Openbaring 3 : 14 – 22

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 6. Zie ik sta aan de deur en ik klop.

Openbaring Bijbellezing door Dato Steenhuis,
24 maart 2002.

Twee weken terug kreeg ik van iemand van u wat men noemt een reactie of, zoals dat vandaag misschien wel heet, een interactie. En zeker alvast de preek voor over twee weken voor je uitgeschreven en hier heb je hem. En brief:
“Lieve Heer, het spijt ons dat u zondag op zo’n vreemde dag hebt gesteld. Ziet U, het zit zo: We zouden graag veel beter en geregelder naar de kerk kunnen gaan als U een andere dag had uitgekozen. Nu is het juist die dag die volgt op een week van hard werken. Meestal zijn we dan erg moe en willen we graag wat uitrusten. Bovendien gaat er juist ook nog een zaterdag aan vooraf. We knutselen dan graag aan de auto of we hebben van alles te doen in de tuin. ‘s Avonds gaan we dikwijls uit of we krijgen bezoek. Van vroeg naar bed gaan is dan geen sprake. Laat staan van vroeg opstaan. Verder valt het ons op dat het juist ‘s zondags vaak koud en guur is of dat het regent. Is het een keer mooi weer, ja dan gaan we naar het bos en duin. ‘s Zaterdags komt daar niets van. Ziet u Heer, we schrijven U dit omdat we graag willen dat U de zaak ook eens van onze kant bekijkt. Het is echt niet onze schuld of onwil dat we niet zo regelmatig in de kerk komen, behalve dan 1e Kerstdag. Ook weten we wel dat wij en onze kinderen het nodig hebben. We willen alleen maar zeggen dat het wel eens moeilijk is op zondagmorgen. We hopen dat U ons zult begrijpen.

Lezen: Openbaring 3:14-22

Het is de openbaring van Jezus Christus. Iedere keer beklemtoon ik dat heel nadrukkelijk, het gaat om Hem. Openbaring van de Here Jezus, onthulling van Hem, zodat Hij zichtbaar wordt. Daar gaat het om. En dat is bedoeld voor de gelovigen. Natuurlijk heeft iedereen die interesse heeft hier, een hartelijk welkom gehoord en u bent welkom. Ik hoop alleen dat u de Here Jezus leert kennen en verlangen krijgt om nog meer van Hem te zien want Hij is zeer, zeer te prijzen en buitengewoon.
De Here Jezus, openbaring van Jezus Christus. Gelovigen krijgen de Heilige Geest in hun hart, dat is een beetje een moeilijke term voor iemand die dat niet weet. Als je met je schuld tot God gaat en je zonden aan de Here God belijd en gelooft dat de Here Jezus voor jouw schuld en voor jouw zonden aan het kruis gestorven is dan gaat de Heilige Geest in je wonen en ja, dan heb je ook het vermogen, de capaciteit om de dingen van God te begrijpen. Het zijn dus geestelijke dingen die je met dat geestelijke, dat nieuwe verstand mag en kunt begrijpen.
In het boek Openbaring gaat het in z’n totaliteit over Hem. Het is dit hele laatste boek waarin het alleen uitsluitend gaat over Hem, over de Here Jezus. En we roepen al ik weet niet hoeveel zondagen: “Het is om die reden waarschijnlijk dat de duivel zijn uiterste best doet om dit boek gesloten te houden. Om dit niet openbaring te doen zijn maar meer gesloten, gedimd te doen zijn.”
We hebben dit nodig in onze dagen. Dit zal ook vandaag opnieuw blijken uit dit stukje. Nu kennen we dit stukje Laodicea misschien heel goed en we zijn misschien wel eens, ja, om de oren geslagen met dit stukje. Van: Hoe zit het met jou en hoe denk je erover, waar sta je, hoe sta je. En ik begrijp dat. Ik ken zelfs gedachten, en dat zijn echte uitleggedachten, dus van schriftuitleggers, die dit stukje al, ja eigenlijk buiten de gemeenteperiode hebben geplaatst. Die hebben gezegd: “Dit is niet voor de gemeente, dit is voor wat er daarna nog komt. Nou, ik ga daarin niet mee hoor, echt niet, want ik geloof beslist dat dat voor ons en voor onze dagen bedoeld is.
Schrijf aan de engel van de gemeente te Laodicea. Nog niet zo lang geleden was ik daar, samen met een hele groep mensen. En één ding heb ik toen in elk geval begrepen, Laodicea, daar is gewoon niets meer van over, maar dat ligt vlak bij Pamukkale (ik weet niet hoe je dat in het Turks zegt). En daar in Pamukkale daar zijn hete bronnen, geneeskrachtige bronnen. En daar zijn ook van die baden waarin je je in kunt, ja, heerlijk in kunt koesteren of wenden of draaien zoals, nou ja, niet zoals varkens in de modder, maar ik bedoel waar je heerlijk op verhaal kunt komen. Je moet er flink voor betalen dus het is meer waard dan modder kennelijk. Hele horden mensen gingen daar naar toe vroeger en gaan daar nog naar toe. Nu proberen ze dat wat uit die bronnen op komt, om dat een beetje ja, in reservoirs, in bakken te krijgen zodat het ook een beetje bewaard blijft of gekanaliseerd wordt. Vroeger liep dat gewoon weg. En dan krijg je daar die typische krijtachtige partijen, het lijken wel rotsen waar kalk op een bepaald moment achter blijft en waar je een prachtig schouwspel krijgt. Dat is echt wereldberoemd geworden daar. Waar het me nu om gaat is het volgende. Dat water dat loopt naar beneden en als het z’n kalk al een beetje kwijt is en ander geneeskrachtig spul kwijt is dan komt het uiteindelijk zo’n beetje uit, vanzelf, bij Laodicea. Daar lag Laodicea. En de hete temperatuur, de warmte was inmiddels weg. De geneeskrachtige stoffen die waren of verdampt of die waren achtergebleven in welke vorm dan ook. Wat er over bleef dat was een stroompje van lauwheid. En dan krijg je ineens door waarom Johannes dit schrijft. Die mensen die hebben dit toen ongelofelijk goed gesnapt. Als het lekker warm geweest was dan was het een geneeskrachtig bad geweest. Was het koud geweest, dan had het als drinkwater kunnen fungeren en dan had je er ook wat aan. Maar nu het noch koud, noch heet is, als je het nu gaat proeven dan spuw je het weer uit, dan ga je dat uit je mond spuwen. Dat is precies de taal die hier gebezigd wordt. Technisch, gewoon daar, ter plekke, technisch te snappen, te begrijpen. Het is nergens geschikt voor. Gewoon om weggegooid te worden. En dat gebeurde daar dus ook. Nu wordt de gemeente te Laodicea, aan wie deze brief is gericht, die wordt eigenlijk aangesproken. Nog een keer, let op, ook deze brief kwam in Efeze en dat wat van Efeze staat kwam ook in Laodicea. Dit hele pakketje, al die zeven brieven, plus alles wat nog komt, dat was één bundel, één pak informatie, dat werd als compleet geheel gestuurd naar die zeven gemeenten. Dus alles wat er staat, nog komt, maar ook stond dat is ook aan Laodicea gestuurd. Maar goed, Laodicea wordt aangesproken en die mensen daar die snappen heel goed wat Johannes door de Geest van God mag schrijven. Ze hebben dat heel goed begrepen. Het probleem in Laodicea was toen al, dat zij een beetje zelfgenoegzaam waren. Rijk en ze zijn verrijkt, hebben ze zelf gedaan, en ze hebben eigenlijk nergens behoefte aan. Het is gewoon goed. En dat is een bijna fatale houding van een gemeente. We hebben alles, bij ons is alles in orde, we hebben geen problemen, we hebben het goed in de kaart, we hebben het gewoon goed geregeld, we hebben goed management. Ja, alles is er. Gaven, muziek, zang, organisatie loopt perfect, enfin, rijk. En we hebben bovendien, ja, wij, wij zitten goed. Wij hebben het geloof, wij hebben het bijzondere van het positieve denken meegekregen. Sorry hoor voor mijn kleine uitstap naar. Maar wij hebben dit allemaal meegekregen en we zitten gewoon goed. Zelfgenoegzaam. En uit de brief blijkt dat de Here Jezus buiten staat, maar daarover straks.
Het kan zijn dat er bij ons, nadat we tot geloof gekomen zijn iets binnenkomt van: Nou, we zitten goed. We hebben een polis voor de toekomst, we hebben op aarde nog aardige diensten, we zingen nog leuke liederen. En ja, de harmonie is ook behoorlijk goed, de sfeer onderling, drinken koffie, bij speciale gelegenheden zelfs koffie met cake. We zitten gewoon goed, we hebben gewoon alles voor elkaar, alles is in orde. Een beetje: Wij zitten goed. Komt nog niet over misschien. Je kunt je namelijk af gaan zetten tegen en kunnen kijken naar wat er ginds niet goed gaat of daar helemaal fout is en dan op hetzelfde moment jezelf een brevet van bekwaamheid opplakken van: En wij doen het nog goed, de Here God mag nog wel dankbaar zijn dat er nog zo’n spul in Veenendaal is, want als dit er niet was dan was er helemaal niets meer. Zo ongeveer. Heb ik het nu nog weer anders gezegd? Maar dat is ook zelfgenoegzaamheid: Here God, het is maar goed dat wij er nog zijn, want stel je voor zeg. Maar die, en dan praten we over…. Het is natuurlijk ongelofelijk makkelijk om naar de ander te wijzen en je op hetzelfde moment zelf een beetje omhoog te vijzelen, over de rug, over het foutieve van andere heen. Nu, zelfgenoegzaamheid is een hele fatale situatie. Zelfgenoegzaamheid in het bedrijfsleven leidt tot faillissement, daar kun je echt op wachten, daar kun je de klok op bijzetten, dat duurt niet meer zo lang. Als de leiding van een bedrijf niet meer kritisch is, niet meer zelfkritiek heeft en niet meer alert is op ontwikkelingen op dingen die gebeuren, geen signalen meer opneemt en toepast, nou dan gaat het niet goed. En in de kerk is dat precies zo. Nu gaat het niet om management, het gaat niet om zakelijke insteken, maar het gaat om een principe, een beginsel. En hier wordt gezegd: “Ja maar dit, dit klopt van alle kanten, dit is gewoon goed, dit zit in elkaar zoals het moet.” En de Spreker zegt, en dat is de Here Jezus Zelf, Die eigenlijk tussen die kandelaren wandelt en Die die zeven sterren in Zijn rechterhand heeft, Die zegt: “Maar het is helemaal niet zo, je hebt niet eens door dat je arm en blind en naakt en jammerlijk bent, je hebt het niet eens door. Je zit jezelf gewoon iets goeds aan te praten terwijl je het niet hebt.”
Even vooruit lopend. Er was een kerstdienst in Deventer, ik heb het vorige week geloof ik in “Het Brandpunt” verteld, maar het is echt gebeurd. Meneer gaat er naar toe, kerstavond, zoekt naar de Here Jezus. Komt bij de kerk, iemand loopt uit de kerk naar hem toe en zegt: “Ga maar niet naar dat zooitje toe want dat is waardeloos daar.” Die meneer was dronken, was niet goed helder. “Nou waarom dan?” “Nou, ze hebben mij er net uitgesmeten.” Hij denkt: Kan ik me iets bij voorstellen als je dronken bent. Maar het probleem was dat hij daar naar de kansel was gerend terwijl het koor zich gereed maakte om een mooi kerstlied te zingen in ruisende gewaden. Hij was op die kansel geklommen en had geroepen: “Waar is mijn moeder, ik ben op zoek naar mijn moeder.” Ja dat past niet in dat geheel dus hij werd met zachte en dwingende hand eruit gebonjourd. Hij stond buiten, net toen die meneer die op zoek was naar de Here Jezus, naar binnen wilde. Hij heeft de Here Jezus ook niet gevonden daar. De volgende dag is hij van pure ellende alle stations van Nederland afgereisd om zichzelf een gelegenheid te geven om onder een trein te kruipen. Dat is ook niet gelukt. De dag daarop heeft hij de Here Jezus leren kennen omdat hij een traktaatje in handen kreeg waar mijn telefoonnummer toevallig op stond. Ik wil alleen maar zeggen: “Je kunt wel een prachtige dienst hebben en alles tot in de perfectie regelen. En je kunt het idee hebben: Na maar dit is klasse. Muziek, puik, bovenste plank.” Is dat het? Kun je dan niet toch nog blind en jammerlijk en arm en naakt zijn. Even heel eerlijk. U bent misschien allang op ziek naar meer van de Here Jezus. Hoort u het ook of moet u constateren: eigenlijk ben ik nog een beetje arm, blind, jammerlijk, naakt, ik heb eigenlijk niets, nauwelijks houvast. Hoe vaak hoor je niet dat mensen niet meer van de Here Jezus horen, geen voedsel krijgen. De organisatie kan nog steeds perfect zijn. En het verhaal, ook vaak verteld, van iemand die in een kerk kwam in schamele kledij en er ook uitgewerkt was en op de stoep zat want hij wilde toch nog graag dingen beluisteren die daar gezegd werden en bezoek kreeg, naast hem ging nog iemand zitten: “Wie bent u dan?” “Ja Ik ben Jezus.” “O ja?” “Ja, ik wilde ook graag naar binnen maar ik mag eigenlijk ook niet.” Met z’n tweetjes op de stoep. Het is een oud verhaal. Maar hoe gaat het met u dan? Het kan zo perfect zijn. Het kan allemaal geregeld zijn zonder dat het leven is, zonder dat het echt is, zonder dat het puur is, zonder dat het echt mooi is.
Nu, Laodicea kan in de gemeente voorkomen. Nog sterker, het komt in de gemeente voor. De opwekking van 1800 heeft veel bewerkstelligd. Heel erg veel. Maar de resultaten zijn ook geweest dat er weer een stroming is van: Je moet bij ons zijn, wij hebben het, de rest heeft het niet, wij hebben het. De arrogantie, zelfgenoegzaamheid, de alleen zaligmakende kerk. I’m sorry, ik wil niet zeer doen. Alleen zaligmakende…. die club? Ja. Zijn ze dan niet trouw in het woord van God? Jawel, maar de arrogantie slaat op hetzelfde moment toe. Ik wil geen kritiek hebben. O.k. ben blij met elk gezelschap waar de Here Jezus gepredikt wordt en waar het woord van God hooggehouden wordt. Ik ben ongelofelijk dankbaar dat er vele, vele kerken zijn waar dit nog gebeurt. Ik ga niet schoppen maar ik wil waarschuwen voor de arrogantie. Ik wil waarschuwen voor onszelf voor one eigen gedrag. Ook wij lopen gevaar. Ja, maar wij weten het, wij zijn maranathachristenen, wij hebben het. Die anderen snappen er helemaal geen ene biet van. Zeg kom, die weten niet eens dat de Here Jezus komt voor de Gemeente, hakkelen alles door elkaar. Ook arrogantie. Even fout. Mag je dan niet over deze dingen praten. Ja zeker, je moet er zelfs over praten. Maar vanaf het moment dat het tot arrogantie, tot zelfgenoegzaamheid leidt, ben je over een grens gegaan. Laodicea waarschuwt voor die grens. En die grens die is er. En de Here zegt: “Ik raad u aan, Ik zal je een advies geven.” En dat advies, lieve broeders en zusters, heeft te maken met drie elementen. “Ik raad u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is. Witte kleren, opdat gij die aandoet en de schande van uw naaktheid niet zichtbaar wordt. En ogenzalf om uw oogleden te bestrijken.” Dat staat allemaal in vs 18.
Goud dat in het vuur gelouterd is. “Ik raad u aan.” Jullie kunnen zeggen dat je rijk bent en dat je jezelf verrijkt hebt en dat je aan geen ding gebrek hebt. Maar de Here zegt: “Ik raad je aan om goud van Mij te kopen dat in het vuur gelouterd is opdat je rijk wordt.” M.a.w. De Here zegt: “Jullie zeggen dat je rijk bent maar jullie zijn het niet, jullie zijn in feite arm. Maar ik raad je aan iets te kopen waardoor je wel rijk wordt. Goud dat in het vuur gelouterd is.” Nou, ik waag een poging. Ik weet dat het misschien niet overkomt maar ik wil het toch proberen. Materialen in de bijbel betekenen iets. Sommigen van u zijn wel eens op tabernakelstudies geweest of hebben boekjes daarover gelezen, en weten dat koper iets betekent van onaantastbaar voor het vuur, niet in het oordeel omkomen. Weten ook dat zilver iets te maken heeft met verzoening, met de prijs die voor verzoening betaald is. Van het zoengeld, elke Israëliet, moet ik er tussendoor zeggen, elke Israëliet moest per jaar een halve zilveren sikkel betalen als zoengeld. De rijke niet meer, de arme niet minder. En van dat zoengeld werden vroeger dus die zilveren koppen gemaakt op die pilaartjes, werden zilveren voeten voor die planken van gemaakt, nou dat gebeurde allemaal, zoengeld. En dat zoengeld was nog in zwang toen de Here Jezus hier op aarde liep. Dat is ook het hoofdgeld waar u van leest in de evangeliën. Als Petrus bij de haven van Kapernaum komt dan komen daar kennelijk belastingkerels binnen en die zeggen: “Betaalt uw Meester het hoofdgeld niet?” “Ja natuurlijk”, zegt Petrus, altijd haantje de voorste, hij weet het precies. “Natuurlijk betaalt Hij dat.” De Here Jezus is hem voor als hij in zijn eigen huisje komt. Want Petrus woonde in Kapernaum, zijn schoonmoeder ook en de Here Jezus zelf ook. En daar zegt de Here Jezus: “Van wie eisen en van wie vragen de koningen eigenlijk belasting. Van hun eigen mensen of van vreemden?” “Ja van vreemden natuurlijk”, zegt Petrus, dat wist hij ook goed. “Nou”, zegt de Here Jezus, “dan zijn de eigen mensen dus vrij. Maar ga maar naar het water, neem maar een klein vishaakje aan een touwtje en gooi het er maar in. Eerste vis die je boven krijgt, doe zijn bek open, een zilveren munt erin, een zilveren sikkel, en betaal voor jou en voor mij.” Zoengeld, de Here Jezus betaalde voor Petrus. Het is subliem he, dat is nu typisch dat zoengeld van het OT. Een halve zilveren sikkel per hoofd, de arme niet meer, de rijke niet minder, of net andersom. Zoengeld, zilver. Zilver betekent iets in de bijbel. Goud betekent ook iets in de bijbel. Goud staat de hele bijbel door voor Goddelijke gerechtigheid. En dat is een hele moeilijke term. Dat kun je wel de zaal in slingeren, maar dat heb je nog niet uitgelegd. Goddelijke gerechtigheid, Gods gerechtigheid. Zal ik het nog een keer wagen, ik probeer het. Lieve mensen God is zo heilig dat Hij die ene zonde van jou niet over het hoofd kan zien, bestaat niet. Je kunt het wel verbloemen, je kunt het verdrukken, je kunt op alle mogelijke manieren proberen om er onder uit te wurmen, God kan die ene zonde van jou niet over het hoofd zien. God is te rein van ogen, te heilig om dit te doen en diezelfde God wil je heel graag vergeven. Nou dan zit je toch met een dilemma, dat kan toch niet anders, dan zit je toch ergens mee. Als God dan zo rein van ogen is dat Hij die ene zonde van mij niet over het hoofd kan zien en aan de andere kant een God is die graag vergeeft, daar zit toch iets paradoxaals in, daar zit toch iets tegenstrijdigs in, dat kan toch niet. Ja dat kan. Goddelijke gerechtigheid. Ja, maar hoe dan. Nou, die twee lijnen die komen op het kruis van Golgotha bij elkaar. “Daar schittert Gods gerechtigheid, daar straalt genadige verschoning”, zei een oude dichter vroeger. God heeft gezegd: “Hoe kan Ik nu heilig zijn en genadig zijn. Daar is maar één oplossing voor. Dat is dat Ikzelf de straf van die zonde op Mij neem.” Dat is gebeurd. De Here Jezus wilde jouwprut, jouw zonde voor God vereffenen. Dus God heeft die zonde niet over het hoofd gezien, Hij heeft je niet gematst. Hij heeft vereffening van schuld vereist. Waar is dat gebeurt? Op het kruis van Golgotha. Daar is God elf voor jou en voor jouwschuld en voor jouw zonden aan het kruis gestorven. En daar zegt God ik kan je vergeven. Ik kan je vergeven, Ik kan je alles vergeven wat je gedaan hebt. Daar is Gods genade zichtbaar, Gods gerechtigheid. En nu zegt hier die engel, dat is de Here Jezus zelf: “Ik raad u aan goud te kopen”, van Gods gerechtigheid sprekend, “in het vuur gelouterd.” Als een offer gebracht werd, een brandoffer, dan was dat offer zelf nog geen liefelijke reuk, dat was nog niet iets aangenaams. Dat moest nog aangenaam worden. Wanneer werd een offer nu aangenaam, wanneer werd een offer een liefelijke reuk. Nou, de bijbel zegt het precies. Als het geslacht was, als het in zijn delen gedeeld was en als het op het altaar in rook opging. Dan was het een liefelijke reuk voor God. Zal ik het anders zeggen? Ik raad u aan om Goede Vrijdag te vieren. Ik raad u aan om naar het kruis van Golgotha te gaan. Ik raad u aan om te kijken wat daar toen is gebeurd. Ik raad u aan om deze dingen te kopen. Daar moet je moeite voor doen. Dat is kopen. Dat is niet iets van: het wordt toch wel in de brievenbus gedaan. Ik was marketing man en ik heb vroeger geleerd en ook gepraktiseerd dat je niets weg moest geven. Niet om de zuinigheid maar de mensen hadden er dan geen waarde aan. Je moet de mensen iets geven waar ze voor moeten betalen. Of het nu reclamewerk was of folders of weet ik veel of whatever it is, maar je ging er iets mee doen. Je moet het niet uitdelen. Het gevaar is, als je dat in die kasten ziet staan bij al die wederverkopers, dan denk je ja, ja, ja, dat is mijn geld. Ja, dat is jouw geld. U moet er wat voor doen. Ja, wat dan. Er staat een strenge meester die zegt dat ik deze week wat moet doen. Nou, wat moet ik dan doen? Hoe kom ik er dan onderuit? Minimaal alstublieft, ik wil ook nog een beetje vrije tijd. Ik heb dat briefje ook nog van weet u wel van I.K. Bentedruk. Zouden wij niet van de week echt kunnen denken aan het kruis van de Here Jezus en zouden we ons daar niet eens een keer in kunnen verdiepen. Kan het niet één keer per jaar. Grote verzoendag was toch één keer per jaar vroeger. Dat was een hele bijzondere dag. Nou, die dag vergeet je nooit weer. Ik raad u aan om goud te kopen, in het vuur gelouterd. Vuur spreekt altijd van het oordeel van God. Goddelijke gerechtigheid. Ik weet dat het even moeilijk is misschien en misschien zijn de termen u welbekend, onbekend, maar laat dat maar even zo. Maar Goddelijke gerechtigheid, Gods bijzondere gerechtigheid, uit en door het vuur heen naar boven gekomen, door het vuur gelouterd. Dat moet je kopen. Zuiver karaats, weet niet hoeveel, buitengewoon kostbaar, moet je kopen. Dat betekent dat je je het werk van de Here Jezus eigen maakt. Dat het niet een soort formule is. Ja, wij hebben een kruis in onze kerk hangen. En we zeggen er verder geen woord van. Of: Wij hebben op het dak van ons gebouw een groot kruis staan. En we praten er niet meer over. Ik wil niet schopperig doen maar ik wil zo graag terug. Terug naar de kern van de zaak en dat is: Ik raad je aan, jullie met je zelfgenoegzame houding, jullie moeten terug. Ik raad je aan om goud van mij te kopen, door het vuur gelouterd. Ik kan geen andere, sorry, geen andere verkoopplaats vinden dan Golgotha. Daar moet je zijn. En of je dat nu doet met cantates van Bach of met De Zeven Kruiswoorden van Haydn, het is mij goed. Of dat je denkt: Ik wil in mijn stille tijd gewoon de geschiedenissen nog een keer lezen. Of dat je een boek neemt over deze dingen. Maar ik raad je aan om bij het kruis van Golgotha te komen. Is dat voor de ongelovige bedoeld? Nou, je hebt allang door dat dat niet voor de ongelovige bedoeld is, dat is voor de gelovige bedoeld. Ook de ongelovige mag daar terecht. Maar jij en ik moeten opnieuw ontdekken Wie de Here Jezus is. We moeten opnieuw gaan zien hoe schitterend Hij is en wat de gevolgen zijn van Zijn werk. Wat een liefelijke reuk is, uit het offer opstijgend. Ik weet dat dat oubollig taalgebruik is van Lev. 1, ik snap het wel maar het is zo subliem, zo geweldig dat je je eigenlijk zou moeten zetten, dat is weer dat kopen, dat is dat investeren in, dat je jezelf er toe zou moeten zetten om deze dingen ook te pakken. Doe het maar.
Twee. Ik raad u aan om witte kleren te kopen opdat de schande van uw naaktheid niet zichtbaar wordt. Witte kleren, lieve mensen, heeft te maken met uw en mijn praktijk. Dat is niet de mantel van de gerechtigheid of het kleed van het heil. Dat zijn ook kleren, die vindt u in het OT, in Jes. 62. Maar dit, dit is al een soort fijn linnen. Dit zijn de gerechtigheden, de rechtvaardige daden van de heiligen. Ik raad u aan goud van Mij te kopen, Ik raad u aan om witte kleren te kopen. Ik raad u aan om te investeren in gerechtige daden. Dat betekent praktisch leven als een gelovige. Dat is de openbaring van Jezus Christus. Als u zegt: “Daar bij het kruis, daar moet je zijn”, dan is het op hetzelfde moment een openbaring van Jezus Christus. Als u zegt: “Zo wil ik leven zoals de Here Jezus hier op aarde was”, is dat een openbaring van Jezus Christus. Dat bedoelt de bijbel. In Openb. 19 daar staat dat de bruid straks gekleed zal zijn in het fijn smetteloos wit linnen. Dit zijn de rechtvaardige daden van de heiligen. Dat betekent dat daar heel precies de betekenis bij gegeven wordt. Het is niet een soort uit de duim zuigen, is wel leuki, past ook wel aardig, is wat modieus of zo. Heb ik toch niet zoveel verstand van maar dat is het toch niet. Het is duidelijk bijbels. Witte kleren. Want onze blabla cultuur wordt doorgeprikt. Zelfs onze kinderen hebben haarfijn door of het echt is of niet. En nu kun je wel in een ruisend religieus gewaad rondstappen maar de schande van je naaktheid wordt openbaar. Je komt, zal ik het plat zeggen, in je hemd te staan. Die uitdrukking kennen we. En dat gebeurt, want als het niet echt is…. De jeugd wil zo graag zien dat het ons echt is. En ik vind ook dat ze daar recht op hebben. Als ze aan mij niet kunnen zien dat het echt is dan heb ik het niet goed gedaan. Ik heb heel vaak geciteerd een klein stukje uit een boek van Jan de Hartog, een hele bekende schrijver van Hollands Glorie en zo en De Kapitein en dat soort boeken. Die vader die was bij de Quakers, dat wa een soort religieuze stroming vanuit Amerika en Engeland. Die is er nog wel hoor, die stroming. Maar hij, dus die jongere geloofde niet zo echt dat pa het echt heel serieus meende. Tot op een bepaald moment hij in het schuurtje kwam en pa daar op zijnn knieën lag ter huilen, er was iets gebeurd in huis, en toen dacht hij: Het is echt. Geen blabla verhaal, geen ruisende gewaden. Toen bleken daar ineens witte kleren te zijn. De schande van je naaktheid is bedekt. Nou ik hoop dat je me begrijpt dat de taal uit dit boek ook helder is. Dat het dus niet gaat om zomaar dingen, zomaar wat zeggen, zomaar wat doen en uiterlijk vertoon. Ja dat kan. Je kunt met de Pasen een dienst creeën van het zit super in elkaar, het is geweldig en de koffie en beter dan ooit en de cake is lekkerder dan ooit, je kunt van alles doen. En toch kan het helemaal blabla zijn. Nou, dat is ook de taal van dit stukje natuurlijk. Goed, linnen kleren kopen. Doe er iets voor. Opdat de schande van je naaktheid niet zichtbaar wordt, opdat mensen zullen zien dat het je echt is, dat je echt de Here Jezus kent.
Drie. Ik raad u aan ook ogenzalf te kopen opdat gij zien moogt. Dat is het derde element. En die ogezalf heeft te maken met de toekomst. Goud heeft te maken met wat op het kruis is gebeurd, linnen kleren heeft te maken met wat je vandaag doet, met wie je vandaag bent en hoe je bent en ogenzalf heeft te maken met wat er straks gaat komen. Dus dat zijn de drie terreintjes, de drie blokjes. Ogenzalf. En dat is, ja, ja, dat past ons geweldig. Maranatha, Ja klopt. Geen zelfgenoegzaamheid, dat bedoel ik niet. Maar lieve mensen als de Here Jezus zo groot is voor je, zou je dan niet naar Hem verlangen. Zou je dan niet willen dat Hij vandaag nog zou komen, zou je dan niet verlangen krijgen naar de toekomst. Ga je dan zeggen: “Dat kan nog wel duuzend jaar duren?” Ik snap echt, echt niet waar de mensen dat vandan halen, echt niet. Als je vroeger, nou ja, vlinders in je buik had, ging je niet zeggen: “Nou ja, van mij mag het nog wel duuzend jaar duren voordat ze komt”, of zo. Dat is onzin, dat is toch volstrekte onzin. Dat wilde je gelijk, dat wilde je beleven, dat wilde je meemaken. Nou als je van de Here Jezus houdt dan zeg je toch niet: “Nou, kan nog wel duuzend jaar duren.” Here Jezus, kom alstublieft, ik wil U vandaag nog graag ontmoeten. Ook niet als een dief in de nacht. Nergens staat dat de gelovigen de Here Jezus zullen ontmoeten als een dief in de nacht, nergens. Ja, Hij komt wel als een dief in de nacht, voor mensen die Hem helemaal niet verwachten, die helemaal niet willen dat Hij komt. Je wilt toch ook niet dat dieven komen. Nee, we hebben een heel klein piephuisje, daar is ingebroken, althans een poging. En er komt een reparateur en die zegt: “Moet er één zo’n hendel op of twee op dat raampje.” Nou, doe maar twee, he, he.” Ja toch, als er dan toch wat verandering moet, doe maar twee. Dat is toch zo, dat bent u toch? U gaat niet de dief nog meer gelegenheid geven. Maar zo verwachten we de Here Jezus niet. De Here Jezus zegt: “Ik raad u aan om ogenzalf te kopen opdat gij zien moogt.” Wat is nu de essentie van het geloof. Dat de Here Jezus alle, alle glorie gaat krijgen en da tu in die glorie van Hem gaat delen en dat u daar bij Hem zult zijn, met Hem zult zijn en een schitterende toekomst heeft samen met de Here Jezus. Dat is een prachtig vooruitzicht. Dat is ogenzalf. Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en wat mij betreft Paasmorgen, Hij komt. U vul maar in, maar dat zijn de drie elementen die onmiddellijk hier in deze cultuur van: Ja, wij hebben het goed, wij zitten gewoon goed, wij hebben verder nergens gebrek, wij hebben onzelf ook een beetje verrijkt en we hebben alles goed geregeld. Nou, nee dus. Als de Here Jezus in al Zijn grootheid in al Zijn schittering niet meer alles is dan heb je het niet goed geregeld. En ik kan wel katten en zo vaak zeg ik hier: “Als u niets meer van de Here Jezus hoort, loop dan alsjeblieft weg.” Want dan kun je net zo goed bij die monumenten gaan staan ergens hier in Veenendaal en zeggen: “Nou laat dat beeld maar spreken.” Nou, die zegt ook niets, maar die prediker die over de Here Jezus niet praat zegt in feite ook niets. Het gaat om Hem. Het gaat om Hem en Hij zegt: “Je moet deze dingen van mij kopen. Dit moet je kopen, dit moet je aanschaffen, daar moet je wat voor doen. Daar moet je in investeren.” Nou, dat is zo. Je moet ook in het kijken naar de toekomst investeren. Daar moet je je best voor doen, daar moet je moeite voor doen. Nou, dat is hier gebeurd. Goed, dan zegt de Here Jezus: “Allen die ik liefheb bestraf ik en tuchtig ik.” M.a.w., Ik breng wel eens druk, Ik breng wel eens wat spanning in je leven omdat ik van je houdt. En dat kan ook niet meer, dat kun je niet meer verkopen vandaag. Want tuchtigen dat mag niet meer. Er is straks een debat in de Tweede Kamer hoe hard de stokslag mag zijn die pa nog mag uitdelen. Ik heb niet zo’n ding gehad maar bij wijze van he, daar wordt nu al over gedebatteerd, en of het überhaupt nog mag, of dat al kindermishandeling is ja dan nee. Nu, ik ben voor het opvoeden van kinderen en tegen kindermishandeling. En ik hoop dat de kinderen door de ogen van de ouders gestuurd kunnen worden. Ik heb drie kindertjes, gehad, ik heb ze nog, nu zijn ze met hun eigen probleem bezig, merkwaardig genoeg zeggen ze: ‘Pa, nu snap ik je.” Ja, fijn, dank je wel. Maar één daarvan kon je met de ogen sturen en de anderen niet. Nu mag u de keus bepalen. Zelfde ouderpaar, zelfde hokje, zelfde gezinnetje, er is namelijk geen kind gelijk, ze zijn allemaal verschillend. Dus laat ze het in Den Haag nu maar uitdokteren, krijgen ze toch ruzie over, want Fortuyn doet het toch anders dan Melkert, dus ik maak me er voorlopig nog geen zorgen over.
Maar de Here zegt: “Ik houd van je en daardoor komen er soms dingen in je leven die misschien pijnlijk zijn, maar ze zijn wel van Mij, want ik houd van je. Allen die Ik liefheb die tuchtig Ik.” De Here God zegt van Zijn volk Israël: “Ik heb jullie in die vreselijke woestijn gebracht opdat je zou weten wat er in je hart is maar ook opdat je zou weten wat er in Mijn hart is, opdat je echt zou leren Wie Ik ben.” Dat is de insteek. Super he? Ligt ons niet. Daar heb ik geen goed gevoel bij zegt de mens anno 2002, de postmoderne mens. Dat begrip is inderdaad al zo vak gebruikt dat dat ook al niet meer werkt maar ja, een goed gevoel bij hebben. Ergens een goed gevoel bij hebben dat is het hoogste wat je zou kunnen krijgen. Nou dat is dus niet zo. De Here zegt: “Niet je goed gevoel maar Mijn woord is norm.”
En dan staat de Here Jezus aan de deur en Hij klopt. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Dat kennen we van Laodicea. De Here staat buiten. Binnen rijk, verrijkt, geen ding gebrek. We hebben het goed in de vingers en de Here is buiten. In de dagen van de omwandeling van de Here Jezus, ik vindt dat het meest schrijnende voorbeeld, toen Hij kwam en daar in de tempel was, daar vertelde dat Hij de goede Herder was, Joh. 10, toen hebben ze stenen opgepakt om Hem uit de tempel te bonjouren. En Hij ging weg. Toen is Hij weggegaan en Hij is naar het Overjordaanse gegaan. Daar waar Hij destijds begon, waar Johannes de Doper Hem doopte, daar is Hij weer terug gekomen, daar is Hij weer terecht gekomen, op diezelfde plek en van daar uit is Hij nooit weer in de tempel gekomen. Wel waar Hij gevraagd werd. Bethanië bijvoorbeeld, huis van Maria en Martha. Daar was Hij nog welkom. Hij stond aan de deur. Hoe dikwijls heb Ik u willen bijeen vergaderen gelijkerwijs een hen haar kiekens en u hebt niet gewild. Hij weende over Jeruzalem, stond aan de deur van de stad en Hij wilde zo graag binnenkomen. Ze wilden Hem niet. Ze hebben gezegd, uiteindelijk gezegd: “Wij willen niet dat Hij Koning over ons is. Weg met Hem, kruisigt Hem, kruisigt Hem.” en ze hebben hem gearresteerd en meegesleept door de straten van Jeruzalem, de Here Jezus. Was dit al eerder gebeurd? Ja. In het OT staan twee voorbeelden dat de glorie, de heerlijkheid van God wegtrekt. Bij de tabernakel, als Hofni en Pinehas, de zonen van Eli, de ark nemen en in het strijdgewoel brengen dan gaat de glorei van God weg. Dan zegt de schoondochter van Eli die op dat moment een kindje baart: “Ikaboth, weg is de heerlijkheid.” Ze hebben gezien dat die heerlijkheid van God, die glorie van God wegtrok. Dat hebben ze gezien. En Ezechiël maakt gewag van het feit dat de Here God, u vindt dat in Ez. 10 en 11 en zo, dat de heerlijkheid van God wegtrok in oostelijke richting. Dat is precies de richting die de Here Jezus later ging in de richting van de Jordaan. Dat is exact hetzelfde, heel precies. Maar de glorie van God trok weg. En de Here God zegt: ‘Kijk dat is het huis en dat doen ze daar.” Dat is heel aangrijpend dat de Here God Ezechiël bij de haren, letterlijk bij de haren erbij sleept om te vertellen wat er allemaal in het huis van God mis is. Dat en dat en dat en dat, nou het is teveel om op te noemen. En de Here God gaat weg. Micha zegt in één van zijn woorden: “De Here God is in ons midden of niet soms.” “Nou”, zegt de Here God, “Ik ben er helemaal niet. Dat zeggen ze wel maar Ik ben er helemaal niet.” Nee. Nu ga ik naar vandaag. En waar twee of drie in de Naam van de Here Jezus zijn daar is Hij in het midden van hen. Dat roepen we. Dat slingeren we echt de zaal, de ker, de gemeente in, weet ik veel. Is dat zo? Ja, dat is maar de vraag. Kan ik dat dan uitmaken, kan ik dan precies peilen of Hij er wel is of niet is. Vind ik moeilijk, ik kan dat niet. Dat hoef ik ook niet. Ik hoef ook niet uit te maken of de Here Jezus daar is waar jij bent. Ik moet uitmaken waar de Here Jezus is. Begrijp je het verschil. Ik hoef niet uit te vogelen of de Here Jezus in gebouw A of B of C of D of E is, ik moet daar zijn waar de Here Jezus is. Ja, maar u kunt zeggen: “Ja, maar dat is toch hetzelfde.” Nee, dat is niet hetzelfde. Ik wil daar zijn waar Hij is. Ik hoef niet uit te maken waar Hij niet is. Ik moet zijn waar…. Ja maar dat is moeilijk. Ja, dat is heel moeilijk. Nou de Here zegt: “Ik sta aan de deur en Ik klop.” En het is alsof je het hele boek Jeremia naar je toe krijgt geschoven. Jeremia is die profeet, de enige profeet nog in Jeruzalem, de rest is al bijna in ballingschap. Daniël is al weg en Ezechiël is al weg, weet je wel, hele horden zijn al uit Jeruzalem vertrokken, zijn weggevoerd. En Jeremia is er nog. En hij staat er te bonken op de deur. Zie ik sta, nou dat staat niet in het boek Jeremia, maar Jeremia zegt: ‘Laat Hem toch binnen, bekeer je toch.” Het is alsof die laatste boodschap van de Here ook daar klinkt, het boek Jeremia, vlak voor de verwoesting van Jeruzalem. Nu, dat vind je hier, diezelfde boodschap. De Here wil zo graag in je leven komen. De Here Jezus zei dat al in Joh. 14. Joh. 14, die hele bekende woorden waar staat van: “Ik ga heen om u plaats te bereiden, in het huis van mijn Vader zijn vele woningen.” En daart staat: “Ik en de Vader komen bij je en zullen woning bij jou maken als je doet wat Ik wil, als je Mijn wil doet.” En het is daar zo uniek, want daar zegt de Here Jezus: “Kijk eens, het huis van de Vader dat is natuurlijik het summum, dat is het hoogste en daar is God de Vader, daar is God de Geest, daar is God de Zoon, daar zijn ze altijd geweest van voor de schepping, daar waren ze en daar mag jij komen.” Nou dat is inderdaad super. En nu zegt datzelfde hoofdstuk: Maar jij, vandaag op aarde, kunt dit al beleven. Want God de Geest komt daar, een andere Trooster zal Ik je sturen. En Wij, de Vader en Ik zullen bij jou komen en woning bij jou maken. Dat betekent dat hier het huis van de Vader wordt gesitueerd. Niet het definitieve maar wel het praktische van dit moment. Je kunt nu genieten van de meest mooie dingen. Hoe doe je dit? Nou ja, goud kopen, witte kleren kopen, ogenzalf kopen. Dat staat hier. En nu staat de Here ook in jouw hart en in jouw leven te kijken en Hij wil zo graag binnenkomen. Hij wil ook zo graag in de gemeente zijn. Gevolg daarvan is, als Hij er is, ja dan is daar alles anders. Dat voelen we. In de tempel van Hem, in het huis van God, roept iedereen voor Hem de eer. Dat kan toch ook niet anders, dan is alles voor Hem. En dat is nu precies de insteek van deze boodschap. Lieve mensen het wordt tijd dat we de Here Jezus binnenlaten en dan gaat er in onze eigen levens iets gebeuren. Als de Here Jezus, laat ik maar zeggen, alom aanwezig zal zijn in de toekomst, duizendjarig vrederijk, ja daar praten we nog een keer over zo de Here wil, want in dit tempo gaan we niet echt vlug door het boek Openbaring, maar dat komt en wat gaat er dan gebeuren. Nou, de bijbel zegt dat het dan ongeveer zo zal gaan. Ik citeer Jes. 11: Een rijsje zal voortkomen uit de tronk van Isai, een scheut uit zijn wortel zal vruchtdragen, men zal Hem noemen, nou, de Geest des Heren”, maar dan, in die tijd zullen koe en berin samen weiden. Staat in de bijbel, weet u he? In die tijd zal een bokje gelegerd zijn bij een panter. In die tijd zal een kind spelen bij het hol van een giftige adder. Dat staat in de bijbel. Geen verderf. Nou, dat betekent iets van een sprookjesachtige toestand. Bijna, nou niet bijna, helemaal paradijselijk, schitterend. Wat gaat er gebeuren als de Here Jezus binnenkomt in de gemeente. Dat is het enige terrein waar Hij nu geëerd wordt, straks wordt Hij geëerd, de Koning der koningen, de Here der heren, alle knie buigt dan, alle tong belijd dat Hij de Here is. Nu is de enige locatie waar dit gebeurt de gemeente. Als het goed is he, als het goed is in de gemeente, de enige locatie waar de Here Jezus welkom is. Wat gebeurt er dan. Nou, koe en berin die kunnen samen weiden. Alle zusters, beiden vrouwelijk he, koe en berin. Alle zusters hebben het goed met elkaar. Komt nog niet over. Panter en bokje, alle broeders hebben het ook goed met elkaar, mannelijk. En de slang heeft geen kans meer. Dat staat in de bijbel. En dat betekent dat de kenmerkende dingen van het duizendjarig vrederijk nu worden ervaren. Mooi is dat eigenlijk, het huis van de Vader en de kenmerkende dingen van de regering van de Here Jezus. Lieve mensen ik ben de eerste om te zeggen dat panter en bokje wel eens problemen hebben hier. We hebben een hele moeilijke tijd achter ons, sommigen van u weten dit, anderen hebben daar zijdelings van gehoord. Het komt in orde, het is weer in orde gekomen. Panter en bokje kunnen weer in één hokje. Snap je het? Weet je hoe ver dit gaat? Je kunt wel roepen: “We staan hier voor, we staan daar voor, we hebben het allemaal goed in de vingers, we hebben het allemaal goed in de klauwen.” Rijk en verrijkt en aan geen ding gebrek. Maar wie koopt witte kleren, wie doet er moeite voor, wie wil daarin investeren, gewoon via praktisch gedrag, gewoon hoe je bent he, hoe je met elkaar omgaat, hoe je elkaar vasthoud en vast wilt houden. Ik weet dat het soms niet aan jezelf is om daar een oplossing in te bewerken. Sommige dingen kun je wel, sommige dingen kun je helemaal niet, daar kun je helemaal niets mee, je weet niet eens hoe het moet, je weet niet eens waar je het moet beetpakken. Dus ik wil niet zeggen: ‘Doe dit of doe dat”, weet ik niet. Maar laat de Here nou binnen he. Zie ik sta aan de deur en ik klop. Dat staat er wel. En overwinnaars die worden hier beloond met de meest mooie beloning. Je zou zeggen: “Nou dat past niet bij Laodicea, dat had eerder gepast bij Filadelfia of zo.”
De meest mooie beloning is met Hem te zitten in Zijn troon. Je komt in de hemel aan, je ziet de Here Jezus, oh, de Here Jezus in Zijn troon, schitterend. Een en al glorie, heilig, heilig, heilig roepen ze daar met elkaar. En daar zit Hij, oh schitterend. Ik wil het wel schetsen hoor, met het volgende onderwerp, Openb. 4 en 5, maar u mag ook nog twee weekjes wachten, want dan is dit aan de orde. Dan ziet u de Here Jezus zitten. Maar bijvoorbaat zeg Hij, weet je wat er dan gebeurt, dan kom je in de hemel en dan zegt de Here Jezus: “Ik ga een beetje aan de kant en kom hier naast me zitten jongen, dit is jouw plek.” Dat staat hier. Om met Mij te zitten in Mijn troon zoals ook Ik gezeten ben met Mijn Vader in Zijn troon. Jij in de troon van God. Bestemd voor de troon van God. Niet om een armoedzaaier te zijn ergens bij de drempel. Bij de drempel een dorpelwachter bij de tent ergens met de hakken over de sloot de hemel in. Welnee, niet aan de rand, niet aan de periferie maar echt middenin, in het midden van alles waar die troon staat, daar zit jij. Met Hem in Zijn troon. Voor wie? Nou, voor mensen die goud kopen en die witte kleren kopen en die ogenzalf kopen. Voor die mensen. Zouden we dar niet in gaan investeren. De collecte is hier al geweest dus daar heb ik het niet over. Ik wil het gewoon even iets terug nemen, even relativeren, maar ik zou zo graag willen dat je de Here Jezus die plaats geeft.