Openbaring 19 : 6 – 10

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

22. DE BRUILOFT VAN HET LAM IN DE HEMEL

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
16 februari 2003.

Lezen: Openbaring 19:6-10

Babel is ineen gestort. Babylon heet dat in Openb. 18. De stad is gevallen, de stad is gevallen, zo hebben ze elkaar toegeroepen. Het hele economische bestel is weg, bestaat niet meer. Daar waar mensen hun hoop en hun vertrouwen op hadden gesteld, alles is weg. Het is alsof een beurskrach van geweldige omvang zal plaatsvinden. We hebben inderdaad overwogen wat Openb. 17 en Openb. 18 ons te zeggen hadden. Misschien was u er bij, misschien hebt u de bandjes beluisterd, misschien hebt u het van anderen gehoord. Maar u kunt alsnog, als u dat niet hebt meegekregen een bandje bestellen. U kunt daar achter bij de geluidsopname terecht. Ik kan het u aanbevelen. Niet om mij, maar voor uzelf. Het is een hele belangrijke situatie, om vandaag in onze tijd, waarin alles bijna op zijn kop staat, houvast te hebben in het woord van God. En het begint uiteraard met het kruis van de Here Jezus. Als je Hem niet hebt, heb je niets. Als je Hem wel hebt, heb je alles. Hem kennen. Een oud lied zei het al vroeger, ze zongen het heel graag: Dat ik Hem mag kennen. Als ik Hem maar kenne. En dat is ook zo. Je moet Hem kennen als je Heiland en als je Verlosser en je mag Hem leren kennen als de Heer van je leven. Dat is een tweede fase in je bekering. En vervolgens mag je Hem leren kennen als de Almachtige, de Schepper, de Hogepriester, de Voorspraak, en er zijn zoveel titels meer. Ik hoop dus dat je de Here Jezus kent als Heiland en als Verlosser. En dat je weet dat de schuld die tussen God en ons in stond, dat die schuld weg is en dat we vergeving hebben en met de vergeving ook eeuwig leven hebben gekregen, leven uit God. Daar is niets te doen overgebleven. Alle schuld is weg, voor 100%. Eigenlijk moet ik zeggen met de bijbel in mijn hand, voor 120%. Dat zeg ik niet zomaar. Ik heb daar vanmorgen iets over gezegd. Het ging mij vanmorgen over, nou ja, ik wil niet de preek van vanmorgen herhalen, maar ze hebben de Here Jezus geschat op 30 zilverstukken, weet u wel. Dat is dus de prijs die ze voor Hem over hadden. Judas heeft 30 zilverstukken voor Hem gekregen. Maar in de bijbel staat, in Lev. 27, dat een man tussen de 20 en de 50, of tussen de 20 en de 60 zelfs, dat dat een schatting van 50 zilverlingen moest opleveren. De bijbel zei het. Maar hunnerzijds ben ik geschat op 30, zo van onderwaardering. Maar als het gaat om mijn zonde, om mijn schuld, stel dat ik 100% schuld heb, dan heeft God gezegd: “Goed, die 100% moet vergoed, zal ook vergoed worden, maar daar moet 1/5 aan worden toegevoegd.” Dus niet 100% maar 120% is vergoed geworden. Als het om de zonde gaat heeft God geen onderwaardering toegepast. Niet gedacht: Nou ja, laat ik het maar voor een beetje afkopen, het is toch in de opruiming. Ik wil zo graag helder hebben, lieve broeder en zuster, maar ook beste aanwezige, dat jouw schuld, jouw zonde, jouw verkeerdheid, dat wat tussen God en jou in stond, voor altijd weg is. Als je gelooft is dat voor 100%, voor 120% weg. En als ik het nog anders zeg dan klinkt het zo: God heeft door het offer van de Here Jezus, door de 120%, meer ontvangen dan jij ooit bedorven hebt. Meer gekregen dan Adam en Eva ooit kwijt zijn geraakt. Daar is een flink stukje sur plus in het offer van de Here Jezus, waardoor God jou en mij ook meer kan geven dan Adam en Eva ooit gehad hebben. Dat maakt je blij en dat zit allemaal in het volbrachte werk van de Here Jezus. Het zit in Hem, helemaal verankerd in Hem. Niet iets van ons, wij hebben het niet kunnen doen, de Here Jezus heeft het gedaan. Als je gelooft ben je een gelukkig mens. En in onze dagen van spanning en van ja, teloorgang en demonstratie tegen oorlog, miljoenen mensen op de been gisteren, in ik weet niet hoeveel plaatsen, ik meen 350 plaatsen in de hele wereld of zo. Ook in ons land. Dreiging van een oorlog, explosie in het Midden-Oosten. Saddam Hoessein natuurlijk ja, mikpunt van agressie misschien wel. Maar ja, ook anderen die hiermee schermen om hem uit het regeringsgebouw in Bagdad te tillen, die zijn ook mikpunt van spot geworden. Misschien hebt u een eigen mening over de hele kwestie. Misschien denkt u: Hoe gaat dat. Ik wil u alleen maar zeggen dat Irak een geweldige rol vervult in de eindtijd. Dat zegt de bijbel. Maar niet alleen Irak, ook Iran. En niet alleen Irak en Iran, ook Macedonië, de Balkan. En niet alleen die drie, maar ook Europa. En niet alleen die vier, ook Israël. Het plaatje is heel helder uit de bijbel naar boven te brengen. En al die landen die machtsblokken of elementen zo u wilt, zullen er zijn in de eindtijd. En wij vandaag, wij kijken met belangstelling. En misschien ligt Bagdad in no time in puin, dat zou kunnen. Is dan Irak uitgespeeld, neen, want Babel staat al klaar. De stad is op de lijst van wereld erfgoederen geplaatst, is bijna gereed, en als Bagdad in puin ligt, zal Babel geen schade vinden want, ja misschien een scherfje, maar dan houdt het ook echt op. Ik wil alleen maar zeggen: “Het is zomaar heel anders.” Maar Gods plan met deze wereld gaat door. AL die mensen die het gemunt hebben op de ondergang van Israël zullen de Here God zelf tegenkomen. Want Hij zei, dat Hij dat volk ziet als kroonjuwelen in een land. Hij ziet ze schitteren in de kroon van de Koning. En de Koning is niemand minder dan onze Here Jezus Christus, die in dit hoofdstuk, nog niet aan de orde op dit moment, maar die in dit hoofdst., Openb. 19, de Koning der koningen en de Here der Heren genoemd wordt.
En nu is er grote vreugde in de hemel, een enorme stem. En jij en ik luisteren a.h.w. mee. We zeggen tegen elkaar: “Wat horen we nu.” Een stem van vele wateren, een stem van een grote schare, een stem van zware donderslagen. Zo van: Dit kan je niet ontgaan zijn, je kunt wel probleempjes hebben gehad met je gehoorapparaat, maar dit is je niet ontgaan. Dit is zo nadrukkelijk, zo duidelijk geweest, iedereen heeft het gehoord in de hemel. Wat zeggen ze? Halleluja. He doet mij goed dat een oude Joodse dichter dat woord halleluja als het begin van zijn lied heeft gemaakt. Ik weet niet of u weet welke dichter ik bedoel. U kent in elk geval het gedicht, want u hebt het net gezongen: Halleluja, lof zij het Lam, van Isaac da Costa, dat is de dichter van dat lied. Een Messiasbelijdende Jood zouden wij vandaag zeggen. Nou, dat is correct, dat was hij. Hij beleed dat Jezus de Messias was, en hij heeft gezegd: “Halleluja, lof zij het Lam.” Niet Israël, niet de Gemeente, maar Hij, de Here Jezus. De lof en de eer gaat in de allereerste plaats naar de Here Jezus. “Halleluja” roepen ze in de hemel. Nou, maar dat kan je niet ontgaan, dat moet doordringen. En als je hart vol is van de Here Jezus, zal ik het anders zeggen, als de Heilige Geest die in je is gaan wonen nadat je tot bekering kwam, gaat werken, je kunt het werken niet toestaan, je kunt Hem uitblussen, je kunt Hem uitdoven, je kunt zeggen: “Ik wil het niet, ik sta dat niet toe”, dat kan. Maar als je de Heilige Geest de ruimte zou geven in je hart: Kom tot Uw doel Here, alstublieft, laat elke, elke verhindering bij mij weggaan, laat elk stukje drempel worden weggebroken, elk scherm worden open gedaan, als dat echt je verlangen is, dan gaat dat gebeuren. Want God de Heilige Geest woont in je. En God de Heilige Geest gaat werken. En God de Heilige Geest gaat in je, halleluja bewerken, dat kan niet uitblijven. Handen omhoog dan, nou wat mij betreft op je knieën, maar doe iets. De Here gaat bewerken dat je Hem gaat prijzen, dat je Hem gaat bejubelen, dat je voor Hem a.h.w. uit je dak gaat. Dat gaat komen, halleluja, de Heilige Geest. Het is alsof je de hele hemel hoort zeggen: Looft de Here, JHWH, alle, alle lof. Waarom zeggen ze dat. Ze zeggen dat, nadat de stad Babylon of Babel ineen gestort is, nadat die vrouw ontmaskerd is, nadat elk vals element weg is. Nadat alles wat, laat ik maar zeggen, anti was, nadat het allemaal is weg gedaan, zeggen ze in de hemel….. En ze zeggen erbij: “Want de Here onze God de Almachtige heeft het koningschap aanvaardt. Dan is de Here, de Here, de Here, de Here, de Koning. Vandaag denkt misschien iemand dat meneer Bush wel ongeveer de koning van de hele aarde is. In Europa zeggen ze: “Nee, dat is meneer Bush niet, dat zijn wij.” Wij, die zeggen dat dan nog even in het collectief, die voegen dat nog een beetje bij elkaar, maar ondertussen zijn er ook wel een paar die denken: Nou, binnenkort ben ik het alleen. En in ander oorden is dat ook zo. Maar hier in de hemel zeggen ze niet: “Die en die.” De Here God Zelf is de Here, en Hij is Koning. Weet je, jouw hart, gevuld met dat wat de Heilige Geest wil gaan doen, belijdt dat nu. Temidden van het tumult van 2003, 2004, als we dat nog beleven, zegt je hart door de Heilige Geest: “De Here is in de troon, Hij regeert, Hij is de Koning.” En dat is zo’n rustgevend iets. Niet meneer Bush, die kan zich vergissen. Meneer Bush zegt dat hij een gelovige is, maar soms denk je van: Is dat de route van en gelovige. Meneer Blair zegt, in Engeland, in Londen, dat hij een gelovige is, maar is dat nu de route van de gelovige. Ik twijfel, ik twijfel echt. Niet omdat ik niet de dreiging voel die van Irak uitgaat, ook naar Israël, die voelen we heel goed, en de dreiging die er is. Nebukanezar heeft vroeger geregeerd in Babel, in de tijd van Daniël en zijn vrienden. En die Nebukadnezar trok zich van niemand wat aan. Dat zei Daniël ook tegen hem: ‘Wie u wilde verhogen, die verhoogde u en wie u wilde doden, die doodde u.” Punt uit, niks parlement, niks hooggerechtshof, helemaal niet. Hij was het allemaal zelf, hij regelde het allemaal alleen. En Saddam Hoessein is precies zo, vindt het nog een geweldige man ook. Wat er daar aan democratie omheen is, zogezegd, de adviesraad en zo, nou, of die lui er nu wel of niet zitten, dat maakt niet uit. Ik begrijp het allemaal wel. En je houd je hart vast dat zo’n despoot daar nu, vandaag, zo’n macht heeft. En dat hij nota bene op en knop kan drukken, dat er van alles kan gaan mis lopen. Dat kan hij, en dat is best beangstigend, dat is waar. En jouw God en jouw Vader regeert. De Here God zegt, middels de profeet Zacharia, dat Hij ook in Tyrus is en dat Hij ook in Sidon is en dat Hij ook in Damascus is en dat Hij ook in Bagdad is. De Here is er gewoon. M.a.w., het ontgaat Hem niet, het ontsnapt Hem niet. Het is helder, het is alsof Hij zeggen wil: “Ik heb het allemaal in Mijn hand.” Halleluja, de Here regeert. Nou, eigenlijk kun je elkaar daar geweldig mee bemoedigen in deze onrust. De Here regeert, het koopt Hem niet uit de hand en Hij gaat een bepaalde route. Welke route, nou uiteindelijk de route dat Zijn Gezalfde, de Messias, de Christus, in Jeruzalem zal gaan heersen. En dat elke knie gaat buigen voor Hem en dat iedereen, van jaar tot jaar, naar Jeruzalem gaat om daar het loofhuttenfeest te vieren. Om voor Hem te buigen. Zoals de koningin van Scheba vroeger een keer voor Salomo boog, met een gevolg, met geschenken, met kadootjes, zo gaan ze komen. Als Saddam Hoessein nog aan het bewind is, nou dan gaat hij. Hoe hij vliegt dat weet ik niet, maar hij gaat. Ze gaan allemaal, stuk voor stuk, ieder jaar naar Jeruzalem om het loofhuttenfeest te vieren. Dat gaat komen.
Goed, nu is daar een verklaring in de hemel: Halleluja, want het koningschap is aan onze God. Nou, dat stukje halleluja en dat stukje belijdenis zouden we over moeten nemen. Maar ze zeggen nog meer. Ze zeggen ook: “Laten we blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want….” Laten we blij zijn en vreugde bedrijven. Feest in de hemel. Laten we blij zijn vreugde bedrijven. Je zou zeggen: “Nou, we hebben wel andere dingen aan ons hoofd. Het is allemaal spannend, het is allemaal moeilijk.” Laten we blij zijn. Nog een keer he, jij luistert mee, die stem van halleluja, dat kon je niet ontgaan. Nou, diezelfde stem, diezelfde luide, luide opsomming geldt ook: Laten we blij zijn en vreugde bedr…. Had je net last van je oren, moet er een ander batterijtje in of zo. Laten we blij zijn en vreugde bedrijven. En laten we Hem de eer geven. Alsof ze zeggen: “Laten we een praisedienst houden daar in de hemel.” Nou, je bent eigenlijk toeschouwer, dit is allang opgetekend en je bent er nog niet. Heet wordt je wel meegedeeld, het is alsof je even mee mag luisteren, alsof je even in de hemel mee mag luisteren wat ze daar aan het zeggen zijn. Nou, wat zeggen ze. “Halleluja”, in goed Nederlands. Daar zeggen ze: “Laten we blij zijn en vreugde bedrijven en laten we Hem de eer geven.” Waarom zijn ze blij. Waarom willen ze vreugde bedrijven. Waarom willen ze Hem de eer geven. Want de bruiloft van het Lam is gekomen. En Zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt.
Over deze regel, de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt, is ongelofelijk veel gepraat. Daar zijn hele pillen over geschreven. En de meest voor de hand liggende discussie is natuurlijk: Wie is dan die vrouw. Het merkwaardige is dat over de bruidegom hier niets gezegd wordt. Hier staat wel hoe die vrouw gekleed is. Daar hebt u waarschijnlijk vandaan, na een bruiloft: Hoe zag ze er uit. Hoe die man er uit zag dat interesseert helemaal niemand, maar hoe zag ze er uit. Dat is nog zo, nou hier, hoe ziet ze er uit. Die man die komt gewoon niet aan bod. Toch is het de bruiloft van het Lam. En wie is dan die vrouw. De meest simpele oplossing is: Israël. Want Israël wordt in de bijbel, bijvoorbeeld in Hosea, genoemd vrouw van God. En bovendien, we hebben het boek Hooglied in onze bijbel, en daar gaat het over een bruid en een bruidegom, dat moet toch iets met Jeruzalem zijn. Dat klopt. De Gemeente is het lichaam van Christus zegt men dan. Hij het hoofd, wij de leden. En, nee, Israël is de bruid. En we hebben die discussie al eerder gehad, en ik wil hem toch nog even neerzetten, want ik geloof daar niet in. De gemeente wordt inderdaad voorgesteld als een lichaam. Hoofd en leden, door de Geest tot één lichaam gedoopt, 1 Kor. 12:13. Maar de Gemeente is ook een huis waarin God woont en waarin jij een taak mag vervullen. De Gemeente is ook een kudde, waarvan de Here Jezus de grote Herder der schapen is, en jij hoort misschien wel bij de onderherders of bij de schapen, maar ergens, ergens zit je. De Gemeente is ook een koninkrijk, strijders aan het front gezet. Ze moeten getuigen en ze lopen risico’s. En de Gemeente wordt ook als een bruid voorgesteld: Ik heb u als een reine maagd aan ene Man verloofd, ik citeerde dat al de vorige keer, of de keer daarvoor, 2 Kor. 12 of 11, nou ja 11 of 12. En Ef. hoofdst. 5, man – vrouw, Christus – Gemeente: Deze verborgenheid is groot, maar ik zeg dit met het oog op Christus en de Gemeente. Ja, maar Isr….. Ho, ho, wacht eens even. Dit zijn de vijf openbaringsvormen van de Gemeente. Nog een keer, lichaam, huis, een kudde, een koninkrijk en een bruid. Israël. Israël wordt voorgesteld als een, schrik niet, als een lichaam, Ezechiël. Dal van dorre doodsbeenderen, komen aan elkaar, er komen spieren op, er komt vlees op en er komt een huid overheen, er komt zelfs geest in. He, ook Israël wordt voorgesteld als een lichaam. Ook Israël wordt voorgesteld als een huis. Ook Israël wordt voorgesteld als een kudde. Ook Israël wordt voorgesteld als een koninkrijk. En ook Israël wordt voorgesteld als een bruid. U moet dus niet naar de beelden kijken, u moet naar Hem kijken. Alle vijf de beelden die op de Gemeente betrekking hebben, worden ook op Israël gelegd. Dus je kunt niet zeggen of, of. Als de Gemeente het lichaam is, ja dan is Israël dat niet, en als Israël de bruid is, dan is de Gemeente dat dus niet. Niet of, of, en, en, heel nadrukkelijk. En dat betekent dat wij hier de vraag moeten stellen: Welke categorie is op dat moment in de hemel. Is Israël dan in de hemel. Antwoord, nee, die zitten dan nog in de moeiten hier op aarde. Dat hadden we, althans ik heb geprobeerd om dat vast te stellen, om dat te vertellen, om u te tonen dat Israël op dit moment nog hier op aarde is. De enige categorie in de hemel dat is de Gemeente. Ik probeerde je te vertellen, dat na hoofdst. 4, alles dingen zijn die na dezen geschieden moeten. Zo begon dat derde deel van dit laatste bijbelboek. En dat laatste deel van deze prachtige, prachtige opsomming laat zien dat jij en ik in de hemel zijn. Ik weet wel, je zit hier nog, je zit nog op je stoel. En je hebt misschien nog ideeën van morgen ga ik dit doen of overmorgen moet ik dat. Maar ondertussen wordt je hier eventjes in het oor gefluisterd: Weet je, straks, ja, je luistert nu even mee he, wat er allemaal al ontvouwd wordt wat er allemaal verteld wordt en hoe dat ook gaat en wie daar in betrokken zijn. Maar jij, jij die gelooft in het volbracht werk van de Here Jezus, jij, jij bent dan in de hemel als een verheerlijkte. En er komt een moment dat de Here Jezus de Bruidegom zal zijn die Zich verbindt aan die bruid. En dit is zo’n gigantisch moment dat de hemel juicht: Laten we blij zijn en ons verheugen en God eer geven. En jij zegt: “Nou, ja, mag wel zo, hu, ja, nou ja.” Weet je dat het moeilijk is om christenen een beetje in beweging te krijgen. Ik wou dat ik een pil had, echt, ja nou, ik moet een keer met Organon gaan praten of zo, maar die je gewoon in de koffie kon doen, nou en dan allen verplicht koffie drinken natuurlijk, en dan was je enthousiast weet je wel, dan zeg je: “Tjonge, tjonge, ik hoor bij de bruid man. Ja, gelukkig bij de bruid. Ik mag er bij horen, echt er bij horen. Ik hoor er bij. Ik heb het gehoord man. Ik heb Openb. 19 gelezen en het was alsof ik met mijn oren in de hemel zat en of ik daar een enorme stem hoorde, een enorm geluid en blijdschap en vreugde en God eer en de bruid. En de Bruidegom is er ook.” En die Bruidegom, ja dat is de Here Jezus. Ik kan een paar dingen vertellen over een bruidegom. Ik weet niet of u de beelden kent van Ps. 19 bijvoorbeeld. Als in Ps. 19 staat: De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen, weet je wel die prachtige opsomming over de schepping en over de werken van de Here. En daarin, daar heeft in die schepping, heeft God een tent opgeslagen voor de zon, en dan komt het, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt, jubelend als een held om het pad te lopen. Elke keer, elke keer als je iets van de zon ziet, vandaag kon het he, ja, dan zie je wel iets van: Daar heb je hem weer. Zo zegt de Here dat. Daar heb je hem, daar komt hij. Daar komt hij uit zijn bruidsvertrek. U zegt: “Ja, stom. De aarde draait toch bij de zon langs, hij blijft gewoon.” Nou, o.k., hij blijft in zijn….., maar er zijn momenten dat je het ziet. Er zijn momenten dat je ineens de schittering ziet van de bruidegom. Nog een tekst. Dat een bruidegom zich het hoofdsieraad ombindt. Welk hoofdsieraad, Jes. 62. Niets anders dan die gouden diadeem die de hogepriester op zijn hoed had: De Here heilig. Voor haar, voor haar, alleen voor u, oh, voor u. De bruidegom. Nog meer, nou lees dan het boek Hooglied in één adem uit. Doe dat dan eens. En hoor die bruidegom dan zeggen: “Ik wil je zo graag zien mijn geliefde. En ik wil je stem horen. Want jouw stem is liefelijkheid. Ik wil je zo graag bij me hebben. Kom toch mijn geliefde, kom mijn duive in de rotskloof. Ja, ja, zo praat je niet meer over je vrouw. Mijn duive in de rotskloof. Ja je praat over aardappels die zijn aangebrand. Ja, heel andere taal, heel vriendelijk. Ik hoop dat je de Here Jezus is wilt zien, de bruidegom. Er wordt genoeg over die bruidegom gezegd, als je er naar zou willen zoeken, heel veel. Een bruidegom Die Zichzelf heeft gegeven, Die zich in de dood gaf, die tot op de bodem ging en die echt alles, maar dan ook alles over had om haar te bezitten, de Here Jezus. En nu is het moment gekomen dat die Bruidegom ineens haar ziet. Salomo is een schitterend voorbeeld van de Here Jezus. Salomo maakte een prachtig huis voor de Here, een tempel, hij heeft er 7 jaren over gebouwd. En toen heeft hij voor zichzelf ook nog een huis gemaakt. Daar heeft hij 13 jaar aan getimmerd. Nou, niet hijzelf waarschijnlijk, hij heeft een timmerman gehuurd, maar 13 jaar. En hij heeft daar in dat prachtige paleis van hem een soort troonzaal gemaakt met een ivoren troon met goud beplaat. Maar hij heeft bovendien ook nog een ruimte gemaakt voor zichzelf, nou, van gigantische afmeting, prachtig, mooi bekleed, aardig stofje, goede vloerbedekking van onze broeder uit Veenendaal, hij zit daar achterin dus ik maak gewoon reclame, Salomo komt binnenkort. Nee, flauw. Helemaal bekleed . Maar dan staat er iets bijzonders: En hij maakte precies zo’n ruimte als dat van hem, voor zijn vrouw. Dat is mooi he. Het was niet zo dat die vrouw er bij in kwam. Ook wel, maar die ruimte had, die ruimte van hem was ook de ruimte voor haar. De afmetingen waren precies gelijk. Die bruidegom, die verbind zich aan een bruid. En die bruid is daar in de hemel. En die bruid wordt hier genoemd de bruid van het Lam. Ja de Koning heeft Zijn koninklijke waardigheid ontvangen. Hij heeft Zijn koningschap aanvaardt. En ineens is daar een bruiloft van het Lam. Het is alsof de Bruidegom een gedaante krijgt, op dit moment eventjes, van het Lam. Nog preciezer, het Lammetje. Het is alsof die bruid daar staat in volle glorie, dat blijkt ook: Haar is gegeven bekleed te zijn met fijn en smetteloos fijn linnen. En Hij, Hij is het Lammetje. Ik heb zopas getracht even te schetsen hoe de bijbel de Bruidegom neerzet, zon, groots, verheven, diadeem, een gouden diadeem op, de Here heilig, een bruidegom die verlangt naar de stem van de bruid, die haar roept en die haar volmaakt. En hier, in Openb. 19, staat het Lammetje en ineens staat daarnaast een vrouw. Ik probeerde toen we Openb. 5 behandelden al te zeggen: “En als we dan in de hemel komen en we zien goed, goed wat zich daar allemaal aan ons oog ontrolt, en we zien daar de troon en we zien de engelen en we zien de cherubijnen en we zien de……enfin, het is allemaal overweldigend. En in het midden van de troon en midden van de vier dieren, in het midden van de oudsten, een Lammetje, staande als geslacht. Ineens sta je gewoon met zijn allen weer op die heuvel Golgotha. Daar sta je weer. Je bent helemaal terug, helemaal terug bij Golgotha. Daar is het gebeurd. Daar, daar is zij gekocht. Daar is mijn schuld vereffend, daar is alles in orde gebracht. Daar heeft de Here Jezus voor mij, en voor mijn schuld en voor mijn zonden willen betalen. Daar heeft Hij mij verworven. Een bruid, duur gekocht door het kostbaar bloed van een onberispelijk en vlekkeloos Lam, dat is de Here Jezus. En ze wordt het in de hemel ineens zichtbaar. Daar staat het Lam, de bruiloft van het Lam. Israël wordt nooit de bruid van het Lam genoemd. Als Israël genoemd wordt, is het de bruid van God, de vrouw van God. En soms een beetje in de richting van de bruid van de Koning. Nu kunt u zeggen: “Dat is toch dezelfde.” Amen. En Israël staat in een hele bijzondere liefdesrelatie met die Koning. En de gemeente staat in een hele bijzondere liefdesrelatie met het Lam, die ook Koning is. Want uit de rest van hoofdst. 19 blijkt dat dat Lammetje ineens ook heersen gaat, ineens ook koninklijke macht heeft. En toch ligt de nadruk op het Lam. Stel nu eens dat alle mannen, als zij hun vrouw zouden verwerven, daarvoor zouden gaan sterven. Dan kun je duizend keer zeggen: “Nou, dan waren er niet zoveel mannen meer over.” Nee, dat klopt. Dat is ook precies de reden waarom Ef. 5 zegt dat de mannen verplicht zijn om zich voor die vrouw in de dood te geven. Dat doen ze niet hoor, sorry mannen, zouden ze wel moeten doen. En stel nu eens dat al die mannenbroeders die hier zitten zichzelf voor die vrouwen in de dood zouden geven. En hen, de vrouwen, zouden voeden en zouden koesteren, zou er dan een emancipatietoestand zijn hierzo? Welnee, die mannen die bestaan helemaal niet meer. Die vrouwen zijn allang super. Heet probleem is dat die mannen niet doen wat God zegt. En dus hebben die vrouwen een probleem en denken: Nou daar moeten we wat aan doen. Niet via de hemel, maar via de aarde. Dat is ook jammer, maar goed, ik snap het wel. En dat is nu precies wat er gebeurd, omdat de mannen niet meer zien wat ze hadden moeten doen en wat ze hadden moeten tonen, gaan de vrouwen andere dingen zoeken. Maar hier in de hemel, je ziet het a.h.w. En je ligt te luisteren en je hoort die stem. Nou ja, en als je één keer hoort van iets dan probeer je ook nog een glimp te krijgen van wat zich daar afspeelt. Nou, ineens zie je dat. En je ziet je zelf staan. Je ziet je zelf in de glorie van het Lammetje staan. Het Lammetje, vrijkopend, gekocht met Zijn bloed heeft een vrouw aan Zijn zijde. En haar is gegeven zich met blinkend smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zij de rechtvaardige daden van de heiligen. Hoe ziet ze er uit. Ja, dat is de vraag. Hoe zag ze er uit, hoe ziet ze er uit. Nou, smetteloos fijn linnen. En dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden van de heiligen. Dat is een hele moeilijke zin, maar het komt hier op neer. Zij is gekleed met praktisch geloofsgedrag. Heeft ze dan geen witte jurk aan. Ja, dat zou kunnen. Linnen, fijn linnen, heeft te maken met rechtvaardige daden van de heiligen. Jouw en mijn gedrag, jouw en mijn uitstraling, onze openbaring hier op aarde is straks zichtbaar. En het is bezongen dat jij op jouw plekje aan het weven bent met het bruiloftskleed. En als jij fouten maakt, zei dan de dichter, als jij het laat afweten, nou dan komt op de plek waar jij normaliter had moeten functioneren, daar zit dus een gat, daar zit dus gewoon niets, want je hebt niets gedaan. Nou, dan denkt u, dan zal het wel een soort perforatiejurk zijn, want dat zal wel helemaal vol zitten met gaten. Een broeder bij ons in de gemeente zei vroeger: “Heb je niets anders dan een jurk met gaten”, zei hij tegen de vrouwen, zo van. U snapt hoe hij dat bedoelde he, jawel. Maar is dat dan zo. Is het zo dat daar waar Dato zou moeten functioneren, en hij heft het niet goed gedaan, zijn rechtvaardige daden die bleven op zijn minst achter. Dus ja, daar waar hij had moeten weven, daar is gewoon niets gebeurd, daar zit dus niets. Nou dat is dus niet zo. Al die rechtvaardige daden van jou en van mij worden langzaam maar zeker opgestapeld. Alleen die rechtvaardige daden worden als materiaal aan de wever gegeven. Ik weet niet of jij veel geeft of weinig aandraagt, dat is wat anders, maar ons materiaal leveren we in dragen we bij, en van dat materiaal door ons aangedragen wordt een jurk geweven, en dat is van fijn linnen. Nou, nu kunnen we heel lang over dat fijne linnen gaan praten, waar het vandaan komt, uit de vlasstengels en uit de vlasoogst, en vlasstengels dat is dan uit het boek Jozua, waar de verspieders verborgen werden onder de vlasstengels. Ja, de Rachab wist het ook niet zo precies. Ze loog ook nog alsof het gedrukt stond. Ze zei gewoon dat ze er niet meer waren, terwijl ze boven op het dak onder een stelletje vlasstengels verstopt waren. Nou, dat zijn de rechtvaardige daden dan zeker. Ja, ze wordt ook nog genoemd in Matt. 1, die mevrouw Rachab. Ik wil gewoon zijn. Mijn gedrag, mijn daden. Kan men aan mij zien dat ik van de Here Jezus houdt. Ik kan het wel zingen: Mijn Jezus ik hou van U, maar is het ook zo. Kun je zien dat ik van de Here Jezus hou. Hennie, mijn vrouw, kwam bij een oude zuster van 90, ze was in het ziekenhuis geweest en één oog was weggenomen, andere oog zat er nog. En ze zei tegen Hennie: “Ik wil je iets zeggen: Ik hou van de Here Jezus.” Een soort laatste opsomming. En da komt er een traan over dat wangetje, een plaatje, vergeet je nooit weer. Een oude zuster die zegt: “Ik hou van de Here Jezus.” En ik ben geneigd om nu te zeggen tegen jullie: Dat hadden we gezien, dat wisten we. Weten de mensen om je heen dat je van de Here Jezus houdt. Weten je kinderen, je kleinkinderen dat je van de Here Jezus houdt. Weten ze dat je voor Hem, voor Hem gaat. Ik heb u als een reine maagd aan één Man verloofd. Ik ga voor Hem. Dat is een jurk van rechtvaardige daden. Is dat het rammelen met de collectebus, kan zijn. Kan er ook wel bij, maar het gaat vooral om je hart. Het gaat om je gevoel, om je emotie. Want bij lichaam gaat het om verbinding, om gaven. Bij huis gaat het om ambten. Even bij die vijf beelden van het Gemeente-zijn terugkomend he. En bij kudde gaat het om pastoraat, om leiding door de woestijn. En bij koninkrijk gaat het om discipelschap, strijden, evangelisatie, er voor gaan, naar buiten toe. En bij de bruid daar gaat het om je hart, om je emotie. Wie is de Here Jezus voor je. Houdt je van de Here Jezus. En laat je dat zien. Vanaf het moment dat je dat laat zien hebben ze in de hemel weer wat te weven. Sorry, een beetje te simpel. Zouden ze vandaag misschien zeggen, een soort call uit de hemel, een soort e-mail, h-mail, post uit de hemel, van: We hebben geen weefstof meer, doe eens wat, zeg eens wat, Zing eens wat. Nou, ik hoop het. Ik hoop dat u aangesproken wordt, dat u inderdaad gaat zeggen: “Here Jezus, we houden van u.” En dat is nu precies waar om gaat en die opdracht ligt hier. En straks staat ze daar stralend in een schitterend smetteloos jurkje, jurk van fijn linnen van rechtvaardige daden van de heiligen. Jouw en mijn liefde, ons verlangen naar Hem, onze emoties voor Hem, ze worden straks zichtbaar gemaakt. Nou, daar genieten ze van. Wie geniet daar primair van, de Bruidegom. Hij, Hij heeft eindeloos geduld met je. En ik wil zo graag dat jij onverbloemd verklaart voor Wie jij gaat. Ik hoor mijn kleinkinderen al praten: “Ja ik ben op die.” Zo zeggen ze dat, op school, als ze iets ouder worden dan klinkt dat een beetje anders. Ik vind het zo prachtig. En ik heb een keer tegen één van die grieten gezegd: “En ik ben op de Here Jezus”, en dat snappen ze. En ze zeggen ook nog, mijn oudste kleinzoon zei: “Opa, ik hou ook van de Here Jezus.” Snap je, is dat nu moeilijk, om je emotie….. Ja natuurlijk mocht dat niet vroeger en natuurlijk ben je misschien wel beschadigd. En misschien zijn er wel mensen geweest die echt aan de haal gingen met jouw emoties, die misschien wel bijna een soort, ja, nou ja, iemand bijna vermoord hebben vanwege de emotie. Dat kan he, je kunt zo beschadigd zijn, door kritiek, door onbegrip, of door lacherij, of door, ja, je bent belachelijk gemaakt dat je het nooit meer doet he, dat je gewoon je kiezen op elkaar houdt, dat je het nooit meer laat merken. Rechtvaardige daden, dat is het wat hier bedoeld is. Ik wilde dat heel voorzichtig graag uitleggen. Dat ze daar zal staan in al die uitingen van liefde die ooit een keer gezegd zijn. Zouden ze in de hemel genoeg weefstof hebben. Ik hoop nu wel.
Johannes komt compleet onder de indruk van deze dingen en hij zegt: Dit zijn de waarachtige dingen van God, en ik wierp mij neer voor de voeten die engel die dit allemaal zei en die zei: “doe dit alsjeblieft niet, nee dit kan niet, doe dit niet, ik ben een mededienstknecht, nee. Van jou en van je broederen die het getuigenis van Jezus hebben, aanbid God.” God moet alle eer krijgen. Ook in onze uiting. Ook in ons gevoel. En dan komt die prachtige zin: Want het getuigenis van Jezus is de Geest van de profetie. Die tekst gebruik ik heel vaak. Als je hier vaker geweest bent, of op andere plekjes, dan weet je dat ik die tekst, Openb. 19:10 heel vak citeer. Het getuigenis van Jezus is de Geest of is de adem van de profetie. Maar snapt u nu waarom in de bijbel staat: IJvert dat jullie mogen profeteren. Snap je nu waarom in de bijbel staat: Gij kunt allen, één voor één profeteren. Och dat het hele volk profeten was, OT. Wat bedoelt de bijbel dan. Nou, profeet is dus niet per saldo iemand die de toekomst voorspelt, want de meeste profetieën in de bijbel opgetekend, zeggen helemaal niets over de toekomst zou je geneigd zijn te zeggen. Die hebben de toenmalige situatie aan de dag gelegd, hebben niet per saldo nieuwe dingen, onbekende dingen gezegd, hebben eerder de fouten geëtaleerd. Ik ben er zeker van dat de taak van een profeet is om van de Here Jezus te vertellen. Als ik Zacharia lees, dan denk ik: Tjonge, tjonge, wat heb jij wat van de Here Jezus gezien. Je hebt Hem gezien, als Iemand rijdend op een ezelinnejong. Je hebt Iemand gezien, verkocht voor 30 zilverstukken. Je hebt Iemand gezien, die zou komen op de Olijfberg. Je hebt Iemand gezien, met een kroon. Je hebt Iemand, en ik kan wel doorgaan. Als ik Ezechiël lees, dan denk ik: Ik wou dat ik zag wat jij hebt gezien van Hem. Als ik Jesaja lees, dan denk ik: Wat een geweldig stuk vergezicht heeft Jesaja gehad. Jeremia, maar zelfs die hele onbekenden, van Amos, weet u wel, ze hebben van Hem verteld. En als de Emmaüsgangers onderricht krijgen van de Here Jezus, dan begint Hij bij Mozes en al de profeten en Hij legt uit wat van de Christus, al de profeten, ook Obadja he, ja ook Obadja, ook Nahum, ja ook Nahum, al de profeten wat van de Christus geschreven stond. Het ging allemaal over Hem. Wat zouden de profeten van vandaag moeten doen. Ze zouden moeten vertellen van de Here Jezus.
En die engel, die zegt: “Ik ga van Hem, vertellen.” Johannes valt voor Hem neer, wil hem aanbidden. “Aanbidt God.” Het getuigenis van Jezus, wijzend op Hem, dat is de adem, dat is de geest van de profetie. En als de profeet van vandaag het heeft over zichzelf, of over Bush, primair, of over weet ik veel wie, nou vergeet het dan. Ik geloof best dat een profeet de situatie in het Midden-Oosten zou kunnen, zou kunnen neerleggen, maar dan ligt het accent bij de Here Jezus. En dat is wezensbelang. Er gebeurt zoveel, er wordt zo ongelofelijk veel gebabbeld, en dat gaat dan niet altijd over de Here Jezus. Laat ik me maar voorzichtig uitdrukken.
Hier, de bruiloft van het Lam. Hier, het Lam en de bruid. De bruid die in haar eigen tooi staat bij wijze van, in haar eigen jurk. En de tooi van de bruid is het getuigenis van Jezus. Welk getuigenis geeft u, vanavond, op een verjaardagspartijtje, van de Here Jezus. Ik heb nog een verjaardagspartijtje he, nog een. Ik heb het makkelijk, ik ga naar mijn kinderen, en ik weet dat ze van de Here Jezus houden. Ik vind het niet moeilijk om daar over de Here Jezus te spreken. Ze beginnen er waarschijnlijk zelf over. Waar heb je over gepreekt van daag, pa. Nou ja, over de Here Jezus. “Dacht ik wel”, zeggen ze. Nee, ik bedoel, dat ik makkelijk, maar morgen dan. Maar als het, laat ik maar zeggen, wat anders ligt, wat moeilijker ligt, het getuigenis van Jezus. Zou je eens durven zeggen, gewoon, “Ik hou van de Here Jezus.” Ik ben helemaal, nou ja, verliefd, kun je dat zeggen. Eigenlijk wel. Ik ben helemaal dol op Hem. Kun je dat zeggen. Eigenlijk wel. Ja, waarom eigenlijk niet. Waarom zou je nu niet, als ze het dan vroegen, mogen zeggen; “Nou, U, o U Bruidegom, o U bent een appelboom onder de bomen van het veld.” Nou ja, zo zeg je dat niet meer vandaag, dat komt toch niet over. Dat wil niet meer. Ja, ik snap het wel. Ik snap het heel goed, maar het komt nier meer over. Nou, zeg het dan op je eigen manier, maar zeg het wel. Amen.