Openbaring 21 : 9 – 27

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

27. Het nieuwe Jeruzalem.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
4 mei 2003.

Lezen: Openbaring 21:9-27

Het is altijd even weer wennen. We zijn om de twee weken ongeveer met dit onderwerp bezig. En als je dan voor het eerst binnenkomt dan is het een beetje, ja, vallen in een soort diep water. Anderen zullen zeggen: “Ja, hoe zat het ook al weer, hoe lag die draad waar we aan denken precies.” Dat is altijd de moeilijkheid bij een voortschrijdend onderwerp. Toch hoop ik dat u, ja misschien als u er niet bij kon zijn, cassettes neemt of een cd-tje neemt. Niet om ons, of om de handel of om de commercie, maar wel voor u zelf om ja, de draad te pakken. Het is namelijk onmogelijk om iedere keer de hele draad weer neer te leggen. Dat lukt gewoon niet.
Nu gaat het over het Nieuwe Jeruzalem. De vorige keer probeerde ik al te vertellen dat het begin van hoofdst. 21, op één na laatste hoofdstuk van onze bijbel, te maken heeft met de eeuwige situatie, met de eeuwigheid. En de moeilijkheid komt pas als je nu weer terug gaat naar de tijd. Nu is dat geen vreemde constructie in het laatste bijbelboek. Dat komt heel vaak voor, nou ja, heel vaak, komt wel vaker voor, dat eerst een algemene stelling wordt geschreven, gegeven en dat daarna nadere details komen. En dat is hier ook zo. We vonden in hoofdst. 21, aan het begin al, dat de stad uit de hemel daalde, de vrouw, de vrouw des Lams, de bruid des Lams. En we hebben in hoofdst. 19 de bruiloft van het Lam gehad. het is dus, hoop ik, helder neergezet dat wij de Gemeente zien als een bruid verbonden aan het Lam. En de Gemeente bestaat uit mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen. Dus niet een bepaalde groep, niet een groep van mensen die gelijk denken over de toekomst of over de opname van de Gemeente of over Isra?l. De Gemeente bestaat uit gelovigen, mensen die de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. En daar willen we iedere keer opnieuw de nadruk op leggen. Dat is heel wezenlijk, dat is heel belangrijk. En ik hoop ook dat iedereen hier ook echt deel uitmaakt van die Gemeente. Niet voor onze boekhouding. Ook niet voor de collecte, maar voor jezelf. Als je de Here Jezus kent dan heb je alles. En als je de Here Jezus niet kent dan heb je niets. Ja, goeie baan misschien, fijne vooruitzichten als het om het maatschappelijke gaat. Maar als het om de eeuwigheid gaat, vreselijke situaties. Dus ik hoop echt dat je de Here Jezus kent en weet het van verlossing. Je komt ook in de hemel omdat je de Here Jezus kent. Niet omdat je gelijk denkt over de toekomst zoals we dat vandaag of vorige keren uitleggen. Je komt in de hemel omdat je gelooft, Alleen door het geloof. En het is fantastisch als je mensen ontmoet die ook geloven, die datzelfde geloof hebben, datzelfde kostbare geloof hebben.
Gemeente. De Gemeente is in de hemel vanaf het moment dat de Here Jezus tot ons, tot die Gemeente zegt: “Kom, komen jullie.” Dat noemen we wel eens de opname van de Gemeente. De Gemeente blijft hier niet op aarde, hoort hier ook niet, is hier vreemd, een vreemdeling en een bijwoner. Haar burgerschap is in de hemelen, niet hier op aarde. Terwijl Isra?l, het oude volk van God, op aarde hoort, haar zegen ook op aarde heeft. Een letterlijke stad, een letterlijk gebied. Aan de Middellandse Zee ongeveer, met als grens de Eufraat. Het is nog even wat anders op dit moment, maar goed, dat is toch wat de bijbel daarvan zegt. Isra?l is gezegend met aardse zegeningen. De Gemeente, waar jij en ik bij horen als we geloven, is gezegend met hemelse zegeningen. Wij horen in het huis van de Vader want de Here Jezus heeft daar voor jou en voor mij plaats bereidt. En de Here Jezus heeft gezegd dat Hij ons daar gaat brengen. Als Hij roept, als Hij beveelt, bevelend roepen noemt de bijbel dat, 1 Tess. 4, een bevelend roepen, als Hij roept brengt Hij ons in het huis van de Vader. En dat moet oneindig schitterend zijn. Ongelofelijk, onbeschrijfelijk mooi. Daar zullen we zijn. Het leven op aarde gaat dan nog door. Het is nog niet helemaal afgelopen. De bijbel zegt dat er op aarde een moeilijke tijd aanbreekt als de Gemeente weg is. Want de weerhoudende factor, dat wat het kwaad nog een beetje weerhoudt, wat nog als een soort katalysator werkt hier op aarde, is dan weg. De duivel, de mens deer wetteloosheid, volgens de bijbel, gaat te keer in die tijd, geweld. Doet allerlei tekenen, bedrieglijke wonderen. Probeert mensen te verleiden, probeert mensen achter zich te krijgen, leugen. Het wordt uiteindelijk een enorme moeitevolle tijd met oordelen van God. Waar de plagen die vroeger een keer in Egypte geweest zijn in de dagen van Mozes bij verbleken. De bijbel zegt het zo. En Paulus, als hij daar aan denkt zegt: “Ik weet van de schrik des Heren en wij weten dat ook, en wij overreden de mensen: Laat je toch met God verzoenen, kom alsjeblieft niet in die verschrikkelijke tijd.” De Gemeente gaat weg, het leven op aarde gaat door. Mensen die niet geloofd hebben blijven hier. Uit Isra?l gaan predikers op stap: 144.000 verzegelden. Er komen nog heel veel mensen tot geloof. Waar komen ze vandaan, nu, uit die moeilijke tijd. Welke categorie?n worden dan bereikt, nu, misschien wel de vele miljoenen islamieten, wie zal het zeggen. Misschien wel de mensen die nooit van de Here Jezus hebben gehoord. Misschien wel mensen die ge?ndoctrineerd zijn, door wie dan ook en door wat dan ook. Ze zullen gelovig worden, want God wil behoudenis. Hij wil vandaag, in Zijn genade, niet dat mensen omkomen, maar dat mensen gered worden. ik wet niet waar je zit, maar God wil behoudenis. God wil redding, Hij wil je blij maken. Dan, in die tijd van grote nood, zal dus datzelfde gelden. En zoals er vroeger een profeet Jona naar Nineve gestuurd werd, naar Irak gestuurd werd om daar het evangelie te verkondigen en de hele stad als het ware te redden, zo zal in die tijd, vanuit Isra?l, de boodschap van het heil naar de wereld die in nood is worden gestuurd. Vandaag om mensen nog tot de Gemeente te laten komen. Dan, om ze tot die grote schare die niemand tellen kan te laten komen. Kunnen mensen die vandaag nee zeggen simpel aannemen dat ze dan alsnog ja kunnen zeggen. Een steeds terugkomende vraag waar ik moeilijk nee op kan zeggen, maar waar ik eigenlijk nee op moeten zeggen, omdat de bijbel zegt dat, als je vandaag heel bewust nee zegt tegen de Here Jezus, tegen het heil, tegen de genade God, dat het er kan zijn, ik wil maar heel voorzichtig uitdrukken, maar het is wel bijbels, dat God je dan een geest van de dwaling zendt om de leugen te geloven. Dat gaat heel ver, God zendt in die tijd een geest van de dwaling om de leugen te geloven.
De gemeente in het huis van de Vader, het leven op aarde gaat door, Isra?l als een predikend getuigenis op stap, grote nood, aardbeving, vreselijke noden, pestilentie?n, de bijbel zegt het zo. Misschien wel SARS-achtige toestanden, van alles gaat er gebeuren. En dan, dan gaan de volkeren massaal Jeruzalem te lijf. Jeruzalem wordt onder enorme druk gezet, de stad Jeruzalem hier op aarde. En de bijbel zegt dat alle volkeren daarheen zullen gaan, ook Nederland. Dat kan door een contingent of door wat anders, maar in elk geval, ze zullen daarin meedoen. Europa speelt daarin zelfs een hele belangrijke rol. En ze willen Jeruzalem uiteindelijk nemen. En op het moment dat dat bijna gaat gebeuren en de Joodse natie in enorme nood is, echt enorme nood is, komt de Here Jezus uit de hemel. Zijn voeten staan dan op de Olijfberg, even buiten Jeruzalem, en Hij gaat dan Koning worden, Here worden. De Vredevorst gaat regeren, de Here Jezus gaat heersen. En dan, dan krijgen we een tijd van grote voorspoed en van grote zegen en van grote vrede, de Here Jezus regeert. Dat noemen we het duizendjarig vrederijk. Dat gaat dan gebeuren. U en ik, we zijn in de hemel. In de hemel maken we de bruiloft van het Lam mee. Ik sla maar een paar dingen over. En we zullen ons één weten met Hem Die de Koning is, want het Lam blijkt daar ook ineens Koning der koningen, Here der heren te zijn. We zongen het net he, Koning der koningen, Here der heren, dat is de titel die bij de Here Jezus hoort, die bij het Lam hoort. Onze Bruidegom blijkt het Lam te zijn, Zijn liefde, Zijn overgave voor jou en voor mij. Onze Bruidegom blijkt ook de Koning der koningen, de Here der heren te zijn.
Wat gaat er gebeuren als die Koning naar Jeruzalem gaat. Nu is het een beetje plastisch, en een beetje moeilijk misschien, de Here Jezus is, wat wij wel eens noemen alomtegenwoordig. Je kunt zeggen: “Hij woont in mijn hart” he, laat Jezus dan toe in uw hart. Stel je hart open en vraag of de Here Jezus bij je binnen komt: Here Jezus, komt U ook in mijn hart wonen. Nu, de bijbel zegt: Dat doet de Here Jezus, Ik ga bij je wonen. Maar de Here Jezus is ook in de Gemeente. Als er 2 of 3 in de naam van de Here Jezus bij elkaar zijn, dan is Hij in het midden van hen. En de Here Jezus, Hij is ook in de hemel. Heeft Hij dan geen jetlag, om dat pendelen tussen hemel en aarde een beetje op te vangen. Zo zouden wij misschien gaan vragen. Nee, alomtegenwoordig. Dat is een moeilijk begrip. Hij is en in de hemel, en in het huis van de Vader en in jou persoonlijk en in de Gemeente, Hij wil ook nu, tijdens deze dienst hier zijn, Hij is ook hier, de Here Jezus. Hij gaat naar deze aarde. Maar we zijn aan Hem verbonden. Nu, nog niet in elk opzicht heb ik al eens gezegd, want we zijn behalve bruid van de Bruidegom met de liefdesband aan Hem verbonden, ook nog als een lid van het lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, aan Hem verbonden. Onafscheidelijk aan Hem verbonden. Als Hij naar deze aarde komt, dan gaan wij mee. Bijna in de zin van: Nu, als jij gaat dan gaan wij ook. Alsof het een goedheid is van u om Hem niet alleen te laten gaan. Nu, zo is het dus niet, maar toch, we gaan met Hem. Hoe gaan we dan met Hem. Nu, we hebben wel eens dingen gezegd over als Hij komt als een Ruiter op het witte paard, dan volgen Hem hemelse legerscharen, ook gezeten op witte paarden. En ik heb wel eens ondeugend gezegd: “Nu ja, je gaat nog een keer paardrijden.” Nu ja, ik weet niet of u dat vol kunt houden, maar zoiets he, want we komen met Hem uit de hemel. Vergeet dat paardrijden.
Hier in ons stuk van vanavond staat hoe wij met Hem komen. Hij komt naar deze aarde en wij komen met Hem. Hij gaat zijn voeten op de Olijfberg zetten en Zijn heilige engelen, Zijn strijders zijn bij Hem. Hij zal alles vullen in Jeruzalem. En ik denk dat ik mag zeggen dat wij daar boven zijn. Het Nieuwe Jeruzalem, hier in Openb. 21:9 en verder geschetst, komt uit de hemel met een geweldige glorie, met een enorme, enorme manifestatie van majesteit en heerlijkheid voor Hem. En ik wil dat nadrukkelijk vergelijken, misschien al eerder gedaan, met de wolkkolom uit de oude tijd. In de oude dag was Mozes daar, en hij had de tabernakel gebouwd, en toen de tabernakel klaar was heeft de wolk van heerlijkheid die tabernakel gevuld en vervuld. Het heilige der heiligen was de plaats van Gods troon, zo wordt het ook genoemd. En boven de tabernakel hing een wolk. dat is niet een soort zuil, maar dat was een soort paddestoel, een soort, ja, opeenhoping van. En in die wolk zagen ze Gods glorie, Gods heerlijkheid. Niet altijd, maar zo nu en dan werd a.h.w. het sluiertje even weggetrokken en ineens zagen ze de glorie van God in die wolk. Nu, zo mag u het zien. De glorie van God hangt a.h.w. boven de plek waar de Here Jezus is. En elke keer als Hij zich enigermate verplaatst, verplaatst zich ook die glorie van God. Dus ik zie net Nieuwe Jeruzalem als een kubus, want hoogte en breedte en lengte zijn gelijk. Sommigen denken aan een, ja een beetje piramide-achtige vorm, dan kan ook nog lengte en breedte en hoogte gelijk zijn. Maar ik denk dat ik goede grond heb om te zeggen dat het een kubusvorm is, omdat het heilige der heiligen bij de tabernakel een kubusvorm had en omdat het heilige der heiligen bij de tempel van Salomo, later gebouwd, ook een kubusvorm had en omdat de achterzaal in de tempel van Ezechi?l ook een kubusvorm heeft. M.a.w., die kubusvorm is verdedigbaar. Maar goed, als u denken wilt dat lengte breedte gelijk is en dat dus de hoogte in een soort piramidevorm steekt, o.k., ik laat dat zo. hoogte, breedte, lengte gelijk. En de omvang van wat uit de hemel komt is gigantisch: 12.000 stadi?n. Nu, dan is de discussie misschien over is dat de omtrek, zijn dat de vierkante meters, ik bedoel hoe moet je het zien. Er zijn schattingen, een stadie is ongeveer 2 minuten lopen, dat is de taal van de bijbel. Dus 12.000 stadi?n, 24.000 minuten, nulletje eraf, 2400, toch 2400:6=400 uur lopen, flink stuk, een enorme afmeting. Maar daar zijn we het allemaal over eens. Er komt iets gigantisch uit de hemel. Iets geweldigs, heel groot, en iedereen zal dat zien, want boven de plek waar de Here Jezus is, zal zich glorie van God gaan vertonen. We zingen nu wel eens een lied uit de bundel Opwekking: Glorie aan God, het is 354 uit die bundel, glorie aan God, glorie aan God. Dat wordt heel vaak herhaald: Glorie aan God. De Here Jezus is op aarde dan, Zijn voeten op de Olijfberg, Hij gaat Jeruzalem in, Hij vult die stad met zijn eigen aanwezigheid, en boven, glorie van God, glorie van God. Als een heilige der heiligen, als een kubus van glorie boven de plek waar Hij is. En wie vormen dan die kubus, waaruit bestaat die kubus. Uit gelovigen die nu de Here Jezus Christus kennen, uit jou en uit mij. We komen uit de hemel en we laten de Here Jezus zien, we laten duidelijk zien waar Hij is. En elk onderdeeltje van het Nieuwe Jeruzalem heft te maken met de aanwezigheid van de Here Jezus, het gaat om Hem. Wij hangen daar eigenlijk boven. En of dit Nieuwe Jeruzalem ooit op aarde komt, zou uit het eerste stuk van hoofdst. 21 mogelijkerwijs kunnen blijken, ik weet het niet helemaal zeker, in elk geval, in het tweede stuk hangt het Nieuwe Jeruzalem boven de plek waar de Here Jezus is. Waar is de Here Jezus op dat moment. In Jeruzalem hier op aarde. Dat betekent dat er een stad is, gewoon, een stad, Jeruzalem. Ook: Te Jeruzalem, zo van waar die stad altijd gelegen heeft daar zal die stad ook dan liggen. Zo van, dat is echt heel concreet die stad, daar, op die plek. En boven die stad hangt iets. En dat noemt de bijbel het Nieuwe Jeruzalem. Dat is ook wat anders dan het Jeruzalem hier beneden. Jeruzalem beneden heeft nog steeds zon en maan en sterren, daar niet. Jeruzalem beneden heeft een tempel, daar niet. Anders, Jeruzalem beneden waarschijnlijk nog de smalle straatjes en steegjes met de hobbelkeitjes en zo en het niet gemakkelijk lopen, daar van doorzichtig glas, van goud, heel transparant. Alles is anders. Er komt iets uit de hemel van God, en als je dat wilt zien, ja dan moet je vandaag op een hoge en grote berg door de Heilige Geest worden meegenomen, en dan moet je eigenlijk iets getoond krijgen. Als je het babelse wilt zien, het Irak-gebeuren wilt zien, maar dan ook in de overdrachtelijke zin, dan wordt je in de woestijn geleid volgens Openb. 18. Want die valse situatie wordt vergeleken met een vrouw op een scharlaken rood beest, een vrouw, en wordt vergeleken met een stad. En nu, nu wordt het echte, de bruid van het Lam, vergeleken met een stad en wordt gezien als een vrouw, voor haar man versierd. Dus de beide beelden komen weer terug.
En nu komen wij uit de hemel, met Hem. We willen ook niet anders, we kunnen ook niet anders denk ik. We kunnen alleen maar meegaan. We kunnen alleen maar samen zijn met Hem. En alles wat zich nu aan het ontrollen is heeft te maken met en blok, een enorme massa glorie, een enorme massa heerlijkheid, schittering, grootheid, van Hem Die daar is. En als Hij van Jeruzalem naar Amsterdam zou gaan, dan gaan we mee. En als Hij naar Moskou zou gaan, gaan we mee. Hij, Hij is het centrale punt, het gaat om Hem, en wij zijn daarbij. En wij willen alleen maar duidelijk maken Wie Hij is.
Toen de Here Jezus op aarde wandelde, en Hij begon met zijn dienstwerk, u vindt in Luk. 3 en in Matt. 3 deze stukjes tekst, toen was er ineens een stem uit de hemel: Daar heb je Hem, Mijn geliefde Zoon in Wie Ik welbehagen heb. Uit de hemel kwam een stem. Nu, als Hij nu op aarde is, in die tijd, de Here Jezus, daar waar Hij verworpen werd, daar waar Hij miskend werd, waar Hij uiteindelijk gekruisigd werd, dan zal er een stem uit de hemel komen, en ik roep zo hard ik kan: Daar is Hij, de Man in Wie God welbehagen heeft. Dit zal men de man doen in wie de koning welbehagen heeft, tekst uit het boek Esther. Zo riep een heraut voor Mordechai uit. Dit wordt de man gedaan, ja, Haman moest dat nota bene roepen en die wilde net Mordechai vermoorden, liep helemaal verkeerd, maar hoe dan ook, die taal zal dan gehoord worden. De man aan Wie de Here weldadigheid en grootheid wil geven. en wij roepen dat met z’n allen. Dat zullen we met elkaar gaan uitjubelen. En bovendien wordt dat door dat enorme verschijnsel ge?taleerd. Ik weet niet of de TV-camera’s dit allemaal gaan verslaan, ik vermoed wel. Iedereen zal het zien. Iedereen zal het zien, Hij zal terugkomen. Dat is niet een soort ja, gewoon incidenteel momentje ergens, zoals je vandaag wel eens hoort dat mensen een UFO gezien hebben. Ja, maar ja, dat hebben wij in Nederland helemaal niet gezien, maar ja, dat is ergens in Brazili? gebeurd. Nou ja, wat moet je daarmee zeggen wij dan. Nu, zo is het dan niet, het is heel concreet, iedereen zal dat zien. Ook zij die Hem doorstoken hebben. Maar iedereen ziet de glorie van de Here Jezus. Iedereen ziet de heerlijkheid, van oost tot west. Zoals de bliksemflits van het ene eind naar het andere, zo zal het zijn. Er zal een teken zijn van de komst van de Zoon des mensen. Nu, dat teken is het Nieuwe Jeruzalem, dat van God uit de hemel komt. De glorie van God uit de hemel. Snap je het een beetje. U en ik, wij maken samen die glorie uit. Daartoe bent u geroepen. Nu snapt u een beetje waarom u hier op aarde gelaten bent. Niet om een soort moeitevolle, kommervolle tijd mee te maken waarin alles scheef zit en alles niet goed gaat. Maar u bent hier gelaten om nu precies hetzelfde te doen. U kunt alleen maar zeggen: “Dat is Hem.” Ja, maar u hang er nog niet boven. Had u graag gewild natuurlijk, een beetje boven alle anderen zweven. Dat is nog niet zo, dat komt nog. Maar u kunt wel zeggen: “Hij is het.” Het grote probleem is vandaag dat wij te weinig zeggen: “Hij is het.” We houden ons stil. We laten de islamieten roepen, sorry hoor, dat is een beetje uit mijn hart, komt uit mijn tenen bijna. Maar waarom roepen we niet harder, waarom vertellen we niet meer. waarom zeggen we niet nog meer: “Hij is het.” Ik wil geen schop uitdelen, dat is niet zo. Mensen kunnen allemaal gered worden, gelukkig wel. God is een God van vrede, Hij wil ze heil en redding geven. Maar we houden ons stil. Ik voel me soms een beetje de melaatse man uit het koningen-verhaal, u weet het misschien.
Er was een soort overval geweest van een koning uit Aram. Nu, Isra?l in grote armoede, ze aten zelfs hun kindje op. Elisa is de profeet die dit had aangekondigd. Nu, het ging helemaal fout en dan, dan ineens doet God een wonder, Elisa had dat wonder aangekondigd, door die legers allemaal te laten vertrekken. Melaatse mannen zwerven in groepjes rond en komen dus ook bij die legerplaats. Die zeggen tegen elkaar: “We hebben buiten dat legerkamp van die vijandige soldaten niets te eten, misschien, misschien is er binnen nog wat.” En wat gebeurt er, ze komen bij die tenten allemaal en ze zijn allemaal weg. En de voorraden liggen voor het oprapen. Nu, ze doen zich te goed he. Tentje één en tentje twee, tentje drie, tentje vier. Dat is lekker dikkedakken, dat is goed eten. Ja, als je weken niets gehad hebt dan wil je wel wat. Maar na de vierde tent zeggen ze tegen elkaar, en daar gaat het me om, “Wij doen niet goed. Deze dag is een dag van blijde boodschap en wij houden ons stil.” dat zeggen ze tegen elkaar. “We hadden dit in de stad moeten melden, want dat zou voor de stad een bevrijding betekenen. Dat zou een goede tijding zijn voor de stad. En we zitten lekker te dikkedakken en we zeggen tegen die mensen niets.” Voelt u zich een beetje zo: Ik ben gered. Tjonge tjonge ik heb me daar een polis in mijn binnenzak, super. De toekomst, geweldig. De Here gaat me zegenen en ik ga met Hem terug komen. Ja, dat gaat goed joh, dat is geweldig man, ik zit goed, ik zit gebeiteld. En de buurman crepeert. Een oud gedicht zei: Mijn buurman is vannacht gestorven, en ik heb hem niet van de Here Jezus verteld. Begrijpt u wat ik bedoel. Wij nemen allemaal aan dat die man ook wel contacten heeft, dat hij ook wel naar de kerk gaat, dat hij ook wel een evangelieboodschap hoort. Nou, het is maar de vraag of hij dat hoort. en anderen rukken op, met hun ideologi?n, hun ide?en en met hun godsdienst, end at gaat maar verder. U leest misschien het Ned. Dagbl., of u leest de Visie, of u leest Het Zoeklicht. U pakt maar wat, maar het ging de afgelopen dagen alleen maar over diezelfde gedachte. Eén of andere man heeft ooit een keer gezegd dat Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht op een gegeven moment islamitische provincies zullen zijn. Volledig bestuurd door islamieten. U zegt: “Nu, zit ik even goed, ha, ha, ik woon in Utrecht”, of niet. U zit dus niet goed bedoelt u. Snapt u het een beetje. Ik wil zo graag helder maken dat het hoog tijd wordt dat we vandaag gaan snappen wat we straks gaan doen. Want als we straks de Here Jezus gaan etaleren en zeggen: “Daar is Hij, daar is Hij, Hij is het, Hij is het, Hij is de enige, je hebt Hem nodig.” Als we dat als een taak zien, straks. En nu dan, dan moeten we dat nu toch ook gaan zeggen Waarom houden we ons dan stil, waarom vertellen we dan niet van de Here Jezus. Waarom dragen we dat dan niet uit, waarom bazuinen we dat dan niet uit. Nu, omdat we nog niet aan dat zweven begonnen zijn. Dat wist ik. Zweverig zijn we toch al wat, zonder nog te zweven.
Het Nieuwe Jeruzalem kom van God uit de hemel. Een heilige stad, en ze had de heerlijkheid van God. weet je hoe je er uit ziet straks. De heerlijkheid van God, als de kristalheldere diamant. Weet je, als Johannes opgenomen wordt, hij is op Pathmos, en de hemel gaat open, dan ziet hij de Here God als de kristalheldere diamant. En het is heel merkwaardig, Openb. 4 is dit, het is heel merkwaardig, dat u, uzelf ziet in diezelfde kleur, de kristalheldere diamant. Alsof God uit de hemel komt, Alsof Zijn glorie uit de hemel komt, de heerlijkheid van God, de majesteit van God. U en ik komen uit de hemel. Nou niet in ons kloffie van vandaag, hoe mooi misschien, of hoe slecht, maar we komen uit de hemel in de heerlijke tooi van de hemel zelf. Ik weet niet hoe je je dat allemaal indenkt. De meeste mensen hier hebben misschien een redelijk gevoel over zichzelf, eer zijn er ook gegarandeerd een aantal die een minderwaardigheidsgevoel hebben. Dat is ons een beetje aangepraat, mij ook hoor, vroeger. Want ik deugde nergens toe, ik kon ook niets en ik werd ook nooit niets en je bleef je leven lang, bleef je een zondaar. Nou, dreun op je kop en je gaat weer voor een week onderuit, en als je dan ‘s zaterdags weer een beetje overeind gekrabbeld was, kreeg je ‘s zondags er weer een, nou ja, nog een dreuntje overheen en dan zat je weer onderin. Nee, nee, we, nee we, en we mochten niets van onszelf verwachten want iedereen die iets van zichzelf verwachtte dat was een beetje eigendunk, dat was ikkerig en zo, dat kon helemaal niet, dat mocht niet. En zo zin we een beetje groot geworden.Zal ik het wat anders zeggen. De Here Jezus houdt van je. De Here Jezus vindt je mooi. De Here Jezus wil zo graag dat jij bij Hem komt, dat jij bij Hem bent. En de Here Jezus heeft je helemaal in het nieuw gestoken. De klederen des heils, de mantel van de gerechtigheid. Hij heeft je getooid in de kleren van Hemzelf, in de tooi van de hemel. je ziet er geweldig uit, je bent prachtig, je bent welkom en ze houden van je zoals je bent. Ja, zoals ik zijn moet zeker. Nee, nee, zoals je bent, want God heeft zich met jou bemoeid toen jij nog geen enkele, geen enkele kans had om ook maar iets in positieve zin voor God te doen. Toen al heeft Hij Zich met jou bemoeid en wilde Hij van jou een gelovige, gelukkige kleurrijke christen maken.
En je komt met Hem uit de hemel, in dezelfde tooi. Niet meer in onze oudbakkenheid, in oubolligheid, in onze situaties van vandaag, maar uit de hemel, heerlijkheid van God, schitterend. er komt iets uit de hemel, zo mooi, zo schitterend, dat het eigenlijk niet te tekenen is. De omvang, gigantisch, heilige der heiligen, tempel is er niet. Nee, in het heilige der heiligen is geen tempel meer. God is er Zelf, Hij woont er. Zon en maan en sterren, niet nodig, nee. het Lam is haar lamp en God is haar licht.Alles binnen in haar, schittering. Straten, dus het gaan met elkaar, het je bewegen, transparant, helemaal transparant, helemaal goud als doorzichtig glas. Alsof je alles kunt zien. Doorzonkamers noemden ze dat vroeger. Weet je wel, toen die eerste doorzonkamers kwamen, we waren heel modern, toen keek je, volgens de buitenlandse lui, keek je dus gewoon van de voorkant naar de achterkant . Je kon alles zien. je kon zien wat die mensen aten en nou ja, hoe hun aftershave rook. Ik heb maar geen andere voorbeelden genomen. Maar dat zeiden ze toen van ons. Dan hebben we niets meer te verbergen. We hebben geen geheime laatjes meer, we hebben geen kluizen meer. We hebben niets meer. Alles is open, alles is transparant, doorzichtig. Dit moet iets bijzonders zijn weet je, glorie van God, heerlijkheid van God, kristalheldere diamant, straten van goud, omvang onbeschrijfelijk. Ja, er zitten poorten, en poorten uit één parel. “Kan niet”, zeggen de lui die kritisch zijn. “Want als die stad zo’n omvang heeft zoals je net zei, van zoveel kilometers, nou, hoe moet zo’n parel er dan uit zien.” Kostbaar, parel en boven die poorten een naam van de 12 stammen van Isra?l. Zie je wel, zeggen sommigen heb je toch, is Isra?l natuurlijk, want als dat aan de buitenkant op die poorten staat dan is het toch duidelijk dat het om Isra?l gaat. Nee, wacht nog even. De fundamenten van die muur, waarin die poorten zitten, hebben ook namen, en dat zijn de namen van de apostelen van het Lam. Eerst wordt een fundament gelegd. Daarna wordt de muur er op gezet. En daar komt een poort in, daar komt uiteindelijk boven te staan één van de namen van de stammen van Isra?l. Moet je eens luisteren, wij zullen tot in eeuwigheid etaleren, of u het leuk vindt of niet, en of men het leuk vindt of men het niet leuk vindt: Het heil is uit de Joden. Dat blijven we zeggen. Dit blijven we verkondigen, dat houdt nooit op. En we zullen altijd zeggen: “We hebben het te danken aan wat daar is gebeurd. De naam boven de poort: Isra?l. Het fundament van de stad: De 12 apostelen van het Lam. De basis is niet wat Isra?l deed in de dagen van de Here Jezus, de basis is wat de apostelen van het Lam hebben mogen zeggen, hebben mogen verkondigen, dat is uitgangspunt. En daar zitten schitterende edelstenen aan vast. Die 12 heb ik gelezen en u vindt ze allemaal terug in de schrift. En als u ooit de moeite zou nemen om het borstlap van de hogepriester te bestuderen, weet u wel, met die 12 edelstenen en zo, en de Urim en de Tummim daarin, dan komt u ongeveer bij dezelfde namen uit, en misschien wel helemaal bij dezelfde namen uit. Hoe dan ook, dat wat uit de hemel komt als het Nieuwe Jeruzalem, zo schitterend, zo hoog zo grandioos, zo prachtig, met een getuigenis, met een boodschap: Het heil is uit de Joden, we hebben het daar aan te danken en als je naar binnen gaat heb je het eigenlijk alleen maar aan Isra?l te danken. Is natuurlijk alle bijbelschrijvers, toch. Calvijn heeft geen bijbelboek geschreven. heeft veel goede dingen gedaan, ik bedoel het niet negatief. Luther heeft geen bijbelboek geschreven. Spurgeon ook niet. En ze hebben mij ook niet gevraagd. Maar het heil is uit de Joden en de basis is dat wat de apostelen van het Lam hebben verteld. Wat zij hebben verkondigd, dat is wat hier ten grondslag wordt aangedragen. En het is schitterend om nu te zien dat er zo’n kostbaar, kostbaar getuigenis in de hemel aanwezig is. En dat kostbare getuigenis komt uit de hemel en dat komt boven de plek waar de Here Jezus is.
Ik kan u eerlijk zeggen dat ik er naar verlang dat de Here Jezus die eer krijgt. Dat alle glorie naar Hem gaat. dat komt natuurlijk pas als Hij hier op aarde gaat schitteren, als Hij op aarde gezien wordt als de Man die doorstoken werd. Als Hij, ja, met Zijn zegen uit de hemel komt, als Isra?l in het centrum van die zegen zal staan, nota bene kanaal van die zegen zal zijn, daarover later. Maar wij komen met Hem. En wij willen één ding. Je hebt wel eens iemand gezien die een beetje anoniem aan het spelen was, lukt bijna nooit helemaal, maar iemand achter bij staan met een vingertje, zo van, dat is hem he, let op. Bijna wat Maria deed. Let op wat Hij zegt en doe het he, doe het, bij de bruiloft in Kana. Zouden wij vandaag de les niet moeten trekken, broeder en zuster, wij die samen de bruid van het Lam zijn, wij die aan Hem verbonden zijn, wij die uit zijn stem horen, ik citeer het Hooglied: Ik wil je zo graag zien mijn liefste, ik wil je gedaante zien, ik wil je stem horen, ik wil dat je bij me bent. Kom maar, je stem is zoet, is heerlijk. Weg minderwaardigheidscomplex, weg rimpeltje, niet door de Nivea crème of door de Oil of Olaz of weet ik veel hoe dat spul heet, anti-rimpelspul. Of door een facelift he, helemaal weer strak. Maar omdat je voor Hem bent zonder vlek of rimpel of iets dergelijks Hebbend, jij. Geloof je dat. Ja, Hij wil je zo graag bij je hebben. Hij roept je, Hij zegt: “Kom maar, kom maar, Ik wil je zo graag zien, Ik wil je bij me hebben en Ik wil je zo graag horen. We horen bij elkaar.” En daar in de hemel is die hereniging of vereniging en dan komen we met Hem. Wat doet u dan. Hij is het, dat is Hem, daar heb je Hem. Nu, en u doet niets anders dan Hem glorie brengen, Hem alle eer gaan geven. Alles, alles is schitterend. Alles is majestueus het is, mag ik, ja nader woord, maar, pak maar wat woorden. Ik ben uitgeput bijna in het bedenken van superlatieven, maar alles is schitterend, alles is mooi. Want het gaat om Hem en dan komt dit uit de hemel. En ik weet wel dat we dan wel eens zingen, en het Nieuwe Jeruzalem en de tranen voorbij en zo en daar zal ik Hem ontmoeten. Nou ja, ja dat is wel zo maar u had Hem al eerder ontmoet, want de bruiloft was al geweest. En u was al aan Hem verbonden, en u was al onder de indruk van Wie Hij is, en u genoot al intens van Hem. En u komt met Hem, en de enige taak die we hebben dan, is bij Hem zijn. Zoals de wolkkolom onafscheidelijk verbonden was met de aanwezigheid van de Here God in het heilige der heiligen, zo zijn wij in die tijd onafscheidelijk verbonden met Hem die hier ergens aanwezig is, die ergens troont, die ergens is. Daar zijn we en voor Hem willen we gaan. En de glorie en alle heerlijkheid en alles wat maar denkbaar is uit de hele schepping, dat is daarmee verbonden. Alle heerlijkheden van de volkeren, alles wat er is. Alleen iets onreins zal daar niet meer zijn, dat is voorbij. Het fnuikende van vandaag dat iets moois iedere keer weer aangevreten wordt door de slang, door de draak, door de duivel, dat is voorbij, dat is over. iets onreins komt er niet meer. Alle glorie, alles wat maar denkbaar is, wat kostbaar is uit de schepping, dat is daar wel. En daar zullen we zijn, transparant. God is daar, de Here Jezus is daar, wij wandelen daar, het is een harmonie zonder weerga. Het is ongelofelijk mooi. wat moet ik zeggen, het is gelofelijk mooi. Het is fantastisch, dat je dit, dit mag meemaken en zo de Here Jezus mag vergezellen. En dan nog een keer die oproep. Als dit dan onze taak is, straks, als de Here Jezus gaat regeren, Hij gaat heersen, de vrede heerst, oorlog is voorbij, koe en berin samen, zwaarden zijn ploegscharen, speren zijn snoeimessen, alles is anders. Ze zullen de oorlog niet meer leren, dat is allemaal voorbij. en wij zijn daar zo bij betrokken. Wat betekent dat voor mij en voor jou, nu, vandaag. Ik denk heel, heel eenvoudig: Here Jezus, ik moet hier naar U wijzen, want dat doe ik straks ook. Nu heb ik het veel te eenvoudig gezegd, maar misschien wel juist heel dringend gezegd. Naar Hem wijzen. Iedereen wijst een andere kant op en de duivel zegt: “Niet bij Hem, je moet daar of ginds zijn.”Maar wij die geloven zeggen: “Hij is het.”En als dat nu over blijft van deze dienst, dan is de dienst geslaagd.
Uit de hemel komt een kubus van glorie en heerlijkheid en schittering en majesteit en kostbaarheid. Van diamant en van edelsteen en van goud en van parels. Daar komt iets uit de hemel, nou ja, waar iedere juwelier zijn handen of zijn vingertjes bij aflikt. Laat ik het dat zo maar formuleren. Ontzettend mooi en duur en heerlijk. En wij zijn dat. Jij bent duur gekocht. Jij bent gekocht en betaald, jij hoort er bij.En als je je nu zelf een plekje geeft in die glorie, zou je dan vandaag zeggen: “Ach, ik deug nergens toe.” Moet je dan niet naar elkaar toe zeggen: “Jij deugt nergens toe, hoe haal je het in je hoofd.”Een mevrouw zei tegen mij vorige week: “Ik heb helemaal geen gave.” Nu, ik zei, een beetje sarcastisch: “Ja, dat klopt ook, je bent een opgave, voor mij.” Ik zal wat stangen of zo, maar ze bleek de gave van gastvrijheid te bezitten. Nu, dat is moeilijk hoor, gastvrijheid is heel moeilijk. Maar ze had die gave toch. En ze had veel meer waarschijnlijk. Maar jij, jij moet niet zeggen: “Ik kan niets.” Je moet je durven, durven vereenzelvigen met wat hier gebeurt, en dan ook durven zeggen: “Here Jezus, als ik zo uit de hemel kom, in Uw tooi, in Uw glorie, en U zo ga aanduiden, nu, dan is dat vandaag ook zo. Want ik ben nu ook gekleed met de klederen des heils en met de mantel van de gerechtigheid.” En ik ben nu ook in de rijkdom van Hemzelf gezet. Aangenaam in Hem, met de bedoeling te wijzen naar Hem. En eigenlijk is dat heel eenvoudig. Je komt er niet door in de hemel. Je komt in de hemel omdat u gelooft. Maar God ziet je zo. En de taak van de gelovige is enorm en uniek.
De Here zegene jullie, amen.