Romeinen 5 : 12 – 21

Scroll/swipe naar rechts binnen de tabel om deze volledig te bekijken.

 9. De dood overwonnen

Bijbellezing over de brief van Paulus aan de Romeinen,
door Dato Steenhuis, 6 mei 2007
Romeinen 5 vers 12 – 21 en Romeinen 6 vers 1 – 14
12] Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben;
13] want reeds vóór de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
14] Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.
15] Maar het is met de genadegave niet zo als met de overtreding.
Anderen vertalen: het is met de genadegave zo met de overtreding. Het gaat niet om de tegenstelling maar als een soort parallel, een soort vergelijk.
18] Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.
19] Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één zeer velen rechtvaardigen worden.
20] Maar de wet is er bijgekomen, zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden,
21] opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here.
1] Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme?
2] Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?
3] Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn?
4] Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
5] Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn {met hetgeen gelijk is} aan zijn opstanding;
6] dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;
7] want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
8] Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij,
9] dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
10] Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
11] Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wél dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.
12] Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen,
13] en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienst van God.
14] Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.
23] Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.
Dat is een stukje verder, vers 23 van Romeinen 6.
Ik wil vanavond niet iets zeggen over de verzen 15 tot en met 23 van hoofdstuk 6, dat komt nog de volgende keer, zo de Here wil. Wel over die beide andere stukjes: het eind van hoofdstuk 5 en het begin van hoofdstuk 6. De Here Jezus kennen als je Heiland en als je Verlosser, dat hadden we de vorige keer. “Wij dan, gerechtvaardigd” – zo begon hoofdstuk 5 – “op grond van geloof, hebben vrede met God, door onze Here Jezus Christus.” Rechtensvrij van de zonde. Waarom? Omdat God mij, óns – ik hoop dat iedereen het mee kan zeggen – ons ziet als in Christus een nieuwe schepping zijnde. In Hem, in de Here Jezus. Is dat moeilijk? Nou, voor sommigen is dat een bijna niet te pakken situatie, niet te grijpen situatie. Toch is dat niet moeilijk, het is alleen geloof. “Wij dan gerechtvaardigd op grond van geloof” Niet op grond van kennis, niet op grond van inspanning, niet op grond van iets wat wij zouden moeten doen, maar uitsluitend en alleen op grond van geloof. Alleen door het geloof. Aanvaarden, aannemen, je hand erop leggen, naar je toehalen van deze dingen. Op grond van geloof, vrede met God, door onze Here Jezus. God heeft ons zó intens liefgehad, dat Hij Zijn eigen Zoon niet spaarde maar Hem voor ons allen overgaf. Eindeloze, schitterende liefde van God. En die liefde van God die geldt nog. Iedereen die wil, kan en mag komen. Je moet wel komen, je moet wel willen. En dat is een moeilijkheid voor de één, want die zegt: “Dat kan zo maar niet en dat gaat zomaar niet en er moet aan mij nog zoveel gesleuteld.” Ik begrijp dat wel; als het om mijn praktisch geloofsleven gaat, dan ga ik niet de volmaakte jongen uithangen, dat is niet zo. Maar als het om mijn positie gaat, om de vraag gaat hoe God mij nu ziet, dan zeg ik: “In Christus, in de Here Jezus, een nieuwe schepping. Door het geloof, niet door werken van de wet, niet door inspanning, niet door eindeloze jaren van trouwe dienst, met of zonder lintje van de koningin. Alleen door het geloof. Alleen het geloof in de Here Jezus.” En eigenlijk moet je elkaar daar op aanspreken met de vraag: “Heb je dat? Ken je dat? Heb je die vrede met God? Ken je die geweldige zekerheid van: ik ben een kind van God door het geloof in de Here Jezus?” Die brief die Paulus ooit geschreven heeft aan de gemeente te Rome is een hele fundamentele brief. Dat is al vaker gezegd, er staan hele veel basiswaarheden in die elke gelovige eigenlijk zou moeten kennen. En we hebben deze brief ook genomen omdat we ons aangesproken voelen, over een brief die aan een gemeente in Europa is geschreven. Nog sterker: in het Europese Rijk van toen is geschreven. En bovendien gaat deze brief bijna in alle hoofdstukken ook nog over onze positie in de Here Jezus en ons gaan naar de Here Jezus. Dit is voor vandaag fundamenteel. Ze kunnen in Frankrijk kiezen uit twee. Hoe het uitpakt, ik denk dat u om kwart over acht meer weet als u zou luisteren of kijken. Of het nu linksom moet gaan of rechtsom moet gaan, ik zou het niet durven zeggen voor Frankrijk. En als het gaat om de dingen die hier in dit hoofdstuk naar voren komen, dan gaat het ook om twee dingen. Je bent van de oude Adam of je bent van die tweede Adam. In de bijbel wordt dat de laatste Adam genoemd. Dat is een term, niet door ons bedacht, niet door mij bedacht, dat staat in de bijbel – 1 Korinthiërs hoofdstuk 15. Daar is sprake van een eerste mens en een tweede Mens, en daar is sprake van een eerste Adam en van een laatste Adam. De eerste Adam heeft gezondigd, heel helder. En de discussies zijn enorm te horen – nog steeds – “Zo, dus jij wilt beweren dat als één een fout maakt, dat de hele schepping in die ene foute van die ene man meegesleept wordt.” “Het loon van de zonde is de dood”, zegt de bijbel. Ik heb het niet bedacht, de bijbel zegt het. En Adam had gezondigd en stierf. Ook al was er tijdelijk voor hem een oplossing, namelijk het sterven van een offerdier; toen al, in de tuin. In de Hof van Eden is door de Here God al een offerdier geslacht. En Adam en Eva zijn bekleed geworden met de huid van dat dier. Ze hebben toen al kleren gekregen, van God Zelf, klederen des heils – beetje vaag misschien voor jou – heel bijzondere bedekking gekregen, toen al. En wij praten misschien teveel en we luisteren te weinig. Ik heb bewust gisteren in een krant – ik kocht een krant – naar de pagina van overlijdensberichten gekeken. En ik dacht: “Zou er nog één zijn overleden? Zou de dood nog gevolgen hebben? Zou de zonde nog gevolgen hebben?” En warempel een pagina vol. De zonde werkt dus nog, ook in Nederland kennelijk, er sterven nog steeds mensen. Uit het feit dat mensen sterven, blijkt dat de zonde er is. Het loon van de zonde is de dood. Niemand kan daar onderuit. Maar nu wordt hier, in ons stukje van vanavond, gezegd: “Kijk eens, zoals die dood door die ene mens gekomen is, door Adam, de eerste Adam en we zitten nu met – laat ik het voorzichtig zeggen – de resultaten van zijn afwijking, zó is er ook door die laatste Adam een oplossing!” Je bent ófwel onder categorie één te rangschikken, ofwel onder categorie twee. Ofwel: je staat nog onder het hele principe, het heersende principe van Adam numero één. Ofwel: je staat onder het heersende principe, want de dood heerst en de genade heerst, het is het heersende principe van de laatste Adam. En daarom is het zo wezenlijk dat je vandaag vertelt van de Here Jezus! Er is geen andere oplossing! Er is niet nog een, nog een Adam! Er is een eerste en een laatste Adam. Er is daarna ook niets meer. Er is maar één mogelijk om aan het principe van de eerste Adam te ontkomen – Adam, zonde, dood – er is maar één mogelijk om daaraan te ontkomen. Dat is: de zonde is vergeven, de Here Jezus is voor mij gestorven, Hij ging in de dood en ik leef door Hem! De laatste Adam. En nu heerst de genade! Het principe van Gods genade is zo schitterend naast elkaar gezet. Een beetje moeilijke termen misschien, moeilijke zinnen misschien, maar toch niet zo moeilijk om het te begrijpen. We zien het als het ware om ons heen gebeuren, elke keer opnieuw, maar we mogen uit de bijbel aanreiken dat iedereen die gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus, niet meer sterft, de dood heerst niet meer over hem, hij is uit de dood overgegaan in het leven. En dat is uitsluitend en alleen door het geloof in de Here Jezus. Wat een prachtige oplossing van God. In de Hof van Eden heeft God het al getoond door een dier te laten sterven en Adam en Eva te bedekken met het offer, met de huid van het dier, met de huid van het offer. Ze stonden als het ware in het offer. Alsof ze toen al doorkregen: “Ja, ten dage dat gij daarvan eet, zult gij de doodt sterven”, dat gebeurde níét, het was dus een opschorting ván…Nu, dat principe uit de tuin van Eden, de Hof van Eden, is hier, in Romeinen 5, schitterend uitgewerkt, echt magistraal uitgewerkt. Ofwel: je zit onder de macht van die eerste Adam, of je zit onder de macht van de laatste Adam. Niet de tweede of de derde, want dat suggereert dat er nog iemand komt, maar er is maar één meer. Er is er maar één gekomen, dat is de laatste Adam, dat is de Here Jezus. Bij welke club hoor jij? Dat hoor je heel vaak vragen: “Van welke kerk bent u?” Ik vroeg het mijn buurman ook. Hij zegt: “Ik ben gewoon Hervormd.” Zei hij mij toen. Ik zeg: “Dat boekje heb ik, in mijn boekenkast staat het nog.” Dat boekje heet ook: Gewoon Hervormd. En de schrijver bedoeld te zeggen: “Dat zegt geen lor, want er zijn wel twintig soorten.” Dat boekje kan zo heten. Er is ook een boekje dat heet “Tien keer gereformeerd”. Als je zegt: “Ik ben gewoon Gereformeerd”, dan zegt dat ook niet zoveel, want er zijn ook allerlei, verschuivingen. En er zijn ook wel tien keer Baptisten denk ik. Tenminste, in Amerika wel. Ik sprak een keer in Alaska en iemand dacht dat ik in een Baptistenkerk sprak in een plaatsje dat heet “North Poal”, een beetje noordelijk, een beetje boven Fair Banks. En ze belde de Baptisenpredikant op daar, van: “Hoe laat begint de dienst, want Dato Steenhuis uit Nederland spreekt hier.” Toen zei hij: “Nooit van gehoord.” Toen zei die meneer: “Maar er zijn wel meer Baptistenkerken.’’ Ze vond er tien in North Poal. Schrik, geen van de tien hadden ooit van Dato Steenhuis gehoord. Ik wou er dit maar mee zeggen: “Ik ben gewoon Baptist”, dat zegt ook niets, want daar, in dat kleine plekje, waren er al tien verschillende Baptistenkerken. En als je mij vraagt: “Bij welke club hoor jij?” Dan zou je eigenlijk moeten zeggen: “Niet meer bij de eerste Adam; dat zou de dood, de eeuwige dood uiteindelijk betekend hebben. Maar ik hoor bij die laatste Adam.” En dat principe van de laatste Adam: de zonde is weg! De wortel van de dood is dus weg, door de zonde de dood, dus als die zonde weg is, als je vergeving van de schuld hebt, als God die zonde niet meer toerekent, rechtensvrij van de zonde – “zo is er geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus is”. Rechtensvrij van de zonde: “Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus” als die zonde weg is, ja, dan is er ook geen dood! Dan is er leven! En dan heerst Gods genade. Dat is een soort koninklijk heersen, een heersen van genade. Hebt u dat? Ofwel één ofwel twee. Tussenweg is er niet. Dat is een beetje drammerig, dat voel ik wel. Jan Diepeveen begon vanavond over Bevrijding. Nou we hebben het gevierd gisteren, tenminste, herdacht gisteren. Op alle mogelijke manieren is ons dat aangereikt. Vrijheid is een groot goed. Nu, de vrijheid van de kinderen Gods, betekent dat we rechtensvrij zijn van de zonde. Dat we niet meer het oordeel meer hoeven te verwachten, maar leven uit God. En nu wordt dit doorgevoerd. Dit principe van Romeinen 5 vers 12 en verder, dat wordt helemaal uit de doeken gedaan. Kijk eens, dit zijn de beide lijnen. “Maar voor jullie”, zo begint hoofdstuk 6, “voor jullie geldt nog iets.” Je hebt er namelijk nog wat kapstokken bij. Die twee gebieden, die kun je onderscheiden. Maar ik ga er nu van uit dat we allemaal de Here Jezus kennen als onze Heiland en als onze Verlosser, want er komt een stuk zekerheid overheen, een stuk bevestiging bij. Dus afgezien van de theorie – ofwel club één, ofwel club twee – komt er nu een bevestiging bij, er komt zekerheid overheen. Welke zekerheid? Nou, de vraag “Ja, als het dan zo is, dan kun je beter in de zonde blijven want dan wordt de genade nog steeds meer.” Zo van: Als de genade dan toegenomen is, omdat de zonde nog duidelijker werd, – dat is een beetje moeilijke, want de wet is op een bepaald moment bij deze dingen gekomen. Vóór de wet stierven de mensen ook, dus het is niet zo dat ze alleen maar door de wet zijn gestorven. Maar de wet is er bij gekomen en heeft de zonde nog duidelijker gemaakt, heeft nog duidelijker gemaakt wat er niet goed is. De zonde is dus toegenomen en – schrijft Paulus – nou, dan is de genade ook nog duidelijker geworden voor jou. Moet je nu in de zonde blijven opdat nóg meer genade geëtaleerd wordt, zichtbaar wordt? Nee, dat moet je niet doen. Volstrekt niet. Het is alleen duidelijker geworden. Het is niet alleen een stukje theorie maar het is dus ook door de wet duidelijker geworden dat we het verknoeid hebben. De wet heeft altijd de glorie van God willen etaleren. En wij missen de heerlijkheid, wij missen die bijzondere kenmerken van God. We komen er absoluut in tekort. Nu zegt de bijbel, moet je niet nog meer zonde doen om nog meer genade te krijgen, want je hébt alle genade. Je stáát in de genade. Je bent op de plaats van Gods genade terechtgekomen. In die genade mag je staan, in die genade mag je roemen, in die genade mag je leven, in die genade mag je zingen. In Gods genade is het een geweldig loffestijn. Maar de vraag komt: Moet je eens luisteren, wat is er nu met jou gebeurd? En ik weet dat dit misschien hier ook in dit gezelschap een flinke discussie zou kunnen opleveren van: Ja – laat ik het maar kort door de bocht zeggen – het gaat nu ineens over de doop. En dan beginnen we gelijk al. “O ja, welke kant is hij van? Van de volwassendoop of is hij van de kinderdoop? Waar is hij van? Dat vragen ze in de politiek ook steeds. Niet aan mij maar aan bepaalde dingen. We worden gelijk afgerekend op een aantal onderdeeltjes. En ik heb me dat natuurlijk afgevraagd. Ik zat gisteren buiten heerlijk te lezen, een beetje in de schaduw; en ik dacht: zal ik het zeggen of zal ik het niet zeggen? Maar het staat hier in Romeinen 6, het is aan de beurt, ik kan toch niet zeggen: “Ik sla dit maar over. Misschien wordt dit wel een moeilijke hobbel in onze geloofsgemeenschap.” Hier staat: “Toen je gelovig was, toen je de Here Jezus leerde kennen, toen ben je toch in Zijn dood gedoopt?” In jouw dood – weet je wel: zonde, dood, de dood is door alle mensen doorgegaan omdat allen gestorven zijn en ook omdat allen gezondigd hebben – dat hele principe van zonde – dood is doorbroken door de Here Jezus! En jij hebt dat toch beleden! Jij bent er toch bij geweest, dat je ten onder ging, dat je begraven werd, dat je met Christus gedoopt werd, tot Zijn dood gedoopt werd. Zijn dood is ons leven! Omdat Hij stierf, hebben wij leven! Omdat Hij Zichzelf in de dood wilde geven, omdat Hij van God verlaten wilde worden, hebben wij leven, leven uit God! We zijn geweldige principes! En dat heb je toch mee gemaakt toen je gedoopt werd? Ik weet het wel, dan gaat de één over druppels water en over liters water praten. Dat wil ik niet vanavond, daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij niet om een scherpe tweedeling te creëren van mensen die dan volwassen gedoopt zijn, die hebben dit mee gemaakt, maar mensen die niet volwassen gedoopt zijn, die zouden dat niet hebben mee gemaakt. Laat dat even los. Laat het aantal druppeltjes of het aantal kubieke centimeters water, laat buiten beschouwing. Laat dat echt los. Maar het principe is helder: jij, jij die ging geloven in de Here Jezus… de bijbel zei en de Here Jezus heeft gezegd: “Doop hen, doop hen, doe tot door de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, breng hen op die plaats!” En nu blijkt dat Paulus inhoud geeft aan het dopen van de discipelen. Dat hebben ze al tijden gedaan. Ze hebben vanaf het prille begin gedoopt. Ze hebben vanaf de eerste Pinksterdag – nou ja, ik weet niet of er toen een eerste en een tweede was – op de Pinksterdag al drieduizend in één keer. Ze hebben altijd gedoopt. Hebben ze het precies begrepen? Nou, ik moet eerlijk zeggen, waarschijnlijk niet. Want wat hier staat is vele, vele jaren later pas geschreven. Ze hebben het wel gedaan, maar het waarschijnlijk niet helemaal begrepen. Paulus zegt: “Moet je eens luisteren. Weet je wat er met jou is gebeurd? En dat was de opdracht van de Here Jezus: Gaat heen, maakt alle volken tot Mijn discipelen, hen dopende… doe dat.” De christelijke doop is een must. Je kunt niet zeggen: “Nou, daar doen we maar niet aan. Want het heeft niets met…” Het heeft álles met onze Here Jezus te maken. En toen je de Here Jezus leerde kennen, toen ben je gedoopt. Toen ben je gebracht op de plaats van de dood. Degene die gedoopt is, is gebracht op de plaats van de dood. Dát belijdt je door de doop. Nog meer. Twee. Toen ben je met Hem begraven. Drie. Toen ben je ook met Hem opgewekt. Voelt u het enorme verschil komen? Toen ben je met Hem opgewekt. En vanaf dat moment komt er een nieuwe wandel “in nieuwheid des levens wandelen”. Een hele nieuwe situatie. Volstrekt nieuw. Jij, die vroeger bij die oude categorie hoorde van: Adam, zonde, dood, de dood heerst, alle sterven, allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God; nu: Christus is gestorven en ik geloof Here Jezus dat U voor mij gestorven bent! Hoe uit je dat? Hoe beleef je dat? Door je te laten dopen. Ik zeg niet dat dit een must moet zijn – dat is het wel, het is een christelijke opdracht, je kunt er niet onderuit – maar door met Christus ten onder te gaan, door in Zijn dood gedoopt te worden, bij Hem gebracht te worden op de plaats van de dood, ben jij ook gestorven. Je zit nog steeds hier, je mag nog steeds verder leven, maar jij wordt door God gezien alsof je met Christus gekruisigd bent en met Christus gestorven bent, met Christus begraven bent maar ook met Christus bent opgewekt. En zoals de Here Jezus door de majesteit van de Vader, door de heerlijkheid van God opstond, uit het graf herrees, zo ook jij: uit het graf herrezen in nieuwheid des levens en nu hoor ik bij die ander categorie! Niet meer bij die oude prut maar bij die laatste Adam, dáár hoor ik bij, bij die categorie hoor ik nu. Dat laat je zien, in nieuwheid des levens wandelen. En de oude mens, die oude prut van je, die altijd aanzet tot zondigen, is met Hem gekruisigd. Weet je dat je geweldig rijk bent met Romeinen 5 en 6? Enorme rijkdommen. Jij en ik, gelovig geworden. Wij horen helemaal niet meer bij die groep! Wij horen bij die andere groep, die andere categorie. De Here Jezus, wij horen bij Hem. En aan Zijn kant staan we. We zijn nu met Hem gekruisigd, en met Hem begraven en we zijn tot Zijn dood gedoopt. En nu horen wij opgeroepen om niet meer de zonde te dienen. Dat hoort ook niet bij ons. Vroeger, ja, toen lééfden we in de zonde, toen héérste de zonde en toen waren de gevolgen van de zonde heel duidelijk merkbaar. Maar nu, in nieuwheid des levens, een volstrekt nieuw principe, leven uit God, de Heilige Geest in mij, God woont in mij, God in ons. De Heilige Geest in ons. Een heel nieuw leven, splinter nieuw leven. De Here Jezus woont in mij. En we willen dus niet meer de zonde dienen, maar we willen met Hem leven. Met Hem leven – hier in Romeinen 6 – heeft tweeërlei betekenis: met Hem leven vandaag, maar ook met Hem leven straks; opgenomen, met Hem leven. Want we zijn nog steeds hier op aarde. En gelovigen sterven ook. Daarom wordt van gelovigen die sterven gezegd: “Hij is niet gestorven, hij leeft.” Een gelovige die sterft wordt begraven en op datzelfde moment roept de hele gemeente: “En toch leeft hij of zij!” In Christus nieuw leven. De dood heeft niet meer het laatste woord. De dood is overwonnen! Voor wie? Voor wie gelooft in de Here Jezus, het nieuwe leven. En nu worden we opgeroepen om met Hem te leven. Met Hem te leven; nú voor Hem te gaan. Om – mag ik het zeggen met een term uit Romeinen 12 – om ons lichaam te offeren. “Laten we dan vanwege de barmhartigheden van God, onze lichamen stellen tot een Gode welgevallig offer.” Dat is: met Hem leven, nu Hem dienen met alles wat in je is; met je kwaliteiten met de mogelijkheden van financiën misschien, met de mogelijkheden van gaven, met je lichaam, met je armen, met je voeten met je ogen en met je oren, Hem dienen. Offeren. Welgevallig offer dat is uw verstandelijke godsdienst, uw redelijke eredienst. Uw rede, uw verstandelijke, dat wat met het verstand te behappen valt, dat mag je nu aanbieden, daarmee mag je God dienen. Maar met Hem leven betekent ook in de toekomst bij Hem zijn. De dood is niet meer. Dat zal in de toekomst waar zijn. De dood is niet meer, die wordt geworpen in de poel van vuur. Ook de dood als macht, wég. Het leven, het is de Here Jezus. Wij gaan op weg naar Hem. We horen ook bij Hem. We zijn ook van Hem, gekocht, betaald, vrij gezet, vrijgemaakt. Bij Hem zijn we. In heerlijkheid zullen we zijn, bij de Here Jezus, met de Here Jezus. We zullen Hem zien. We verlangen ernaar, nu, vandaag, om bij de Here Jezus te zijn. Dat is de bekroning van die nieuwe situatie. Die oude situatie… alleen maar negatief, de dood. De nieuwe situatie: nee, de dood is niet meer, de dood is overwonnen, léven, leven met Hem! Daar zijn waar de Here Jezus is. Genieten van Hem en jubelen voor Hem. Dat is de toekomst. Een prachtig vooruitzicht voor elk kind van God. De Here Jezus, Hij zal er voor zorgen dat we bij Hem komen. Want zoals de Here Jezus uit de doden is opgewekt, zo zullen wij van tussen de doden uit – als we gestorven zijn – opstaan en naar Hem gaan. En als we hier op aarde zijn, dan worden we veranderd in een punt des tijds, in een ondeelbaar ogenblik worden we veranderd, en we gaan de Here tegemoet in de lucht. We zullen daar, daar zijn waar Hijzelf een plaats heeft bereidt. U en ik zijn geweldig gezegend als we de Here Jezus kennen als onze Heiland en als we kunnen, mogen, durven – gaat nog verder – moeten zeggen: “Ik hoor niet bij die eerste categorie, ik hoor bij die tweede, laatste categorie. Daar hoor ik, dat is mijn afdeling, dat is mijn terrein.” Nou, en dan wordt de oproep geplaatst van: “Laat de zonde dan niet heersen in je sterfelijk lichaam.” Zo van: “Dan moet je de zonde ook niet dienen.” Dat is best moeilijk, want wie zal zeggen dat hij zonder zonde is? Niemand. Wie zal zeggen dat hij de vorige week niet gezondigd heeft? Ik ben bang ook niemand. Misschien een paar uitzonderingen. Niemand. Als je jezelf een heel klein beetje kent, dan weet je dat het soms verkeerd gaat in je gedachten, dat het verkeerd gaat in je daden en dat het verkeerd gaat in je keuzes. Maar laat het dan zo zijn, dat dit lijfmotief wordt, voor jou. Want als jij je realiseert wie je bent in Christus…en dat je zelf ten onder bent gegaan…Daarom zegt Paulus op een andere plek in de Galatenbrief: “Ik leef niet meer en wat ik nu leef, dat leef ik door het geloof in de Zoon van God die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. Ik ben er niet meer! Ik ben er gewoon niet. ” Belt de zonde aan, aan jouw voordeur, je doet misschien open en je zegt: “Ik ben er niet” Dat is natuurlijk hartstikke stom en paradoxaal: je doet de deur open en je zegt: “Ik ben er niet” Maar dat is eigenlijk wel wat ik bedoel. Dat hij aanbelt? Gegarandeerd. Dat hij zich naar binnen wil wurmen? Dat doet hij ook. “Ik ben er helemaal niet!” Hadden wij maar zo’n situatie dat er geen handvat voor de zonde meer aan ons te vinden zou zijn. Toen de Here Jezus verzocht werd, was er aan Hem gaan handvat voor de zonde. De duivel kreeg geen vat op Hem. Daarmee werd aangetoond dat er een heel nieuw soort mens op aarde was. Niet omdat de Here Jezus wel kon zondigen maar het niet deed – dat is niet zo. En iedereen roept: “Waarom moest Hij dan verzocht worden, dan was die verzoeking toch ook onzin geweest?” Nee, er moest aangetoond worden aan de duivel dat er nu een nieuw soort Mens op aarde was, een heel nieuw soort mens, waar geen handvat van de zonde meer aan zat. Dat was iemand uit de vrouw gekomen. Niet uit de man, dan had Hij met de eerste Adam te maken gehad. Begrijp je? Dan was het toch nog weer een zoveelste Adam, maar het was een ander Iemand, een nieuwe Mens, een nieuwe schepping. Geen handvat voor de zonde meer. Wil ik nu beweren dat de gelovigen van vandaag niet meer zondigen? Dat ze geen handvat van de zonde meer hebben? Nou, ik denk dat u vandaag al weer genoeg gezien hebt, of gisteren – ik weet het niet precies – of vannacht of misschien morgen. Er komt een moment dat u ontdekt dat er toch weer zonde is. Dat de zonde als een belager aan de deur ligt en dat hij weer wil binnenkomen en dat je nog gehoor geeft ook soms. Toch “Laat die zonde niet heersen” Besef, belijdt: “Ik ben met Christus gekruisigd, ik ben met Christus gestorven, ik ben met Christus begraven door de doop tot de dood, ik ben op de plaats van de dood geweest, ik was er niet meer, ik bestond niet meer, ik ben een heel kort ogenblik helemaal weg geweest, ik ben helemaal ten onder gegaan, ik ben begraven, ik besta niet meer! Ja, ik ben wel weer opgestaan en ik moest mijn handeltje weer oppakken, maar ik ben wel een nieuwe schepping en ik wil de nieuwe mens gaan leven.” Dat is de oproep. Niet om de hemel te verdienen. Je zou het nooit redden. Maar omdat je de hemel gekregen hebt, omdat je het leven uit de Here Jezus gekregen hebt, daarom de nieuwe mens laten heersen. En we moeten die nieuwe situatie dienen. En dat is moeilijk. En omdat het moeilijk is, schuiven we dit allemaal weg en beginnen we moeilijk te doen over Romeinen 6: “Dit kan allemaal niet” enzo. Niemand hier zal beweren dat u het kunt, dat u zonder zonde zou kunnen leven. “Indien wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben”, zegt Johannes, “dan liegen wij en we doen de waarheid niet.” Maar waarom zouden we nu vanavond niet tegen elkaar durven zeggen: “Ik ben een nieuwe schepping. Ik hoef niet meer te zondigen. En de dood heerst niet meer over mij en ik wil ook niet in dat eerste kamp, waar ik vroeger was, weer terechtkomen. Ik wil dat nieuwe leven.” En hoe kan ik dat krijgen? Door te beseffen: Here Jezus, U stierf en ik stierf met U. U werd begraven en ik werd begraven met U. U stond op in de heerlijkheid van de Vader en ik stond ook op om in nieuwheid des levens te wandelen. U bent nu in de heerlijkheid en U brengt mij daar, want U wilt dat ik met U leef, dat ik met U heerlijkheid en met U glorie krijg in de hemel. Dat leven, dát leven, dat wil ik voor mij hebben. Dat is mijn model. Alle demonstraties van vandaag hebben spandoeken, van allerlei aard, maar goed. Laten wij als gelovigen nu eens op pad gaan en bij wijze van een spandoek meenemen: “Wij léven voor de Here Jezus”. Dat is ons motief. Daar voor gaan we! Dat is onze banier. Hijzelf is onze Banier. Christus, Hij is het, en niemand anders dan de Here Jezus. Niemand anders dan Hij. Schitterend Hem te kennen, Hem te zien, Hem te horen, bij Hem te zijn, in Hem te leven en met Hem te leven in glorie en in heerlijkheid. Dat is het leven van een gelovige. En niet langer dat armoedige: “Och Here, ik ben maar een verstokte zondaar. Het was gisteren…ik zat een ogenblik op de berg en nu zit ik weer helemaal onderin.” Weet je hoe dat komt? Omdat je iedere keer weer naar jezelf kijkt. Er was een mevrouw, die was helemaal krom gegroeid en ze zag alleen zichzelf nog. Dat kan ook niet anders als je helemaal krom bent, dan kun je alleen maar jezelf nog zien. En toen deed de Here Jezus een wonder. Wie zag ze toen? Zichzelf? Nee. Ineens… “Oh, zo ziet U eruit!” Surprise, verrassing! Stel nu eens dat jij de Here Jezus ziet. Zou dat helpen? Nou ik denk dat iedereen “Ja!” roept. Maar zelf zeg je: “Ja maar, dat gebeurd me niet zo vaak.” Dat ligt dan aan jezelf denk ik. Als jij je nu, vanavond, realiseert wie je bent in Christus, dat je van die oude prut in die nieuwe situatie gekomen bent. En dat is allemaal gekoppeld aan de Here Jezus. De toekomst? Bij Hem leven. Verlangen krijg je: “Maranatha! Here Jezus, kom! Ik wil U zo graag zien, ik wil U zo graag eren! En zolang je hier op aarde ben, wil ik U voor mij hebben. U als een Banier, als een soort Vaandel voor mij hebben. Ik wil U volgen, ik wil met U gaan en ik wil voor U leven.” Dat is wat hier staat. Romeinen 5 en 6 zijn heel mooi. Heel helder: of wel, of wel. En als je bij Hem hoort, besef, bedenk dat je met Hem ten onder ging, dat er niets meer van jou over is. Dat Hij alles is en dat Hij jouw Vaandel, jouw Banier is waarachter jij mag volgen. De Here zegene je en late je genieten en vreugde hebben. Amen.
Ik wil graag bidden
“Vader, wilt U zo Uw Woord zegenen door Uw Heilige Geest. Het zijn misschien moeilijke zinnen in Romeinen 5 en 6 maar de inhoud is zo prachtig. We willen U danken Vader dat U de Here Jezus als de laatste Adam gegeven hebt. En dat U door de Here Jezus in de dood te geven de dood heeft overwonnen. Dat die dood niet meer het laatste woord heeft. Dat het alles anders is. We willen U danken voor Uw zegenen en U bidden voor iedereen die hier is, ook vanavond, die zegen mag meedragen, meenemen naar huis. Het besef hebben: Ik ben ook iets bijzonders, ik ben ook een nieuwe schepping, het oude is voorbij en God ziet mij schitterend en mooi in de Here Jezus. Ik wil U bidden of U zo een zegen geven wilt door deze dienst. Amen.”
Ik zat in de auto vanmorgen om halfnegen en daar was een programmaatje van de EO – u kent het allemaal – Groot Nieuws, misschien luistert u elke zondagmorgen wel. Misschien hebt u vanmorgen ook geluisterd. Een dominee uit Oldenbroek, ik ben de naam op dit moment kwijt. En die lepelde uit z’n hoofd of waarschijnlijk van een spiekbriefje, ik dacht een vijftien programma’s op die vandaag op de televisie zijn over: make me over, make me beautiful, extremely make-over, buikwandcorrecties, ooglidcorrecties, neuscorrecties, andere correcties. Een hele rij. Maar ook: tuintje verbouwen, huisjes verbouwen, ruïne tot een woonpaleisje maken. Enfin. En maar ploeteren, en maar veranderen, en maar vernieuwen. Ik denk: Nou, dat was een hele rij. En het mooie was dat er maar één oplossing is om je vanbinnen te verbouwen. Moet je de Here Jezus hebben. Dan word je echt mooi, vanbinnen. Make me beautiful, dan ben je echt super. Dan ben je heel anders. Als je Hem hebt dan word je van dag tot dag nieuw. Andere neus? Waarschijnlijk niet. Je tuin ineens op de kop? Ook niet. Je huisje vertimmert? Ook niet. Wat dan wel? Vanbinnen. Innerlijke vernieuwing. Want God vindt je mooi. God vindt jou mooi. Leef ook voor Hem.