Openbaring 3 : 1 – 13

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 5. De naam van leven en toch dood.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
10 maart 2002

Lezen: Openbaring 3:1-13

Weer twee van die zeven gemeenten uit Openb. 2 en 3. Zeven gemeenten in Klein-Azië die kennelijk als een zevental, als een compleet afgerond geheel aan ons gepresenteerd worden. Vanmiddag Sardis en Filadelfia. Ik probeerde in de vorige studies, bijeenkomsten, wat u maar zeggen wilt, aan te reiken dat deze zeven gemeenten in profetische zin ook behoorlijk wat voorstellen. Namelijk dat ze in feite de hele lijn van de kerkgeschiedenis etaleren. Ook dat er verbanden zijn met andere gedeelten uit het NT en OT.
Hier in dit boek wandelt de Here Jezus tussen de kandelaren. Hij ziet die zeven gemeenten en Hij beoordeelt ze, Hij bekijkt ze. Hij heeft de zeven sterren in Zijn rechter hand. Hij ziet wie daar verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen. Dat zijn die engelen van die gemeenten.
De Here Jezus. Het gaat om de openbaring van de Here Jezus. Nu in de relatie tot de Gemeente op aarde. Dat zijn de hoofdst. 2 en 3. Het hele boek gaat over de Here Jezus, openbaring van Jezus Christus, maar bij hoofdst. 4 begint wat na dezen, wat na onze periode gaat komen. Nu nog heeft het te maken met onze periode, met onze tijd. En Sardis en Filadelfia horen daarbij. Iedere keer zie je in die gemeenten een bepaald aspect, een bepaald stuk naar voren komen waaraan je je ook zelf mag of moet spiegelen. Ik hoop ook dat u dat wilt en dat u verlangen hebt om de Here Jezus te zien, om die openbaring van Jezus Christus ook mee te krijgen en ook om er wat mee te doen, om er gewoon in de levenspraktijk inhoud aan te geven. Maar dat is niet alleen studie, het is niet een soort schooltje hier, alhoewel we dan wel in een soort bijbelschool zitten, maar dat is alleen maar de lokatie. De bedoeling is dat onze harten aangeraakt worden, onze levens veranderen en de Here Jezus zichtbaar wordt in onze levens. Daar gaat het om. Niet om een verzameling van kennis, zonder kennis gaat het ook niet hoor, ik wil dat niet ook bagatelliseren want dat moet gewoon, maar primair gaat het dan toch om de Here Jezus. U bent er en u hebt in elk geval interesse. Ik hoop ook dat u leven hebt, leven uit God. Leven uit God krijgt u als u gelooft in de Here Jezus. En soms zijn de mensen heel jong als ze leven uit God krijgen, soms zijn ze heel oud, dat is heel divers. En soms merk je dat en soms merk je het helemaal niet, tenminste zo gaat het mij een beetje. Ik kreeg een broer van een meisje, 17 jaar, had een moeilijke bijbelstudie over Ez. 1 en 2 meegemaakt, waarvan ikzelf vond van: Nou ja, ik moet het zeggen en ik wil het ook graag zeggen, maar het was wel een beetje pittig, een beetje moeilijk. En Hennie, mijn souffleur of souffleuse, ze is nu een beetje ziek, maar die zei: “Ik weet niet of dit wel overgekomen is.” Nou, dat vond ik zelf ook een beetje. Twee weken later: Brief, 17 jaar, “Ik heb de Here Jezus leren kennen, toen en toen, daar en daar, onder die preek.” Gelukkig, niet voor mij, maar er zijn toch elementen die overkomen, die het hart raken, die veranderingen brengen en die dan toch leven wekken, dat gebeurt gelukkig. en ook een oude mevrouw zei: “Ik heb de Here Jezus leren kennen.” Veel en veel ouder, aan het eind van de rit bijna. En daar zit van alles tussen. Ik hoef dat ook niet te weten, ik houd de boekhouding niet bij, ik krijg er ook geen provisie van voor zover ik weet, dus ik houd dat maar zo. Maar in elk geval, leven uit God. Leven uit God krijgt u als u gelooft in de Here Jezus. Alleen maar door Hem. En ik hoop ook echt dat u met uw zonden, met uw verkeerdheid, met uw schuld naar de Here God gaat, en uw schuld en uw problemen aan de Here God gaat belijden, gaat erkennen. En de Here God laat dan weten door de dienst van nu, door een boek, door een andere preek: Geloof in de Here Jezus en je zult behouden worden, daar ligt de oplossing.
Maar geloven in de Here Jezus kan een beetje gedimd raken, een beetje onder de korenmaat komen. Dat kan zelfs een beetje uitgeblust worden. Niet weggaan, want als u leven hebt, leven uit God, hebt u per saldo eeuwig leven. Dat mag u echt in uw oortjes en in uw hart sluiten: Eeuwig leven. Dat doet niets af aan onze verantwoordelijkheid om ook nu voor de Here te leven en te doen wat Hij wil, dat is wat anders. Maar als u leven uit God hebt, dan hebt u eeuwig leven. Dat gaat niet meer weg. En ik weet dat de discussies dan komen: Ja, mijn kinderen, die hebben toen gezegd dat ze de Here Jezus hebben leren kennen, hebben daarna gewoon alles blauw blauw gelaten, of een andere kleur, maar ze zijn in elk geval nooit meer in een kerk geweest. En die vragen komen: Kun je nu zeggen dat ze gewoon behouden zijn. Kun je nu zeggen dat ze leven uit God hebben. Die vragen komen. Nog grover wordt het als je merkt van mensen die vroeger de Here Jezus dienden in hun gemeente, dat ze nu volstrekt verkeerde dingen doen. Dat is gewoon moeilijk. Moet je dan zeggen: “Aai over het bolletje, God heeft je lief, God houd van je en je hebt toen gezegd dat je een kind van God bent, je zit goed.” Kun je dat zeggen? Nee, natuurlijk niet. Maar ik kan ook niet zeggen dat ze geen leven uit God hebben. Daar moet ik heel voorzichtig mee zijn. Maar ik kan ook niet zeggen dat hun route nu goed is. Ik moet zeggen: “Wat je nu doet dat is fout, dat is foute boel kan niet, bestaat niet. Als je zegt dat je een gelovige geweest bent dan moet je nu anders handelen, want nu zijn je daden anders dan jouw belijdenis.” Ik moet het zeggen. Dat moet je ook zeggen. Dat doet nog niets af van het feit dat ze misschien leven uit God hebben. Nog een keer, als je nu iemand tegenkomt die tegendraads wandelt, dan moet je zeggen: “Nou, je hebt toen gezegd dat je een kind van God was, maar of het echt is kan ik nu niet zien in elk geval. Toch? Ik kan het nu niet meer zien.”
Oke, nu zitten we eigenlijk al weer midden in ons onderwerp. Gelovigen hier op aarde vormen een getuigenis voor de Here Jezus. Vormen een gezelschap waarbinnen de Here Jezus zou moeten schitteren, war het echt om Hem zou gaan. Als het goed is in de gemeente, of het nu Sardis heet of Veenendaal heet, als het goed is in de gemeente gaat het om de Here Jezus, is Hij het centrum. En nu kan het gebeuren dat je de naam hebt van te leven en dat je dood bent. Dat staat hier. Gij hebt de naam van dat gij leeft maar gij zijt dood.
We hebben soms een hele beweging gehad in de kerkgeschiedenis. Er is een herleving geweest, bijvoorbeeld in de tijd van Luther, Calvijn, schitterende dingen zijn er gebeurd, magistrale dingen. Maar daarna is het weer weggeëbd in grote delen van Europa. Het is ondergesneeuwd. Gij hebt de naam van dat gij leeft maar gij zijt dood. Is het nu dan dood? Ja, dat kan ik niet beoordelen. Dat mag ik ook niet beoordelen. Ik zeg niet dat alles wat daarna gekomen is sowieso dood is. Dat is natuurlijk niet waar. Maar als je gewoon rondkijkt, dan vraag je je af: Waar is nu nog leven te bespeuren. Hier schrijft de Here Jezus Zelf, en Hij laat het Johannes even noteren als een soort secretaris, maar de Here Jezus zelf wil een boodschap kwijt aan de gemeente: Jullie zeggen dat je leeft en jullie hebben de naam van te leven maar er is van leven niets meer te merken. En Hij vergelijkt het hier met mensen die gewoon helemaal in slaap gevallen zijn. Wordt wakker. Eh, ik heb wel eens gewaakt bij iemand die op het punt staat om heen te gaan, sommigen hier hebben weken gewaakt, maar ja als er dan slaap is dan kom je soms heel dicht bij iemand van: ademt hij nog of is de adem al gestopt. De overgang is soms heel klein. En je moet heel dicht bij komen om er achter te komen of er echt leven is. Adem, het woord adem en het woord geest is precies hetzelfde in de bijbel. Het is hetzelfde woord, ook het woord wind, dat hoort er eigenlijk bij dat zit aan elkaar geklonken. En nu gaat het om mensen die een gemeente te Sardis vormen en die uiterlijk niet meer leven. Vorm is er nog, leven is niet meer merkbaar. Nou, nu gaat u uzelf maar eens voor de spiegel zetten. Ik bedoel niet een spiegel hier ergens in een gang maar gewoon de spiegel van het woord van God. Wat ik nu doe, is dat de uiterlijke vorm, is dat gewoon: ik ga ‘s zondags twee keer, ik, ja ik betaal wat ik zou moeten betalen. Ik ben niet negatief, ik ben gewoon positief. Ik doe gewoon mee, niemand kan mij iets maken. Altijd is Kortjakje ziek, ik citeer dat liedje heel vaak, midden in de week maar ‘s zondags niet. Zondags gaat ze naar de kerk met een boek vol zilverwerk. Zo moesten we dat zingen vroeger. Ik snapte er geen fluit van, toen hoor, helemaal niets, maar ja, ik heb van vaderlandse liedjes ook nooit zoveel begrepen, echt niet, de prince van Oranje dat zei me ook niets, ik bedoel uit het Wilhelmus of zo. Maar goed dat van Kortjakje dat snapte ik helemaal niet. Ik snap ook niet wat een boek vol zilverwerk is, dat zijn termen uit dat liedje, maar je zong het wel he, je moest het zingen, op school heb ik dat geleerd. Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week maar ‘s zondags niet. Zondags gaat ze naar de kerk met een boek vol zilverwerk. Nou ja, later kom je erachter dat een boek vol zilverwerk, dat is een soort bijbel, maar dan helemaal met zilverbeslag. Ik kwam in Staphorst en toen zag ik ze allemaal lopen met een boek vol zilverwerk. Nou al die vrouwen lopen met, een schitterend gezicht hoor, prachtig. het was een soort tas he, met zilver beslag erom. Ja, je hebt ze in het groot maar je hebt ze ook in het klein. Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week, maar ‘s zondags in optimale conditie, weet je wel, met een boek vol zilverwerk, ter kerke. Altijd was ze ziek. Het is eigenlijk een droevig liedje. Er werd eigenlijk gezegd: je merkt nooit iets van het geloof behalve op zondag. Dat is het liedje. Ze is altijd ziek, behalve ‘s zondags. ‘s Zondags doet ze mee, ‘s zondags gaat ze, maar maandag en dinsdag is ze ziek. Gewoon op bed? Nee, daar ging het niet om. Je merkte er niets van. Je merkte niets van het geloof. Hoe is het met jou. Gij hebt de naam van dat gij leeft maar gij zijt dood. Wordt wakker. Dat is een appèl, dat is een heel nadrukkelijk signaal om te ontwaken. Wakker worden, ontwaken. Weet je, in de bijbel staat heel veel over slapen. Wie slape, slape ‘s nachts. Als de glorie van de Here Jezus op de berg der verheerlijking er is, en Petrus daar is met Jakobus en Johannes, dan komen Mozes en Elia. En wat gebeurt, tot onze stomme verbazing vallen Petrus en Jakobus en Johannes in slaap. Nou, u had gedacht, als je nou toch een keer een ontmoeting met Mozes kunt krijgen, zitten, dat zal me niet overkomen. En als het in de hof van Getsemane tot een vraag komt van de Here Jezus: “Zou je een uur met mij willen waken”, Petrus, Jakobus en Johannes, dezelfde drie, wat gebeurt er dan, slapen ze weer. En als het gaat om de komst van de bruidegom, Matt. 25, slapen ze ook, alle tien, ook de wijzen, ook in slaap gevallen. De glorie van de Here Jezus, het lijden van de Here Jezus en de komst van de Here Jezus is kennelijk slaapverwekkend. Sorry hoor. “Natuurlijk is dat niet slaapverwekkend”, zegt u, “Hoe durft u.” bent u wakker dan? Hoe kan het dan dat de gelovigen zo in slaap gevallen zijn. Hoe kan het dan dat ze uiterlijk de vorm hebben van leven, maar innerlijk geen leven hebben. Het lijkt alsof ze dood zijn. Het leeft niet meer. Er worden herhalingen voor de tv uitgezonden van de cabaretier Fons Jansen, ik vind het een beetje een flauwe man hoor, niet mijn smaak, maar goed, “:Mijn vrouw, mijn vrouw”, zegt hij op een bepaalde manier, “is net een boek, maar ik heb het uit.” Zo van, het is over, er is niets meer. Nou, is dan ook zo met uw geloof? Dat mag je toch elkaar vragen? Nu, dat is de boodschap. En nu gaat het er niet om of u dit nu wel of niet pikt, het gaat erom, als u niet meer leeft voor de Here Jezus, dan wordt Hij ook niet openbaar door u. Dat bedoelt dit stukje. En als het alleen maar vorm is, dan komt er niets meer uit. Dan is er ook geen, charisma zeggen wij vandaag, er is geen uitstraling, er is gewoon niets, er is helemaal niets, het is gewoon over. En je kunt elke zondag gaan en je kunt heel trouw je kerkelijke verplichtingen gaan volbrengen maar als er geen leven is, als er geen echte motivatie is, ja nou, dan slaap je en dan is het alsof het een dode is. Nog een keer, niemand zegt hier dat ze ook inderdaad dood zijn, dat ze geen leven hadden, dat staat hier niet. Dat kunnen we ook niet beoordelen, dat moet je ook aan de Here zelf overlaten. Vroeger zeiden we: “Nou, als jij niet denk zoals ik denk dan ben je geen gelovige.” Weet je wel, er werd onmiddellijk gestigmatiseerd, er werd onmiddellijk met een etiket gestrooid. Dat kan niet, dat hebben we wel gehad die tijd. Daar hebben we ook van geleerd misschien. Maar nu zelf, de Here Jezus: “Bedenk hoe gij het ontvangen hebt en bewaar het en bekeert u.” Nou ik vind dat deze boodschap voor Sardis, voor ons bedoeld is, voor onze tijd. En nu zegt u: “Ja, maar dat moet je dan maar ergens anders gaan preken.” Nou, als ik de kans krijg doe ik het. Ik probeer het in elk geval. Ik zal niet zeggen waar ik allemaal kom, sommigen hebben mijn agenda behoorlijk in de gaten, maar ik kom in heel wat hokjes en gaatjes en kerken en kringen en gezelschappen. Ook daar waar nooit over de komst van de Here Jezus wordt gesproken en waar het soms lijkt alsof het allemaal dood is. En ook daar mag ik vertellen van de Here Jezus. En ik heb al een harde stem en ik probeer het soms nog een beetje te forceren ook, vandaar dart je problemen krijgt, maar ik probeer heel helder te maken dat het tijd wordt om te ontwaken. Het is tijd, echt tijd.
Het zoeklicht heeft een thema, een soort jaarthema, hebben ze altijd, en dat is nu “Ontwaakt gij die slaapt”. Nu, a.s. woensdag ben ik in Papendrecht op een zoeklichtavond, eh, “Ontwaakt gij die slaapt”. We hebben het in Rhenen gehad, sommigen van u die waren daar. Maar het gaat elke avond over diezelfde oproep. Ik probeer wel ander teksten te nemen, maar de bijbel blijkt vol te staan van deze oproepen. Niet één, een hele rij. Ontwaakt gij die slaapt. Wakker worden, ontwaken.
Hier, Sardis, gij hebt de naam van dat gij leeft maar gij zijt dood. En daarin wordt de Here Jezus niet meer zichtbaar. Hoe zouden mensen dan Hem ontmoeten als u in elkaar gezakt bent. Dat is toch zo? Maar als we wakker zijn, als we echt verlangen naar Hem en praten over Hem alsof Hij, nou ja, vandaag nog komt, ja maar dan zullen mensen aantrekkelijkheid vinden. Dan zullen ze zeggen: “Zo, daar willen we wel iets meer over weten”. Maar als het alleen maar vorm is, dan zeggen de mensen: “Ja, nou ja, nou, ik houd niet van die vorm”. Nou, dan ben je uitgepraat. We hebben onze drempeltjes hoog gemaakt door onze vormen, maar de vraag is of er leven is. Of er sprankelend nieuw fris leven is. En de Here wil zo graag dat we dat laten zien. En neemt u dan dat bandje van vanmiddag maar en gaat u dat dan maar eens geven aan buren en aan kennissen of aan vrienden of aan familie. Niet om ze te bepreken, niet om ze van de ene kerk naar de andere kerk te laten verkassen, dat bedoel ik helemaal niet, maar om leven te krijgen, om wakker te worden. Om reëel te zijn en zeggen: “Here Jezus, we zijn hier op aarde, niet om te luilakken, niet om te slapen.” En als de bijbel ons vertelt dat we in de eerste nachtwake en in de tweede nachtwake en in de derde nachtwake en in de vierde nachtwake, dat zijn die vier periodes van drie uur, wakker moeten zijn, zalig die slaven die de Here, als Hij komt, wakende zal vinden. Nou, wie zijn wij dan? Ja, ik moet toch ook slapen, ik heb toch ook mijn rust nodig. Natuurlijk, het gaat er niet om dat u niet mag slapen. De één heeft 10 uur nodig en de ander misschien wel 12 uur, ik weet het niet, maar 8 uur misschien, gemiddeld. Doe u dat rustig, maar dan kunt u nog wakker zijn.
Wakker. De Here wil dat schenken. Sardis laat u horen: Het wordt tijd om te ontwaken en versterk het overige wat in slaap dreigt te vallen, wat dreigt te sterven. Dat betekent dat we ook nog moeten zeggen: “Als we nou wel wakker zijn, dan moeten wij, nu, de moed krijgen om te vertellen dat de Here Jezus spoedig komt.” Ik weet wel dat u dan een roepende in de woestijn bent. Ik weet wel dat men u misschien wel uitlacht en zegt: “Ja, dat zie Johannes de Heer honderd zoveel jaar terug ook al.” Of dat zegt het Zoeklicht, of dat zeiden ze toen, of dat hebben ze al tweeduizend jaar gezegd. Ik ken al die termen al lang, al lang. Die zijn echt al een keer de revue gepasseerd. Maar zegt u er nog iets over, praat u nog over de komst van de Here Jezus. Is het zo dat u zegt: “Ja maar we willen hier wachten op de Here Jezus.” Ja, ik denk dat dat een boodschap is, een uitstraling is: Wachten op de komst van de Here Jezus. En we moeten het overige dan maar gaan versterken. We zijn hier met een bont gezelschap. Nou ja, hoe bont dat mag u zelf bepalen, maar we zijn hier bont en divers. Mar we mogen in onze eigen omgeving vertellen van de komst van de Here Jezus. En ik hoop dat u het doet, dat u het wilt. De Here beloont u daarvoor. De Here ziet u dan als een overwinnaar. Hij wandelt tussen de kandelaren en vraagt Zich echt af wat er in Veenendaal en omgeving nog met dit verhaal gebeurt. Vertellen we nog van de komst van de Here Jezus. En zijn we zelf wakker of is het alleen maar uiterlijke vorm.
De farizeeërs in de dagen van de Here Jezus lieten de uiterlijke schijn behoorlijk zien. Lange gebeden, gewaden, gebedsriemen lang gemaakt. Nou, de Here Jezus omschrijft het zelf he, dat staat in de evangeliën. Uiterlijk zat het perfect in elkaar. En je deed dit niet op de Sabbat en je deed dat niet op de Sabbat en nou ja, zulke dingen. Het één na het ander. Maar er was geen leven. Er was ook geen plaats voor de Here Jezus, nul. Het was alleen maar schijn en de Here Jezus noemt dat, let u op, huichelarij. Past u op voor het zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën. Dat is de huichelarij. Zuurdesem, huichelarij. In feite is een buitenkant, vernis, huichelachtig. Want het lijkt mooi en daarom wordt het vergeleken met, ja, witgepleisterde graven. Ja, ik kan er ook niets aan doen, maar dat is de taal van de bijbel. Het is heel mooi gemaakt. Hoh, mooi gebouw man. Maar ja, als je verder kijkt dan is het niet zo leuk. Dat beeld wordt gebruikt. Dat is heel scherp. Zo van: Ik kan met make up mijn hele, hele gezicht een ander kleur geven. Nou ja, de vraag is hoe is het morgenvroeg als de make up een beetje, nou ja, afgepoetst is. Dat is toch de vraag. Hoe zijn we, hoe zijn we echt, zijn we ook echt, zijn we puur. Nou, de Here Jezus, toen Hij hier op aarde was, was puur, was echt en was geheel: “Wat Ik u ook zeg, kijk maar naar wat ik doe, luister maar naar wat Ik gezegd heb, beoordeel mij maar op de uiterlijke dingen. Ga er maar op af en als je dat goed doet, dan zul je gaan geloven.” Dat zegt de Here Jezus. En ik vind ook dat men ons mag afrekenen op wat we zeggen wat we doen en op wat we uitstralen. En daarom moeten gelovigen, ja, elkaar ook dienen, versterken. Er dreigt gigantisch veel in slaap te vallen. Ik roep al ik weet niet hoe vaak dat het praten over de Here Jezus, dat is sowieso al geminimaliseerd, sowieso al. Over God praten dat gaat nog. God de vader, al wat minder, maar goed, wordt ook nog gedaan. Maar over de Here Jezus praten, nou dat is zo kinderlijk. De kindertjes die bidden tot lieve Jezus, maar die ouwe mensen die zeggen: “Ja, nu ja, God.” Maar je voelt, als die kindertjes over de Here Jezus praten is het alsof ze een Vriend hebben alsof ze Iemand hebben die heel dicht bij staat, zo praten ze ook met Hem, en ik denk ook dat dat zo mag. En als je dan wat ouder wordt dan is het: Pf, nou ja, zo niet meer. Maar hoe dan? Nou ja, God. Maar dat is zo ver weg, dat is heel abstract, bijna niet beet te pakken. Ik hoop van harte dat Sardis u iets leert en dat Sardis ook tot gevolg heeft dat wij uitstralen wie de Here Jezus is. En dat we hier echt zijn en puur zijn en helemaal zijn en levend, springlevend zijn en dat we de Here Jezus verwachten. En dat we anderen die dreigen in slaap te sukkelen wakker schudden. Want de duivel die probeert het. Die heeft de slaapmiddelen uitgevonden. Die zijn heel nuttig voor u als u niet kunt slapen hoor, letterlijk, lijfelijk, gewoon fysiek. Maar hij heeft ook slaapmiddelen uitgevonden voor je geestelijk leven. En die worden heel goed verkocht. Er is een levendige handel in die slaappillen. Van alles: Ach, dat gezeur van een paar fanatiekelingen; dat gepraat over Jezus; kan nog wel duizend jaar duren; doe toch niet zo mal; doe toch gewoon, je kunt toch gewoon doen, ik geloof toch ook en ik voetbal. Nou ja, ik heb geen probleem met voetballen maar bij wijze van he, zulke dingen. En daar gaat ie, maar over de Here Jezus praten en over wat hij nog gaat doen, praten, dat kan niet.
Overwinnaars, die worden daarvoor beloond, die worden bekleed met witte kleren en die krijgen een hele speciale behandeling. Daar kom ik later nog wel een keer op terug.
Dan de tweede gemeente van vanmiddag: Filadelfia, broederliefde betekent dat. dat wist u al want die naam Filadelfia komt overal voor. Schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia. De heilige, de waarachtige. Filadelfia. Gij hebt kleine kracht maar gij hebt mijn woord bewaard. Mijn tweede punt van vanmiddag. Het eerste punt was alleen maar leven he? Uitstraling, leven, werkelijkheid, echt zijn, puur zijn.
Tweede punt is: Mijn woord bewaren. Een gemeente hier op aarde, voor de Here Jezus, met als doel om Hem te vertonen, om Hem omhoog te duwen, om voor Hem te leven, dat is een gemeente waar Zijn woord bewaard wordt. Dat betekent, concreet, dat wij deze bijbel, en ik wil het niet te moeilijk maken, want er komt idioot veel op u af. Want ja, wat is dan de bijbel en wat moet je wel en wat moet je niet en moeten er niet wat stukjes bij en moeten er niet wat stukjes af. En zo gaat ie, weet u wel, en het gaat maar door. De Here Jezus zei: “Ik heb u gezegd wat ik gehoord heb.” Hij is namelijk het Woord. In de beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dat Woord is vlees geworden. Ja maar u kunt toch niet zeggen dat deze bijbel, dat dat hetzelfde is als het woord Logos zoals dat in Joh. 1 is gebruikt. Dat zeg ik ook niet. Maar ik ga u wel zeggen dat er een synoniem is, een verbinding is. En de Here Jezus noemt zichzelf het Woord. Dit is de openbaring van Jezus Christus. Dit, die bijbel die u hebt. En u weet, al van hoe vaak, dat de duivel probeert om elk stukje fundament onder uw voeten weg te schoppen. En natuurlijk gaat het dan over de bijbel. Die is dan niet echt, die is dan niet betrouwbaar en je kunt vandaag ook niet meer biblicistisch zijn, ik citeer een paar uitspraken uit Trouw, je kunt ook niet meer fundamentalistisch zijn, je kunt dit niet meer, je kunt eigenlijk niets meer. Het enige en het beste, zo komt het er bijna uit, is dat je duizend vraagtekens hebt. Dat is in. Dat je alles ter discussie stelt en dat je zegt: “Ja, ik weet het ook allemaal niet meer zo zeker. Ik heb vroeger ook wel zekerheden gehad en ik heb die zekerheden ook geventileerd maar nu…” Daar gaat ie. Nu, ik wil zo graag helder hebben lieve broeders en zusters dat de zondeval begonnen is met een vraagteken. Is het ook dat God gezegd heeft? Zo is het begonnen en zo gaat dat nog. “Want zijn gedachten”, zegt Paulus, “zijn ons niet onbekend.” We weten eigenlijk precies wat zijn tactiek is. Is het ook dat God gezegd heeft? Zou je nu eens willen zeggen, voor jezelf hoor, ik hoef het antwoord ook niet want ook daarin heb ik de boekhouding weer niet. Van: “Ik geloof dat de bijbel het woord van God is en dat ik uit dit prachtige boek van God de Here Jezus kan leren kennen. Niet alleen tot bekering kan komen, dat kan misschien ook, maar ik kan wel erachter komen Wie Hij is, hier.” En de gemeente hier op aarde bewaart Zijn woord.
Een gemeente op aarde, Hem verhogend, Hem etalerend, is een gemeente vol leven. Geen vorm, geen dode vorm, leven, echt. En een gemeente hier op aarde bewaart Zijn woord, houdt het woord van God hoog. En ik vind het fantastisch dat in de dagen van Luther en Calvijn dat woord “sola scriptura” weer genomen werd, verkondigd werd. Alleen het woord, alleen de schrift. Geen toevoegingen. Geen extra dingen die te maken hebben met rituelen, met “Draus und Drangs” (?), maar het woord van God, alleen het woord van God. Sola, alleen het woord van God. Daar moeten we ook weer aan. Want wij worden vandaag als wijzen aangesproken. Ja, vroeger had je van die domoren die geloofden dat de bijbel van kaft tot kaft waar is. Maar ja, die hadden ook geen, ja die hadden geen MAVO in die tijd. Sorry hoor dat ik het een beetje sarcastisch zeg maar zo ongeveer. Maar nu, nu we allemaal ja, groep 1 t/m 8 gehad hebben, nu weten we allemaal beter. Want we hebben nu, ja nu hebben we veel en veel beter onderwijs. Jonge, jonge als ze nu groep 8 gehad hebben dan zijn ze mondig man. Dan gaan ze gelijk trouwen bijna, zo mondig zijn ze al. Ze weten alles en ja, nu kun je dit verhaal niet meer verkopen. Dat is natuurlijk te simpel. Sorry, maar zo is het wel ongeveer. Ik sla natuurlijk een beetje door. Maar zo ligt het. Wat is de bijbel voor u. Iemand zei: “Dat is het boek van God.” En ik wil met uiterste eerbied het boek van God gaan bekijken. Ik heb u in ander verband misschien in studies wel eens iets verteld over een ervaring die ik had. Toen was ik nog tamelijk jong als spreker. Ik had gesproken in een tent, een evangelisatietent en er was iemand die had interesse getoond. Nou, dan ben je blij he, want…. Naam opschrijven telefoonnummer, afspraak maken, er naar toe. Dus ik er ook naar toe. Ik kwam bij die meneer in huis, hij was alleen, en nou, dat ging ook heel leuk, ging heel gezellig, zijn vrouw had een pot koffie neergezet, enfin, het ging super. Totdat het moment dus kwam dat we over de dingen van de Here Jezus gingen spreken, daar kwam ik voor per slot. En ik pakte mijn bijbel en ik wou mijn bijbel opendoen en ik wou iets gaan lezen. Hij zei: “ho, ho, ho, ho, ho.” En toe schrok ik, ik denk wat krijgen we nu, want daar kwam ik juist voor. Hij zegt: “Nu gaat u het woord van God openen, laten we eerst bidden.” Nou, ik kreeg hem he, u voelt het he. Ik dacht ik heb een klant voor de Here, ik zal hem eens even bekeren, ik zal hem eens eventjes vertellen wat er gebeuren moet. Maar ik kreeg hem. Dat stukje respect he, eerbied voor het woord van God. We hebben een goed gesprek gehad. Anders dan ik had gepland maar het was fantastisch. Maar u dan? Here God U spreekt. En als U spreekt zegt u tegen Mozes: “Doe jij je schoenen maar van je voeten.” En als U spreekt Here God, zegt u tegen Jozua, een paar jaar later: “Doe je schoenen maar van je voeten.” En wij, we smijten dit boek van God in de hoek , we doen ermee wat we zelf willen. En we zeggen met professor A: “Nou ja, dat laatste bijbelboek dat kun je er wel uitscheuren.” En met professor B die allerlei evolutie-achtige dingen zegt:: “Dat eerste bijbelboek kun je er ook wel uitscheuren.” En er zijn ook nog professors D en E en F en G en I en J en K en L en KLM is er ook nog geweest weet u wel, en je ziet ze vliegen he, je ziet ze allemaal: de hoofdstukken vliegen weg. Verre bestemmingen, allemaal zwaanzinnige aanbiedingen.
Het woord van God. Een gemeente hier op aarde, levend voor de Here Jezus, wachtend op de komst van de Here Jezus, houd het woord van God hoog. Dat is een gemeente met leven en dat is een gemeente met eerbied voor het woord van God. In Filadelfia gaat het nog verder. Een gemeente hier op aarde is een gemeente, het bevel bewarend om Mij te blijven verwachten. Dat stond hier in dit stukje. Dat betekent dat dat een gemeente is die uitziet naar de komst van de Here Jezus. En we hebben al eerder naar elkaar gezegd: Ook dat is weggeëbd. Zelfs daar waar de komst van de Here Jezus altijd op de agenda stond. Zelfs daar is het weggedrukt. De maranathaboodschap. Ja, he, maranatha, Jezus komt, je hoeft toch niet altijd over de komst van de Here Jezus te praten. Nee, dat hoeft ook niet, als u het maar doet. Ik hoop van harte dat we elkaar goed begrijpen. We zijn hier begonnen, hier, om te vertellen dat de Here Jezus spoedig terugkomt en dat de maranathaboodschap verkondigd moet worden. Dat er verteld moet worden van de komst van de Here Jezus. Daarin zit opgesloten, een enorm stuk profetie over Israël. Komt nog hoor, dat is niet in dit hoofdstuk aan de orde, maar het komt wel in hoofdst. 7 en zo aan de orde, heel nadrukkelijk. Heel nadrukkelijk. Maar het gaat om de komst van de Here Jezus. Maar een gemeente hier op aarde die getuigenis is voor Hem, waar de Here Jezus openbaar wordt, het is immers openbaring van de Jezus Christus, is een gemeente, uitziend naar Hem, bezig met zijn komst. Ja, dat is weg. Dat zijn de hobbyisten, die hebben dat nog. Die hebben een soort tic meegekregen van en ja, daar zitten ze nog wat mee, weet je wel, zo ongeveer gaat het. Nee, het is echt, het is veel erger dan u vermoed. En als u vandaag over de komst van de Here Jezus wilt vertellen, dat zei ik zopas, maar dat zeg ik nog een keer, dan hebt u het probleem bij u, vlak bij u. Maar goed, even los van de reactie van anderen, van wat men zegt. Maar jijzelf dan, wacht je nog op de Here Jezus? Het bevel bewaren om mij te blijven verwachten.
Ik heb hier een paar keer iets geciteerd uit het boek Hooglied, maar als je nu zelf echt naar iemand verlangt, of het nu je moeder of je vader is of je dochter is of je zoon is, en iemand zal zeggen: “Ik kom, ik kom heel spoedig”, wat doe je dan? Nou, de deur openzetten. Omgekeerd is het ook zo. Weet u dat? Bij God bent u altijd welkom. En als u bij God vandaan geëbd bent, door wat voor reden dan ook, dan mag u terug komen. U bent welkom. Vroeger raakte mij het verhaal, dat stond later ook in het boekje van Floyd McClung, “Het Vaderhart van God”, maar het verhaal was al veel en veel ouder, van een jongen die was bij zijn vader en moeder weggelopen. Hij vond dat hij het in de grote stad maar eens moest proberen. Heeft hij gedaan, hij komt ook, net als de verloren zoon, op de één of andere manier tot de conclusie: Dit is het ook niet. En hij zegt: ‘Ik wil wel terug.” Hij schrijft een briefje van: Ik wil wel terug, maar eigenlijk ben ik bang dat u negatief reageert. Eigenlijk ben ik bang dat u me niet eens wilt. Zou u nu in die lindeboom die achter in onze tuin staat, schreef die jongen aan zijn vader, een wit lint willen binden. Want als ik met de trein kom, en ik rijd met de trein het dorpje binnen, dan kan ik net die lindeboom zien. En dus ook dat lint zien. Dan weet ik zeker dat ik welkom ben. U kent het verhaal dus he. Die vader denkt: Weet je wat ik doe, ik ga naar de winkel en ik koop alle linten die maar te vinden zijn. Hij heeft aan elke tak 3 of 4 linten gebonden. Die hele boom was wit. Die trein die dendert daar langs en die jongen die ziet dat. Meer dan welkom. Nou, dat is God. Zo is God, zo is de Vader. Zo is onze Vader. Hij houd van ons en Hij wil dat we graag bij Hem komen. Maar nu het omgekeerde. Is de Here Jezus ook welkom bij jou? Heb je ook, ja ik weet niet hoe ik het dan zeggen moet, linten in je haar of, ik heb ook niet zoveel haar meer, maar bij wijze van he. We kunnen ons dat best voorstellen. We kunnen ons e vraag stellen: En hoe tonen wij dan dat Hij bij ons welkom is. Nou ja, op de één of andere manier. Ik weet niet, dat zal met zo’n lint in de lindeboom niet gaan maar het gaat wel met iets anders. Het gaat wel met: Here Jezus, maar we wachten op U, U bent gewoon welkom. We houden van U en U mag komen en U bent voor 100% welkom bij ons. Het bevel bewaren om Hem te blijven verwachten. Dat is de komst van de Here Jezus. Dat zijn maranathachristenen. Dat zijn mensen die verlangen naar de komst van de Here Jezus. Nu, dat zegt de Here Jezus. En mensen die zo leven, die worden bewaard voor de ure der verzoeking. Aha, maar dit is even een theologische spitsvondigheid, want nu krijgen we een probleem. Want u wilt toch niet zeggen dat wij niet door de grote verdrukking gaan. Dat kun je niet waarmaken want professor A zegt dat dat wel zo is en professor B zegt dat het ook zo is. Nou, daar gaat ie. En ik ken die discussie al een paar jaar. Ik wil niet eigenwijs doen, maar ik wil zo graag vertellen lieve broeders en zusters dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaat. Ik ben aan de beurt om hier te spreken vanmiddag, ik kan er ook niets aan doen, maar ik denk dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaat en ik denk dat ik de schrift aan mijn kant heb. En dit is één van de teksten die daar op duiden. En u zegt: “Ja, maar u kunt die hele theorie en die hele theologie toch niet koppelen aan die ene tekst: Omdat u het bevel om Mij te blijven verwachten zal ik u bewaren voor de ure van de verzoeking. Daar kun je toch niet die hele theorie aan ophangen. Aan één zo’n tekst?” Nou, al was het een halve tekst. We hadden eerst toch vastgesteld dat het woord van God hoog werd. U hebt met een halve tekst genoeg, aan één woord. “Leef” zei de Here Jezus, en ze leefden. Eén woord. Dus we hoeven niet het aantal woorden te meten. Bovendien is dit ook niet de enige tekst, echt niet. Er zit veel en veel meer. Dat hoop ik aan de hand van ditzelfde bijbelboek uit de doeken te doen. Echt waar. Er is veel meer houvast om te stellen dat de gemeente, dat u en ik, niet door de grote verdrukking gaan. Nou dat was een pak van m’n hart. Ik dacht: De grote verdrukking moet eerst komen en dan verwachten naar de komst van de Here betekent in feite: Here kom maar met die prut, kom maar met die ellende, kom maar met die narigheid. Ja, dat was toch zo, dat is toch eerlijk? Hoe kun je nu blij zijn als je denkt: Ja, maar dan moet eerst die grote verdrukking nog komen. 666, kopen en verkopen kan niet meer en vervolging. Nou, toestanden. We kunnen best vervolging krijgen. Ik zeg niet dat we geen vervolging meer krijgen. En feitelijk is dat nog wel zo. Maar wachten op de komst van de Here Jezus en dan eigenlijk bidden om de grote verdrukking, want ja als ik daar door ben, dan ja, nou. Bent u dan nog blij, verwacht u dan de Here Jezus en verlangt u naar de Here Jezus. Nooit één keer, daar geloof ik niets van. Nou, I’m sorry, ik wil heel eerlijk zijn. Maar dat staat er ook niet. U en ik gaan naar de Here Jezus. Die grote verdrukking geldt niet voor ons, die geldt voor mensen die niet wilden. U bent ook door de druk tot bekering gekomen. U zegt: “Ja, ik niet hoor, nee hoor.” Ik ben er eigenlijk zeker van dat iedereen door de weg van een diepte, door welke weg dan ook, op de één of andere manier tot God gebracht werd. Op de één of andere manier door lijden heen. Of omdat je de zondenlast ging voelen zoals je die nog nooit gevoeld had, dat kan ook, want dat is ook een druk hoor, dat is een enorme druk. Maar door de druk heen bent u bij de Here Jezus gekomen. Nou dat gaat met Israël straks ook zo. Israël wordt dwars door de druk heen tot God gedreven. Ik had een toespraak over Hosea van de week, ik kom nog eens elders, en in Hosea, ik wil die tekst wel even opzoeken, Hos. 5:15: “Ik zal wegnemen zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats”, (zegt de Here), “totdat zij”, (Israël), “totdat zij zich schuldig gevoelen en Mijn aangezicht zoeken. Wanneer het hun bang te moede is zullen zij verlangend naar Mij uitzien.” Dat, dat is die druk, dat is die moeite, dat is die spanning waar ze doorheen moeten. En dat gaat straks gebeuren. Maar u bent toch bij de Here Jezus. U bent toch door één of andere druk door de Here Jezus…. Moeilijke dingen in uw familie, moeilijke dingen uw zaken, moeilijke dingen in uw jeugd, moeilijke dingen, welke moeilijke dingen dan ook. Maar het is altijd een soort drukmiddel van de Here. En daardoor worden we tot God gebracht. “Ik heb u in deze vreselijke woestijn gebracht”, zegt de Here van Zijn volk Israël, “om u”, (ten laatste wel te doen?) maar, “om u te leren kennen wat in er in uw hart was. Opdat gij zoudt weten wat er in uw hart is. Ik heb dat middel kennelijk nodig voor jullie.” Nu, u en ik worden bewaard voor de ure der verzoeking die over het hele aardrijk komen zal. Wordt u daar niet blij van? Ja, hoeft niet, u zegt toch niets. Eigenlijk moeten we in koor zeggen: Yes. Er is een verschil he, in mentaliteit van mensen. Ik zou spreken in Detroit, in een blanke gemeente. Dat kon niet want er was van alles mis, maar toen mocht ik nog wel spreken in een zwarte gemeente. Dat heb ik gedaan. Ik vergeet het nooit weer. En als je zoiets zei, ja toch, nou, ze stonden op de bank man. En op een bepaald moment denk je van: Nou ik moet nier meer vragen stellen, ik moet geen vraagtekens meer hebben aan het eind van mijn zin want dan krijg ik, ik kom niet verder. Maar het verschil he, het verschil in mentaliteit gewoon. Nou ja, dat is prachtig, dat is schitterend. Vooral als je dat voor het eerst meemaakt is dat natuurlijk super. Maar wij zitten heel….. Ja, ok, u blijft mooi zitten, u hoeft niet op de bank te staan u hoeft ook niet te roepen u hoeft van dat alles niets. Maar u hoeft niet door de grote verdrukking. Want u gelooft in de Here Jezus en Hij komt, Hij komt u voor die tijd halen. En u mag uitzien naar Hem, u mag wakker zijn om Hem te ontmoeten. Dat is maranatha, dat is de boodschap van de Here Jezus. Hij komt, en dan moet dat verteld worden. En waarom dit nu wegebt, waarom dit nu weggaat uit de prediking, weggaat uit christelijk Nederland, ik weet het wel, want de duivel zegt: “Je moet niet over Jezus praten, je moet het over mij hebben”. Natuurlijk zal hij niet zo eigenwijs zijn om te zeggen: “Je moet het over de duivel hebben”, daar heeft hij andere namen voor. Nou ja, Fortuyn of wat anders. Kan me niets schelen hoe u denkt. Nee, daar komt toch altijd iets. Ja lees Hosea nog maar een keer, Hos. 5. En als je ziek bent dan ga je naar koning strijdlust zegt Hosea. Nou, daarmee zijn ze bezig. Iedereen is hardstikke ziek in Nederland, iedereen is hardstikke ziek en iedereen zoekt een oplossing. Ze gaan bij koning strijdlust hun heil zoeken. Nou, dat gaat ook fout hoor, dat kan ik u verzekeren. Het gaat me niet om de politieke kleur maar ik heb me wel….. Maar, nee maar de Here Jezus, de Here Jezus, het gaat om Hem, we moeten bij Hem zijn, Hij is de oplossing, Hij is het antwoord, niemand anders, verlangen naar Hem. En de Here zegt: “Ik zal u bewaren voor de ure der verzoeking die over het hele aardrijk komen zal. En Ik zal u maken tot een zuil. Ik wil je eren, Ik wil je neerzetten in de toekomst als een bijzonder iemand.” Zoals er in de tempel twee zuilen stonden Boaz en Jachin en hoe ze daar als het ware stonden als pilaren als monumenten. “Zo”, zegt de Here, “zal ik je neerzetten, straks in de toekomst, Ik zal op je schrijven, de naam van God, de naam van de stad van mijn God en Mijn nieuwe naam.” Schitterend, inscripties erop, daar sta je dan. Gelovigen, wordt wakker. Gelovigen, leef. Gelovigen, laat zien dat je leven hebt. Dat daar in je iets bruist. Dat daar in je iets is van de Here Jezus. Hij is het. Gelovigen, houdt het woord van God vast. Gelovigen, wacht op de Here Jezus. Gelovigen, Ik ga je belonen. Niet door de grote verdrukking maar een zuil in de tempel, dat is je doel. Een prachtige, schitterende bemoediging voor ons, voor de gelovigen. En waarom wil de duivel dit nu niet. Omdat hij niet wil dat de Here Jezus eer krijgt. Dat moet allemaal gedimd worden. Dat moet allemaal naar beneden. Hij wil de mens omhoog krikken of zichzelf. Maar, nog een keer, hij zal nooit zichzelf noemen. Hij gebruikt daar een omweg voor. Een politieke omweg, een economische omweg, een religieuze omweg, altijd wat anders. Hij gaat altijd iets anders neerzetten en dat heeft alle aandacht. Nou, heel Nederland is twee weken helemaal van slag geweest vanwege de verkiezingen. Denkt dus niet aan de komst van de Here Jezus. Een beetje te cru, maar ik zou zo graag willen dat we gaan zeggen: “Ja, maar we moeten het niet van iemand verwachten, we moeten het van Hem verwachten, van de Here Jezus.” En ik hoop dat u dat wilt. Dat u opnieuw gaat zeggen: “Dank U voor hoofdst. 3 uit het boek Openbaring. Dank U dat U ons bemoedigen wilt, dat U ons opnieuw die maranatha-impuls geven wilt, opnieuw wilt blij maken.” Want dit is alleen maar vreugde, is alleen maar bemoediging, is echt zo. Het enige wat de Here van je vraagt is: Als je Hem in de gaten houdt dan gaat het goed. En ik zeg erbij, Hij houdt jou in de gaten. En Hij houdt van je en Hij is bij je, Hij is om je, Hij is in je en Hij wil heel reëel zijn voor je. En de duivel zegt: “Slapen, slapen, slapen.” En de Heilige Geest zegt: “Nee, wakker worden.” Want dan zie je Hem, dan ervaar je dat ook dat Hij voor je is, bij je is, steunend, liefhebbend, omringend. Hij is bij je. Hij zal je nooit in de steek laten. Hij gaat je helpen dwars door alles heen. Laten wij maar op Hem wachten. Amen..