Romeinen 1 : 24 – 32

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 3. De Waarheid vervangen door de leugen

Bijbellezing over de brief van Paulus aan de Romeinen,
door Dato Steenhuis, 4 februari 2007
Romeinen 1 vers 24 – 32
We gaan voor vanavond opnieuw iets lezen uit de brief die Paulus ooit geschreven heeft aan de gelovigen; de gemeente in Rome. De brief aan de Romeinen, zo heet dat dan. En we beginnen met vers 24 en we lezen tot en met vers 32. Het is best een moeilijk stukje voor bepaalde mensen, een beetje tegenstrijdig wordt er over gepraat, maar we willen samen Gods Woord lezen.
Romeinen 1 vers 24 – 32
24] Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt.
25] Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.
26] Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke.
27] Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.
28] En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt:
29] vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid;
30] oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam;
31] onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.
32] Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.
Ik denk niet dat het moeilijk is om de spanning van dit stukje tekst te proeven. Die loopt er als het ware gewoon uit, die spanning. Graag wilden we in deze serie nadenken over de brief die Paulus schreef aan een gemeente, de gemeente destijds, in het Romeinse Rijk van toen. Het Romeinse Rijk van toen, uiteraard met Rome als hoofdstad, had een gemeente in zich. Hoe die gemeente daar is ontstaan, dat weten we al uit de vorige studies die we hierover hadden. Waarschijnlijk door de mensen die in Ceasarea door Petrus z’n bediening de Here hebben leren kennen, en vandaar teruggekeerd zijn naar hun eigen woonplaats. Maar helemaal zeker is dat ook niet. In elk geval is er een gemeente in Rome en Paulus was daar nog niet geweest. Hij zegt dat hij er graag had willen komen, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. En waarom willen we nu zo graag over deze brief nadenken? Wel, omdat we geloven dat in de eindtijd, vlak voor de komst van de Here Jezus, dat Romeinse Rijk er weer zal zijn. En tastbaar, zichtbaar om ons heen, voelen we dat Romeinse Rijk als het ware uit de grond komen – of misschien moet ik het zeggen met een tekst uit Openbaring – “uit de zee opstijgen”. Het Romeinse Rijk van toen komt weer terug zegt de bijbel. Dat Rijk was er, is er een tijd niet en zal er daarna zijn. Het lijkt wel een stukje puzzel, maar het is toch de taal van de bijbel. Een rijk met een dodelijke wond, maar die dodelijke wond geneest en zal weer een vervolg krijgen, zegt de bijbel. En wat bedoelen wij nu met dat Romeinse Rijk? Nu, dat Europa, dat vandaag zoveel invloed heeft en krijgt. In ander verband heb ik willen zeggen dat het Romeinse Rijk allerlei vormen krijgt. Vandaag de dag. U betaalt mee door belastingheffingen, en flink ook want het kost handen vol geld. In Brussel staat een stukje hoofdkantoor, en voor dat hoofdkantoor staat een kunstwerk en dat kunstwerk stelt voor: een vrouw op een beest. U schrikt zich lam als u er aan denkt. Misschien, hoop ik. Ik hoop dat het u een beetje shockeert. Maar er is nog een hoofdkantoor van dat Europese Rijk. Dat staat in Straatsburg. En daar is het gebouw nagemaakt van een schilderij van de toren van Babel. U krijgt misschien helemaal een beetje de kriebels. Waar zijn we nu aan toe? Hoe is dit mogelijk! Als u daarbij voegt dat er allerlei attributen van het vorige Romeinse Rijk terug te vinden zijn in het museum in Berlijn, dan denk je helemaal: misschien zijn we al in die eindtijd beland! Nou, dat is ook zo. De Here Jezus zegt dat we moeten letten op de vijgenboom en op al de bomen. Nu, die bomen, die spruiten uit, laten zich zien en om ons heen – het is niet te ontkennen – ontstaat een machtsblok van betekenis. En dat machtsblok heet Rome, het Romeinse Rijk. En u zegt: “Ja maar, het heet vandaag anders, het heet het Europese Rijk!” Inderdaad. Ik zal maar niet al te veel details over Rome gaan vertellen want dan gaat het ons misschien over onze schoenen, maar het Romeinse Rijk van toen komt weer terug, ís al terug. Gaat zich ook in het Midden Oosten met allerlei zaken bemoeien, gaat een enorme rol vervullen daar. Nu al: financiële hulp en ondersteuning, soldaten, allerlei mensen die daar zijn; ze zijn daar bezig, nu. We wilden nu in deze serie benadrukken dat in díé tijd, de tijd van het Romeinse Rijk wat er vroeger was en wat er nu is, dat er dan een brief is op ons bordje ligt, een brief van Paulus en die brief gaat over van alles en nog wat. En nu blijkt als u die bril opzet en niet alleen denkt: “O ja, dat was toen, daar, historie, vergeten, nu museumachtige dingen”, dat diezelfde brief misschien wel precies past op vandaag. Dat geloof ik namelijk. Ik geloof dat de hele brief van Paulus aan de Romeinen toen, daar aanwezig, ook een profetisch vergezicht heeft. En vanavond heb ik het niet moeilijk. Ik zal het u eerlijk zeggen. Als in ons stukje van vanavond heel concreet staat dat ze zich in hun hartstochten, dat Gód hen in hun hartstochten overgegeven heeft aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteert wordt… ze hebben de waarheid van God vervangen door de leugen…en ze hebben het schepsel vereert boven de Schepper…. U kunt God allerlei dingen naar Zijn hoofd gooien – bij wijze van – maar je moet niet over een dier spreken. Ik wil het gewoon even wat van vandaag zeggen. En mannen met mannen, vrouwen met vrouwen, natuurlijke omgang is weg, de tegennatuurlijke omgang is in, ze zijn in wellust voor elkaar ontbrandt. En daar mag je helemaal niet meer over praten! Goed, in het regeerakkoord staat misschien nog iets over abortus en misschien nog iets over euthanasie, denken we. Heel actueel, misschien zien we het morgen, zien we het morgen, horen we het, lezen we het morgen; dat zou kunnen. Maar over dít? Daar kun je niet meer over praten. Dat is een gepasseerd station, dat is geaccepteerd. En alle groten, de zogenaamde BN-ers – ik weet niet wat dat betekent, men zegt dat dit bekende Nederlanders zijn, dat zou het ook zijn – ja, maar die, die hebben dit bijna allemaal, op een enkele uitzondering na, maar dan ben je al een uitzondering. Die upper ten in Nederland heeft dit geslikt en gekregen en verworven. En waag het niet om daar één woord tegen te zeggen. En nu zegt Paulus: “Klopt niet!” U voelt de spanning. Dit kun je niet maken. “Ja… Páúlus, dat was in die tijd en dat is tijd gebonden!” Daar gaat ‘tie. Weet u wel? Dat is cultuurgebonden. En zo wordt een bijbeltekst gewoon om zeep geholpen en blijft er geen spetter over. Want niemand durft nog de vinger bij de zere plek te leggen. Ben ik daarvoor geroepen vanavond? Nee, ik ben geroepen om aan gelovigen te vertellen wie de Here Jezus is. En ik kan u natuurlijk op alle mogelijke manieren het verkeerde van vandaag uit de doeken doen. Ik kan mijn best doen om het uitputtend te doen, om details te verschaffen. Daar wordt u niet vrolijk van en u krijgt er een heel raar gevoel bij. Ik wil alleen hele duidelijke dingen kwijt vanavond. De bijbel is bedoeld voor gelovigen, voor mensen die de Here Jezus hebben leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. En ik hoop dat u daarbij hoort! Dat u echt weet: ik ben een kind van God, door het geloof in de Here Jezus weet ik dat mijn schuld weg is, dat mijn zonden vergeven zijn, leven tot in eeuwigheid; alleen door het geloof in de Here Jezus. Alleen als je met je schuld, met je zonde, met je verkeerdheid met je, ja alle verkeerde daden tot God gaat, die verkeerdheid belijdt, erkend, gewoon uitspreekt: “Ook ik heb gezondigd”. Dan wil God je wijzen of je laten wijzen op de Here Jezus die op het kruis van Golgotha Zijn leven gaf voor zulke mensen. Niet voor brave broeder maar voor zondige mensen. Voor mensen die het helemaal verknoeid hebben. En als je gelooft in de Here Jezus, ben je een kind van God! Dat zegt de bijbel. Wie de Zoon heeft, die heeft het Leven en die hebben het récht zich een kind van God te noemen; hun die in Zijn Naam geloven. Als je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser, dan komt de Heilige Geest ín jou wonen – ik weet dat dit allemaal volzinnen achter elkaar zijn, maar het wel heel belangrijk – de Heilige Geest komt ín jou wonen, maakt van jouw lichaam Zijn tempel en wil daar ook heersen. Nu moet je niet zeggen: “Ja, maar ik begrijp van die bijbel niets!” Nou, de Heilige Geest is de Auteur van de bijbel en heeft die mannen aangezet tot schrijven. En de Heilige Geest die de bijbel schreef – via mensen – woont in jou. Dus je hebt geen enkel excuus, want de Schrijver, de Auteur, de feitelijke Auteur van de schrijver van de bijbel, woont in jou als je gelooft. Je kunt het wel. En als ik met die bril op deze dingen lees… dus de bril van de Heilige Geest, het werk van Gods Geest in mij – het is allemaal best ingewikkeld misschien, maar het klopt – als je de Here Jezus kent als je Heiland en als je Verlosser dan gaat de Heilige Geest in je wonen – nog een keer – dan zal de Heilige Geest je ook voorlichten, dan gaat de Heilige Geest je dingen duidelijk maken; dan gebeurt er iets in je. En dat geweldige proces in jou zal gevolgen hebben. Wedergeboorte, nieuwe geboorte, een verlangen om God te dienen, om de Here groot te maken, om voor Hem te leven, om voor Hem een getuigenis te zijn. Maar in de wereld is het anders. Daar is de Waarheid van God vervangen door de leugen. En daar is het schepsel boven de Schepper gezet. Nu dat is al een tijdje zo. We waren al een beetje gewend aan het idee dat er geen Schepper zou zijn, dat is allemaal door een soort oerknal gebeurd. De televisie zegt bijna elke dag dat er een oerbrood ontstaat op een hele mooie… ze refereren hier aan, aan zo’n oerknal. Nou, ik vind de reclame op zich heel appetijtelijk, heel leuk; maar die oerknal waarin álles ineens tot léven kwam… is natuurlijk een theorie. Die theorie is een beetje achterhaald en nu hebben we een nieuwe vorm van evolutie theorie, van evolutieachtig denken. En dat is Intelligent Design. Dat is een soort intelligentie, een soort brein – toch wel – ergens moet er dan een geweldige intelligentie zijn, en die zou het dan hebben bewerkt. Maar voor de rest, hoef je niet te geloven in een Schepper, dat is natuurlijk niet zo. Wéér gaat het dezelfde kant op. En het schepsel? Ja, daar zeg je wat! New Age zegt: “Jíj bent god! God woont in jou!” Dus de Schepper, die is er niet, die hebben we afgeschreven – volgens de geleerden – en jijzelf, jij bent god. Het schepsel is boven de Schepper geplaatst. En we zijn het zo gewoon gaan vinden, dat bijna niemand nog protesteert. We hebben hele gólven van protesten gehad – dat weet u misschien nog, de ouderen zeker – dat we avond aan avond spraken over de evolutie gedachte. Dat moest fel en klaar en duidelijk bestreden worden. Daar hebben we ik weet niet wat voor gedaan: boekjes, lectuur, uitzendingen voor de EO, van alles is er gebeurd, maar niemand praat er meer over. Een gepasseerd station. En wie heeft gewonnen? U mag het invullen. En vandaag krijgen we het omgekeerde. Als je vandaag nog de moed hebt om een stukje vlees op je bordje te leggen dan heb je bijna een misdaad gepleegd. Want zo’n arm, teer kippetje, lammetje, schaapje, koetje… nou, dat is wreed, dat is dierenleed veroorzaken. We hebben nu een partij voor de dieren. Ik dacht vroeger, echt, ik heb even gedacht: daar stemmen alleen de dieren op, maar het blijkt toch niet zo te zijn, ook anderen mensen hebben er op gestemd. Waar het mij om gaat is, is dat de hele zaak op z’n kop staan. Dat ís zo. En dat wéét u. En we zijn er aan gewend en niemand zegt wat. We krijgen een heel diervriendelijk kabinet, zegt men. Ik laat dat nu los, want ik weet ook niet wat er uit de bus komt. Maar ik weet wel dat het precies, precíés voorzegt is. De Waarheid is vervangen door de leugen en het schepsel is geëerd boven de Schepper. Dat zei Paulus toen al van mensen, van mensen die in dat Romeinse Rijk woonden. Zal ik het nu gewoon zeggen? Dat zegt de schrijver van deze brief van mensen die nú in Europa wonen! Nog preciezer: die in Veenendaal en omgeving wonen. Daar wonen deze mensen; dit soort. Daar heeft hij het over. Voor hen is die brief bedoeld. En die brief is best fel en scherp. Is héél scherp. Want dan moet je dus zeggen: “Ja, dat kan dus niet!” En het homohuwelijk is geaccepteerd geworden en een paar ambtenaren die dit niet wilden, die hebben inmiddels een andere baan gekregen. U hebt het allemaal gevolgd waarschijnlijk. “Ja maar dat is natuurlijk… dat is vast, zo ver zijn we, we gaan niet nog een stap terug.” Ik wil niet steeds over het negatieve praten. Ik heb me echt afgevraagd: Here hoe ver moet ik gaan in al deze negatieve bespiegelingen. En is de gemeente daarmee gediend? Hoe zou ik de gemeente kunnen dienen met dit stukje tekst? Dat dit, vandaag, merkbaar is, voelbaar is, dat weet u. En dat je dit héél moeilijk meer weg kunt bannen uit het denken, dat weet u ook. En dat je vroeger nog misschien kon zeggen: “Ja, dat kan van z’n levensdagen niet, dat bestaat niet!” Dat kun je niet meer zeggen, want tante Sjaan – klinkt misschien een beetje stom – en neef Bert, die hebben het allemaal. Die maken dit mee. Met andere woorden: het zit in onze eigen families, ofzo. Het zit heel dichtbij. Enne… dan beginnen we de discussie natuurlijk: “Ja, maar, ze waren al zo, ze zijn zo geschapen!” Oh… dat is weer een nieuw element. Nu, dat is niet zo. En nu krijg ik natuurlijk de hele lawine over mij heen. Nou, dat mag. Ik heb nu een nieuw telefoonnummer genomen, een geheim nummer. Is dat een beetje flauw? Nou, nee… Lieve mensen, broeders en zusters, het is precies zoals het hier staat en dit wordt faliekant als “fout” neergezet. En nu kunt u twee dingen doen. U kunt zeggen of: “Paulus heeft zich radicaal vergist en de Heilige Geest heeft een blunder van jewelste gemaakt” óf je gaat zeggen: “Dit is het Woord des Heren!” Het is aan u. Ik hoef dat niet in je hart te leggen. Ik hoef niet te zeggen wat je dan moet kiezen. Kies dan heden. Jij moet kiezen. U moet kiezen. U moet eens een keer dúrven zeggen: “Dit is het Woord van God of dit is het niet!” Ik, voor mijzelf, ben overtuigd dat dit het Woord des Heren is, dat die brief toen geschreven is aan een gemeente in het Romeinse Rijk en dat in het Romeinse Rijk van vandaag – dat is het Europa van nu – dat daar een gemeente is, die kennelijk deze boodschap nodig heeft. Daar ben ik heilig van overtuigd. Een profetische boodschap voor vandaag. En geen liflafjes meer van: Ah, nee, dat kan allemaal wel een beetje anders en het is wat anders en het moet allemaal wat anders. Dit moet heldere taal zijn, duidelijke taal. En dat is het. Het is aan u om te kiezen. En ik hoop dat u in elk geval de moeite neemt om ditzelfde stukje tekst – het is een heel klein stukje maar – nog een keer te lezen, vanavond. Misschien vindt u het voor vanavond niet zo leuk en hebt u meer belang bij Studio Sport of bij de wedstrijden. Het is mij goed. U kiest maar een eind weg. Feit is, dat Romeinen 1 vers 24 tot en met vers 32 in uw bijbel staan. Deze woorden staan in de bijbel, het Woord van God. Nu, de Waarheid van God, vervangen. Dat is gebeurd. In het verleden heb ik een paar keer gewezen op een situatie in het Oude Testament waarbij iets vervangen werd. En ik wil het nu terugroepen. In het Oude Testament gaat het over koningen enzo. Nu, één van de koningen was Achaz. Hij was koning van het tweestammenrijk, en woonde dus ook in Jeruzalem. En Achaz was een beetje bang uitgevallen, ging naar Syrië om hulp. Maar Syrië was een beetje boos en ze dreigden. En Achaz denkt: ik moet proberen ze te paaien. Nou, dat lukte. In Damascus gekomen – het is bijna niet voor te stellen dat een koning uit Jeruzalem naar Damascus gaat, maar het is wel gebeurd – ziet hij daar een altaar aan één van de goden van Damascus gewijd. En die Achaz, die vindt dat altaar zó mooi, hij maakt gelijk een fotootje met zijn gsm-etje – mijn vertaling. In elk geval stuurt hij een tekening naar zijn timmerman en die timmerman moet onmiddellijk dat altaar na gaan bouwen. Direct. En als ik terugkom van mijn statiebezoek dan moet het altaar klaar zijn. Stoere taal. En zo geschiedde. Die timmerman had dat altaar precies nagemaakt. En wat deed die koning Achaz? Hij ging naar het huis van God, naar de tempel des Heren en hij zei: Nu gaan we het altaar van de Here aan de kant schuiven – echt waar hoor. Nee, we gaan het niet afschaffen, nee, nee, dát doen we niet… we zetten er gewoon een altaar bij! En ze hebben het altaar van de Here verschoven en ze hebben dat altaar gezien in Damascus daarvoor in de plaats gezet. Hosea 5 vers 2 zegt – de Here klaagt over die tijd – : “Ze hebben Mij aan de kant geschoven!” Niet het altaar aan de kant geschoven, letterlijk wel, maar “ze hebben Mij”, zegt de Here, “aan de kant geschoven”. De Waarheid van God vervangen door een leugen. En het altaar spreekt in het Oude Testament, continue van de Tafel van de Here, waar Hij is, waar Hij woonde, waar Zijn offers gebracht werden, waar glorie aan Hem gebracht werd, waar lofprijzing en aanbidding was, waar het om Hem ging, om Hem ging. Offers van zonde en schuld die werden buiten de legerplaats verbrand, maar alle offers daar op dat altaar waren een liefelijke reuk voor de Here. Het ging om Hem, het ging voor Hem. En dat is aan de kant geschoven. “Ja, dat kan ons nog”, zei Achaz, diezelfde koning: “dat kan ons nog tot onderzoek dienen.” Nou, als we er niet uit komen, kunnen we nog eens even bellen, weet u wel, zo ongeveer. Dan kunnen we nog eens even praten met de Here, want dan zal Hij wel een antwoord geven. Altaar, verschoven. En het gevolg is geweest – heel kort door de bocht, maar u kunt het zo lezen; echt, u kunt het zo lezen 2 Koningen 16 vers 10 en u leest maar een eind verder en u komt er echt uit – de lampen zijn gedoofd… de deuren zijn vervangen…Er is een nieuwe ingang gemaakt, want dat was appetijtelijker voor de koning van Damascus, voor de koning van Syrië. De ingang zo, rechtstreeks naar dat altaar, nee dat was een beetje teveel van het goede, dat paste niet meer in de tijd, dus er moest een soort omweg komen zodat de koning van Damascus zonder gezichtsverlies naar binnen kon. Toen, daar. En zo geschiedde het. En nog een paar jaar later waren alle, álle activiteiten gestopt en de tempel was dicht…. Pas in de dagen van Hizkia, dat is daarna, dus dat is iemand die hem weer opvolgt, begint een soort restauratieprogramma. En ja, dan moet het weer opnieuw opgebouwd worden. Dat kun je rustig een opwekking noemen; een nieuw begin noemen. Maar aanvankelijk was de waarheid vervangen door een leugen. En het gevolg is altijd: dood in de pot; geen leven meer, geen enthousiasme meer, geen lofprijzing, geen aanbidding meer voor de God van Israël, voor onze Here God Zelf. Als de Here Jezus komt, in de toekomst… Hij komt terug, de Here Jezus komt terug! En Hij zal eerst tegen jou en mij zeggen: “Kom bij Mij, ga naar Mij toe, Ik heb voor jullie plaats bereidt in het Huis van Mijn Vader en Ik wil zo graag dat je bij Mij komt! Kom maar, het is klaar; het is zover!” De Gemeente kijkt uit naar het moment waarop wij naar onze Heer gaan. Uit deze verschoven wereld, uit deze verdorven en verdraaide toestand waar alles misgaat en alles eigendunk is. We hebben het samen gelezen hoor: “Vindingrijk in het kwaad, ouders ongehoorzaam, onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.” Het is één complete opsomming van ontsporing en verwildering. Uit die tijd worden wij, de Gemeente naar de Here Jezus gehaald. Dat zegt de bijbel. We geloven als Maranathagemeenschap dat dit misschien wel eens heel spoedig kan gebeuren, misschien wel vandaag. Dat we gewoon blij zijn dit vooruitzicht te hebben: bij Hem te zijn! Omdat we levensmoe zijn? Omdat de buren het ons zo lastig maken? Nou, dat niet, maar omdat we Hem graag willen zien én omdat Hij ons graag wil zien. Maar als we bij de Here Jezus zijn, worden we door Hem in het Huis van de Vader gebracht. Ik laat dat verder even los. Er komt ook een moment dat de Here Jezus terug komt op aarde! Dat is niet het moment waar ik het net over had, dat is ons gaan naar Hem; maar er komt ook een moment dat Hij terugkomt op aarde. Zijn voeten zullen dan staan op de Olijfberg, oostelijk van Jeruzalem. Die Olijfberg zal dan door midden splijten en de Here Jezus maakt Zijn intocht in de stad. Een geweldig moment vol glorie en heerlijkheid. Wat gebeurt er dan? Dan ineens gaan ze zien op Hem die doorstoken werd, zegt de bijbel. U vindt het in Zacharia hoofdstuk 12, maar u leest hoofdstuk 12 misschien een keer, en 13 en 14; drie prachtige hoofdstukken achter elkaar die gaan over die tijd. En ze zullen zien op Hem en ze zullen vragen: “Wat zijn dat voor wonden in Uw handen?” En Hij zal zeggen: “Daarmee ben Ik geslagen in het huis van Mijn liefhebbers.” Dit betekent – broeders en zusters – dat het komen van de Here Jezus op aarde een heel ander moment is dan ons komen bij Hem. Ons gaan naar Hem gaat vooraf aan Zijn komst hier op aarde. Dat komen van de Here Jezus op aarde heeft een verregaande opwekkingskarakter. Niet omdat we Opwekkingsliedjes zingen, want die bestonden toen ook niet, maar omdat de Here Jezus er dan is. Dan ineens wordt de leugen aan de kant geschoven en is de Waarheid er weer. Hij die zei: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”, Hij is dan op aarde, Hij zal er zijn en Hij zal Zich openbaren. Hij zal een zegenstroom uitgieten. Hij zal geweldige dingen doen. En Hij zal hier op aarde Zijn zegen brengende regering vestigen. Nou, ik wou dat het regeerakkoord van morgenochtend of van dinsdagmorgen, dat het zó in elkaar zou zitten. Dat de zegen van Hem, de zegen van onze Here Jezus, voelbaar is, merkbaar is en zichtbaar wordt. Zijn glorie zichtbaar wordt. En dat de leugen verbannen is. Ze zullen in die tijd de oorlog niet meer leren. Nou, geen twist, geen gedoe meer, geen hatelijkheid. Zwaarden worden ploegscharen, speren worden snoeimessen. Dat is die tijd, dan gaat het over die tijd. Wat een zegen. En de zegenstroom uit Jeruzalem zal iedereen bereiken. “Hoe gaat het dan met de homohuwelijken?” U zou het kunnen vragen. En ik heb een heel tactisch antwoord: Dat regelt de Heer dan, écht Zelf. En Hij, Hij zegt dat Hij de Waarheid is. Bij Hem is geen gesjoemel, bij Hem is geen – laat ik maar zeggen – geen gedoe van om er onderuit te komen, Hij zal waar zijn, écht zijn en Waarheid Zelf zijn. Maar de zegen is dan aanwezig. En ze zullen zien op Hem, die op het kruis Zijn leven gaf. Dat staat in Zacharia 12: “Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd”, maar dat betekent dat ze ineens zullen zien: “Ja, maar Hij was het tóch!” Ja, dan ineens is de Schepper die ook Lam van God werd, is daar in vol ornaat te zien; in glorie en in heerlijkheid. Een geweldige manifestatie van Hemzelf in glorie en in heerlijkheid, dan op aarde. Nou, je zou wel willen dat de mensen íets daarvan vandaag zouden zien. “Ja,” zegt u, “maar ja, dat gebeurt niet.” Dat ligt aan jou… “Moet ik dan al die mensen te lijf gaan die het verkeerd doen? Die verkeerde connecties hebben? Die verkeerde relaties hebben?” Nee. Ik hoef niet te strijden tégen, ik moet getuigen ván. Stel nu eens dat wij – stuk voor stuk – die Heiland, die Here Jezus lieten zien. Aan de buren. “Ja, maar de buren willen niet kijken!” Waarom willen ze niet kijken? “Ja, ik heb al 3 keer, 4 keer met ze gepraat.” Komt het omdat uw heg een beetje in de weg staat misschien tussen u en de buren? Ik noem maar iets. Of omdat het hekje de verkeerde kant opdraait? Ik kijk wel eens naar De Rijdende Rechter, zo’n programmaatje, en dan ineens is,een hekje een hele burenruzie, een hele club. En we denken: wat kan mij het schelen? Dakgoot van je buurman loopt over jouw erf? Je doet er geen fluit mee, met dat stukje grond, helemaal niets, maar je wilt het niet. Zou dat de reden zijn waarom de buren niet naar jou willen luisteren? Dat zou kunnen. Nog een keer. Ik heb hele nare dingen meegemaakt over een parkeerplaats. Het was van de gemeente, gewoon zo’n parkeerhaven; maar die auto van de buurman kwam altijd bij die ene man voor de deur. En die ene man was toevallig een gelovige. En maar mopperen op die auto. En de man, die komt 3 dagen later met een traktaat door de deur en wil hem van de Here Jezus vertellen. Die zegt: “Zet je auto alsjeblieft weg!” Weet je wel? Zo ongeveer ging dat dan. Dat was helemaal geen voedingsbodem voor… Niets. Die auto, die parkeerplaats! Ik weet het wel, we komen er nooit helemaal uit. We kunnen nooit een soort tien op ons gedrag van binnenuit plakken, dat zal nooit zo ver gaan. Maar het gaat wel zo ver dat als u de Here Jezus laat zien, als u liefde van God etaleert, als u de zegen van de Here etaleert, als u de geweldige zege van het Duizendjarig Vrederijk nu eens zou laten zien… nou dat gaat niet met een speer, wel met een snoeimes. Dan zou je de buurman kunnen helpen met het snoeien van zijn boompjes. Ik heb een broeder uit de gemeente die dat bij mij doet; hij zit daar en hij heet Bertus. Vraag hem maar, hij kan het goed! Nee maar, die is al bezig met het Duizendjarig Vrederijk! Dat niet, dat is een grapje, maar hij doet het echt. Waar het me nu écht om gaat: als wij nu eens de kenmerkende dingen van het Duizendjarig Vrederijk zouden laten zien, dan zouden uw buren waarschijnlijk zeggen: “O, dat is wel heel bijzonder…” Ja dat is heel bijzonder. Dat is een heel nieuw regeerakkoord man! Dat is echt helemaal uniek. Zouden wij dat willen? Nou, ik wil nu alle grapjes wegnemen, want ik bedoel het ook niet als grapjes. Maar ik zou zo graag willen bereiken dat u in de tijd van vandaag beseft hoe ver het is gekomen én wat er een keer gaat veranderen. En dat geeft op hetzelfde moment aan, hoe jij en ik vandaag ínvloed kunnen aanwenden óm iets te veranderen. Het is het laten zien van de Here Jezus. Hij is mijn Heiland. Hij is mijn Verlosser. Hij is mijn Heer. Ik moet het niet alleen preken en doen op zondag, ik moet het ook een maandagmorgen doen. U moet proberen om de geweldige dingen van het Duizendjarig Vrederijk – die komen nog – in elk geval waar te maken. Want diezelfde Koning en Here, die woon in mijn hart, die troont in mij. Dus ik heb geen enkel excuus als ik het niet doe, Hij woont in mij! En als Hij Zich openbaart dan wordt het goed. Dat is de insteek. Romeinen 1 het laatste stuk geeft aan, hoe verwording en verwildering heeft toegeslagen. En hoe daar gigantische verschuivingen zijn gekomen. Enorme problemen zijn ontstaan. En op hetzelfde moment, wil datzelfde stuk jou en mij vertellen van die Ene die dé oplossing is, die de Waarheid Zelf is, en die van Zichzelf zegt dat er geen leugen is, niets. De duivel én leugen dat is een soort synoniem, weet je wel, is gelijk aan. Maar de Here Jezus Zelf, Hij is de Waarheid. En Hij is de Schepper. En dat gaat daarbij niet om de schepselen, van wat God geschapen heeft – of dat nu dieren zijn of mensen – het gaat om de Schepper, het gaat om Hém. Glorie en eer aan onze Here Jezus Christus. Stel nu dat dit zal gaan gebeuren door deze brief. Dan denk ik dat de Here zegt: “Dát bedoel Ik eigenlijk; die kant wil Ik met jou op. Ik wil je nu laten zien wat er vandaag in dat Romeinse Rijk van vandaag speelt. En het is wel heel typerend hoor, heel scherp. En iedereen hier, weet als hij dit leest: “O, dat komt heel dichtbij!” U kunt ook zeggen: “Ja, ik negeer dit.” Je kunt ook zeggen: “Heer ik accepteer dit als Uw Woord, als een boodschap van U, als een profetisch vergezicht van U en ik wil dit ook zo’n plek geven in mijn denken.” Weet je, je komt uit bij de Here Jezus, de Koning. Vandaag doet iedereen wat hij zelf wil. Ik weet wel dat we een democratie hebben, maar democratie is ook niet wat de bijbel precies bedoeld. Dat is ook wat vreemd aan de bijbel. Theocratie kun je nog verdedigen, maar democratie kun je niet verdedigen met de bijbel in je hand; dat kan helemaal niet. Raar allemaal. Dit is alsof we buiten de huidige tijd staan. Nou, dat staan we ook, we hebben eeuwig leven. We zijn wel in de wereld, maar niet meer ván die wereld. Allemaal anders. Wij, die de Here Jezus kennen, we zijn echt ánders. “Gij geheel anders”. Zouden dit soort dingen onder de gelovigen niet voor kunnen komen? Ja. “,Zegt u dat gelovigen geen lesbische relaties zouden hebben, of homofiele relaties zouden hebben?” Dat zeg ik niet, want ik weet vanuit de pastorale praktijk dat het wél zo is. Ik weet veel meer dan u misschien vermoedt. Maar is het daarmee goed gepraat omdat het voorkomt? Nee! Kun je er altijd wat aan doen? Ook niet. Maar ik kan wel zeggen wat het Woord doet. En ik ben er zeker van, ik heb ook daarvan gelukkig voorbeelden, dat mensen die écht willen, door Gods Geest zo bijzonder worden gestuurd en geholpen, dat er wonderen gebeuren; hele spectaculaire wonderen! Daar hoor je niets over in allerlei verhalen over genezingen enzo, maar het is wel zo. Dat zijn spectaculaire genezingen. Wonderen van God. Duidelijke veranderingen. God wil nog steeds mensen veranderen. De Here zegene u in alles.
Ik wil dit graag met een klein gebed afsluiten:
“Onze God, onze Vader, we hebben Romeinen 1 vers 24 tot het eind gelezen. En we zijn opnieuw geschrokken van de heldere taal van dat wat we vandaag om ons heen waarnemen. Wat er toen al voorzegt is – kennelijk toen ook al aanwezig was – en nu vandaag bijna gepredikt wordt alsof dit het hoogste is. Vader, we willen belijden dat we in deze tijd leven. En dat in de huidige maatschappij, in het herstelde Romeinse Rijk, deze dingen voorkomen. En als er ooit een tijd geweest is, dat die brief op z’n plek zou zijn, dan is het wel vandaag. Zo willen we U danken voor de boodschap van Paulus aan de gelovigen te Rome. En we hebben die boodschap aanvaardt als van U. En we willen U vragen of we de Waarheid opnieuw neer zullen zetten, we niet zullen toestaan dat de Waarheid vervangen wordt door de leugen. Dat gebeurt aan alle kanten, er wordt aan alle kanten getrokken, er wordt aan alle kanten gemanoeuvreerd. Maar we willen U danken dat we de Waarheid Zelf in onze Here Jezus Christus mogen kennen als onze Heiland en als onze Verlosser. En we mogen Hem opnieuw neerzetten in al Zijn glorie en heerlijkheid. Hij, de Here, Hij de Schepper. Hij degene die gezag heeft. Hij, degene die voor mij, voor ons, aan het kruis Zijn leven gaf. Wij willen zien op Hem die doorstoken werd. We willen Hem bedanken, Hem eren voor het offer van Zijn leven, voor het storten van Zijn bloed, voor het feit dat Hij ons vrijkocht van een eeuwig verderf. Dank U wel, Vader, ook voor de toekomst. Wij prijzen Uw Naam. Amen.