Openbaring 20 : 7 – 15

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

25. De grote witte troon.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
30 maart 2003.

Lezen: Openbaring 20:7-15

We gaan verder in onze overdenkingen over dit laatste bijbelboek. En dat het een actueel boek is, dat is wel helder geworden in de loop van de tijd en eigenlijk wordt het met de dag actueler. Als je de gebeurtenissen van vandaag op je af laat komen en alles op een rij zet of probeert te zetten, dan denk je: Here God wat staat ons te wachten, wat bedoelt u in deze tijd te zeggen.
Wij waren toegekomen in Openb. 20 aan een duizendjarig vrederijk. Een toekomstig duizend jaren durend vrederijk. Een rijk waar de Here Jezus de Koning der koningen is, de Here der heren is. Waarin zegen te vinden is, blijdschap, vrede, en geen oorlog. De tijd dat alle zwaarden omgesmeed zijn tot ploegscharen en alle speren tot snoeimessen. Dat is een tekst uit de bijbel. een tijd van grote vreugde, een tijd van grote blijdschap, duizend jaren lang. Nu, de discussies daarover zijn natuurlijk legio, van: Is het echt duizend jaar, is het niet een soort zinnebeeld ergens van, moet je dit concreet zo duizend jaren noemen, en hoe gaat dat dan. Nu, we hebben de vorige keer gezegd dat er geen twijfel is over het getal, en dat het te maken heeft met die zoveelste periode van duizend jaren. Zes periodes van duizend jaren zijn achter ons. en er komt nog een periode van duizend jaren en die ligt voor ons. Wij staan op de grens van die zesde en die zevende periode van duizend jaren. En die periode zal paradijselijk zijn. Ik zeg dit met opzet nog een keer. Het paradijs lag vroeger in Irak, Babel ligt in Irak, Chaldeeën, dat is het rijk van Irak van vandaag. Saddam Hoessein zei vorige week, in een interview, dat hij vond dat er een soort Arabisch-Palestijnse staat moest komen met de grens Eufraat en de Middellandse Zee. Of hij dat bewust zo gezegd heeft weet ik niet, in feite zegt hij het omgekeerde van wat de bijbel zegt. De bijbel zegt dat er een staat van vrede zal zijn, een rijk zal zijn, met als hoofdstad Jeruzalem, grens: Middellandse Zee en de Eufraat. Feit is dus dat wij al deze dingen op ons af horen komen, voelen komen, en soms niet weten wat we zeggen moeten. Nu, ik ga ook niet de profeet uithangen, in die zin dat ga zeggen: “Dit en dit betekent het allemaal.” Ik weet het niet. Ik weet alleen dat Irak wel terdege een rol vervult in de eindtijd. Het is niet voor niets dat Abraham uit Ur der Chaldeeën, uit Irak werd gehaald en in het beloofde land werd gebracht. Van Babel naar Jeruzalem. Nebukadnezar deed het omgekeerde, bracht mensen uit Jeruzalem weer terug naar Babel. Deze lijnen liggen er. En de bijbel maakt duidelijk, volgens het boek Daniël, dat Irak in die eindtijd echt een rol gaat vervullen.
Maar nu, Openb. 20, het eerste stuk, is dat duizendjarig vrederijk gekomen, het is feest. En die grens, Middellandse Zee, Eufraat, is een feit. En de zegen is alom. Het is vrede, geen oorlog meer, paradijselijke situaties. Het paradijs is terug en in Jeruzalem is leven, is blijdschap. Dat komt, dat is het toekomstig duizendjarig vrederijk. Je kunt er nu al naar hunkeren, je kunt er naar verlangen. Mensen die de Here Jezus Christus kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, weten dat ze leven uit God hebben. leven uit God betekent eeuwig leven. Het betekent eeuwige blijdschap. Je zonden zijn vergeven, je schuld is weg, eeuwig leven, eeuwige vrede, eeuwige blijdschap, bij en met de Here Jezus. Dat is de inhoud van het geloof. Natuurlijk zijn er velen geweest die daarop geschoten hebben en die probeerden om dit aan flarden te krijgen. Toch is dat de taal van de bijbel: Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Ik hoop dat we allemaal dat leven uit God hebben. Ik kom daar straks op terug, als het gaat over die grote witte troon. Leven uit God.
Duizend jaren is de satan gebonden volgens het eerste stuk van Openb. 20. Duizend jaren geen aanvallen meer, geen aanvallen meer van de satan of van zijn technieken of tactieken. je zou er ook naar verlangen. En dan komt het moment dat die duizend jaren voorbij zijn. Dat staat hier in ons tekststukje. Dan vallen we eigenlijk midden in ons onderwerp. En tot ieders verbazing wordt die duivel weer losgelaten. Staat hier: Na die duizend jaren wordt hij weer los gelaten. Nog een keer lezen: Wanneer de duizend jaren voleindigd zijn zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. Nu, natuurlijk zegt iedereen: “Nu, daar snap ik nu helemaal niets van. Als de Here God een beetje handig was”, sorry hoor voor mijn taal, “dan had Hij die Satan wel aan die ketting gehouden, of had Hij hem gebonden gelaten.” Want waarom laat de Here God nu die satan weer los. En bovendien blijkt uit dit stukje dat die satan weer uit gaat en dat hij weer een hele massa mensen tegen God op de been krijgt. het is alsof die zondeval nog een keer gebeurt. Ook daarover zijn natuurlijk vele dingen al gezegd. Ik ben echt niet de eerste die daarover spreekt. Ik wil proberen om een paar gedachten met jullie te delen. Waarom zou de Here God dat doen. Vandaag de dag kun je in de krant heel veel lezen over draaideurcriminelen. Nou, ik zie één meisje zitten met: Waar hebben we het nu over. Dat betekent: Die mensen die gaan de gevangenis in, en komen op een bepaalde dag er weer uit, en ze zijn er nog weer uit en die denken, nou laat ik die auto van Jelle eens pakken. Nou, en die worden weer gearresteerd hier vlak bij het politiebureau en die gaan er weer in. Dat betekent dus dat het een soort draaideur, zie dat is het woord, draaideurcriminaliteit. En het is heel erg vindt men in de kringen van politie en in de kringen van hulpverlening. Makkelijk is het niet. Hoe krijg je zo’n crimineel nu eindelijk op het goede pad. Ja, dan moet je hulp verlenen en je moet op ze in praten en je moet ze heel langdurig…… Nu, duizend jaren lang heeft die duivel gevangen gezeten, hij komt er uit, doet weer precies hetzelfde, een draaideurcrimineel. De Here God maakt duidelijk dat duizend jaren gevangenschap die duivel niet hebben veranderd. Hij is nog precies zo, geen draad beter, niets. er komt nog iets uit de verf. Duizend jaren lang geen probleem van de duivel, geen last van de duivel. je zou zeggen: “Nou, nu weten de mensen eindelijk beter. Nu zullen ze nooit meer in die val van Adam en Eva stappen, want ze hebben nu duizend jaren lang zegen van God gehad en de optimale situatie mogen beleven van paradijselijke situaties op aarde.” Antwoord: Eén keer een aanval van de duivel en ze doen weer precies hetzelfde. Duizend jaren zegen hebben die mensen ook niet veranderd. Het is alsof God aan het eind van de hele geschiedenis nog een keer helder wil hebben: Kijk eens, die duivel die is onverbeterlijk. En de mens is nog precies zo. Ook na duizend jaren van zegen. Mensen worden in die tijd duizend jaren zegt de bijbel. Een jongeling, honderd jaar oud. Ik heb het niet bedacht, staat in de bijbel. Methusalah was vroeger 969 jaar oud, staat in het boek van de records. Duizend jaar, gat er over heen. Maar die duizend jaren van zegen hebben de mens ook niet veranderd. En alle gepraat van: Als de duivel nu maar gebonden zou zijn, ja, als we geen last van die satan zouden hebben gehad. Nou ja, dat is altijd hetzelfde verhaal, het is altijd de schuld van. Als die duivel nu eens niet zou gewerkt hebben, ja dan waren we natuurlijk heel anders geweest. Is dat zo, is het afwezig zijn van de duivel een verandering geworden, ook niet. Dat is best moeilijk. had de Here God dan niet een beetje anders kunnen scheppen. Had hij dan niet wat andere genen in ons kunnen stoppen dat, dat we niet zouden zondigen, dat we niet verkeerd zouden gaan. God heeft jou en mij niet als robotten geschapen. Hij is niet iemand die tot in de kleinste details voorprogrammeert, waardoor jij gewoon moet doen wat het programmaatje zegt. Je bent een denkend wezen, naar Gods beeld geschapen, naar Zijn gelijkenis. je bent heel uniek. Je hebt iets van alomtegenwoordigheid, nu al. Jij kunt je verplaatsen, zittend hier in deze zaal, naar je eigen huis of naar vroeger, je kunt je verplaatsen. Je bent heel bijzonder. Je kunt logische dingen zeggen, je kunt ruiken. Ik ontmoette een meneer in Eindhoven, bij Philips, Natlab, in het research gebeuren van Philips, professor doktor huppeldepup, ik zal zijn naam maar niet noemen. Die was met een heel team ingenieurs al een hele tijd bezig om reuk in een computer te krijgen, om computers te kunnen laten ruiken. En uiteindelijk heeft hij het boeltje er bij neer gelegd, ja hij is nog bij Philips, maar zijn opdracht terug gegeven en gezegd: “Het kan niet.” Conclusie: God bestaat. Zijn conclusie, op grond daarvan gelovig geworden, de Here Jezus leren kennen daarna. Alleen al het feit dat je er achter komt wie, ja hoe ingewikkeld en hoe ingenieus de mens in elkaar zit, was voor hem genoeg. De satan wordt losgelaten. God heeft dit in de bijbel neer laten schrijven. En we kunnen filosoferen: Had dat dan wel, had dat dan niet gemoeten. Feit is, het staat er. En in elk geval is helder dat uit het loslaten en door het loslaten van die duivel een aantal conclusies kunnen worden getrokken, en die conclusies heb ik je al aangereikt.
Satan ziet kans om een enorme massa mensen op de been te brengen. Er komt weer herrie, opnieuw. Dat is niet Irak zozeer, of Amerika. Dit zijnde legers die hier met Gog en Magog aangeduid worden. Ik las het u voor, dit stukje. En Gog en Magog kom je nog een keer tegen in bijbel, in het boek Ezechiël, hoofdst. 38 en hoofdst. 39. Daar gaat het heel uitvoerig over Gog en Magog. Volgende discussie. U snapt best dat daar al heel wat over gepraat is van: Is dat nu voor het duizendjarig vrederijk of is dit na het duizendjarig vrederijk, dat wat in Ezechiël staat. Nu, ik denk dat het na het, ook daar, duidt op iets wat na het duizendjarig vrederijk gaat gebeuren. Maar goed, die discussie die willen we niet ingaan, daar worden we niet echt, laat ik maar zeggen, warm van van binnen. Daar worden we ook niet blij van. Feit is, dat dat best de moeite van studeren waard is. Dat is wel zo. Gog en Magog, waar komen die lui vandaan. Nu, de bijbel zegt het heel precies, uit het verre noorden. En er zijn heel wat bijbelverklaarders geweest die in de namen van Gog en Magog, allerlei in, Moskou en in Tobolsk hebben gezien, van allerlei namen die daar in het noorden, in het Russische gebied te vinden zijn, alsof ze in de bijbel al genoemd zouden worden. Nu, dat kan, waarschijnlijk is dat zo. Dat leidt tot de volgende conclusie: In de tijd voor het duizendjarig vrederijk, zouden alle volkeren, alle natiën optrekken naar Jeruzalem. En ik heb toen gezegd: “Nederland gaat mee, België gaat mee, Frankrijk gaat mee, ze gaan allemaal in de richting van Jeruzalem.” Ook Irak gaat mee, ook Iran gaat mee, ook de Balkan gaat mee. Allen zullen zich daar mengen in een strijd. En dan komt de Here Jezus en al die tegenstanders worden verslagen. Hij gaat regeren, Hij gaat heersen en de zegentijd breekt aan. Maar het lijkt er op dat Rusland daar buiten blijft, dat zij zich afzijdig houden. Nu ook al een beetje, maar misschien straks helemaal. En zij komen wat later. Zij komen als de satan hen verleidt, na dat duizendjarig vrederijk. En ze omsingelen de stad en ze willen de geliefde stad, die stad, Jeruzalem, gaan nemen. De satan ziet kans om opnieuw een enorme massa mensen op de been te brengen om die stad te veroveren. Opnieuw die stad. Waarom niet Amsterdam, waarom niet Berlijn, waarom die stad. Omdat die stad is waar de Here Jezus regeert. Omdat die stad genoemd wordt, de stad van de grote Koning. Omdat die stad Jere-sjaloom heet: voorzien in vrede. Omdat dat de stad is waar het kruis van de Here Jezus heeft gestaan, waar Golgotha is, een uitloper van Moria, de berg Moria, waarvan vroeger al voorzegd werd: Op de berg des Heren zal voorzien worden. Die stad, geen alternatieve locatie. Die stad zal het grote mikpunt zijn van agressie voor het duizendjarig vrederijk en na het duizendjarig vrederijk. Want alle agressie van de duivel, van de satan, van de tegenstander, richt zich op de glorie van de Koning, richt zich op de verhoging van de Here Jezus, richt zich altijd op de zegen die God gaat geven. Zij willen perse voorkomen dat de Here Jezus Heer en Meester is en glorie krijgt. Dat is de opzet. En daarom zal een enorme massa mensen op de been gebracht worden om die stad te bestoken.
En dan komt er vuur uit de hemel en dat is dan het finale einde. Dat is ook het einde. Dat noemt men wel eens de jongste dag. Dat wordt wel eens gezegd, en dan zet God er een punt achter, dan is het echt helemaal gedaan. Dat is het einde van de wereldgeschiedenis. En wat er dan overblijft is wat de rest van Openb. 20 ons schetst. De aarde en de hemel die vluchten weg. Het is alsof die eerste schepping, in den beginne schiep God hemel en aarde, alsof die eerste schepping in één keer helemaal weg is. Daarom gaat hoofdst. 21 verder met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het is afgelopen. Het is alsof de dagen van Noach herleven dat God zegt: “En nu doe ik de deur dicht, nu is het gebeurd. Eindeloos geduld, prediker op prediker, getuigenis op getuigenis, maar het heeft niet geholpen.” En dan zet God er een punt achter. Ik hoop dat de beklemming daarvan toch wel een beetje overkomt. Ik wil geen doemdenkerij, ik wil niet zwaarmoedig zijn, maar het is echt, echt een eindpunt. Dan is het echt gebeurd. Dan zijn alle, alle bronnen opgedroogd, dan stopt God er mee. Hij heeft alles geprobeerd om mensen te redden, om mensen gelukkig te maken, om ze te behouden, om ze bij zich te roepen, en ze hebben niet gewild. En wat is het dan geweldig als je vandaag al kunt zeggen: “Ik ken de Here Jezus als mijn Heiland. Ik weet mijn schuld is weg, ik weet mijn zonden zijn vergeven. Ik weet dat ik een kind van God ben, ik weet dat ik eeuwig leven heb.” Zo is er dan geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn, niets. Waarom is er nu geen veroordeling. Is er in mij geen verkeerds, jawel. Heb ik na mijn bekering geen verkeerde gedaan, jawel. kan ik me morgen vergalopperen in mijn woorden, zou kunnen. Kan ik mij in mijn daden te buiten gaan, niet goed handelen, dat kan. En toch, toch ziet God mij in Christus aan. Vanmorgen hadden we een dienst, niet zover hier vandaan, en we probeerden duidelijk te maken dat de gelovigen schitterend gezien worden. Zonder vlek of rimpel, zonder enige blaam. Een gelovige is iemand die door God genoemd wordt een nieuwe schepping. Straks komt er een nieuwe hemel. Maar een gelovige vandaag, is al een nieuwe schepping, heeft al dat geweldige en dat zegenrijke van een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, en God ziet je niet meer in je prut en in je ellende en in je verkeerdheid en in je zonden, God ziet je alsof je nooit gezondigd had. Hoe kom je daar, hoe krijg je dat. Geloven in de Here Jezus, en een andere route is er niet. Je kunt wel zeggen: “Ja, met de rode kruis collectebus lopen, dat is hete.” Nou, probeer het, maar je redt het niet. je kunt zeggen: “Vedi-centra bezoeken.” Nou, ook een optie, zou voor mij ook wel goed zijn, maar dat is het ook niet. De enige mogelijkheid is geloven in de Here Jezus. En het merkwaardige is, dat kost nietes. Daar hoef je ook, in die zin, niets voor te doen. En dan zeg je: “Ja, schei toch uit. Ja, er zijn wel vijf, zes, zeven, acht soorten geloven in de wereld.” Nu, daar gaat die discussie. Dat is de duivel. Hij laat je geen antwoord geven. Je geeft ook geen antwoord, je gaat gelijk de discussie weer in. Is het ook dat God gezegd heeft. Dat is de eerste vraag in de bijbel. en dat vragen en dat in discussie gaan, dat zit ons bijna in het bloed. Zou je nu vandaag niet durven zeggen: “Ik ken de Here Jezus, ik weet het zeker. Ik weet het zeker, ik ken de Here Jezus. Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven. Ik ben een kind van God.” Niet vanwege je kerkelijke ligging, niet vanwege je visie op Maranatha-achtige dingen, dus, zal ik maar zeggen, de toekomst of zo. Ik vind wel dat er blijdschap hiermee annex is, maar de hemel heeft te maken met geloven in de Here Jezus. Geen andere pleitgrond hebben wij, zingt een lied van Johannes de Heer. Niets maakt naast Hem ons vrij. Niets, alleen geloven in de Here Jezus. En dat maakt je blij.
En nu gaat het, en dat spitst zich toe, om een soort finaal oordeel, een soort eindpunt. En dat eindpunt is die grote witte troon. Kom ik daar ook, zal ik daar voor staan. Krijg ik daar mijn ticket voor de hemel. Is het daar dat echt de Here God uiteindelijk de kaartjes of de stoelreservering voor de hemel gaat uitdelen. Is dat zo, nee. ik probeerde in de loop van de avonden die voorbij zijn, de samenkomst die we gehad hebben, te vertellen dat jij en ik al veel eerder naar de hemel gaan. Niet omdat we sterven, zou kunnen, komt ook voor, natuurlijk komt dat voor. Maar het is niet wat ik bedoel. De gelovigen worden door de Here Jezus opgehaald. De Here Jezus zegt: “Ik ga heen om u plaats te bereiden, in het huis van de Vader zijn vele woningen, en als Ik plaats bereid heb, kom Ik weer, zal u tot Mij nemen opdat ook jullie zijn mogen waar Ik ben.” Jij en ik, al we geloven in de Here Jezus, gaan naar. Daarna komen er nog velen tot inkeer: De grote schare die niemand tellen kan. En die hebben het moeilijk, maar die gaan het duizendjarig vrederijk in, die genieten. Wij ook, wij genieten met hen. Want we zullen, hoe raar u dit ook in de oren klinkt, met Christus komen en met Christus heersen en met Christus regeren, die duizend jaren. Eindelijk, eindelijk regeringsverantwoordelijkheid. De ene partij zegt ja en de andere partij zegt nee, maar wij gaan met Christus heersen, wij gaan met Christus komen, we gaan met Christus regeren die duizend jaren.
En hij wordt losgelaten die duivel. Hebben wij daar nog weer last van. Wij wonen in het huis van de Vader en wij regeren met de Here Jezus, wij hebben daar geen last van. Wie hebben daar dan wel last van. Mensen die op dat moment op aarde leven. En het kan zijn dat mensen zich toch, ondanks de zegen, en ondanks het afwezig zijn van aanvallen van de satan, zich toch geveinsdelijk hebben overgegeven. En nu blijkt ineens dat ze de verkeerde keus maken.
En dan is daar die grote witte troon. Komen alleen die mensen die dan op aarde zijn daar voor die troon. Nee, daar gaan veel meer mensen komen. Alle doden komen daar. En nu wordt het moeilijk. Wat is dood eigenlijk. Dat is een heel moeilijk begrip. Toen God de mens schiep heeft Hij de levensadem in zijn neus geblazen. En naar Gods beeld is hij geschapen. En toen kwam de duivel met zijn voorstel om dan toch maar van die vrucht te eten, want dan zou je als God worden. Eva heeft het gedaan, en Adam ook. En toen zouden ze de dood sterven. Ten dage als gij daarvan eet zult gij de dood sterven. Betekent dat dat zij vanaf dat moment ineens een punt in hun leven kregen waardoor alles in één keer helemaal over was. Is de dood, wat men vroeger wel eens zei: “Dood is dood.” Is dat de dood. Het blijkt van niet. Ik zal u één voorbeeld noemen. Als de Here Jezus, geen gelijkenis, een geschiedenis vertelt, van de arme Lazarus en van een rijke meneer, dan zijn ze beiden op een bepaald moment overleden. en ze leven beiden nog. Er is wel verschil. De ene in de schoot van Abraham, genietend, vertroosting krijgend. En de ander in een plaats waar wroeging is. En het bewustzijn is: ik zit niet goed, en ik hoop dat mijn broers niet hier komen. En een evangelist heeft vroeger eens een titel boven zijn preek geplakt: “Bidstond in de hel.” Nou ja, dat is niet helemaal correct, maar hij bedoelde daarin: Ik bid u vader Abraham, weet u wel. Die rijke man die roept dan iets van: laten we bidden, of zo, voor mijn broers. Nou, los van die titel, het besef: ik zit niet goed. Het duidelijke besef: het is met de dood niet afgelopen. Vroeger riep men dat nogal stellig, een tijdje. God was ook dood in die tijd. Dat is nu niet meer zo, want God zit nu inmiddels in de mens. God, nu, dat ben je zelf. God is in jou. Dus dat: God is dood, is voorbij. Ik wil het niet raar zeggen, maar dat is wel zo. En ja nee, nee, nee, we geloven wel dat er ook nog wat hierna komt. Nu, dan krijg je reïncarnatie, was vroeger iets doms uit India, maar dat is tegenwoordig in bij alle, alle hogeren. wat dat moet het dan toch ongeveer zijn. Nou, vroeger was je dan A en later wordt je dan B en dan wordt je misschien nog een keer A en B en C samen en misschien ook nog een keer Z of zo, weet je wel. Daar is een ontwikkeling gaande. Maar, het is met de dood niet afgelopen. Dat geloven de mensen vandaag ook wel weer. De bijbel zegt dat dood een breuk is met God. En als je gezondigd hebt, door de zonde de dood, dan komt er een breuk met God. Dat betekent niet dat dat het einde is van je bestaan, je hebt nog steeds eeuwig leven. je bestaan, misschien is dat geen goede term, je bestaan is nog steeds doorgaand. Dat is niet gestopt. Wat er ook met je gebeurt, wie je ook bent, het stopt niet. Je kunt wel denken dat het met de dood afgelopen is, maar dat is niet waar. De breuk met God is gekomen door de zonde. Door de zonde de dood, de dood, de dood. En de dood is doorgegaan tot alle mensen, omdat alle mensen gezondigd hebben, de brief aan de Romeinen. Een soort doorgaand proces, maar het is niet afgelopen. Het is niet afgelopen, het gaat door. En het merkwaardige is dat mensen die in de Here Jezus geloven wel sterven, maar ze leven. We roepen daarom wel eens dat christenen hele rare lui zijn, die zeggen: “Als je leeft dan ben je dood in misdaden en zonden en als ze gestorven zijn dan leven die lui.” Niet waar ja, nou ja, misschien komt die woordspeling niet helemaal over. Maar dat is toch merkwaardig. Hoe ook, gelovigen, mensen die in de Here Jezus geloven, die zijn tot op het moment van tot geloof komen, een nieuwe schepping, en hebben eeuwig leven. En als die sterven, dan leven zij. Dat is ook niet het dodenrijk, dat is het paradijs, de derde hemel, met Christus te zijn en verreweg het beste. Dat zijn de prachtige uitdrukkingen in het NT. Want mensen die geloven die zijn niet in het dodenrijk. Het dodenrijk is ook niet hetzelfde als het woord hel. Jammer genoeg is in de statenvertaling dat door elkaar heen geklutseld. er zijn twee Griekse woorden voor. Dodenrijk is het Griekse woord hades, en hel is het Griekse woord gehenna. Nu, die mensen die niet geloven, die zijn nog steeds dood, zal ik het nog anders zeggen, en misschien klinkt dat wat raar en misschien een beetje verwarrend, maar ik hoop dat je het vastpakt. Jij en ik worden, volgens de bijbel, in onze natuurlijke situatie, zoals we van onze ouders hebben meegekregen, gezien als dood in misdaden en in zonden. Ik kan het niet anders zeggen, want de bijbel zegt het zo. en als je niet gelooft, dan blijft de toorn van God op je, zegt Joh. 3:36. En als je wel gelooft, dan heb je eeuwig leven. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Maar als je de Zoon van God niet hebt, de toorn van God blijft op je. Vindt u het dan gek dat die mensen gaan naar het dodenrijk. Ze waren al voor God dood. Ze hadden die breuk met God, ze hadden geen contact met God, ze hadden geen leven uit God, ze hadden omgang met God, ze hadden geen band met God, geen relatie met God. God was ver weg. Misschien wel afgezworen. Breuk met God, dood. En ze zijn nog dood in het dodenrijk, als ze niet geloofd hebben. en die doden staan hier, staan hier, voor de grote witte troon. De doden leven dan toch, ja. Dood betekent dus niet dat je er niet meer bent. je bent er wel. en het dood zijn staat hier heel nadrukkelijk centraal. Is dat moeilijk, een beetje wel he. Maar aan de andere kant moeten we het toch kunnen pakken. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wat zegt de bijbel over iemand die tot geloof komt: Wederom geboren. Niet nog een keer geboren, maar op een nieuwe manier, op een nieuwe wijze geboren. Geboren, en je wordt dan een baby in Christus genoemd. En als je groeit een jongeling en als je nog groeit een moeder of een vader in Christus. Gewoon, geestelijke groei, het nieuwe leven. Dat nieuwe leven wordt nooit dood genoemd. En als je een nieuwe schepping bent, hoor je niet bij de doden maar bij de levenden. En dat wil niet zeggen dat de anderen dus niet leven, dat er een soort vernietiging van de ziel zal zijn, een soort eindpunt zal zijn waarin alles oplost. Nee, het is heel helder een breuk met God. En er komt een moment dat God, wie dan ook, ter verantwoording roept.
Daar staan ze dan, voor de grote witte troon, de doden. De mensen die op dat moment nog tussen de volkeren waren. De zee gaf de doden, het dodenrijk gaf de doden. Al die doden staan daar. En daar zit iemand op de troon. Een paar keer in de bijbel wordt die troon geschetst. In Ez. 1 bijvoorbeeld, maar ook in de dagen van Salomo. Hoe dan ook, er komt een moment dat de aarde en de hemel wegvluchten. Je kunt je nergens meer achter verschuilen. Je hebt geen enkel stukje excuus meer. er is niets meer over. En daar sta je, oog in oog met Hem die op de troon zit. Wie zit op die troon. heb je daar uitspraak over te doen, ja. Niemand minder dan diezelfde Here Jezus. Vroeger zongen een aantal zusters, dames, meisjes, een lied, dat waren de zingende zusjes, zijn natuurlijk uit de gratie allang, maar goed, misschien heb je die oude plaatjes nog wel, krassen er in van die naald, weet u wel. Maar goed, het lied was ongeveer zo: Is Jezus uw Redder of uw Rechter. En eigenlijk is dat een hele correcte formulering. Ofwel Hij is je redder, ofwel Hij is je rechter. en de Here Jezus is hier op aarde, en Hij zegt: “Ik ben niet gekomen om te oordelen.” Hij was gekomen om redden. Hij was gekomen om gelukkig te maken. Hij was gekomen om mensen het heil, de zekerheid, de vergeving van hun zonden aan te bieden. Maar toch zegt de bijbel dat Hij de Mensenzoon is. en alle macht is in de handen van de Mensenzoon gegeven. Dat is echt voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. De Mensenzoon, Wie is die Mensenzoon, de Here Jezus. En nu kun je je voorstellen wat daar gebeurt. Ik wil het niet plastischer maken dan ik kan, ik zou heet wel graag willen eigenlijk, maar moet ik maar niet doen. Maar stel he, stel he, ik ga er van uit dat Pilatus, weet u wel, die Romeinse meneer die destijds het vonnis ging uitspreken van: Hij moet dan toch maar gekruisigd worden, dat Pilatus daar staat voor die grote witte troon. Want als hij zich niet bekeerd heeft, die Pilatus, het zou kunnen, maar als hij dat niet gedaan heeft, dan staat hij daar, ineens oog in oog met de Here Jezus. Dan zijn de rollen omgekeerd. Pilatus zei toen tegen de Here Jezus: “Weet U niet dat ik macht heb om u los te laten.” en daar staat hij. en ik denk dat hij zijn hoofd buigt. En de boeken worden geopend. De perfecte boekhouding, de verslaggeving van de Here God. En Pilatus weet het: Er zijn geen verzachtende omstandigheden meer, het is gewoon over. En je zou zo graag willen dat Pilatus vrede heeft. Je zou zo graag willen dat je buren vrede hebben. je zou zo graag willen dat je familie vrede heeft. Je zou zo graag willen dat je kinderen, je kleinkinderen vrede hebben. Misschien wel je man, misschien wel je vrouw. Sommigen zijn zo heel dicht bij. en wat gebeurt er dan als ze zich niet bekeren, als ze niet geloven, als ze het aanbod van God gewoon negeren. En ik weet wel, christenen hebben het aanbod van God verpakt in hun kerk en in raakt niet, smaakt niet, roer niet aan. Ze hebben er van alles omheen gezet. En dan moet je dit en dan moet je dat. En dat is niet zo. Het is werkelijk onzin om te veronderstellen dat een nog te bekeren iemand van alles zou moeten doen. Die kan helemaal niets doen. Hoeft ook helemaal niets te doen. Het enige wat gevraagd wordt is: Geloof je dat. En pas als je een nieuw leven hebt, komt er misschien een moment van: Ik doe het niet meer. Ik heb 12 keer misschien wel 1012 keer geroepen: “Als u tegen mij zegt dat ik mijn oude fiets bij het grofvuil moet zetten. dan denk ik: ja, je hebt mooi praten, maar ik heb geen andere.” Dat is toch zo, dan ga ik die toch niet bij de vuilnis zetten, ik heb geen andere. Maar als u mij een nieuwe fiets geeft en u zegt: “Dato, dat oude karretje van jou, dat moet je bij het grofvuil zetten Dato”, denk ik: nou ja, dat kan ik wel doen. Geen probleem. Maar zo is het toch. God geeft je niet, laat ik maar zeggen, opdrachten die je niet kunt vervullen, die je niet kunt uitvoeren. De Her Jezus zegt: “Kom maar bij mij. Als je vermoeid en belast bent, kom dan toch. Kom dan toch, Ik wil je redden, Ik wil je helpen, Ik wil je gelukkig maken en Ik wil je voor altijd in de hemel brengen. Ik wil het zo graag. Ja, ja, maar dan moet je ‘s zondags zoveel kilometer fietsen en, nou ja, weet ik veel wat je aan oefeningen allemaal zou kunnen bedenken. gekkigheid, weet je wel, dan moet je dit en dan moet je dat, dan moet je een zwart pak hebben en dan moet je een hoed op hebben en dan moet je…. Waar staat dat. Dat staat nergens. Toen de Here Jezus op aarde was hebben de farizeeërs ook geprobeerd om harnassen te creëren, iedere keer. Je mocht niet eten, je mocht niet een beetje aren stukwrijven, je mocht dit niet en je mocht zus niet. En ze hebben het gewoon verknoeid. Ik ben me bewust dat de kerk ook veel verknoeid heeft. het zo, zo getrakteerd heeft dat iemand zegt: “Ja, maar dat wil ik niet.” En ik kan me dat wel een beetje voorstellen. Maar de Here geeft je. En op het moment dat je iets nieuws, iets beters krijgt, dus laat ik zeggen met mijn eigen beeld, vanaf het moment dat je die nieuwe fiets van Hem hebt, sorry dat ik het daarmee vergelijk, dan ineens heb je geen moeite meer om nee te zeggen tegen. Wij moeten voorzichtig zijn met allerlei lijsten van geboden en verboden. We ontmoetten een oude dame, een gelovige, en die was zoveel jaar in die en die kerk geweest. En we schrokken. Ze zei: “Ik heb ander niets dan gebod en verbod gehoord, en nooit iets van bevrijdende blijdschap, van liefde van God.”
En toch, toch komt die grote witte troon er. Toch komt het uiteindelijke oordeel er. En er zit Eén op die troon, en dat is Niemand minder dan de Here Jezus. Nog een keer, de boeken worden geopend. Dat betekent dat de verslaggeving van God heel punctueel blijkt te zijn. En er is een ander boek, het boek des levens. Staat jouw naam daar in. Ik durf te zeggen dat mijn naam daar in staat. Waarom durf ik dat ik dat te zeggen. Omdat ik beter ben dan jij. Nee, ik ben niet beter, maar ik weet het zeker. De Here Jezus heeft voor mij en voor mijn schuld betaald. Het is goed tussen God en mij. En ik ben een nieuwe schepping. Ik heb leven uit God. Het oude is voorbij. En de Here Jezus, die daar de Rechter is, die daar het finale oordeel moet uitspreken, is dezelfde die aan het kruis voor mijn schuld en voor mijn zonden wilde boeten. dat is Dezelfde. Ik ben zo blij dat dat Dezelfde is. Stel je voor dat er een fout in de verslaggeving of een fout in de boekhouding komen, maar het is Dezelfde. Dezelfde die mijn schuld, die mijn zonden op zich nam zit daar in die troon en spreekt vrij. Nog een keer die tekst uit Rom. 8: Zo is er dan geen veroordeling voor wie in Christus Jezus zijn. He, vrijspraak. Rechtens vrij van de zonde. Voor eeuwig vrij. Maar wordt het dan op hetzelfde moment niet heel erg ernstig dat je zegt: “Ja, maar dit is dan toch wel waar, ja dit gaat gebeuren. Hier kom je een keer uit. Dit zal een keer een eindpunt zijn.” En wat moeten wij dan doen beste mensen, met het boek Openbaring in onze handen. Wat moeten wij dan doen met de opstand van de duivel die nog een keer te keer gaat en nog een keer een enorme massa op de been brengt en nog een keer een omsingeling van Jeruzalem wil en nog een keer aanvallen wil. Wat moeten we dan doen. We moeten vandaag die mensen vertellen. Ja, maar die duivel. Ja, moet u eens luisteren, als die duivel duizend jaar gebonden is, dan verander je nog niet. De enige mogelijkheid om te veranderen is niet de duivel gebonden, de enige mogelijkheid is, jij moet veranderen. Jij moet opnieuw geboren worden, je moet opeen nieuwe wijze geboren worden. Niet nog een keer, dat helpt geen zier. Dan kom je er net zo weer uit. Voor mijn part met een andere neus. Maar goed, dat is ook het enige verschil. Nee maar, een beetje plat gezegd, maar dat is het enige. Iets andere vorm misschien, maar je komt er net zo uit. Je moet op een nieuwe wijze geboren worden. van God uit geboren worden. leven uit God. Wil je dat, zou je dat niet de mensen moeten aanpraten. Ja, maar ja, het is zo druk he, op de straat. En Irak he, en journaal en ja, Nederland 1/1 tegen Tsjechië, ook weer niets. Nou, ik weet niet, misschien heb je nooit gekeken, maar bij wijze van. er is altijd wel iets. Wij moeten de mensen vertellen van de Here Jezus. Niet in onze kerkelijke jargons duwen. Ja, dan moet je de tale kanaäns leren. O, hoe werkt dat. Nou, heel moeilijk, en bepaalde termen die kun je niet eens meer vertellen, dat is heel moeilijk. Als je alleen al…., nou ja, ik zal maar geen voorbeelden noemen, maar…., nou ja, toch voor alle helderheid. Als je het woord, in de bijbel, gemeenschap hebt, met God, en je zou dat in de straat gaan ventileren, dan bedoelen ze daar hele andere dingen mee dan wij. Gemeenschap, iets gemeenschappelijks hebben met de Here, iets samen delen, iets samen genieten, geweldige dingen. Ja, dat kun je al niet meer vertellen. En zo zijn er zoveel dingen die al moeilijk zijn, los van taal. Wij zullen moeten vertellen van de Here Jezus. En we moeten zeggen, dat de duivel, ook al is hij duizend jaar gebonden, niets veranderd is. En de mens, ook al is hij duizend jaar onder de bijzondere gunst en de bron van zegen van God gekomen, is ook niet veranderd. Hij heeft ook geen zin. De enige mogelijkheid om een mens t4e veranderen is opnieuw geboren worden± wedergeboorte. Nu, dan weet u het. Daarom zei de Here Jezus tegen Nicodemus, Joh. 3, tenzij een mens opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien en tenzij hij opnieuw geboren is kan hij het koninkrijk van God niet binnen gaan. daar heb je het, het kan niet anders. en dus is er geen andere weg, geen andere Naam, geen andere pleitgrond. er is geen andere mogelijkheid, alleen de Here Jezus.
Het laatste stukje van Openb. 20 laat zien dat de duivel uiteindelijk in de poel van vuur terecht komt. Dat is de tweede dood. De eerste dood, dat zouden wij allemaal nog kunnen meemaken. We zouden kunnen sterven he, dat zou kunnen he, ik hoop het niet voor u, maar het zou kunnen. Maar de tweede dood, nee, die maak ik niet mee. Waarom niet, omdat ik met Christus gestorven ben. God ziet mij al als met Christus gestorven. Met Christus gekruisigd, met Christus gestorven, met Christus begraven en met Christus opgestaan om in nieuwheid des levens te wandelen. Ik ben, in die zin, van het oordeel bevrijd. Die tweede dood, en dat is de hel, de tweede dood, de poel van vuur, de hel, die tweede dood, ondervindt ik niet. De duivel komt daar, het beest en de valse profeet zijn daar en allen die niet geloofd hebben komen daar ook. en de tweede dood is ook niet± Nou ja, dan los je vanzelf op in het vuur, dan zit je boven op de gaspitten van Slochteren of zo, dat is het ook niet. De hel, ik probeerde dat al eerder te zeggen: is de breuk met God is compleet. en wat betekent dat. Nu, God is licht. En als er nu een breuk met God is, wat betekent dan de hel, dat het daar hartstikke donker is. Buitenste duisternis wordt die plaats genoemd. Mijnwerkers hebben, ik dacht, 21 dagen opgesloten gezeten in een mijnschacht. Komen er uiteindelijk toch nog uit, levend. Vraag is: Wat was nu het ergste. Afwezigheid van voedsel, afwezigheid van water. Hun antwoord: Afwezigheid van licht. Dat was hun reactie. Heel merkwaardig. Als God er niet is, als er een totale breuk met God is, de hel, dan is het heel donker, buitenste duisternis. Totale breuk met God. God is liefde. Daar, nu, Titus 3 zegt al tegen ons: Van huis uit zijn jullie hatelijk en elkaar hatend. Nu, daar heb je die bijters, weet je wel, die elkaar bijna opeten. Elkaar bijten en elkaar vereten. Dat is daar. Geen barmhartigheid, geen lankmoedigheid, geen genade, geen liefde, geen welwillendheid, geen vriendelijkheid. Al die dingen zijn daar niet. Nu dat is sowieso een hel, want als je in je eigen omgeving geen stukje vriendschap en geen stukje welwillendheid ontmoet, dan zeggen wij ook: “Dat is een hel man, dat is vreselijk.” Nu, de tweede dood is een totale breuk met God. En de Here Jezus is gekomen om je daarvan te bevrijden. Dat is die brug die Hij slaat, om die breuk met God te helen. Nu, nu kun je doordrammen, het is eigenlijk heel eenvoudig. Misschien ben je [bij] bijna een evangelisatiedienst vanavond, maar ik bedoel het niet, ik wil graag dit stukje uitleggen, want dit is het, wat hier staat. Zo staat het er. ga je dan niet zeggen: “Dank U wel Here Jezus. Dank U Here Jezus.” We zijn in die lijdensweken terecht gekomen en we willen graag denken aan dat wat daar op Golgotha is gebeurd he, over drie weken is het Pasen, maar Goede Vrijdag gaat daar aan vooraf. Dan willen we toch graag denken aan het lijden van de Here Jezus. Nu: Here Jezus dank U wel dat U gekomen bent om mij leven te geven. U stierf, en ik heb het leven. U redde mij, ik ben gelukkig. Ik kom niet in de hel, ik kom niet met de tweede dood in aanraking, omdat ik met U gestorven ben. en het is heel merkwaardig dat mensen die nu hier op hun stoel zitten kunnen zeggen: “Ik ben al gestorven.” Ja, ja dat is natuurlijk vreemd. Ja, als die mensen echt sterven, dus laat ik maar zeggen, de geest geven, zoals dat zou kunnen, dan zeg ik: “Ja, hij leeft.” Nog een keer, heel merkwaardig gezelschap zit hier dan he. Die mensen die zeggen: Ja, nu we hier op die stoel zitten en nog leven, ja, nu zijn we gestorven. We zijn met Christus gestorven.” En stel dat we vanavond nog zouden moeten sterven op de een of andere manier, dan zeg ik: “Ja, hij leeft.” Nou, dat is precies de waarheid. Het is echt de waarheid. U bent heel bijzonder. Dat wist u al, vanwege uw neusvorm. Maar de bijbel zegt dat u heel bijzonder bent. Sorry hoor voor mijn neus, want u mag naar andere dingen kijken. Fijn is het om de Here Jezus te kennen. Fijn is het om zo blij te zijn met die nieuwe geboorte. U komt niet in het oordeel. U bent uit de dood over gegaan in het leven. U bent gezegend.