Openbaring 22 : 6 – 21

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

29. De Here Jezus komt spoedig terug.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
1 juni 2003.

Lezen: Openbaring 22:6-21

Zo eindigt het laatste bijbelboek, indrukwekkend. Een slot om veel en veel over na te denken. En ik hoop ook dat je dat doet. Dat je dat misschien allang gedaan hebt, of nog een keer gaat doen. Johannes, op Pathmos, heeft geweldige dingen gezien. En hij heeft aan het eind maar één woord over eigenlijk. Het is God die door de Geest dingen openbaart die over de Here Jezus gaan. Zo begon hij en zo eindigt hij.
Ik heb vanmorgen ergens gesproken over twee personen, één uit het oude en één uit het nieuwe testament, die door de Geest meegevoerd werden. Het was de profeet Ezechi?l, hij was in Irak, zat temidden van de ballingen, en hij was stom. Hij kon niets zeggen. De oudsten van het volk Isra?l zaten om hem heen. Nu ja, ik weet niet of je je dat kunt voorstellen, die man die zegt niets. Alleen als de Here zijn mond opende, ja dan gebeurde er iets. Hoe lang ze daar gezeten hebben, ik weet het niet. En dan wordt Ezechi?l door de Here aangesproken. Hij wordt meegenomen. De Heilige Geest voert hem weg, en hij komt opnieuw in Jeruzalem, waar hij ik weet niet hoeveel geweest is. En daar wordt hij rondgeleid in de tempel die daar toen nog stond, en hij ziet al, het negatieve. Een afgodsaltaar, hij ziet dat de priesters bezig zijn met hun eigen idee?n over God, inscripties aan de wand, en daar offeren ze aan. Hij ziet dat mensen Tammuz bewenen, wat dat dan ook mag zijn. En hij ziet da mensen met hun rug naar het altaar staan en zich buigen in de richting van de zon. Ezechi?l ziet al het verkeerde in het huis van God. En hij hoort de Here God klagen: Moet Ik dit huis laten staan, is er hoop, kan ik hier nog iets mee. En Ezechi?ls antwoord is uiteindelijk: Here God, U kunt daar niets meer mee. Een tweede, die ook meegevoerd werd door de Heilige Geest, is Johannes op Pathmos. Parallel is dat ze beiden in gevangenschap zijn. Hij in Irak, in een vluchtelingenkamp, Johannes op Pathmos, en ze worden beiden door de Geest meegevoerd. En Johannes ziet de hemel open, hij ziet de troon. En die troon, ik heb het met jullie behandeld toen we begonnen, hele, hele tijd terug. En die troon wordt gaandeweg ingezoomd en uiteindelijk ziet hij Iemand in de troon. En hij ziet in het midden van de troon, en in het midden van de levende wezens, en in midden van de engelen, in het midden van de oudsten, een Lam staan als geslacht. En daar gaat het hele boek over. De één ziet het negatieve van het huis van God en de andere ziet het geweldige, positieve van het huis van God. In beide gevallen doet de Heilige Geest dit. Daar wil ik de nadruk op leggen Je vraagt je wel eens af wat we met Pinksteren gaan beleven. Volgende week zondag is het pinksterzondag, en dan denken we aan de uitstorting van de Heilige Geest. Nou ja, de één heeft het dan over kracht, de ander heeft het over dit of zus, maar ik ben er echt zeker van dat de Heilige Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Nu, dat is dat wat je bij Ezechi?l in hoofdst. 8 precies, maar dan ook precies aangeduid vindt, helemaal, tot in de kleine details. En de Heilige Geest zal uit het Mijne nemen en Hij zal het u verkondigen. En ook dat zie je precies terug, maar nu in Openb. 4 en in Openb. 5. De Heilige Geest werkt. Dan moet je wel de Heilige Geest hebben. Je kunt niet door de Heilige Geest meegenomen naar dit soort dingen als de Heilige Geest er niet is. Nog anders, je kunt de auto niet starten als je geen auto hebt, toch. Laten we nu alsjeblieft nuchter zijn. Is die kracht er. En daarover gaat het ook in dit laatste stuk van Openb. 22. Wie wil, neme het water des levens om niet. Johannes zegt nog één keer: Je kunt het nog krijgen, je kunt het pakken. Het hoeft je niet voorbij te gaan. Je mag het nemen. Maar je moet wel willen. En alle smoezen die zijn allang bedacht. Ik ken geen nieuwe smoezen meer. Die hebben we gehad. Maar kom nu eens. Wees nu eens eerlijk en zeg: Here Jezus, eigenlijk wil ik niet, want ik weet, als ik het doe, dan zitten er een aantal consequenties aan te komen, en daar ga ik eigenlijk omheen.” Wie wil, neme het water des levens om niet. Je moet het willen. je moet een keer ja zeggen, je moet een keer concreet bakzeil halen, overstag gaan. Nou ja, pak maar een ander woord: bekeren. Je moet om, helemaal om. En dat om gaan, dat is een ommekeer in je leven. En als je dat doet, als je echt wilt, dan gaat de Here Jezus echt duidelijk zeggen dat Hij voor jou aan het kruis van Golgotha gestorven. Dus, je pakt dat kruis, bij wijze van, helemaal vast en je zegt: “Here Jezus, dank U wel.” De Heilige Geest gaat in je wonen, en vanaf dat moment kan de Heilige Geest in je gaan werken. En Hij laat je gegarandeerd zien waar de schoen wringt in jouw leven. het negatieve dus he, Ezechi?l. Hij laat je precies zien waar de dingen niet goed zijn. Maar Hij laat je ook zien, het is niet alleen negatief, wegdoen, wegdoen wegdoen, wegdoen, oordeel, en oordeel, en oordeel, het is ook positief, Hij, Hij, Hij. En dat is het schitterende werk van Gods Geest in ons. Maar de Heilige Geest moet er dan wel zijn. Nog een keer, je kunt nooit van je auto gebruik maken als je geen auto hebt. Je kunt hem niet starten als je geen auto hebt. Ik bedoel dit niet materialistisch, maar je kunt de Heilige Geest niet laten werken als de Heilige Geest er niet is. En de Heilige Geest werkt aan je, probeert je te overtuigen, probeert je te bereiken, probeert binnen te komen, probeert je zover te krijgen dat je gaat zeggen: “Here God, ik stem het toe, ik capituleer.” Nu, woorden van ons kunnen soms doeltreffen, maar soms ook helemaal niet. Soms zijn hele kleine dingen nodig, soms zomaar eens toevalligheden, zoals wij dat zeggen, waardoor je ineens tot de ontdekking komt: ja, dit is het werk van God geweest. Wie wil neme het water des levens om niet. Stel u voor dat we avond aan avond hadden gehad hier, over het boek Openbaring, en we hadden misschien wel mooie dingen gezien van de toekomst van de Here Jezus en van alles wat daar mee samen hangt, en we kennen Hem niet. Bijna in de trant van: Here U hebt in onze straat geprofeteerd, taal uit de bijbel, en we waren er bij toen u wonderen deed. Nou, maar dat zegt toch iets. U was bij, U was bij de buurman. Ik was de buurman van die man die toen tot bekering kwam. O ja. En de Here zegt: “Maar, waarom jijzelf dan niet?” Het kan zijn dat het zo dichtbij gekomen is, dat het zo vlak bij was, dat je er bij wijze van spreken boven op stond. Alsof het in je straat gebeurde, terwijl je er toch geen deel aan hebt. Dat kan niet. Sorry, dat kan natuurlijk wel, maar dat mag eigenlijk niet. We zijn hier zolang bij elkaar om over dit bijbelboek na te denken. Je moet het natuurlijk zelf verantwoorden, je moet zelf ja of nee zeggen. Ik kan het niet voor je doen. Als ik het voor je zou kunnen doen had ik het allang gedaan. Ik heb zo vaak geroepen: “Ik wou dat ik je een pil kon geven, een injectie kon geven.” Nou, ik zou je een flinke jaap verkopen hoor, echt, die diep doordrong en zoveel mogelijk vloeistof naar binnen spuiten. Maar dat kan niet, je moet het zelf willen. je moet het zelf willen. En Gods Geest werkt, en Gods Geest wil het.
Degene die aan Johannes al deze dingen heeft te kennen gegeven, is een engel, een soort secretaris, een soort speaker, een spreker. De Here Jezus is daar, soms is het de Here Jezus Zelf, soms is het die spreker, het is een beetje verschillend. Soms worden we een beetje in de war gebracht van wie zegt nu wat. Maar goed, daar is een engel, kennelijk als spreker, als spreekbuis namens de Here Jezus, naar Johannes gaan spreken. Maar die engel, wordt hier gezegd, dat is precies dezelfde als een soort profeet van vroeger. Zoals de God van de geesten van de profeten, dus God, die de adem van de profetie, die de geest, die het binnenste van de profeet eigenlijk toerustte, hem aanzette tot profeteren, hem aanzette tot spreken, hem aanzette tot het schrijven. Of het nu Jesaja is geweest, Jeremia is geweest, of Ezechi?l is geweest, het is de God die de geest van de profeten gebruikte, Diezelfde, Diezelfde, spreekt nu. Hete is dus geen andere kracht. De profeten uit het OT hebben over de Here Jezus geschreven. Ik zei dat, met Openb. 19:10 in de hand, meermalen. het getuigenis van Jezus is de Geest van de profetie. Mozes noemt zichzelf een profeet, en hij heeft over Mij geschreven zegt de Here Jezus. Abraham, hij heeft Mijn dag gezien. En zo kun je wel door gaan prachtige dingen op te dissen, op te duiken uit het O.T., en je komt inderdaad onder de indruk wat Gods Geest heeft gedaan. Maar diezelfde Geest van God, en diezelfde God van de geesten der profeten, heeft nu de engel aangezet om te profeteren, om dingen te zeggen, waardoor we een heel boek krijgen. Dat boek wordt tot vijf keer toe, in ons kleine stukje, dit boek der profetie genoemd. Dit boek is profetie. En wat betekent dat. Nu, niet nieuw, ik heb het ik weet niet hoe vaak gezegd, dat betekent dat het gaat over de Here Jezus. Nu, dat hadden we al gehad, hoofdst. 1. Om Zijn knechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet. Openbaring van de Here Jezus Christus, onthulling van de Here Jezus. Inderdaad, dit hele boek is profetie. Dit hele boek heeft te maken met profeten. Hier zitten ze. IJvert dat u moogt profeteren. Streeft ernaar dat u, dat wij mogen profeteren. Betekent dat dat we dan eens eventjes KNMI afschrijven en dat we dan de politiek van Evian, waar ze op dit moment bezig zijn met de hele club, en misschien wel ruzie hebben, dat we nu gaan zeggen: “Stop maar jongens, wij weten het, wij zullen eens even uit de doeken doen wat er binnenkort gaat gebeuren.” betekent het zo ongeveer, nee.
Profetie betekent niet per saldo toekomstige dingen vertellen, betekent niet per saldo, laat ik maar zeggen, waarzeggerij plegen over je gezondheid of over je baan. Maar profetie heeft primair een doel, en dat is de verhoging van de Here Jezus. Zou je niet een beetje profeet willen zijn. Zou je niet orakels van God, uitspraken van God willen doorgeven. Zou je dan niet willen zeggen: “Here Jezus, tjonge, maar dat is gaaf”, zodat iedereen onder de indruk komt, niet van jouw woordjes, maar van Hem, om Wie het gaat, dat het echt om Hem zal gaan. Profeteren, dit boek is een boek van profetie. Een boek van woorden over de Here Jezus, onthulling van de Here Jezus. God wil dat de Here Jezus zichtbaar wordt. God wil dat jij en ik daarin ingeschakeld worden. Bruikbaar zijn om Hem, om Hem neer te zetten. Wat heb je er aan als je alles weet over een man in Nigeria die geweldige dingen, mogelijkerwijs doet, ik laat dat even los he. Wat heb je er aan als je alles weet over die, die campagnes houdt daar en ginds en overal. Wat heb je er aan, aan mensen bijbelstudies houden over de meest ingewikkelde onderwerpen, en je ziet niets van de Here Jezus. Kom je dan echt verder. Nu, ik zeg je één ding, je komt alleen in verwarring.Als profetie, als het woord van God en als de knecht van God niet het onderwerp Here Jezus op zijn agenda heeft, schrijf hem dan maar af. Ik ben een beetje cru, maar ik denk dat dat moet. Het is hoog tijd dat we heldere taal spreken. Ik probeer dat elke keer te doen. Het is de Here Jezus, lieve broeder en zuster, het gaat om Hem.en om niemand anders.
En Hij die gaat schitteren in dit boek, of ging schitteren voor zover u het gezien hebt, is Degene die zegt Ik kom spoedig. En dat betekent, dat wat je nu zag, zijn alleen maar voorproefjes, zijn alleen maar kleine stapjes in Zijn richting geweest, maar het grote moment komt er. Nu, het staat op uitbreken he. En dan zul je Hem zien, zoals Hij is he, dat gaat komen he. Dat is de insteek. Dus niet alleen maar een soort term van: daar sluiten we dan mee af of zo. Maar dit kleine stap voor stap onderwijs, gebeuren, uit dit laatste bijbelboek, dit kleine richtingaanwijzend gebeuren, wat je dus door Gods genade gekregen hebt, leidt er toe dat je Hem……. Och, de helft is mij niet aangezegd, zei de koningin van Scheba. Ik weiger te geloven dat de helft ons niet is aangezegd. Ik geloof er echt, echt in, dat 100% ons is aangezegd. Dat we het niet gezien hebben, dat is een heel ander verhaal. Maar het is ons wel aangezegd. Wij zijn zo dubbel en zo bezoedeld, en misschien wel van schermen voorzien, dat we het niet snapten en dat we het niet pakten en dat we het niet zagen, maar dat is heel wat anders. Bijna als die Emmaüsgangers: Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij ons de schriften opende. Ja, op een bepaald moment sagen ze Hem, in één keer viel het.Eurootje, werd het doek weggetrokken. En toen zagen ze Hem. Zo gaat het.
Dit boek gaat je stap voor stap brengen in de richting van de openbaring van Jezus Christus. En het eind is: En dan is het zover, en dan gaat het gebeuren, en dan valt het doek definitief. En dan zie je Hem in al Zijn schittering, in al Zijn glorie. Ja, dan verbleekt alles. Dat is de insteek. En die geesten van de profeten, dus dat wat die profeten aanzette tot het schrijven, tot het spreken, dat is diezelfde Geest die vandaag werkt. Die in die engel heeft gewerkt, en die ook wil werken in jou en in mij. Die ons wil gebruiken, die ons wil aanzetten tot het wijzen naar Hem. Zodat iedereen uiteindelijk dichterbij komt en dat moment meemaakt van: Hij is er. er is een geschiedenis in het O.T., ik houd van het O.T., waarin een jonge koning, één jaar oud, verborgen wordt in de bergplaats van de bedden, dat is koning Joas. En ja, hij zou omgebracht worden als er niet een stel, een priester en zijn vrouw, gezorgd hadden voor Hem. Die vrouw, dat is een hele bijzondere zuster, denk ik, die heeft liefde gehad voor hem, en heeft dat kindje, dat kereltje verzorgd. En dan is het op een bepaald moment zover dat hij 8 jaar werd, 8 jaar nog maar, en ze kunnen hem waarschijnlijk niet langer verborgen houden, en dan wordt hij aan het volk getoond. En dan op een bepaald moment, dan wordt het doek weggetrokken, en dan zegt er iemand, die oude priester”Leve de koning, daar heb je hem.” Weet je wel, het is alsof ineens alle herauten…… Ja die tegenstandster die krijgt ook gelijk de kriebels, die denkt: ja, maar wat is dat nu. Die hoort dat, merkt dat, en gaat op onderzoek uit, en wil eigenlijk aanvallen. Maar dat gaat niet meer. Hier wordt je stapje voor stapje in de richting van de Here Jezus gebracht, en dan ineens dan is het zover. Ik weet niet hoe het mij en ons zal vergaan, Ik heb er allerlei idee?n over voor mijzelf, wat ik zou zeggen, wat ik zou doen, en hoe ik Hem zou begroeten. Het zijn misschien hele tere momenten voor jezelf. Nu, vul het maar eens in wat je Hem zou zeggen, wat je aan Hem zou geven misschien, als je Hem zou zien. Stel dat dat vanavond zou gebeuren. Dat al die kleine onderdeeltjes, al die spreekbeurtjes over het boek Openbaring, je een klein beetje in die richtring geduwd hebben en dat [je] op een bepaald moment zegt: “Ja, maar dit is wat anders dan dat gepreek van Dato, dit is Hem Zelf.” Precies, dat is Hem Zelf. En al mijn preken mogen wegvallen, als u Hem maar ziet. En eigenlijk wil ik dat ook vanavond zo graag. Al het verhaal over het boek Openbaring mag wegvallen, als u Hem maar ziet.
Hij komt spoedig. Nu, Johannes is zo kapot, dat hij voor die engel wil neervallen en zegt: “Ja, maar zo’n boodschapper wil ik dan toch wel eren he.” Die moet je op z’n minst toch wel vragen van mag ik alstublieft uw nieuwsbrief elke maand ontvangen of zo. Daar moet je iet mee, daar doe je iets mee. Nu, die engel zei: “Alsjeblieft Johannes, doe dit niet, doe niet zo mal man. Ik ben ook maar een knechtje, ik ben precies als jij. We hebben geen verschil. Het gaat niet om de dienstknecht, het gaat om Hem
Nog een voorbeeld: Als de vrouw uit Sunem, ze heeft geen kinderen, ze krijgt een zoon, zoon die sterft. Waarschijnlijk door een zonnesteek of zo. Zijn vader weet geen raad En hij zegt tegen de mensen, tegen de knechten: “Nu, breng hem maar bij zijn moeder.” Typisch vaderlijk gedrag vindt ik, klopt van geen kant, maar goed. Die moeders moeten zich daar dan maar over ontfermen. Het is niet zo gek dat prof. Jan Waterink vroeger zei: “Aan moeders hand tot Jezus.” en niet “Aan vaders hand tot Jezus.” Goed, vaders zijn ook weer op hun plek. Vlak voor vaderdag moet je dat nog eens een keer…… Ik bedoel dat niet grappig. Maar die vrouw gaat naar de man Gods. En die man Gods die ziet haar onrust, haar nood en zegt tegen Gehazi: “Hier is mijn staf, rennen, rennen.” Nu, Gehazi rent al. Maar die vrouw die denkt: Ja, Gehazi die kan rennen wat hij wil en die staf Gods is wel aardig, maar ik wil de knecht niet van de man Gods, ik wil de man Gods zelf. En zij zegt tegen Elisa, als u zelf niet gaat, dan ga ik hier niet vandaan. Ik wil de man Gods zelf. Deze engel hier zegt tegen Johannes: “Moet je eens luisteren, ik ben maar de knecht van de Man Gods, maar je moet de Man Gods zelf hebben.” Begrijp je? Dat is heel belangrijk. Wie het ook is in christelijk Nederland, wie het ook is in christelijk mondiale kringen, welke prediker, welke schrijver. Je moet niet Calvijn hebben, je moet Christus hebben. Je moet niet Luther hebben, je moet Christus hebben. Je moet niet Spurgeon hebben, je moet Christus hebben. Je moet niet Darby hebben, je moet Christus hebben. Ik sprak Aad Kampsteeg een keer op een kleine conferentie. Hij was in China geweest en hij had de ondergrondse kerk bezocht. De eerste gemeente die hij daar bezocht ja, dat was ondergronds, maar dat groeide wel en het bloeide ook. En hij vroeg daar: Heb je wel eens van Calvijn gehoord. Hij is per slot een rechtgeaarde calvinist. En ze zeggen daar: “Nee, nee, wie was dat die man.” Nu, als je een calvinist dit hoort vragen en je krijgt zo’n antwoord, dan moet je wel een soort cultuurschok krijgen. Dat kan haast niet anders. Tweede gemeente: Hebt u wel van Calvijn gehoord, nee. Derde, vierde, vijfde. Ik heb het uit zijn eigen mond. En toen ging hij door de knie?n. Je kunt dus kerk zijn zonder Calvijn. Je kunt kerk zijn zonder Luther, je kunt kerk zijn zonder Spurgeon, je kunt kerk zijn zonder alle groten die we eren willen, die we, ja, waarvoor we dankbaar willen zijn. Maar we willen Hem Zelf hebben. We willen niet de knecht van de Man Gods, we willen de Man Gods zelf. En deze engel heeft het zo aangevoeld: Johannes, bidt niet voor mij, dank niet voor mij, val niet aan mijn voeten, doe dat niet. Aanbidt God, je moet Hem hebben.” Eigenlijk is dat heel subtiel, maar wel heel mooi. En dat betekent dat elke werker, zegt met Paulus: “Ik ben maar een planter geweest, en Apollos heeft nat gemaakt, maar God is het die de wasdom gaf. Zo is noch wie plant iets, noch wie begiet iets, maar Hij die de wasdom geeft.” Hij is het. Nu, dit wordt volledig uit zijn verband gehaald. Ik sprak een geluidstechnicus, die moest het geluid regelen van een Amerikaan die hier kwam. Hij wou niet slapen in het hotel waar de studies waren, hij wou in Hilton Amsterdam slapen. Alles ging om de man, het gaat mij niet om de naam. Maar de geluidstechnicus, die ook op mannendagen, sommigen van ons kennen hem, veel te vinden is, die zei: “Het gaat niet meer om Christus, het gaat om die man.” En dat zijn klinkende namen. Terug, Christus, niet de engel aanbidden, maar Christus zelf. Maar hij zegt daarom: “Doe dat niet, ik ben een mededienstknecht van u en van uw broederen de profeten en van hen die de woorden van dit boek aanvaarden, aanbidt God.” Punt, niet meer naar de knecht, naar Hem Zelf.
En dit, krijgt Johannes te horen, mag je niet verzegelen, daar mag je niets vanaf doen, ook mag je er niets aan toevoegen. Maar je moet het kennelijk gebruiken, want de tijd is nabij. En die tijd, die wordt hier gekenmerkt door: Wie vuil is worde nog vuiler, wie onrecht doe, hij doe nog meer onrecht. Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.
Twee negatieve, twee positieve dingen. En het is waar, wij hebben langzamerhand behoefte aan helderheid. En misschien is dit wel de prediking van vandaag: helderheid, duidelijkheid. Onrecht, nu, laat er dan nog maar meer onrecht komen, van: laat het dan duidelijk worden dat dat onrecht is. Als het dan vuil is, laat het dan nog maar vuiler worden, zodat iedereen helder krijgt dat het vuil is. Maar heiliging moet ook doorgevoerd. Dat grijze, dat kan niet meer. Dat schemerige, dat kan niet meer. In het boek Nehemia wordt gezegd: “De poorten moeten dicht voordat de zon echt definitief zakt. En ze mogen pas open als de zon de zon al helder aan de hemel staat. geen gedoe met schemertoestanden. Laat we alsjeblieft helder zijn. Dit kan niet meer. En het is hoog tijd dat we vandaag in de Gemeente vertellen dat het alleen Christus moet zijn en niemand anders. Geen vuiligheid, maar ook geen schemerigheid, geen onduidelijkheid meer. Wie heilig is, hij worde nog meer heilig. En de enige die heilig is, is de Here Jezus zelf. We moet Hem zien, we moeten bij Hem zijn. En als Hij in ons midden is dan gaat er nog veel meer gebeuren. Nog een keer die twee voorbeelden waar ik mee begon. Ezechi?l zag het vuile, het verkeerde van de tempel in Jeruzalem, en Johannes zag het goede van heilig, heilig, heilig is de Here, van het huis Gods. En dat zijn geweldige dingen. En van harte hoop ik dat jij en ik ontdekken zullen, geweldige ontdekkingen zullen doen, als het om dit punt gaat. Niets, maar dan ook niets mag ons in de weg staan. er moet een verlangen zijn naar heiliging. Johannes, dezelfde schrijver, zegt in 1 Joh.: “Een ieder die die hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijkerwijs Hij rein is.” Dat betekent, als je werkelijk, werkelijk steeds dichterbij komt tot het moment er is dat het doek helemaal weggetrokken wordt, en je ineens oog in oog komt te staan met Hem, ja ik denk dat je je tanden gepoetst zou hebben. Dat denk ik. Ik denk dat je dat laatste restje van verkeerdheid opgeruimd zou hebben, dat je het weggedaan zou hebben. Heiliging, reiniging is een boodschap, direct gekoppeld aan het komen van de Here Jezus, en dat moet. Maranatha zonder heiliging, zonder reiniging kan niet. Maranatha-boodschap is: We willen graag Hem zien. We willen steeds dichter bij komen. We hebben al die stapjes gehad en nu staat het op het punt van uitbreken, nu is het bijna zover, nu laat Hij zichzelf zien. Ja, maar dan wordt helder, dat vuil ook echt vuil is en dat onrecht echt onrecht is. Maar ook dat rechtvaardigheid ook rechtvaardigheid is, en dat heiliging, reiniging, ook echt voor Hem bedoeld is. Voor U Here Jezus, alleen voor U Here Jezus.
Zie ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij. De Here Jezus roept het. Hijzelf roept het. Het is alsof de engel nu stopt, en de Here Jezus zelf gaat spreken. Loon, ik heb dat meer malen gezegd. Als het laatste bijbelboek begint om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet, dan gaat het om de dienstknecht. Om je activiteit, om je inzet, om je motivatie, om waarom je iets doet en waarvoor je iets doet. Het gaat om jouw motivatie. Dienstknechten, dat zijn niet theoretici, dat zijn mensen die, laat ik maar zeggen, aan het front staan, die te maken hebben met agressie, die te maken hebben met alles om hen heen. En deze dienstknechten worden beloond naar wat ze gedaan hebben. U wordt nooit beloond omdat u een gelovige bent. U wordt niet beloond omdat u leven uit God hebt. U wordt niet beloond omdat u in de hemel komt. Dat is Gods geschenk: Uit genade bent u behouden, niet uit uzelf, het is een gave van God. U wordt beloond voor wie u geweest bent voor, niet voor wie u bent in Christus, maar voor wat u deed voor Christus. Dat is discipelschap, dat is gaan voor Hem, dat is dienstknecht zijn. U bent in Christus een nieuwe schepping, hebt u niets aan gedaan. God zie u in Christus, schitterend, prachtig, maar daar krijgt u geen beloning voor. De enige die daar beloning voor krijgt is de Here Jezus, want Hij deed het. U krijgt beloning voor die kleine onderdeeltjes waarvoor u, ja, iets voor Hem deed, waarin u iets voor Hem deed. En Hij komt, en op het moment dat je Hem zult zien, als het doek wegvalt, zegt Hij: “Dato, wat fijn dat je er bent, hier is Mijn loon voor jou.” Boter bij de vis. Ik heb wel eens moeite gehad met een aantal dingen. Iedereen heeft moeite met een aantal dingen natuurlijk. In de bijbel staat dat het loon van een dagloner geen nacht mocht blijven liggen bij de baas, bij de werkgever. En er staat een reden bij. Want stel dat die dagloner dat geld nodig heeft, en hij roept tot God midden in de nacht: “Here God ik heb geen eten meer, en die baas heeft me niet uitbetaald.” Dan zegt de Here God: “Baas, denk er om dat Ik het met jou vereffen. Dit regel Ik met je.” Een beetje moeilijk he, maar het staat echt in de bijbel. En later dacht ik: Och ja, ik moest eerst 6 dagen werken en dan kreeg ik aan het eind van die 6 dagen een loonzakje. Nou ja, toen werden het 5 dagen, maar ik kreeg aan het eind van de week nog steeds een loonzakje. En toen werd het eens in de maand, 4 weken, 31 of 30 dagen, geen loonzakje meer, girale overmaking, maar je moest wel 31 dagen, of 30 of 28 dagen werken voordat je iets zag. Ik heb wel eens voorzichtig, omdat ik zelf graag wat geld wilde voor iets, gedacht: Ik wou dat die baas de bijbel las. Heb ik wel eens gedacht. Ik had laatst een kleine, hoe heet dat, correspondentie met iemand. Ik had ik weet niet hoeveel werk gedaan, vond ik zelf, en daar werd geen beloning, geen loon voor betaald. En dat heeft maanden, maanden geduurd. Ik heb heel voorzichtig een briefje geschreven, ik heb er een tekst ingelegd. Ik durfde die tekst die ik net citeerde voor jullie niet er in leggen. Ik den: Dat wordt te grof, dan wordt hij misschien te boos. Maar ik heb het wel aan de Here gezegd. De Here eist van de werkgevers dat ze direct uitbetalen. Nog een voorbeeld: In Matt., de gelijkenis van de wijngaardenier die ‘s morgens om 6 uur de arbeiders oppikt op de markt en ‘s avonds gelijk uitbetaalt, toch, allemaal. O, nou, waarvan akte. Maar nu jij, jij bent in dienst van de Here, en je zegt: “Here Jezus, ik wil ook voor U gaan dienen. Ik kan misschien niet zoveel, misschien kan ik dit niet en ik kan dat niet, en ik kan, ja ik weet ook niet wat links en rechts precies is, en ik weet van alles niets.” Maar misschien kun je wel iemand een hand geven. “Doe dat maar voor Mij”, zegt de Here. en als je boven komt zegt Hij: “Fijn dat jij die mensen een hand gaf. Hier is je loon”, direct. Loon in de vorm van een lauwertak. Loon in de vorm van een kroon der gerechtigheid die de rechtvaardige Rechter me in die dag gaat geven. Paulus, Timotheus, Paulus in zijn brief aan Timotheus. Loon, Ik kom spoedig, en Ik ga je gelijk je beloning geven. Je hoeft niet naar de bank om te kijken of er wat komt. En je hoeft ook geen week te wachten, Ik betaal gelijk uit. De Here, mijn Here. Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij om ieder te vergelden wat er gebeurd is. Ik ga je gelijk uitbetalen.
De Here Jezus komt. Nu, alleen al daarom zou je toch verlangen naar, ja, toch. Ik weet niet of u in militaire dienst geweest bent, de oudere garde misschien wel. Je had geen halve rooie stuiver. En als de wedde uit[betaald werd], je moest in de rij staan voor die administratieman, ja dat was natuurlijk niets. Eén gulden per dag kreeg je. Nou, daar kun je echt een postzegel van kopen, maar je stond in de rij. Ik wil zo graag dit zeggen: Stapje voor stapje dichterbij, steeds maar weer in de geest van die profeet, weet u wel, die wezen naar de Here Jezus. En deze knecht, deze engel, en die hebben verteld van de Here Jezus, en iedere keer een schuif er bij en nog een beetje meer er bij en nog meer, en je krijgt steeds meer, en dan is het moment er. Schitterend, dan zie je Hem. Ja, je valt voor Hem neer en Hij zegt: “Hier is het, dit is het, ik heb het al uitgerekend. Het klopt precies, tel maar na.” Op de cent nauwkeurig. Ik verlang er naar om Hem te zien. Niet om iets te krijgen, maar dat wat ik krijg. Ik kan dat niet meer in een fruitautomaat stoppen, ik kan dat niet meer omwisselen voor een blikje Cola, ik kan dat niet meer omwisselen voor iets van genoegen voor mijzelf. Ik hoef geen horloge meer, want de tijd is daar niet meer, het stopt gewoon. De eeuwigheid is aangebroken, je hebt helemaal geen horloge meer nodig. Je hebt gen sieraad meer nodig. Het enige wat je dan hebt, ik heb beloning, maar wat moet ik dan met beloning daar, wat moet ik met al dat beloon. En ineens krijg je een helder ogenblik. Ja, je weet het nu al: Ik geef het aan Hem, ik geef het terug. Here Jezus, dat is voor U. Dat heb ik voor U verdiend. Ik heb hier geploeterd, ik heb maar een heel klein talentje, maar ik heb voor U iets bijgewonnen. Ik heb een heel klein pondje, maar ik heb er voor U iets bijgewonnen. Ik geef het terug aan U Here Jezus, hier hebt U het. O, wat fijn, we werpen onze kronen aan Zijn voeten neer en al onze kronen worden versieringen voor Zijn kroon. Alles wordt één en al glorie voor Hem die net uitbetaalde. Wat zou je kunnen meenemen naar de hemel. Nu, we zeggen: “In een doodshemd zitten geen zakken”, he, dat is een hele oude. Wat kun je nu meenemen naar de hemel. De farao’s hebben geprobeerd om, ja, ik weet niet wat voor goud en zo allemaal mee te nemen in zo’n graftombe. Nu ja, de dieven wisten dat ook he, die hebben dat natuurlijk weggeplunderd. Met alle sfinxen, die sfinxen lagen er voor om wacht te houden, maar die blaften ook niet meer. Nee, ik zeg het een beetje raar, maar zo ging het toch. Het werd toch duidelijk dat dat allemaal niet werkt, dat dat uiteindelijk niets oplevert. Wat heeft dan wel waarde, wat zou je dan wel mee kunnen nemen. Nu, dit dus. Mooi he.
De Here Jezus komt spoedig. Zijn loon is er om een ieder te vergelden nadat zijn werk is. Hij is de Alfa, de Omega, Hij is echt de eerste en de laatste. Hij is het met Wie het begon en Hij is het met Wie het eindigt, Hij is de Eeuwige, eeuwig, eeuwig. Buiten is het slecht toeven en binnen is het schitterend. Weer opnieuw die tweedeling, heel scherp. Buiten zijn de honden, buiten de stad de tovenaars, hoereerders, moordenaars. En misschien zeg je van: “Nu, ik ben geen tovenaar geweest, ik ben geen moordenaar geweest, ik heb misschien in de volstrekte zin niet hoererij gepleegd, en ik ben ook geen afgodendienaar. Maar ja, ieder die de leugen liefheeft en doet, en ik heb wel eens gelogen ja.” O.k., m.a.w., je zit toch klem he. Andere dingen zijn ook gebeurd, maar daar ga ik maar even niet op door. Want andere goden dienen is ook afgoderij, is ook hoererij, is een andere vorm van hoererij.
Maar de Here Jezus zegt: “Ik kom spoedig. En Ik heb je dit gezegd, Ik heb Mijn engel gestuurd om je dit te betuigen voor al de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster.” De Here Jezus zegt: “Ik kom heel, heel spoedig. Ik ga je uitbetalen, en er komt een tweedeling, alleen die, die van Mij zijn die gaan schitterende dingen meemaken. Die anderen die hebben, die staan buiten, die staan er echt helemaal buiten. En Ik ben die Morgenster, de blinkende Morgenster, de wordtel en het geslacht van David. Ik ben niet alleen een soort Zoon van David, maar Ik ben ook de wortel ervan en Ik ben de hele inhoud ervan.” Het is niet een soort nazaat van, in de zoveelste generatie, nee, Hij is de wortel, Hij is de inhoud er van. En een engel is gestuurd om dit te zeggen.
En dan komt het prachtige, door ons zo geliefd, zeker in de maranatha-kring heel erg geliefd: En de Geest en de Bruid zeggen: “Kom.” Nu, de Heilige Geest wil het. En als je dan toch wilt zeggen: “De Heilige Geest woont in mij”, dan zijn er dus twee dingen. En er wordt opruiming gehouden, de Heilige Geest overtuigd van zonde van gerechtigheid en van oordeel, ook in jouw leven als gelovige, en de Heilige Geest laat zien Wie de Here Jezus is. Dat zijn de twee lijnen waar ik net mee begon, waar ik vanavond mee begon, die twee figuren, weet u wel, Ezechi?l en Johannes. Beiden in ballingschap, beiden meegevoerd, beiden met de haren er bij gesleept om de dingen van God te zien. En de geest zegt: “Kom.” En allen die verlangen, die stap voor stap dichterbij zijn gekomen, die bruidsgevoelens hebben, die liefdegevoelens hebben, niet aan seksualiteit denken, maar die gewoon een band hebben: Here Jezus ik heb U lief gekregen, ik heb u van harte lief Here Jezus. Ik verlang naar U Here Jezus, ik zou zo graag bij U willen zijn. Nu, de Geest zegt: “Kom”, en de Bruid zegt: “Kom.” Nu, dat is nu precies de taal die dat laatste bijbelboek ons aanreikt. En het juist hier dat men zegt: “Ja, dat is overdone. Simpele zielen die zeggen dit, maar een beetje weldenkend iemand die zegt dat niet meer.” We hebben overal kritiek op en we hebben alles onderuit geschoffeld. En de duivel heeft kans gezien om alles, maar dan ook alles wat waardevol is en wat schitterend is, om dat weg te poetsen. Maar de Geest zegt nog steeds: “Kom Here Jezus.” En de Geest in mij, als Hij werkt, opruimend eerst, rondkijkend ook, als dat gebeurd is, gaat de Heilige Geest je helemaal doortrekken. Dat is de vervulling met de Heilige Geest. Dat is werkelijke vervulling, dat is de Pinkstervervulling. Dat is het geweldige moment waardoor de Geest van God eigenlijk in je gaat bruisen, en je gaat zeggen: “Nu heb ik kracht, nu zal ik eens even de buurman laten zien hoe sterk ik ben.” Ho, ho, dat heb ik niet gezegd. Dat zouden we nog wel willen, en daarmee willen scoren. Maar de Heilige Geest zal verlangen naar de Here Jezus. En jij gaat, omdat de Heilige Geest bruist in jou, ook verlangen naar de Here Jezus. De Geest en de bruid zeggen: “Kom.” En dit wordt een soort refrein: En die het hoort zegge: “Kom.” Ik heb al gezegd, dat iedereen die nog wil, kan komen. En als het nu vanavond nog zou moeten, wees welkom. Wees welkom bij de Here sowieso. Wees welkom bij broeders, zusters, die je kunnen helpen, misschien met je willen bidden vanavond, hier in deze ruimte. Wees welkom. Kom, en laat het als een uitnodiging gelden. Echt, het laatste stukje van dit laatste bijbelboek zegt dat je nog uitgenodigd wordt, dat je nog ja kunt zeggen tegen die geweldige uitnodiging van de Here Jezus.
De woorden van de profetie van dit boek moet je bewaren. Daar moet je niet aan toevoegen en daar moet je niets van af doen. Nu, ik laat dat maar los. Alle toevoegingen, nu, dat zijn boekenkasten vol inmiddels. En alles wat er af gedaan is, dat zijn ook al boekenkasten vol. Want dat wordt heel listig omschreven, dat dit niet kan en dat niet kan en dat niet kan. Ik zeg niet dat we alles kunnen begrijpen en dat we vanaf dit moment alles kunnen onderkennen. Maar ik ga wel zeggen dat de Heilige Geest wil gaan werken: Kom maar Here Jezus, laat het laatste stukje van het doek alstublieft, ja, ja, trek het maar weg Here, trek het weg. Kom Here Jezus. En jij zegt: “Ik wel daar graag bij zijn, ik wil daar eigenlijk bovenop staan.” Nu, haantje de voorste mag je zijn, echt vooraan, helemaal met je neus vooraan. En weggetrokken, ineens zie je Hem. God zal geweldige dingen gaan doen.
Hij die deze dingen getuigt zegt: “Ja, Ik kom hoor, Ik kom. “En het antwoord van ons is: “Ja Here Jezus, amen, kom maar, kom maar. Kom maar gauw.” Zoals een moeder een kind kan vertroosten door te zeggen: “Kom toch maar, kom, ren maar.” Zo ongeveer eindigt dit boek. En de genade van de Here Jezus zij met allen.
Het is niet een moeilijk boek, het is de openbaring van Jezus Christus. En het is het geweldige thema hier dat God zegt: “Kijk eens, zie je, het doek is bijna weg. Je ziet Hem al he, zie je.”Ja, bij wijze van zie je het bovenste stuk al verschijnen en het laatste stuk van het doek moet nog weggetrokken worden. Kom Here Jezus. En de Heilige Geest gaat werken, gaat in jou en in mij een werk doen waardoor we nog meer verlangen krijgen. Maar ook meer heiliging kennen en ook meer werkzaamheid kennen, activiteit kennen. Het is niet een soort van, nou ja, mooie soort softe vakantieachtige toestand van laat maar zitten ik doe niets meer want Hij komt spoedig. Juist niet, wij willen voor Hem werken. Die rechtvaardigheid doet, die doet nog meer rechtvaardigheid. M.a.w. dit is niet een inactieve situatie, maar een hele actieve situatie.
De Here zegene jullie. En ik hoop dat je met mij het verlangen hebt om de Here Jezus te zien, dat je echt gaat ontdekken Wie Hij is. Dat je zegt: “Here Jezus, U bent mooier dan wie ook kon omschrijven.” Ik heb Hem zelf gezien. De vrouw uit Joh. 4 zei tegen de mensen daar in Sichar: “Kijk naar de Man Die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb. Is Hij niet de Christus.” De mensen zijn toch nieuwsgierig geworden. Het was niet de eerste de beste. Ze stond niet zo goed bekend. En ze gaan ook naar die put. En wat zeggen ze later. “We geloven niet meer om wat jij zegt, wij hebben Hem Zelf gezien.”Is die vrouw nu teleurgesteld, nee. Nee, dat is precies de insteek, ze hebben Hem nu Zelf gezien. Heb je Hem gezien, de Here Jezus. Ik hoop dat mijn verhaal wegvalt, wegglijdt, en dat Hij overblijft. En dat je iets ontdekt van Hem en dat het verlangen om nog meer van Hem te zien, zo sterk wordt dat je zegt: “Amen, kom Here Jezus, kom wat dichterbij, ik wil U zo graag zien.” Consequentie is ook heiliging, nog een keer, is toewijding, is verlangen. Maranatha-christenen zijn mensen die verlangen naar de komst van de Here Jezus. En het is bijna zo ver. Echt waar, het duurt niet lang meer. Het kan niet anders dan heel vlak voor de deur staan. En alle argumenten over: Dit zeiden ze toen en dit zeiden ze daar, laat maar. Alle tekenen wijzen er op dat de komst van de Here Jezus vlak bij is. en de tekenen zijn Israël, de tekenen zijn het Midden-Oosten, de tekenen zijn al het gedoe daar. Maar misschien zou de Heilige Geest jouw hart en mijn hart willen vullen. En dan weet je het zeker. Niet meer om de preek, niet meer om de tekenen maar omdat Gods Geest in jou zei: “Hij komt spoedig.” En als Gods Geest dit gaat werken, de Geest zegt: “Kom”, en de bruid zegt: “Kom”, en wie het hoort, jij en ik, wij zeggen: “Hij komt, Hij komt.” Een christen is een maranatha-christen, denk ik, als hij een christen is. Alleen de maranatha-boodschap ebt weg, omdat we het zo druk hebben met onze auto’s en met onze baan. Maar de Christus der schriften, de profeten hebben ervan gesproken, de profeten vertellen, en de engel vertelt, en de Here Jezus zelf vertelt. En het laatste bijbelboek is voor mij een heel kostbaar geschenk van de Here om te ontdekken Wie Hij is.
De Here zegene jullie in het verlangen naar Hem, tijdens de vakantie of gewoon in je werk. De Here zegene ons, amen.