Openbaring 21 : 1 – 8

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

26. Eeuwig is niet te begrijpen.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
6 april 2003.

Lezen: Openbaring  21:1-8

Ik weet niet of u er allemaal was de vorige week. Toen hadden we het over hoofdst. 20, het laatste stukje van hoofdst. 20, en toen hadden we het over die tweede dood. Het einde van hoofdst 20 was immers die grote witte troon en als je veroordeeld werd dan had je te maken met de tweede dood, en dat is de poel van vuur die van zwavel brandt en zo. We hebben daar, ja, behoorlijk over gepraat denk ik en hoop ik eigenlijk wel. Dus ik weet niet of ik dat allemaal moet herhalen. U zou ook bij de fam. Verschoor, helemaal achterin het bandje van de vorige keer kunnen vragen, en ze hebben het. En u kunt het beluisteren en misschien zelfs doorgeven aan uw vrienden. Maar met hoofdst. 20, het eind van hoofdst. 20, komt er eigenlijk een soort eindpunt in zicht, de grote witte troon. Allen die niet geloven in de Here Jezus worden veroordeeld. De doden staan voor die troon. De boeken worden geopend en allen die daar staan worden geoordeeld naar wat in de boeken geschreven staat. Dus niet een soort generaal oordeel, een soort generale veroordeling, maar heel nadrukkelijk, heel precies gekoppeld aan dat wat de daden zijn, de werken zijn. Die, die veroordeeld worden, worden hier aan het eind van ons stukje van vanavond, de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars genoemd. Die worden dus nog wel even genoemd, maar die hebben hun veroordeling al achter de rug. Dat zijn al die mensen die niet geloofd hebben. Nu, dan kun je zeggen: “Lafhartig, nu ik was altijd heel moedig, ik ha d niet zo’n, ja, ik was niet laf. De ongelovigen, ik heb toch wel een beetje geloofd.” En zo kun je jezelf een klein beetje opvijzelen en misschien wel zeggen: “Ja maar, hoor ik daar dan ook bij, de ongelovigen.” Mensen die de Here Jezus niet kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, horen daar bij. Alle mensen die de Here Jezus niet hebben geloofd, de ongelovigen, leugenaars, zij worden allen geoordeeld. En dat is natuurlijk niet en fijne boodschap. Je wou zo graag vertellen van de Here Jezus. Je wilt vertellen van het heil in de Here Jezus, van de vergeving van schuld. Nu, dat is ook zo. Want ook in ons stukje van vanavond staat dat iedereen die dorst heeft, te drinken krijgt uit de bron des levens, van het water des levens om niet. Dat komt nog een keer terug in hoofdst. 22. Maar het is dus eigenlijk zo: Mensen die dorst hebben mogen drinken. en mensen die geen dorst hebben worden onder een soort noemer gezet, een soort categorie gezet van ja, dan ben je of lafhartig, of ongelovig, of leugenaar, of dit of verfoeilijk. Die tweedeling is mes- en messcherp. En je moet jezelf echt, echt de vraag stellen: Bij welke groep hoor ik. Als je zegt: “Ik weet het niet”, dan heb je een probleem vind ik. En ik vind ook dat je dan niet naar huis moet gaan en dat je dan vanavond aan de jas van zuster of broeder naast je moet trekken: Vertel mij hoe ik dat heil krijg. Ik ken een broeder, dat is een beetje een brutale rakker, die zijn er he. En die gaat naar alle begrafenissen en als meneer pastoor of de dominee het niet al te helder zegt op de begraafplaats of tijdens de dienst, dan gaat hij naar de pastorie of dan gaat hij dus naar het huis van de pastoor. En dan belt hij aan. En: “Ik heb een vraag voor u.” “Ja, nou fijn.” “Ja, dat is eigenlijk, ik ben op die begrafenisdienst geweest en ja, nu zit ik met een vraag.” Ja, komt u binnen.” “Dominee (of meneer pastoor) hoe kom ik in de hemel. Daar zit ik nu mee.Ik heb het niet zo goed en zo helder gehoord uit uw toespraak, maar misschien heb ik mij wel vergist.” Ja, het is een hele brutale, weet je wel. Dus die man komt met het water voor de dokter, hoop ik. Nu kun je zeggen: “Ja, maar zo brutaal ben ik niet.” Nee, het gaat me ook niet om dat u alle pastorieën langs moet in Veenendaal en omgeving, in Ede en weet ik veel, en dat u bij alle voorgangers moet aanbellen en zeggen: “Hoe kom ik in de hemel”, zou een optie zijn de komende dagen als je toch niets hebt. Nee, ik wou zo graag dat je voor jezelf zegt: “Ik weet het, ik kom in de hemel.” En als je het niet weet, ga dan niet die hele route doen, maar pak dan iemand hier, vanavond. Je zuster, je broeder naast je misschien: Weet jij het. En als hij zegt: “Ja, ik weet het ook niet”, dan zijn er twee die een probleem hebben. Maar, dat is toch niet zo moeilijk, dat kun je toch vragen. Ik weet eigenlijk zeker, als er een grote, grote droogte is, en er is grote, groot verlangen naar water, en er is iemand die water heeft, dan vraag toch: hoe kom jij aan water. En dan zegt hij: “Ja, nou daar, winkel A of B, daar, daar kun je het krijgen.” Ga ik ook. En als het gaat om deze eeuwige dingen, zouden we ons dan gewoon in de luren laten leggen door te zeggen: “Nou ja, het zal mijn tijd wel uitdienen.” Ik kan me dat eigenlijk niet zo goed voorstellen. En ik kan me ook niet voorstellen dat mensen die gelovig zijn, hun mond houden, hun mond dicht houden en iet vertellen wat er met hen is gebeurt. Er is een enorm verschil tussen mensen die dorst hebben, want die krijgen te drinken uit het water des levens, en nog om niet ook, ook nog gratis ook, En er zijn mensen die niet willen. Ja, waarom niet, allerlei excuses. Om de buurt, daarom worden ze lafhartigen genoemd. Om de familie, daarom worden ze lafhartigen….., je bent, je durfde niet. je werd eigenlijk een beetje in een hoekje geduwd en je durfde niet kleur gaan bekennen. Daarom wordt je lafhartig, ongelovig. En iedereen die niet de Here Jezus Christus heeft leren kennen, die zal te maken krijgen met die veroordeling, en dus met de tweede dood. Dat laat ik nu los, heb ik de vorige keer gedaan, maar het is heel scherp hier. Maar als jij wel gelooft, omdat je dorst had, verlangde naar water, als een hert dat verlangt naar waterstromen, het hijgend hert. Het verlangen om van de Here Jezus te horen, om verkwikking te krijgen, om verfrissing te krijgen, om het heldere, schitterende water van de Here Jezus te drinken. En dat mag ik zeggen. In het OT staat een heel bijzonder beeld. Mozes zegt: “Here God, zij hebben niet te drinken, zij hebben eigenlijk geen water meer.” En de Here God zegt: “Mozes, ik ga daar staan op die rots. En dan neem jij je staf mee, die staf van Aäron. En dan ga jij die rots slaan, en als jij die rots slaat komt er water uit.” En als Mozes daar staat met een staf in de hand om die rots te slaan, en de Here heeft net tegen hem gezegd: “Ik sta daar voor jou op die rots”, nou dan had ik mij wel 12 keer bedacht, dat ik zeg hier, stel je voor dat ik wat te dicht bij de Here God sta. En ik kan wel slaan met die stok, maar dan raak ik Hem toch. Maar het merkwaardige is dat het NT van diezelfde gebeurtenis zegt: “Die steenrots nu, was Christus.” Dat heb ik niet bedacht, dat zegt de bijbel. En dat betekent dat die verfrissende stroom te maken heeft met de Here Jezus. En dat is ook zo. De rest van onze bijbel, we hebben niet zoveel hoofdstukken meer te gaan, maar maakt duidelijk dat die stroom van levend water te maken heeft met het altaar, met het huis van God, met God zelf.
Verkwikking, verfrissing, water, het is te vinden bij de Here Jezus, alleen bij hem. En mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen, zijn op datzelfde moment veranderd. Ze zijn een nieuwe schepping geworden. En dat is heel belangrijk. Veel belangrijker dan wij misschien vermoeden op dit moment. Maar ze zijn echt opnieuw geboren, ook al eerder gezegd, een nieuwe schepping, 2 Kor., hoofdst. 5, ik geloof vs 6.: Zo is wie in Christus is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij gegaan, het nieuwe is gekomen. Je hoort niet meer bij die oude schepping, je bent in de hele nieuwe situatie van nieuwheid gekomen, van verfrissing. Een nieuwe schepping. En het is geweldig als je echt voor jezelf kunt zeggen: “Ik heb leven uit God, leven uit God, nieuw leven, splinternieuw leven.”
Nu gaat het in hoofdst. 21 over wat er na die grote witte troon, na die finale oordeelsdag gaat gebeuren. is het dan over. Nou ja, de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de leugenaars, de afgodendienaars, die zijn in de poel van vuur. Je moet er niet aan denken. En de anderen, die dorst hadden, die levend water wilden en kregen, die anderen die worden op een hele bijzondere manier neergezet. Hoe, hoofdst. 21, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Als voor de grote witte troon de aarde en de hemel wegvluchten, lazen we, hoofdst. 20, dat is weg. En 2 Pet. 3 zegt, toch even lezen thuis, 2 Pet. 3 zegt dat de tegenwoordige hemelen en de aarde ten vure bewaard worden tegen de dag van het oordeel. En dan komt er een moment dat dat weggaat, dat die elementen brandende zullen wegsmelten, dat er niets overblijft, en dat er dan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt. Er zijn eigenlijk maar twee stukjes in de bijbel die gaan over wat er na de grote witte troon gaat komen. En dat is 2 Pet. 3 en dat is Openb. 21:1-8. Nog anders: Er zijn eigenlijk maar twee stukjes in de bijbel die dus kennelijk gaan over de eeuwigheid. Wij praten zo makkelijk over eeuwig leven en over eeuwig en over eeuwigheid, maar ondertussen is het helemaal niet zo gemakkelijk. Het is ook niet zo gemakkelijk, want wij kunnen er niet zo makkelijk bij. Ons verstand laat ons wel eens een beetje in de steek. Toch staat hier iets bijzonders over de eeuwigheid. Na die grote witte troon, als de aarde en de hemel weg zijn, als dit allemaal brandende is weggesmolten, er niets meer over is, ja, geen Washington meer, geen Pentagon, geen Irak meer, niets meer, het is weg. En dan, een soort kale boel. Het is alsof in hoofdst. 21 gezegd wordt: Dan gaat God opnieuw beginnen. De eerste dingen zijn voorbij gegaan. Gen. 1 begon met: In den beginne schiep God de hemel en de aarde. En de aarde nu was woest en ledig en duisternis lag op de vloed. En de Geest Gods zweefde of broedde op de wateren. Zo begint onze bijbel. Er was niets, en toen heeft God geschapen. En als God schept dan begint Hij echt met wat nieuws. Wij hebben het ook soms over scheppen, scheppende kunst he. Mensen die iets kunnen boetseren, mensen die iets kunnen schilderen, die iets kunnen met metaal of zo of met andere dingen, muziek. Ze kunnen iets bijzonders maken. Maar scheppen is niet iets verbeteren, maar scheppen is iets brengen wat er helemaal nog niet geweest is. Er staat ook maar een paar keer in de bijbel dat God geschapen heeft. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. En de Here God heeft ook de dieren, leven geschapen, de mens geschapen, dat staat er maar drie keer. De rest heeft Hij gemaakt. En een nieuwe schepping, 2 Kor. 5:6, ik zei het net al. En om die twee tot een nieuwe mens te scheppen, Jood en heiden samen. en daar moet u het mee doen meer is er niet. Dat zijn de wezensdingen die nieuw werden. En wij die geloven hebben het geweldige voorrecht om een nieuwe schepping te zijn. Jij, als je gelooft in de Here Jezus, jij bent een nieuwe schepping. En dat nieuwe, door God gegeven, is er nu, alleen je kunt het nog niet zien. Het zit nog in een soort behuizing waarvan je moet zeggen: “Ja, misschien de komende dagen nog naar de tandarts”, ik noem maar even één puntje van aftakeling. Of misschien is je bril niet meer op sterkte. Ik wil alleen maar zeggen: “Wij hebben dat geweldige geschenk van God, een nieuwe schepping, in een aardse behuizing, met alle gevolgen van dien.” Het zuchten van de schepping is er nog. Er overlijden nog mensen. Er zijn mensen ziek. En er is grote nood en grote moeite. En de hele wereld staat bijna in brand. Ik heb dat de vorige keer gezegd. ik ga niet al te veel nog een keer zeggen, niet al te veel zeggen over Irak en over alles wat daar is gebeurd. Daar is misschien al ik weet niet hoe vaak iets over gezegd. Maar feit is dat het ongelofelijk spannend is en dat de hele zaak misschien wel op ontploffen staat. want er is een strijd gaande, buiten ons gezichtsveld, ik denk dat dat een strijd is in de hemelse gewesten, en daar hebben we helemaal geen zicht op. Het merkwaardige is dat Dani?l in Irak, aan de Tigris nota bene, een openbaring kreeg van Godswege waardoor hij te horen kreeg: ja maar, wet je, er is veel meer aan de hand Dani?l, dan jij kunt bevroeden, jij kunt het niet eens overzien, want dat is een strijd in de hemelse gewesten gaande. Nu, die strijd is er vandaag ook. En wie er ook wint, het zal altijd verlies zijn. Of Bush nu wint of verliest, verlies zal er zijn. Het is een loose-loose situation zoals ze dat dan wel eens zeggen. Maar aan alle kanten is het foute boel. Als hij wint dan keren alle moslimmensen zich tegen het christelijke en als hij verliest dan is Allah zo groot dat ook alle mensen zich tegen het christelijke keren. Dat kan ik u voorspellen. En ik zou ook niet zo graag willen bidden van: Here God laat Bush alstublieft winnen. Ik weet niet eens of ik dat wel mag. ik laat dat ook los, maar daar waar het zo geweldig begon met het paradijs, en met de zegen van God, met Tigris en Eufraat als een zegenstroom, plus die andere stromen die er waren, daar is nu geweld. Maar er komt een moment dat God alles nieuw gaat maken, en wat wij nu zien weg is. Dat de tranen voorbij zijn, dat het zuchten van de schepping over is. Dat er niets meer is van dood en van rouw en van geschrei. Nou, je zou het wel willen vandaag. Maar misschien een beetje voor jezelf, want dan hoeft dit of dat niet meer. Maar toch, dat komt. De Here brengt iets nieuws. en Hij heeft in jou dat nieuwe al gelegd. Hij die begon met de aarde, Hij die begon met het paradijs, Hij die begon met de meest optimale situatie voor de mens te cre?ren, Hij gaat door. ik heb misschien wel al, nou ja 20 keer, ik weet niet want ik ben de tel ook kwijt, gezegd dat het negatieve, het be?nvloedbare, het door de duivel be?nvloedbare, nooit het plan kan blokkeren. dat kan niet. Het is perse niet waar dat de duivel een soort stok heeft waarmee hij zo slaan kan dat God zegt: “Ja, nu kan Ik er ook niets aan doen. Nu zitten we met de gebakken peren en nu kan Ik er niets meer aan veranderen.” Dat geloof ik niet, dat is ook niet zo. En dat blijkt uit ons stukje van vanavond, want er komt een nieuwe hemel en er komt een nieuwe aarde. God brengt iets nieuws. en dat nieuwe van God wordt hier aangeduid als een stad uit de hemel nederdalende van God. En die stad dat is een bruid die voor haar man versierd is. En die stad komt op een nieuwe aarde en God woont bij de mensen.
Ik wil proberen mijn gedachten op een rij te krijgen. God heeft destijds, in de hof van Eden, bij Adam en Eva willen wonen. Hij wilde met hen wandelen, Hij wilde bij hen zijn, Hij wilde met hen zijn. hij had omgang met ze, vertrouwelijke omgang. Zo mag je dat best zeggen. Dat is niet gelukt. Daar is een flinke staak in het wiel gekomen, een stok in het wiel gekomen, waardoor dat plan van God geen voortgang kreeg, op dat moment. Nog een keer. Zou dat betekenen dat het definitief voorbij was, nee. Nee, dat is het niet. Toen heeft God, ik sla een stukje over, Zijn volk uit Egypte gehaald, uit het diensthuis uitgeleid, zoals we dat noemen. En toen heeft Hij Zijn volk bij Zich gebracht, bij de berg Sina?, en daar heeft Hij gesproken. En wat zegt Hij tegen Mozes: “Ik heb jullie uit het diensthuis geleid omdat jullie het zo benauwd hadden, omdat jullie het zo moeilijk hadden, omdat jullie zo in de puree zaten.” Nee, “Ik heb jullie uit het diensthuis geleid opdat Ik bij jullie zou gaan wonen.” Het plan van God om Zijn volk uit Egypte te verlossen is niet geweest omdat zij het zo moeilijk hebben, maar om het plan van God werkelijkheid te doen worden, dat Hij bij Zijn volk wilde wonen. Is het toen wel goed gegaan. Nou ja, ik citeer één tekst, Micha: De Here is in ons midden of niet soms. Nou, de Here was allang weg. Maar ze riepen nog steeds: “De Here is in ons midden.” Hij woonde er al niet meer. En als de tabernakel, laat ik maar zeggen, leeggeroofd wordt, in de dagen van de hogepriester Eli, Samu?l, dan nemen ze de ark mee. Hebben ze de Here toen gearresteerd. Hebben ze JHWH zelf meegenomen, welnee. Weg is de heerlijkheid. Dat heeft die schoondochter van Eli heel goed gesnapt. Weg is de glorie, weg is de heerlijkheid. De Sjechina van God was weggegaan. En toen Nebukadnezar, een bekende koning van Irak, de tempel leegroofde en verwoestte, heeft hij toen God gearresteerd. Weg is de heerlijkheid. Het boer Ezechi?l maakt heel helder dat de heerlijkheid van God, de glorie van God was weggetrokken, was weggegaan. God laat zich niet arresteren. God wilde wonen bij de mensen, en het lukte niet. En toen kwam de Here Jezus. Hij heeft onder ons gewoond. Snap je het nu een beetje wie je bent. Ik hoop dat je het gaat snappen. De Here Jezus woonde temidden van Zijn volk en toen zeiden ze opnieuw: “We willen Hem niet. We willen Hem niet, weg.” En Hij is weg gegaan. Hij is echt weg gegaan. En ze zagen Hem na, een paar waren blij. De meeste mensen: Gewoon, daar waren we af, misschien, zoiets. Ze zijn Hem uit gaan jouwen. En toen is er iets bijzonders gebeurd. Toen ben je tot bekering gekomen. En Wie ging toen in je wonen, de Heilige Geest. Echt, God, de Heilige Geest. Vanaf dat moment is jouw lichaam een tempel van de Heilige Geest, zegt de bijbel. Wat is er nog meer gebeurd. De Here Jezus zegt: “Als je van mij houdt, en je doet wat Ik wil, dan komen de Vader en Ik bij jou wonen. God woont bij de mensen. Dat zijn die lui die zich een nieuwe schepping mogen noemen. Daar heb je het. Dat betekent dat God de Geest, God de Zoon, God de Vader, de drie-enige God in jou woont, bij jou is, in jou woning maakt. Ook in de Gemeente, ook de Gemeente wordt genoemd een woonstede, een woonplaats van God in de Geest. Het is zo subliem om je te realiseren dat Gods plan om te wonen bij de mensen altijd inhoud heeft gekregen. Ook als de mensen falen, als de zonde toeslaat. Maar God is door gegaan met zijn plan. En hier zitten velen, misschien allen, velen die de Here Jezus Christus kennen en die de Heilige Geest inwonend hebben als een onderpand van de toekomstige erfenis. Wat is de toekomstige erfenis, Openb. 21. En je hebt de Heilige Geest nu al om te beleven wat het is dat God wil wonen bij de mensen. Zou God omgang met jou willen hebben elke dag, ja. Zou God, met jou willen wandelen, ja. Ook met jou een eindje willen rijden, ja. Ook met jou willen computeren, ja. De Here wil met je meegaan. Hij wil bij je zijn, in je zijn, omgang, vertrouwelijke omgang met je hebben. Merk je dat? Soms wel, soms niet. Soms ben je zo druk dat je helemaal geen tijd hebt. Och, sorry, ik was u helemaal kwijt Here, ik kon het bijna zelf. maar soms merk je het heel sterk, weet je heel goed dat de Here er is. Ik moest vanmorgen in Almelo spreken. en ik had een idee van daarover en daarover en de moed zakte me in de schoenen. Ik zag iemand binnen komen en dacht: O ja, die was twee weken geleden daar en daar, daar had ik over willen spreken, dat kan ik niet maken natuurlijk. Weg preek. Dan zit je op je stoeltje en dan denk je: Here, dan moet ik dan maar een schietgebedje doen, nou dat klinkt een beetje stom, maar het is echt zo Here. En als de Here je dan een onderwerp geeft, van Wie komt dat dan. O, dan ben je zo blij, zo’n kleine jongen die daar op een heel klein stoeltje zit. Here U bent goed, U bent gaaf. Heel bijzonder, de Here doet het. Is dat niet elke dag zo. Ja, dat is elke…… O, maar dan heb jij een hele bijzondere relatie met God de Vader. Ja, precies dezelfde die jij hebt. Daar is geen draad verschil, de vraag is alleen of wij het ook merken. Iemand zei: “In de kleine dingen van ons bestaan merk je het elke dag.” Here Dank U wel dat U er bent. De Here wil omgang hebben met je. Hij wil met je wonen, Hij wil met je wandelen, Hij wil met je leven, Hij wil bij je zijn. En Hij is bij je. Daarom wordt jij een nieuwe schepping genoemd. Jij bent geweldig. Want God woont al bij jou. Dat wilde Hij bij Adam en Eva, ging niet door, dat wilde Hij bij Isra?l, ging ook niet door. Dat wilde Hij in de tijd van de Here Jezus, ging ook niet door. En dat doet Hij nu door de Heilige Geest in jou. Nu, in plaats dat je nu zegt: “Ben ik het nu zelf of is dat…” Nu, je bent het zelf, je bent het echt zelf. Jij bent het, jij bent een nieuwe schepping. Jij bent heel bijzonder. God woont in jou. Dat is fantastisch, is geweldig. God wil bij je wonen. Daarom kan de bijbel, nog een keer, voor de derde keer, vierde keer, zeggen dat jij een nieuwe schepping bent. Dat bij jou het oude voorbij is, dat het nieuwe bij jou al gekomen is. Je bent er al, je hebt het al. Je kunt er al van genieten.
En nu komt het in Openb. 21 op het moment dat alles weg is, die mensen zijn allemaal weg, de aarde en de hemel zijn weggevlogen, voor Gods aangezicht weg, ze zijn gesmolten, er is niets over, en dan komt God opnieuw. Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde. Weer in Irak, zou kunnen. Ik probeer al tijden te roepen dat God altijd begint waar Hij stopte, dat er bij Hem nooit een hiaat is. Als de Here Jezus terug komt dan komt Hij terug op de Olijfberg. Dat is ver voor dit moment. En als hij dan terug komt, zo een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, en er komt iets uit de hemel, wat zal dat dan zijn en waar zal dat dan zijn. Nu ja, op die nieuwe aarde, dat is volstrekt helder. Maar waar dan, locatie alstublieft, vierkante meters. Nu, ik denk Irak. U kunt het raar vinden, maar ik denk het. Daarom wordt Irak als provincie van het beloofde land gezien, al hiervoor, in het duizendjarig vrederijk. Want de grens van Isra?l is in die tijd de Middellandse Zee en de Eufraat. Maar of u die locatie nu wel of niet wilt overnemen, het is mij goed. Maar omdat de Here altijd evenwicht heeft en begint waar Hij ophoudt en ja, er is geen lacune, er is geen ruimte tussen. Het is bij Hem altijd compleet, volledig, evenwichtig, rond. Daarom denk ik het.
Maar er komt een geweldig schouwspel uit de hemel: Een nieuw Jeruzalem. Dat nieuwe Jeruzalem wordt in hoofdst. 21:9 en verder helemaal uit de doeken gedaan. Alle details daarvan krijgt u nog, en dat is de moeite waard vind ik zelf. Maar hier gaat het om het globale plan. je krijgt in het boek Openb. altijd dat God eerst neerzet, ja hoe moet ik het zeggen, heel beknopt als het ware, dit is het plan, en dan worden later de details ontvouwd. Dat is met de oordelen zo gegaan, dat is steeds hetzelfde patroon. Eerst iets algemeen, iets globaals en dan worden de nadere details aangereikt. Dat is hier ook zo. De Here God zegt: “En dat komt uit de hemel.” En wat dan uit de hemel komt, dat is het nieuwe Jeruzalem. En dat nieuwe Jeruzalem, nog een keer, wordt omschreven. Daar is geen tempel in, dat is een hele bijzondere stad, dat is kubus, hoogte en breedte en lengte zijn gelijk. Het is alsof het heilige der heiligen uit de hemel komt. U weet misschien dat bij het heilige der heiligen van de tabernakel en later bij de tempel, de hoogte en de breedte en de lengte gelijk waren, dat dat een kubus was. Van welke kant je het ook bekijkt, het is altijd hetzelfde, groots. En dat komt uit de hemel, daar woonde de Here. En dat nieuwe Jeruzalem komt uit de hemel en dat wordt gezien als een bruid voor haar man versierd. En dan wordt gezegd: De tent van God is bij de mensen. Niet Adam wordt nog een keer neergezet, niet Eva wordt uit Adam genomen, dat was. En nu komt uit de hemel de tent van God als een bruid voor haar man versierd. En God, God zelf woont in haar en gaat op deze wijze bij de mensen wonen. Nu is natuurlijk de grote vraag, wie zijn of wie vormen dat nieuwe Jeruzalem. en mijn antwoord is heel helder, ik wil je dat duidelijk maken de volgende keren, dat ben jij als je gelooft.
Het is onvoorstelbaar om te ontdekken welke plannen en welke gedachten God met jou heeft en middels jou heeft. Je bent zo bijzonder, uitverkoren, uitgekozen, uitgelezen, gekend en voorbestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn. Opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broederen. Je bent uitgekozen om daar straks instrument te zijn, vanuit het huis van de Vader, houdt even goed vol he, moet ik dat nog een keer zeggen, waarschijnlijk wel. Hemel en aarde horen bij de schepping. In den beginne schiep God de hemel. Maar de Vader en de Zoon en de Geest waren al, toen er geschapen werd. En die waren in het huis van de Vader. Daarom wordt het huis van de Vader wel eens de ongeschapen hemel genoemd. En waar bereidt de Here Jezus voor jou een plaats, in het huis van de Vader met de vele woningen. Daar is de Here Jezus nu, en daar heeft Hij glorie en heerlijkheid en daar wil Hij die glorie, die heerlijkheid aan jou geven, opdat jij die glorie en die heerlijkheid ook zult zien. Komt er ook een nieuw huis van de vader, nee, want er is nooit iets van zonde of ongerechtigheid geweest. Daar is nooit iemand doorgedrongen. In de hemel wel. In de hemel waren de engelen. En zelfs onder de engelen ging het niet goed. Satan heeft hoogmoedig rebellie gepleegd, in de hemel. Daar was ook strijd in de hemel. Er komt een nieuwe hemel. Dat er een nieuwe aarde komt dat snappen we wel, door al die mensen die aan het bakkeleien zijn. Maar dat er een nieuwe hemel komt is wat moeilijker. Maar er komt een nieuwe hemel, want ook in de hemel ging het niet goed. Openb. 12 maakt het daar duidelijk. Strijd in de hemel, oorlog in de hemel. Dat woord wordt zelfs gebruikt. En dan komt uit de hemel iets nieuws. Uit de hemel, ja, want dat is toch net gecre?erd, daar is een nieuwe hemel. Ja, inderdaad, via de nieuwe hemel komt er iets op aarde. Uit het huis van de Vader komen jij en ik te voorschijn. En we gaan als een bruid voor haar man versierd hier naar deze aarde. Nu, als een bruidegom die uit zijn bruidsvertrek treedt, maar als een bruid die voor haar man versierd is, Jes. 62 bijvoorbeeld. De termen kent u en we snappen het ook nog want we hebben het misschien wel vele keren gezien en misschien ook één keer zelf meegemaakt. Hoe dan ook, we kennen dit beeld en we kennen dit hele schitterende tafereel ook al uit Openb. 19. waar de bruiloft van het Lam werd beschreven. En nu komt ze uit de hemel als een bruid voor haar man versierd en dat heeft de vorm van een stad. Beetje moeilijk he, vierkant, hoogte ook nog, lengte, breedte gelijk, kubus. Maar die omschrijving laat ik nu los, want dat komt nog. Al die details krijgt u nog. En dat is geweldig bemoedigend om die details te kennen en om te zeggen: “”Oh, geweldig, wat een zegen.”Maar nu, nu komt ze uit de hemel voor haar man versierd. Het accent ligt kennelijk niet op die bruid maar op die man voor wie ze zo versierd is. Zoals een bruid zich helemaal uitslooft, uitsloven ja. Anna hoe ging dat, uitsloven, ze is net getrouwd. Zoals een bruid zich helemaal uitdost, sorry voor het woord maar, om prachtig te schitteren, ja, voor de buren, nou, ook wel een beetje. Voor de familie, ook een beetje. Voor ons ook een beetje. Maar toch, in de eerste plaats voor haar man. Dat is toch zo. Zo, zo is het straks ook. De Here Jezus is het centrale punt en die vrouw heeft zich helemaal versierd om voor die man te schitteren. Zo kom je uit de hemel. En dan zal de tent van God bij de mensen zijn. Het is alsof Adam en Eva weer in het paradijs zijn. Man en vrouw schiep Hij hen. De mens, zo worden ze genoemd. Ik kan er ook niets aan doen dat de Here God in de schepping die twee tot een eenheid heeft gemaakt en als een eenheid heeft gezien. Dat daar natuurlijk door de duivel een aanval op wordt gedaan en dat die duivel van alles probeert om dat prachtige scheppingsplan van God te vernielen, kapot te krijgen, dat is helder. En we worden er mee overspoeld en het gaat maar door en het wordt steeds erger. Maar dat plan van God is subliem. Dit kunnen we niet bedacht hebben, dit kan niet toevallig ontstaan zijn. Dat is toch flauw om dat te veronderstellen. Iedereen snapt dat dat niet kan, echt. Maar we schuiven het maar weg en we zeggen: “Ja het zal toch wel die oerknal geweest zijn.” Nou ja, waar die knal dan vandaan komt laat ik dan ook maar los. Maar in elk geval, zoiets moois heeft God destijds in Adam al gezien. En daarom is de vrouw uit de rib, letterlijk uit de zijde, van Adam gebouwd. En die vrouw die nu uit de hemel komt als een bruid voor haar man versierd is uit de zijde gebouwd. Die is uit. Hem. Dit is vlees van mijn vlees, been van mijn been. Zo ziet God het. En dan, ja, dan komt het moment van de grote etalage. Dan komt het moment dat God zegt: “Kijk eens, dit heb Ik altijd voor gehad. Zo heb ik het bedoeld en ook gegeven in de bijbel.” Maar de mensen wilden niet. En de duivel wilde het ook niet. De duivel wilde alles verknallen en het is hem aardig gelukt. Daarom wordt Babylon ook de valse bruid genoemd, de grote hoer. Dat hele gedoe met antichristelijke dingen heeft altijd te maken met overspelig, overspelig andere goden nalopen. Ik wil niet schoppen, maar antichristelijk gedrag betekent dat de Vader en de Zoon worden geloochend. En als u rondkijkt in het islamitische leven, dan weet u dat dat nu precies gebeurt: De Vader en de Zoon worden geloochend. En als er nu vandaag kerken zijn, christelijke kerken zijn die zeggen: “Het is allemaal hetzelfde”, dan liegen ze alsof het gedrukt is. Dat kan niet. Ik wil die mensen niet veroordelen, die mensen zijn waarschijnlijk allemaal verleidt. En we moeten die mensen liefhebben, we moeten die mensen vertellen van de Here Jezus en we moeten proberen hen Gods genade voor te houden. Maar het stelsel, dat deugt niet. Ik heb het niet over Saddam Hoessein he, ik heb het, want die is helemaal niet zo religieus heb ik begrepen, maar gewoon, het denken. Juist dit punt is zo verknipt, zo verknald en zo kapot geslagen door de vijand, juist dit punt, Christus en de Gemeente. Adam en Eva faalden, omdat ze luisterden naar de influistering van de tegenstander, ging dus kapot. En de Gemeente faalt, als ze luister naar de influistering van diezelfde tegenstander, die oude slang die nog steeds te keer gaat. En het lukt hem aardig. En het aan één man verloofd zijn, Paulus zegt het zo, 2 Kor. hoofdst. 11, dat aan één man verloofd zijn, dat is voorbij. En Ef. 5, ja, dat is van vroeger. Man die moet baas zijn en vrouw die moet onderdanig zijn, nu dat kun je niet meer verkopen. Zo is de taal van vandaag. Nu, ik waag het om het wel te verkopen, als het kan. Maar het is toch de invloed van de tegenstander geweest die al deze dingen onderuit heeft gehaald. en nu, nu komt uit de hemel een bruid voor haar man versierd, de bruidegom. Het is alsof er gezegd wordt: Kijk eens nu komt er een nieuwe aarde en daar staat, mag ik het zeggen met de taal van de bijbel, 1 Kor 15, daar staat de tweede mens, die ook nog de laatste Adam genoemd wordt, zo wordt Hij genoemd, “daar staat Hij dan. En zoals Eva bij Adam gebracht werd destijds en hij zegt:”Dat is van mij, uit mij, door mij, van mij.” Zo wordt dan bij die tweede mens, de laatste Adam, een bruid gebracht. En Hij zal zeggen: “Dat is van mij, door mij, van mij.” En dan wordt hier op aarde dat goddelijke plan zichtbaar. Want in dat goddelijke plan ligt per saldo zegen, zaad. Moeten we even slikken, worden er dan weer kinderen verwekt, nee, zegen zaad. God heeft dat in beelden aan ons verteld, zodat we het een beetje kunnen snappen, zodat er een doorgaande zegen kan zijn, verdergaande zegen kan zijn. Die zegen van God, die stroom van zegen, die bronnen van levend water, die gaan vloeien. Er komt een enorme zegenstroom op gang. En God wil wonen bij de mensen, en Zijn zegen zal er zijn. En jij en ik zullen een wezenlijk deel uitmaken van middel, het kanaal waardoor de zegen van God naar de mensen gaat. Nu, dan is er geen traan meer. Door de zondeval kwamen de tranen, moeite, verdriet. Door de zondeval het zuchten van de schepping. Door de zondeval de doornen en de distels. Maar dan is dat voorbij. De dood is er niet meer. Door de zonden de dood, is weg. Geen zonden meer, dus geen dood. Hete is zo geweldig om eens te ontdekken dat God een plan heeft met deze schepping. en dat Hij dat helemaal zelf doet. God is goed, ja God is goed. De Here zal een nieuwe schepping laten zien. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En Hij gaat daar wonen, de tent van God is bij de mensen. Ik weet niet hoe ik het omschrijven moet. De tent van God is bij de mensen. Hij woont bij hen. Dat wil dus niet zeggen dat die mensen die leven uit God hebben dus allemaal in die tent zijn of, laat ik maar zeggen, hetzelfde hebben als jij en ik. Ik probeer al ik weet niet hoe vaak duidelijk te maken dat er een enorm verschil is in zegen tussen wat jij en ik mogen krijgen door het geloof in de Here Jezus, waarvan we nu het onderpand hebben door de Heilige Geest die in ons is, en de zegen die God heeft voor al die mensen. Zullen die mensen dan jaloers zijn op ons, of zullen wij hoogmoedig zijn naar die mensen toe. Nee, er is geen hoogmoed meer. Ik verlang er naar dat die dag echt voorbij gaat dat je niet meer hoogmoedig hoeft te zijn en kunt zijn. Dat je niet meer gekieteld wordt in je hoogmoed, in je trots. Dat is voorbij. En die mensen zijn dan jaloers op ons. Ja, nou, dat zijn even de, ja, nou, dat zijn van die uitslovers geweest, weet je wel. Handen en voeten gebruikt of ellebogen gewerkt of strooppotten gebruikt. Nee, Here U bent rechtvaardig. We zien het, we zien het Here, U bent rechtvaardig. geen jaloezie meer, geen achterdocht meer, geen verschil meer. En toch, jij en ik, heel uniek. En ik vind dat dit soort toekomstperspectieven onze levens moeten gaan beheersen. Ik vind dus dat dit invloed moet hebben vandaag. Want je kunt niet over deze dingen praten en zeggen: “Nou ja, dat was een mooi theoretisch verhaal, maar ja, wat heb ik er aan.” Bijna in de trant van: Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Ja, ik heb liever één Euro in mijn portemonnee dan al die beloftes van rendement. Nu, als het om aandelen en obligaties gaat en opties gaat, dan zou ik dat ook maar zeggen misschien. Misschien is het ook beter om die ene euro dan misschien in je portemonnee te houden. Ik ben geen beleggingsadviseur, dat begrijpt u. Maar het is waar mijn broeder en zuster, en ik zou zo graag willen dat ik dat kon overbrengen, dat jij zo geweldig gezegend bent als je gelooft in de Here Jezus. Dat je zo oneindig rijk bent, zo geweldig gezegend bent. En als je nu eens zou snappen wie je bent en wat het plan van God is met jou, zou je dan niet vandaag anders in deze wereld staan. Zou je dan niet anders vertellen. ga je dan zeggen “Bush heeft gelijk of Blair heeft gelijk of Saddam Hoessein.” Ze hebben allemaal ongelijk denk ik. Ik weet wel dat je politieke keuzes mag maken, misschien wel moet maken. Misschien moet je wel in Nederland een bepaalde keuze maken. De Here zal je daar misschien wel voor uitnodigen. Maar jij bent anders. Jij, nu komt die tekst die je allang kent, geheel anders. Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping. Om die twee, Jood en heiden samen, die geloven, die de Heilige Geest ontvangen, tot één nieuwe mens te scheppen. En de Gemeente bestaat vandaag uit gelovigen uit de Joden die tot bekering zijn gekomen, die de Here Jezus hebben leren kennen en mensen uit de heidenen, ook nieuw. En jij en ik zijn nieuw en de duivel ziet kans om bij ons, nou laat ik maar zeggen, een soort handgranaat binnen te gooien. En er zijn ik weet niet hoeveel gemeenten vandaag, en die zijn in rep en in roer alsof er een vos in een kippenhok rondspringt. Nou, er blijft dan van kippen niet zoveel over en van eieren hele….., sorry hoor, een slecht voorbeeld in verbinding met de vogelpest en zo, maar dat bedoel ik dus niet. Maar gewoon onrust in mijn kippenhok, alleen maar kakelen, schreeuwen, blèren, maar geen rust meer. Daar is geen vrede. En het is alsof de duivel kans ziet om in al die gemeenten zijn onrust binnen te gooien, zijn handgranaat binnen te gooien. En pong, alles is in rep en in roer, iedereen praat over de moeiten en over de zorgen en over de spanning en over alle ruiten die gesprongen zijn en over alle broeders die tegenover elkaar in opstand zijn gekomen en we zien niet meer waarom we hier zijn. We weten het niet meer. We weten ook niet meer waarom we nog op aarde leven. We zijn alles bijna kwijt. Ik vind dat dat heel diep gaat, heel ver gaat, als ik zeg dat deze dingen ons denken moeten gaan beheersen. Want dan ga je over de Here Jezus praten, dan ga je inderdaad zien met de ogen van de hemel. Dat betekent vandaag, dat je de plannen van God met Isra?l ziet, dat betekent dat je de plannen van God met de Gemeente ziet, dat betekent dat je gewoon bezig bent met de zegen van God te etaleren. Want je bent heel anders, je bent echt uniek. Nou ja, dat betekent niet dat je morgenvroeg tegen de baas moet zeggen: “Moet je eens luisteren baas, ik ben zo uniek, ik heb met jou niets te maken, ik ben uniek.” Zou, dan zegt die baas waarschijnlijk: “Dat had ik de vorige week ook al gemerkt, mar je moet toch maar even je best doen, anders ga je er uit.” Dus ik bedoel niet dan we dan ineens zulke gekke dingen moeten gaan doen. Ik bedoel alleen maar te zeggen dat wij als gelovigen hier op aarde mogen zeggen: “Ik wandel met God. Ik wandel in het licht met Jezus. Ik heb omgang met Hem, Ps. 25, vertrouwelijke omgang met de Here, ik ken dat. Gods verborgen omgang.” En ik weet zeker dat de Here ons zo wil gebruiken.
Die nieuwe hemel, die nieuwe aarde komt. En als hij er is dan dat er iets bijzonders neer van God bij de mensen. Die tent van God is dan bij de mensen, één en al zegen. Geen moeite, geen geschrei, geen rouw, geen moeite, geen dood meer. Het is voorbij, alle tranen weg, de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En wat betekent dat, dat jij jezelf, nou misschien wel elke dag, een keer voorhoudt: Ik ben een nieuwe schepping. Ik ben een nieuwe schepping. het is bij mij allemaal anders. Het is helemaal nieuwe met mij. En als je je dat realiseert, ga je ook anders leven. En ieder die die hoop op Hem heeft gaat zich ook reinigen zoals Hij rein is. Dan gaat er iets veranderen in onze levens, kan niet anders.
Ik hoop dat je Openb. 21 wilt lezen voor jezelf en dat je zegt: “Mijn Bruidegom is de Here Jezus. En voor Hem ga ik. Voor Hem versier ik mij. Voor Hem leef ik en voor Hem zing ik, voor Hem werk ik. Alles wat ik doe is voor Hem, is voor Hem bedoeld, want Hij is mijn Here. Dat verandert alles. Dat maakt ook de buren jaloers. Want die kans hebben we nog, om ze niet tot die groep van lafhartigen en ongelovigen en leugenaars te doen rekenen. We kunnen ze nu nog jaloers…., we kunnen misschien wel zeggen: “Je moet kiezen buurman, je moet kiezen buurvrouw, je moet je niet laten leiden door, want dat is een beetje zwak. Je moet je niet laten be?nvloeden door een stukje zwakte, lafhartigheid noemt de bijbel dat. Je moet geloven.” Misschien moet je zeggen: “Kijk maar naar mij.” Dat durf je niet zo gauw, want je hebt ook wel eens fouten gemaakt, je hebt ook wat boter op je hoofd, en dat is ook zo. ik heb fouten gemaakt. Ik heb misschien ik weet niet hoe vaak verteld van mijn eigen vader en moeder, ik wilde ze wel bekeren. En ik heb het zo goed gedaan op mijn manier en het heeft 15 jaar een blokkade opgeleverd. Ik kon geen woord kwijt, niets. En dat had ik zelf gedaan. Dat zie je niet op het moment dat je die fout maakt, dat zie je pas later. En er moet heel wat gebeuren, een wonder gebeuren, wil je weer, laat ik maar zeggen, een opening krijgen bij je eigen vader en moeder. Maar de Here God heeft dat wonder gelukkig gegeven. Met een beschaamd gelaat kun je alleen maar zeggen: “Ik heb het verknoeid, ik heb het echt verknoeid, en God heeft mij, nou misschien net als bij Jona, een tweede kans gegeven, om nog een keer te komen. Misschien hebben we het wel verknoeid, misschien moet ons gebed vanavond zijn: Here geef ons alstublieft verlangen om te ontdekken wat een nieuwe schepping eigenlijk is en hoe dat dan vertaald mag worden in de praktijk van elke dag. De Here zegene jullie. En ik hoop dat je echt opnieuw gaat voor de Here Jezus. Zo verlangt naar Hem: Ik wil voor U versierd zijn.
Nou, zal ik het afsluitend zeggen met een paar teksten uit Ez. 16. Ez. 16, Misschien wilt u het met mij opslaan. Dat gaat over Isra?l, dat gaat daar over de stad Jeruzalem, de letterlijke stad. Maar we hadden het nu over het nieuwe Jeruzalem. Jere-sjaloom, voorzien in vrede, dat van God uit de hemel neerdaalt. Maar Ez. 16, daar gaat het over een vrouw. En dan moet je eigenlijk je eigen naam eens invullen. Probeer het eens. Want jij wordt nu uitgenodigd om een nieuw Jeruzalem te zijn. Het gaat hier over het aardse Jeruzalem: Mensenkind, (vs 2) doe Jeruzalem haar gruwelen kennen (nou, slaan we dan over he, dat willen we niet weten, nou) naar afkomst en geboorte (zegt vs 3) uit het land van de Kanaänieten. Uw vader was een Amoriet, uw moeder Hethitische (dat is ook allemaal niet zo geweldig). Wat uw geboorte aangaat, toen gij geboren waart, werd uw navelstreng niet afgesneden, werd gij niet tot uw reiniging met water gewassen. Ook werd gij niet met zout ingewreven, noch in windsels gewikkeld (m.a.w. er was helemaal geen zorg voor u). Geen oog zag met ontferming op u neer om uit mededogen één van deze dingen aan u te doen, maar gij werd weggeworpen op het veld omdat men geen waarde hechtte aan uw leven toen gij geboren werd (zo van het was allemaal niets. Ik zeg het nu even tussendoor hoor, tussenzinnen. Yasser Arafat had ook geen enkele interesse in Jeruzalem. Helemaal niets, nul, niemand. Moet je eens in je oren knopen en dan eens horen hoe ze dan brullen, nu zeggen: “En we hebben een claim voor Jeruzalem.” Nou, niets niemand had interesse). Toen kwam Ik voorbij (zegt vs 6) en Ik zag u (Ik met een hoofdletter, de Here God) en Ik zag u trappelen in het bloed van uw geboorte en Ik zei tot u in uw bloed: “Leef”, ja Ik zei tot u in uw bloed: “Leef”. Ik deed u opgroeien als het veldgewas. Gij groeidet op en werd groot en kwaamt tot volle schoonheid. Uw borsten werden vast, uw haar groeide, maar gij waart naakt en bloot. Toen kwam Ik voorbij u (de tweede keer) en zag u en zie, de tijd van de liefde was voor u gekomen. Ik spreidde de slip van mijn kleed over u, Ik bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here Here. Zo werd gij de Mijne. Toen wies ik u met water (de profeten), spoelde het bloed van u af, zalfde u met olie, bekleedde u met een kleurig geborduurd gewaad, schoeide u met het kostbaarste leder, wond een fijn linnen hoofddoek om, hulde u in zijde, tooide u met sieraden, deed armbanden aan uw armen, een keten om uw hals. Ik gaf u ring voor uw neus, oorringen voor uw oren (piercing heet dat vandaag geloof ik) en een sierlijke kroon op het (nee, nee, maar, alleen maar om het relatieve van excessen gewoon eens een keer te zeggen. Maar goed). Gij tooidet u met goud, zilver en uw kleding was fijn linnen en zijde en kleurig geborduurd gewaad. Gij at fijn meel en olie en honing. Gij werd uitermate schoon, ja het koningschap waardig. Zo ging er een roep van u uit onder de volken vanwege uw schoonheid want u werd volmaakt (en nu komt het regeltje waaraan ik dacht) dank zij de sieraden waarmee Ik u getooid had. Luidt het woord van de Here Here. Dat is de stad Jeruzalem geweest vroeger, schitterend. En God had er zorg aan besteed, ongelofelijk. Goed, jij en ik worden nieuw Jeruzalem genoemd, het Jeruzalem dat boven is, dat is onze moeder. En God heeft zoveel zorg aan jou besteed en zo getooid met zegeningen. Gezegend met alle zegeningen, de hemelse gewesten, geweldig. Je ziet er uit, schitterend, om door een ringetje te halen, dank zij de zegeningen, dank zij de sieraden waarmee Ik jullie versierd heb. En nu: Maar Gij. Dat is hier, in Ez. 16, zo van: Jullie hebben het niet goed gehanteerd. En jij, hoe ga je daar nu mee om. Als de Here je zo zegent, en zo geweldig, en zo mooi vindt en zo prachtig vindt en eigenlijk neerzet in alle schittering van Hemzelf, wat doe je dan. “Ja, ik ben maar een arme zondaar”, zegt de meest vrome onder ons. Ja hoor, ja, ja, we blijven zondaars tot de dood broeder, ja, ja, mochten we het einde mogen halen. Mocht de Here, sorry hoor, ik wil niet spotten, maar is dat de taal van de bijbel. Kun je dat er uit halen. Nooit een keer, bestaat niet. De Here zegt: “Ik heb alles gegeven. ik heb je gezegend met alle zegeningen. Alles, alle, alle sier, alle tooi, alle glorie, Ik heb je het allemaal gegeven.” Je moet zeggen: “Sorry Here, ik, ik heb het verknoeid.” Maar dat is heel wat anders. Maar de Here zegt: “Ik heb alles gedaan.” En zo als Jeruzalem neergezet werd destijds, schitterend, zo is nu de Gemeente neergezet, schitterend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks hebbend. Een bruid voor haar man versierd. En dan moeten wij niet zeggen dat we maar een stelletje armetierige zondaars zijn. Nou, dat is niet helemaal correct. Dat zou hetzelfde zijn als dat Jeruzalem zou zeggen: “Nou, er is ook nooit iemand met enige zorg voor ons geweest.”
De Here zegene jullie en mij, amen.