Openbaring 19 : 11 – 21

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

23. De Koning der Koningen komt eraan.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
2 maart 2003.

Lezen: Openbaring 19:11-21

De hemel ging open. Die uitdrukking komt een aantal keren voor in het NT, dus de uitdrukking dat de hemel open ging of dat de hemel open was. U vindt dat in Joh. 1, het laatste vers, en dan zegt de Here Jezus tegen Nathanaël dat de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. U zult de hemel geopend zien. Dus niet de verwondering dat de Here Jezus Nathanaël zag onder die boom, maar de verwondering zou er moeten zijn omdat de hemel open zou zijn en de engelen van God zouden opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. Twee, toen Stefanus bijna de stenen om zijn oren hoorde en voelde, zei hij: “Ik zie de hemel geopend en de Zoon des mensen staande aan de rechterhand van God.” Openb. 4: Ik zag de hemel geopend en een troon in de hemel. Openb. 19: Ik zag de hemel geopend en het paard en de berijder worden zichtbaar. De Koning der koningen, de Here der heren. Conclusie, als u het alle vier op een rijtje zet, als de hemel open gaat, dan laat God Zijn almacht zien, Zijn schittering, Zijn grootheid. De engelen van God die bij de Zoon des mensen horen. De Zoon des mensen die aan Gods rechterhand staat. De troon van God met alles er omheen. En de Koning der koningen, de Here der heren die verschijnt. Bovendien hebt u nog in het OT een uitdrukking dat de hemel open ging, Ez. 1. En daar ziet u eigenlijk hetzelfde. In Ez. 1, ziet u dat schitterende, we hebben dat vaker een keer genoemd, van de triomfwagen van God, de troonwagen van God, die op een geweldige manier omschreven wordt, waar alle engelen Gods in betrokken zijn. Dat metaal, glanzend metaal, dat is niet een substantie die wij, laat ik maar zeggen, lichtmetaal of ander metaal noemen, maar zij zijn hemelwezens, chasmoliem. En die raderen die daar onder zitten, dat zijn geen raderen zo van: ja, een auto heeft nu één keer wielen, maar dat zijn ofaniem, zijn ook hemelwezens. Dat hele voertuig, dat hele schitterende voertuig uit Ez. 1, uit de hemel komend, is één en al hemelwezen. Cherubijnen, die wezens die er onder zitten, die hun vleugels omhoog kunnen heffen of kunnen laten zakken, die met die vleugels kunnen gaan bewegen. Vuur is daarbij, laaiend vuur, die Zijn dienaren maakt als een vuurvlam. Je ziet het als het ware naar je toe komen. Je voelt dat hele tafereel een beetje dichterbij komen. Daarboven ontzagwekkend ijskristal. Daarboven lazuursteen, troon en in die troon Iemand. En die Iemand is: mijn Heiland. Echt, ik kan het u bewijzen. Want die heerlijkheid, die glorie, die schittering komt uit de hemel om naar Jeruzalem te gaan, hoofdst. 43:1. Het is hetzelfde wat ik gezien heb, zegt Ezechiël, daar in het vluchtelingenkamp aan de rivier de Kebar. En dat is nu ook precies wat de engelen bedoelden in Hand. 1 toen ze zeiden: “Kijk u ziet Hem naar de hemel gaan, en zoals Hij daar nu weg ging, zo komt Hij ook terug. Nou, toen zag u eigenlijk niets en u hoorde ook niets, we weten alleen hoe Hij terug komt, Ez. 43, Ez. 1. Het is een beetje terug rekenen, maar misschien landt dit een keer in je hart en in je denken. Maar als je nu weet hoe Hij terug komt, dan weet je ook hoe Hij wegging: In grote kracht en in grote heerlijkheid. De hemel geopend, troon van God zichtbaar, Mensenzoon zichtbaar. Degene die alle macht heeft zichtbaar. En u kunt tekst op tekst stapelen als het daar over gaat. Er staan heel veel teksten in de bijbel die gaan over de glorieuze terugkomst van de Here Jezus. Het moment waarop Hij hier op aarde komt, moment waarop Hij hier zal zijn. Dat de aarde dan straalt, ja dat kan niet anders. Want als dat geweldige hemelvoertuig komt en landt, ja dan moet het wel een soort straling geven. Alles glanst. Dat de Olijfberg dan middendoor splijt zegt Zach. 14. Je zou bijna geneigd zijn te zeggen: “Ja, natuurlijk, dat kan ook niet anders, want als zoiets daar gaat landen, ja, daar moet ruimte komen. Dat kan niet uitblijven. Ja dat er dan een dal ontstaat, alles verschuift. De elementen verschuiven. Er blijft niets op zijn plaats als die glorie, die schittering, die heerlijkheid op aarde gaat komen. Ja, daar verlangen we naar en daar verlangt de Here Jezus naar denk ik.
Jij en ik die nu hier zitten, en naar Openb. 19 het tweede stuk kijken, wij gaan diezelfde heerlijkheid bekijken in de hemel en daar verlang ik eerlijk gezegd heel erg naar. Ik kom net uit een samenkomst rennen, en iemand zei, toen ik al bijna in de auto zat: “Tot van de week misschien.” Ik keek hem aan. Nou, ik dacht eerlijk dat hij naar jullie trouwerij zou gaan hoor, richting Kootwijkerbroek, zou gekund hebben. Familie of zo. Ik zeg: “Op de bruiloft.” Hij zegt: “Misschien.” Nee dus. Nou, ik bedoel, je hebt toch vaak verteld van de komst van de Here Jezus, nou misschien komt Hij wel van de week. Sorry, mijn agenda was kennelijk op dat moment al weer belangrijker dan de verwachting van de komst van de Here Jezus. Kan soms zomaar. Toch, de Here Jezus heeft gezegd dat Hij de Gemeente, Zijn lichaam gaat halen. En ik ben er nu achter dat dat op dezelfde manier gaat als, zoals Hij Zelf ging. De kracht die aangewend werd om Hem uit de doden op te wekken en om Hem te zetten aan Zijn rechterhand, die kracht, die wordt aangewend om jou en mij daar te brengen. Hoe is Hij gegaan. Nou, in die hemelwagen, in die gloriewagen, in die triomfwagen van Ez. 1, zegt de bijbel. Hoe gaan jij en ik. Nou, je moet je eens voorstellen dat die triomfwagen hier gaat landen, net nu wij hier bezig zijn en dat wij gewoon uitgenodigd worden om in te stappen. Taxi staat voor. Die kracht die is onvoorstelbaar. Lees nu eens Ez. 1, en zie eens wat voor paardekrachten, wat voor een vuurkrachten er dan vrij komen om zo’n geweldig voertuig in beweging te brengen. Jij en ik gaan naar de Here Jezus. Als we de Here Jezus kennen als onze Heiland, als onze Verlosser dan gaan we naar Hem. Dat gaat echt gebeuren. En we worden opgenomen. We gaan Hem tegemoet en we worden bij Hem Zelf gebracht, in het huis van de Vader gebracht. We zien die heerlijkheid. Nog sterker, we krijgen zelf die heerlijkheid die Hij al had voordat de wereld was. En we zullen daar bij Hem zijn, met Hem zijn, we zullen die bruiloft meemaken, dat was het onderwerp van twee weken terug hier.
En dan komt Hij terug op aarde. Dat zal een geweldig moment zijn, Zijn komst op aarde, Zijn tweede komst. Zijn eerste komst is een komst in armoede geweest. Dat voelen we. Moederschoot, Nazareth, niet veel bijzonders. Bethlehem, geen plaats voor Hem, dus een beetje hotel sloot de deur, kribbetje was er nog in een soort achteraf plekje, maar dat was het dan. Vluchten voor Herodes die getracht heeft om Hem te doden. Egypte, terug, Nazareth. Nou, iedereen in het hele land wist: Nazareth, nou ja. Bijna hetzelfde als Nijverdal in Nederland, zo ongeveer is het. Gewoon, want er komt nooit wat goeds vandaan. Ja, want Nazareth was als zodanig bekend. en toen Hij hier op aarde wandelde, geen plaats waarop Hij het hoofd kon neerleggen. Vogels hadden nog een nest, vossen hadden een hol, maar de Zoon des mensen had niets. Verguisd, miskend, niets. Uit de tempel gegooid, uit Jeruzalem gegooid. Uiteindelijk teruggestoken op een staak, van, nou ja, nu zeg ik het met mijn woorden, hier, hier hebt U Hem terug of zo. Wij kunnen er ook niets mee. De Here Jezus, Hij komt nog een keer. Weer dezelfde route? Antwoord: Nee, nee, nee, een route in heerlijkheid en glorie.
De Here Jezus komt terug. De hele schepping zucht en is in barensnood. Vogelpest hoort bij het zuchten van de schepping. De operaties horen bij het zuchten van de schepping. Het dragen van pijn en moeite, verdriet om geliefden, het hoort bij het zuchten van de schepping. Alles staat op instorten. De dreiging van een oorlog hoort bij het zuchten van de schepping. De nood rondom Israël hoort bij het zuchten van de schepping. Alles zucht, en het is enorm. Maar er komt een moment dat het zuchten van de schepping ophoudt. Wanneer? Dat is bij het openbaar worden van de zonen Gods, meervoud, Rom. 8. Misschien moet ik het terug brengen tot het openbaar worden van de Zoon Gods. Dan houdt het zuchten van de schepping op. Dan is alle moeite weg. Mensen worden duizend jaar. Koe en berin samen in een wei. Panter en bokje geen problemen met elkaar. En ik heb dat wel eens ondeugend, zusters, koe en berin, vrouwelijk he, beiden, panter en bokje, broeders, beiden mannelijk. Maar, o dat gedoe he, het is over. Geen ruzie meer en zo. Je kunt echt samen door één deur. Het is over, het zuchten van de schepping is voorbij. Wanneer? Als de Here Jezus komt. En dat verschil tussen ons gaan naar Hem, ons bij Zich roepen, de Here Jezus zegt: “Ik ga heen plaats te bereiden en Ik roep u, ik breng u tot Mij, opdat ook u zijn moogt waar Ik ben”, we gaan naar Hem. En we komen met Hem terug. We gaan naar Hem, Hij neemt ons op, Hij voert ons weg, Hij brengt ons in het huis van de Vader. Hemel geopend, we zien dit allemaal. Als de oordelen zich gaan ontrollen zijn we daar bij. We zien het. En we komen met Hem, na de bruiloft van het Lam, komen wij met Hem terug hier op aarde.
Nou niet om dan nog een keer naar Veenendaal te gaan of naar de omgeving van Veenendaal om te zeggen van: “Zie je wel, je was er toen bij in de sterke arm, je hebt het toen meegemaakt, je hebt het niet geloofd, maar ik had wel gelijk he.” Zo gaat het niet. U krijgt niet de idee van nog een keer naar uw buren te gaan om te zeggen van: “Zie je wel.” Je zou soms willen. Je zult het nu moeten zeggen en zij zullen het nu moeten geloven. Maar toch komen we met Hem. Waarom, nou om Hem te vergezellen. Om alle, alle accenten te laten vallen op Hem. En dat is moeilijk vandaag. Weet je, je kunt je best doen om voor de Here Jezus te spreken. Dat doe ik echt, dat meen ik. En toch, toch wil je het ook nog wel een beetje voor je zelf doen. Ik wil de eerste spreker nog tegen komen die niet een beetje eer voor zichzelf zocht. En als het zelf niet zo gezocht wordt dan is de duivel er wel bij om dat te regelen. Die oude term van Luther heb ik ik weet niet hoe vaak geciteerd. Hij had mooi gesproken. Melanchton, zijn vriend, complimenteert Hem, en Luther schijnt gezegd te hebben: “Je bent de tweede die het zegt. De duivel zei het net ook al.” Hele oude, maar dat geeft dus aan van ja, dat kietelen van het vlees he, dat, ja. Johannes de doper zei: “Hij moet wassen, ik moet minder worden.” Dat meende hij. en even later zegt hij: “Bent u het nu of moeten wij een ander verwachten”, want hij zat zelf klem. Ik snap het, ik snap het heel goed. en de Here Jezus noemt hem de grootste van de vrouwen geboren en de grootste van alle profeten, zo van: Waag het niet om kritisch te zijn over Johannes de doper. dat bedoel ik ook niet, maar het is zo. Wegvallen, weet je, alles valt weg als Hij komt. En hier in ons stukje gaat de hemel open en komt de Here Jezus uit de hemel.
Waarom staat in Openb. 19 niet dat Hij komt met die triomfwagen, met dat prachtige voertuig van Ez. 1. Waarom wordt het daar in een triomfsfeer getrokken en waarom is hier alleen maar een wit paard te zien en Iemand op dat paard. Nou, in Ezechiël ging het om een hele wezenlijke les. Ik probeer dat te zeggen om het over te brengen. In de dagen van Ezechiël was Nebukadnezar zo gigantisch, zo gigantisch rijk, en zo gigantisch eigenwijs en trots, en hij had zo’n gigantisch mooi troontje voor zichzelf gemaakt. Weet je wel, dat is de voorganger van Saddam Hoessein he, Irak, toen. Ja, als je dat doortrekt dan denk je: Hoe is het mogelijk. Maar dat was zo. en alles boog voor die man en niets parlementaire enquête of zo, helemaal niet hoor, niets. Als hij zei: ‘Afvoeren”, dan was het afvoeren. Niemand had ene, ene centimeter in te brengen, nul. Zo was dat toen. En in die tijd ziet Ezechiël dit visioen: Een troon van God. En hij hoort de stem van Een die iets zegt, en Ezechiël is nergens meer. Hij weet het in één klap heel precies: Ik zit goed. Hoe overweldigend dit tafereel ook is, ik hoor bij Hem die op de troon zit. en niet bij hem, Nebukadnezar die daar ergens in Babel op een troon zit. En nu komt dit tafereel. Nu, dat komt ook niet zomaar uit de lucht vallen. Ik weet niet of u zich herinnert hoe dat ongeveer ging bij de uittocht uit Egypte. Misschien moet u nog iets weten. Het boek Genesis is een soort inleiding op de hele bijbel. Een soort voorwoord. In Genesis vind je alles van de hele heilsgeschiedenis terug in grote trekken. Zoals je in een voorwoord, door de schrijver zelf geschreven, aangereikt krijgt wat de inhoud van het boek is, zo vind je dat ook in het boek Genesis. Het is magistraal als je dit echt zo eens, met deze bril op, zou willen bekijken. Je voelt dan ook dat het boek eindigt met de zegenrijke regering van Jozef. Daar eindigt het boek. Die hele lijn is heel duidelijk. Genesis, dus een soort ouverture op de hele bijbel. Hoofdstuk 1 van Gods boek: Exodus. God gaat een volk verlossen, een volk uit de wereld halen. En Hij doet dat op een spectaculaire manier. En dan krijg je dat het volk verlost is, je vindt dat in hoofdst. 12 en zo en hoofdst. 13. En dan krijg je in hoofdst. 14 dat volk onderweg naar. En ja, de Egyptenaren worden weer boos, denken wat hebben we gedaan, stomme koppen zijn we, we hadden die mensen nooit moeten laten lopen, hoe kun je nu gewoon beste werkkrachten laten gaan. Terughalen, doen ze, Schelfzee, u weet het wel, die enorme verlossing bij de Schelfzee. De Here zal voor u strijden en jullie zullen stil zijn. Een pad dwars door het water heen, gigantisch gebeuren. Geen klein. laat ik maar zeggen moerasachtig poeltje, plasje, zoals critici beweren, waarop anderen zeiden: “Dan wordt het wonder alleen maar groter. Want als in zo’n klein poeltje zoveel Egyptenaren kunnen verdrinken, dan moet het toch wel een heel groot wonder zijn.” O.k., maar dat is ook al een oude, is niet nieuw. Maar aan de andere kant van de Schelfzee hebben zij voor het eerst gezongen. En daar ging het mij eigenlijk om. Dat is het eerste lied in de bijbel. Ik heb dat genoemd, toen we ook het lied van Mozes al hadden: Het lied van Mozes en het lied van het Lam. Het eerste lied in de bijbel. En wat is het: De Here is hoog verheven. Dan komt: Het paard en zijn ruiter. Het gaat me om die uitdrukking. Het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee. En toen: Er werd volledig duidelijkheid gegeven dat de macht van Egypte gebroken was. Waardoor, door het instrument, het paard en zijn ruiter, de berijder dus, degene die het instrument beheert, dat die allebei ten onder gingen Het instrument en degene die het instrument bedient of beheert ging ten onder. en dat is een lied waard. Dat is een overwinningslied van de eerste orde, daar bij de Schelfzee. Het eerste lied uit de bijbel, het lied van Mozes. In reidans hebben Mirjam en alle anderen gezegd: “Het paard en zijn ruiter”, iedere keer dat thema he: Het paard en zijn ruiter.
En nu komt het paard en zijn Ruiter uit de hemel. Het hoeft u dus niet te verbazen dat dit beeld gebruikt wordt. Het gaat er om, de eerste vijandelijke macht in de bijbel, is dus, even los van Genesis die ik dus echt zie als een ouverture als een voorwoord op de hele schrift, zie je die vijand, in de vorm van Farao, die het volk niet wil laten gaan. En God gaat ingrijpen in plagen, in oordelen, dat is nu precies wat in Openb. 19, 18 en 17 en 16 en zo gebeurde. Dat zijn dezelfde dingen die hier in het boek Openbaring terug te vinden zijn. en dan gaat het geweldige gebeuren dat het paard en zijn Ruiter uit de hemel komt. En nu is het de overwinnaar, de Here Jezus. Hij komt uit de hemel. Hij de Koning der koningen, de Here der heren, Zijn kleed in bloed gedoopt. Dat betekent dat zichtbaar is, kleren maken de man, bij de priester, bij de hogepriester, bij de koning, bij de profeet, bij de gelovige, de klederen van het heil, altijd, maar nu wordt zichtbaar dat dat kleed, door Hem gedragen, in bloed gedoopt is. Dat betekent dat het te maken heeft met het vergoten bloed van het kruis van Golgotha. En dat is de kracht. Dat is de overwinning. De overwinning ligt bij Golgotha. Jij en ik snappen bij lange na niet wat het kruis van Golgotha betekent. Zullen we ook nooit achter komen op aarde. Maar het is zo fantastisch om je te realiseren dat de Here Jezus Christus daar de overwinning heeft behaald. Dat Hij de overwinning is, dat Hij echt het paard en zijn ruiter daar, daar heeft overwonnen. Alles wat er is aan instrument van de tegenstander en de tegenstander zelf is daar overwonnen. En nu komt Hij die de overwinnaar is, gezeten op een paard, als een ruiter op een paard, uit de hemel. En Hij zal de Koning der koningen, de Here der heren zijn. En de hemelse legerscharen volgen Hem, ook op witte paarden. Nou, vroeger riep ik heel driftig dat ik nog een keer op een paard zal gaan rijden. Ik ben vroeger één keer van een paard gevallen en er daarna nooit meer opgekropen, ik durfde niet meer. Dat is nog steeds zo. Maar straks kom ik nog een keer op een paard. Dat is een beetje gek misschien, want ik zeg niet mensen u gaat nog een keer gitaar spelen, wel of niet muzikaal maar het gaat gebeuren, ze hadden elk een harp, elk een gitaar, ze gaan allemaal zingen. En een keer paard rijden. Had u ook al zo graag gewild. Gaat nog een keer gebeuren, want u komt uit de hemel op een wit paard. Nou, of ik dat helemaal vol kan houden dat weet ik nu niet meer. Dat deed ik vroeger wel. Zie je wel dat je vroeger wel eens dingen zegt in onbezonnen uitspraken die misschien later niet meer zo gezegd kunnen worden. We zullen er bij zijn. Maar de bijbel haast zich in Openb. 21 om te vertellen hoe wij daarbij zullen zijn, namelijk als een nieuw Jeruzalem rondom Hem heen. En dat is toch wel een ander verhaal dan zitten op een paard. Maar de hemelse legerscharen gaan wel mee. Wie zijn dat dan. Nou, dat zijn die engelen. Die twaalf legioenen, of die meer dan twaalf legioenen engelen. Dat zijn zij die in Ez. 1 bij het visoen daar neergezet worden als engelwezens, als hemelwezens. Dat zijn de cherubijnen en dat zijn die ofaniem, die raderen, en rad en ogen en vuur en zo. En dat zijn de chasmoliem, dat zijn dus wat daar lijkt op blinkend metaal. Anders vertaald, vuur in zijn puurste vorm, rokeloos vuur in zijn puurste vorm. Er is helemaal niets, maar alleen maar vuur, alleen maar glorie, alleen maar schittering, onvoorstelbaar schitterend. Dat komt. Nou, die hemelwezens komen met de Here Jezus. Hij komt, en Zijn heilige engelen met Hem. Alles uit de hemel komt. Wij komen ook mee, maar waarschijnlijk in een wat andere vorm, maar daarover later, een hele, hele bijzondere uitleg vind ik in Openb. 21. Dat we er bij zullen zijn staat voor mij vast. Want het gaat om Hem en we zullen alle, alle gelegenheid aangrijpen om Hem te vergezellen en om Hem alle eer te geven en om Hem amen, amen toe te roepen, U bent de Here toe te roepen. Dat gaan we doen.
Maar nu komen dus die hemelwezens met Hem uit de hemel. En ja, daar wordt onmiddellijk gevoeld: Dit is een finaal moment. Nu staat in de bijbel, in het boek Zacharia, dat in die tijd de volkeren in Jeruzalem zullen zijn. We hadden dat al een beetje toen we Openb. 17 bespraken, dat in die tijd, laat ik maar zeggen, Nederland of Europa, daar in Jeruzalem is. En Zach. 12 maakt volstrekt helder dat dat echt gaat gebeuren. Of al onze soldaten daar zijn, waarschijnlijk niet, maar een contingent, een deel van ons, maar in elk geval genoeg om representatief te zijn. Maar ook anderen en zelfs de omliggende volkeren, de tien koningen, Ps. 83, die een uur gaan regeren. Dat zijn de Islamitische volkeren die om Israël heen liggen. En ook degenen van het oosten, dus Irak, Iran. Heel het politieke toneel is op dat moment in Jeruzalem en ze staan op het punt om uiteindelijk de overwinning te behalen. Het paard en zijn ruiter, voorgesteld in Exodus, van Farao, is op dat moment in Jeruzalem om daar de finale slag uit te delen. Jeruzalem in de handen van de volkeren, Israël als volk de Middellandse Zee ingeduwd. Het is over, het is uit, het is van ons, wij hebben het, wij willen het, wij pakken het, alles gaat zich toespitsen. Nou, dat merk je nu al, dat het daar om gaat. je zou zeggen: De enige die echt de kwaaie pier is in de ogen van Saddam Hoessein is natuurlijk Amerika. Maar wat zegt hij bij elk interviewtje, Israël. Hij heeft het altijd over Israël, altijd. Israël moest in de vorige golfoorlog worden teruggehouden om niet mee te doen. Ik weet niet of ze dat nu weer zo zullen doen, maar het is angstig. Maar er komt een moment, volgens de bijbel, dat heel Jeruzalem vol zal zijn van soldaten, van legers, ook uit Europa, maar uit alle mogelijke delen. Hoe dat kan, ja het zou kunnen zijn dat er nog een oorlog komt. Het kan ook zijn dat de stemming totaal omslaat. En daar lijkt het nu al een beetje op, dat heel Europa met Saddam Hoessein aan de haal gaat. Of hij met Europa. Waarom is Chirac zo tegen, waarom is meneer Schröder zo terughoudend. Waarom worden meneer Blair en meneer Bush vandaag uitgetekend als de grootste boeven die maar bestaan. We houden het misschien in de gaten de komende weken. Nou, het is ongelofelijk spannend als u van deze dingen houdt, nog sterker, als deze dingen u te pakken krijgen, dan kijk je er naar, dan denk je daarover, dan ontgaat je dit niet. Maar de hele ontwikkeling is zo. Maar ik wil er dit van zeggen: “Als die legermacht, die enorme macht van tegenstand daar in Jeruzalem is, dan komt de Here Jezus, op dat moment.” Ja dat wordt een gigantisch moment, dat de persbak van de wijn van de gramschap van de toorn van God de Almachtige getreden zal worden. De Koning der koningen, de Here der heren, de Zoon des mensen, Dan. 7, de Steen zonder handen losgemaakt, Dan. 2, de Mensenzoon, op vele, vele plaatsen in het NT en OT. De hemel gaat open en God openbaart Zijn macht en Zijn glorie. Alles wijkt, alles siddert. Vogels worden uitgenodigd om net zo veel te eten als ze willen, er is genoeg. Alles, alles buigt. Voor Wie, voor mijn Heiland. Snapt u wat er gebeurde toe Hij hier voor het eerst kwam om jou te redden. Snap je het nu een beetje. Jij denkt: Nou ja, dat was nogal een goede he, de Here Jezus, een goede Man. Ja, een goede Man. Heeft voor mij en voor mijn schuld aan het kruis willen hangen, weet u wel, de martelaar zijn voor mij. Ja, ja, ja, een nare weg hoor. Maar goed, toch he. En je komt alleen maar aan jezelf toe en je zegt ook nog: “Dank U Heer dat ik gered ben, dank U dat ik verlost ben, dank U dat ik in de hemel kom, dank U dat ik….” Ja, het is waar, het is allemaal waar, voor 100% waar, want jij komt in de hemel als jij gelooft in de Here Jezus. En als je niet gelooft kom je er niet. Maar je komt er echt. Maar daar in de hemel verbleek je denk ik en denk je: Oei, oei, oei, Here Jezus ik wist eigenlijk niet dat u zo ver ging, dat U, niemand minder dan U, zo ver ging. Kunt u een beter contrast bedenken. Kunt u zich voorstellen dat de Here Jezus het Lam van God is en de Leeuw van Juda. Ik las een boekje van de week, ik vond het zo’n mooi boekje: De Leeuw is een Lam, en het Lam is een Leeuw. Het Lam, weerloos. Daar kun je mee stoeien en daar kun je mee spelen en doet niets, kun je van alles mee. Kun je mee kruipen in de wei, je kunt er mee in een hok zitten. Maakt allemaal niet uit, je kunt er van alles mee. En met een leeuw, niets, bang, angst, afstand, moeite. Kunt u zich voorstellen dat de Here Jezus Lam is, yes. Ja, dat willen we, dat koesteren we. Maar dat Hij Leeuw is, dat Hij komt in grote glorie en in grote kracht. Dat Hij op aarde komt om hier te heersen, dat Hij laat zien Wie Hij is. Lieve mensen, God laat zien Wie Hij is. Ook toen de Here Jezus aan het kruis stierf. Alleen, dat heeft Hij onttrokken. Daar is drie uren van donkerheid omheen gezet. Niet alleen vanwege een soort zandstorm, dat zou in theorie kunnen hoor, gewoon een soort natuurverschijnsel, maar het is in elk geval donker geweest. Maar ik denk dat God dit onttrok aan ons oog. Wij hebben nauwelijks idee over Wie we praten. En dan komt: De hemel gaat open. Nou, wat er dan gebeurt, dat tart alles, alles. Alles staat op zijn kop, alles in één keer. De mens in geweldige doen, in grote vorm, in overwinningsroes, nu is het voor elkaar, nu hebben we alles, nu hebben we alles in onze handen, nu kan ons niets meer ontglippen, bijna de torenbouw van Babel in Genesis, weet je wel. Opstand van alle intellectuelen, wij dringen door tot in de keuken van de Here God zelf, wij zijn er. Op dat moment, bammes, gaat God ingrijpen: spraakverwarring, Gen. 11. En dat komt terug. Nu komt de Here Jezus. Hij komt om de overwinnaar te zijn. En Hij komt op een geweldige manier. Ik gun de Here Jezus dat moment, dat moment van stralen, dat moment van glorie. Als die gloriewagen hier door de straten van Jeruzalem dendert, sorry hoor, mijn vertaling. Ja, dan denk ik, dit is het, handen klappen, juichen, springen, hossen, doe iets. Takken van de bomen, jassen op de grond, doe iets. Doe wat je hebt, doe wat je kunt. Prijs Hem, prijs Hem, maak Hem groot, geef Hem eer. Ik ben er ook van overtuigd dat de stenen op dat moment gewoon meezingen. Ja, dan denk je ineens: Waar komt die vijfde stem vandaan, die zesde stem. Nou, die komen van de straatklinkers, die liggen er genoeg in Jeruzalem. Sorry dat ik het misschien raar zeg: De stenen zullen spreken. Ze zullen Hem eren. En dan nog een keer een poging van al die volkeren om tegen het Lam, tegen die Koning te strijden. En de eerste die in de hel komt, dat is het beest en de valse profeet. Er is nog nooit iemand in de hel geweest. De hel is bewaard gemaakt voor de duivel en voor zijn engelen. De eersten die daar komen zegt vs 20: Het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet. en levend werden zij beiden geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. En uit de rest van het laatste bijbelboek blijkt dat dat de tweede dood is: de hel.
De Here Jezus overwint. De Here Jezus is de Koning, de Koning der koningen, de Here der heren. Er komt oordeel. Mensen die in opstand zijn zullen omkomen. God heeft gewaarschuwd. Ik hoef niet alle details te zeggen. Sodom en Gomorra is een waarschuwing. De ark van Noach is een waarschuwing. Iedere keer hetzelfde. En de Here Jezus heeft geweend over Jeruzalem, en Hij heeft gezegd: “O, alsjeblieft, Ik wou dat je op deze, jullie dag, uw dag, erkende wat tot uw vrede dient.” Hij heeft ze alsnog uitgenodigd om te komen: “Kom”, en Hij weende over haar. Wie is dat die daar op de helling van de Olijfberg zit, Jeruzalem ziet en over de stad weent, en dan vertelt: O, Jeruzalem wordt omgeven, Jeruzalem wordt ingenomen, wordt geschonden, vrouwen worden geschonden, het gaat helemaal niet goed. Er blijft geen steen op de andere steen. Het gaat helemaal mis, het gaat helemaal is met jullie. en een deel komt om. Twee zullen op een veld zijn. Twee zullen in één bed zijn. Twee zullen aan het malen zijn, aan het werk dus. Gewoon en route, werk, thuis, er komt een tweedeling. En die tweedeling is: Wie gaat dan met de Here Jezus dat duizendjarig vrederijk in en wie wordt weggenomen. En of dat wegnemen nu plus is of min, daar zijn de geleerden het nog lang niet over eens. Maar dat maakt ook niet uit, daar is een tweedeling, daarover zijn ze het allemaal eens. Er is een absolute tweedeling, volstrekt helder. En de Here Jezus waarschuwt. Hebben ze het niet geweten dan. Ja, maar Hij komt. Dan zullen zijn de Zoon des mensen zien komen, Matt. 24. Grote kracht en heerlijkheid. Het teken van de Zoon des mensen. Ik denk dat het die triomfwagen is van Ez. 1. Ze zullen de Zoon des mensen zien komen in grote macht en heerlijkheid. Hij komt, de Here Jezus komt. Iedereen verbleekt. Van het Europese leger blijft niets over, ze worden in de pan gehakt. De Here Jezus is de Here en Zijn glorietijd breekt aan. Ik wil je nu vanavond gewoon zeggen: “Gun je de Here Jezus die tijd?” er is een lied, wat wel eens gezongen [wordt]: Wat een dag, wat een dag zal dat zijn voor Hem. Wat zal het een dag zijn als Hij daar zo in glorie en in heerlijkheid verschijnt en Hij zo eer krijgt. Op het moment dat Hij komt, zal Israël zien, Hem die doorstoken werd. Ze zullen dat kleed zien in bloed geverfd. En ze zullen, waarschijnlijk daardoor, tot de ontdekking komen: Hij is het dus toch. Israël wil geen Messias die leed, wil geen Messias die naar een kruis ging. De Joden vinden dat zo afschuwelijk. Die willen een Koning der koningen, die willen iemand hebben die de Romeinen eruit schopt en die gewoon wegstuurt, alles wat vijandig is. Die Messias willen ze, en als ze vandaag over de Messias praten, bedoelen ze, die eindelijk vrede brengt en die Saddam Hoessein het zwijgen oplegt en die de druk van Iran vermindert en die weet ik veel wat voor andere druk doet ophouden. Zo’n Messias, daar verlangen we naar. Die Messias moet komen. En ze geloofden niet in Hem die naar een kruis ging. Daarvan hebben ze gezegd: “We willen niet dat Hij Koning over ons is, dat willen we niet.” Nu is het ook moeilijk als je een Koning verwacht. Als je echt Iemand verwacht die orde op zaken stelt, die werkelijk als overwinnaar uit de bus komt. En je ziet Hem gaan, en je ziet Hem naar een kruis gaan, en je ziet het meest afschuwelijke voor je ogen van ontluistering van een Mens, want dat is het dan toch. Helemaal uit elkaar getrokken, volstrekt gemarteld zie je Hem hangen en denk je: Ja, ja, we hebben ons toch vergist waarschijnlijk.
Als u mensen die in het Joodse leven zijn, die Joden zijn, vraagt hoe ze tot bekering, even he, Messiasbelijdende Joden, als je mensen ontmoet die ook de Here Jezus kennen, en je vraagt ze: Hoe hebben jullie nu de Here Jezus leren kennen. wat is een belangrijke tekst geweest uit de bijbel, dan zeggen ze allemaal Jes. 53. Daar staat: de Knecht des Heren, die in hetzelfde boek Jesaja de Koning is, de Heilige Israëls is, als een Lam naar een slachtbank geleid. Dat is in het denken van een Jood de enige mogelijkheid, voor zover ik zie, om hen te bereiken. En dat blijkt ook zo te zijn. Die tekst werkt, heel sterk. Straks komt de Here Jezus, Zijn kleed in bloed geverfd. Israël zal Hem zien. Wat zullen ze dan zeggen. Nou, ik weet dat de bijbel daarover zegt, en u ook. Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. Dus toch. Ineens vallen de schellen van de ogen. Ineens zien ze dat de Here Jezus die destijds miskend werd, die weggestuurd werd, dat Hij de Messias is. Ze zien het en ze zullen vragen: “Wat zijn dat voor wonden in Uw handen.” En Hij zal zeggen: “Daarmee ben ik geslagen in het huis van Mijn liefhebbers.” De Here Jezus, ze bekeren zich. Dit moment van komen op aarde, van komen uit de hemel van in glorie en in kracht, Koning der koningen Here der heren, hier op aarde, stralen, is een ommekeer. Ten oordeel voor al die vijanden, ten zegen voor hen die Hem verwachten.
De Here Jezus komt uit de hemel. En jij en ik, wij kijken hiernaar en we zeggen: “Here Jezus, wij gunnen U eer, wij gunnen U glorie.” En eigenlijk doen we er vrijwel niets mee. Zou u nu de Here willen gaan prijzen voor Wie Hij is. Zou u nu, al is het maar één keer mijn broeder, mijn zuster, willen zeggen: “Here Jezus, ik wil U eren, omdat U het Lam bent. Maar ik wil U ook eren omdat U de Leeuw van Juda bent. Ik wil U eren omdat U zich zo liet mishandelen. En ik wil U eren omdat U de allerhoogste Here bent, met niemand te vergelijken. Ik wil U eren omdat u in een moederschoot wilde kruipen.” Sorry hoor, mijn term. “En ik wil U ook eren omdat u op de triomfwagen van God de Enige bent die alle eer waardig is.”
Het enorme contrast. Weet je, ik zeg het opnieuw met een kerstlied: Komt verwondert u hier mensen. Kom eens tot verwondering, kom eens tot aanbidding, kom eens tot lofprijzing. en stop misschien eens met: Here, onze auto, Here, onze ramenwasser, Here, onze aandelenportefeuille, Here ons familiebedrijf, Here onze zorg. En die zorg mag je vertellen, maar kom eens tot verwondering, kom eens tot aanbidding, kom eens tot grootmaking van de Here Jezus. Verte Hem eens hoe groot Hij voor jou is. Teken Hem eens uit, geef Hem eens een warm applaus. Je komt in sommige gemeenten, ik kom er wel eens, en dan zeggen ze: “Laten we eerst de Here Jezus welkom heten met een applaus.” Nou, u vindt dit hartstikke gek waarschijnlijk. Sorry hoor, maar u vindt het heel raar. Pff, kom, wie doet dat nu, het is toch, nee dat kan toch niet. Nou, o.k., of het nu zo moet weet ik niet, maar hoe doet u het dan. Dan moet je eens eerlijk zijn. Och, Here Jezus, ik zit rustig op mijn stoel. Ik zit aan mijn laatste pepermunt te knabbelen en ik denk: Nou, zou die dominee een goede preek hebben of niet. En als hij geen goede heeft dan bedank ik toch als lid van de kerk. Nou, even he, ik ga even doorslaan. Maar gewoon even wat zeggen he. Hoe ga jij Hem dan welkom heten. Met kritiek op de dominee. Met ik wil een goede preek, met ik wil een zegen. En als ik geen zegen krijg, nou dan kunnen ze wat mij betreft hier de tent wel sluiten. Ik zou liever dan in het gezelschap zijn van laten we maar een applaus gaan brengen voor de Here Jezus. Daar voel ik me dan meer thuis. En ik kan uw gedachten niet beoordelen. Misschien zit u er heel eerbiedig. En ik ken broeders van vroeger die altijd, voor dat ze de kerkbank instapten, eerst nog een ogenblik bleven staan om een gebed te doen. U kunt het formalisme vinden, maar ik denk, dat waren waarschijnlijk vrome mensen die echt dachten: Here, het gaat om U, het gaat om Uw Naam, het gaat om Uw eer. We willen voor U gaan. Nou, maar doe iets. zeg dan eens aan de Here Jezus hoe jij Hem ziet en wat jij van Hem vindt. En betuig je dan eens en uit dat eens. Niet een praisje, gewoon: Here Jezus, super, U bent geweldig, dank U wel. En het hoeft niet met applaus, het hoeft niet met de handen omhoog, u mag er gewoon bij blijven zitten. Maar je hart mag wel een soort antwoord geven, een soort respons geven, omdat u zo blij bent met Hem.
Hij komt en iedereen buigt. En jij en ik die nu leven mogen nu buigen, voor die tijd al.
De Here zegene jullie, amen.