Openbaring 2 : 12 – 29

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 4. Een valse profetes in de kerk?

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
24 februari 2002 te Veenendaal.

Lezen: Openbaring 2:12-29

Het is de openbaring van Jezus Christus, het laatste bijbelboek, het gaat in zijn totaliteit over de Here Jezus. Dat is de reden waarom de duivel hier een hekel aan heeft en hij iedere keer zegt: ‘Het is te moeilijk voor je, lees dat nu maar niet. Er zijn zoveel meningen over, je komt hier toch niet uit”. Onthulling van de Here Jezus. God onthult Wie de Here Jezus is.
Het boek Openbaring valt in drie stukken uiteen. Hoofdst. 1 was het eerste stuk, de hoofdst. 2 en 3 vormen het tweede stuk en vanaf hoofdst. 4 begint het derde stuk, dus het stuk over na deze dingen, toekomstige dingen. Ons stuk van vanmiddag valt in het tweede deel en dat is hetgeen is, dat wat er vandaag is, dat wat je vandaag kunt waarnemen, wat je vandaag op kunt pakken. Dat zijn die zeven gemeenten die destijds in Klein-Azië te vinden waren. Er waren er meer, ook Kolosse lag daar bijvoorbeeld, maar zeven worden eruit genomen om ons een boodschap te sturen. Anders dan de brieven die Paulus schreef aan een gemeente, te Efeze of te Korinthe, of te Kolosse. Anders omdat het hier om een pakket gaat, een geheel gaat, een boek gaat. En dat boek wordt in zijn totaliteit naar alle zeven gestuurd. Dus alle zeven lezen alles. Dus anders dan een gewone brief. En ik ben er echt van overtuigd dat de Here ook vandaag door deze dingen, door deze aanreiking ons hart wil aanraken.
In de eerste plaats is het geweldig belangrijk dat gelovigen worden opgebouwd, maar dat was al wel bekend. Maar waardoor wordt een gelovige nu feitelijk opgebouwd. Nu, je kunt zeggen door bijbelstudie of door genieten, door samen op te trekken, dat zijn ook waardevolle dingen. Maar de feitelijke opbouw komt door zicht op de Here Jezus. En de tegenstander weet heel wel dat dat de bouwstenen zijn voor een geestelijk huis en ook voor het geestelijk leven. En als je daar een wig in kunt krijgen, een soort verwijdering in kunt bewerken, ja, dan ben je geslaagd. En dat doet hij. Het kijken naar de Here Jezus, het genieten van de Here Jezus, het groeien in genade en in kennis omtrent Hem, omtrent de Here Jezus is het meest wezenlijke voor een gelovige. En de Heilige Geest wil daarin ook nadrukkelijk helpen. Die Heilige Geest is gekomen om dat wat uit de Here Jezus is te nemen en het ons te verkondigen. De Heilige Geest zal altijd het prachtige van de Here Jezus in het middelpunt plaatsen. En wij worden vandaag zo in beslag genomen door allerlei dingen van beneden dat we eigenlijk niet meer toekomen aan de hemelse, prachtige dingen van de Here Jezus. En als de kerk verscheurd is door onderlingen twist, ik weet waar ik het over heb, denk ik, als er onrust is. We zeggen wel eens als er onrust is in een kippenhok legt geen kip meer een ei, dat is een beetje dom gezegd maar als er onrust is onder de gelovigen, ja maar wie praat dan nog over werkelijke dingen. Je bent allemaal bezig met die onrust met de narigheid, met de spanning. En die narigheid en die spanning komt ergens vandaan. En de bijbel wil zo graag dat gelovigen zien Wie de Here Jezus is. Nou, dit laatste bijbelboek is bij uitstek voor jou bedoeld. Niet voor de studeerkamer maar voor je eigen geestelijk leven. Het gaat dus om de gelovige, degene die de Here Jezus Christus heeft leren kennen als Heiland en als Verlosser. Degene die echt weet: Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven, ik ben een kind van God. Iedere keer zeg ik dat om nadrukkelijk te stellen dat gelovigen een boek van God krijgen, de bijbel krijgen. Dat boek is ook niet een soort discussiestuk naar buiten toe waar je anderen mee zou kunnen slaan. Die bijbel is bedoeld voor jouw geestelijk leven, om je werkelijk een hart onder de riem te steken. Gelovigen, mensen die de Here Jezus hebben leren kennen, die met hun zonden tot God gingen en hun zonden hebben beleden, hebben van God mogen vernemen dat alleen door het kijken naar de Heer Jezus en het geloven in het prachtige werk van de Here Jezus er redding en heil is en vergeving is, gelovigen.
Toen waren er gemeenten en die waren in die tijd in Klein-Azië bij elkaar gegroepeerd, niet zo ver uit elkaar in elk geval. En we hebben vanmiddag weer twee van die gemeenten voor ons. Want die gemeenten zouden de Here Jezus moeten vertonen. Hoofdst. 1 uit dit laatste bijbelboek vertelt Wie Hij is. Toen ik Hem zag viel ik als dood aan Zijn voeten. Hetgeen gij gezien hebt. De hoofdst. 4, 5, 6, 7, enz., ja dan kom je in de hemel en daar zie je de troon en daar zie je de Here Jezus in het midden van de troon en temidden van de oudsten. Je ziet de ene glorie na de andere en je ziet de Here Jezus uiteindelijk in alle, alle volheid. Prachtige dingen. En daartussen zit het stuk van ons, 2 en 3, de hoofdst. 2 en 3, hetgeen is. En dan gaat het over zeven gemeenten, waar, ja, daar mankeert iets en daar deugt het niet. Maar waarom is dit speciale boek nu aan ons gegeven. Nu, ik denk om een hele belangrijke reden. Wie de Here Jezus is in het verleden dat hebben we in hoofdst. 1 al gezien. En Wie Hij zal zijn in de toekomst zien we vanaf hoofdst. 4. En Wie Hij nu is zien we in de hoofdst. 2 en 3. En daarom is het zo belangrijk dat wij dit stuk uit de bijbel bestuderen. Want de bijbel vertelt jou en mij dat wij vandaag aan de beurt zijn om de Here Jezus te vertonen. Wij mogen Hem laten zien. En dat is ook precies de insteek. En daarom wordt het ook gekoppeld aan wie overwint. De overwinning, de overwinnaars. Mensen die werkelijk voor de Here Jezus gaan en voor Hem spreken, voor Hem leven krijgen daarvoor beloning. U krijgt nooit beloning omdat u een kind van God bent. Dat hebt u gekregen. Uit genade bent u behouden. Niet uit u, het is een geschenk van God. Daar krijg je toch geen beloning voor. Dat is een geschenk van God. De enige die daar beloning voor krijgt is de Here Jezus. En u krijgt beloning: Wie overwint die zal ik geven. Om wie u bent voor de Here Jezus. Om wat u laat zien van de Here Jezus. Om wat u uitstraalt van Hem. Om wat de gemeente laat zien van de Here Jezus. Daar krijgen we beloning voor. Daarom gaat het hier niet zozeer om ja, om wie u bent in Christus, uw positie, en die is schitterend want als u echt ontdekt wie u bent in Christus, hoe God u gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen, nou dan kun je best een paar huppeltjes maken, maar als je leest wie je mag zijn voor de Here Jezus, ja dan komt het aan op onze trouw. Dan komt het aan op wie we zelf zijn, de praktijk van onze levens. Daarom wie overwint, de beloning. Die is altijd gekoppeld aan discipelschap aan de strijder die samen met de Her Jezus strijd aan het front van deze tijd.
Pergamum, waar de troon van de satan was. Johannes is daar, voor zover ik het kan nagaan, zelf meermalen geweest. Pergamum is die enorme plaats waar vroeger een enorm altaar was van de Griekse goden. Het was een soort offerplaats. Daar gebeurde van alles. En daar waren heel veel geneeskrachtige bronnen en daar waren ook wonderen van genezing. Het is zelfs zo dat de esculaap van onze geneesheren daar vandaan komt. Dus als hier iets staat van Pergamum, daar waar de troon van de satan is, dan is dat niet een op zich staand gezegde. Het is duidelijk gerelateerd aan dat wat daar toen aanwezig was. We zijn daar geweest en ik heb dat gezien. Nu zijn dat alleen maar ruïnes, alleen maar restanten. Maar als je het ziet dan wordt nog steeds gezegd: “Kijk daar heb je dat grote altaar van Zeus”. Daar heb je die geweldige dingen, daar zijn die geweldige oudheidkundige bronnen en, nou ja, die bronnen die er in de oudheid ook al waren. En de geneeskrachtige werking wordt daar op een gigantische manier omschreven. De boeken, de bibliotheek daar, het is een en al lof over wat daar aanwezig was. En daar was een gemeente ontstaan. Hoe groot, niemand weet het. Maar Johannes heeft in Efeze gewerkt, gewoond en, dat zegt de ongewijde geschiedenis, niet helemaal ongewijd, dat zegt de kerkgeschiedenis, laat ik het zomaar voorzichtig zeggen, en ik geloof ook dat dat klopt, en daar heeft hij ook in die tijd deze gemeenten bezocht. En nu schrijft hij. Maar hij heeft het niet meer over wat hijzelf heeft geconstateerd, wat hijzelf zou weten. Hij mag doorgeven wat Iemand anders heeft geconstateerd, de Here Jezus. Hij die het tweezijdige scherpe zwaard heeft. Het is alsof in deze brief een soort opsomming gegeven wordt van let op. Er is maar Eén die het echt beoordeelt. Er is maar Eén die verder gaat dan, laat ik maar zeggen, woorden en daden, die ook nog naar motieven kan gaan. In onze discussies gaan we wel eens de motieven van iemand anders beoordelen. En we gaan altijd een brug te ver, we gaan altijd te ver, want die motieven kun je niet beoordelen. Daar moet je afblijven. “Ja, maar jij denkt”. Ja, maar dat weet iemand anders niet. U weet het wel he, als er een conflict is dan komt heel vaak ook het motief in de beoordeling en dat kan nu net niet. Je moet af gaan op wat mensen zeggen of wat ze geschreven hebben of wat ze doen. Maar je kunt niet afgaan op wat ze denken. Dat brengt anderen ertoe om te zeggen dat gedachten tolvrij zijn. Dat is ook niet helemaal correct, maar het is wel waar dat je heel voorzichtig moet zijn. Maar nu hebben we te maken met Iemand die door gaat tot de verdeling van overleggingen en gedachten. Dat is nieuw. Dat is Iemand die verder gaat dan uiterlijke dingen. Hij beoordeelt je, Hij bekijkt je ook naar wat je denkt en wat je voelt. Hij die het tweezijdige scherpe zwaard heeft. De Here Jezus wordt voorgesteld en Hij weet waar we wonen, waar de troon van de satan is. Nu, toen was dat waarschijnlijk gekoppeld aan die afgodsdiensten die daar gehouden werden. Waarschijnlijk is dart zo. Laat dat maar staan. Maar u mag ook stellen: De satan is nog steeds de overste van deze wereld. En waar woont hij dan vandaag. U kunt wel zeggen: “Daar in Pergamum”, ver van ons bordje, maar dat is een beetje te makkelijk voor u, want hij woont ook in onze omgeving. Hij woont vlakbij. Daar waar hij woont, daar wonen wij. “Ik weet waar u woont.” Dat is eigenlijk heel bemoedigend dat de Here Jezus weet waar we wonen. Dat u niet kunt zeggen: “Ja Here maar de omstandigheden zijn hier ook zo ongelofelijk banaal en slecht voor ons dus wij kunnen eigenlijk niet anders dan fouten maken”. “Ik weet waar u woont, daar waar de troon van de satan is”. Maar Hij is het ook die het hart beoordeelt. Niet alleen onze uitingen. We kunnen voor elkaar soms nog hele mooie dingen laten zien maar innerlijk kan het wel eens een soort verdeeld en verscheurd geval zijn. Hij weet waar we wonen, Hij doorziet ons en Hij heeft het tweezijdig zwaard en Hij dringt door tot de verdeling van gedachten en overleggingen. En Hij ziet ook hoe wij reageren. Nu daar in Pergamum was ook nog behoorlijk wat positiefs te melden. Ze waren daar en ze hebben ook pal gestaan, ook toen daar een Antipas, een soort martelaar, toch gearresteerd is en zelfs gedood is. M.a.w. ze hebben hem aangepakt. En toen hebben zij niet afzijdig gestaan. Toen hebben zij niet, laat ik maar zeggen, gedacht van: Ja, nou ja, we doen maar net alsof hij niet bij ons hoort dus we laten dat maar zo. Een beetje Petrus-achtig, ik weet niet wie hij is. Nee, nee ze hebben kleur bekend toen, ze zijn er duidelijk voor uit gekomen, ze waren getuigen. Dus er is best veel moois te vertellen van de gemeente in Pergamum. En waar schort het nu in Pergamum aan namelijk. Ze hebben daar een soort leer gekregen, een soort beïnvloeding gekregen waardoor de Here Jezus niet meer zichtbaar wordt. En dat is heel moeilijk vandaag. Ik zal u echt zeggen dat ik er tegenop zag om dit te behandelen.
Het voorbeeld is heel helder he. Daar gaat iets als een voorbeeld uit het OT naar boven komen. Dat heb ik niet bedacht maar dat staat gewoon in de tekst. En dat is het voorbeeld van Bileam. Dat staat er gewoon. Bileam leerde Balak om aan Israël en om aan de kinderen van Israël een soort strik te spannen. Zo staat het er. Nu is het nog niet zo lang geleden dat ik in deze dienst een keer gesproken heb over die vier profetieën van Bileam. Niet iedereen was er toen, maar dat maakt niet zoveel uit, daar is nog wel een bandje van. Maar daar gaat het niet om. Dus je hoeft dat bandje dan ook niet te kopen. Sorry voor de familie Verschoor, maar ik vond het zelf interessant. Maar misschien is dat de enige keer dat ik een compliment krijg omdat ik mezelf een complimentje geef, maar, nee hoor, onzin, maar het is de moeite waard, echt het is heel bijzonder. Maar het gaat niet om die profetieën van Bileam die hij uitgesproken heeft daar op een heuveltje met een altaar en met een slachtoffer. En daar kijkt hij dus naar Israël zoals ze daar liggen in het dal. En dan van een andere kant en van nog een andere kant. En vanuit vier kanten, vanuit vier optieken gaat hij, Bileam, dat volk bekijken he, hij moet dat volk vervloeken. En in plaats van te vervloeken, zegent hij dat volk, permanent, vier keer. En het laatste is zelfs: Er komt een Scepter uit Jakob, een Ster rijst op. En die Ster, ja, die zal Moab zelfs verpletteren. Moab had hem ingehuurd, had hem betaald, en grof ook. En hij, Bileam, moet zeggen: “Nou, Balak, je hebt me grof betaald maar je gaat er aan met die Scepter”, Ja, dus die Balak was gewoon, ja, was gewoon woedend, die had het niet meer. Die heeft alleen maar gedacht: Nou heb ik daar idiote bedragen voor neergeteld en hij help ons niet, het omgekeerde zegt hij zelfs. Maar diezelfde Bileam, die ging weer naar huis, en die heeft al reizend, dat is mijn vertaling, Balak nog iets in z’n oortje gefluisterd. En wat heeft hij gezegd? Hij heeft gezegd volgens Num. 31, want daar komt het vandaan: “Jullie moeten voor die jongelui van jullie en voor die jongelui van Israël maar een soort eh, zal ik het maar gewoon zeggen, een grote disco neerzetten. En daar moet je de jongelui van Israël voor uitnodigen, die ouwe mensen komen toch niet, maar die jongelui komen wel. En daar moet je jouw jongelui ook naartoe sturen. En dan moet je maar eens een feestje maken. En je moet die twee groepen, die twee bloedgroepen maar eens een klein beetje aan elkaar laten ruiken En daar moet je maar eens een keer een gigantisch feest van maken.” En dat is gebeurt. Balak denkt: Wie niet waagt wie niet wint. Dus hij deed het en het lukte. Israël, dat staat heel plechtig in uw bijbel, koppelde zich aan Baäl-peor. En dat betekent iets van: Daardoor ging het echt mis. En u kunt dan iets lezen over Pinehas die met een speer iemand doorsteekt en zo. Daar komen hele typische dingen bij. Maar waar het me nu om gaat is dit: Israël had al heel wat achter zich in hun tocht door de woestijn. Ze hadden de Egyptenaren ontmoet en ze hadden de Amelekieten ontmoet en ze hadden ook andere vijanden ontmoet maar dit was een hele nieuwe vorm. Een vorm die heel soft leek, onschuldig. En ze stapten erin en het werd hun vonnis. Velen zijn gestorven. En wat is nu die softe vorm die hier bedoeld is. Ik zal het nu gewoon zeggen: De wereld in de kerk. Nu heb ik het gewoon voor deze tijd gezegd. Een soort verbroedering. En wat is dan het gevolg, en nu hoop ik niet dat u mij kwalijk neemt, het gevolg is dat het prachtige van de Here Jezus niet meer zichtbaar wordt. En dat is gebeurd. Als er vandaag discussies zijn over de inhoud van de preek, dan weet u dat het hierover gaat. En ik weet wel, “we kunnen toch niet meer terug”, zeggen we, “we kunnen toch niet meer terug naar raak niet smaak niet, roer niet aan.” We kunnen toch niet meer zeggen: “Wij hebben grote kloostermuren om ons heen en wij bemoeien ons niet met de wereld. Wij zijn niet van de wereld. Wij zonderen ons af van de wereld, die wereld is boos, daar woont de satan, daar troont hij. En wij, wij zitten in onze catacomben. Wij zitten in onze eigen veilige vestingen. Daar zitten we. En ja, wij kunnen geen omgang hebben.” Mijn oma zei: “Twee geloven op één kussen daar zit de duivel tussen”. Dat was kun denken van toen en wij nemen daar bijna afstand van. Dit kun je toch niet meer maken. Als in ons dorpje, dat is één van de grootste dorpen van Groningen, Schildwolde, vroeger een hervormde met een gereformeerde ging, dat was gewoon ondenkbaar. Dit was gewoon te gek, dit kon niet. En er werden hele families door elkaar geschud en uit elkaar gereten door deze dingen. Ik heb het niet eens over rooms katholieken en gereformeerden, want dat was misschien nog een tikkeltje beroerder. Nee, ik wil gewoon even iets zeggen. Gewoon duidelijk maken hoe daar al over gepraat werd. Maar goed, het kon niet, het mocht niet. Afzondering. En afzondering is super negatief. Je niet meer bemoeien met, je afzetten tegen, apart gaan staan. En dat klinkt ook zo. En nu zeg ik vanmiddag: “En afzonderen is positief”. Bedoel ik opnieuw die scheidsmuren die we toe creëerden. Bedoel ik opnieuw die verzuiling die er is geweest in ons land, op een gigantische manier. Nee, maar ik wil zo graag duidelijk maken dat het om de Here Jezus gaat. En als u een volk bent, gelovig, door het geloof in de Here Jezus verzekerd met de Heilige Geest. Dan bent u apart gezet. U was al een aparteling maar dan bent u het helemaal. Nou ja, sorry, het eerste had ik niet moeten zeggen misschien, maar u bent apart gezet, geheiligd, afgezonderd, apart gezet. Waarom? Voor Hem. En dat is het probleem. En afzondering is niet iets negatiefs, het is iets positiefs. Voor Hem, we horen bij Hem. En als je niet bij Hem hoort, dan horen wij niet bij jou. Betekent dat dat je niet met die mensen kunt werken, dat je niet met die mensen kunt koffiedrinken in de kantine morgenochtend, dat je geen krant kunt lezen. Natuurlijk betekent dat dat niet. Je mag best omgaan met. Ik hoop dat je ze vertelt, en ik hoop dat je ze ook vertelt: “En ik hoor bij de Here Jezus, en voor Hem ga ik en niet voor jou”. En als ik in deze wereld sta net als mijn collega’s, en als ik net zo hebberig ben en schraperig ben als alle andere mensen en als ik het alleen maar van mijn carrière hier moet hebben, dan laat ik in niets zien dat ik de Here Jezus toebehoor. Want dan bent u anders. Gij, U kent die tekst, die wordt heel vaak geciteerd, gij geheel anders. Laat ik de Here Jezus zien. Laten wij de Here Jezus zien. En u denkt, ja, maar dan moet ik eerst gaan preken. Dan moet ik een soort cursus gaan volgen. En als ik die cursus gehad heb krijg ik een diploma en dan, ja maar dan ga ik de straat op, dan ga ik vertellen van de Here Jezus. Nou maar als u zaterdags de straat op gaat en staat te vertellen van de mooiste dingen van de hemel en u komt maandag op uw werk en u collega zegt: “Ja, ik zag je wel zaterdag, maar vandaag heb je het balletje gehakt van mijn brood gepikt”, even een stom voorbeeldje he. Dan komt de preek van zaterdag al niet meer over. Kort door de bocht. Wie zijn we voor de Here Jezus. Toen, toen is er iets binnen geslopen. En dat voorbeeld van Bileam is, ja, heel helder hoor. Een soort mix is er ontstaan tussen heidenen en het volk van God. Tussen Midian en Moab en het volk Israël. En die mix dat werd een doodsteek. En dit, broeder en zuster, is vandaag de doodsteek voor de kerk geworden. Daar zitten we middenin. En nu kunnen we honderd keer zeggen: “Ja maar ik kijk ook niet naar die”, laat ik maar zeggen, “kerkelijke organisaties, ik kijk naar de gemeente van Jezus Christus”. Ik ook, gelukkig. En ik mag u aanspreken als gelovigen, maar dat betekent niet dat we aan deze dingen voorbij mogen gaan. Waar de wereld in de kerk gekomen is daar is de kerk hollend achteruit gegaan. Betekent dat dat je niet een nieuwe vorm mag vinden voor de liturgie? Natuurlijk mag je dat. Betekent dat dat je geen modern lied mag zingen? Natuurlijk mag je een nieuw lied zingen. Betekent dat dat je altijd in het zwart moet gaan dat je geen ander kleur mag? Ga maar in een andere kleur. Betekent dat dat je gewoon zo stijf bent en gewoon overal tegen bent waar anderen voor zijn. Is dat ongeveer afzondering? Nee, maar dat betekent dat u zegt: “Ik houd van de Here Jezus, ik hoor bij Hem en ik leef voor Hem en ik ga voor Hem”. En ik vind ook dat u dat moet zeggen. Dit moeten we uiten. Dat is afzonderen. Afzondering is niet iets niet doen, dat hebben wij ervan gemaakt, maar iets wel doen. En wat is dat dan? Voor Hem zijn, bij Hem horen, in Zijn richting gaan. En alles wat daarin een verhindering is, dat moet weg. Daar doen we niet aan mee. Komt dat dan niet op hetzelfde neer? Jawel, maar vroeger kreeg dat een soort vorm van: Raak niet smaak niet roer niet aan, niet , niet, niet. En nu wordt het een andere invulling van, wel, wel, wel. Hij, en Hij alleen. En ik hoop van harte dat dat gebeurt.
De leer van de Nicolaieten heb ik al genoemd, de vorige keer, waarschijnlijk de democratie. Ja, de meerderheid beslist, dus dan moet je maar met de meerderheid meegaan, dan moet je maar doen wat de algemene opinie zegt. Nee, misschien moet daar wel tegenin. Misschien moet je wel de enige zijn die de meerderheid in het kwade niet volgt. We hebben vroeger, jaren terug, een campagne gehad, ik vond dat prachtig. Al die poppetjes in het zwart en één poppetje in het wit en die ging de andere kant op dat werd voorgesteld. De meerderheid in het kwade niet volgen. Ja dat was vroeger he, toen hadden we dit nog. Toen hadden we dit soort boodschappen nog. En nu dan, wordt het niet tijd dat we durven zeggen, niet in negatieve zin, niet je afzetten tegen, maar in positieve zin: “Here Jezus, we gaan voor U”. Dat is heiliging. Dat is heiliging. Dit is de boodschap van heiliging. Heiliging, o ja, ja, daar heb ik wel van gehoord. Maar hoe dat ingevuld moet? Heiliging is voor 100% toegewijd zijn voor de Here Jezus. Gaan voor de Here Jezus en in Zijn richting gaan. En alles wat daarmee in tegenspraak is dat moet weg. Dat is heiliging. Nu, daar gaat het om. Weet u wat er dan gebeurt, dan vertonen wij de Here Jezus. Ik zal u zeggen hoe.
De hogepriester in het OT stond er kleurrijk op. Hij had een prachtig gewaad, blauw, hemelsblauw, een soort overgooier. En over een overgooier een soort schort, efod wordt dat genoemd, zeer kleurrijk. Juwelen, gouden draden, prachtige stenen, namen in die stenen, het was prachtig. Zijn kleed aan de onderkant voorzien van gouden belletjes, elke stap hoorde je. Het was een fantastisch geluid. Maar hij had op zijn hoed, zijn tulband een plaat, een gouden plaat, een gouden diadeem. En op die plaat stond iets: De Here heilig. Dat stond erop. En nu is het merkwaardige dat deze plaat, die gouden diadeem in Jes. 62 genoemd wordt in verbinding met een bruidegom. In Jes. 61/62 staat dat we de mantel van de gerechtigheid hebben gekregen en de klederen van het heil hebben gekregen. Maar ook dat er blijdschap kan zijn en dat we ook iets mogen zien, iets mogen uitstralen van een bruidegom die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt. Er is maar één hoofdsieraad, dat was die gouden plaat, gouden diadeem. En daarbij wordt gezegd: “Kijk eens, zoals een bruidegom tegen zijn bruid zegt: “Voor jou, helemaal alleen voor jou”.” Want dat wordt daar bedoeld. Een priester die zich het hoofdsieraad ombindt: De Here heilig. Voor Hem, alleen voor Hem, volledig Hem toegewijd. Nou ja, de bruidegom zegt: “Geheel voor hem”. Voor haar, I’m sorry. “Geheel voor haar.” Dat is wat daar bedoeld is. Maar nu gaat het om de Here Jezus. De Here Jezus is er echt voor jou. Ik heilig Mijzelf voor hen. Bij heiligen gaat het niet om zonder zonden zijn. Hij was al zonder zonden, en je kunt niet zeggen dat de Here Jezus nog meer zonder zonden werd of zo, of nog minder zonden deed. Dat is niet de insteek, Hij was al zonder zonden. En toch, Hij heiligt zich. Hij zet zich af tegen? Nee, Hij zet zich in voor. Geheel voor haar, geheel voor die bruid. Geheel voor die groep mensen die hier zit en die de Here Jezus kennen. Geheel voor haar. “Voor Hem”, mag u nu zeggen. “Here, dat is de weerkaatsing. Nu zijn wij voor U, geheel voor U, apart gezet.” Weet u dat dat nodig is. In de toekomst zal er een moment komen dat de Here Jezus zal laten zien Wie Hij is en ook Wie die bruid voor Hem is. We krijgen dat, zo de Here wil, in dit laatste bijbelboek, natuurlijk. Maar nu mogen wij de Here Jezus openbaren. We mogen tonen Wie Hij is. We mogen dit uitstralen. We mogen zeggen: “Here Jezus, hier zijn wij.” Dat is heiliging. En dit hoort bij de Here Jezus. Hij is de norm, de standaard en wij worden nu uitgenodigd om dat te doen: “Wees heilig want Ik ben heilig.”
Die gemengde huwelijken waar ik het zo pas over had, die zou ik toch wel graag nog een keer willen noemen. En nu heb ik het niet over iemand, laat ik maar zeggen, van een Volle Evangelie die gaat trouwen met iemand van de Pinkstergemeente, want volgens de krant is dat nu geen probleem meer, die zijn bij elkaar zo’n beetje. Nou ja, u volgt dat niet, maar goed, het staat er. Natuurlijk heb ik het niet over dit soort dingen. De enige norm die telt bij een gelovige is: Is die andere, is die partner ook een gelovige. En of dat een beetje anders is in dogmatische zin, daar wil ik het niet over hebben, nog sterker, daar mag ik het niet over hebben. Fijn dat de andere kant, dat de beide kanten de Here Jezus willen dienen. Maar nou even, hoe gaan we daar mee om. Zeggen we nog tegen onze kinderen: “Het is mij goed met wie je trouwt, als het maar een gelovige is.” Ik hoop het. En moet je dan kijken naar een formeel lidmaatschap. Nou eigenlijk niet. Je zou eigenlijk moeten vragen: “Ken je de Here Jezus.” Ik wil dit toch zeggen. Maar ook onze relaties. Betekent dat dat we dat alleen op huwelijk moeten laten slaan? Nee, zal ik met u 2 Kor. 6 moeten lezen: Wel deelgenootschap heeft Christus met Belial. Welk deelgenootschap is er tussen ongeloof en geloof of een gelovige en een ongelovige, licht en duisternis? Het staat er. Dat betekent dat het ook met je zaak te maken heeft. O, dus ik mag als werknemer niet in dienst bij een ongelovige baas. Staat er niet. Maar als u samen met die ongelovige de zaak wilt overnemen dan hebt u wel een probleem denk ik. Dat staat er wel. En nu ga ik niet hier even de lijnen uitzetten en precies zeggen: “Daar gaat het goed en daar gaat het niet goed.” Ben ik niet voor geroepen, kan ik misschien ook niet, maar ik wil u graag vertellen dat ons leven voor Hem moet zijn. En zou dat nu eens over mogen komen, dan wordt er iets zichtbaar van de prachtige dingen van de Here Jezus. Dan komt er een gezelschap op aarde waarvan men misschien zegt: “ja, nou, dat is een zootje ongeregeld, daar kun je helemaal niets mee.” Maar als dat gezelschap vertoont Wie de Here Jezus is, is ze precies op haar plek. Ze zullen wel aanvallen, dat hebben ze toen ook gedaan. Toen was Antipas de klos, die werd gedood, daar waar die satan woonde. En zo zullen er vandaag ook wel kritieke dingen worden gezegd. Maar het gaat erom dat de gemeente vandaag zegt: “De Here Jezus, Hij is het.” En dat hoor ik niet meer, dat mis ik. Nu wil ik het heel emotioneel zeggen want dat is ons grote probleem van vandaag. Ergens zal duidelijk moeten worden dat het Hem en Hem alleen betreft. Ook uit mijn leven, uit onze levens. En laat dat maar alsjeblieft bij mij beginnen.
Thyatira, de tweede gemeente van vanmiddag. Daar gaat het, en dat hebt u met mij gelezen, over Iemand die ogen heeft als een vuurvlam. Zijn voeten zijn als koperbrons. Hij oordeelt, Hij kan het ook beoordelen, Hij doet het, Hij oordeelt opnieuw, Hij heeft dat tweezijdig zwaard, Hij is degene scherp scheidt, die vaneen scheidt. Dingen die wij misschien niet eens uit elkaar rafelen kan Hij wel uit elkaar trekken. Dat is hier aan de orde.
Thyatira. Maar daar is Izebel binnengekomen. Ook weer zo’n voorbeeld uit het OT. U vindt dat met koning Achab, u weet ook dat ze de Baälsdienst introduceerde vroeger, en ook betaalde. Israëlieten gingen dus belasting betalen voor de Baälsdienst, daar kwam het dan concreet op neer. En deze Izebel die wordt daar gevonden, in Thyatira. Is die zelf daar aanwezig? Nee, daar gaat het natuurlijk niet om. Zoals Bileam er ook niet was en Balak er ook niet was in Pergamum. Het gaat niet om het feit dat zij daar letterlijk, lijfelijk aanwezig waren maar het gaat er wel om dat de dingen die toen, in de dagen van Izebel gebeurden nu weer gebeuren. En dat is, dat er naast het altaar nog een altaar komt. Ja, daar heb je een soort keuzemogelijkheid, multiple choice. Dat is ook in. Je moet leren kiezen. Je moet de mensen ook keuzemogelijkheden geven. Nu, er was nog heel veel goed in Thyatira. En er waren heel veel mensen die daarin niet meegingen gelukkig. en toch, een gevaarlijke tijd brak aan omdat er, laat ik maar zeggen, bij-altaren kwamen.
Ik heb u gezegd dat in Openb. 2 en 3 die zeven gemeenten ook in de kerkgeschiedenis terug te vinden zijn. Nu, Thyatira is denk ik toch wel een stuk van de donkere Middeleeuwen waar afgoderij heel concreet in de kerk terecht kwam. En u weet uit uw bijbelse geschiedenissen die u gehad hebt op school of catechisatie toch wel de aanleiding voor Luther nog te duiden. Hoe kwam Luther er toe om zijn 95 stellingen aan die slotkapel te Wittenberg te timmeren. Dat was omdat er toen ook al mensen rondgingen die ongeveer zeiden: ‘Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt.” Zo van: Betaal nu maar voor de St Pieterskathedraal, want die werd met dat geld gebouwd en betaald. Betaal nu maar, want dan zit jij wel goed. Zal ik het modern zeggen? Plak maar een lading springstof op je lijf en laat je maar ontploffen in Jeruzalem. Precies hetzelfde hoor, precies hetzelfde. En u zegt: “Ja maar zo stom zijn wij niet, heh, nee.” Ik ben er nog niet zo zeker van. U zult waarschijnlijk niet met springstoffen gaan lopen. Dat vermoed ik ook niet. Maar andere dingen wel van: Ik wil er iets voor doen en ik wil iets bewerken waardoor ik in de hemel kom. Nu werkheiliging is in geweest, eeuwen en eeuwen. En je moet nog heel goed preken om vandaag de werkheiliging eruit te timmeren. Want iedereen wil graag door iets te doen in de hemel komen. Of een betere stoel krijgen in de hemel op z’n minst. Ja, maar je kunt toch niet zeggen dat daar waar werkheiliging, waar opgeroepen wordt om voor de Here te gaan, dat daar afgoderij gepleegd wordt. Nee, dat zeg ik ook niet. Maar als daar niet nadrukkelijk gezegd wordt dat je alleen door het geloof in de Here Jezus in de hemel komt, dan heb ja al een probleem. Want dan komt er nog iets naast, iets van mijn inspanning, iets van mijn verlangen iets van wat ik kan. Want dat moet er dan bij kennelijk. Ik ken heiligingsbewegingen, ik ken er een hele rij inmiddels, waar ze zo bezig zijn met omhoog klauteren, op die geestelijke ladder omhoog te komen. Ze komen steeds een treetje verder, totdat ze in de hemel komen en zeggen: “Nou ja, maar nou heb ik het zelf verdiend. Nou heb ik ook de Here Jezus niet nodig.” Zeggen ze ook letterlijk. Dan heb je Hem ook niet meer nodig want dan heb je het zelf gedaan. Het is een afschuwelijke ontwikkeling. En u kunt duizend keer zeggen: “Ja, maar dat zijn maar hele minieme groepjes.” Dat is a. niet waar en b. ligt het nog anders ook. Het zijn invloeden en die invloeden die komen steeds sterker naar voren. Er komt een altaar naast het altaar. Het is niet meer genoeg. In de oude tijd hebben ze naast het altaar van God in Jeruzalem een ander altaar, een altaar uit Damascus gehuurd. Nagemaakt, nagebouwd hebben ze dat in de plaats van het altaar gezet. U vindt dat in het leven van koning Achaz. Die was in Damascus op bezoek en die vond dat altaar zo prachtig mooi. Heeft dat na laten maken en heeft het in Jeruzalem laten neerzetten en het altaar van de Here aan de kant geschoven, echt letterlijk. Nu dat zeggen wij dan ook niet. Nee, je kunt dat kruis toch niet van de kerk halen. Dat is toch een prachtig symbool. Doen we ook niet. Maar als het ik van de mens, of een andere route om bij God te komen blijft staan of gesuggereerd word, dan is dat afgoderij. En ik wil dat heel helder hebben. Als je de Here Jezus vandaag wilt uitstralen, dan kun je alleen maar zeggen: “Het kruis van de Here Jezus, alleen maar het kruis van de Here Jezus.” Nog een keer: Het kruis van de Here Jezus. Daarom zei Paulus: ‘Ik heb niets anders onder u willen weten dan Jezus Christus en die gekruisigd.” Niet alleen om het begin van het evangelie neer te zetten, dat had hij al gedaan. Maar om het vervolg van het evangelie en het eind van het evangelie neer te zetten: Het kruis van de Here Jezus, alleen het kruis van de Here Jezus. En alles wat erbij komt, dat is afgoderij. en als we vandaag de Here Jezus willen uitbeelden, dan kun je zeggen: “Nou, Hij was er, Hij was er voor God, Hij was er voor God alleen, Hij ging alleen voor God, geheel voor Hem, Hij heiligde zich voor Hem en Hij heiligde Zich ook voor u, want Hij is zo.” En Hij is Degene die het kruis van Golgotha niet uit de weg ging. Hij is degene die op het offer van alle tijden Zijn leven gaf. Hij is het die het deed. Hij is ook de Enige die het deed en die het alleen maar daar deed. En daarom is er geen andere Naam, geen andere weg, geen andere mogelijkheid. Daarom is er niets anders dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Ja maar, maar die mensen, die arme mensen daar nu eens ja, dit geloven, dan komen ze er toch ook wel? Daar gaat hij. Nu, ik heb in een eerder verband gezegd dat ik ook niet zeg dat al die mensen verloren gaan. Maar dat doet nog niets af van uw en mijn verantwoordelijkheid om de Here Jezus neer te zetten. We moeten Hem neerzetten, Hem vertonen, Hem hier op aarde openbaren. Het gaat om Hem en om Hem alleen en alle andere elementen voegen daar niets aan toe. Nog sterker, die breken daarin iets af.
Wat zegt de bijbel? Mensen die daarin meegaan, die zullen ziek worden. Dat staat hier. Heb ik het dan over lijfelijke ziekten? Nee. En de kinderen zullen sterven. Heb ik het dan over gewoon uw baby’tjes die sterven? Nee, ik zal het anders zeggen. Overal waar de Here Jezus niet meer het centrum is, daar is ziekte. Ik heb het niet over uw lichaam. Ik heb het over die geestelijke situatie. Er komt dorheid, er komt verdroging en er is geen follow up, er is geen nazaat. En onze kinderen worden daarvan de dupe. Dat staat hier. Dat is heel scherp. Het is zo helder dat daar waar de Here Jezus niet meer het centrum is, daar gaat het mis. Daar is de afbraak begonnen. En we moeten daarin heel voorzichtig zijn.
De Here Jezus kreeg van de satan de aanlokkelijke aanbieding om alle koninkrijken van deze wereld te krijgen, maar dan moest Hij wel hem aanbidden. En wat zegt Hij dan? “De Here God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.” Geen andere Naam gegeven. Geen andere pleitgrond, geen andere mogelijkheid. Alleen de Here Jezus. En wat zou het fantastisch zijn als dit gezelschap, zoals we vandaag hier bij elkaar zitten, de week zou ingaan met de absolute overtuiging: We mogen naar Hem toe, we zonderen ons af, we laten de wereld los, neem de wereld, geef mij Jezus. Zingen we vaak. Zondags gaat dat uitstekend, ‘s maandag ‘s morgens is een groot probleem. Maar we willen dat dus graag. We willen naar Hem toe. Maar we willen ook zeggen en belijden: Er is maar één mogelijkheid, er is maar één weg en dat is het kruis van de Here Jezus.
En ik weet niet hoe het u gaat, maar als u daarover begint dan krijgt u al kritiek: Jij altijd met je Jezus. Daar begint het al een beetje mee. En je moet altijd over het kruis praten, over het bloed van de Here Jezus, over het offer van de Here Jezus. En de mensen geloven dat niet meer. Als je vandaag zegt dat je gelovig kunt worden, dat je in de hemel kunt komen door het offer van iemand anders dan beginnen ze al te skatteren en zeggen: “Nou, als ik ja, door de dood van iemand anders moet leven, dat wil ik helemaal niet, dat wil ik zelf verdienen.” Nou hatsekiedee, ga er maar voor. Dat is een ander altaar, dat is een andere route. Genade, genade alleen, het is bijna niet meer te verkopen. Wij willen niet uit genade leven. We willen geen genadebrood eten.
Weet u, het probleem van de kerk van vandaag is dat ze niet meer geheel voor Hem is. En dat ze niet meer geheel door Hem is.
Nu heb ik eigenlijk Pergamum en Thyatira geduid. En de Here Jezus, Hij wil zo graag en Hij kijkt, over de schouders van Johannes kijkt Hij mee. Hij wil zo graag dat er overwinnaars komen. En jij hoeft de diepten van de satan niet te leren kennen. Je hoeft niet te weten wat de satan allemaal wel kan en wat hij niet kan. Dat staat hier ook nog. Er zijn nog anderen die de diepten van de satan niet gekend hebben. Die krijgen eigenlijk een soort onvoldoende, want die zijn niet zo sterk.
U kent dat hele oude verhaal he? Van die meneer die een expert was in het ontdekken van valse bankbiljetten. De vraag was: U kent natuurlijk al die valse bankbiljetten. En hij zei: “Nee, ik ken alleen de goede.” En hij bedoelde te zeggen: Ik hoef al dat onechte niet te weten als ik de echte maar heb.
En de kapitein van die veerboot kreeg de vraag: Kent u nu al die zandbanken hier? Hij zei: “Nee, ik ken de vaarroute.” Het verschil is heel wezenlijk. We moeten Hem kennen. We hoeven de diepten van de satan niet te leren kennen. U hoeft zich niet te verdiepen in wat er allemaal aan occulte spelletjes is. U moet niet alles leren van Harry Potter om er achter te komen dat het fout is. Het is fout hoor, maar goed. We hoeven toch niet alles te lezen van hem om er achter te komen dat het fout is. En u kunt zich wel beroemen op: Ja maar onderzoekt alle dingen en behoud het goede. Staat het er? Ja dat staat er inderdaad als het om het woord van God gaat. Weest onnozel in het kwade. Ja maar u wilt niet onnozel zijn. Dat bent u ook niet. U bent heel wijs als u zegt: “Ik hoef me daar niet mee bezig te houden, dit hoeft niet, ik mag me bezig houden met de Here Jezus.” Dat is positief. En als men vandaag op een andere manier praat over positief denken, weet u wel, “De kracht van het positieve denken”. Nou, dit is positief. Dat is niet goed denken van jezelf, dat is denken: Ik ben zelf zwak. Ik kan misschien wel eens een ongeluk krijgen als ik me daarin begeef. Als ik op glad ijs kom dan val ik waarschijnlijk. Maar het positieve is: Dat hoeft helemaal niet. Ik moet bij Hem zijn. En Hij is bij mij en Hij neemt me mee. Ik hoef alles niet te onderzoeken. De evolutietheorie kwam op en ik dacht dat ik alles over de evolutietheorie moest weten. Om het te bestrijden he, dat was mijn insteek. Nou, je verongelukt bijna. Ik hoef dat helemaal niet. Dat er mensen zijn die dit wel als een taak hebben, daar ben ik blij om. En misschien zitten er hier wel een aantal die misschien wel met die verkeerde duivelse demonische dingen bezig zijn geweest om iets. Maar dat betekent niet dat dat uw taak is. Dan zal de Here God u eerst duidelijk moeten maken dat dat uw taak is. En als het uw taak niet is, stop ermee. Kap ermee, stop met het lezen van dit soort boeken. Het heeft helemaal geen zin. Ik wil, nog een keer, niet zeggen dat dat niet van één of van twee van ons wel zou gebeuren, maar dan gaat de Here je speciaal beschermen. Dan gaat Hij als een muur om je heen staan zodat je er niet door aangeraakt wordt. Maar dat is nog geen alibi om je met deze prut bezig te houden, alsjeblieft.
De Here Jezus, de Here Jezus, lieve mensen, misschien is dat een herhaling van de vorige keer, maar ik wil het opnieuw kwijt. De gemeente is vandaag hier op aarde om de Here Jezus openbaren. Hoe doe je dat? Door voor Hem te zijn en helemaal voor Hem te gaan. En hoe doet u dat verder? Door alleen het kruis van de Here Jezus te verkondigen. Ja, maar dat is eenzijdig. Klopt., dat is eenzijdig. God kwam in Zijn liefde naar deze aarde, dat is pure eenzijdigheid, en Hij biedt het je aan. En mensen die hier aan vasthouden, die laat ik maar zeggen, een beetje, ja, in onze ogen misschien een beetje onnozel zijn, die een beetje beperkt zijn, die mensen worden overwinnaars genoemd. Die mensen worden beloond. Die mensen hebben toch de Here Jezus vertoond hier op aarde. Wat zou het fantastisch zijn als deze week iets van de Here Jezus zichtbaar werd in onze omgeving. De Here zegene u. Amen