de ene kant zeggen: “Here Jezus kom”, ze zingen dat, Hij komt, maar ondertussen zeggen ze: “Nou, laat maar.” En waarom. Nou, omdat de duivel zegt van laat maar, slaap kindje slaap. Omdat de duivel probeert om de gedachte aan de komst van de Here Jezus categorisch weg te nemen. En als het er al is dan moet de discussie er al ingesmeten worden, dan moeten ze elkaar maar in de haren vliegen van welles, nietes, welles, nietes, welles, nietes, dan zijn ze in elk geval met hun gelijk bezig en niet met Zijn verhoging. Het is altijd hetzelfde patroon, altijd hetzelfde. Maar verlangen naar de Here Jezus betekent dat je inderdaad zegt: “Here Jezus, maar dan krijgt u eer”, niet: Dan ben ik van mijn problemen af, dat is ook waar, “Maar dan krijgt U eer, U in de hemel. U wordt nu al bejubeld in de hemel door engelen, door de vele engelengroepen die daar zijn, misschien wel 10 soorten, voor zover ik mijn bijbel ken. Maar dan ook nog door ons, wij zullen daarbij zijn.” Wij zullen de Here Jezus eren, wij zullen Hem bejubelen, wij zullen Hem groot maken. en dat is nu precies het plan van de Vader om de Here Jezus in de hemel te laten omringen door een gezelschap verheerlijkte heiligen. Jij en ik zijn daar voor uitgekozen. En je mag jezelf, zoals ik zo vaak gezegd heb, in de arm knijpen en zeggen: “Ik hoor daarbij.” Nou, knijp maar een keer fors, dan is er een blauwe plek, dan zie je het morgenvroeg ook nog een keer. Maar ik bedoel: Je bent er bij. Als je gelooft in de Here Jezus, dan hoor je daar bij. Door God uitgekozen om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, je lijkt dan op Hem, opdat Hij, dus met de bedoeling dat Hij er torenhoog boven uit steekt. Dat is het plan van God met de Here Jezus. Daar zijn wij voor uitgekozen. En dat zou wel eens heel spoedig kunnen gaan gebeuren. Als de Gemeente weg is, als wij weg zijn, dan breekt er hier op aarde een moeilijke tijd aan. De tijd die we kennen als de grote verdrukking. En in die tijd gebeurt er van alles. Aanvankelijk een soort ja, hergroepering misschien wel, Misschien wel allerlei ideeën. In elk geval wordt er een leugen de wereld ingeslingerd. Want de bijbel zegt dat: “De leugen wordt geloofd”, en er wordt van alles gezegd. En daarna komt er een enorme druktijd van grote nood, van grote moeite, van grote spanning. echt pijn, echt verdriet, vreselijke tonelen, en we hadden het daarover. Ons hoofdstuk gaat over die tijd. De tijd, o dus wij zitten dan heerlijk onderuit gezakt in de hemel bij de Here Jezus en hier op aarde creperen ze dan van ellende. Nou, dat kan niet. Heb ik het zo gezegd, nee. In de hemel is stilte, is de spanning om te snijden. In de hemel is ook zorg, is ook verdriet om de mensen die zich niet bekeren. Iedere keer komt dat terug. Ze hebben zich niet bekeerd. De tijd die hier op aarde aanbreekt is een hele moeilijke en die tijd wordt de grote verdrukking genoemd. Nou, we hebben die plagen al gezien in hoofdst. 16, oordelen van God, schalen van Gods toorn. En we hebben dat vergeleken met onze positie de vorige keer.
En nu, in die tijd wordt nog iets nadrukkelijks neergezet en daar heb ik het vanavond over met u. In die zal daar een politiek gevaarte zijn, een beest zijn van enorme omvang. Dat hadden we al in hoofdstuk 13, een beest uit de zee, en we hebben toen gezegd: “Uit de volkerenmassa.” Uit de massa van mensen komt een beest te voorschijn, een beest uit de zee, gecombineerd met een beest uit de aarde, en dat weer gecombineerd met een beest uit de hemel, de draak die uit de hemel gevallen is, en zich aan dit gezelschap vast kluistert. Dus je krijgt een soort drie-beesten-systeem, beest uit de zee, beest uit de aarde en de draak uit de hemel. Dat noem ik dan ook even het beest uit de hemel. Die drie gaan samen. En als die drie samen gaan, nou, dan kun je het schudden. Dan kun je het echt helemaal vergeten, dan wordt het heel moeilijk. en dat wordt ook omschreven, dat wordt heel nadrukkelijk omschreven. Voor wie, voor jou, voor de gelovige die vandaag werkt. Want wat zegt dat dan. Nou het zegt iets over de Here Jezus, over wat er gaat gebeuren als Hij komt. Maar het zegt ook iets over ons die nu op aarde zijn. Als we dan deze dingen weten, wordt het dan niet tijd dat je je buurman waarschuwt. wordt het dan niet tijd dat je iedereen wakker roept van: slaapt niet langer, slaapt niet langer, wordt wakker. Ik denk dat dat moet. Ik denk dat dat niet anders kan. En de evangelisatiedrang zakt een beetje weg. Dat laten we dan over aan zendelingen in Afrika of waar. Maar in eigen land nog echt uitgaan om van de Here Jezus te vertellen, om te zeggen: ‘het oordeel komt.” Ja, dat zei Paulus wel, “wij dan wetende de schrik van de Heren overreden de mensen: Laat u met God verzoenen.” Maar goed, dat heeft hij zo lang geleden gezegd, dat kun je niet nog een keer zeggen. Nu, als je het zegt wordt je ook vierkant uitgelachen. Dat is al een hele tijd zo, maar dat werd de Here Jezus ook. Ze lachten Hem uit. Dat is ook niet nieuw. Maar we willen niet uitgelachen worden, we willen gerespecteerd zijn en we willen ook onze status hier als, ja, als weldenkend mens overeind houden en we willen ook zelf wat zijn. Ik zeg het maar een beetje zo, maar daar komt het wel ongeveer op neer.
In die tijd zal er een beest zijn, een beest uit de zee. En dat beest wordt hier nader omschreven. dat beest dat was er, is er niet en zal er toch zijn. Een beest met een dodelijke wond, dodelijke wond genezen, dat is hoofdst. 13, maar goed. Het beest hier, tot een paar keer toe wordt gezegd: het was er, is er niet en zal er toch zijn. En we kunnen eindeloos gaan filosoferen over: Wat zou dat dan toch kunnen zijn. en de mening3en zijn natuurlijk allang geschud. Ik bedoel, daar is natuurlijk al zovee over geschreven dat je vandaag echt niet iets nieuws vertelt. Maar ik heb in eerdere toespraken wel eens een stelling neergezet en die stelling wil ik nu vanavond in elk geval herhalen, en dat is dit: Dat God altijd begint, daar waar Hij ophield. En dat klinkt natuurlijk hardstikke logisch, maar het is misschien nodig om je dat nog een keer te realiseren. De Here begint daar waar Hij stopt. er is bij Hem geen hiaat. er zit bij Hem dus geen leemte tussen, iets van niemandsland of zo. Waar hield het op. en nu kunt u duizend keer zeggen: “Ja, ja ja, wat is dan een soort pijlpunt, wat is dan een soort meetpunt, ijkpunt, waar dan.” Nou, ik zal het gewoon zeggen. God werd Mens. Dat was om mensen te redden, om mensen tot God te brengen. Daar kunnen we ook hele dingen over schrijven, zeggen, maar het is waar, het Woord was God en het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. En daar is werkelijk iets bijzonders gebeurd. Toen de Here Jezus in dat kribbetje lag was er echt iets bijzonders aan de hand. God bemoeide zich met mensen. Hij wilde uiteindelijk dat reddingsplan, van Hemzelf, door Hemzelf bedacht, door Hemzelf van voor de grondlegging van de wereld al vastgelegd, dat wilde Hij in werking stellen. En toen dat gebeurde, toen hebben ze gezegd: “We willen niet dat Hij Koning over ons is. Wij willen niet dat Hij het is.” Ze hebben Hem uit de tempel gegooid, ze hebben Hem uit Zijn geboorteplaats gegooid, althans een poging gewaagd om Hem van de steilte te werpen. Ze hebben stenen opgenomen om Hem uit die tempel te stenigen, te slaan, bij wijze van. Ze hebben Hem gearresteerd later en ze hebben Hem gekruisigd, ze hebben Hem aan de Romeinse bezetter overgeleverd en ze hebben samen feest gevierd, en de Here Jezus is gestorven. Is Hij daarna weer in Jeruzalem gekomen met een soort bord bij zich: Zie je wel. Dat had natuurlijk gekund. U zou gezegd hebben: “Ja, nou, als God Zich dan toch wil openbaren, dan was dat misschien wel het beste geweest.” Een soort demonstratie in Jeruzalem. Bij Pilatus z’n huis langs en bij Kajafas z’n huis langs en bij Annas, weet je wel, al die kopstukken, groot bord in de tuin. het is niet gebeurd, Hij is niet meer in Jeruzalem geweest. Nog preciezer, de Here Jezus is teruggekeerd. Hij is in wolken naar de hemel gegaan en Hij is nu aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hoge, meer geworden dan de engelen. Als Hij uitnemender naam geërfd heeft dan zij. Ik citeer iets uit Hebr. 2 [moet Hebr. 1:4 zijn]. De Here Jezus is teruggekeerd. Nou, ik zal u dit zeggen, toen heeft God de klok stil gezet. en dat is een beetje moeilijk voor ons, want wij leven nog steeds, wij hebben nog steeds horloges. In Afrika hebben ze geen horloges, hebben ze wel tijd, dat is een oude grap. Maar wij hebben de horloges. Dus voor ons is dat helemaal niet zo. Maar voor God en voor Zijn woord en voor Zijn profetie is dat wel zo. en u moet zich realiseren, dat wat er toen was, dat zal er straks zijn. En dat is misschien wat moeilijk om dat voor het eerst te horen of ja, u had het al een keer gehoord maar u was dat weer kwijt. Maar dat uitgangspunt is heel erg belangrijk. Dat je je realiseert, dat dat wat er toen was, er straks weer zal zijn. Ik heb het vaker gezegd, dus het hoeft niet nieuw te zijn. En ik heb het heel vaak vergeleken met de situatie in Johannes, uit het evangelie naar Johannes, in Gethsemane, waar de Here Jezus ineens zegt: “Ik ben”, en dan valt alles op de grond. Wie, nou, je ziet ze daar tegenover de Here Jezus staan: Judas, schilderij van de valse profeet, de antichrist; de Joodse religieuze mensen, soldaten en dienaren van de overpriesters; en een peloton soldaten van de Romeinse bezetter. Ze waren allemaal aanwezig daar in Gethsemane. en de Here Jezus heeft daar Zijn naam genoemd: Ik ben, en alles ligt achterover. Ze zijn weer overeind gekrabbeld en ze hebben Hem gearresteerd. Dat is nu precies wat er straks gaat gebeuren. Hij zal; daar zijn, Hij zal zijn naam noemen en alles buigt.
Openb. 17 gaat over dat moment. Aan de ene kant en aan de andere kant. Nu gaat het vanavond over: Aan de ene kant. Dat is de kant van: wat is er dan. Nou, dan is er politiek, een machtsblok van betekenis, en dat wordt in Openb. 17 genoemd het beest dat er was. Nou, dat was er in de dagen van de Here Jezus. Toen bestond dat rijk gestuurd door Rome. En dat gezag lag in Rome. De hoogste rechtzaken waren in Rome. En, ja, alle andere elementen zijn er ook, straks. Dat rijk was er, is er een hele tijd niet geweest, dat rijk dat was, niet is, en toch zijn zal. Dat rijk was er, is er niet en komt terug. Nu hebben wij vandaag een tijd waarin we dit allemaal al zien. De grenzen van het oude Romeinse Rijk, ja die zijn behoorlijk bekend uit de geschiedenis. Ik zeg niet dat heel Europa daar onder valt, althans niet precies onder de grenzen van toen, maar in principe is dat zo. Europa is een machtsblok van betekenis geworden en dat gaat door. En u en ik, we betalen fors. En wij denken europees. We hebben ook Europees geld en we praten over Europese economie en een, ja misschien ook wel zelfs mondiale aanpak van allerlei dingen, maar zeker Europese aanpak. Maar Europa toetert in het Midden-Oosten nu al flink mee en verhoogt haar inbreng daar. een beest, een politiek monster uit de massa van mensen. Europa is bijna weer op kookpunt. En het hoeft u niet te verbazen dat de tendens in Europa anti-Israël is. De duivel weet haarscherp dat als er een kroning komt van de Koning der koningen, dat in Jeruzalem zal gaan gebeuren, dus die stad moet op één of andere manier daar weg. En de duivel weet ook haarscherp dat als Hij Koning wordt, dan zal er een volk om Hem heen staan om Hem te prijzen. En hij weet heel goed dat dat het volk Israël is. Dus moet dat volk in de Middellandse zee gedumpt. Dat is de achtergrond van alle hetze tegen Israël. En dat wordt alleen maar erger, dat wordt met de dag erger. En we hebben er moeite mee omdat, ja, meneer Sharon, een bepaald programma heeft, een politiek programma heeft, en die zegt: “Met harde hand gaan we dit eens eventjes keren.” Nou, en wij moeten maar slikken, want we zien ook beelden en we horen van alles. Nou, die beelden zijn heek tendentieus, die zijn maar eenzijdig, echt eenzijdig, maar goed, er zijn toch dingen waarvan je denkt: Nou, moet dat dan op deze wijze, is dat dan de oplossing die de bijbel aanraadt, moet het dan op deze wijze daar zo gaan. En in Nederland verliest bijna iedereen zijn sympathie voor dat oude volk van God, alleen al door deze dingen. Toch zegt de bijbel heel precies dat er in die tijd een volk Israël zal zijn, want die waren er ook toen de Here Jezus zijn werk volbracht. Daar zal in die tijd een politiek systeem zijn vanuit Rome, vanuit Europa geregeerd, want dat was er toen ook. En er zal in die tijd ook een godsdienstig systeem zijn, een religieus systeem zijn, zoals er ook was in de dagen van de Here Jezus. En dat was een systeem die zei: “Weg met Hem, kruisig Hem, we willen niet dat Hij het is.” En ze hebben Hem bespot, ze hebben Hem geslagen, ze hebben Hem weggejouwd en ze hebben van alles met Hem gedaan. Die dingen waren er toen en die dingen komen terug. Nu gaat het in Openb. 17 over een politiek herleven van een beest. Dat beest dat had een dodelijke wond maar functioneert weer. En op de rug van dat beest zit een vrouw. En die vrouw wordt ook nog een stad genoemd. Dat is hoofdst. 18, dat is mijn onderwerp van de volgende keer. Nu is het een beetje moeilijk voor ons om dat gelijk op een rijtje te krijgen. Nu kunnen we in elk geval één hint geven, en dat is dat ook…. Laat ik het anders zeggen, het mooie, het positieve van de Gemeente, vergeleken wordt met een vrouw, de bruid van het Lam, en een stad, het nieuwe Jeruzalem. Dus het hoeft u niet te verbazen, dat hier als het gaat om het verkeerde, onjuiste, er sprake is van een vrouw en een stad. Nu heeft het beeld vrouw te maken met emoties, met gevoelens, en de stad heeft meer te maken met getuigenis, met wie je bent, de uitstraling, wat er van overkomt, wat zichtbaar wordt. En hoofdstuk 18 zal duidelijk maken dat het om economie gaat, om, ja, de intrinsieke waarde, omdat zo maar te zeggen, wat het allemaal waard is, het wordt allemaal gewogen, het wordt allemaal neergezet in materialen en in stoffen. Dat is hoofdst. 18, maar in hoofdst. 17 gaat het om een vrouw die hoereert, met gevoelens speelt. Deze ontwikkeling vindt u in dit stuk van onze bijbel. Het rijk was er, is er een hele tijd niet, zal er zijn. Er zijn diverse regeringsvormen, zijn er geweest. Er zijn koningen he, zeven koningen. Vijf er van zijn gevallen, vijf, waarschijnlijk hoor, dat is mijn uitleg, maar u mag een betere geven als u dat wilt, regeringsvormen van het Romeinse Rijk. Die zijn alle vijf te noemen. Vijf zijn er gevallen, één is er nog op het moment dat dit geschreven werd. En de ander is nog niet gekomen en wanneer hij komt moet hij korte tijd blijven. Het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. Er komt dus een nieuwe regeringsvorm, een nieuwe vorm die we nog niet gekend hebben. Dus niet, er zijn keizers geweest, er zijn decim virius en raden geweest, er zijn stadhouders geweest, er zijn generaals geweest die leiding gaven. Er zijn allerlei regeringsvormen geweest in de loop van de geschiedenis in het Romeinse Rijk. Maar er komt een vorm, een achtste vorm die nog niet geweest is. Dat is eigenlijk wat hier staat. De keizers waren er op het moment dat dit geschreven werd, dat was dan die zevende vorm. De achtste moet nog komen. En u kunt zich voorstellen dat er dan een boek verschijnt, dat is dan van jullie en mijn zeer bekende Willem Ouweneel, “De Negende Koning”, nou die sluit dus aan bij deze term, want de achtste is dan die regeringsvorm die nog komt en de negende is dan de regeringsvorm van onze Here Jezus zelf. Maar goed, hier is dat zo geschetst. Bovendien is dat op zeven bergen neergezet. Nou, Rome heeft te maken met zeven bergen, dat wist u al. En bovendien zijn er tien koningen die zich daaraan verbinden. In een ander verband heb ik u al die tien koningen wel eens gezegd. Ik heb vroeger echt geleerd, gedacht, van dat zijn de Europese landen he, die verbinden zich, die maken daar een eenheid van. En ja toen hadden we net tien en toen kregen we er weer een paar bij en toen ja, toen hebben we Benelux maar samengevoegd, toen hadden we weer tien. En toen kwamen er weer een paar en toen wisten we het niet meer. En nu weten we het helemaal niet meer, zeker niet met de uitbreiding van de laatste tijd van Europa. Maar die tien koningen die worden in de psalmen genoemd, dat heb ik u waarschijnlijk wel eens gezegd, maar ik zal het u even opzoeken. Heet is Ps. 83: Uw vijanden tieren, ze smeden een listige aanslag tegen Uw volk, ze zeggen: “Kom laten we hen, Israël, als volk verdelgen”, vs 5, “zodat aan de naam van Israël niet meer gedacht wordt.” Want ze hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten, en dan komt er een tiental, heel merkwaardig, Edom, Ismaël, Moab, Hagarieten, Gebal, Ammon, Amelek, Filistea, inwoners van Tyrus en Assur. En ja telt u ze maar, daar vindt u die tien koningen. Die tien koningen dus daar rondom Israël, eigenlijk daar in de buurt van Israël, daar in de buurt van Palestina, verbinden zich met Europa, en gaan op deze wijze een gigantische druk uitoefenen op Israël. Dat betekent dus, er komt een beest uit de zee, Europa, dat krijgt gezicht, er komt een regeringsvorm die we nog niet eerder gehad hebben, een of andere vorm, hoe dan ook. Er komt een achtste vorm, vanuit Rome, vanuit Europa wordt er druk uitgeoefend. En daar zijn tien koningen die één uur, dus een bepaalde tijd hun macht geven, hun kracht geven aan het beest. En samen met het beest, samen met de politiek, samen met dat beest uit de zee op gaan trekken tegen, ja tegen wie. Uiteindelijk tegen de Here en Zijn gezalfde. Tegen het Lam en degenen die bij Hem zijn en met Hem zijn. Dat gaat komen. Maar, op de rug van dat beest zit een vrouw, en daar gaat het in hoofdst. 17 om. En die vrouw die wordt genoemd de moeder van de hoeren, de grote hoer. En die krijgt ook wel de naam Babylon mee, maar dat komt nog uitgewerkt in hoofdst. 18 aan de orde.
Nu even over dat karakter van die vrouw. De wijn van haar hoererij hebben alle volkeren gedronken. Ik zei u al dat in de dagen van onze Here Jezus, daar een godsdienstige, een religieuze stroming was en die hebben in feite de Here Jezus gearresteerd, veroordeeld en weggestuurd. En die hebben samengewerkt met de politiek. Niet omdat ze per saldo vriendjes waren, want dat waren ze ten diepste niet denk ik, maar ze hebben wel elkaar gevonden. Nu, op een andere plaats staat, in het boek Daniël, dat er ijzer met klei-achtig leem gezien wordt. Niet omdat het bij elkaar past, maar het zal er wel zijn. Ze zullen wel een soort eenheid vormen, alhoewel ze ook elkaar in feite afstoten. Dat is Daniël, heel nadrukkelijk. En dat is precies wat in de toekomst gaat gebeuren en wat we nu al zien gebeuren. Er is een vrouw, een religieus leven, binnengekomen, en kan alle kanten op. Je kunt links zijn, rechts zijn, en je kunt oosters zijn, westers zijn en je kunt christelijk zijn en je kunt islamitisch zijn, je kunt boeddhistisch zijn, je kunt hindoestaans zijn. Het maakt allemaal niet uit, we hebben toch allemaal hetzelfde. Er komt een vrouw, samen met die politiek die zich aan het ontwikkelen is en die gaat optrekken. En in die samenhang krijg je een soort hoerig systeem. Het kan alle kanten op. Ik weet niet hoe jij in de maatschappij staat en wat je allemaal oppakt en wat je hoort, wat je allemaal meekrijgt. Nou, de schril slaat mij echt om het hart. Ik moet morgenavond spreken ergens over de trouwe en die verstandige slaaf die zijn huisbedienden op tijd hun voedsel zal geven, uit Matt. 24 het laatste stukje. En ik heb mij daar gisteren echt in vastgebeten en toen gedacht : Wat bedoelt de Here dan. Nou, hij bedoelt: Wie is ere nog die echt gaat zeggen waar het op staat. Ik vind mezelf helemaal niet zo’n flinke jongen, dat bedoel ik niet. Maar het is allemaal zo grijs vandaag. Niet vanwege een soort ja, hoe noem je dat, bewolkte hemel of zo, dat bedoel ik niet, maar gewoon in het gelovige circuit. Als er een keer iemand echt zegt waar het op staat dan hebben ze een probleem. Ik weet helemaal niet in welke context die mevrouw die net bij de VVD in de kamer terecht gekomen is iets over Mohammed heeft gezegd, ik heb alleen gehoord wat ze zei. Ik heb het trouwens niet gelezen, dat komt morgen of zo Maar ja, ze heeft dus Mohammed een bepaalde titel toebedacht. Nou, jonge, jonge, de hele zaak staat op zijn kop, vreselijk. Maar zou ze gelijk hebben, dat komt niet aan de orde. Ik kan het niet beoordelen nog, maar even. En dat gaat met gelovigen precies aan de andere kant ook zo. Als je maar over God praat en het een beetje gewoon houdt, nou dan kun je door alle deuren. Dan heb je helemaal geen problemen. Dan krijg je geen problemen aan de linker kant en ook niet aan de rechter kant. Het is bijna voorbij. Het is alsof dat stelsel, dat hoerige systeem, ik wil het bewust zo zeggen, langzaam maar zeker gezicht krijgt en langzaam maar zeker ook nog door de politiek geaccepteerd wordt, want dat mag weer. Er is een hele tijd geweest dat geloven helemaal uit was, God was dood zei men, het was echt voorbij. Maar dat is weer terug, het is helemaal terug. Alles is terug. Nou, maar niet de Here Jezus. Nou, dat roep ik heel vaak om wakker te schudden. Om je duidelijk te maken, broeder, zuster, wat je hier ziet, dat stelsel, dat zie je bij wijze van spreken al komen. En als je dat niet om je heen ziet, dat is het een godsdienstig leven zonder de Here Jezus, dat is een heel religieus gevoel en alle programmamakers hebben hun mond er vol van. Echt waar, of je nu RTL4, 5, 6, SBS6, die andere omroepen, 1, 2 en 3 en zo, of van welke kant je die zaak ook bekijkt, overal zie je hetzelfde. Het is helemaal in vandaag. En we moeten ons voor de aandacht stellen dat dat een begin is van zo’n vrouw die zich aan het ontwikkelen is en die alle kanten op kan, maar niet de Here Jezus. En nu kun je natuurlijk heel makkelijk zeggen: “O ja, dat is natuurlijk die kerk, daar en daar.” En het makkelijkst is om te zeggen: “Ja, dat is die kerk, ja, dat zal wel Rome zijn dus het zal die club wel zijn.” Nou, dat hoort u mij niet zeggen. Kan wel, maar ik loop genoeg rond te stappen in Nederland en ik kom heel wat mensen tegen uit de, wat we noemen, reformatorische hoek waar de Here Jezus geen plaats heeft. Afgezien nog even van alle hele rechtse richtingen, maar er zijn ook ongelofelijk veel linkse richtingen. Helemaal geen plaats voor de Here Jezus, niets. Hier staat dat er een vrouw zal zitten op een politiek beest. Nou, dan kun je twee conclusies trekken. Ofwel die vrouw wordt door zo’n beest, door zo’n politiek stelsel gedragen, gesupport, omhoog getild, in het zadel gehouden. Of, een tweede, die vrouw die zit als een soort leidster op dat beest en heeft in feite de touwen in handen, de teugels in handen. Nou, het laatste is misschien wel zo. Dat betekent dus dat dit soort beïnvloeding ook de politiek gaat beïnvloedden. En daar ben ik heel erg bang voor. Ook in Nederland. Dat is veel verder heen dan ik vermoedde. Ik ben er echt van geschrokken, opnieuw, en ik heb gedacht: O, o, o, waar zijn we. Hier staat dat er een stelsel zal zijn, een politiek stelsel plus een religieus stelsel, die zitten bij elkaar, die zitten boven op elkaar of aan elkaar, en die gaan opereren. Die nemen ook nog de stammen van het Midden-Oosten een beetje mee in hun kielzog. En die gaan één verlangen uiten en dat is strijden, tegen, ja tegen het Lam. En in contrast daarmee wil ik je zo graag vragen: Je maakt deel uit van de Gemeente, het lichaam van Christus, de Heilige Geest is in je. En Paulus zegt: “Ik heb je als een reine maagd aan één man verloofd.” Is dat hoerig, sorry hoor voor het woord, nee het omgekeerde. Het omgekeerde. En we moeten durven zeggen: “Here Jezus, we horen bij U. We zijn aan één Man verloofd. We hebben niet vijf of tien, we hebben maar één. En we willen ons ook niet inlaten met links en rechts en voor en achter, we hebben maar één. We zijn op U gericht, we gaan voor U, we horen bij U, en U hoort bij ons.” Weet je wat de vrouw in het Hooglied zegt: “Ik ben van hem en hij is van mij.” We horen bij elkaar. Hier staat dat er een tijd gaat komen dat politiek en godsdienst samen gaan om te strijden. En ze dulden de godsdienst nog een poosje. Sommigen zeggen dat uit het feit dat zij op een gegeven moment, die vrouw toch er af gooien, blijkt dat ze geduld wordt, dat ze gedoogd wordt. En dat het niet een kwestie is van leidsels in de handen hebben, maar dat ze in feite geduld wordt. Want er komt een moment dat zij ook die vrouw van zich zullen stoten, omdat God dat wil. Eensgezind zullen ze Zijn wil volbrengen. Maar in feite komt het neer op een strijd. Deze zullen oorlog voeren tegen het Lam. En dat conflict, nu wil ik nog even terug, dat was er, mag ik het nog een keer zeggen, want ik vind het zo aangrijpend. Als je ooit in Gethsemane bent dan kun je je ook nog een voorstelling maken van die hof, je kunt je ongeveer voorstellen waar de Here Jezus gestaan zou hebben. In Lukas vind je: Zijn zweet wordt gelijk grote bloeddroppels. Here als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbij gaan, dat is Lukas. Johannes, zelfde locatie, zelfde plek, de Here Jezus staat daar: “Wie zoekt u.” Jezus de Nazoreër. “Ik ben.” Ze willen vechten tegen het Lam. Hij staat daar als een Lam dat ter slachtbank gaat. Dat conflict, toen in Gethsemane al gezien geweest, zij het in kleinere settings, in kleinere eenheden. Maar dat doet niets aan het principe af. Dat conflict zal er straks weer zijn. En diep in je hart weet je dat dat het conflict is van vandaag. Het gaat om het Lam. Wie is het Lam voor je. Mijn Heiland, mijn Redder, mijn Verlosser. Yes, nou roep het uit, zing het uit , getuig er van, vertel het aan de mensen, alsjeblieft, laat het weten. Het is het Lam van God. Als je in de hemel bent dan zul je het Lam zien, staande als geslacht. Het Lam in de troon. En het Lam krijgt de oordelen, en het Lam krijgt gezag, het Lam. Het is de toorn van het Lam en de bruiloft van het Lam. Het is allemaal het Lam, het Lam, het Lam. Maar dat zijn we kwijt. Ik kan hele protestantse groepen zien waar het Lam als offer van God helemaal niet erkend wordt. Dat kan niet, dat kan niet. Ja, dat is een overlevering, komt uit de heidenwereld. Nou, daar gaat hij weer. Weer een filosoof die zijn gedachten los laat, of een theoloog die denkt dat hij het allemaal gevonden heeft. Ik begrijp het wel, maar het gaat niet meer om de Here Jezus. Maar nu de vraag voor jou en voor mij, vanavond hier. Gaat het bij mij dan wel om de Here Jezus. Want ik kan wel zeggen: “Ja, dat gaat komen, zo gaat het zich ontwikkelen. De politiek en de religie gaan samen en die gaan even te keer. Zoals ze toen te keer gingen tegen de Here Jezus Die gearresteerd moest worden en Die meegenomen moest worden. Die uiteindelijk aan een kruis gespijkerd moest worden. Zoals ze dat toen gedaan hebben, dat gaan ze nog een keer doen.” Klopt, u hebt volstrekt gelijk, u hebt helemaal gelijk, maar dat zegt nog niets over je eigen denken, over je eigen gevoelens. Wordt het dan niet tijd dat je zegt: “Here Jezus, maar ik ben bij U en ik hoor bij U en ik wil alleen van U zijn. Ik hoor bij niemand anders. “Onze godsdienst is op Hem gericht, op Hem alleen gericht. Hij alleen, Hij de enige. Dat is wat je straks in hoofdst. 21 tegen zult komen, als je bijna dezelfde woorden vindt: Ik zal u tonen de vrouw van het Lam. En Hij voerde mij weg op een grote en hoge berg. Nou, hier wordt je weggevoerd in de woestijn. Ergens in het onvruchtbare, onherbergzame gebied. Daar vindt je zoiets. Er is geen vrucht. Straks is het heel anders.
Maar hier gaat het om de vrouw, en die kan alle kanten op. En iets er van wet je in je eigen hart terug te vinden, dat geloof ik stellig. Ik denk niet dat je zo simpel bent dat je denkt: Nou, dat heb ik helemaal niet. Ik bedoel niet dat je allerlei afgodische dingen doet. Maar ik bedoel wel te zeggen, ja, denken aan de Here Jezus. Nou ja, mijn auto kan een afgod zijn, mijn werk kan een afgod zijn, mijn carrière kan een afgod zijn en mijn, nou ja, van alles. Er is van alles mogelijk. En een beetje water bij de wijn, je moet ook toch een beetje polite zijn, nou ja. Een beetje vriendelijk voor mensen om je heen. Je kunt toch de mensen ook allemaal niet tegen de haren instrijken. Nou, dat kun je bij sommigen wel want die hebben dat niet meer. Nee, maar zo zitten we dan in elkaar. We willen dan alles een beetje in het reine of in het redelijke. Nou, ik ben voor voorzichtigheid. Ik ben voor zorgvuldigheid. Maar ik ben tegen hete weglaten van de Naam van de Here Jezus. Ik ben tegen het weglaten van Hem die mijn heil en mijn zaligheid heeft bewerkt. We moeten van Hem vertellen. We moeten ons echt gaan uiten en echt gaan zeggen: “We horen bij de Here Jezus.” Die vrouw, die politiek, gaat tegen de Here Jezus. De politiek van vandaag en de godsdienstige ontwikkeling van vandaag gaat tegen de Here Jezus. Toen Gethsemane, straks ten volle, nu proefbaar. En ons antwoord moet daarop zijn: Wij horen bij het Lam. Als het Lam komt, dan komt Hij met Zijn geroepenen en uitverkorenen en gelovigen. Nou, wie zijn dat, geroepenen, velen zijn geroepen, weinig zijn uitverkoren, kom je die beide woorden in één tekst tegen. Nu, God heeft geroepen. Maar God heeft ook uitverkoren en God heeft er ook voor gezorgd dat ze gingen geloven. Dat is eigenlijk wat Rom. 8 zo prachtig zegt: Die Hij gekend heeft die heeft Hij ook bestemd. En die Hij bestemd heeft die heeft Hij ook geroepen. En die Hij geroepen heeft heeft Hij ook gerechtvaardigd. En die Hij gerechtvaardigd heeft die heeft Hij ook verheerlijkt. Die vijf termen, die vijf prachtige uitdrukkingen in één tekst genoemd. Nou, dit gezelschap, bij Hem, met Hem, wie zijn dat. Ik hoop niet dat u schrikt, maar ik zei aan het begin: “U en ik, wij zijn in heerlijkheid, wij zijn bij de Here Jezus. Hij komt hier op aarde terug. Om weer in een kribbetje te liggen. Nee, Nazareth ook niet, Olijfberg. En wie komen met Hem. Is de roepstem van God bij jou terecht gekomen. Heb je dat ooit, ooit ervaren. Die Hij bestemd heeft die heeft Hij ook geroepen, toch. Heb je dat ook geloofd. Die geroepenen die worden ook gerechtvaardigd. Dit betekent dat zij rechtens vrij zijn van de zonde. Want jij mocht dat in genade aannemen. Je mocht dat naar je toe halen, je mocht daar je hand opleggen. En jij komt, wij komen met Hem uit de hemel, op dat moment. En hoe wij uit die hemel komen, dat blijkt uit de rest van dit boek. Maar eerst dit gebeuren rondom die vrouw. En je kunt dit alleen maar zin in relatie tot wat er toen, Gethsemane, is geweest. Dit gaat een climax krijgen in de toekomst. Maar op hetzelfde moment zegt je: “En waar horen wij dan.” Nou, van de politiek hoef je het niet te verwachten. Je ziet hoe ze richting Jeruzalem opstomen en hoe ze anti-christelijk zijn, anti zijn op vele, vele terreinen. Je kunt bidden voor de overheid, is gebeurd vanavond, we moeten het ook blijven doen. We kunnen misschien blij zijn, misschien niet blij zijn. Het gaat niet goed, echt niet. Het wordt een chaos, want de duivel wil voorkomen dat de Here Jezus de Here der heren is. En als jij toevallig, sorry hoor, aan Zijn kant staat, dan heb jij ook een probleem, als jij daar vandaag voor uit komt. Zou je, zouden wij niet vandaag moeten zeggen: “Here Jezus, wij kiezen voor U. Je kunt voor rechts kiezen, je kunt voor links kiezen, 22 januari, afgelopen verkiezingen. Je kunt voor, tegen, maar ik wil je nu vragen of je aan de Here wilt zeggen: “Ik kies voor u.” Ik bedoel niet een gelovige te worden, ik hoop dat je dat bent. “Maar ik wil nu ook, nu, nu het echt moet, kiezen voor U.” er zijn momenten dat zichtbaar wordt wie je bent, dat je niet meer verborgen kunt blijven. Ik vind dat die dag al aangebroken is, dat we vandaag echt moeten zeggen: “Here Jezus, U, U bent onze bruidegom en we zijn door de Heilige Geest aan U verbonden.” Paulus zei: “Mijn prediking was om u als een reine maagd aan een man te verloven.” Dat was zijn prediking. Ik hoop dat mijn prediking daar een beetje naar verwijst.
De Here zegene u, amen.